Brief namens de wethouders Jeugd van de G40 aan de Tweede Kamer over het begrotingsdeel Jeugd.pdf
Tekst van het document
Tweede Kamer der Staten Generaal Vaste Tweede Kamercommissie VWS Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Afschrift: staatssecretaris Van Ooijen 17 november 2022
Geachte woordvoerders Jeugd, Op 21 november spreekt u met staatssecretaris Van Ooijen en minister Weerwind over het begrotingsonderdeel Jeugd. Ongetwijfeld zult u daar uw zorgen uitspreken over hoe het momenteel gaat in het jeugdstelsel. Te veel kinderen krijgen niet de hulp die ze nodig hebben. Tegelijkertijd zien we de kosten van jeugdzorg en –hulp steeds meer toenemen. Ook onze gemeenten vinden dat het anders moet in het jeugdstelsel. Daarom lopen er momenteel gesprekken met het Rijk over de Hervormingsagenda. Doel is om betere en tijdige zorg te kunnen bieden aan kwetsbare kinderen en hun gezinnen, en tegelijk om de kosten daarvoor beheersbaar te maken en ervoor te zorgen dat de hulp terecht komt bij kinderen en jongeren die dat het hardst nodig hebben. Over de inhoud van de Hervormingsagenda bestaat veel consensus. Gezamenlijk voelen we ons verantwoordelijk om het beter te doen. Dat betekent dat we heldere afspraken moeten maken over vereenvoudiging van het stelsel en het type zorg dat we aan jongeren willen leveren. Bij het maken van deze afspraken mag echter nooit het belangrijkste uit het oog verloren worden: het belang van het kind dat onze hulp nodig heeft. En dat is precies waar de schoen begint te wringen. De gesprekken over de Hervormingsagenda gaan gepaard met een grote bezuinigingsopdracht.
Het kabinet verwacht dat de afspraken in de Hervormingsagenda gezamenlijk ruim een miljard aan besparing zal opleveren, 18% van het totale budget. Deze besparing is reeds ingeboekt in de begrotingsreeks, zonder dat duidelijk is of deze besparing ook daadwerkelijk zal kunnen worden gerealiseerd en wat de impact hiervan zal zijn op kinderen en gezinnen. Wij maken ons hier grote zorgen over. Niet de besparing, maar het belang van onze jeugd zou leidend moeten zijn bij de gesprekken over de Hervormingsagenda. Voor een positieve uitkomst van de Hervormingsagenda, zou een knip gemaakt moeten worden: het financieel kader volgt vanuit de inhoud. Middels deze brief lichten wij dat graag verder toe. Kansen van de Hervormingsagenda Al jaren neemt de vraag naar Jeugdzorg fors toe. Tussen 2005 en 2015 was de toename zelfs 250%. Na de decentralisatie naar de gemeenten is die trend weliswaar afgebogen, maar is de vraag desalniettemin blijven groeien. Terecht roept dit de vraag op over de gewenste reikwijdte van de zorg. Sommige problemen horen ook gewoon bij het leven en niet voor alles is direct hulp nodig. Tegelijk zien we ook dat het niet zozeer lichte zorgvormen zijn waar de kosten stijgen. De zwaarte van de zorgvraag lijkt juist eerder toe te nemen. Verschillende deskundigen wijzen erop dat dit een gevolg kan zijn van de verschillende ontwikkelingen in onze samenleving.
Veel jongeren geven aan te maken te hebben met toenemende stress door prestatiedruk in onze individualiserende maatschappij. 1 op de 5 jongeren geeft aan wel eens suïcidale gedachten te hebben. Daarnaast zien we dat de bestaanszekerheid van steeds meer gezinnen onder druk staat, hetgeen een effect heeft op het psychisch welzijn van opgroeiende kinderen. Ook zien we de gevolgen van de coronapandemie en leidt de toestroom van vluchtelingenkinderen tot een grotere vraag naar Jeugdzorg. Pagina 1 van 3
Dit alles maakt de urgentie van de Hervormingsagenda duidelijk; de toenemende complexiteit in de samenleving vraagt om heldere afspraken over toegang en kwaliteit zodat we de druk op het stelsel beheersbaar houden. (Te) vaak is nu geen hulp beschikbaar, ook voor bijvoorbeeld kinderen die door de rechter onder toezicht worden geplaatst vanwege een onveilige thuissituatie. Deze schrijnende situaties kunnen en mogen we niet accepteren. Niet dezelfde fouten maken Gemeenten zijn overtuigd van de urgentie van de Hervormingsagenda en willen snelheid maken met het uitwerken van mogelijke besparingen waar zij zelf invloed op hebben, zoals administratieve lastenverlichting van de aanbieders. Tegelijk heersen er grote zorgen over de impact, het realiteitsgehalte en het tempo van de voorgenomen bezuiniging van het Rijk. Zoals u weet heeft in mei 2021 een arbitragecommissie (‘Commissie van Wijzen’) uitspraak gedaan over de structurele financiering van de jeugdzorg, in het belang van een duurzaam en toekomstbestendig jeugdstelsel. Een belangrijk onderdeel van deze uitspraak is dat de besparingsmogelijkheden in het jeugdstelsel goed gevalideerd en gemonitord moeten worden voordat zij worden ingevoerd. De arbitragecommissie wijst erop dat lessen getrokken moeten worden uit het verleden en niet weer te gemakkelijk de geschatte financiële voordelen moeten worden ingeboekt.
Zij verwijst hiermee naar de decentralisatie in 2015 die gepaard ging met een bezuiniging van € 425 mln.; een bezuiniging die volstrekt onrealistisch bleek te zijn. Inmiddels zijn we met het opleveren van Hervormingagenda ruim een jaar later dan Commissie van Wijzen had geopperd en zien we dat de maatregelen slechts ten dele concreet zijn ingevuld en nog nergens zijn bewezen. Met name op de maatregel Reikwijdte is door het Rijk vrijwel geen voortgang geboekt. Ook de verbinding met aanpalende terreinen binnen het sociaal domein, zoals onderwijs, bestaanszekerheid en volwassenenGGZ, is nog nauwelijks uitgewerkt. Tot op heden kan het Rijk dus niet aantonen hoe de besparing binnen het jeugddomein precies moet worden bereikt. Dit laat ons achter met de vraag of de geprognosticeerde bezuiniging überhaupt realistisch is en tot de gewenste gevolgen gaat leiden. Een eerste financiële analyse vanuit 7 steden (zie onder) stelt grote vraagtekens bij de haalbaarheid en wenselijkheid van de besparing. Een dergelijke bezuiniging zal leiden tot een forse ontslaggolf, langere wachtlijsten en een beperking van de hulp aan kwetsbare kinderen. Ook is het de vraag of de besparing niet tot toenemende kosten elders zal leiden. Zo zal de druk op het onderwijs waarschijnlijk fors toenemen, wat kan leiden tot een nog grotere toestroom naar het speciaal onderwijs.
Een trend die we, als gevolg van druk op het jeugdstelsel in combinatie met een groot personeelstekort in het onderwijs, sowieso al enige tijd waarnemen. Ter illustratie: de impact van de voorgenomen € 1 mld. bezuiniging in 7 grote steden:1 • Meer dan 100.000 jeugdigen krijgen géén jeugdzorg en ook géén vervangend aanbod meer als de wens is om alleen op ‘lichte’ jeugdzorg te besparen. Dit zijn ongeveer álle jeugdigen in deze categorie (met bijna allen gerechtvaardigde zorgvraag, die niet ineens weg is). • We verwachten geen besparing op korte termijn te kunnen realiseren op de afbouw van residentiële jeugdhulp. De beoogde besparingen kunnen daarom alleen plaatsvinden als ook de zwaardere jeugdzorg wordt teruggebracht. Dat betekent dat ook jeugdigen met complexere problemen (en hun gezinnen) geraakt zullen worden. Zeker zolang de reikwijdte nog niet concreet is uitgewerkt. Er zijn daarom nog geen concrete inhoudelijke stappen gezet welke specifieke groepen mogelijk geen zorg meer zullen ontvangen, dus het is lastig te kwantificeren wat dit gaat betekenen. • Er zullen lange wachtlijsten ontstaan, waarbij het lastig wordt om te differentiëren tussen kinderen die meer/minder nodig hebben. Voor gemeenten staat als een paal boven water dat we niet weer dezelfde fouten willen maken als in het verleden. Besparingen moeten volgen uit bewezen verbeteringen.
Als dergelijke forse bezuinigingen worden ingeboekt voordat we precies weten wat daar de gevolgen van zullen zijn, ontstaat een immens 1
Financiële analyse oktober 2022 naar impact hervormingsagenda in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Amersfoort, Tilburg Pagina 2 van 3
risico dat kinderen letterlijk het kind van de rekening worden. De risico’s die dit oplevert voor de jeugd en gezinnen in onze gemeenten willen én kunnen wij niet voor onze rekening nemen. Wat is wel nodig Wij staan als G4 en G40 in de basis nog altijd positief tegenover de inhoudelijke beweging die de Hervormingsagenda maakt. Bovendien kunnen we het Rijk vinden in de ambitie om tot een financieel beheersbaar stelsel te komen. Wij pleiten er daarom voor om de Hervormingsagenda op te knippen: ▪
Als eerste moet er een akkoord komen over de inhoudelijke agenda: hierin moeten concrete afspraken terugkomen over o.a. de reikwijdte, de verbinding met aanpalende domeinen zoals het onderwijs, vereenvoudiging van het stelsel en terugdringen administratieve lasten. We zijn ervan overtuigd dat hierover op korte termijn consensus kan komen met het Rijk.
▪
In tweede aanleg volgt het financieel kader. Uitgangspunt is dat de besparingsopdracht volgt uit de maatregelen in de inhoudelijke agenda, en daarmee een reële reflectie is van hoe een financieel beheersbaar en toekomstbestendig stelsel eruit kan zien. Het financieel kader moet vastgesteld worden door een onafhankelijke commissie.
Op deze manier zien wij een kans om de doelen van de Hervormingsagenda te behalen: betere hulpverlening en een financieel beheersbaar stelsel. In de eerste plaats voor de betrokken inwoners, en met inbegrip van eenieders verantwoordelijkheid in het stelsel. We hopen op steun vanuit uw Kamer voor ons voorstel om het vervolgproces tot een goed einde te laten komen. Namens de wethouders Jeugd van de G4,
Namens de wethouders Jeugd van de G40,
Dennis de Vries (wethouder Jeugd Utrecht) Voorzitter G4 Jeugd
Paul Depla Voorzitter G40-Stedennetwerk
Pagina 3 van 3