CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

BPoudemolenweg4hrp-ON01-toelichting+regels.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Gebundelde procedure ontwerpbestemmingsplannen28.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. In en rondom het plangebied is geen sprake van cultuurhistorische waarden.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 31 van 63 ontwerp 20 december 2021

5.3

Mobiliteit en parkeren

5.3.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen In de huidige situatie is sprake van een bedrijf dat arbeidsextensief/ bezoekersextensief is in een gebied dat als matig stedelijk/ rest bebouwde kom kan worden getypeerd. Het bvo is 944 m2. Verder is sprake van een bedrijfswoning. De verkeersbewegingen in de huidige situatie zijn op basis van deze gegevens als volgt. 1,05 mvt per etmaal per 100 m2 bvo (0,8-1,3) x 9,44 = 9,91 7,8 mvt per etmaal per vrijstaande woning x 1 = 7,8 Totaal aantal mvt per etmaal in de huidige situatie = 17,71 In de toekomstige situatie is sprake van een bedrijf dat arbeidsextensief/ bezoekersextensief is in een gebied dat als matig stedelijk/ rest bebouwde kom kan worden getypeerd. Het bvo is 600 m2. Verder is sprake van een bedrijfswoning en een burgerwoning. De verkeersbewegingen in de toekomstige situatie zijn op basis van deze gegevens als volgt.

1,05 mvt per etmaal per 100 m2 bvo (0,8-1,3) x 6 = 6,3 7,8 mvt per etmaal per vrijstaande woning x 2 = 15,6 Totaal aantal mvt per etmaal in de huidige situatie = 21,9 Het initiatief leidt op basis van voorgaande tot extra verkeersbewegingen. Deze toename is op een weg als de Oude Molenweg, een erftoegangsweg type II welke geschikt is voor een intensiteit tot 6000 motorvoertuigen per etmaal verwaarloosbaar. De ontsluiting voldoet aan de normen van het Mobiliteitsplan 2020.

Verkeer: ontsluitingswegen De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de bestaande in-/ uitritten van het plangebied op de Oude Molenstraat. Er hoeft voor het planvoornemen geen nieuwe in-/ uitrit aangelegd te worden. De ontsluiting voldoet aan de normen van het Mobiliteitsplan 2020.

5.3.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Voldaan dient te worden aan de parkeernormen zoals opgenomen in de nota ‘Parkeernormen 2017’. Voor een woning ‘koop, vrijstaand’ in de kernen van de stad Oss (zoals Herpen) geldt per woning een parkeereis van 2,3 parkeerplaatsen op eigen terrein. Voor een bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief geldt een parkeereis van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Dit betekent dat op

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 32 van 63 ontwerp 20 december 2021

het ene perceel 3 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn (burgerwoning) en op het andere perceel 8,9 parkeerplaatsen. Op beide percelen is voldoende ruimte om aan de parkeereis te voldoen. Voor het initiatief wordt voldaan aan de parkeernorm zoals gesteld in de nota ‘Parkeernormen 2017’.

5.4

Water

5.4.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen.

De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 33 van 63 ontwerp 20 december 2021

De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. 5.4.2 Watertoets Verhardingssituatie In onderhavige situatie wordt circa 344 m2 aan bebouwing gesloopt. Tegelijkertijd wordt circa 300 m2 aan nieuwe bebouwing en verharding toegevoegd. Het gaat om ongeveer 220 m2 nieuwe bebouwing en 80 m2 nieuwe verharding.

Per saldo blijft de verhardingssituatie gelijk. Toetsing aan beleid Waterschap Aa en Maas Op www.dewatertoets.nl is de digitale watertoets ingevuld. Hiervan zijn drie mogelijke uitkomsten/ procedures: - Geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; - Verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; - Normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Na het invullen van de digitale watertoets werd direct aangegeven dat voor het ruimtelijk plan de verkorte procedure van toepassing is. De resultaten van www.dewatertoets.nl zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). Gemeentelijk beleid Conform het gemeentelijke beleid geldt voor nieuwe ontwikkelingen dat ten aanzien van de verwerking van hemelwater van het verhard oppervlak de eerste 20 millimeter geïnfiltreerd moet worden op eigen terrein, van bebouwing moet de eerste 10 millimeter geïnfiltreerd worden, daarna mag het aan de openbare ruimte aangeboden worden. De rekensom om het te bergen en infiltreren m3’s hemelwater te berekenen is dan als volgt: compensatie-eis verhard oppervlak (20 mm) x verhard oppervlak (80 m2) + compensatie-eis bebouwing (10 mm) x oppervlakte bebouwing (220 m2). In onderhavige situatie betekent dat, dat 3 m3 water op eigen terrein tijdelijk moet worden geborgen en vervolgens geïnfiltreerd.

Op het perceel is voldoende ruimte aanwezig voor een hemelwatervoorziening van minimaal 3 m3, daarnaast is ook de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) niet belemmerend voor de voorzieningenkeuze.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 34 van 63 ontwerp 20 december 2021

De initiatiefnemer kiest voor het aanleggen van een wadi waarin minimaal 3 m3 tijdelijk op eigen terrein (bedrijfsperceel) geborgen kan worden, waarna het vervolgens langzaam in de grond kan worden geïnfiltreerd. Voor hevige regenval wordt een noodvoorziening op eigen terrein gerealiseerd die ervoor zorgt dat wanneer er meer hemelwater valt dan er in de wadi verwerkt kan worden het extra water op een andere manier geborgd dan wel afgevoerd wordt. De exact uitgewerkte voorziening wordt in het bouw- en woonrijpproces voorafgaand aan de vergunningverlening door de initiatiefnemer aan de gemeente ter goedkeuring voorgelegd. Afvalwater Het plangebied ligt op de rand van het buitengebied waarbij aangesloten kan worden op het vrijvervalstelsel en de drukriolering. De voorkeur van de gemeente gaat ernaar uit om de nieuw te realiseren bedrijfsowning aan te sluiten op de put van het vrijvervalstelsel. Waar nu ook de bestaande bedrijfswoning op aangesloten is. Als dit technisch niet mogelijk blijkt dan kan eventueel nog aan worden gesloten op de drukriolering (nr 242.5) aan de overzijde van de weg. Zie de afbeelding hieronder die dit illustreert.

Water vormt geen belemmering voor het initiatief.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 35 van 63 ontwerp 20 december 2021

5.5

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.

Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 36 van 63 ontwerp 20 december 2021

5.6

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: - Bedrijven en milieuzonering - Bodem - Externe veiligheid - Geurhinder: agrarisch - Geur: industrieel - Luchtkwaliteit - Straling - Weg-, spoor-, en industrielawaai - Gezondheid - Spuitzones 5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.

Het initiatief bestaat uit het omschakelen van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning (gevoelig object), het omschakelen van een voormalig agrarisch bedrijf naar een niet agrarisch bedrijf (milieubelastende activiteit) en het daarbij oprichten van een nieuwe bedrijfswoning (gevoelig object voor milieubelastende activiteiten van andere bedrijven). Het gebied waarin het plangebied is gelegen kan worden getypeerd als een gemengd gebied. In het gebied is sprake van diverse naast elkaar bestaande functies. Zoals woningen en bedrijvigheid. Dit maakt dat de omgeving van het plangebied qua beleving niet als een rustige woonwijk of rustig buitengebied kan worden getypeerd. In dergelijke gebieden geldt dat de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden met één afstandstrap mogen worden verlaagd. Dat betekent dat in geval van een genoemde richtafstand van 50 meter 30 meter mag worden gehanteerd. Voor een richtafstand van 30 meter geldt 10 meter en bij een richtafstand van 10 meter geldt dat geen richtafstand meer in acht hoeft te worden genomen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere bedrijven gelegen. Het gaat om de bedrijvigheid aan Oude Molenweg 2, 5, 7 en 30. Deze zijn relevant i.v.m. de gevoelige functies (woningen) in het plangebied (woon- en leefklimaat/ milieuruimte bestaande bedrijvigheid). 

Ter plaatse van Oude Molenweg 2 zijn bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegelaten. Het bedrijf dat hier is gevestigd betreft Van Summeren Technische Dienstverlening. Dat is een bedrijf in maximaal milieucategorie 2. De maximale richtafstand voor een categorie 2 bedrijf is in gemengd gebied 10 meter dat over het algemeen geldt voor het aspect geluid. Ter plaatse van Oude Molenweg 5 is een horecagroothandel toegestaan. Een dergelijk bedrijf, namelijk Bouman Grootkeuken- en koeltechniek B.V. is hier ook gevestigd. Ingevolge de VNG Brochure bedrijven en milieuzonering gelden voor dit bedrijf (overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d., sbi-code 466, 469)) in gemengd gebied de navolgende richtafstanden: geur 0 meter, stof 0 meter, geluid 10 meter, gevaar 0 meter.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 37 van 63 ontwerp 20 december 2021

Ter plaatse van Oude Molenweg 7 is een autodiagnosecentrum toegestaan. Dat betreft ook de gevestigde bedrijvigheid, namelijk Auto diagnose Herpen. Een dergelijk bedrijf is niet zo specifiek opgenomen in de VNG Brochure bedrijven en milieuzonering. Het bedrijf is vergelijkbaar met een autobedrijf (handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven, sbi-code 451, 452, 454) waarvoor in gemengd gebied de volgende richtafstanden gelden geur 0 meter, stof 0 meter, geluid 10 meter, gevaar 0 meter. Ter plaatse van Oude Molenweg 30 is bedrijvigheid in categorie 1 en 2 toegelaten. Voor dergelijke bedrijvigheid geldt in gemengd gebied een maximale in acht te nemen richtafstand van 10 meter. De gevestigde bedrijvigheid betreft een timmerwerkfabriek, sbi-code 162 (categorie 3.2): voor dit bedrijf gelden voor een gemengd gebied de navolgende in acht te nemen richtafstanden: geur 0 meter, stof 10 meter, geluid 50 meter, gevaar 0 meter.

Alle richtafstanden worden gehaald, behalve voor Oude Molenweg 2. Door Nipa Milieutechniek is met die reden (en in verband met het nieuwe in het plangebied te vestigen bedrijf) een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3). In paragraaf 5.7.8 wordt er op dit onderzoek ingegaan. De conclusie is dat het planvoornemen (woningen) geen beperkingen oplevert voor de geluidruimte van bestaande bedrijven en dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het plangebied wordt ook een nieuwe milieubelastende activiteit gevestigd. Het gaat hier om een verhuurbedrijf in partybenodigdheden, waarbij in de dagperiode bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Een dergelijk bedrijf is niet één op één opgenomen in de VNG Brochure bedrijven en milieuzonering, maar is wel vergelijkbaar met een Overige groothandel in bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d., sbi-code 466, 469. De richtafstanden die voor een dergelijk bedrijf in een gemengd gebied gelden zijn geur 0 meter, stof 0 meter, geluid 10 meter, gevaar 0 meter. Deze richtafstanden worden ten opzichte van omliggende gevoelige functies niet gehaald voor het aspect geluid. O.a. met die reden is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect industrielawaai. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3).

In paragraaf 5.7.8 wordt er op dit onderzoek ingegaan. De conclusie is dat het planvoornemen (milieubelastende activiteit) geen beperkingen oplevert voor omliggende gevoelige functies. Het woon- en leefklimaat is zonder aanvullende akoestische maatregelen gewaarborgd. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor nabijgelegen gevoelige functies.

5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Door Van Oort Bodemonderzoek is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 4) en kent de navolgende samenvatting en advies.

“Op de locatie aan de Oude Molenweg 4 te Herpen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en nieuwbouw. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Ravenstein, sectie I, nummers 936, 937 en 938. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 3.300 m2.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 38 van 63 ontwerp 20 december 2021

Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen een herbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL) met een verdachte puntbron (VEP; voormalige bestrijdingsmiddelenkast) Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. In de bovengrond zijn in zwakke mate bijmengingen van (rode) baksteen aangetroffen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper, PCB’s en drins (som) (>Aw) en de ondergrond licht verontreinigd met molybdeen (>Aw). Het grondwater is licht verontreinigd met barium (>Sw). De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar onze mening geen belemmering te vormen voor een herbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw.

Vanwege de aangetroffen lichte verontreinigingen dient bij grondverzet rekening te worden gehouden met mogelijke gebruiksbeperkingen bij hergebruik van de vrijkomende grond op een andere locatie. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Oss. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.” Het bevoegd gezag heeft het onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 39 van 63 ontwerp 20 december 2021

waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Op basis van het Bevi (artikel 1) omvat het initiatief twee kwetsbare objecten (woningen), waarvan één bestaand kwetsbaar object en één nieuw kwetsbaar object. Hier wordt alleen het nieuwe kwetsbare object beschouwd. Verder is sprake van het toelaten van een niet agrarisch bedrijf. Dit bedrijf betreft geen risicovolle inrichting. Voor wat betreft het nieuw op te richten kwetsbare object het volgende. Het nieuwe kwetsbare object is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6/jaar).

Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van twee risicobronnen, in dit geval de Rijksweg A50 en de spoorlijn OssRavenstein. Zie de afbeelding hieronder met de blauwe stip voor het plangebied, die is gelegen in de grijze en rode zone.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 40 van 63 ontwerp 20 december 2021

Transportassen Spoorlijn Oss - Ravenstein De spoorlijn Oss – Ravenstein ligt op circa 2450 meter van het plangebied. Over deze spoorlijn worden brandbare en toxische gassen als vloeistoffen vervoerd. Zie onderstaande afbeeldingen die dit illustreren.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 41 van 63 ontwerp 20 december 2021

Gezien de ligging van het plangebied (> 300 meter van het spoor, zone IV) wordt alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied zijn geen functies uitgesloten, bescherming wordt geboden door ‘ramen en deuren te sluiten’. Voor de motivatie van ontwikkelingen in deze zone is door de gemeente Oss een standaard verantwoording geschreven. Die verantwoording geldt voor onderhavige ontwikkeling. De verantwoording luidt als volgt: Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat:  vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident;  de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas); het groepsrisico niet significant zal toenemen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item.  Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico.  De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke stoffen is hier bijzonder klein 2. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden.

Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde 'risicoprofiel'. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken

2 Hier is de kans op overlijden van een persoon ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen vele

malen kleiner dan één op één miljoen.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 42 van 63 ontwerp 20 december 2021

afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelinginstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS3 als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. De zone III gebieden in de bebouwde kom van Oss vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS. A50 Onderhavige locatie ligt op meer dan 300 meter vanaf de A50 (550 meter), daarmee is de locatie in zone 4 gelegen. Hiervoor geldt de standaard verantwoordingsplicht. Vanaf 300 meter wordt alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied zijn geen functies uitgesloten, bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten.

De verantwoording voor een ontwikkeling op deze plek is als volgt. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat:  vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident,  de aard van het mogelijke incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item.  Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico.  De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke stoffen is hier bijzonder klein (kleiner dan 1 op 1.000.000). De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden. Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/ de Veiligheidsregio opgestelde ‘risicoprofiel’. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken.

De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen.

3 Waarschuwings- en AlarmeringsSysteem.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 43 van 63 ontwerp 20 december 2021

Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwings- en AlarmeringsSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. De zone III gebieden in de bebouwde kom vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS. Dit geldt ook voor onderhavig plangebied. LPG-tankstations Er zijn binnen de gemeente Oss meerdere LPG-tankstations gelegen. Het invloedsgebied voor een LPG tankstation is ten tijde van het opstellen van het EV-beleid voor de gemeente Oss, in de Regeling externe veiligheid inrichtingen wettelijk vastgesteld op 150 meter4. Op 28 juni 2016 is aanvullend hierop de ‘Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid’ gepubliceerd. Daarin wordt aan gemeenten gevraagd om naast Bevi/ Revi ook effectbenadering toe te passen bij besluiten rondom LPG-tankstations. In samenhang met deze circulaire is de Revi aangepast. De vaste afstanden die grofweg de contour voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar weergeven, gemeten vanaf het vulpunt, zijn zodanig aangepast dat voor alle situaties (bestaand en nieuw) de in de onderstaande tabel opgenomen afstanden gelden.

Deze afstanden gelden als grenswaarde ten opzichte van kwetsbare objecten en als richtwaarde ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten. Daarnaast blijft de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico onverkort van toepassing binnen het invloedsgebied van 150 meter vanaf het vulpunt van het reservoir. Gezien de afstand van het plangebied tot een LPG-tankstation/vulpunt groter dan 150 meter is, is het planologisch kader voor LPG-tankstations niet van toepassing. Buisleidingen Uitgaande van de Beleidsvisie Externe veiligheid gemeente Oss wordt geconstateerd dat:  Nabij bebouwingsconcentraties geen sprake is van relevante plaatsgebonden risicocontouren;  in het buitengebied plaatselijk omvangrijke plaatsgebonden risicocontouren aanwezig zijn;  invloedsgebieden tot circa 600 meter van de transportleidingen gelden. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van 600 meter van een transportleiding. Advies veiligheidsregio In artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes is opgenomen dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 7 het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het plan betrekking heeft in de gelegenheid stelt advies uit te brengen over de in artikel 7 en, voor zover van toepassing, artikel 8 genoemde onderwerpen.

In het kader van het wettelijk vooroverleg vraagt de gemeente advies aan de veiligheidsregio. Het advies wordt hier verwerkt zodra het is ontvangen.

4 Zie artikel 6, lid 2 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) i.c.m. bijlage 2 van de Revi.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 44 van 63 ontwerp 20 december 2021

Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het realiseren van de ontwikkeling. Het plangebied is niet binnen een 10-6-contour gelegen, enkel binnen het invloedsgebied van het spoor en de A50. Er is verantwoord met een standaard tekst. En in verband hiermee is het bestemmingsplan via het wettelijk vooroverleg voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio. Het plangebied ligt verder buiten het invloedsgebied van een LPG tankstation (> 150 meter afstand) en buiten het invloedsgebied van buisleidingen, hiervoor is daarom geen aanvullende verantwoording opgesteld. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.7.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss

1,0 Ou

B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij

2,0 Ou

C. Plangebied (bij kern A en B)

3,0 Ou

D. Woonkern met intensieve veehouderij

6,0 Ou

E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal

6,0 Ou

F. Recreatiegebieden

8,0 Ou

G. Extensiveringsgebieden

8,0 Ou

H. Bedrijventerreinen

8,0 Ou

I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk

12,0 Ou

J. Verwevingsgebied

14,0 Ou

K. Landbouwontwikkelingsgebied

14,0 Ou

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 45 van 63 ontwerp 20 december 2021

In het plangebied wordt één nieuw geurgevoelig object mogelijk gemaakt. Sprake is reeds van één bestaand geurgevoelig object. Voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden is de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder van belang. In de beleidsregel is opgenomen dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is afhankelijk van de ligging van het plangebied en de voor dat gebied vastgestelde norm. Via lid 1 van de Verordening geurhinder en veehouderij zijn de normen vastgelegd. De onder lid 1 van de Verordening geurhinder en veehouderij genoemde gebieden staan aangegeven op de bij de verordening behorende kaart ‘Geurnormen Verordening 2017’, zie hieronder een uitsnede van de kaart ter hoogte van het plangebied.

Hieruit blijkt dat voor het plangebied een geurnorm van 2 Ou/E per M3 geldt. Voor gebieden waar de norm ‘2’ geldt is ingevolge de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Oss 2013 sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) minder is dan 10 Ou/E M3. De gemeente Oss heeft voor de hele gemeente de cumulatieve geursituatie in beeld gebracht en op een kaart weergegeven. Hieronder is een uitsnede van de kaart opgenomen ter hoogte van het planvoornemen en de bijbehorende legenda.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 46 van 63 ontwerp 20 december 2021

Jaarlijks maakt de Omgevingsdienst Brabant-Noord (Odbn) voor de gemeente Oss een kaart waarin alle (agrarische) gecumuleerde geurbelasting is opgenomen voor de, op dat moment huidige situatie. De afbeelding hieronder betreft een uitsnede van de meest recente kaart ter hoogte van het plangebied.

De afbeelding hieronder betreft een uitsnede van de voorloper van deze kaart, nl. de kaart ‘Beoordeling leefklimaat op basis van de indicatieve achtergrondbelasting’ uit 2015.

Uit beide kaarten blijkt dat er in het plangebied sprake is van een aanvaardbare situatie t.a.v. geurhinder van agrarische bedrijven.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 47 van 63 ontwerp 20 december 2021

In de nabijheid van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen waarvoor i.v.m. geurhinder een vaste afstand in acht moet worden genomen. Agrarische bedrijven worden door de ontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Tussen alle agrarische bedrijvigheid en het planvoornemen zijn reeds andere maatgevende geurgevoelige objecten gelegen. Conclusie Geurhinder ten gevolge van veehouderijen vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. De ontwikkeling is gelegen in de buurt van meerdere bedrijven.

Deze bedrijven zijn beschreven in paragraaf 5.6.1 Bedrijven en milieuzonering. In deze paragraaf is ook het aspect geur afkomstig van deze bedrijvigheid meegenomen. Hieruit blijkt dat industriële geurhinder geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling en dat de ontwikkeling geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van de nabijgelegen bedrijvigheid. Voor de motivering wordt verwezen naar paragraaf 5.6.1 Bedrijven en milieuzonering van deze toelichting.

5.7.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 48 van 63 ontwerp 20 december 2021

op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM 10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan.

Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Grenswaarden luchtkwaliteit Voor de meest voorkomende stoffen zijn de luchtkwaliteitsnormen als volgt:

Gekeken naar de voorspellingen voor deze stoffen met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)5 blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan deze grenswaarden. Uitsneden van de kaarten ter hoogte van het plangebied zijn hieronder opgenomen. 5 Bron: http://geodata.rivm.nl/gcn/

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 49 van 63 ontwerp 20 december 2021

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 50 van 63 ontwerp 20 december 2021

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: -

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Aangezien het hier een ruimtelijke ontwikkeling betreft die aanzienlijk kleiner is dan 1.500 woningen of 100.000 m2 bruto vloeroppervlak kan geconcludeerd worden dat de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project NIBM is. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen, kantoren en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Het project ligt niet binnen 300 meter van een rijksweg of provinciale weg. Hieruit kan worden afgeleid dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 51 van 63 ontwerp 20 december 2021

Bedrijven Binnen de directe nabijheid van de locatie liggen geen veehouderijen of andere bedrijven die van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderhavige ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.7.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Het plangebied is niet gelegen nabij een hoogspanningslijn, wat betekent dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een magnetische veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla ten gevolge van hoogspanningslijnen. Straling vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.7.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.

De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 52 van 63 ontwerp 20 december 2021

Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Het planvoornemen bevat op basis van de Wet geluidhinder één bestaand en één nieuw geluidgevoelig object. Verder wordt in het plangebied een nieuwe geluidsbron mogelijk gemaakt, een bedrijf in partybenodigdheden waarbij in de dagperiode bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. In verband met de geluidgevoelige objecten in het plangebied i.r.t. de omliggende bedrijvigheid en de nieuwe geluidsbron die in het plangebied wordt opgericht is door Nipa Milieutechniek onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. In dit onderzoek is ook het aspect wegverkeerslawaai i.v.m. de geluidgevoelige objecten in het plangebied meegenomen. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3) en kent de navolgende conclusie. “Aan de Oude Molenweg 4 te Herpen ligt een glastuinbouwbedrijf met een bedrijfswoning.

De Oude Molenweg 4 is kadastraal bekend gemeente Ravenstein, sectie I, nummer 117. De kas voldoet niet meer aan de eisen van de tijd en past niet in een straatbeeld van een rand van een bebouwde kom, een entree van het dorp. De kas ligt met de achterzijde tegen de woningen in de Kruisstraat aan. Daarom zal de kas deze locatie worden gesloopt en wordt er een woning met bijgebouw gerealiseerd. Tegelijkertijd wordt de voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Oude Molenweg herbestemd naar een woonbestemming. Het doel van het akoestisch onderzoek is het vaststellen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax) bij de nieuwe woonbestemmingen veroorzaakt door alle relevante geluidbronnen in de omgeving. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit de berekening volgt dat alle onderzochte bedrijfssituaties wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voor industrielawaai overeenkomstig hoofdstuk 2 van het onderzoek. In de tuinen is het geluidsniveau aanvaardbaar. Maximale geluidniveaus Uit het onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende maximale geluidniveaus zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van het onderzoek.

Verkeersaantrekkende werking Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwe woonbestemming een geluidbelasting van ten hoogste 38 dB. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. Eindconclusie Uit het onderzoek blijkt dat bij de woonbestemmingen aan de Oude Molenweg in Herpen het woon- en leefklimaat ten gevolge van industrie en wegverkeerslawaai zonder aanvullende akoestische maatregelen is gewaarborgd. Anderzijds vormen de nieuwe woonfuncties geen beperkingen voor de geluidruimte voor de bestaande en nieuwe bedrijven aan de Oude Molenweg. Het woon- en leefklimaat bij bestaande woon- functies blijft gewaarborgd door het toevoegen van nieuwe bedrijfsfuncties.”

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 53 van 63 ontwerp 20 december 2021

Railverkeerslawaai Nabij de ontwikkeling is geen sprake van lawaai ten gevolge van railverkeer. De ontwikkeling is niet gelegen in de geluidzone van een spoorweg. Dit aspect kan hier buiten beschouwing blijven. Geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7.9 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.

Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 54 van 63 ontwerp 20 december 2021

c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Veehouderijen Geitenhouderijen Het plangebied is gelegen binnen een straal van 2 km van 2 geitenhouderijen. Op de afbeelding hieronder is dat zichtbaar.

Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 kilometer van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen gelegen. Binnen 250 meter van het plangebied is geen varkenshouderij gelegen. Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Door alle zeven stappen te doorlopen en beantwoorden kan worden nagegaan of er knelpunten aan de orde zijn en het zinvol is de GGD om advies te vragen. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richtafstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies kan zinvol zijn, ga verder naar stap 2.

Oude Molenweg 4 Herpen - 2022, pag. 55 van 63 ontwerp 20 december 2021

Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGDadvies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b. Stap 3b Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn 2 geitenhouderijen gelegen. Dit leidt tot GGD-advies. Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen pluimveebedrijf gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen varkenshouderij gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog tot een GGD-advies leidt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=eaa115f2-9b82-4f9b-9438-b1cf6b32d33f