CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

BP toelichting Sporthal TBL Oss - 2023

Gemeenteraad 23 oktober 2025, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan ‘Sporthal TBL Oss - 2023’13.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 1 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Bestemmingsplan Sporthal TBL Oss - 2023 Toelichting

Gemeente Oss,

23 oktober 2025

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 2 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................ 6 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 6 1.2 Plangebied..................................................................................................................................... 6 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................. 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................. 8 2.2 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie .................................................................................................................. 10 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .......................................................................................................

13 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................. 13 4.2 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 15 4.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 15 4.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten............................................................................................................ 20 5.2 Natuur .......................................................................................................................................... 20 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie .................................................................................................... 21 5.4 Mobiliteit en parkeren .................................................................................................................. 24 5.5 Water ...........................................................................................................................................

24 5.6 Defensie ...................................................................................................................................... 27 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 28 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) .................................................................................................... 34 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ..................................................................................................... 36 6.1 Algemeen .................................................................................................................................... 36 6.2 Regels ......................................................................................................................................... 36 Hoofdstuk 7 Handhaving ........................................................................................................................ 38 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................ 38 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ..............................................................

38 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 39 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 40 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................... 41 9.1 Omgevingsdialoog ....................................................................................................................... 41 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................. 41 9.3 Inspraak ....................................................................................................................................... 41 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................. 41

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN Zie separaat bijlagenboek

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 3 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 4 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

TOELICHTING Bestemmingsplan Sporthal TBL Oss - 2023

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 5 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 6 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Molenstraat in het centrum van Oss bevindt zich de middelbare school het Hooghuis Titus Brandsmalyceum (TBL). Het voornemen bestaat om de verblijfskwaliteit van het terrein rondom het schoolgebouw te verbeteren door de realisatie van een openbaar stadssportpark. Daarnaast wil het TBL voorzien in een nieuw kunstgrasveld voor eigen gebruik en kleedlokalen voorzien. De realisatie van het openbaar park en de kleedlokalen passen niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Zodoende wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend document voorziet in de toelichting. 1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich in het centrum van Oss en omvat het huidige terrein van het TBL aan de Molenstraat 30 te Oss. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Oss, Sectie E en nummer 4094. Het plangebied is ruim 18.000 m2 groot. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied (bron: kadastralekaart.nl)

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 7 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Globale begrenzing van het plangebied (bron: kadastralekaart.nl)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Sporthal TBL Oss – 2023’ gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Centrum-Oss - 2013

26-09-2013

Parapluplan Wonen - 2023

16-06-2023

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 8 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Het huidige beeld van het centrum is ontstaan in verschillende tijdsperiodes. De ruimtelijke consequenties van de verschillende ontwikkelingen zijn in de opbouw van het centrum nog steeds goed herkenbaar. In de negentiende eeuw boden het dempen van de stadsgracht, het slechten van de wallen en het slopen van de poorten ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De industrialisatie deed zijn intrede en daarmee nam ook de bevolking toe. De stad veranderde van een agrarische naar een industriële samenleving. Het stadsbeeld wijzigt ingrijpend. De spoorlijnen en de daaraan gelegen industrieën vormden de meest in het oog springende nieuwe ruimtelijke structuurelementen. De fabrieken ontwikkelden zich vanuit bestaande panden en vulden geleidelijk de open agrarische ruimte aan de achterzijden. Het historische stratenpatroon bleef in grote lijnen gehandhaafd. Fabrieksterreinen vormden omheinde enclaves in de stad. Fabrikanten bouwden hunvilla’s aan de Molenstraat. Woningbouw vond plaats door verdichting in de historische stadskern, verdichting in de oksels van het bestaande wegenpatroon en als lintbebouwing langs de radiale wegen en de oude landweggetjes rond de stad. Naast de industriële enclaves ontstonden ook religieuze enclaves. Onderhavig plangebied maakt deel uit van een dergelijke voormalige enclave. De enclaves zorgden voor een ontwikkelingsrichting die de groeiende stad volgden.

De zuidwaartse groei werd opgevangen door de paters Carmelieten die rond 1890 aan de Molenstraat ten zuiden van de spoorweg een kerk met klooster bouwden. Op dit punt bevond zich tevens de eindhalte van de tramlijn uit de richting van Veghel. In 1902 kwam Titus Brandsma in dit studiehuis studeren. Samen met margarinefabrikant Jurgens richtte hij in 1923 het Carmelcollege op, het huidige Titus Brandsmalyceum.

Het Carmelcollege, thans Titus Brandsma College, aan de Molenstraat (bron: Stadsarchief Oss)

2.2

Bestaande situatie

Het voorliggende plangebied (kadastraal bekend als gemeente Oss, Sectie E, nummer 4094) is gelegen aan de Molenstraat in het centrum van Oss. De Molenstraat is een oud bebouwingslint en vormt de zuidelijke toegang tot het centrumgebied. Aan deze straat zijn rond 1900 statige villa’s gebouwd. Deze bepalen voor een belangrijk deel het beeld van de straat. Aan de centrumzijde sluit het TBL aan bij de uitstraling van de rijke bebouwing.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 9 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Het TBL stamt zoals beschreven uit 1923. Het markante oude schoolgebouw aan de Molenstraat werd in 1926-1928 naast de toenmalige Villa Josina gezet. In 1953 is de villa gesloopt en het schoolgebouw uitgebreid. Grotere en kleinere uitbreidingen leidden in de loop van de afgelopen decennia tot het huidige gebouw, dat geschikt is voor 1300 middelbare scholieren. Naast reguliere klaslokalen beschikt het TBL over een dramalokaal, mediatheek, twee collegezalen, praktijkruimtes, een radiostudio en twee sportzalen. De buitenruimte bestaat uit een groot sportveld en ruimte voor fiets- en autoparkeren. Navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de huidige situatie van het plangebied.

Impressie TBL (bron: Google Maps)

Impressie plangebied (bron: kadastralekaart.nl)

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 10 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Hoofdstuk 3

Beoogde situatie

Voorliggend bestemmingsplan vormt, naast de conserverende bestemming van het TBL-complex, het juridisch kader voor een stadssportpark. Navolgende afbeelding toont een impressie van dit park (blauw omkaderd), waarna de ontwikkeling nader wordt omschreven.

Aangrenzend aan de nieuwe kunstgrasvelden (noord- en oostzijde) van het TBL is een stadssportpark beoogd. Hiermee wordt nieuwe verblijfskwaliteit toegevoegd aan het centrum van Oss. In combinatie met de ontwikkeling aan het Walkwartier zorgt deze ontwikkeling voor een impuls aan ruimtelijke kwaliteit. Het vormt een groen hart met een looproute van het centrum via het Berghkwartier naar het station. Zodoende is een belangrijke looproute beoogd met mogelijkheden voor sporten en bewegen. Het park is groen ingericht met verschillende sportelementen, zoals een pull up station, tafeltennistafel, calisthenics en sportkooi. Ten slotte zal ten westen van het stadssportpark ruimte zijn voor een bewaakte openbare fietsenstalling. Momenteel bevindt deze stalling zich aan de Oostwal. Door de samenwerking met TBL kan de stalling bij evenementen worden uitgebreid met een deel van de stalling voor de leerlingen. Navolgende afbeelding toont een impressie van het stadssportpark.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 11 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Impressie stadssportpark (bron: gemeente Oss).

Kleedlokalen Naast de ontwikkeling van het stadssportpark en de vernieuwing van de kunstgrasvelden (welke binnen het geldende bestemmingsplan kan worden voorzien) voorziet voorliggend plan ook in de realisatie van een kleedlokalenaccommodatie. Het gebouwtje is beoogd aan de zijde van de Carmelietenstraat, tussen het bestaande TBL-gebouw en de grasvelden. Navolgende afbeelding toont de beoogde locatie van de kleedlokalen. Het gebouwtje herbergt een viertal kleedkamers met bijbehorende (sanitaire) voorzieningen en opslagruimtes en is uitgevoerd in twee bouwlagen. Het gebouwtje wordt voorzien van een houten gevelbekleding.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 12 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Locatie beoogd kleedlokalengebouwtje (bron: VDL De Meeuw)

Impressie beoogde kleedlokalengebouwtje (bron: VDL De Meeuw)

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 13 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kostenverhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 14 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een stadssportpark en een kleedlokalengebouwtje. De kleedlokalen zijn niet openbaar toegankelijk, maar zijn specifiek bedoeld voor de leerlingen van het TBL. Daarmee is de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte reeds bepaald. Voor het openbaar park geldt dat geen sprake is van een stedelijke functie, zoals bedoeld in de Ladder voor de duurzame verstedelijking.

Een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is zodoende niet aan de orde. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.

Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 15 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 4.3

Provinciaal beleid

De Omgevingsvisie Noord-Brabant is momenteel van kracht. Daarnaast is er de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de Omgevingsvisie staat wat de provincie van belang vindt en hoe zij die belangen wil realiseren. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen.

4.3.1

Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 16 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht.

Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt het kader geboden voor de aanleg van een openbaar park en een kleedlokalengebouwtje. Onderhavige locatie is aan verschillende omgevingsaspecten getoetst. De conclusie is dat er sprake is van een aanvaardbaar plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. 4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 17 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Navolgend is de ligging van het plangebied binnen de verordening aangegeven. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode marker.

Uitsnede verbeelding kaart 3 ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Stedelijk gebied’ heeft. Hier gelden algemene regels voor de zorgplicht van de omgevingskwaliteit. Verder dient onderbouwd te worden dat een ontwikkeling past binnen de regionale afspraken (afdeling 5.4. Regionaal samenwerken) en dat er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling). Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor opvang van water; d. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. Voor onderhavig plan is het van belang dat het plangebied is aangeduid als 'stedelijk gebied’. Het provinciale beleid is er al decennia op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan.

Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 18 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijk gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Met de onderhavige ontwikkeling wordt een kleedlokalengebouwtjegerealiseerd op het huidige schoolterrein. Daarnaast wordt een deel van het schoolterrein ingericht als openbaar stadssportpark, waarmee verblijfskwaliteit wordt toegevoegd aan het centrum. Het plan is in lijn met het gestelde in het provinciaal beleid. 4.4

Gemeentelijk beleid

In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de ruimtelijke kaders die het gemeentelijk beleid stelt aan het voorliggende plan. 4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. Het centrum van de kern Oss is hét voorzieningencentrum voor de gemeente. De ambitie is dat het centrum op het gebied van de winkelvoorzieningen en non-profitvoorzieningen een steviger regionale positie krijgt. Om dit te bereiken wordt het centrum aantrekkelijker gemaakt en meer divers. De ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing wordt waar nodig aangepast, waarbij de bestaande relatieve kleinschaligheid leidraad is. Het centrum biedt een combinatie van winkels, horeca en culturele voorzieningen maar ook ruimte voor wonen en werken in een grotere ruimtelijke samenhang. De openbare ruimte van het centrum zal daarvoor over een groter gebied worden behandeld als een eenheid. Groene buitenruimten zijn een belangrijk onderdeel van het centrum van Oss. Deze ruimten zijn te beschouwen als openbare ‘tuinen’, vrij toegankelijke groene ruimten met een eigen karakter en een zorgvuldige inrichting omgeven door bebouwing.

Voorbeelden zijn het Jan Cunenpark, het Fraterspark, de begraafplaats en de groene ruimten aan de Kruisstraat. Met voorliggend plan wordt een kleedlokalengebouwtje gerealiseerd op het huidige schoolterrein. Daarnaast wordt een deel van het schoolterrein ingericht als openbaar stadssportpark, waarmee verblijfskwaliteit wordt toegevoegd aan het centrum. Laatstgenoemde was een voorstel uit de Structuurvisie. Daarmee wordt concreet beantwoord aan de visie. 4.4.2 Koers Stadshart Oss Op 15 december 2016 is de Koers Stadshart Oss vastgesteld door de Raad. In het koersdocument staat hoe wij als gemeente Oss, samen met ondernemers, inwoners en eigenaren, willen komen tot een vitaal en toekomstbestendig centrum van Oss: compact, vol verrassing en uitgesproken. De Koers formuleert hiervoor de hoofdopgaven, de strategische keuzen en de richtlijnen voor de uitwerking. Met de Koers willen we een richting uitzetten voor het centrum om duidelijkheid en vertrouwen te bieden aan investeerders, ondernemers, eigenaren en bewoners. De Koers is nadrukkelijk geen blauwdruk, maar een richtinggevend kader voor de nabije toekomst. De Osse Koers is er op gericht om een toekomstbestendig Stadshart Oss te houden. Een Stadshart dat compact is, vol verrassing en uitgesproken. Een Stadshart dat past bij Oss, bij de identiteit, DNA en behoeftes van Oss.

Passend bij de ontwikkelingen in detailhandel, horeca, kantoren en wonen. Passend bij de uitdagingen waarvoor middelgrote steden staan. De hoofdrichting van de Koers is vertaald in de vijf belangrijkste opgaven voor het centrum: - Compact centrum - Meer verrassing en beleving - Uitgesproken identiteit en authenticiteit

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 19 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

-

Parkeren en bereikbaarheid Revitalisering De Wal en omgeving

Het onderhavige plangebied komt nadrukkelijk naar voren in het koersdocument. Meer groen in de stad verhoogt de sfeer en de belevingswaarde. Een manier om dit te doen, zoals opgenomen in het document, is om bestaande groenvoorzieningen (zoals het TBL-terrein) openbaar te maken en daarbij aanloopstraten te vergroenen. Voorliggend plan is daarmee een concrete uitwerking van de beoogde koers.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 20 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Hoofdstuk 5 5.2

Omgevingsaspecten

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus.

Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Deze vrijstelling geldt alleen voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeft ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Hiervoor moet dus wel een berekening worden gemaakt.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 21 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

5.2.2.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. 5.2.2.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. In het kader van voorliggende ontwikkeling is voorzien in een stikstofberekening voor de aanleg- sfase. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting (kenmerk: 20230063.v03; 16 juli 2025). Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat er geen depositie plaatsvindt, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Voor wat betreft soortenbescherming kan worden gesteld dat het stadssportpark en het kleedkamergebouwtje zullen wordt gerealiseerd op gronden die nu behoren tot het schoolterrein. De bestaande bomen en het groen worden geïntegreerd in het plan voor het stadssportpark. Zodoende is het zaak dat er met de werkzaamheden rekening gehouden wordt met de broedperiode en de zorgplicht. In het kader van de uitvoering zal desalniettemin worden voorzien in een quick scan, Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. 5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 22 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel).

In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

5.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het bestemmingsplangebied deels in de historische kern van Oss. Deels ligt het binnen een gebied met een hoge verwachtingswaarde (bebouwd gebied, overig stedelijk). Een klein deel van het gebied is verstoord (bestaande hoofdgebouw). Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan respectievelijk 50 m² (historische kern) of 100 m² (hoge verwachtingswaarde, bebouwd gebied, overig stedelijk). Volgens het beleid van de gemeente Oss moet er – binnen het bebouwd gebied, overig stedelijk – dan wel sprake zijn van een groter aaneengesloten onverstoord gebied. Dat is hier echter niet het geval. Toetsing van de plannen In het oostelijke deel van het plangebied, waar het stadssportpark en het kleedlokalengebouwtje worden gerealiseerd, is al in 2009 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (ACVU-HBS. Notitie 203, zie bijlage). Op basis van dit onderzoek is toentertijd geconcludeerd: Uit deze boringen is gebleken dat de bodem binnen vrijwel het gehele plangebied verstoord is tot (diep) in de C-

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 23 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

horizont. Als gevolg van deze verstoring worden er geen intacte archeologische waarden meer verwacht binnen het plangebied. Vanwege de mate van verstoring van de bodem binnen het plangebied luidt het advies om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit advies wordt onderschreven door het bevoegd gezag. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaardbestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het gebied dat nog niet onderzocht is een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie historische kern’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. 5.3.4

Cultuurhistorie

Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.

De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 24 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.

Het TBL is een monumentaal gebouw. De ontwikkelingen die zijn beoogd (kleedlokalengebouwtje en stadssportpark) vormen geen aantasting van het monumentale karakter van het terrein. het stadssportpark versterkt de verblijfskwaliteit van deze binnenstedelijke locatie, waarin ook de monumentaliteit van het TBL tot uitdrukking komt. 5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer In juli 2023 is de Koersnota Mobiliteit Oss vastgesteld. In de nota omschrijft het college in grote lijnen hoe het de komende jaren met verkeer en mobiliteit in de stad wil omgaan. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen Voorliggend plan heeft geen extra verkeersbewegingen tot gevolg.Het stadssportpark is enkel voor langzaamverkeer bedoeld en leidt zodoende niet tot extra verkeersbewegingen van gemotoriseerd verkeer. 5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen Oss 2023’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. In de regels van het bestemmingsplan zijn de parkeernormen opgenomen. De parkeernormen van de gemeente Oss zijn gebaseerd op de kencijfers van het CROW. Met voorliggend plan wordt de parkeersituatie ter plaatse verbeterd. Er worden maximaal 43 parkeerplaatsen gerealiseerd aan de zuidoostzijde van het TBL-terrein. Deze parkeerplaatsen zijn uitsluitend bestemd voor medewerkers van het TBL. Hiermee wordt voorkomen dat zij elders in het centrum dienen te parkeren. In de huidige situatie is er namelijk beperkt parkeren op het eigen terrein.

Zodoende verbetert de situatie met betrekking tot parkeren aanzienlijk met voorliggende ontwikkeling, ondanks dat er aan de capaciteit van het TBL niets verandert met deze ontwikkeling. 5.5

Water

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 25 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGRP een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen.

De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.

Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 26 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3.

Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. 5.5.2

Watertoets

Met voorliggende ontwikkeling is sprake van een toename aan verharding, te weten door de aanleg van een parkeerterrein. Materiaal gebruik Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. Hemelwater De gemeente Oss heeft het beleid dat, ongeacht de bestaande situatie, alle toekomstige verharding gecompenseerd moet worden. In de nieuwe situatie is er zoals gesteld sprake van toename aan verharding. De gemeente Oss heeft als eis 25 mm per m2 te bergen. Uitgangspunt is dat het hemelwater in de toekomstige situatie op eigen terrein geborgen wordt. Bij het aanvragen van de vergunning wordt de exacte voorziening uitgewerkt (op basis van verhard oppervlak zoals opgenomen in het bouwplan). Afvalwater Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater. Het afvalwater wordt aangesloten op het bestaande riool.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 27 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

5.6

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

Sporthal TBL Oss - 2023, pag. 28 van 41 Vastgesteld 23 oktober 2025

5.7

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: - Bedrijven en milieuzonering - Bodem - Externe veiligheid - Geurhinder: agrarisch - Geur: industrieel - Luchtkwaliteit - Straling - Weg-, spoor-, en industrielawaai - Gezondheid - Spuitzones 5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Met voorliggend plan wordt er niet voorzien in hinderveroorzakende of hindergevoelige functies.

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Met de aanleg van het stadssportpark zijn grondroerende werkzaamheden gemoeid. In dat kader is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, welke als bijlage is toegevoegd aan voorliggende toelichting (Milon, projectnummer: 20231490, 17 november 2023). Ter plaatse van het sportveld van de school zijn tijdens de werkzaamheden bijmengingen van sintels, baksteen en metaal waargenomen. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. De bodem voldoet op basis van de PFAS-gehalten aan de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties molybdeen en naftaleen aangetoond. De doorlatendheid van de onderzochte bodemlagen wordt beoordeeld als matig tot goed doorlatend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8042281c-21d9-4593-a61a-8dbd23ec754a