BP Meanderende Maas - Toelichting.PDF
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting
PROJECT
Meanderende Maas PLANUITWERKING
28 november 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie Referentie (MM)
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Planuitwerking Meanderende Maas Stuurgroep Meanderende Maas
Bestemmingsplan - Toelichting Definitief 3.0 28 november 2022 WSD.2.9/22-017.215 WSD.2.9-0077
124679-WSD.2.9 R. Lohrman Ir. J.T. Bresters
Mr. A.R. van Driel Mr. E. Buwalda R. Lohrmann
Paraaf
Adres
Ingenieursteam Meanderende Maas Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 71 52
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
0
VOORWOORD
7
0.1
Inleiding
7
0.1.1 0.1.2
Over het project Meanderende Maas Beschrijving van het projectgebied
7 8
0.2
Voorgeschiedenis project en te volgen procedures
9
0.3
Het voornemen
11
1
INLEIDING
15
1.1
Aanleiding
15
1.2
Doelstelling project
15
1.3
Ligging projectgebied
16
1.4
Vigerende planologisch kader
16
1.5
Bestemmingsplan en gecoördineerde besluitvorming
19
1.6
Leeswijzer
19
2
BESCHRIJVING PROJECTGEBIED
20
2.1
Huidige situatie
20
2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4
21 22 22 23
2.2
Deelgebieden Lelyzone Ossekamp en oeverzone Megen De Waarden Diedensche Uiterdijk
Toekomstige situatie
24
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4
24 26 27 29
Lelyzone Ossekamp Oeverzone Megen Lelyzone en Meander De Waarden Diedensche Uiterdijk
3
WETTELIJK KADER EN BELEIDSKADER
33
3.1
Rijk
33
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
33 34 35 36
3.2
3.3
Provincie
37
3.2.1 3.2.2 3.2.3
37 38 38
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas
Gemeente
39
3.3.1
39
Structuurvisie Buitengebied Oss
4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
41
4.1
M.e.r.-(beoordelings)plicht
41
4.1.1
42
4.2
4.3
Rivierkunde
46
4.2.1 4.2.2 4.2.3
46 47 50
4.7
4.8
4.9
Toetsingskader Toetsing Conclusie
51 51 57 57
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Natuur 4.5.1 4.5.2 4.5.3
4.6
51
Bodem 4.4.1 4.4.2 4.4.3
4.5
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Water 4.3.1 4.3.2 4.3.3
4.4
Samenvatting conclusies MER
57 58 60 61
Toetsingskader Toetsing Conclusie
61 62 68
Landschap
68
4.6.1 4.6.2
68 70
Toetsing Conclusie
Cultuurhistorie en aardkundige waarden
70
4.7.1 4.7.2 4.7.3
70 71 71
Toetsingskader Toetsing Conclusie
Archeologie
71
4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.8.4
72 72 75 75
Toetsingskader Referentiesituatie Toetsing Conclusie
Woon- en leefklimaat
75
4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.9.4
76 78 79 81
Geluid Luchtkwaliteit Verkeer Externe veiligheid
4.10
4.11
Kabels en Leidingen
82
4.10.1 4.10.2 4.10.3
Toetsingskader Toetsing Conclusie
82 82 83
Ontplofbare oorlogsresten (OO)
83
4.11.1 4.11.2 4.11.3
83 83 86
Toetsingskader Toetsing Conclusie
5
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
87
5.1
Algemeen
87
5.1.1 5.1.2 5.1.3
87 87 88
Wat is een bestemmingsplan? Over bestemmen en aanduiden Hoofdstukopbouw van de regels
5.2
Dit bestemmingsplan
88
5.3
Toelichting op de regels
88
5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
88 89 90 92
Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
6
UITVOERBAARHEID
93
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
93
6.2
Economische uitvoerbaarheid
94
6.2.1 6.2.2
94 95
Financiering en grondverwerving Schadevergoeding
6.3
Handhaafbaarheid
96
7
PROCEDURE
97
7.1
Inleiding
97
7.2
Ontwerpfase
97
7.2.1 7.2.2
97 98
Vooroverleg Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
7.3
Vaststellingsfase
98
7.4
Beroepsfase
98
Laatste pagina
98
Bijlage(n) I
MER 2e fase Meanderende Maas
II
Ruimtelijke inrichtingskaart
III
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld
IV
Analyse Luchtkwaliteit
V
Kaarten kabels en leidingen
VI
Onderzoek NGE
VII
Participatieverslag
VIII
Watertoets
Aantal pagina's
0 VOORWOORD In dit voorwoord is een algemene projectbeschrijving van het gehele, integrale, project Meanderende Maas opgenomen. Deze beschrijving is opgenomen om inzicht te bieden in het hele project en welke werkzaamheden/activiteiten daartoe behoren. Niet alle werkzaamheden/activiteiten voor dit gehele project landen in voorliggend bestemmingsplan. Vanaf hoofdstuk 1 is toegespitst op de werkzaamheden die voor dit bestemmingsplan van belang zijn.
0.1
Inleiding
0.1.1
Over het project Meanderende Maas
Dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling Het project Meanderende Maas gaat de historische Maasdijk tussen vestingstadje Ravenstein en de stuw bij Lith aan de Brabantse zijde versterken, de Maas meer ruimte geven en het gebied ontwikkelen. Concrete aanleiding voor het project Meanderende Maas is dat de dijk aan Brabantse zijde van dit riviertraject niet voldoet aan de veiligheidsnormen. In het Hoogwaterbeschermingsprogramma is het dijktraject RavensteinLith daarom opgenomen als één van de top 14 meest urgente dijktrajecten om te versterken. De Maasdijken aan de Gelderse zijde van dit traject hebben geen hoogte- en/of versterkingsopgave en aanpassingen aan de dijk zijn daarom niet aan de orde op dit moment. Het buitendijkse gebied aan de Gelderse zijde is wel onderdeel van het project. Een combinatie van dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsgerichte maatregelen draagt substantieel bij aan de waterveiligheid. Bovendien levert dit mogelijkheid tot samenwerking op met ambities en opgaven van de partners, bijvoorbeeld op het gebied van economie, recreatie en ecologie. De kracht zit in de combinatie van robuuste maatregelen dicht bij de Maas en het herstellen van de landschappelijke en natuurlijke betekenis van de oude natuurlijke meanders.
In het project werken waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, provincies Noord-Brabant en Gelderland, gemeenten Oss, West Maas en Waal en Wijchen, Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten samen. Integrale aanpak Meanderende Maas Het project Meanderende Maas heeft als belangrijkste doel om de waterveiligheid in het gebied tussen Ravenstein en Lith te vergroten door dijkversterking over een lengte van 26,6 km en door waterstandsverlaging. Zo worden de 270.000 bewoners in de Regio Oss – Den Bosch en economische waarden beter beschermd tegen overstromingen. Daarnaast worden de gebiedskwaliteiten versterkt en de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling benut. Om dit te realiseren wordt een combinatie van dijkversterking, rivierverruiming en uiterwaardinrichting gerealiseerd. Het project bevindt zich in de fase van planuitwerking, dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 0.2.
7 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
0.1.2
Beschrijving van het projectgebied
Noordelijk van de Maas ligt het projectgebied in de provincie Gelderland en de gemeente West Maas en Waal. Zuidelijk van de Maas is het projectgebied in de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss gelegen. Het projectgebied begint waar de Maasdijk de A50 kruist bij Ravenstein en volgt de Maas tot de stuw bij Lith (zie afbeelding 0.1). Het bestaat uit de volgende onderdelen: 1 de Maasdijk aan de Brabantse zijde van de A50 tot de stuw bij Lith met een beschermingszone die varieert van 60 tot 225 m; 2 het buitendijkse gebied aan Brabantse zijde vanaf de Middelwaard tot aan de stuw bij Lith; 3 het buitendijkse gebied aan Gelderse zijde vanaf de spoorbrug bij Ravenstein/Niftrik tot aan de stuw bij Alphen/Lith. Het projectgebied heeft een omvang van circa 2.650 ha. Het dijktraject aan de Brabantse zijde heeft een lengte van 26,6 km (zie afbeelding 0.1).
Afbeelding 0.1 Projectgebied Meanderende Maas
In afbeelding 0.2 is in hoofdlijnen aangegeven waar maatregelen in de uiterwaarden zijn voorzien en door wie deze worden gerealiseerd.
8 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 0.2 Maatregelen in de uiterwaarden
Bij de indeling van de deelgebieden is onderscheid gemaakt in ‘het werk’ en ‘zelfrealisatie'. Het werk (lichtgroen) betreft de maatregelen die door het project worden gerealiseerd en waarvoor nu diverse besluiten en vergunningen worden voorbereid. Zelfrealisatie betekent dat de huidige eigenaar of een nieuwe eigenaar van de betreffende gebieden de maatregelen voor de natuurontwikkeling uit het ontwerp zal gaan uitvoeren. Dat is inclusief het doorlopen van de benodigde procedures voor bijvoorbeeld het verkrijgen van benodigde vergunningen. Het gaat binnen project Meanderende Maas om de kernen van de Ossekamp, De Waarden en een deel van de Diedensche Uiterdijk (oranje gebieden). De gebieden zijn nu nog in eigendom van particulieren. Voorliggend MER heeft betrekking op de dijkversterking en op de in oranje en groen aangeduide deelgebieden. De Oeverzone Diedensche Uiterdijk en de uiterwaarden bij Demen Dieden, in eigendom van Natuurmonumenten, zijn ook zelfrealisatiegebieden Hiervoor zijn de vergunningen al verleend en de verlaging van de uiterwaard, realisatie van (neven)geulen, in combinatie met kleiwinning zijn al in uitvoering. De ontwikkeling van deze gebieden is in dit MER als ‘autonome ontwikkeling’ beschouwd (zie paragraaf 5.3).
In donkergroen is een gebiedje aangeduid dat onderdeel is van de Oeverzone Diedensche Uiterdijk (zelfrealisatie), waar het project Meanderende Maas maatregelen voorziet voor een goede aansluiting tussen de projecten (overlap). Op de website van Meanderende Maas (www.meanderendemaas.nl) is meer informatie beschikbaar over de aanleiding en voortgang van het project. De website bevat ook het laatste nieuws, veel gestelde vragen en achtergrondinformatie in de vorm kaarten, verslagen en rapporten.
0.2
Voorgeschiedenis project en te volgen procedures
Het project Meanderende Maas volgt de MIRT-systematiek. Het MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het MIRT is een investeringsprogramma van het Rijk. Het MIRT bevat projecten en programma’s waarbij het Rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland. De gebiedsagenda voor dit omvangrijke project vormt hierbij een belangrijke onderlegger. De MIRT-systematiek kent drie fasen: de Verkenningsfase, de Planuitwerkingsfase en de Realisatiefase. Het project bevindt zich nu in de planuitwerkingsfase. Onderstaand wordt ingegaan op de verkennings- en planuitwerkingsfase.
9 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Vooruitlopend op de Omgevingswet is een uitgebreid participatietraject ingericht, waarbij in iedere fase afstemming met de omgeving heeft plaatsgevonden. Verkenningsfase In 2017 is de verkenningsfase van project Meanderende Maas gestart. Daarin is uit zes mogelijke alternatieven en uitwerking van twee kansrijke alternatieven een voorkeursalternatief samengesteld, dat voldoet om de waterveiligheid op orde te krijgen en daarnaast de kansen heeft ingevuld voor de integrale ontwikkeling van het winterbed van de rivier maar ook de ruimtelijke kwaliteitskaders langs en nabij het dijktraject. Ook is een milieueffectrapport 1e fase (planMER) opgesteld. Het voorkeursalternatief is in nauwe samenwerking met het gebied uitgewerkt, heeft daardoor een breed draagvlak en past binnen de beschikbare budgetten van de tien partners. Daarom heeft de Stuurgroep Meanderende Maas het voorkeursalternatief, na consultatie bij de partners, in december 2019 vastgesteld. Het voorkeursalternatief is planologisch geborgd via een interprovinciale structuurvisie. De verkenningsfase is afgesloten met het nemen van een voorkeursbeslissing door de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 10 juli 2020. Planuitwerkingsfase Met de voorkeursbeslissing en de ondertekening van een bestuursovereenkomst is de volgende fase van het project Meanderende Maas ingegaan: de planuitwerking.
In de planuitwerkingsfase is het voorkeursalternatief nader onderzocht en verder uitgewerkt tot Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO). Dit DO is vertaald in een aantal ontwerpbesluiten en vergunningen, en er is een MER 2e fase (projectMER) opgesteld. Het project Meanderende Maas is een integraal project, waarover diverse instanties een besluit moeten nemen. De dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling vallen binnen verschillende programma’s/ beleidskaders en kennen hun eigen doelen. Daarom worden er meerdere besluiten genomen door meerdere bevoegde gezagen. De ‘hoofdbesluiten’ worden gecoördineerd in procedure gebracht. Het gaat om: 1 MER 2e fase voor het totaalplan; 2 projectplan Waterwet voor de dijkversterking; 3 projectplan Waterwet voor de rivierverruiming en KRW; 4 herziening bestemmingsplan buitengebied Oss Meanderende Maas (deel uiterwaarden) en omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan buitengebied Oss (deel dijk); 5 omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan gemeente West Maas en Waal; 6 ontgrondingsvergunning provincie Noord-Brabant; 7 ontgrondingsvergunning provincie Gelderland; 8 vergunning Waterwet voor onderdelen die niet met een projectplan kunnen worden vastgelegd; 9 ontheffing Wet natuurbescherming; 10 omgevingsvergunningen kappen.
De ontwerpbesluiten/-vergunningen en het MER 2e fase liggen gelijktijdig ter inzage (gecoördineerde procedure). In de periode dat het MER en de ontwerpbesluiten/-vergunningen ter inzage liggen, wordt ook advies ingewonnen bij de Commissie voor de m.e.r., BrabantAdvies en de andere wettelijke adviseurs. De provincie Noord-Brabant is coördinerend bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. Op basis van de zienswijzen en adviezen wordt vervolgens van Nota van Antwoord opgesteld. Daarna kunnen de besluiten definitief worden vastgesteld. Parallel daaraan wordt de realisatiefase voorbereid, waarin (onder andere) grondverwerving plaatsvindt en uitvoeringsvergunningen (bijvoorbeeld voor verlegging van kabels en leidingen) worden aangevraagd. De start van de uitvoering is voorzien in augustus 2023. Dit document betreft de toelichting behorende bij herziening van het bestemmingsplan van het buitengebied Oss (deel uiterwaarden). Herziening van het bestemmingsplan buitengebied Oss (deel uiterwaarden) en omgevingsvergunning voor dijkversterking Om de maatregelen in de uiterwaarden te kunnen realiseren, is een herziening nodig van het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Oss. Voor de aanpassingen aan de dijk worden de afwijkingen van het bestemmingsplan geregeld in een omgevingsvergunning. Bevoegd gezag is in beide gevallen de gemeente Oss.
10 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 0.3 Plangebied herziening bestemmingsplan Oss (lichtroze)
0.3
Het voornemen
In hoofdstuk 0.1 is aangegeven dat het project Meanderende Maas in meerdere besluiten wordt ‘geregeld’. Om het betreffende deelbesluit in de context van overige besluiten te kunnen positioneren, leest u in dit hoofdstuk een beschrijving van het totale project Meanderende Maas. Gedetailleerde informatie is te vinden in de projectplannen Waterwet . De integrale aanpak van project Meanderende Maas maakt het mogelijk om te investeren in waterveiligheid en de kwaliteit van natuur en landschap, waardoor een ecologisch, economisch en sociaal vitaal gebied ontstaat. Het gebied vormt in de toekomst een karakteristiek en aantrekkelijk dijkenlandschap met de tuimel- en bomendijk bij de historische kernen, afgewisseld met een moderne gronddijk. In de uiterwaarden ligt de deels herstelde oude Maasloop geflankeerd door rietmoeras en ooibos. Veilige en herkenbare dijken Het ontwerp voor de dijk bestaat uit een afwisseling tussen tuimeldijk en moderne gronddijk, waarbij over een groot deel van het traject constructies noodzakelijk zijn. Een tuimeldijk is een dijk die aan de rivierzijde tegen de oude dijk aan ligt en is hoger dan een moderne gronddijk. Vaak ligt er een fietspad op de tuimeldijk. Een moderne gronddijk is een klassieke dijk met één weg erbovenop voor auto’s, fietsers en wandelaars. Daarnaast kunnen in de dijk verschillende constructies aangebracht worden om falen te voorkomen.
Het soort constructie dat aangebracht wordt is afhankelijk van de aanwezige ruimte en het soort faalmechanisme. Een voorbeeld van een constructie is een damwand om bijvoorbeeld piping of afschuiving te voorkomen. Binnen het project Meanderende Maas zijn 11 dijksecties onderscheiden. Per sectie is het type dijk, het hoogtetekort en de maatregelen voor stabiliteit en piping bepaald. Daarbij zijn de volgende punten van toepassing: 1 de tuimel- en bomendijk bevindt zich nabij de historische kernen. Het is logisch om voort te bouwen op deze bestaande situatie met tuimeldijken, waarmee de bestaande bomenstructuur behouden blijft; 2 in de gebieden waar bebouwing aan de binnenzijde ontbreekt, veelal bij de grote meanderlobben, ligt een moderne gronddijk;
11 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
3
vestingstad Ravenstein, als gezicht aan de Maas en onderdeel van de Zuiderwaterlinie, is een bijzondere plek met een bijzondere waterkering. De kademuur vergroot de herkenbaarheid van het vestingkarakter van Ravenstein door de scherpe grens te benadrukken van binnen- en buiten de vesting.
Winterbedmaatregelen en invulling van natuur- en ruimtelijke kwaliteitswaarden De winterbedmaatregelen zorgen voor een substantiële waterstandsdaling, bieden compensatie van buitendijkse dijkversterking en beheerruimte voor natuur, dragen bij aan de versterking van natuur en landschap (Natuurnetwerk Brabant (NNB), Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Kaderrichtlijn Water (KRW)) en leveren grond voor de dijkversterking. De natuur in de uiterwaarden aan de Brabantse zijde wordt ingericht volgens de natuurambitie van Natuurnetwerk Brabant; met rivier- en moeraslandschap met een breed en samenhangend scala aan natuurtypen, zoals stroomdalgrasland, rietmoeras, struweel, ooibos en open water, veelal in meanders en geulen. In het ontwerp van de rivier zijn in hoofdlijnen de onderstaande maatregelen opgenomen: Algemeen 1 de Lelyzones ter hoogte van Ossekamp, De Waarden, Megen en Maasbommel worden met circa 1 meter verlaagd tot +5,4 m NAP. In deze zones worden geïsoleerde KRW-geulen gerealiseerd. Totaal wordt er in het projectgebied meer dan 9 km KRW-geul gerealiseerd; 2 de uiterwaarden in de deelgebieden zijn integraal verlaagd tot een zone van 70 m vanaf de dijk.
Hierbij wordt maaiveldvolgend afgegraven; 3 de oevers van de geulen worden natuurvriendelijk ingericht volgens de principes van NNB, GNN en KRW; 4 in elk deelgebied worden hoogwatervluchtplaatsen gecreëerd; 5 In het gebied worden diverse recreatieve voorzieningen en routenetwerken gerealiseerd: gebiedsentrees, struinpaden, wandelpaden, een uitkijktoren en vogelhutten (zie kaart bijlage II). Noord-Brabant 1 Demen-Dieden en Oeverzone Diedensche Uiterdijk; de inhoud van dit deel is conform de plannen die Natuurmonumenten en haar partners voor dit gebied hebben voorbereid en aan het uitvoeren zijn; 2 Diedensche Uiterdijk: De oude Maasloop wordt weer herkenbaar gemaakt door een aaneenschakeling van geulen, poelen en plassen. Rondom is ruimte voor rietmoeras; 3 De Waarden: de oude Maasloop wordt hersteld en bevaarbaar. Daarnaast wordt het gebied tot de veiligheidszone van de dijk maaiveldvolgend afgegraven. Er is ruimte voor ooibosontwikkeling in de stroomluwe delen en recreatieve voorzieningen; 4 de inrichting van de uiterwaarden Diedensche Uiterdijk, Ossekamp en De Waarden bestaat uit rivier- en moerasnatuur, met in de stroomluwe delen ruimte voor bos. Er is in het totale projectgebied ruimte voor circa 90 ha ooibos en circa 50 ha rietmoeras; Gelderland 1 bij Maasbommel West wordt een 1,5 km lange geïsoleerde KRW-geul gerealiseerd.
Hier wordt ook een fietspad aangelegd; 2 rondom de huidige geïsoleerde KRW-geul in Maasbommel Oost wordt het maaiveld ontgraven tot 0,5m boven stuwpeil (NAP +5,4m).. 3 bij Appeltern wordt het maaiveld van de oever aan de Gelderse zijde van de Maas nabij rivierkilometer 190 over een lengte van circa 400 m verlaagd tot een hoogte van NAP +5,4m.
12 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 0.4 Ruimtelijke inrichtingskaart definitief ontwerp Rivier. Een grotere kaart is te vinden in bijlage II
Bovenstaand pakket maatregelen zorgt voor een forse bijdrage aan het streven naar substantiële waterstandsdaling en draagt bij aan de doelen die voor het gebied zijn gesteld voor onder andere ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en duurzaamheid. Uitvoering van het project Voor de dijkversterking en rivierverruiming wordt grond ontgraven en opgebracht. In totaal bedraagt het grondverzet voor de dijk circa 1,3 miljoen m3 en voor de rivier 3,4 miljoen m3 . Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk gebiedseigen grond te (her)gebruiken. De ontgraven grond wordt deels in tijdelijke grondopslag geplaatst alvorens het via bouwwegen richting een laad-loslocatie getransporteerd wordt. Hiervoor worden tijdelijke grondopslaglocaties in de uiterwaarden ingericht, zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 0.5 Locaties bouwwegen (blauwe stippellijnen) en tijdelijke grondopslag (groene vlakken)
In en vanuit het gebied zullen veel transporten van grond plaatsvinden. Een deel van de afgegraven grond wordt binnen het project toegepast (in de dijkversterking). De afzet van de grond gaat per schip, waarbij verlading plaats vindt met een drijvende laadbrug. Voor het lossen van damwanden kan een tijdelijke kade worden gebruikt met een aansluitend opslagterrein. Uitgangspunt is nu dat de damwanden per schip naar de haven van Oss worden vervoerd en vanaf de haven per vrachtwagencombinatie naar het werk vervoerd. Daarnaast worden binnen- en buitendijks bouwwegen aangelegd om de grond te vervoeren. Deze worden parallel aan de dijk gelegd, met korte oversteken over de dijk. Het ontwerp wordt gefaseerd uitgevoerd. Na de vaststelling van het Projectplan en het verkrijgen van de benodigde vergunningen, toestemmingen en ontheffingen starten de werkzaamheden, naar verwachting medio 2023. De werkzaamheden aan de dijk duren ruim 2 jaar en de werkzaamheden aan de Rivier- en Uiterwaard aan Brabantse zijde duren 5 jaar, beide starten medio 2023. Demen-Dieden wordt bijvoorbeeld reeds uitgevoerd. De bouwfasering wordt trajectgewijs (als ‘treintje’) uitgevoerd, met als doel om de overlastperiode voor de omwonenden zo kort mogelijk te houden (maanden in plaats van jaren), zie onderstaande afbeelding.
13 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 0.6 Fasering en volgorde werkzaamheden aan de dijk op hoofdlijnen
Einde van de algemene integrale projectbeschrijving. Verdere hoofdstukken gaan in op de werkzaamheden die relevant zijn/planologisch mogelijk worden gemaakt middels voorliggend bestemmingsplan.
14 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
Het gehele project ‘Planuitwerking van de Meanderende Maas Ravenstein - Lith‘ behelst de planuitwerking van 26,6 km versterking van de dijk tussen Ravenstein en Lith, het treffen van rivierverruimende maatregelen in de Maas-uiterwaarden tussen genoemde plaatsen (aan Brabantse en Gelderse zijde) en het realiseren van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) door ontwikkeling van een grote eenheid rivier- en moeraslandschap en het realiseren van doelen vanuit de Kaderrichtlijn water (KRW)- en Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). De dijkversterking tussen Ravenstein en Lith en de maatregelen in de uiterwaarden van de Maas worden mogelijk gemaakt door twee projectplannen Waterwet. De beoogde maatregelen in de uiterwaarden – aan de Brabantse zijde in de gemeente Oss - passen (deels) niet in het vigerend planologische kader. Voor deze ontwikkelingen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Doelstelling project
Binnen project Meanderende Maas is met de bestuurlijke partners een doelstelling vastgelegd om een waterstandverlaging van 14 cm op rivierkilometer (rkm) 184 op de Maas bij een afvoer van 4118 m³/sec. te Borgharen te realiseren. Deze waterstandsdaling wordt in totaal bereikt middels a de opgenomen maatregelen in het projectplan Waterwet voor de rivierverruiming en KRW; b de - reeds vergunde - ontwikkeling Demen-Dieden en Oeverzone Diedensche Uiterdijk (zie paarse gebieden in afbeelding 0.2) en c de gewenste zelfrealisatie ontwikkeling in deelgebieden (zie oranje gebieden in afbeelding 0.2). In een watervergunning die parallel/gecoördineerd aan/met het projectplan Waterwet wordt aangevraagd, worden de voorziene vegetatie-elementen (in de gebieden buiten de KRW-geulen en Lelyzones; onder meer de ontwikkeling van ooibos) meegenomen; de invloed daarvan op het waterstandseffect is integraal meegenomen in de rivierkundige berekeningen. Een mogelijke zelfrealisatie (hiervoor onder c. bedoeld) draagt slechts in beperkte mate bij aan de totale waterstandsdaling. Berekend is dat ook zonder deze zelfrealisatie de doelstelling van 14 cm waterstandsverlaging wordt bereikt. De ontwikkeling van de zelfrealisatiegebieden zal via aparte procedures gerealiseerd worden, eventuele benodigde vergunningen (bijvoorbeeld watervergunning, omgevingsvergunning) worden door derden aangevraagd.
Voorliggende herziening van het bestemmingsplan buitengebied Oss houdt ruimte om, onder voorwaarden, mogelijk toekomstige aanvragen in de zelfrealisatiegebieden toe te staan én is er op gericht om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. In de bestuursovereenkomst is vastgelegd dat partijen zich zullen inspannen om tot ontwikkeling van de zelfrealisatiegebieden te komen, om zo de beoogde inrichting van het volledige projectgebied gerealiseerd te krijgen. In de interprovinciale structuurvisie Meanderede Maas is het streefbeeld voor het hele projectgebied ook vastgelegd, toekomstige initiatieven worden getoetst aan de beoogde functie en inrichting van de uiterwaarden.
15 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Het versterken van primaire keringen gebeurt op basis van het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Daartoe wordt voor Meanderende Maas een afzonderlijk projectplan waterwet Dijkversterking opgesteld.
1.3
Ligging projectgebied
Op afbeelding 1.1 is het projectgebied, dat volledig binnen de gemeente Oss ligt, voor dit bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied beslaat een deel van de Brabantse Maas-uiterwaarden ten oosten en westen van het stadje Megen. Deze uiterwaarden staan ook bekend onder de namen: Diedensche Uiterdijk, De Waarden en Ossekamp.
Afbeelding 1.1 Projectgebied Bestemmingsplan (lichtroze)
Voor een deel van het projectgebied geldt dat de beoogde ontwikkeling planologisch gezien al mogelijk is (binnen de geldende bestemming ‘natuur'). Om versnippering van plannen te voorkomen en uniformiteit te bieden voor het hele projectgebied is ervoor gekozen alle gronden voor natuurontwikkeling en rivierverruiming in dit bestemmingsplan op te nemen. Voor een deel van de gronden geldt dus dat dit bestemmingsplan vooral consoliderend is, met mogelijk wat aanscherpingen bij de bouwregels. Dit is in de volgende paragraaf toegelicht.
1.4
Vigerende planologisch kader
Het projectgebied ligt binnen de volgende vastgestelde bestemmingsplannen en besluiten: 1 voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters d.d. 16 februari 2022; 2 voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss d.d. 15 februari 2022; 3 bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 van de gemeente Os d.d. 16 april 2020; 4 parapluplan geitenhouderijen 2019 d.d. 5 maart 2020.
16 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
De voorbereidingsbesluiten hyperscale datacenters en huisvesting arbeidsmigranten Oss en het parapluplan geitenhouderijen 2019 bevatten geen relevante regels voor onderhavig planvoornemen en worden niet verder behandeld. Buitengebied Oss 2020 Op afbeelding 1.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 ter plekke van het projectgebied weergegeven. Ter plaatse van het projectgebied gelden de volgende bestemmingen en gebieds- en functieaanduidingen: 1 agrarisch met waarden - Landschap en natuur; 2 natuur; 3 recreatie - Dagrecreatie; 4 verkeer - Verblijf; 5 water; 6 dubbelbestemming Waarde- archeologie verwachtingswaarde hoog; 7 dubbelbestemming Waarde - archeologie verwachtingswaarde middelhoog; 8 dubbelbestemming Waarde - archeologie monument; 9 dubbelbestemming Waterstaat - stroomvoerend rivierbed; 10 dubbelbestemming Waterstaat - waterbergend rivierbed; 11 dubbelbestemming Waterstaat - waterkering; 12 gebiedsaanduiding Overige zone - beperking veehouderij; 13 gebiedsaanduiding Overige zone - dijkzone woningen; 14 gebiedsaanduiding Overige zone - groenblauwe mantel; 15 gebiedsaanduiding Overige zone - uiterwaarden; 16 gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - dijk; 17 gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - molenbiotoop; 18 gebiedsaanduiding Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1; 19 functieaanduiding Jachthaven.
Afbeelding 1.2 Uitsnede projectgebied binnen bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020
Enkelbestemming ‘agrarisch met waarden - landschap en natuur’ (artikel 4) Binnen deze bestemming is voor wat betreft natuurontwikkeling het volgende mogelijk: ontwikkeling, behoud en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en natuurwaarden, waaronder bakenbomen, en natuurontwikkeling in de vorm van een natuurvriendelijke oever binnen 10 m van de bestemmingen ‘Water’ of in de vorm van natuurstroken op of bij perceelsranden. Voor de gronden waar
17 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
natuurontwikkeling is voorzien, mag geen agrarisch grondgebruik meer plaatsvinden. Daarom worden deze gronden middels dit bestemmingsplan deels omgezet naar de bestemming ‘natuur’. Voor een ander deel (gebieden waar zelfrealisatie wordt beoogd) geldt dat de huidige (agrarische) bestemming behouden blijft en dit bestemmingsplan voor deze gebieden consoliderend is. Aan de vergunningplicht -behorende bij deze bestemming- wordt gekoppeld dat bij toekomstige initiatieven moet worden voldaan aan de inhoud van het ‘beeldkwaliteitsplan Meanderende Maas’ (bijlage III). Dit is om ervoor te zorgen dat nieuwe activiteiten in het gebied aansluiten bij dan wel invulling geven aan de beoogde ruimtelijke inrichting en beeldkwaliteit van het project Meanderende Maas. Enkelbestemming natuur (artikel 10) De gronden binnen de bestemming natuur zijn bestemd voor o.a. het behoud, herstel en ontwikkeling van aardkundige, natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden, waaronder bakenbomen. Het voornemen is hier niet strijdig mee, maar vanuit het project dienen nadere eisen gesteld te worden aan bouwmogelijkheden en beeldkwaliteit. Dit wordt middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Recreatie - Dagrecreatie (artikel 11) Deze gronden zijn bestemd voor extensieve dagrecreatie en, in dit geval, binnen de functieaanduiding ‘jachthaven’ voor een jachthaven.
Verder zijn de gronden bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen. Ten behoeve van deze activiteiten zijn bijbehorende voorzieningen ook toegestaan. Deze bestemming geldt enkel ter plekke van de reeds aanwezige jachthaven Megen. Deze blijft in de toekomstige situatie aanwezig, deze bestemming is daarom grotendeels consoliderend. Wel worden parkeerplaatsen (24), camperplaatsen (5) en een fietspad mogelijk gemaakt ten behoeve van extensieve dagrecreatie. Verkeer - Verblijf (artikel 17) De bestemming verkeer maakt wegen, straten en paden die mede gericht zijn op de afwikkeling van het doorgaande verkeer, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speel- en verblijfsvoorzieningen en beeldende kunst, terreinen voor markten, standplaatsen en evenementen, voorzieningen voor afvalinzameling, openbaar vervoer en zend- en ontvangstinstallaties en water en waterhuishoudkundige voorzieningen mogelijk. De Maasbommelse Veerweg wordt ca. 200 meter verlegd naar het zuidoosten en krijgt een autobrug over de aangetakte recreatiegeul. De overige wegen met verkeersbestemming zijn consoliderend.
Water (artikel 18) Binnen deze bestemming zijn onder andere water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen en de instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden mogelijk gemaakt. Voor een deel blijft deze bestemming aanwezig voor water, deels maken we met dit voornemen nieuwe natuur mogelijk. Vanwege dit laatste dient de bestemming te worden aangepast. Overig Wat betreft onderstaande dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen: 1 dubbelbestemming Waarde - archeologie monument (artikel 26); 2 dubbelbestemming Waarde - archeologie verwachtingswaarde hoog (artikel 28); 3 dubbelbestemming Waarde - archeologie verwachtingswaarde middelhoog (artikel 29); 4 dubbelbestemming Waterstaat - stroomvoerend rivierbed (artikel 31); 5 dubbelbestemming Waterstaat - waterbergend rivierbed (artikel 32); 6 dubbelbestemming Waterstaat - waterkering (artikel 33); 7 gebiedsaanduiding Overige zone - uiterwaarden (artikel 38.118); 8 gebiedsaanduiding Overige zone - bebouwingsconcentratie (artikel 38.123); 9 gebiedsaanduiding Overige zone - beperking veehouderij (artikel 38.128); 10 gebiedsaanduiding Overige zone - groenblauwe mantel (artikel 38.129); 11 gebiedsaanduiding Overige zone - dijkzone woningen (artikel (38.130); 12 gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - dijk (artikel 38.135); 13 gebiedsaanduiding Vrijwaringszone -
molenbiotoop (artikel 38.136);
18 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
14 gebiedsaanduiding Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1 (artikel 36.139); geldt dat deze consoliderend worden overgenomen. Conclusie Voorgenomen ontwikkeling past (deels) niet binnen de vigerende planologische kaders. De ontwikkeling kan planologisch mogelijk gemaakt worden middels voorliggend bestemmingsplan.
1.5
Bestemmingsplan en gecoördineerde besluitvorming
Het project Meanderende Maas is een integraal project, waarover diverse instanties een besluit moeten nemen. De dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling vallen binnen verschillende programma’s/beleidskaders en kennen hun eigen doelen. Daarom worden er meerdere besluiten genomen door meerdere bevoegde gezagen, voorliggend bestemmingsplan is één van die besluiten. Provinciale Staten van provincies Gelderland en Noord-Brabant hebben respectievelijk op 28 september 2022 en 14 oktober 2022 besloten de provinciale coördinatieregeling van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.33 Wet ruimtelijke ordening) toe te passen op besluiten noodzakelijk voor de rivierverruimende maatregelen, KRW-maatregelen en natuurontwikkeling.
Dit betreft de volgende vergunningen en plannen: - projectplan Waterwet herinrichting uiterwaarden (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze Rijkswaterstaat); - ontheffing Wet natuurbescherming, voor overtreden verbodsbepalingen flora en fauna (Rijksdienst voor ondernemend Nederland); - melding Wet natuurbescherming: kappen van houtopstanden (provincie Noord-Brabant); - vergunning Wet natuurbescherming, met betrekking tot gebiedsbescherming (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit); - Omgevingsvergunningen: afwijken bestemmingsplan, vellen van houtopstanden/kappen van bomen, uitvoeren van werkzaamheden, bouwen, bouwen bouwwerken (gemeente West Maas en Waal); - ontgrondingenvergunning (provincie Gelderland) - ontgrondingenvergunning (provincie Noord-Brabant); - herziening bestemmingsplan (gemeente Oss); - omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan (gemeente Oss); - Watervergunningen: werken in/aan of wijzigen van waterstaatswerken (waterschap Aa en Maas én Rijkswaterstaat); - omgevingsvergunningen: kappen van houtopstanden, bouwen en uitvoeren van werken (gemeente Oss); - verkeersbesluit: afwaarderen verkeersverbinding Maasakkerstraat/Rulstraat (gemeente Oss). Deze lijst is niet limitatief. Op overige besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het project Meanderende Maas kan de coördinatieregeling nog van toepassing worden verklaard.
Gedeputeerde Staten van beide provincies verzorgen gezamenlijk de coördinatie, waarbij Noord-Brabant optreedt als loket. Dit betekent in dit geval dat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de zienswijzen op ontwerpbesluiten verzamelen en de afhandeling daarvan coördineren.
1.6
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 beschreef de aanleiding van het planvoornemen. Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van het plangebied (huidige en toekomstige situatie). Hoofdstuk 3 beschrijft de geldende relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 4 gaat dieper in op de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 is de juridische planbeschrijving en hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Het laatste hoofdstuk beschrijft de procedure van het bestemmingsplan.
19 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
2 BESCHRIJVING PROJECTGEBIED In dit hoofdstuk wordt het projectgebied beschreven. Allereerst wordt ingegaan op de huidige situatie en vervolgens wordt ingegaan op de planbeschrijving.
2.1
Huidige situatie
De huidige situatie van de uiterwaarden in het projectgebied Meanderende Maas kenmerkt zich door de gekanaliseerde Maas met bakenbomen, de oude meanders en de dijken met bomen. De meanderende patronen van de Maas zijn in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw aangepast. Na de overstromingen van januari 1926 is door ir. C.W. Lely een plan 'Verbetering van de Maas voor grote afvoeren' opgesteld om de afvoer van de Maas te verbeteren. Bochten zijn toen afgesneden en gedempt en het stroombed van de Maas is verbreed en verdiept. De meanders werden van de Maas afgesneden; het overgrote deel ervan werd gedempt met materiaal dat vrijkwam uit de nieuwe rivierloop. De gedempte meanderbogen zijn momenteel nog te herkennen als laaggelegen zones in het landschap. Ook werden bij deze kanalisatie op dit traject brede zones van zo’n 200 meter langs de rivier verlaagd om hoogwaterpieken te verkleinen. Deze vergraven stroken worden de Lelyzones genoemd, en zijn tot op vandaag nog herkenbaar in het gebied aanwezig.
Afbeelding 2.1 Verbetering van de Maas voor grote afvoeren, C.W. Lely, 1926
In 1936 is de normale rivierdynamiek gedempt door de bouw van de stuw van Lith. In tegenstelling tot andere trajecten langs de Maas is de mate van rivierdynamiek hier beperkt. Het grootste deel van het jaar heeft de Maas hier een vast stuwpeil rond +4,90 m NAP. Slechts enkele weken per jaar is het waterpeil meer dan een halve meter hoger dan het stuwpeil. In droge perioden wordt het stuwpeil licht opgehoogd naar +5,0 m NAP. In de jaren ’60 en ‘70 zijn de oevers van de Maas vastgelegd met stortsteen. Recent is op een deel van de oevers de steenbestorting weer verwijderd en zijn natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. In 1963 is het benedenstroomse deel van de Meander, genaamd de Waarden, weer open gegraven en kreeg Oss een haven. Deze haven is met het 5 km lange Burgemeester Delenkanaal verbonden met de Maas. De haven van Oss is vandaag de dag een belangrijk knooppunt voor de Nederlandse binnenvaart en de economie in de regio.
20 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Landgebruik Tot omstreeks 1940 waren de uiterwaarden langs de bedijkte Maas vrijwel uitsluitend in gebruik als grasland. Bouwland was grotendeels beperkt tot de hoger gelegen binnendijkse gebieden. Lange tijd waren de uiterwaarden gemeenschappelijke weidegebieden waar dorpsherders hun vee lieten grazen. Vaak waren de natste delen van de uiterwaarden, waar het meeste slib bezonk, in gebruik als hooiland en de wat hogere, vaak schralere delen als weiland. Uit de eerste rivierkaarten van de Maas is op te maken dat het aandeel natuur in de uiterwaarden in het midden van de negentiende eeuw zich beperkte tot slechts enkele smalle beboste oeverzones. In de Maasuiterwaarden kwamen vrijwel geen natuurlijke nevengeulen, strangen of oude rivierbeddingen voor. In de jaren 50 hebben ruilverkavelingen geleid tot een voor de landbouw sterk verbeterde ontwatering, het vergroten van percelen en het verwijderen van Maasheggen en bomen. Maïsakkers verschenen vanaf 1970 in grote delen van het buitendijkse én binnendijkse gebied. Ook nam het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en grote landbouwmachines sterk toe. Mede door de opkomst van de maisteelt nam het belang van hooi sterk af en verdwenen de klassieke hooilandjes. De resterende weilanden zijn intussen veranderd in monoculturen van Engels raaigras.
Mede geïnspireerd door Plan Ooievaar begon Natuurmonumenten vanaf medio jaren 90 met het verwerven van gronden langs dit traject van de Maas (project Meer Maas). Intussen zijn delen van de uiterwaarden al ingericht als nieuw natuurgebied (zoals de Hemelrijkse waard en Middelwaard bij Ravenstein).
2.1.1
Deelgebieden
De uiterwaarden zijn op basis van de ontstaansgeschiedenis en de huidige functioneel-ruimtelijke karakteristieken opgedeeld in zeven deelgebieden (zie afbeelding 2.2). Het projectgebied voor dit bestemmingsplan bestaat uit de Lelyzones Ossekamp en de Waarden, Meander Ossekamp, Meander de Waarden (deel A en B), Oeverzone Megen en de Diedensche Uiterdijk (deel B en C). Afbeelding 2.2 Overzichtskaart Meanderende Maas
Onderdeel van ‘het werk’ dat door project gerealiseerd wordt. Onderdeel van ‘zelfrealisatie’, dat op initiatief van derden gerealiseerd dient te worden. Reeds lopende projecten Demen-Dieden, Oeverzone Diedensche Uiterdijk. Overlap van ‘het werk’ met lopende projecten.
Voor Meander de Waarden (deel A), Diedensche Uiterdijk deel B en Meander Ossekamp geldt dat deze gebieden gezamenlijk de ‘zelfrealisatiegebieden’ vormen (oranje gebieden). Voor deze gronden geldt dat voorliggend bestemmingsplan geen ontwikkelingen op deze gronden voorziet (zie ook toelichting in paragraaf 1.4). Het bestemmingsplan is voor deze gronden consoliderend. De gronden houden in het
21 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch met waarden - landschap en natuur’, met een aanvulling op de vergunningplichtige (bouw)werken. De zelfrealisatiegebieden Demen-Dieden en Oevezone Diedensche Uiterdijk zijn reeds in ontwikkeling en vallen buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan (paarse gebieden). Ook het gebied ‘overlap lopende projecten’ valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan (donkergroen). In de volgende paragrafen worden de kenmerken van de andere deelgebieden, waar dit bestemmingsplan wel ontwikkelingen voorziet, op hoofdlijnen beschreven (lichtgroene gebieden bieden gemeente Oss, ten zuiden van de Maas).
2.1.2
Lelyzone Ossekamp en oeverzone Megen
Oeverzone Megen is de oeverzone van de Maas ten noorden van Megen en verbindt de uiterwaarden Diedensche Uiterdijk en De Waarden. Ossekamp is de uiterwaard tussen Marcharen en Oijen. Deze uiterwaard wordt voor landbouw gebruikt. In de oeverzone liggen hier twee éénzijdig aangetakte KRWgeulen. Afbeelding 2.3 Situering Ossekamp (links) en Megen (rechts) op luchtfoto (boven) en hoogtekaart (onder)
2.1.3
De Waarden
De Waarden is de uiterwaard tussen Megen en Macharen en ligt ten westen van de N329. Aan de westzijde is de Waarden begrensd door het Burgemeester Delenkanaal. De voormalige meanderboog is in de jaren ’30 gedempt. Het gebied is nu in gebruik als landbouwgrond. Door de Waarden loopt de Tienmorgenstraat en de Maasbommelse Veerweg, die leiden naar de veerdienst naar Maasbommel die in de Lelyzone de Waarden ligt. De veerdienst wordt voornamelijk gebruikt door lokaal (fiets)verkeer.
22 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 2.4 Situering De Waarden op luchtfoto (linksboven) & historische rivierkaart 1898 (rechtsboven) & hoogtekaart (linksonder)
2.1.4
Diedensche Uiterdijk
De Diedensche Uiterdijk is de grote uiterwaard tussen Dieden en Megen. In de jaren ’30 is het benedenstroomse deel van de oude Maasmeander gedempt, met uitzondering van een restant nabij de radiotoren van Haren. Het oostelijke, bovenstroomse deel van de Diedensche Uiterdijk is al voor de 18e eeuw op natuurlijke wijze verland. In het benedenstroomse deel van de oude meander heeft een eiland (een zogenaamde middelwaard) gelegen. De Maasakker (het nu centrale deel van de Diedensche Uiterdijk) hoorde lange tijd tot de Gelderse gemeente Appeltern (de meander vormde de provinciegrens). De hoeve Maasakker is na WOII verdwenen. Grote delen van het gebied waren tot voor kort in gebruik als bouwland. Natuurmonumenten heeft intussen grote delen van het gebied verworven. Het benedenstroomse deel van de gedempte meander en de aangrenzende gronden van de Maasakker zijn de afgelopen jaren omgevormd naar extensief begraasd natuurgebied. De Diedensche Uiterdijk is aan de westzijde begrensd door de N329, de provinciale weg met veerdienst.
23 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 2.5 Situering Diedensche Uiterdijk op luchtfoto (linksboven) & historische rivierkaart 1895 (rechtsboven) & hoogtekaart (linksonder)
2.2
Toekomstige situatie
De toekomstige situatie wordt per deelgebied geschreven. Daar zijn tevens afbeeldingen opgenomen die uit het ruimtelijk inrichtingsplan komen. Voor het volledige ruimtelijk inrichtingsplan en de bijbehorende legenda wordt verwezen naar (bijlage II). De overzichtskaart in afbeelding 2.2 geeft de ligging van de deelgebieden weer.
2.2.1
Lelyzone Ossekamp
Lelyzone Ossekamp wordt ingericht tot een gevarieerd en aaneengesloten rivier- en moeraslandschap, bestaande uit laagdynamische rietmoerassen (natte graslanden, overstromingsvlakten), droge graslanden (deels stroomdalgraslanden) en ooibossen. Voorliggend bestemmingsplan bevat slechts de maatregelen in de Lelyzone Ossekamp, en niet de volledige uiterwaard. Het doel voor dit gebied is een substantiële bijdrage leveren aan de waterstandsdaling (en hoogwaterveiligheid) in combinatie met KRW-maatregelen.
24 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 2.6 Boven: Lelyzone Ossekamp (blauw: waterstandsdaling / paars: KRW); Onder: Ruimtelijke inrichtingskaart Lelyzone Ossekamp
Waterstandsdaling Maaiveldverlaging Het maaiveld in de Lelyzone van Ossekamp ter hoogte van rkm 193 - 194,5 wordt ontgraven tot een halve meter boven stuwpeil (+ 5,4 m NAP). Dit betreft een maaiveldverlaging van gemiddeld 1 meter. Daarmee begint de Lelyzone al frequenter met de rivier mee te stromen, bij afvoeren vanaf ongeveer 1.250 m 3/s, het afvoerniveau dat gemiddeld 4 dagen per jaar wordt overschreden. De oeverzone (schiereiland) langs de huidige geul (parallel naast het zomerbed) wordt niet verlaagd, vanwege de aanwezigheid van beverburchten. Daarnaast blijkt dat het afgraven niet nodig is voor het behalen van de rivierverruimende taakstelling. Het maaiveldniveau blijft zoals in de huidige situatie. Op het herplanten van bakenbomen na, wordt er geen ingreep gedaan op deze oeverstrook langs de Maas. Geulen In deze Lelyzone worden twee nieuwe geïsoleerde geulen gerealiseerd en wordt één aantakte geul (0,4km) geheractiveerd als KRW-geul (niet meegerekend voor KRW-doelstelling). De nieuwe geïsoleerde geulen hebben een maximale waterdiepte van 1,5 m (+3,0 m NAP). De oevers zijn flauw vormgegeven, zodat er variatie in waterdiepte ontstaat. De breedte van de geulen varieert tussen de 50 tot 75 m op de waterlijn (NAP +4,9m). De bodem van de geul zal grotendeels uit zand bestaan. De scheiding van zand en klei ligt hier grotendeels rond ongeveer +3,5 tot +4,5m NAP.
het afgegraven maaiveld rondom de geulen blijft met een hoogte van +5,4 m NAP voornamelijk een kleiige ondergrond. Vanwege de erosiebestendigheid van het maaiveld (en ter voorkoming van wilgenopslag) dient het maaiveld na verlaging te worden ingezaaid met een B5 grasmengsel. KRW De KRW-waarde is gericht op de verbetering van waterkwaliteit en waterplanten, macrofauna en vis. In de Lelyzone Ossekamp liggen in de huidige toestand al twee aangetakte KRW-geulen. De bestaande westelijke geul (0,4 km) wordt geheractiveerd als KRW-geul (tevens hierboven onder waterstandsdaling - geulen beschreven). De beide bestaande geulen worden niet meegerekend voor de KRW-doelstellingen van dit gebied.
25 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Er worden twee nieuwe KRW-geulen gerealiseerd met een KRW-lengte van 1,2 km. De geulen zijn voorzien van een flauwe natuurvriendelijke oever met tussen +4,5 en +5 m NAP rietmoeras. Bij de inrichting van de Lelyzone ligt verder de nadruk op natuurlijk grasland, om te zorgen dat deze delen stroomvoerend blijven. Vanwege de doelstelling van waterstandsdaling is er weinig ruimte voor rivierhout in de geulen in Lelyzone Ossekamp. Er wordt één cluster van 5 bomen in de centrale KRW-geul voorzien.
2.2.2
Oeverzone Megen
De oeverzone bij Megen ligt ter hoogte van rkm 190,5 - 192,0 aan Brabantse zijde van de Maas (zie afbeelding 2.7) Het doel voor dit gebied is het bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (en daarmee bijdragen aan de waterstandsdoelstelling).
Afbeelding 2.7 Boven: Oeverzone Megen; Onder: Ruimtelijke inrichtingskaart Oeverzone Megen
Door maaiveldverlaging wordt meer ruimte gecreëerd voor hoge afvoeren en wordt een positieve bijdrage geleverd aan de waterveiligheid (waterstandsdaling). Het maaiveld in de Lelyzone wordt verlaagd tot +5,4m NAP zo’n 30 tot 40m van de teenlijn van de dijk met een talud van 1:7 à 1:8. Dit is een verlaging van ongeveer 1,4 à 1,7m. Dit verlaagde maaiveld sluit aan op: 1 de Lelyzone van De Waarden (in het westen) en 2 de veerstoep van veerverbinding (Megen - Maasbommel) en de N329, die gehandhaafd blijven (in het oosten).
26 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
2.2.3
Lelyzone en Meander De Waarden
Lelyzone De Waarden Door maaiveldverlaging en geulen wordt meer ruimte gecreëerd voor hoge afvoeren en wordt een positieve bijdrage geleverd aan de waterveiligheid (waterstandsdaling) en KRW-doelen.
Afbeelding 2.8
Links: Locatie Lelyzone De Waarden Meander De Waarden (deel B); Rechts: Ruimtelijke inrichtingskaart Lelyzone en Meander De Waarden
Waterstandsdaling In de Lelyzone de Waarden wordt het maaiveld verlaagd tot +5,40m NAP. Daardoor begint de Lelyzone frequenter met de rivier mee te stromen, al bij afvoeren vanaf circa 1.250 m3/s, het afvoerniveau dat gemiddeld 4 dagen per jaar wordt overschreden. Het afgegraven maaiveld rondom de geulen blijft met een hoogte van +5,40 m NAP voornamelijk een kleiige ondergrond. Vanwege de erosiebestendigheid van het maaiveld (en ter voorkoming van wilgenopslag) wordt het maaiveld na verlaging te worden ingezaaid met een B5 grasmengsel. KRW In deze Lelyzone worden twee nieuwe smalle geïsoleerde geulen gegraven, met een totale geullengte van 1,1 km. De geulen hebben een breedte van circa 50 - 75 m . De diepste delen liggen op+3.0 m NAP, met een waterdiepte van 2m. De oevers zijn flauw vormgegeven, zodat er variatie in waterdiepte ontstaat. De oeverzone tussen het zomerbed van de Maas en de geulen moet morfologisch stabiel te blijven, hiertoe zijn diverse erosiebeschermende maatregelen getroffen: 1 de afstand tussen oever geul en zomerbed van de Maas bedraagt ten minste 50 m. Enkel ter hoogte van de instroomdrempels is een afstand van 25 m aangehouden; 2 Alleen ter hoogte van de instroomdrempels is een afstand van 28m aangehouden.
Op het horizontale deel van de drempel tussen het zomerbed en de geulen (NAP +5,4m) en op het aansluitende talud met een niveau boven NAP +5,0m bestaat de grasbekleding uit een leeflaag en een onderlaag van klei (cat. 2) met een dikte van 0,8m. Het aansluitende onderwatertalud aan de achterzijde van de drempel tot een niveau van NAP +4,5m bestaat uit een erosiebestendige kleibekleding (cat. 2) met een laagdikte van 0,5m met oevervegetatie.
27 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Meander De Waarden (deel B) Door geulen wordt een positieve bijdrage geleverd aan de KRW-doelen. Ook wordt via maatregelen natuurontwikkeling gestimuleerd in de Meander (de ligging van de Meander De Waarden (deel B)). KRW De historische contour van de meanderboog wordt hersteld middels open water (recreatiegeul) en rietmoeras. De recreatiegeul is een aangetakte KRW geul met lengte van 1,35 km. De recreatiegeul krijgt een breedte van ca. 50-70m. Centraal heeft de geul een diepe zone van ca. 20m breed met een maximale waterdiepte van 1,5m (NAP +3,4m). Dit verflauwt tot een ondiepe zone van ca. 20m breed (NAP +3,4m tot +4,9m). De recreatiegeul is eenzijdig aangetakt op de Maas ter hoogte van rkm 192.35. De monding van de geul wordt zo recht mogelijk aangelegd, cf. de historische loop richting het noorden. De oever bij de monding krijgt een talud van 1:3 met steenbestorting. Rondom de bevaarbare geul liggen drie geïsoleerde geulen met een gezamenlijke geullengte van 1,1 km. Het open water van de geulen heeft een breedte van circa 30 m. De oevers zijn flauw vormgegeven zodat er variatie in waterdiepte ontstaat. De geulen hebben een maximale waterdiepte van 1,75 m.
In de geïsoleerde geulen ontstaat rietmoeras (delen >NAP+4.5m – 5,0 m) en open water (delen <NAP+4,5 m) Natuurontwikkeling In Meander de Waarden ligt de nadruk op ontwikkeling van gevarieerd rivier- en moeraslandschap en het herstellen van de voormalige meander. Het NNB-doel is het realiseren van rietmoeras rondom de geulen en het ontwikkelen van een groot areaal (hardhout)ooibos. De zone van de oude Maasloop tot 70 m vanaf de dijk, vaak vergelijkbaar aan de veiligheidszone, wordt gemiddeld met 0,5 tot 1 m reliëfvolgend verlaagd en ingericht met grasland, struikgewas en ooibos (circa 20 ha.) in de stroomluwe delen. Dichter bij de Maas is het landschap opener met bloemrijke graslanden. Er is bosontwikkeling voorzien in de stromingsluwe, hoger gelegen zone in de zuidoostelijke hoek van De Waarden. In de noordoostelijke hoek is graslandontwikkeling voorzien, waarbij enkel de nutriëntrijke toplaag wordt verwijderd. Overige maatregelen Lelyzone en Meander De Waarden Haventoegang Oss Om de nautische situatie bij haventoegang Oss te verbeteren wordt ter plaatse van het Burgemeester Delenkanaal langs de Maas (bij rivierkilometer 193,2) de kanaalbreedte recht doorgetrokken: de uitstroomopening van het kanaal is aangepast waarbij de breedte van de opening gelijk is aan de kanaalbreedte.
De bestorting ter plaatse van de bochten wordt weggehaald en weer aangebracht na verwijdering van de landtong bovenstrooms en de uitstulping benedenstrooms. De nieuwe taluds krijgen een taludhelling van 1:3 met kruinhoogte op NAP+5,4 m. De oevers van het Burgemeester Delenkanaal bij de Lelyzone worden beschermd met steenbestorting. Hoogwatervluchtplaats (HWVP) en terp Er wordt een HWVP gerealiseerd lands de bandijk ten zuiden van de dijkopgang van Maasbommelse Veerweg. De hoogte van de HWVP betreft +9,0m NAP en heeft een oppervlakte van 0,65ha. In De Waarden komt een bever- en dassenterp met een oppervlakte van 20 bij 30m op dijkhoogte en is vormgegeven met steile taluds (1:3). Maasbommelse Veerweg De Maasbommelse Veerweg wordt verlegd in zuidelijkoostelijke richting (naar de rand van de Lelyzone), zodat er meer ruimte ontstaat voor de Lelyzone. De nieuwe Maasbommelse Veerweg wordt van een autobrug voorzien die de aangetakte recreatiegeul kruist. De brug ligt op een markante locatie over een 120m breed samenstel van geul en rietzones. Aan weerszijden van de brug is er ver zicht over het water mogelijk. De brug wordt brug smaller gemaakt dan de geulbreedte, maar wel breder dan de noodzakelijke doorvaartbreedte. Op deze wijze is er ook een goed zicht onder de brug door mogelijk. Ook kunnen de
28 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
ecologische oevers onder de brug doorgetrokken worden. Wat de brug verder bijzonder zal maken is dat er twee kleine balkons aan worden gemaakt die tot doel hebben om passanten (fietsers, wandelaars) van het weidse uitzicht te laten genieten. Recreatieve beleving De inrichting van de uiterwaarden levert een bijdrage aan recreatieve mogelijkheden en beleving van het gebied. In De Waarden is in nauwe samenhang een evenwichtige mix van voorzieningen en toegankelijkheid ontworpen, waarbij ook de interactie tussen dijk en rivier nadrukkelijk is opgezocht. In De Waarden worden de volgende recreatieve voorzieningen en routestructuren gerealiseerd: 1 een vogelkijkhut; 2 sloepen en kano’s mogen langs de geul aan de oever afmeren, er worden geen steigers gemaakt; 3 visverenigingen behouden de visrechten (en looprechten) aan de Maas. Deze plekken blijven (te voet) toegankelijk.; 4 vanuit de gebiedsentrees zal een fijnmazig netwerk van vooral wandelpaden worden aangelegd richting het nieuwe natuurlandschap. De wandelpaden zijn struinpaden of vrij toegankelijke beheerpaden en sluiten aan op het netwerk van bestaande routeknooppunten en lange afstandpaden. Alle nieuwe paden zijn zoveel mogelijk getraceerd op de historische grenzen in het landschap.
2.2.4
Diedensche Uiterdijk
Voor de Diedensche Uiterdijk geldt dat maatregelen worden getroffen die bijdragen aan de KRW-doelen (geulen) en natuurontwikkeling. Het KRW-doel voor de Diedensche Uiterdijk ziet op de realisatie van geïsoleerde geulen. KRW Vanuit kansen voor natuur is ingezet op een relatief ondiepe, geïsoleerde laagdynamische meanderboog. De nieuwe meander bestaat uit geïsoleerde geulen met ondiep water, plas-dras zones en flauwe natuurvriendelijke oevers. Binnen dit deelgebied wordt 3,3 km aan KRW-geul gerealiseerd. Het ontwerp voldoet aan de opgave van tenminste 2,85 km KRW-waardige geul tussen de Rulstraat en de Maasakkerstraat. Eén van de eisen voor de KRW geulen is het aanbrengen van rivierhout. Deze dode bomen in de geul bieden groeisubstraat, een schuil- en opgroeiplek voor vis en macrofauna. Er is voorzien in 5 clusters van ongeveer 5 bomen in het benedenstroomse deel van de meander. De bomen worden in de diepste delen gelegd, zodat een groot deel van de bomen onder de waterlijn ligt. De bomen liggen hier ook op een stromingsluw deel van de uiterwaard. De locatie van het rivierhout is beperkt tot enkel het benedenstroomse deel van de meander om zo het verschil in verlanding met het bovenstroomse deel te benadrukken.
29 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Afbeelding 2.9 Boven: locatie maatregelen KRW-doelen; Onder: Ruimtelijke inrichtingskaart Diedensche Uiterdijk
Natuurontwikkeling Het NNB-doel betreft het realiseren van rietmoeras rondom de geulen, het ontwikkelen van een groot areaal (hardhout)ooibos en het ontwikkelen van vochtige kruiden- en faunarijke en droge graslanden. Ook het
30 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
inpassen en versterken van de cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden en het streven naar een recreatief aantrekkelijk natuurgebied dat toegankelijk is voor wandelaars en fietsers behoort tot de doelen van het gebied. Daarnaast levert de inrichting van de Diedensche Uiterdijk een bijdrage aan de bestuurlijke doelstelling om 14 cm waterstandsdaling te realiseren.1 De Oude Maasloop wordt weer herkenbaar gemaakt door een aaneenschakeling van geulen, poelen en plassen een maximale breedte van 70 m en flauwe oevers. Deze geulen liggen los van de Maas en er is geen open verbinding. Het herstel van de meanderboog met rondom rietmoeras vormt de hoofdstructuur in het gebied. De uiterwaarden worden verlaagd tot aan een zone van 70 m vanaf de dijk en worden reliëfvolgend afgegraven met minimaal de nutriëntrijke toplaag en, waar mogelijk, afgegraven tot zand. De inrichting van de uiterwaarden bestaat uit rivier- en moerasnatuur, met in de stroomluwe delen dicht bij de dijk meer bos en struikgewas. Er is ruimte voor circa 67 ha ooibos en 37 ha rietmoeras. Dichter bij de Maas is ruimte voor kruidenrijke- en faunarijke graslanden. Door zichtlijnen slim te positioneren, blijft het zicht vanaf de dijk naar de Maas, de bakenbomen en de ‘overkant’ behouden.
De poelen en plassen in het zuiden van de Diedensche Uiterdijk en de bomenlaan dwars door het gebied (langs de Rulstraat en oostelijk deel Maasakkerstraat) blijven behouden. Rietmoeras De ontwikkeling van rietmoeras is voorzien tussen een maaiveldhoogte van +4,5 en +5,0 m NAP. Voor een goede ontwikkeling van het waterriet is periodieke peilfluctuatie cruciaal. Eens in de vijf jaar wordt daarom het waterpeil met circa 0,4 - 0,5 m verlaagd door middel van (tijdelijke) waterpompen. Het waterpeil zakt hiermee tot +4,5 m NAP. Dit zorgt ervoor dat het rietmoeras kan herstellen en uitbreiden. Het laten droogvallen van de rietmoerassen kan starten na het broedseizoen. Er is 13 ha. rietmoeras extra voorzien. Dit draagt bij aan het behalen van de duurzaamheidsdoelstelling en het verbeteren van de biodiversiteit. Ooibos Ten behoeve van de biodiversiteit is er gekozen voor grote aaneengesloten eenheden ooibos. De locaties met bosontwikkeling ten zuiden en oosten van de meander worden niet vergraven. Het maaiveld blijft hier dus gelijk aan het huidige maaiveld. Voor de bosontwikkeling op het centrale deel van de Diedensche Uiterdijk is wel maaiveldverlaging mogelijk. Overige maatregelen Vingers uitstroom Meander Diedensche Uiterdijk De meander eindigt in 3 verschillende ‘vingers’ die doorlopen richting de geul in Oeverzone Diedensche Uiterdijk.