CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting.PDF

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Bierbrouwerij Oijen - 202019.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN Bierbrouwerij - Oijen - 2020 Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij de toelichting

Bestemmingsplan Bierbrouwerij – Oijen - 2020 Bijlage 1

- Inrichtingsplan Bierbrouwerij Oijen

Bijlage 2

- Onderzoek bedrijfs- en milieuzonering

Bijlage 3

- Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

- Watertoets

Bijlage 5

- Akoestisch onderzoek

Bijlage 6

- Bureau- en inventariserend archeologisch onderzoek

Bijlage 7a

- Ecologische quickscan

Bijlage 7b

- Aanvullende notitie Natura 2000

Bijlage 7c

- Aerius berekeningen en toelichting

Bijlage 8

- Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 9

- Ladder duurzame verstedelijking

Bijlage 10a

- Meerwaarde berekening

Bijlage 10b

- Kostenindicatie uitvoering landschappelijk raamwerk

Bijlage 11

- Parkeerbalans

Bijlage 12

- Notitie externe veiligheid

Bijlage 13

- Geuronderzoek

Bijlage 14

- NIBM tool

Bijlage 15

- Nota vooroverleg

Bijlage 16

- Nota van zienswijzen

Bijlage 1

- Inrichtingsplan Bierbrouwerij Oijen

december 2020

Bierbrouwerij Oijen

Randvoorwaarden Gemeente Oss

Zowel aan de noordwest - als zuidoostzijde van het

terrein een hoogstamboomgaard aanplanten. On-

dergrond bloemrijk grasveld. Aan de zuidoostzijde

van het plangebied, ten zuiden van de boomgaard,

een helofietenfilter aanleggen. Ondergrond bloemrijk

grasveld.

Er komen 3 noordzuid lopende, robuuste houtsingels.

Deze bestaan allen uit opgaande bomen en een

dichte struiklaag. Het geheel heeft een breedte van

minimaal 6 meter. De struiken aanplanten in mini-

maal 5 rijen (1.25 meter uit elkaar). De bestaan-

de (middelste) houtsingel is recentelijk aanzienlijk

(tarwe, rogge, gerst, etc.) en/of bloemrijk grasland.

Soorten toepassen zoals hazelaar, kornoelje,

sfeerbeeld boomgaard

gelderse roos.

je, lijsterbes, sleedoorn, hondsroos, eleganties en

dicht beeld geeft. Overige soorten hazelaar, kornoel-

max. 25%), zodat het geheel ook in de winter een

winterharde wilde liguster en eventueel beuk (totaal

staan. Een deel van de beplanting kan bestaan uit

zetten, zodat een dichte beplantingsstrook kan ont-

5 rijen struiken. Deze struiken op 1 meter uit elkaar

ken. Ook deze strook is minimaal 6 meter breed met

de minder robuuste beplantingsstroken te benadruk-

tussen de robuuste noordzuid beplantingsstroken en

Geen boomvormers toepassen om het onderscheid

ontstaat en het eerder een dijk lijkt dan een houtwal.

ongewenst, omdat hiermee een te grote barrière

struiken. De grondwal hoger maken dan 1 meter is

een grondwal van 1 meter hoog en daar bovenop

De oostwest lopende nieuwe houtwal bestaat uit

gelderse roos. Boomvormers: eik en veldesdoorn.

sfeerbeeld terras

Akkers aan de noordzijde inrichten als graanakker

robuuste beeld te bereiken.

lijsterbes, sleedoorn, hondsroos, egelantier en

Graanakkers

herstelt. Inboet kan noodzakelijk zijn om het dichte,

teruggesnoeid. Afwachten hoe de beplanting zich

Boomgaarden

Houtsingels en houtwal

sfeerbeeld graanakker

sfeerbeeld houtwal

OIJENSE BOVENDIJK 61 - Ruimtelijke Randvoorwaarden BROUWERIJ OIJEN - december 2020

Het camperterrein wordt zo sober mogelijk

ingericht. Dit houdt in dat de weide waar de

campers staan enkel een open verharding

wordt aangebracht op de plek waar de cam-

per staat. Deze halfverharding uitvoeren

met grastegels of honingraatmatten, zodat

de camperplaatsen onderdeel uitmaken van

het grasland.

De parkeerterreinen dienen het open landelijk ka-

rakter te behouden. Gefundeerd gras toepassen op

het overloopparkeerterrein. Dit bestaat uit gras en

netten, of kunststof honingraten.

Voor het parkeerterrein bij voorkeur de paden half-

verhard, met zogenaamd ‘Achterhoeks Padvast’ aan-

leggen. Dit is gebonden materiaal, met een natuur-

lijke kleurstelling. Hier bij voorkeur een zandkleur

De erfafscheiding moet passen bij het ka-

rakter van de omgeving. Hoe transparanter

het hekwerk, hoe beter. Het hekwerk moet

een natuurlijke, niet industriële uitstraling

hebben. Een natuurlijke uitstraling kan wor-

den gehaald door bijvoorbeeld de toepas-

sing van hout, de keuze voor een bepaalde

greppels van ca. 60 cm diep en een maximale hel-

ling van 1:2. Eventueel de parkeerplaatsen markeren

met houten palen. In de greppels kan door exten-

sieve bemaaiing een gevarieerde kruidenvegetatie

ontstaan.

Het overloopparkeerterrein niet inrichten; dit heeft

de uitstraling van een weiland/grasveld.

hout, geen wit of andere opvallende kleu-

ren). Daarnaast is het belangrijk dat het

struinpad toegankelijk blijft voor voetgan-

gers.

Kasteelstraat 4 en de ontsluitingsweg. De ontslui-

tingsweg mag een breedte hebben van maximaal

3,5 meter. De inrit moet breed genoeg zijn voor het

draaien op het terrein. Dit wordt afgestemd bij de

sfeerbeeld padvast

regelmatig wordt gemaaid.

van Achterhoeks Padvast) zijn, of een struinpad dat

eerd. Dit kan een smal onverhard pad (eventueel ook

gelijkheid richting het Sterrenbos en kasteel gesitu-

Ten zuiden van de gebogen houtwal is een struinmo-

parkeerterrein’.

de weg is halfverharding. Zie onder kopje ‘paden en

sfeerbeeld chalets

bepaald kleurgebruik (bruin of onbehandeld

Een smalle groene buffer tussen het woonperceel

aanvraag voor de inritvergunning. Het materiaal van

hoe minder opvallend, en transparanter) en

Ontsluiting

dikte van palen en planken (hoe smaller,

Erfafscheiding/hekwerk

De vaste parkeerstroken afscheiden met ondiepe

toepassen.

Chalets en camperplaats

Paden en parkeerterrein

sfeerbeeld camperplaatsen

sfeerbeeld parkeerplaats

OIJENSE BOVENDIJK 61 - Ruimtelijke Randvoorwaarden BROUWERIJ OIJEN - december 2020

Bijlage 2

- Onderzoek bedrijfs- en milieuzonering

ONDERZOEK MILIEUZONERING RICHTAFSTANDEN Bierbrouwerij Oijen Oijense Bovendijk 61 Oijen

Opdrachtgever:

Van Gessel Advisering

Documentnummer: 20170277.v12 Datum: 24 februari 2021 Opdrachtnemer:

De Roever Omgevingsadvies

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................... 3

2.

UITGANGSPUNTEN .......................................................................................... 5 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

3.

ONDERZOEK BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ................................................... 7 3.1. 3.2. 3.3.

4.

Onderzoeksvragen.................................................................................. 5 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ..................................................... 5 Omgevingstypen .................................................................................... 5 Richtafstanden ....................................................................................... 5 Gebied met functiemenging ..................................................................... 6

Omgevingstype ...................................................................................... 7 Inwaartse en uitwaartse milieuzonering .................................................... 7 Beoordeling ........................................................................................... 7

CONCLUSIE ...................................................................................................10

BIJLAGE I.

Gewenste situatie .............................................................................11

BIJLAGE II.

Kaart richtafstanden ..........................................................................12

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 2 van 12

1. INLEIDING De initiatiefnemer heeft het voornemen de kleinschalige bierbrouwerij aan de Oijense Bovendijk 61 te Oijen uit te breiden. De uitbreiding met onder andere een kleine destilleerderij, koffiebranderij, een kleinschalige kampeervoorziening (maximaal 10 chalets en enkele camperplaatsen) en een parkeervoorziening. Daarnaast is een uitbreiding in de bestaande bebouwing en het terras voorzien. De bierbrouwerij bevindt zich op het perceel kadastraal bekend als Oijen, sectie F, nummer 155. Voor de uitbreiding worden ook de percelen F184, F156 en F157 verworven, zie afbeelding 1.

Afbeelding 1. Plangebied Bron: PDOK

Het perceel F184 heeft volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith 2013’ de bestemming ‘agrarisch met waarden’. De percelen F156 en F157 hebben de bestemming ‘wonen’. Voor de gewenste situatie is een wijziging van het

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 3 van 12

bestemmingsplan noodzakelijk. Op afbeelding 2 is de gewenste situatie aangegeven. De gewenste situatie is in detail weergegeven in bijlage I.

Afbeelding 2. Gewenste situatie Inrichtingsplan

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd. In dit rapport wordt de milieuzonering ten aanzien van het ruimtelijk plan beschreven. Hierbij is gebruik gemaakt van de handreiking Bedrijven en milieuzonering1. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten toegelicht. In hoofdstuk 3 beschrijven wij richtafstanden ten aanzien van de verschillende functies in de omgeving. Ten slotte volgen in hoofdstuk 4 de conclusies. 1

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2009

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 4 van 12

2. UITGANGSPUNTEN 2.1. Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woonen verblijfsklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving. 2.2. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar. 2.3. Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer.

Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. 2.4. Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 5 van 12

De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden Milieucategorie

afstand tot rustige woonwijk / buitengebied

afstand tot gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

2.5. Gebied met functiemenging Het begrip ‘gemengd gebied’ wordt gebruikt om de richtafstanden tussen milieubelastende functies (bedrijven) en een gebied met een variatie aan functies (zoals wonen, horeca en kleine bedrijvigheid) aan te geven. Het begrip ‘gebied met functiemenging’ wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging toelaatbaar zijn. Binnen een gebied met functiemenging zijn milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar gesitueerd. De richtafstanden uit tabel 1 zijn dan niet toepasbaar. In bijlage 4 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering zijn bedrijfsactiviteiten opgenomen waarvan geacht wordt dat deze toelaatbaar zijn binnen een gebied met functiemenging. Voor deze activiteiten gelden geen richtafstanden, maar wordt de toelaatbaarheid beoordeeld aan de hand van de volgende categorieën: c. categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen, de eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies zijn toereikend; d. categorie B: toelaatbaar indien bouwkundig afgescheiden van woningen, vanwege de iets grotere milieubelasting dan categorie A; e. categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg, vanwege de grotere verkeersaantrekkende werking dan categorieën A en B. Daarnaast gelden voor de toelaatbaarheid de volgende randvoorwaarden: f.

het gaat om kleinschalige bedrijvigheid; g. productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; h. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; i. activiteiten uit categorie C beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 6 van 12

3. ONDERZOEK BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING 3.1. Omgevingstype Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oss. Nabij de woningen in de omgeving liggen (buiten de gewenste bierbrouwerij) geen andere milieubelastende functies. Daarom wordt uitgegaan van het omgevingstype rustig buitengebied. 3.2. Inwaartse en uitwaartse milieuzonering Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar. 3.3. Beoordeling Op basis van het inrichtingsplan zijn de milieubelastende activiteiten in beeld gebracht. De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op de kaart in bijlage II. De richtafstanden (gemeten tot maatgevende woningen in de omgeving) zijn toegelicht in tabel 2. Tabel 2. Richtafstanden milieubelastende functies Functie

SBI

Richtafstand (m) rustig buitengebied

Omschrijving Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Afstand (m)

Horeca-gedeelte

561

Restaurants

10

0

10

10

17

Kampeergedeelte

553, 552

Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)

30

10

50

30

42

Rijd- en parkeergedeelte

5221

Autoparkeerterreinen

10

0

30

0

23

Bierbrouwerij (groot)

1105

Bierbrouwerij

300

30

100

50

17

Destilleerderij (groot)

11010 1

Destilleerderijen en likeurstokerijen

300

30

200

30

17

Brouwerij en destilleerderij (zeer kleinschalig)

1102, 1103, 1104

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

10

0

30

0

17

Koffiebranderij

n.v.t.

Tafelmodel, in de keuken met ontgeuringsinstallatie

10

0

10

10

17

Voor het horeca-gedeelte is uitgegaan van lichte horeca. Er is geen sprake van versterkte muziek. De richtafstand van 10 meter is gerechtvaardigd. De keuken is voorzien van een ontgeuringsinstallatie, waarmee wordt voldaan aan de eisen die het Activiteitenbesluit stelt ten aanzien van geur. Er is sprake van een kleinschalige (ambachtelijke) bierbrouwerij. De milieubelasting is niet te vergelijken met een bierbrouwerij of destilleerderij van het formaat van de grote Nederlandse merken, waarvoor de richtafstanden in tabel 2 gelden. Bij de ambachtelijke Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 7 van 12

bierbrouwerij wordt slechts op zeer kleine schaal gebrouwen. Het betreft een ketel van 500 liter en er wordt 1 keer per week gebrouwen. De brouwerij is vergelijkbaar met de brouwerij aan Brouwerspad 26 te Lith waarvoor de gemeente Oss in 2013 een vergunning heeft verleend (kenmerk W4471). Bij die brouwerij is sprake van een condensor welke alle geuren afvangt en afvoert naar het riool. Dat is bij de beoogde brouwerij aan Oijense Bovendijk 61 te Oijen ook het geval. Dezelfde installatie wordt toegepast. Er zijn geen grote hoeveelheden transportbewegingen, installaties en schoorstenen zoals bij een grote bierbrouwerij. De milieubelasting naar de omgeving is te vergelijken met de milieubelasting naar de omgeving door een ander ambachtelijk productieproces van dranken, zoals bijvoorbeeld de vervaardiging van wijn, cider e.d. Voor die bedrijven geldt een richtafstand van 10 meter voor geur, 0 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 0 meter voor gevaar. Aan die richtafstand wordt voldaan, met uitzondering van het aspect geluid. De destilleerderij heeft een capaciteit van 33 liter en wordt 2 keer in de maand gebruikt. De milieubelasting naar de omgeving is te vergelijken met de milieubelasting naar de omgeving door een ander ambachtelijk productieproces van dranken, zoals bijvoorbeeld de vervaardiging van wijn, cider e.d.

Voor die bedrijven geldt een richtafstand van 10 meter voor geur, 0 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 0 meter voor gevaar. Aan die richtafstand wordt voldaan, met uitzondering van het aspect geluid. In de koffiebranderij wordt op zeer kleine schaal koffie gebrand met een tafelmodel koffiebrander:

Er wordt 1 keer per maand ongeveer 10 kg koffie gebrand. De koffiebranderij heeft geen relevante milieubelasting.

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 8 van 12

Uit tabel 2 en uit de kaart in bijlage II blijkt dat niet wordt voldaan aan de richtafstand voor het aspect geluid vanwege de gehele beoogde inrichting. Volgens het stappenplan in hoofdstuk 4 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering is een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk om de werkelijke geluidbelasting door de gewenste inrichting mogelijk te maken en of er maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn om het planvoornemen mogelijk te maken. In het akoestisch onderzoek wordt het geluid afkomstig van de gehele inrichting (dus horeca, kamperen en parkeren) betrokken. Aan de richtafstanden behorende bij de overige aspecten (geur, stof en gevaar) wordt wel voldaan. Deze aspecten vormen geen knelpunt voor het planvoornemen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan en de verbeelding is rekening gehouden met de richtafstanden uit tabel 2.

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 9 van 12

4. CONCLUSIE In dit onderzoek zijn de richtafstanden van de milieubelastende functies behorende bij de gewenste inrichting aan de Oijense Bovendijk 61 te Oijen onderzocht. Ten aanzien van bestaande woningen in de omgeving wordt niet aan de richtafstand voor het aspect geluid voldaan. Daarom is een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk om de werkelijke geluidbelasting door de gewenste inrichting inzichtelijk te maken en of er maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn om het planvoornemen mogelijk te maken. Aan de richtafstanden behorende bij de overige aspecten (geur, stof en gevaar) wordt wel voldaan. Deze aspecten vormen geen knelpunt voor het planvoornemen.

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 10 van 12

BIJLAGE I. Gewenste situatie

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 11 van 12

BIJLAGE II.

Kaart richtafstanden

Oijense Bovendijk 61 Oijen, onderzoek milieuzonering

Pagina 12 van 12

Bijlage 3

- Verkennend bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek Oijense Bovendijk 61 te Oijen

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Verkennend bodemonderzoek Oijense Bovendijk 61 te Oijen

Bierbrouwerij Oijen Oijense Bovendijk 61 5394 LA Oijen

MILON bv Huygensweg 24 5482 TG Schijndel

Titel:

verkennend bodemonderzoek Oijense Bovendijk 61 te Oijen

Status:

definitief

Datum:

22 mei 2017

Opdrachtgever:

Bierbrouwerij Oijen Oijense Bovendijk 61 5394 LA Oijen

Contactpersoon: E-mail:

de heer F. Roeland fokkeroeland@icloud.com

Projectnummer:

20161804-1

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:

ing. Mark Bergmans ing. Mark Bergmans 073-5477253 info@milon.nl/mark@milon.nl www.milon.nl

Handtekening Projectleider: ing. Mark Bergmans

Handtekening Kwaliteitscontrole: ing. Bregje van Lieshout

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn onze algemene voorwaarden, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 3 juni 2010, en de RVOI-2001 van toepassing. De tekst en inhoud van deze voorwaarden zijn te raadplegen via www.milon.nl of worden op verzoek gratis toegezonden.

MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenM voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).

Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................. 3 1.1. Opdrachtverlening .............................................................. 3 1.2. Aanleiding ......................................................................... 3 1.3. Doel .................................................................................. 3 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................ 3 2. Vooronderzoek ........................................................................ 4 2.1. Algemeen .......................................................................... 4 2.2. Huidig bodemgebruik .......................................................... 4 2.3. Voormalig bodemgebruik ..................................................... 5 2.4. Toekomstig bodemgebruik ................................................... 5 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .......................................... 6 2.6. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ................................. 6 2.7. Conclusie en hypothese ....................................................... 6 3. Uitvoering bodemonderzoek .................................................... 7 3.1. Onderzoeksstrategie ........................................................... 7 3.2.

Veldwerkzaamheden ........................................................... 7 3.3. Zintuiglijke waarnemingen ................................................... 7 3.4. Laboratoriumwerkzaamheden .............................................. 8 4. Interpretatie en toetsing ....................................................... 10 4.1. Wijze van beoordeling en toetsing ...................................... 10 4.2. Toetsing van de analyseresultaten ...................................... 11 4.3. Aanvullend onderzoek (grondwater) .................................... 12 5. Bespreking resultaten ........................................................... 13 5.1. Locatie 1 ......................................................................... 13 5.2. Locatie 2 ......................................................................... 13 5.3. Hypothese ....................................................................... 13 6. Samenvatting en conclusies .................................................. 14

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie 2. Situatietekening met boorpunten 3. Boorbeschrijvingen 4. Toetsing van de analyseresultaten 5. Analysecertificaten laboratorium 6. Verantwoording veldwerkzaamheden

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 5 april 2017 heeft MILON bv te Schijndel schriftelijk opdracht gekregen van de heer F. Roeland, namens Bierbrouwerij Oijen, voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oijense Bovendijk 61 te Oijen. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden met als leidraad het onderzoeksprotocol NEN 5740.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van en bouwplannen op de locatie.

1.3.

Doel

Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de algehele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.

1.4.

Betrouwbaarheid

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat er op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 3 van 14

2.

Vooronderzoek

2.1.

Algemeen

Voorafgaand aan het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek dient een vooronderzoek uitgevoerd te worden. Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) standaard niveau. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Informatie opdrachtgever en eigenaar; ▪ Gemeentelijke informatie inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, verleende vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; ▪ Bodemloket (www.bodemloket.nl); ▪ Historisch topografisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); ▪ Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Maps); ▪ Provinciale milieuverordening; ▪ Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; ▪ Kadaster; ▪ Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); ▪ Archeologische waardenkaart; ▪ Register conventionele explosieven (mora’s). Daarnaast is tijdens de veldwerkzaamheden een terreininspectie uitgevoerd. In de hierna volgende paragrafen worden de resultaten van het vooronderzoek besproken.

2.2.

Huidig bodemgebruik

De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Oijense Bovendijk 61 te Oijen, kadastraal bekend als gemeente Oijen, sectie F met nummer 155 en 184 (beide gedeeltelijk). De onderzoekslocatie betreft de voorgenomen nieuwbouw (locatie 1) ter plaatse van de huidige bierbrouwerij en de realisatie van acht chalets en camperplaatsen (locatie 2). De oppervlakte van locatie 1 bedraagt circa 1.000 m2 en locatie 2 circa 2.850 m2. Locatie 1 betreft het buitenterrein rondom de huidige bebouwing en is plaatselijk verhard met klinkers, stelconplaten en split met lokaal een fundering van puin en/of leistenen. Locatie 2 betreft een weiland. In figuur 1, 2 en 3 zijn overzichtsfoto’s van locatie 1 weergegeven en foto 4 betreft locatie 2.

Figuren 1 en 2: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie. Pagina 4 van 14

Bron: MILON bv

Figuren 3 en 4: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie.

Bron: MILON bv

Het perceel waarop de onderzoekslocatie gelegen is grenst aan de noordzijde aan de openbare weg Oijense Bovendijk en in de overige richtingen is het land agrarisch in gebruik. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1. Voor een indruk van de onderzoekslocaties wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2.

2.3.

Voormalig bodemgebruik

Volgens historisch topografisch kaartmateriaal was in de directe omgeving omstreeks 1900 reeds bebouwing aanwezig en het omliggende in gebruik als landbouwgrond. Ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie (brouwerij) was bebouwing reeds aanwezig (gebruik niet bekend). Op basis van overig kaartmateriaal blijkt dat het gebruik niet noemenswaardig wijzigt en dat er op de onderzoekslocatie het pand is verbouwd en uitgebouwd. In 2005 is een gebruiksvergunning aangevraagd en in 2011 is een Melding Activiteitenbesluit gedaan voor de oprichting van een speciaalbierbrouwerij. Voor zover bekend zijn binnen de onderzoekslocatie geen boven- of ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. Uit informatie van de gemeente blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen ophooglagen aanwezig zijn en dat de locatie vanuit het verleden niet asbestverdacht is. Tevens zijn er geen aanwijzingen voor archeologische kenmerken. Op grond van een door de firma AVG in 2016 uitgevoerd vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de locatie niet verdacht is voor wat betreft de aanwezigheid van conventionele explosieven. Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.

2.4.

Toekomstig bodemgebruik

Het voornemen bestaat om een vlaamse schuur (circa 600 m2), een entree (circa 25 m2) en een opslagruimte (circa 120 m2) te realiseren rondom de huidige bebouwing (locatie 1) en circa acht chalets en camperplaatsen (locatie 2) ter plaatse van het huidige weiland.

Pagina 5 van 14

2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 6 m+NAP. De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Regionale bodemopbouw De bodemopbouw van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot circa 4 m-mv uit klei, zwak zandig (formatie van Echteld. Hieronder tot circa 16 m-mv bevindt zich zwak tot grindig grof zand (formatie van Kreftenheye) en hieronder tot circa 25 m-mv is zwak tot matig grindig matig fijn zand (formatie van Waalre) aanwezig. Geohydrologie De stroming van het freatisch grondwater is in noord-noordwestelijke richting en bevindt zich op een hoogte van circa 1,5 meter beneden maaiveld. Plaatselijk kan de grondwaterstroming afwijken door de aanwezigheid van sloten. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Grondwaterbeschermingsgebied Het onderzoeksgebied is gelegen binnen het grondwaterbeschermingsgebied ‘Macharen’. Voor het grondwaterbeschermingsgebied gelden regels om het grondwater niet te vervuilen. Binnen deze gebieden zijn woningen, wegen en bedrijven toegestaan, maar er gelden wel wettelijke regels om vervuiling van het grondwater te voorkomen.

2.6.

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Naar opgave van de opdrachtgever (de eigenaar), de gemeente en de website www.bodemloket.nl zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Bij vele bodemonderzoeken in de provincie Noord-Brabant is vastgesteld dat licht tot en met sterk verhoogde concentraties van enkele zware metalen in het grondwater niet uitzonderlijk zijn.

2.7.

Conclusie en hypothese

De onderzoekslocatie bestaat uit twee locaties. Locatie 1: uitbreiding bierbrouwerij (1.000 m2) De betreft het buitenterrein rondom de huidige bebouwing en is plaatselijk verhard met klinkers, stelconplaten en split met lokaal een fundering van puin en/of leistenen. Deze locatie is altijd als buitenterrein in gebruik geweest. Locatie 2: realisatie chalets en camperplaatsen (2.850 m2) Deze locatie is in gebruik als weiland en is ook altijd agrarisch in gebruik geweest. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek wordt op beide onderzoekslocaties geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom kan conform NEN 5740 uitgegaan worden van een zogenaamde onverdachte locatie. Aldus is de volgende hypothese opgesteld:

‘onverdachte locatie’.

Pagina 6 van 14

3.

Uitvoering bodemonderzoek

3.1.

Onderzoeksstrategie

Op basis van het vooronderzoek en gestelde hypothese is het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform het onderzoeksprotocol NEN 5740, onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV). Het aantal te verrichten boringen en peilbuizen en de te analyseren grond- en grondwatermonsters is vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocaties (locatie 1 circa 1.000 m2 en locatie 2 circa 2.850 m2).

3.2.

Veldwerkzaamheden

Op 12 april 2017 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv (zie bijlage 6). Tijdens het veldwerk is eerst een inspectie van het terrein uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden opgemerkt die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Vervolgens zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd per locatie: Locatie 1: uitbreiding bierbrouwerij ▪ het plaatsen van 6 handboringen tot een diepte van 0,5 m-mv (boring 102 t/m 104 en 106 t/m 108); ▪ het plaatsen van 1 handboring tot een diepte van 1,7 m-mv (boring 101); ▪ het plaatsen van 1 peilbuis waarvan de onderkant van de filterstelling op een diepte 3,0 m-mv is geplaatst (boring 105); Locatie 2: realisatie chalets en camperplaatsen ▪ het plaatsen van 9 handboringen tot een diepte van 0,5 m-mv (boring 201 t/m 203, 205, 206, 208, 210 t/m 212); ▪ het plaatsen van 2 handboringen tot een diepte van maximaal 1,5 m-mv (boring 204 en 209); ▪ het plaatsen van 1 peilbuis waarvan de onderkant van de filterstelling op een diepte 2,5 m-mv is geplaatst (boring 207); Algemeen ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van de peilbuis na plaatsing. Op 19 april 2017 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer R.

(Rudo) de Kroon, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv (zie bijlage 6). Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van peilbuis 105 en 207, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.

3.3.

Zintuiglijke waarnemingen

Locatie 1: Hier is een verharding van klinkers, stelconplaten en split aanwezig met lokaal een fundering van straatzand, puin en/of leistenen. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit klei. Zintuiglijk zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen Pagina 7 van 14

gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Locatie 2: De locatie is geheel onverhard. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit klei en in de ondergrond wordt naast klei ook plaatselijk matig fijn zand aangetroffen. Zintuiglijk zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 1 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 1: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen. Locatie

Peilbuis

Locatie 1 Locatie 2

105 207

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50

Grondwaterstand (m -mv) 1,43 0,94

pH (-) 6,8 7,0

EGV (µS/cm) 811 432

Troebelheid (NTU) 11 12

De gemeten pH en geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in de peilbuizen hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (<10 NTU). Hierdoor kunnen concentraties van de organische parameters (zoals minerale olie en de individuele VOCL) hoger uitvallen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.

3.4.

Laboratoriumwerkzaamheden

De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan ALcontrol bv te Rotterdam. ALcontrol bv is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd ISO/IEC 17025 en erkend door het Ministerie van IenM voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000) en voor de 'Analyse van bouwstoffen' (AP04). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 2 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 2: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen. Locatie Locatie1

Analysemonster locatie 1 mm1

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,90

locatie 1 mm2

0,50 - 2,00

Deelmonsters

Opmerkingen / veldwaarnemingen

102 (0,00 - 0,50) 103 (0,15 - 0,55) 104 (0,20 - 0,55) 105 (0,10 - 0,50) 106 (0,15 - 0,55) 107 (0,40 - 0,90) 108 (0,35 - 0,85) 101 (0,50 - 1,00) zwak roesthoudend, sporen roest 101 (1,00 - 1,50) 101 (1,50 - 1,70) 105 (0,50 - 1,00) 105 (1,00 - 1,50) 105 (1,50 - 2,00) Pagina 8 van 14

Aangevraagde analyses Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os

Locatie Locatie 2

Analysemonster locatie 2 mm1

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50

locatie 2 mm2

0,00 - 0,50

locatie 2 mm3

0,70 - 2,00

Deelmonsters

Opmerkingen / veldwaarnemingen

201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50) 207 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50) 205 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50) 210 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50) 204 (0,70 - 1,00) matig roesthoudend 207 (1,00 - 1,50) 207 (1,50 - 1,80) 207 (1,80 - 2,00) 209 (1,00 - 1,50)

Aangevraagde analyses Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os

- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.

De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op een standaardpakket voor grond (bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organische stof). De grondwatermonsters zijn geanalyseerd op een standaardpakket voor grondwater (bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen). Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat er verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.

Pagina 9 van 14

4.

Interpretatie en toetsing

4.1.

Wijze van beoordeling en toetsing

Wet bodembescherming De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten van de grond en het grondwater geschiedt op basis van respectievelijk het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa-service) van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. MILON bv voert de toetsing uit middels de applicatie Terra Index welke wordt beheerd door I.T. Works te Delft.

De analyseresultaten (oftewel meetwaarden) van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organischestofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde waarden (GSSD). Voor grondwater vindt er geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt voor grond en grondwater een indexwaarde berekend (Index = (GSSD - AW) / (I - AW)). Is deze indexwaarde voor een parameter groter dan 1,0 is sprake van een ernstig bodemverontreiniging. Als de waarde groter is dan 0,5 dan bestaat er een vermoeden dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is in deze situatie vaak wenselijk/noodzakelijk. Met spreekt dan van matig verontreinigd (voormalige tussenwaarde). In tabel 3 is weergeven wat deze indexwaarde voor de grond en het grondwater betekend en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. Tabel 3: Toetsingsniveaus en weergave in tabellen indexwaarde <0

>0 <0,5

>0,5 <1,0

>1,0

betekenis

weergave in tabellen

Niet verontreinigd (schoon). Het concentratieniveau van de parameter geeft aan dat sprake is van een goede bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een verontreiniging. Licht verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is hoger dan de achtergrond- of streefwaarde. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's. Matig verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is dermate verhoogd dat het vermoeden bestaat dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is wenselijk/noodzakelijk. Ernstig verontreinigd. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

Pagina 10 van 14

>AW en < I of >S en < I

Index >0,5

>I

Opgemerkt wordt dat de normen voor barium in grond zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde barium gehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg ds. Deze voormalige interventiewaarde is op dezelfde manier onderbouwd als de interventiewaarden voor de meeste andere metalen.

4.2.

Toetsing van de analyseresultaten

De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 4 en 5. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Tabel 4: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Locatie locatie 1

locatie 2

Analysemonster locatie 1 mm1

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,90

locatie 1 mm2

0,50 - 2,00

locatie 2 mm1

0,00 - 0,50

locatie 2 mm2

0,00 - 0,50

locatie 2 mm3

0,70 - 2,00

Deelmonsters

> AW en <= I

>I

Index >0,5

102 (0,00 - 0,50) 103 (0,15 - 0,55) 104 (0,20 - 0,55) 105 (0,10 - 0,50) 106 (0,15 - 0,55) 107 (0,40 - 0,90) 108 (0,35 - 0,85) 101 (0,50 - 1,00) 101 (1,00 - 1,50) 101 (1,50 - 1,70) 105 (0,50 - 1,00) 105 (1,00 - 1,50) 105 (1,50 - 2,00) 201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50) 207 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50) 205 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50) 210 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50) 204 (0,70 - 1,00) 207 (1,00 - 1,50) 207 (1,50 - 1,80) 207 (1,80 - 2,00) 209 (1,00 - 1,50)

cadmium (0,01)

-

-

kobalt (0,06) nikkel (0,03)

-

-

kobalt (0,01) zink (0,01) cadmium (0,04)

-

-

cadmium (0,03)

-

-

-

-

-

-: geen gehalte hoger dan de betreffende toetsingswaarde; >AW en <=I: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd); Index >0,5: berekend door (Gestandaardiseerde waarde - AW) / (I - AW).

Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Locatie locatie 1 locatie 2

Analysemonster 105 207

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50

> S (+index)

>I

Index >0,5

nikkel (0,35) barium (0,09) -

zink (1,23) -

-

-: geen concentratie hoger dan de betreffende toetsingswaarde; >S (+index): de concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd); >I: de concentratie is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd); Index >0,5: berekend door (Gestandaardiseerde waarde - S) / (I – S).

Pagina 11 van 14

4.3.

Aanvullend onderzoek (grondwater)

Naar aanleiding van de sterk verhoogde concentratie zink in het grondwater van peilbuis 105 is in overleg met de opdrachtgever besloten een herbemonstering van het grondwater uit te voeren en dit te laten analyseren op zink. Doel van deze heranalyse is het vermoeden te toetsen dat het hier gaat om een verhoogde achtergrondconcentratie. De herbemonstering van het grondwater heeft plaatsgevonden op 4 mei 2017 en is uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, erkend monsternemer en medewerker van MILON bv (zie bijlage 6). Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van de peilbuis 105, waarbij gelijktijdig de zuurgraad en geleiding van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van de zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm-filter. De resultaten van de veldwerkzaamheden zijn weergeven in tabel 6. Tabel 6: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen. Peilbuis 105

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

Grondwaterstand (m -mv) 0,74

pH (-) 6,8

EGV (µS/cm)

Troebelheid (NTU) 5,0

811

De gemeten waarden zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie en komen overeen met de eerder gemeten waarden. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in de peilbuis nu lager is en dat deze waarde voor grondwater als normaal wordt geacht (<10 NTU). Het grondwatermonster is ter analyse aangeboden aan ALcontrol bv te Rotterdam. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten Analysemonster 105-1-1

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

> S (+index)

>I

Index >0,5

zink (0,01)

-

-

>S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; >T: de concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I: de concentratie is hoger dan de interventiewaarde.

De eerder aangetroffen sterk verhoogde zinkconcentratie wordt niet meer aangetroffen. Er wordt nog slechts een zeer licht verhoogde zinkconcentratie gemeten.

Pagina 12 van 14

5.

Bespreking resultaten

5.1.

Locatie 1

Ter plaatse van locatie 1 is een verharding van klinkers, stelconplaten en split aanwezig met lokaal een fundering van straatzand, puin en/of leistenen. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit klei. Zintuiglijk zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Analytisch is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte cadmium en in de ondergrond een licht verhoogd gehalte kobalt en nikkel aangetroffen. In het grondwater is een sterk verhoogde concentratie zink en licht verhoogde concentraties nikkel en barium gemeten. Na aanvullend onderzoek, waarbij het grondwater opnieuw is bemonsterd en het grondwater is geanalyseerd op zink, is slechts nog een licht verhoogde concentratie zink gemeten. Voor de licht verhoogde gehalten zware metalen in de grond is geen directe verklaring voor handen. Mogelijk zijn de verhoogde gehalten te relateren aan het gebruik van de locatie of betreffen het lokaal verhoogde achtergrondwaarden. De hier aangetroffen gehalten zijn gering en geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Nikkel, barium en zink zijn een zware metalen die als spoorelement van nature in het grondwater voorkomen.

Voor de lichte verhoging ten opzichte van de streefwaarde is geen eenduidige verklaring voorhanden maar het wordt waarschijnlijk geacht dat het hier verhoogde achtergrondconcentraties betreffen. Van nature fluctueren zware metalen concentraties in het grondwater. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Opgemerkt wordt dat de locatie is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied en er wettelijke regels gelden om vervuiling van het grondwater te voorkomen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij het gebruik van de locatie.

5.2.

Locatie 2

Locatie 2 is geheel onverhard. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit klei en in de ondergrond wordt naast klei ook plaatselijk matig fijn zand aangetroffen. Zintuiglijk zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten kobalt, zink en cadmium aangetroffen. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde waarden aangetroffen. Voor de licht verhoogde gehalten zware metalen in de bovengrond is geen directe verklaring voor handen. Mogelijk zijn de verhoogde gehalten te relateren aan het gebruik van de locatie of betreffen het lokaal verhoogde achtergrondwaarden. De hier aangetroffen gehalten zijn gering en geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek.

5.3.

Hypothese

Door de licht verhoogde gehalten of concentraties in de grond en het grondwater dient de opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ voor beide locaties verworpen te worden.

Pagina 13 van 14

6.

Samenvatting en conclusies

Door MILON bv te Schijndel is in opdracht van de heer F. Roeland, namens Bierbrouwerij Oijen, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oijense Bovendijk 61 te Oijen. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herinrichting van en bouwplannen op de locatie, met als leidraad het onderzoeksprotocol NEN 5740. Hieronder zijn de onderzoeksresultaten samengevat. Vooronderzoek De onderzoekslocatie bestaat uit twee locaties. Locatie 1: uitbreiding bierbrouwerij (1.000 m2) De betreft het buitenterrein rondom de huidige bebouwing en is plaatselijk verhard met klinkers, stelconplaten en split met lokaal een fundering van puin en/of leistenen. Deze locatie is altijd als buitenterrein in gebruik geweest. Locatie 2: realisatie chalets en camperplaatsen (2.850 m2) Deze locatie is in gebruik als weiland en is ook altijd agrarisch in gebruik geweest. Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom is conform NEN 5740 de hypothese ‘onverdachte locatie’ opgesteld. De oppervlakte van locatie 1 bedraagt circa 1.000 m2 en locatie 2 circa 2.850 m2. Onderzoeksresultaten Tijdens de veldwerkzaamheden zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging.

Specifiek wordt vermeld dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. In tabel 8 zijn de analyseresultaten samengevat. Tabel 8: Onderzoeksresultaten grond en grondwater. Onderzoeksresultaten grond en grondwater Locatie 1 bovengrond

cadmium

ondergrond

kobalt, nikkel

grondwater

nikkel, barium, zink

licht verhoogd licht verhoogd licht verhoogd

*

Locatie 2 bovengrond

kobalt, zink, cadmium

licht verhoogd

ondergrond

-

niet verhoogd

grondwater

-

niet verhoogd

*: na aanvullend onderzoek.

Conclusie en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocaties. Er zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten of concentraties aangetroffen. Wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit bestaat er ons inziens geen belemmering voor de toekomstige ontwikkelingen en het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Vervolgonderzoek naar de licht verhoogde gehalten in de grond en licht verhoogde concentraties in het grondwater wordt niet zinvol geacht. Dit verkennend bodemonderzoek is geen bewijsmiddel zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn.

Pagina 14 van 14

Bijlagen

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

5m

stelconplaten braakliggend

10

onverhard

5

15

klinkerverharding

boring

peilbuis

vast punt

afstand

bestaande bebouwing

perceelsgrens

onderzoekslocatie

LEGENDA

0

schaal 1:500

20

N 25 meter

Getekend

Project

Bijlage

Bestand

Figuur

Plaats

Locatie

Betreft

TvE

20161804-1

2

Gewijzigd

Datum

Versie

14-04-2017

1

Oijense Bovendijk 61 Oijen

Verkennend bodemonderzoek

Formaat

P:\PROJECTEN\Oijen\Oijense Bovendijk 61\Bodem\Tekeningen\Oijense Bovendijk 61

Ligging onderzoekslocatie met boorpunten

Schaal

1:500

A3

experts in bodem, ruimte en milieu

T 073-5477253 - E info@milon.nl

Huygensweg 24, 5482 TG Schijndel

AAN DEZE TEKENING KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND

Bijlage 3

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Projectnaam:

Oijense Bovendijk 16

Plaatsnaam:

Oijen

Projectcode:

20161804

Projectleider:

Mark Bergmans

Pagina:

1 van 5

Boring 101

Boring 102

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

klinker

0

0

Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor

1

1 50

-50

braak Klei, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

8

Klei, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

50

-50

2

100

-100

Klei, sporen roest, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

3

-150

4 170

Boring 103

Boring 104

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

klinker

0

0

8

1

15

-50

Zand, matig fijn, licht beigegrijs, Edelmanboor

1

Klei, zwak humeus, donker beigegrijs, Edelmanboor

2 55

klinker

8 20

Klei, zwak humeus, donker beigegrijs, Edelmanboor

2 -50

Zand, matig fijn, licht beigegrijs, Edelmanboor

55

Projectnaam:

Oijense Bovendijk 16

Plaatsnaam:

Oijen

Projectcode:

20161804

Projectleider:

Mark Bergmans

Pagina:

2 van 5

Boring 105

Boring 106

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

0

0

klinker

10

Klinker + ophoogzand

1

1

15

Klei, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

-50

Zand, matig fijn, licht beigegrijs, Edelmanboor Klei, zwak humeus, donker beigegrijs, Edelmanboor

2 50

klinker

8

Klei, zwak humeus, donker beigegrijs, Edelmanboor

-50

0

0

55

2

100

-100

Klei, zwak roesthoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor

3

-150

4

-200

-250

270

Klei, licht blauwgrijs, Edelmanboor 300

-300

Boring 107

Boring 108

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

split Schep

0

0

klinker

10

Klinker + ophoogzand Uiterst baksteenhoudend, zwak kleihoudend, Edelmanboor, Stootijzer

30 40

-50

Uiterst baksteenhoudend, uiterst leisteenhoudend, Edelmanboor Klei, neutraal blauwgrijs, Guts

1

35

Klei, neutraal blauwgrijs, Guts

-50

1

85 90

Projectnaam:

Oijense Bovendijk 16

Plaatsnaam:

Oijen

Projectcode:

20161804

Projectleider:

Mark Bergmans

Pagina:

3 van 5

Boring 201

Boring 202

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

50

-50

Boring 203

Boring 204

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

0

0

1

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

-50

weiland

1

50

-50

0

0

-50

2 70

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

3 100

-100

Boring 205

Boring 206

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

-50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

-50

weiland

50

Projectnaam:

Oijense Bovendijk 16

Plaatsnaam:

Oijen

Projectcode:

20161804

Projectleider:

Mark Bergmans

Pagina:

4 van 5

Boring 207

Boring 208

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

weiland Klei, zwak humeus, zwak zandig, donker grijsbruin, Edelmanboor

0

0

1

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

-50

50

-50

2

100

-100

Zand, matig fijn, zwak siltig, Zuigerboor

3

-150

4 180

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal grijsoranje, Zuigerboor

5 -200

250

-250

Boring 209

Boring 210

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Klei, zwak oerhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor

2

100

-100

Zand, matig fijn, sterk siltig, Edelmanboor

3

-150

150

-50

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

-50

0

0

50

Projectnaam:

Oijense Bovendijk 16

Plaatsnaam:

Oijen

Projectcode:

20161804

Projectleider:

Mark Bergmans

Pagina:

5 van 5

Boring 211

Boring 212

Datum: 12-04-2017

Datum: 12-04-2017

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox

Veldwerker: J.F.J. (Joost) Cox 0

0

weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

-50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

-50

weiland

50

Bijlage 4

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus Lutum Monsterconclusie

% ds % ds

locatie 1 mm1 12517113 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108 0,00 - 0,90 2,5 16 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index =0,5

OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus) Artefacten Aard artefacten

% w/w % % g -

82,1 16 2,5 <1 0

82,0 (6)

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

84 0,52 9,8 14 <0,05 <0,5 18 34 100

118 (6) 0,72 13,6 19 <0,04 <0,4 24 42 138

MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<5 <5 <5 <5 <20

14 (6) 14 (6) 14 (6) 14 (6) <56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=c3fbf56d-8261-4f36-b996-5f7767b83ebc