CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting.PDF

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 202219.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4. Landschappelijke interpretatie op basis van de hoogtekaart (AHN) met hoogteprofiel.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[11]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Volgens een archeologisch adviesdocument van de gemeente 5 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dat maakt onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm –mv. Volgens de gemeentelijke archeologiekaart, ligt het plangebied in “bebouwd gebied” (zie figuur 5)

Figuur 5. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2016.

5

Documentnr. MP20a14

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[12]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens Monument

Ligging

Aard

Waarde

16813

Direct ten zuidoosten van het plangebied

Historische bewoningskern van Oss (paars op figuur 5)

Hoog

11687

500m ten oosten van het plangebied

Middeleeuws kasteel (bruin op figuur 5)

Hoog

Zaakid.nr.

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamelwijze

2023041100

200m ZO

Bewoning

Volle middeleeuwen

Veel sporen en vondsten uit nederzettingscontext, binnen de (latere) stadsgracht

Onder verstoorde bovengrond

Opgraving

2023163100

450m ZO

Stadspoort

Late middeleeuwen

Fundering, muurresten

Onder de Fabriekstraat

Proefsleuven

2023503100

400m O

Bewoning

Nieuwe tijd

Grondsporen

Bebouwd gebied

Proefsleuven

2064214100

350m ZO

Bewoning

Nieuwe tijd

Kuilen, fundering, waterputten

Bebouwd gebied

Begeleiding

2064903100

400m NO

Bewoning

Middeleeuwen Nieuwe tijd

Keramiek en glas

N.b.

Opgraving

2111923100

400m NO

Bewoning

Late middeleeuwen

Sporen, greppels, keramiek, bot.

N.b.

Proefsleuven

2120639100

450m ZO

Bewoning

Romeinse tijd, l.middeleeuwen en nieuwe tijd

Fundering en keramiek

100-130cm

Begeleiding

2120809100

500m ZO

Geen vindplaats

Verstoring

Verstoord

Begeleiding

2210362100

200m Z

Hoge verwachting

Late middeleeuwen

Baksteen en aardewerk

Hoge enkeerdgrond, dekzand op 1.3 m -mv

Boring

2231803100

450m OZO

Bewoning Verdediging

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Ophooglagen, grondsporen, vondstmateriaal, wallen en grachten

Dekzand op 1.1-1.7m -mv

Begeleiding

2231999100

50m O

Bewoning

IJzertijd en middeleeuwen

Grondsporen, vondstmateriaal, gracht

N.b.

Proefsleuven

Verdediging 2772147100

400m O

Waterputten

Middeleeuwen en Rom. tijd

Waterputten en vondstmateriaal

N.b.

Opgraving

2788201100

200m O

N.b.

Late middeleeuwen en nieuwe tijd

Keramiek

N.b.

Niet archeologisch graafwerk

2788226100

250m NO

N.b.

IJzertijd, Romeinse tijd l.middeleeuwen

Keramiek

N.b.

Niet archeologisch graafwerk

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[13]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Zaakid.nr.

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamelwijze

2788242100

150m O

N.b.

Vroeg en late middeleeuwen

Keramiek

N.b.

Niet archeologisch graafwerk

2904314100

300m ZZW

Onbekend

Late prehistorie

Hallstatt-potje

N.b.

Niet bekend

2908802100

400m O

Bewoning

Middeleeuwen

Waterputten en vondstmateriaal

N.b.

Opgraving

2960886100

150m ZO

Bewoning Verdediging

Middeleeuwen

Grondsporen, stadsgracht, vondstmateriaal

N.b.

Opgraving

3136047100

500m O

Omgracht gebouw/

Middeleeuwen/

Muurwerk en gracht

2m -mv

Niet archeologisch graafwerk

Nieuwe tijd

kasteel 3136833100

300m ZZW

Munt

Romeinse tijd

Munt

N.b.

Literatuur

3176304100

150m O

Onbekend

Late middeleeuwen

Greppels met aardewerk

N.b.

Niet archeologisch graafwerk

3241590100

300m W

Kasteel Spitsbergen

Late middeleeuwen

Archief melding

N.b.

Archief

Tabel 2. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden, dan valt op dat de meeste vindplaatsen zich ten (zuid)oosten van het plangebied bevinden. Dat is niet verwonderlijk aangezien hier de dekzandkop ligt, waarop de historische kern van Oss gesitueerd is. De oudste vastgestelde sporen van bewoning dateren hier uit de ijzertijd, maar er zijn vooral veel bewoningssporen uit de middeleeuwen aangetroffen. Daarnaast is op meerdere locaties de laat middeleeuwse stadsgracht aangetroffen, waarvan uit de toelichtingen bij de vindplaatsen b lijkt dat deze in de 18/19 e eeuw is gedempt, waarna ook buiten de gracht weer gebouwd werd. Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakid.nr.

Resultaat/advies

2023041100

Opgraving 6 direct ten zuidoosten van het plangebied op een dekzandrug met hoge enkeerdgrond, met sporen van bewoning en gebruik uit de ijzertijd, Romeinse tijd, vroeg -, volle- en late middeleeuwen en nieuwe tijd (zie ook tabel 2). Belangrijke vaststelling is dat tus sen de late middeleeuwen en de nieuwe tijd de bewoning binnen de stadsgracht lag (zuidelijker) en pas vanaf eind 19 e eeuw weer daar buiten werd gebouwd.

2248117100 2309183100

2135795100

Bureauonderzoek

2210362100

Booronderzoek 150m ten zuiden van het plangebied resulterend in hoge verwachting (zie tabel 2)

2231999100

Proefsleuven ten oosten van het plangebied met bewoningssporen (zie tabel 2).

2359533100

Actualisatie beleidskaart Oss

2960886100

Opgraving ten zuidoosten van het plangebied met bewoning en verdediging (zie tabel 2)

Tabel 3. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

6

De W inter, 2014

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[14]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen De beleidsambtenaar archeologie van de gemeente Oss, heeft aangegeven dat ten zuidoosten van het plangebied ‘Huize Arendsvlucht’ lag. Bij de opgraving die hier heeft plaatsgevonden is echter “van Huize Arendsvlucht en het versterkte huis dat eraan voorafging maar weinig teruggevonden ” (toelichting op zaakidentificatie 2960886100).

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden.

Figuur 6. Overzicht van historische kaarten (bron: https://www.topotijdreis.nl/). Plangebied rood omlijnd.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[15]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Uit deze analyse (zie figuur 6) blijkt dat het plangebied langdurig tot de akkergronden in de periferie van de historische kern van Oss heeft beh oord. Dit bevestigt dat het plangebied ligt in een akkergebied met hoge enkeerdgronden, zoals reeds beschreven in paragraaf 2.2. Verder is op de kaart van 1868 de stadsgracht nog te zien, waarvan uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat deze de bewo ning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd inperkte (zie toelichting onder tabel 2). Ook dat bevestigt dus de ligging in de periferie van Oss. Op de kaart van 1900 is alleen het oostelijk deel van de gracht nog te zien. Het overige deel was toen blijkbaar al gedempt. Op de kadastrale minuutplan 1811-1832 7 en op de afgebeelde kaarten uit 1868 en 1900 is ook te zien dat op de oostgrens van het plangebied een gebouw heeft gestaan, behorend bij de bebouwing langs de uitvalswegen van en naar de stad Oss. Deze situatie blijft zo tot in de jaren 1950. Op de kaart van 1956 is ten zuiden van het plangebied voor het eerst een moderne stadsuitbreiding te zien en is het gebouw op de oostgrens van het plangebied verdwenen. Funderingsresten daarvan zouden nog in de bodem bewaard kunnen zijn. Op de kaart van 1967 is te zien dat vanaf dan ook het plangebied bij de stadsuitbreiding is betrokken. Dan raakt het plangebied voor een groot gedeelte bebouwd met het huidige gebouw.

Van gebouwde monumenten (rijksmonumenten of MIPs) is in het plangebied echter geen sprake.

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Deels bebouwd, deel verhard, klein deel onverhard (gras/struiken)

Hoogteligging maaiveld

Zoals beschreven in paragraaf 2.2 ligt het plangebied op de flank van een dekzandrug naar een terrasvlakte. Het plangebied zelf kent een relatief vlakke ligging. Maaiveldhoogte: circa 7m +NAP. Wel valt op dat het plangebied enkele decimeters hoger ligt dan de directe omgeving. Dit doet vermoeden dat ophoging heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de bouw van het huidige gebouw.

Grondwatertrap of -stand

Niet bekend.

Milieutechnische condities

Niet bekend.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Uit het adviesdocument van de gemeentelijke archeoloog blijkt dat de huidige bebouwing grotendeels is onderkelderd.

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Uit de KLIC-melding blijkt dat op de zuidgrens van het plangebied (gekoppeld aan de weg en stoep) het nodige aan kabels en leidingen loopt. Van daaruit lopen aftakkingen naar de hoofdingang en zijingang van het pand. Hiermee is bij de boorlocaties rekening gehouden (zie ook figuur 9).

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie:

7

https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce -mediabank/detail/a781601e-94d7-11e5-bfb2-6fc64b3dc269

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[16]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Aard

Sloop huidige pand, nieuwbouw Kindcentrum Nicolaas

Omvang en diepte

Een groot deel van het gebied wordt opnieuw bebouwd en daarvan overlapt 70% met de contouren van de huidige bebouwing (545 m 2 valt daar buiten). Daarnaast wordt een deel verhard. Verder valt op dat het verloop van de Driek van Erpstraat iets naar het zuiden wordt verlegd. De diepte van de met de herinrichting gepaard gaande ingrepen, is nog niet bekend.

Invloed op maaiveld en grondwater

Minimaal aangezien de nieuwe inrichting niet we zenlijk verschilt van de huidige.

Toekomstig gebruik

Bebouwing (Kindcentrum) met randvoorzieningen (plein, parkeerplaats, etc.)

Tabel 5. De toekomstige situatie.

Figuur 7. Schetsontwerp geprojecteerd op de luchtfoto, met in dunne rode lijn de huidige bebouwing .

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[17]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink )water bereikbaar. Van een zeer uitgesproken gradiënt (overgang nat-droog) is in het plangebied geen sprake, maar het ligt wel op de flank van een dekzandrug en op de graduele overgang naar het rivierengebied. Daarom zijn vindplaatsen van jager-verzamelaars uit de periode paleolithicum t/m neolithicum niet uit te sluiten. Deze vindplaatsen kenmerken zich door (oppervlakkige) concentraties van vuurstenen werktuigen en afval.

Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van hoge enkeerdgronden, die de weerslag vormen van langdurige beakkering. Hierdoor worden wel archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) t/m de middeleeuwen verwacht. Dergelijke vindplaatsen kenmerken zich doorgaans door vondstmateriaal en grondsporen. Hoewel het plangebied ligt buiten de stadsgracht (waarbinnen de bewoning in de late middeleeuwen en nieuwe tijd zich concentreerde, blijkt uit het historisch kaartmateriaal dat er op de oostgrens van het plangebied een gebouw heeft gestaan behorend tot de perifere bebouwing aan de uitvalswegen naar de stad Oss. Funderingsresten hiervan kunnen nog in de bodem aanwezig zijn. (Diepte)ligging In het plangebied komt een jong afdekkend ‘esdek’ voor dat het pleistocene loopvlak afdekt. Eventuele archeologische resten worden dus vooral onder/aan de basis van dit dek verwacht. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten.

Van eventuele vuursteenvindplaatsen wordt echter verwacht dat ze als gevolg van het landbouwkundig gebruik in het esdek vermengd zijn geraakt.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[18]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 20 mei 2021 en had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Daartoe zijn vijf boringen geplaatst, rekening houdend met de bestaande inrichting en kabels en leidingen (figuur 9). De eerste vier boringen zijn verspreid over het plangebied. De vijfde boring is geplaatst in het plantsoen ten zuiden van het plangebied, in verband met de mogelijke verlegging van de Driek van Erpstraat. Er is geboord tot maximaal 220 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm). Het opgeboorde materiaal is gesneden en al doende gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van meetlinten ingemeten ten opzichte van de aanwezige bebouwing. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van het AHN.

Figuur 8. Onbebouwde deel met grote kastanjeboom in het zuidwesten van het plangebied.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[19]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Het plangebied is voor een groot deel bebouwd en verhard. In het zuidwesten is een hoek onverhard en hier staat een grote kastanjeboom (zie figuur 8).

3.2.2

Geologie en bodem

De eerste vier boringen laten een redelijke uniforme opbouw zien. De bovengro nd bestaat telkens uit een gelaagd pakket donker bruingrijs zand. Het heeft kenmerken van een esdek, maar bevat tegelijkertijd dermate veel puinbijmenging en is dermate gevlekt, dat het is geïnterpreteerd als een (relatief recent) opgebracht of verstoord pakket, vermoedelijk voorafgaand aan de bouw van het huidige pand. Daaronder (op 75 – 100 cm –Mv) bevindt zich een donker grijsbruine zwak humeuze zandlaag. Omdat deze rust op de natuurlijke bodem, is deze laag geïnterpreteerd als de basis van het esdek, oftewel de oorspronkelijke (nu begraven) A-horizont. Alleen in boring 1 lag deze laag dieper (vanaf 120 cm -Mv). In boring 4 werd hieronder (op 100 cm –Mv) een bruine laag aangetroffen in matig fijn goed gesorteerd zwak siltig zand. Deze is geïnterpreteerd a ls een B-horizont van een (moderachtige) podzol in dekzand en ging via een lichtbruine BC-horizont over in de lichtgele C-horizont op 135 cm –Mv. Vervolgens werd op 150 cm –Mv een overgang aangetroffen naar grover, scherper en slechter gesorteerd zand met een enkel grindje. Dit betreft geen dekzand, maar is fluviatiel van oorsprong. Het betreft vermoedelijk het sediment van de formatie van Kreftenheye, zoals toegelicht in paragraaf 2.2. In boringen 1, 2 en 3 werd onder het esdek direct de C-horizont in deze fluviatiele afzettingen aangetroffen.

Hier ontbreekt dus het dekzand. Gezien verstoring van de bovengrond is niet uit te sluiten dat het dekzand hier bijvoorbeeld is afgegraven. Boring 5 week af van bovenstaande beschrijving. Hier zijn tot de einddiepte van 220 cm –Mv uitsluitend verstoorde lagen aangetroffen. De bovengrond was tot 70 cm –Mv vergelijkbaar met de vorige boringen, maar daaronder werd een (donkergeel)grijze laag aangetroffen bestaande uit zwak siltig, zwak grindig zand. De textuur lijkt op de fluviatiele afzettingen, maar de kleur was vies en het pakket was bijgemengd met baksteenbrokjes en humusvlekjes. In het veld werd even gedacht aan een grachtvulling, aangezien het pakket onderin enige microgelaagdheid liet zien. Maar de voormalige stadsgracht ligt 150m zuidelijker. Uit de historische kaarten (zie ook figuur 6) blijkt wel dat hier in die tijd een huiserf lag. Wellicht is een gedempte waterput, greppel of kuil aangeboord.

3.3 Archeologische relevantie In het hele plangebied is de bodem tenminste 75 cm opgehoogd. In het grootste deel van het plangebied is de bodem daaronder tot in de C-horizont verstoord. Met name in boringen 1, 3 en 5 is de verstoring diep, want de ongeroerde C-horizont zit hier op >170 cm –Mv. Zodoende is te verwachten dat ondiepe grondsporen verstoord zijn. Vondstmateriaal kan nog wel aanwezig zijn. Diepere grondsporen zouden zich echter ook nog intact in de C-horizont kunnen aftekenen. Daarbij moet gedacht worden aan waterputten, zoals die in de omgeving ook al gevonden zijn (zie paragraaf 2.3). Van boring 5 is zelfs niet uit te sluiten dat een grondspoor is aangeboord. In boring 4 is onder de ophoging nog een restant van de natuurlijke (moder-achtige) podzolgrond aangeboord. Dat betekent dat hier ook ondiepe sporen nog intact kunnen zijn.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[20]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 9. Ligging van de boringen geprojecteerd op de KLIC-kaart.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[21]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie De conclusies van het onderzoek worden getrokken aan de hand van beantwoording van de onderzoeksvragen: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied er uit?

Het plangebied ligt op de flank van een dekzandrug op de overgang van de Peelhorst naar het Midden Nederlands rivierengebied. Bodemkundig wordt het gebied gekenmerkt door hoge enkeerdgronden. 

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Met name direct ten zuidoosten van het plangebied zijn veel archeologische vindplaatsen bekend, gekoppeld aan de historische kern van Oss op de kop van de dekzandrug. De oudste vastgestelde sporen dateren uit de ijzertijd, maar er zijn vooral veel sporen uit de middeleeuwen aangetroffen , waaronder de stadsgracht. 

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Het plangebied behoorde tot de akkergronden rondom de stad Oss en lag buiten de stadsgracht in de zone met perifere bewoning langs de uitvalswegen. Van dat laatste lijkt een gebouw op de oostgrens van het plangebied te hebben gestaan. 

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Gezien de ligging op een dekzandrug met hoge enkeerdgronden in de perifere bewoningszone van de stad Oss, zijn bewoningssporen uit alle archeologische perioden te verwachten, variërend van vuursteenconcentraties en grondsporen tot eventueel stenen funderingsresten. 

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

Het onaangeroerde niveau werd aan de basis van het esdek verwacht (vanaf 50 cm –Mv), maar de bovengrond blijkt in het plangebied in alle gevallen te zijn opgebracht (tenminste 75 cm) en plaatselijk nog dieper verstoord (>170 cm). Toch zouden diepere sporen, zoals de waterputten die in de omgeving veel zijn aangetroffen, onder die verstoring nog intact kunnen zijn. Het is ze lfs niet uit te sluiten dat boring 5 in een diep grondspoor is gezet. In het zuidoosten van het plangebied bleek de bodem onder de ophoging grotendeels intact. Hier is een restant van de oorspronkelijke (moder-achtige) podzolgrond in het dekzand aangeboord en kunnen ook ondiepe sporen (zoals eventuele funderingsresten van het gebouw) intact zijn.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[22]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door de toekomstige ingrepen te beperken tot het grondplan van de bestaande bebouwing (waar de bodem al verstoord is) en waar dat niet mogelijk is de ingrepen te beperken tot de minimale verstoringsdiepte van 75 cm –Mv. Dit kan gehanteerd worden als nieuwe regel voor de bestemmingsplanwijziging. Indien dit niet mogelijk is, dan wordt verder onderzoek nodig geacht. In het bestemmingsplan kan dit als volgt worden opgenomen:

In het (plan)gebied zijn buiten de bestaande bebouwing archeologische resten te verwachten vanaf 75 cm –Mv (en dieper). Ingrepen tot die diepte zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Wanneer deze grens wordt overschreden, is archeologisch onderzoek nodig waarmee de aanwezigheid en waarde van eventuele archeologische resten wordt vastgesteld.

Gezien de openstaande archeologische vraagstelling (zie laatste vraag bij de conclusies) dient verder onderzoek te bestaan uit een gravend onderzoek. Daarbij vallen afgestemd op de toekomstige inrichting de volgende adviezen te geven. -

Uit figuur 7 blijkt dat in grote delen van het plangebied sprake is van oppervlakkige ingrepen (aanleg van verharding, wegen, parkeerplaatsen en groen). Naar verwachting zal hier de 75 cm – Mv niet bereikt worden. Indien dit toch het ge val is, dient over het gehele onbebouwde deel van het plangebied een proefsleuvenonderzoek plaats te vinden.

-

Indien de ingrepen tot 75 cm beperkt blijven, dan vormt alleen het toekomstige gebouw een bedreiging. Zoals echter blijkt uit figuur 7, valt dat voor een groot deel samen met de bestaande bebouwing, waar de bodem vanwege de onderkeldering al verstoord is. Daarom wordt geadviseerd de mogelijkheden te onderzoeken om met de nieuwbouw zoveel mogelijk overlap te zoeken. In zones waar dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd verder onderzoek te doen. Dit kan middels proefsleuven, maar gezien de beperkte omvang kan ook gedacht worden aan een vorm van archeologische begeleiding, waarbij eventuele sporen in de bouwput worden gedocumenteerd.

N.B. Gravend archeologisch onderzoek dient plaats te vinden conform een op voorhand goedgekeurd Programma van Eisen.

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oss, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[23]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Literatuur Busschers, F.S. & H.J.T. Weerts, 2003. Beschrijving lithostratigrafische eenheid Formatie van Kreftenheye. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen.Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Peeters, M., 2020. Archeologisch intern advies Schelversakker 1 Oss. Adviesnummer MP20a14. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Winter, J. de, 2014. Oud leven onder verzorgingshuis Vita Nova. De bewonings- en gebruiksfasen uit de ijzertijd, Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd in plangebied Begijnenstraat nabij de historische kern van Oss. BAAC-rapport A-09.0201, Den Bosch.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[24]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. Geologische context (Weerts e.a., 2006) van het plangebied (rode stip).

9

Figuur 3. Geomorfologische en bodemkundige context van het plangebied (rood).

10

Figuur 4. Landschappelijke interpretatie op basis van de hoogtekaart (AHN) met hoogteprofiel.

11

Figuur 5. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2016.

12

Figuur 6. Overzicht van historische kaarten (bron: https://www.topotijdreis.nl/). Plangebied rood omlijnd.

15

Figuur 7. Schetsontwerp geprojecteerd op de luchtfoto, met in dunne ro de lijn de huidige bebouwing.

17

Figuur 8. Onbebouwde deel met grote kastanjeboom in het zuidwesten van het plangebied.

19

Figuur 9. Ligging van de boringen geprojecteerd op de KLIC -kaart.

21

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

7

Tabel 2. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

14

Tabel 3. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

14

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

16

Tabel 5. De toekomstige situatie.

17

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Appendices N.v.t.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[25]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[26]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

+

Geomorfologische kaart van NL

+

Gedetailleerde bodemkaarten

+

DINO

+

Gegevens milieukundig bodemonderzoek Actueel Hoogtebestand Nederland

+ +

Lucht- en satellietfoto’s Topografische kaart van Nederland

+ +

Oud(st)e kadasterkaarten Historische kaarten van Nederland

+ +

Beeldmateriaal bouwhistorie

+

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

+

Archieven (RAAP)

+

Eigenaar en gebruiker

+

AMK

+

ARCHIS

+

CHW

+

Literatuur (arch./aardwet.)

+

Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

Opmerking

Geologische kaart van NL

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

+

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Bodemkaart van NL

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)

+ + +

[27]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[28]

Boorbeschrijvingen OSCHE

Boring: OSCHE_1 Kop algemeen: Projectcode: OSCHE, Boornummer: 1, Beschrijver(s): RE, Datum: 20-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 220, Grondwaterstand: 180 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 164042, Y-coördinaat in meters: 420284, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.96, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oss, Opdrachtgever: gemeente Oss, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 6.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: geel gevlekt 40 / 6.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: bruingrijs gevlekt 55 / 6.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens

laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten Laag opmerking: Opmerking: grijs gevlekt, veel baksteen 90 / 6.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: geel gevlekt 120 / 5.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 145, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: cokes, puintjes, vlekkerig 145 / 5.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort:

zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 170 / 5.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Lithogenese: fluviatiel Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Bodemkundige interpretatie: verploegd Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 190 / 5.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 190, Ondergrens laag in cm: 220, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Lithogenese: fluviatiel Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Laag opmerking: Opmerking: scherp zand, met mineraaltjes (fluviatiel) Einde boring 220 / 4.76

Boring: OSCHE_2 Kop algemeen: Projectcode: OSCHE, Boornummer: 2, Beschrijver(s): RE, Datum: 20-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 164077, Y-coördinaat in meters: 420264, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.93, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oss, Opdrachtgever: gemeente Oss, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 6.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten Laag opmerking: Opmerking: puin, glas, cokes 50 / 6.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en

vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: geel gevlekt 75 / 6.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 115, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Houtskool: enkel fragment, Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: brokjes puin, spikkels houtskool 115 / 5.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 115, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: AC-horizont Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 125 / 5.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Lithogenese: fluviatiel Bodem: Bodemhorizont:

C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 150 / 5.43

bron: Osche.geojson - 27-05-2021 09:09:37

Boorbeschrijvingen OSCHE

Boring: OSCHE_3 Kop algemeen: Projectcode: OSCHE, Boornummer: 3, Beschrijver(s): RE, Datum: 20-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 220 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 164091, Y-coördinaat in meters: 420304, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.85, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oss, Opdrachtgever: gemeente Oss, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 6.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: funderingszand verharding 30 / 6.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 65, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: geel gevlekt 65 / 6.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter:

Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 80 / 6.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 100 / 5.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 120 / 5.65 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 180, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verploegd Archeologie: Houtskool: enkel fragment, Puin onbepaald: enkel

fragment 180 / 5.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 220, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Lithogenese: fluviatiel Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 220 / 4.65

Boring: OSCHE_4 Kop algemeen: Projectcode: OSCHE, Boornummer: 4, Beschrijver(s): RE, Datum: 20-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 160 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 164118, Y-coördinaat in meters: 420281, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.9, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oss, Opdrachtgever: gemeente Oss, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 6.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: funderngszand 30 / 6.60 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: baksteen, plastic 85 / 6.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin

Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Bodemkundige interpretatie: esdek 100 / 5.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: B-horizont, Bodemkundige interpretatie: verploegd Laag opmerking: Opmerking: donker en geel gevlekt, moderachtig 120 / 5.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 135, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 135 / 5.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 135, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 150 / 5.40 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd Laag opmerking: Opmerking:

iets scherper en slechter gesorteerd zand (fluviatiel) Einde boring 160 / 5.30

bron: Osche.geojson - 27-05-2021 09:09:37

Boorbeschrijvingen OSCHE

Boring: OSCHE_5 Kop algemeen: Projectcode: OSCHE, Boornummer: 5, Beschrijver(s): RE, Datum: 20-05-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 220 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 164089, Y-coördinaat in meters: 420240, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.86, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oss, Opdrachtgever: gemeente Oss, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 6.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten Laag opmerking: Opmerking: veel baksteen 40 / 6.46 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: sterk grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie:

Puin onbepaald: veel fragmenten 70 / 6.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 220, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: matig grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: humusvlekken Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: baksteenbrokken/jes, humusvlekjes, onderin soms ietwat gelaagd (grachtvulling?). onderkant niet bereikt Einde boring 220 / 4.66

bron: Osche.geojson - 27-05-2021 09:09:37

Bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 2022 Bijlage 5:

Notitie Verkeersadvies Kindcentrum Nicolaas

Notitie

Voor: Van: Versie: Status: Datum: Referentie: Onderwerp:

Gemeente Oss Iv-Infra b.v. E Definitief 26 oktober 2021 INFR210470 Verkeersadvies Kindcentrum Nicolaas

1. Aanleiding De gemeente Oss onderzoekt de mogelijkheden voor het verplaatsen van de Nicolaasschool. Deze school is momenteel gevestigd aan de Koornstraat in Oss. De beoogde locatie bevindt zich in aan de Schelversakker. Het verplaatsen van de school heeft tot gevolg dat de verkeersstromen in Oss gaan veranderen. Deze veranderingen mogen niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Ook heeft de vestiging van de school gevolgen voor de parkeersituatie in de omgeving van de nieuwe locatie. Deze notitie beschrijft de gevolgen voor verkeer en parkeren.

2. Uitgangspunten 2.1. Programma Het Kindcentrum Nicolaas aan de Schelversakker plaats gaan bieden aan maximaal 450 leerlingen. Daarnaast krijgen binnen het Kindcentrum twee groepen kinderdagopvang (32 kinderen) en een groep peuters (20 leerlingen) een plek. Ten slotte wordt voorzien in 60 kindplaatsen buitenschoolse opvang. Vooralsnog betekent dit een voorziening voor kinderopvang van ongeveer 375 m2 bvo. Naast onderwijs en opvang krijgt ook sport-bewegingsonderwijs een plek binnen het Kindcentrum. In de laatste aanbeveling van het KVLO wordt aangegeven hiervoor een zaal van 308 m2 als ondergrens aan te houden. Daarmee wordt het totale bvo voor de gymzaal dan 576 m2.

1/21

2.2. Locatie De beoogde locatie van het Kindcentrum Nicolaas bevindt zich in aan de Schelversakker tussen de Driek van Erpstraat en de Hertogensingel.

Figuur 1 Locatie Kindcentrum Nicolaas

De Schelversakker en de Driek van Erpstraat zijn in het ‘Mobiliteitsplan Oss 2020’ aangewezen als een erftoegangsweg. Dit betekent dat op deze wegen het ‘verblijven’ centraal staat. De Hertogensingel is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. Op deze weg staat een vlotte en veilige doorstroming van het verkeer centraal. In de Driek van Erpstraat ten oosten van de Schelversakker geldt betaald parkeren. 2.3. Concept inrichtingsplan In het concept inrichtingsplan van 19 oktober 2021 zijn op drie locaties parkeerplaatsen ingetekend (zie figuur 2): 1. Op eigen terrein zijn 21 parkeerplaatsen ingetekend. Deze parkeerplaatsen hebben een aansluiting op de Driek van Erpstraat. 2. In de Driek van Erpstraat ter hoogte van het Kindcentrum zijn 20 parkeerplaatsen in de openbare ruimte voorzien. Op deze locatie zijn in de huidige situatie 28 parkeerplaatsen aanwezig. 3. In de Schelversakker is aan de oostzijde een parkeerstrook voor halen en brengen voorzien die ruimte biedt aan 9 voertuigen. In de huidige situatie geldt op de plaats van deze strook een parkeerverbod op de rijbaan. Aan de westzijde worden 6 parkeerplaatsen aangelegd. 4. In de Arendsvlucht is aan de zijde van het park een parkeerstrook voorzien met 11 plaatsen.

INFR210470

2/21

3 1 2

4

Figuur 2 Concept inrichtingsplan (d.d. 19-10-2021)

2.4.

Beleid en richtlijnen parkeren

Het parkeerbeleid van de gemeente Oss ligt vast in de nota ‘Parkeernormen 2017; gemeente Oss’, door het college van B&W vastgesteld op 13 december 2016. In deze nota is vastgelegd dat bij nieuwe projecten rekening gehouden moet worden met de beschikbaarheid van voldoende parkeergelegenheid. Voldoende parkeerplaatsen zijn belangrijk voor de bereikbaarheid en ze voorkomen dat een te hoge parkeerdruk zorgt voor overlast in het gebied. Op basis van de parkeernormen in de parkeernota wordt het aantal parkeerplaatsen berekend dat beschikbaar moet zijn in het plangebied. Dit is de parkeereis. De hoogte van een parkeernorm is afhankelijk van de ligging van de functie. De beoogde locatie aan de Schelversakker valt onder de ‘schil’. Dat geldt ook voor de huidige locatie aan de Koornstraat. In tabel 1 zijn de parkeernormen opgenomen voor de functies in het plangebied. Functie

Eenheid

Norm

Aandeel bezoekers

Basisschool

per leslokaal

0,8

-

Kinderdagverblijf / crèche

per 100 m2 bvo

1,1

-

Sportzaal

per 100 m2 bvo

1,9

94%

Tabel 1 Parkeernormen gemeente Oss

INFR210470

3/21

De parkeernormen voor een basisschool en kinderdagverblijf hebben alleen betrekking op het parkeren door personeel. Deze normen zijn exclusief de vraag naar parkeerplaatsen voor het brengen en halen van de leerlingen. Op basis van kencijfers in de CROW-publicatie 182 (‘Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering’) kan een inschatting gemaakt worden van de behoefte aan ruimte voor het halen en brengen van de leerlingen. De gemeente Oss heeft deze methode opgenomen in de parkeernota. Volgens de kencijfers van het CROW ligt het percentage leerlingen dat wordt gebracht en gehaald landelijk gezien tussen de 1% en 60%. Het exacte percentage is afhankelijk van de stedelijkheidsgraad, stedelijke zone en de gemiddelde afstand naar school. Gemiddeld ligt het percentage op:  Groepen 1 t/m 3: 30-60%  Groepen 4 t/m 8: 5-40%  Kinderdagverblijf: 50-80% Voor het halen en brengen van de leerlingen kan onderscheid gemaakt in twee groepen:  leerlingen die zelfstandig van de auto naar de klas kunnen lopen; deze auto’s staan slechts stil op een parkeerplaats, waardoor de parkeerruimte die gebruikt wordt, door meer voertuigen gebruikt kan worden;  leerlingen die door een volwassene naar de klas gebracht worden; deze auto’s staan korte tijd geparkeerd, waardoor de parkeerruimte over het algemeen maar door één voertuig gebruikt kan worden.

Om deze reden wordt een reductiefactor voor de parkeerduur gehanteerd:  Reductiefactor parkeerduur o Groepen 1 t/m 3: 0,5 (gemiddeld 10 minuten in periode van 20 minuten, wat betekent dat een parkeerplaats gemiddeld 2 keer per haal- of brengmoment gebruikt wordt) o Groepen 4 t/m 8: 0,25 (gemiddeld 2,5 minuten in periode van 10 minuten, wat betekent dat een parkeerplaats gemiddeld 4 keer per haal- of brengmoment gebruikt wordt) o Kinderdagverblijf: 0,25  Reductiefactor aantal kinderen per auto o Groepen 1 t/m 3: 0,75 o Groepen 4 t/m 8: 0,85 o Kinderdagverblijf: 0,75 Het aantal plaatsen voor het halen en brengen kan bepaald worden aan de hand van de volgende formule: Aantal leerlingen x % met auto x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen per auto

INFR210470

4/21

2.5. Richtlijnen stallingsplaatsen fietsen Om het aantal stallingsplaatsen voor fietsen te bepalen heeft het CROW eveneens kencijfers opgesteld. De meest recente publicatie van het CROW met kencijfers voor parkeren en verkeersgeneratie bevat geen kencijfers voor het aantal stallingsplaatsen. De nieuwe kencijfers voor stallingsplaatsen zijn nog in ontwikkeling. Om een inschatting te maken van het benodigd aantal stallingsplaatsen wordt daarom gebruik gemaakt van de kencijfers uit de publicatie 317 (‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’). Voor basisscholen zijn de kencijfers opgenomen in tabel 2.

Leerlingen

Medewerkers

Schoolgrootte

Kencijfer

Spreiding (min-max)

< 250 leerlingen

4,3

3,0 – 5,0

250 tot 500 leerlingen

5,0

3,5 – 5,8

> 500 leerlingen

6,2

4,3 – 7,2

per 100 m2 bvo

1,1

0,2 – 0,7

Per

10 leerlingen

10 leerlingen

Tabel 2 Kencijfers stallingsplaatsen basisscholen

2.6. Richtlijnen verkeersgeneratie Het CROW heeft kencijfers ontwikkeld voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die worden gegenereerd bij nieuwe ontwikkelingen. De meest recente richtlijnen liggen vast in publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale kencijfers. De te hanteren kencijfers zijn afhankelijk van de kenmerken van de locatie. De kern Oss heeft volgens het CBS een stedelijkheidsgraad 2 (sterk stedelijk). De beoogde locatie aan de Schelversakker valt onder de ‘schil’. De verkeersgeneratie van een sportzaal bedraagt volgens de kencijfers 7,5 tot 9,8 verplaatsingen per 100 m2 bvo. Voor het basisonderwijs zijn geen kencijfers opgenomen voor verkeersgeneratie. De generatie kan bepaald worden aan de hand van het benodigde aantal parkeerplaatsen: voor personeel is de generatie 2 keer het aantal parkeerplaatsen (heen en terug) en voor het halen en brengen 2 keer 2 verplaatsingen (heen en terug).

INFR210470

5/21

3. Parkeren 3.1. Parkeerbehoefte school De parkeernorm voor personeel bedraagt 0,8 parkeerplaats per leslokaal. Op dit moment is niet bekend hoeveel lokalen en/of groepen er zullen zijn. In Nederland bedraagt de gemiddelde groepsgrootte 23 à 24 leerlingen. Om de parkeerbehoefte voor personeel te kunnen bepalen wordt uitgegaan van gemiddeld 23 leerlingen per lokaal. Uitgaande van 450 leerlingen zijn dit afgerond 20 lokalen. Volgens de gemeentelijke parkeernorm moeten bij 20 lokalen 16,0 parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor het personeel van de school. In de kencijfers van het CROW is er bij de parkeerbehoefte bij halen en brengen een onderscheid tussen de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8. Van de school op de nieuwe locatie is bekend dat er maximaal 450 leerlingen komen. De verdeling over de groepen is niet bekend. Daarom wordt voor de berekening uitgegaan van een gelijkmatige verdeling van het leerlingaantal over de groepen.

Groep

Aantal leerlingen

1 t/m 3

Percentage auto

Reductiefactoren

Parkeercapaciteit

Min.

Max.

Parkeerduur

Per auto

Min.

Max.

Gem.

168,75

30%

60%

0,5

0,75

19,0

38,0

28,5

4 t/m 8

281,25

5%

40%

0,25

0,85

3,0

23,9

13,4

Totaal

450

22,0

61,9

41,9

Tabel 3 Theoretische parkeerbehoefte halen en brengen basisschool

Voor het halen en brengen van leerlingen zijn volgens de kencijfers van het CROW 22 tot afgerond 62 parkeerplaatsen nodig (zie tabel 3). Dit betreft een ruime bandbreedte. Voor nieuwe situaties waarbij het exacte autogebruik nog niet bekend is, geldt het gemiddelde van de kencijfers als uitgangspunt. Dit betekent dat bij het nieuwe kindcentrum 42 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn voor het halen en brengen van de leerlingen. De werkelijke behoefte aan parkeerplaatsen is nog niet bekend. De behoefte aan parkeerplaatsen is bijvoorbeeld afhankelijk van het werkelijke leerlingenaantal, het verzorgingsgebied van de school en van het beleid dat de school voert om leerlingen en hun ouders te stimuleren om de fiets te gebruiken in plaats van de auto. In een schooljaar kan de vraag naar parkeerplaatsen ook variëren. Zo zullen bij slecht weer meer kinderen met de auto gebracht worden dan bij mooi weer. Dit betekent dat de 42 parkeerplaatsen voor het halen en brengen mogelijk niet altijd toereikend zullen zijn. Om een extra parkeervraag op te kunnen vangen is daarom 10% extra parkeercapaciteit gewenst. Dit betekent een totale parkeervraag van 46 plaatsen. De overige parkeerders zullen op incidentele piekmomenten elders een vrije parkeerplaats moeten kunnen vinden. 3.2. Parkeerbehoefte kinderopvang De parkeernorm voor personeel bedraagt 1,1 parkeerplaats per 100 m2 bvo.

De ruimte voor kinderopvang krijgt een oppervlakte van ongeveer 375 m2 bvo. Dit betekent dat voor het personeel van de kinderopvang volgens de parkeernormen 4,1 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn.

INFR210470

6/21

Voor het halen en brengen van de kinderen van het kinderdagverblijf en de peuterspeelzaal zijn eveneens parkeerplaatsen nodig, zie tabel 4. Het gaat om minimaal 5 en maximaal 8 parkeerplaatsen. Groep

Aantal

Percentage auto

Reductiefactoren

Parkeercapaciteit

leerlingen

Min.

Max.

Parkeerduur

Per auto

Min.

Max.

Gem.

KDV

32

50%

80%

0,25

0,75

3,0

4,8

3,9

peuters

20

50%

80%

0,25

0,75

1,9

3,0

2,4

Totaal

52

4,9

7,8

6,3

Tabel 4 Theoretische parkeerbehoefte halen en brengen basisschool

De tijden waarop kinderen gebracht en gehaald worden, zijn bij de scholen en de kinderopvang niet gelijk. De school is daarmee maatgevend voor het benodigd aantal plaatsen voor het halen en brengen. 3.3. Parkeerbehoefte gymzaal De gymzaal vervult overdag een functie voor de school. Op dat moment zijn er geen aanvullende parkeerplaatsen nodig voor de gymzaal. Buiten schooltijd kan de gymzaal verhuurd worden. Op basis van de gemeentelijke parkeernorm zijn op dat moment 10,9 parkeerplaats nodig voor de gymzaal. 3.4. Opvangen parkeervraag Het parkeren bij het Kindcentrum Nicolaas bestaat uit kort parkeren (halen en brengen van kinderen) en uit lang parkeren (parkeren door personeel). Lang parkeren Voor het personeel van zowel de school als de opvang zijn op basis van de nota ‘Parkeernormen 2017; gemeente Oss’ in totaal afgerond 21 parkeerplaatsen nodig. Deze parkeerplaatsen zijn bij voorkeur op eigen terrein aanwezig. In het concept inrichtingsplan (zie figuur 2) zijn op eigen terrein 21 parkeerplaatsen ingetekend. Dit betekent dat op eigen terrein voldaan kan worden aan de parkeervraag voor lang parkeren. Buiten schooltijden kan de gymzaal verhuurd worden. De parkeervraag van de gymzaal bedraagt maximaal 11 parkeerplaatsen. Deze parkeervraag kan eveneens volledig op eigen terrein opgevangen worden.

Kort parkeren Voor het halen en brengen van de leerlingen zijn volgens de kencijfers gemiddelde 42 parkeerplaatsen nodig. Om een schommeling in de parkeervraag op te vangen wordt uitgegaan van 10% extra parkeercapaciteit. Het totaal aantal plaatsen voor halen en brengen komt hiermee uit op 46 parkeerplaatsen. Dit aantal is maatgevend bij de beoordeling of in de openbare ruimte voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn om de parkeervraag op te vangen. Op eigen terrein zijn geen parkeerplaatsen voorzien voor het tijdelijk parkeren voor halen en brengen. De parkeervraag van de kinderopvang (5 tot 8 parkeerplaatsen) is over het algemeen op niet op hetzelfde moment als de parkeervraag van de school.

INFR210470

7/21

3 1 2

4

Figuur 3 Concept inrichtingsplan (d.d. 19-10-2021)

De locaties 2, 3 en 4 in figuur 3 zijn gezien de ligging ten opzichte van de school geschikte locaties voor het tijdelijk parkeren voor halen en brengen. Op locatie 3 wordt aan de oostzijde van de Schelversakker een kiss & ride strook aangelegd met 9 plaatsen en aan de westzijde twee parkeerstroken met ieder 3 plaatsen. Locatie 2 betreft bestaande parkeerplaatsen. In de toekomst heeft de parkeerstrook een capaciteit van 20 parkeerplaatsen. Aandachtspunt hierbij is dat deze plaatsen in een zone met betaalde parkeren liggen. Formeel gezien moeten de ouders betalen als ze uitstappen om met kinderen de school inlopen. Op locatie 4 wordt een langsparkeerstrook aangelegd met 11 plaatsen. In de directe nabijheid van de school zijn in de toekomst in totaal 46 parkeerplaatsen aanwezig voor het halen en brengen van leerlingen. Volgens de kencijfers bedraagt de parkeervraag gemiddeld 42 plaatsen. Uitgaande van een extra capaciteit van 10% voor het opvangen van schommelingen in de parkeervraag zijn 46 plaatsen gewenst. Dit betekent dat voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zullen zijn voor het halen en brengen van de leerlingen.

Om te zorgen dat de parkeerplaatsen daadwerkelijk beschikbaar zijn op het moment dat de leerlingen gebracht en gehaald worden, kan het nodig zijn om parkeerregulerende maatregelen te treffen (zoals het instellen van een maximale parkeerduur of het uitbreiden van de zone met betaald parkeren). De woonwijk ten westen van de schoollocatie is ongeschikt voor het opvangen van de reguliere parkeervraag voor het halen en brengen. In deze woonstraten is slechts beperkt restcapaciteit beschikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1853a1ce-0568-484b-875f-809c3382cc05