CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 3 Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)5.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 3

Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap

Windmolenontwikkeling ‘Elzenburg - De Geer’

Inhoudsopgave Ontwerpvoorstellen kwaliteitsverbetering landschap Windmolenontwikkeling ‘Elzenburg - De Geer’

1 1

1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Opgave 5 1.3 Randvoorwaarde uit het landschapsbeleid 7 1.4 Financiële randvoorwaarde 9 1.5 Proces en communicatie 9 1.6 Leeswijzer 13 2 Kwaliteiten van het huidige landschap 15 2.1 Historie 15 2.2 Ruimtelijke karakteristiek 23 2.3 Natuur en Water 27 2.4 Recreatieve routes 29 3 Visie 31 4 Ontwerpvoorstellen kwaliteitsverbetering landschap 39 4.1 Groene randen 39 4.1.1 Groene dorpsrand van Haren 41 4.1.2 Groene dorpsrand van Macharen 47 4.1.3 Groene dorpsrand van Berghem 53 4.1.4 Groene rand gehucht van Harensbroek 59 4.1.5 Groene rand Oss 61 4.2 Erfbeplanting 65 4.2.1 Selectie van de erven 65 4.2.2 Principes erfbeplanting 67 4.2.3 Voorbeelden uitwerking erfbeplanting 71 73 Bronnen 77 Colofon 79

1

Illustratie 1.1: Opstelling van de 4 windmolens

2

Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Oss heeft het doel om in het jaar 2050 25% van het totaal geraamde energieverbruik binnen de gemeentegrenzen middels herwinbare energiebronnen op te wekken. Om het ruimtelijk effect hiervan te onderzoeken is in 2017 de rapportage Energie en Ruimte ‘Kansen voor opwekking duurzame energie in Oss’ (Bosch en Slabbers april 2017) opgesteld. Hierin worden de ruimtelijke kansen voor duurzame energieopwekking ruimtelijk verkend. Eén van de kansrijke locaties voor windenergie is de locatie Elzenburg – De Geer. In december 2017 heeft de gemeenteraad besloten om voor deze locatie voor 5 windmolens de planologische procedure te starten (met een uitbreidingsmogelijkheid naar 7 molens). Het voorontwerpbestemmingsplan heeft tot eind oktober 2018 ter inzage gelegen. Dit voorontwerp gaat uit van 4 rechtstreeks te bestemmen windmolens, omdat de ’bedrijfsmolen’ op korte termijn niet gerealiseerd gaat worden. Het ontwerpbestemmingsplan ligt vanaf 7 maart 2019 zes weken ter inzage en gaat ook uit van 4 rechtstreeks te bestemmen windmolens.

3

Illustratie 1.2: Studiegebied (in blauw) en plangebied (in rood)

Illustratie 1.3: Panorama van de Buitensingel Amsterdam, 1880, tekening J. Rieke ( uit Stadsarchief Amsterdam)

4

1.2 Opgave Bij het opstellen van deze rapportage zijn de posities van de windmolens bepaald (illlustratie 1.1). Het gaat in de eerste fase om de plaatsing van vier windmolens op de locatie die in het MER grotendeels aangeduid wordt met de naam ‘De Hoed’. Het studiegebied voor kwaliteitsverbetering van het landschap is groter en omvat het landschap opgespannen tussen de driehoek Macharen-Haren-Berghem en Oss ‘de Geer’ (illlustratie 1.2). De vraag is hoe het landschap aan kwaliteit kan winnen en met name hoe de leefbaarheid van de direct omwonenden verbeterd kan worden. De transitie van fossiele energie naar hernieuwbare energiebronnen in de vorm van windmolens betekent een aanzienlijke transformatie van het landschap. We zullen met z’n allen moeten wennen aan het feit dat energieproductie weer zichtbaar wordt in het landschap. Overigens is dat eeuwenlang ook het geval geweest. Voor het olie- en gastijdperk waren windmolens in Nederland één van de belangrijkste energiebronnen. Werelderfgoed locaties zoals de Kinderdijk waar uit alle hoeken van de wereld mensen naar komen kijken is een goed voorbeeld hoe wij Nederlanders in het verleden slim en met trots met windenergie omgingen. De windmolens met een tiphoogte van maximaal 210 meter hoog zoals op de locatie Elzenburg – De Geer gepland zijn, zijn van een andere schaal en daarom ook van een andere schoonheid.

Het is de uitdaging om het landschap rondom de nieuwe windmolens dusdanig in te richten dat er nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat.

5

Illustratie 1.4: Landschapstypen in Nota landschapsbeleidsplan, Gemeente Oss, 2015

6

1.3 Randvoorwaarden uit het Landschapsbeleid De gemeente Oss heeft in 2015 de Nota Landschapsbeleid 2015 vastgesteld. In deze nota is aangegeven wat de bestaande en gewenste kwaliteiten zijn van de verschillende in Oss voorkomende landschapstypen (zie illustratie 1.4). De op Oss grondgebied te onderscheiden landschapstypen uiterwaard, oeverwal, komgebied (met rivierduinen), dekzandrand en dekzandrug hebben alle vijf hun eigen karakteristiek en waarde. Het beleid gaat uit van het versterken van het contrast tussen de verschillende landschapstypen. In de Nota Landschapsbeleid 2015 is voor de oeverwal (en de rivierduinen) aangegeven dat hier het kleinschalige en groene karakter versterkt kan worden, door het toevoegen van landschapselementen zoals (hakhout)bosjes, houtwallen, lanen en hoogstamboomgaarden. Voor het komgebied is aangegeven dat de openheid van het gebied zeer waardevol is. Dit is niet alleen visueel-ruimtelijk (lange zichtlijnen) maar ook voor weidevogels van belang. Langs openbare wegen worden geen bomen aangeplant. Voor erven geldt dat erfbeplanting is toegestaan. De dekzandrand (de overgang tussen de hoge zandgronden van de dekzandrug en de lage kleigronden van het komgebied) wordt gekenmerkt door een halfopen, kleinschalig karakter met kavelranden laanbeplanting.

Voor alle beplantingstypen geldt het gebruik van inheemse plantensoorten, passend op het landschapstype.

7

Illustratie 1.5: Landschap in 1910

Illustratie 1.6: Landschap in 1955

8

In illustratie 1.4 is te zien dat de geplande windmolens in het komgebied komen. De voorstellen in dit plan voor kwaliteitsverbetering van het landschap liggen in een veel groter studiegebied namelijk in de landschapstypen: oeverwal, komgebied en dekzandrand. De voorstellen sluiten aan en vormen een uitwerking van het landschapsbeleid voor deze drie gebieden. 1.4 Financiële randvoorwaarden De financiële middelen die beschikbaar komen voor de kwaliteitsverbetering, worden betaald door de ontwikkelende partijen. Conform de werkwijze bij windpark A16 vragen we van de ontwikkelaars een bijdrage van 10.000 euro per opgestelde megawatt bij oplevering van de windmolens. Dit betekent dat we voor deze locatie in totaal ongeveer € 140.000 euro beschikbaar hebben voor landschapsversterkende maatregelen. Wij gaan hierbij uit van een investeringsbudget. De gemeente neemt het onderhoud vanaf realisatie in 2021/2022 mee bij de meerjarenbegroting. 1.5 Proces en communicatie Bij de totstandkoming van dit plan is meerdere keren met de Klankbordgroep en het Team en Landschap overlegd. Bij de start van het proces waren de financiële randvoorwaarden voor de landschappelijke kwaliteitsverbetering nog niet geheel duidelijk. Ook wilde de gemeente een ruime keuze aan mogelijke maatregelen voorleggen aan de klankbordgroep.

Er is daarom bij de start van het proces over de volle breedte onderzocht welke maatregelen voor kwaliteitsverbeteringen van het landschap mogelijk zijn. Deze maatregelen varieerden van investeren in natuurontwikkeling,

9

Illustratie 1.7: Verschillende panorama’s in het plangebied

10

het verbeteren van het recreatief netwerk, het versterken van bestaande beplantingsstructuren en het investeren in het groenblauwe raamwerk van een toekomstig energiepark ElzenburgDe Geer (in de Hoed). In de bijlagen zijn de onderzochte kansen weergegeven. Deze zijn aan de klankbordgroep gepresenteerd in een vijftal strategieën te weten: maximaal visueel effect, laanherstel, natuurontwikkeling, recreatienetwerk en energiepark. De belangengroep omwonenden en de wijk- en dorpsraden in de klankbordgroep kozen vooral voor die maatregelen die een ‘maximaal visueel effect’ hebben voor de bewoners en gebruikers van landschap in en om de dorpen Berghem, Macharen en Haren. De natuurorganisaties in de klankbordgroep wilden vooral maatregelen voor de natuur om het leefgebied voor weidevogels te versterken. Na overleg met de gemeente over de uitkomsten van de klankbordgroep zijn in dit document de maatregelen uit het pakket ‘maximaal visueel effect’ verder uitgewerkt, dus de maatregelen die omwonenden graag zien. Via een ander spoor wordt gekeken naar mogelijke maatregelen voor weidevogels (de maatregelen die natuurorganisaties graag zien). De maatregelen voor weidevogels maken geen deel uit van deze rapportage.

De maatregelen uit het pakket ‘maximaal visueel effect’ zijn geraamd en leiden in samenhang met de financiële randvoorwaarden uiteindelijk tot de uitgewerkte voorstellen in deze rapportage.

11

Illustratie 1.8: Zicht op Haren

12

1.6 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken worden de maatregelen voor kwaliteitsverbetering van het landschap beschreven in relatie tot de voorgenomen plaatsing van de windmolens. Om goed begrip te krijgen wat kwaliteitsverbetering inhoudt beginnen we in hoofdstuk 2 met een beknopte beschrijving van de historie en huidige kwaliteiten van het landschap. In hoofdstuk 3 wordt de visie op de opgave ‘kwaliteitsverbetering maximaal visueel effect’ weergegeven. Hoe realiseer je een visuele kwaliteitsverbetering in een open komlandschap met windmolens die 210 meter boven het bestaande landschap uittornen? In hoofdstuk 4 worden de concrete ontwerpvoorstellen kwaliteitsverbetering landschap beschreven en de effecten gevisualiseerd.

13

Illustratie 2.1: Graafschap Megen ca. 1145 – 1794, uit Wikipedia

Illustratie 2.2: Beerse Overlaat

14

2 Kwaliteiten van het huidige landschap 2.1 Historie In het studiegebied vinden we een mooie pallet aan verschillende landschapstypen die hun oorsprong vinden in de geomorfologische, waterhuishoudkundig een cultuurhistorische ontstaansgeschiedenis. Hieronder volgt een korte beschrijving van enkele kenmerkende landschapselementen met cultuurhistorische waarde. ( illustratie 2.5) Haren Het dorp Haren komt in 1191 voor het eerst in geschriften voor. Het maakte vroeger samen met de dorpen Megen en Macharen een gemeente die weer voortgekomen is uit het vroegere graafschap Megen. Megen en Macharen zijn gelegen op de stroomrug van de Maas en Haren op rivierzandopduikingen. Beerse Maas De Beerse Maas|Beerse Overlaat is een inundatiegebied aan de noordzijde van Oss tussen Beers en Den Bosch dat eeuwenlang werd gebruikt om de dijken van de hoofdrivier de Maas te ontlasten, zodat westelijker streken minder risico liepen. Bij Beers, tussen Linden en Cuijk en tussen Gassel en Linden waren twee lagere plekken in de oeverwallen. Bij hoog water stroomde het rivierwater over deze oeverwallen waardoor de komgronden onder water liepen. Het water kon bij de dorpen Haren en Macharen letterlijk aan de voeten staan. Pas in 1942 wordt de overlaat opgehoogd en kan de traverse niet meer overstromen. ( illustratie 2.2)

15

Illustratie 2.3: Groenedijk

16

Groenedijk Dwars op de Beerse Maas, op de grens tussen het vroegere graafschap Megen en graafschap de Heeren van Ravenstein ligt de ‘Groenedijk’. Deze zogenaamde dwarsdijk was vroeger van groot waterstaatkundig belang. Op dit moment ligt de Groenedijk als een mooi cultuurhistorisch relict en natuurlint in het landschap. Er loopt een wandelpad overheen en is eigendom van Natuurmonumenten. Eendenkooi van Macharen Een ander belangrijk cultuurhistorisch element in het plangebied is de eendenkooi van Macharen. Op de kaart van 1890 is de eendenkooi goed herkenbaar aan zijn specifieke vorm. De eendenkooi diende om voor de Heren gevogelte te vangen en te verkopen. De eendenkooi is een aantal jaren geleden gerestaureerd en is eigendom van Natuurmonumenten. Het terrein wordt beheerd als natuurgebied met cultuurhistorische waarde.

Illustratie 2.4: Eendekooi

17

Illustratie 2.5: Cultuurhistorische bijzondere objecten in het plangebied op kaart 1890

18

Harde overgang Haren - komgebied Eendenkooi

Knooppunt Groenedijk - Spaanse Steeg Bebouwingscluster op kruispunt Afwateringslijn in polder winkelbroek (huidige plangebied)

Beplantte slagen, verkaveling met harde rand

19

Illustratie 2.6: De Hertogswetering

Illustratie 2.7: De zandopduiking bij de Hertogswetering

20 20

Hertogswetering De Hertogswetering is in het begin van de 14e eeuw, waarschijnlijk tussen 1300 en 1310, gegraven in een oude droge bedding van de Maas. De Hertogswetering is 32,5 km lang en loopt van de Raam bij Grave, vroeger naar het Hertogsgemaal en nu naar het Gemaal Gewande in de gemeente Oss op de grens met de gemeente ’s-Hertogenbosch. De Hertogswetering is ook goed zichtbaar op de kaart van 1890 en kent heden ten dage nog nagenoeg dezelfde loop. De Hertogswetering heeft aan weerszijden kaden en ligt verhoogd in het landschap. (illustratie 2.5) Ook interessant op de kaart van 1890 is het gehucht in het hart van het studiegebied op de kruising van de Harenseweg en de Hertogswetering. Deze locatie is vanouds bewoond. Het was waarschijnlijk een pleisterplaats op de weg van Haren naar Berghem gelegen op een kleine zandopduiking in het hart van het gebied. Café d’n Dort was waarschijnlijk een hut, waar landarbeiders na werktijd verbleven. Het gehucht werd vroeger het Harensbroek genoemd.

Het huidige plangebied werd vroeger het Winkelbroek genoemd. Door het gebied liep een afwateringssloot die nu nog in het slotenpatroon van het plangebied zichtbaar is. Pas vanaf de jaren ‘60 ontstaan er nieuwe structuren die het landschap gedeeltelijk veranderen; de realisatie van de Dorpenweg, de aanleg van het Burgermeester Delenkanaal en de aanleg van de Haven. Deze structuren doorsnijden de open komgronden en leggen nieuwe verbindingen. Enkele van deze structuren zijn in het verleden met bomen beplant. In het huidige beleidsplan geldt voor bomen in het komgebied een uitsterfbeleid.

21

Illustratie 2.8: Ruilverkaveling Maaskant-West Landschapsplan van Nico de Jonge

Illustratie 2.9: Analyse van sortimentstoepassing op oeverwal, kom, dekzandrug en de overgangen hiertussen uit studie Maaskantsepolder Grontmij 2008 - Mariëlle Kok

22

2.2 Ruimtelijke karakteristiek Eeuwenlang was de geomorfologische ondergrond en hoogteligging bepalend voor de ruimtelijke verschijningsvorm van het landschap. Oss, Berghem, Gement en Duureneind zijn gebouwd op de rand van het dekzand. Dit landschap heeft een halfopen en kleinschalig karakter. Langs de rand van Berghem markeert een regelmatige slagenverkaveling de overgang. Macharen is gebouwd op de oeverwal, Haren op een rivierduin in het komgebied. Deze mooie dorpen zijn compact gebouwd rondom een hooggelegen kerk. De panoramafoto op pagina 12 geeft dit goed weer. Het komgebied bestaat uit een grootschalig en open agrarisch landschap. Het contrast tussen de open komgronden met lange zichtlijnen enerzijds en de compacte groene dorpen en de beplante oeverwal en dekzandrug anderzijds is een van de kernkwaliteiten van het studiegebied. Als we gedetailleerder kijken zien we dat er meer aan de horizon zichtbaar is. In de open kom zijn clusters van beplanting zichtbaar. Sommige clusters zijn erfbeplantingen. Andere opvallende clusters zijn de natuurgebieden zoals de Rietgors, de Macharense eendenkooi en het populierencluster bij de Groenedijk. Ook zijn enkele wegen beplant met laanbomen. De bomen op de zandgronden en rivierduinen zijn voornamelijk eik of linde. De bomen in de polder voornamelijk essen of populieren.

23

Illustratie 2.10: Bestaande beplantingsstructuren

Illustratie 2.11: Randen - ruimte - zichten

24

Kenmerkend is de aanzet van lindebomen bij aankomst van de polderwegen op de zandgronden in de groene dorpen Berghem, Haren en Macharen. Deze aanzet is historisch gegroeid en nog steeds goed zichtbaar en beleefbaar. Ook het gehucht Harensbroek in het hart van de kom kent deze beplanting op de kruising van wegen. Het komgebied tussen Haren, Berghem en Macharen is mede door de kleinere schaal en coulissenwerking van clusters beplanting, in combinatie met lange zichtlijnen, bijzonder en echt anders dan bijvoorbeeld de Lithse polder.

25

Illustratie 2.12: Ecologische verbindingszone De Hertogswetering Hertogswetering

Illustratie 2.12: Natte natuur

26

2.3 Natuur en Water Het studiegebied kent een aantal waardevolle natuurgebieden. De Hertogswetering is ingericht als een ecologische verbindingszone. Deze waterloop is onder andere leef- en foerageergebied van verschillende beschermde vleermuizen, vogels, beschermde amfibieën en kleine zoogdieren zoals de Bever, Bunzing, Hermelijn en Wezel. Ook in de Rietgors, de Eendenkooi en langs de Groenedijk zijn waardevolle en beschermde diersoorten aangetroffen. In het agrarisch gebied zijn weidevogels aangetroffen en rondom de bebouwing vogelsoorten zoals de huismus en de gierzwaluw. Het is een kans om bij de tweede fase van het windmolenpark en de eventuele toekomstige ontwikkeling van een energiepark ElzenburgDe Geer (in de Hoed) aan kwaliteitsverbetering van het foerageer- en leefgebied van deze soorten te werken door verbindingen te leggen tussen de genoemde kernleefgebieden. Deze uitwerkingen zijn in de uitwerking van het pakket ’maximaal visueel effect’ niet meegenomen. Als gevolg van de relatieve hoogteverschillen langs de randen van het studiegebied is er sprake van een bijzonder waterhuishoudkundige kans. Omdat het studiegebied voornamelijk agrarisch terrein is wordt er momenteel weinig gedaan met het uittredende schone kwelwater uit de dekzandrug en rivierduinen.

Het is een kans om bij een eventuele tweede fase en de mogelijke ontwikkeling van een energiepark in de Hoed, de natuurontwikkeling te ondersteunen door een nieuwe waterlijn te introduceren die schoon kwelwater richting de Hoed en de Rietgors kan brengen. Ook langs de randen van de dorpen Haren en Macharen liggen kansen om kwelwater gevoede natuurontwikkeling te realiseren. Maar deze maatregelen maken geen onderdeel uit van het uitgewerkte pakket ’maximaal visueel effect’.

27

Legenda Ossermeer Erfbeplanting Populieren Bestaande beplanting Erfbeplanting populier Laanbeplanting Bestaande belangrijke fietsroutes

Illustratie 2.13: Kansen verbetering fietsroutenetwerk

Opwaardering van fietsroutes Nieuwe fietsroutes Bestaande belangrijke wandelroutes Nieuwe wandelroutes EVZ gemeentegrond EVZ privégrond Kleine bossages Argrarisch water Natuurwater Kwelbeek Kwelsloot Poelen Natuurlijke waterzuivering Helofytenfilters Fruitboomgaarde Elzensingels Bebouwing Omtrek projectgebied Maas en Burgermeester Delenkanaal Locatie winmolen Locatie kerktorens Belangrijke bestaande wegen

Illustratie 2.14: Kansen verbetering wandelroutenetwerk

28

2.4 Recreatieve routes Tussen Oss, Berghem, Haren en Macharen zijn weinig recreatieve routes. Dit heeft deels een historische achtergrond namelijk natte komgronden en de Hertogswetering steek je niet zo makkelijk over, maar ook de aanwezigheid van het kanaal, het industrieterrein en de Megensebaan zijn voor fietsers en voetgangers een barrière. Met de nieuwe ontwikkeling van de windmolens bestaan er kansen om dit te verbeteren. Tijdens de analysefase is een aantal kansen benoemd. In deze fase is er niet voor gekozen om deze aspecten nader uit te werken.

29

korte afstand

midden afstand

Illustratie 3.1: Principes maximaal visueel effect van beplanting

Voorgrond : Volgroeiende erfbeplanting

Midden en achtergrond: Lengte en Hoogtemaat van Houtwal geeft perspectief en diepte aan het landschap

Illustratie 3.2: Compositie van een rustig landschap; view 8 Ossestraat 3, Macharen

30

3 Visie In deze studie is de vraag gesteld om inrichtingsvoorstellen te doen die een ‘maximaal visueel effect’ hebben voor de omwonenden van het windmolenpark. Maar wat betekent dat “maximaal visueel effect”? Windmolens met een maximale tiphoogte van 210 meter hebben een grote impact op de omgeving. Visueel zijn ze van zeer ver te zien, zeker in open landschappen. Het is de ambitie om van het nieuwe landschap tussen Oss, Berghem, Haren en Macharen een rustig evenwichtig en “leesbaar” landschap te maken waar de nieuwe windmolens een evenwichtige compositie met het bestaande landschap aangaan. Over het algemeen betekent dit het tegengaan van verrommeling en een gefragmenteerd beeld aan de horizon. De zoektocht is het creëren van een visueel ‘rustig’ landschap. Een ‘visueel rustig’ landschap met windmolens zal bewust en onbewust eerder geaccepteerd worden dan een gefragmenteerd en onrustig landschap. Afstand tot de windmolens en maat en schaal van beplantingen op de voorgrond zijn daarin belangrijke ingrediënten (zie illustratie 3.2: compositie van een rustig landschap). De windmolens zijn vanuit de dorpen goed zichtbaar. Om het beeld van het windmolenpark vanuit de dorpen enigszins te verzachten wordt in dit plan voorgesteld om in de nabijheid van de dorpen, op strategische plaatsen beplanting toe te voegen.

Deze beplanting filtert het zicht vanaf de kernen en omliggende wegen op de windmolens. In het rapport Energie en Ruimte ‘Kansen voor opwekking duurzame energie in Oss’ worden dit ‘kamerschermen’ genoemd. Voor deze studie zijn montages gemaakt van het windmolenpark in het bestaande landschap. In de visiekaart illustratie 3.3 zijn de locaties van de views en de beoogde maatregelen weergegeven.

31

Illustratie 3.3: Visiekaart met locaties van views

Illustratie 3.4: Rustige beleving van het landschap; view f4 Laagstraat 35, Haren

32

Een visuele verzachting middels beplanting heeft pas effect als de beplanting dicht bij de persoon staat. Struweelbeplanting en bomen op korte afstand blokkeren het zicht op windmolens geheel, boombeplanting op middelgrote afstand zal de blik op de windmolens filteren en verzachten (zoals afgebeeld in de illustratie 3.1 en 3.2). Door met voorgrond-, midden-en achtergrondbeplanting te werken in een landschap ontstaat er diepte en daarmee lijkt het alsof objecten op de achtergrond verder weg staan. In dit specifieke landschap is gekozen voor het versterken van de beplanting rondom de groene dorpen en de stad enerzijds en het versterken van stevige clusters beplanting rondom agrarische erven in de komgebieden anderzijds. De te nemen maatregelen voor de kwaliteitsverbetering van het landschap zetten we dus ‘dicht bij huis’ in. Er zijn twee type maatregelen “Maximaal visueel effect”: ■ De eerste maatregel is het versterken van de groene dorpsranden van Berghem, Haren, Macharen, het gehucht Harensbroek en de rand van Oss door middel van inzet van beplanting op gemeentegrond. ■ De tweede maatregel is het verbeteren van de particuliere erfbeplanting van erven direct in de visuele invloedssfeer van de windmolens.

33

Illustratie 3.5: view f1 Luistenstraat, Haren

Illustratie 3.6: view 15 laagstraat Haren

34

Illustratie 3.7: view 16 Berghemseweg, Haren

Illustratie 3.8: view 1 Hoogoordstraat, Macharen

35

Illustratie 3.9: view v4 Dorpenweg, Macharen

Illustratie 3.10: view v23 Waterstraat, Berghem

36

Illustratie 3.11: view v17 Broekstraat, Berghem

Illustratie 3.12: view 21 Harenseweg, Berghem

37

Illustratie 4.1: Groene dorpsrand in het gebied

38

4 Ontwerpvoorstellen kwaliteitsverbetering landschap 4.1 Groene dorpsranden De eerste set aan maatregelen ter bevordering van visuele rust rondom het windmolenlandschap is het op strategische plaatsen aanplanten van bomen langs de dorpsranden van Berghem, Haren en Macharen. Deze aanplant vindt plaats op gemeentegrond. Het gaat hierbij om het herstellen van laanbeplanting rondom de dorpen en het planten van strategische solitaire bomen en heesters. Aan de rand van de kern worden soorten toegepast die op de oeverwal passen zoals linde, iep of eik. Alle voorstellen zijn vanuit het realiseren van ‘maximaal visueel effect’ gekozen binnen de gestelde randvoorwaarden van financiën en beleid. De principes van de ontwerpvoorstellen worden in de volgende paragrafen toegelicht en het visuele effect wordt middels een impressie en schets gevisualiseerd. Ook is het uitgewerkte inrichtingsplan toegevoegd, op basis waarvan de financiële ramingen gemaakt zijn.

39

Illustratie 4.2: Visie op de groene dorpsrand van Haren

40

4.1.1 Groene dorpsrand van Haren De maatregen rondom de kern Haren concentreren zich op een tweetal locaties; langs de Eindstraat en langs Den Heymit. Op beide locaties hebben woningen een relatief vrij uitzicht op de windmolenlocatie. Langs de zuidrand van Haren hebben de woningen langs den Heymit goed zicht op de windmolens. De bewoners van de boerderijen en de hoekwoning langs de Bossekampstraat zijn allen benaderd voor deelname aan het erfbeplantingsproject. Er waren geen mogelijkheden of er was geen interesse bij deze partijen. Voor Den Heymit ligt een trapveldje en een braakliggend grasveldje. Op dit veldje worden soms evenementen gehouden. Wij stellen voor om op de randen van het veldje, strategisch geplaatst in de zichtlijnen van de windmolens een viertal solitaire bomen te plaatsen zoals (knot)wilg en (veld)esdoorn. (illustratie 4.3, 4.4) De voorgestelde maatregelen voor de locatie Eindstraat zijn bedoeld om de aanwezige “kamerschermen” in de vorm van bestaande bomenrijen aan te vullen daar waar gaten zijn gevallen. Er worden vijf bomen toegevoegd in de bomenrij langs de Eindstraat. Op de Dorpenweg ter hoogte van de Eindstraat is sprake van veel uitval van de bestaande essen. Ten behoeve van dit project worden de gaten in de beplanting langs de Dorpenweg ter hoogte van de Eindstraat als zijnde toegangsweg tot het dorp aangevuld. Het gaat hierbij om 13 bomen.

De soortkeuze van de bomen wordt nog bepaald. De hele Dorpenweg is momenteel es. De bomen doen het slecht. Over het algemeen wordt aan de rand van de kernen soorten toegepast die op de oeverwal passen zoals linde, iep of eik. (illustratie 4.5, 4.6)

41

Illustratie 4.3: Fotomontage f4 Den Heymit, Haren

42

Illustratie 4.4: Voorstel van 4 nieuwe solitaire bomen langs de rand

43

Illustratie 4.5: Fotomontage f2 Eindstraat, Haren

44

Illustratie 4.6: Uitwerking in inrichtingsplan

45

Illustratie 4.7: Visie op de groene dorpsrand van Macharen

wortelscherm langs de rand van fietspad

Illustratie 4.8: Voorstel beplanting langs fietspad Ossestraat, Macharen

46

4.1.2 Groene dorpsrand van Macharen Het zicht op het windmolenpark vanuit het dorp Macharen concentreert zich vooral vanuit het kruispunt Dorpenweg-Ossestraat. De beplantingsvoorstellen gaan uit van het versterken van de toegangswegen naar het dorp. Langs de Dorpenweg vanaf de rotonde tot aan de kanaalbrug staat nu aan de noordzijde een aantal lindebomen. Naast het toevoegen van een lindeboom bij de toegang naar het dorp wordt de rij versterkt door het westelijk deel aan te vullen met vijf lindebomen. Het inrichtingsplan stelt voor om ook aan de zuidzijde tussen de rotonde en de kanaalbrug een rij van 9 bomen te planten op circa 1 meter van de insteek van de slootrand. Hierdoor ontstaat er een mooie evenwichtinge laan als toegangspoort van Macharen Langs de Ossestraat, vanaf de insteek van de hoofdontwateringssloot wordt, als inleiding van het dorpshart, net als langs de Dorpenweg, een enkele rij van 12 bomen geplant tussen het fietspad en de aangrenzende kavel. Omdat de bomenrij dicht op het fietspad komt te staan (1 a 1.5 m), plaatsen we een wortelscherm tussen het fietspad en de nieuwe bomen. Op de illustraties 4.9 en 4.11 is te ziet wat de effecten van deze ingrepen zijn op het visuele beeld op de windmolens. Daar waar de Dorpenweg langs het dorpskern Macharen loopt worden 5 gaten in de laanbeplanting aangevuld met bomen die op de oeverwal passen zoals linde, iep of eik.

In illustratie 4.10 is te zien wat dat voor effecten heeft.

47

Illustratie 4.9: Fotomontage v5 Ossestraat, Macharen

48

Illustratie 4.10: Fotomontage v4 Dorpenweg, Macharen

49

Illustratie 4.11: Fotomontage v6 Dorpenweg, Macharen

50

LEGENDA:

Te planten boom

Bestaande boom

Te verplaatsen lichtmast

projectnr.

Illustratie 4.12: Uitwerking in inrichtingsplan

51

Illustratie 4.13: Visie op de groene dorpsrand van Berghem

Illustratie 4.14: Diverse beplantingen langs de Hemelrijkstraat, Berghem

52

4.1.3 Groene dorpsrand van Berghem Anders dan Haren en Macharen is het dorp Berghem een langgerekt dorp op de rand van de dekzandrug. De afstand tot de windmolens is vanaf de Burgemeester van Erpstraat relatief groot (ongeveer 2 km). De visuele impact van windmolens wordt vooral bepaald door de beplanting op randen van de dekzandrug en het open komgebied, de Valendonkstraat, de Hemelrijkstraat en de Runselstraat. Hier is het waardevol om de ’kamerschermen’ van beplanting te versterken. In het kader van het groene randen project op gemeentegronden wordt voorgesteld om de magere en zeer diverse beplanting van de Hemelrijkstraat op te waarderen tot een volwassen laan. Dit zal op termijn een rustigere horizon opleveren waarachter, op grote afstand, de windmolens zichtbaar zullen zijn. De huidige beplanting in de Hemelrijkstraat bestaat uit een mix van knotwilgen, eiken, essen en berken. Het voorstel is om alle gaten met eiken te beplanten. Als toekomststrategie worden op termijn alle dode bomen vervangen door eiken. ( illustratie 4.13, 4.14, 4.15) De Valendonkstraat is het voorbeeld van wat een volwassen eikenrij kan doen in het beeld. ( illustratie 4.17)

53

Illustratie 4.15: Fotomontage f5 Runselstraat, Berghem

54

Illustratie 4.16: Fotomontage v20 Burgemeester van Erpstraat, Berghem

55

Illustratie 4.17: Referentie bestaande eikenrij Valendonkstraat

56

Illustratie 4.18: Uitwerking in inrichtingsplan

57

Illustratie 4.19: Aanvullen met lindenbomen bij Café-d’n-Dort

58

4.1.4 Groene rand gehucht van Harensbroek In het hart van het studiegebied, midden in de open polder ligt op de kruising van de Harenseweg, de Tesseldonkstraat en Tussenrijtstraat een klein gehucht dat in de volksmond het Harensbroek, wordt genoemd. Deze kleine cluster van woningen ligt op een klein rivierduintje. In het cluster is een laanstructuur van lindebomen aanwezig. Net als bij de aanloop van de polderwegen naar Haren en Macharen worden de wegen vlak voor binnenkomst begeleid door bomen. Het inrichtingsvoorstel versterkt het kruispunt met een zestal lindebomen bij de aanzet van de Tussenrijtstraat waardoor het zicht op de windmolens vanuit het hart van het gehucht gefilterd wordt. ( illustratie 4.19 , 4.20)

Illustratie 4.20: Uitwerking in inrichtingsplan

59

Illustratie 4.21: View 24 Megensebaan, Oss

60

4.1.5 Groene rand Oss -beplanting Megensebaan Langs de Megense Baan, tussen de Merwedestraat en de Nieuwe Waterweg, gaan we de bestaande boomstructuur aanvullen. Het gaat hierbij over een lengte van ca 400 meter, waar ruimte is voor een 50tal extra bomen. Dit deel van de Megense Baan ligt op de overgang tussen de dekzandrand en het komgebied. Er is een geleidelijke grens tussen beide gebieden. Op de dekzandrand is toevoeging van beplanting wenselijk. In het komgebied ligt dat genuanceerder. Hier is het uitgangspunt: de openheid van het gebied versterken. Hier ligt aanplant van bomen niet voor de hand. In dit geval kiezen we hier bewust wel voor: ■ Het plaatsen van een bomenrij op deze locatie zal het zicht op de windmolens, met name als je vanuit zuidelijke richting komt, filteren en verzachten.( illustratie 4.22) ■ Aan de zuidzijde kunnen ca 30 bomen op de dekzandrand geplaatst worden, 20 bomen in de kom. Verderop naar het noorden staan bomen langs de Megense Baan ; het is fraai om hier een aaneengesloten geheel van te maken en de bestaande structuur door te zetten. ■ Dit deel van de Megense Baan markeert de rand van het industriegebied Elzenburg de Geer. De plaatsing van bomen langs die rand vormt een mooie afscheiding van het industrieterrein. Het zicht op het industrieterrein vanuit het noordwesten wordt hiermee gefilterd.

61

Illustratie 4.17: 4.22: Fotomontage 4.31: Inrichtingsplan Fotomontagef2v24 laanbeplanting Eindstraat, Megensebaan Haren Megensebaan

62

Illustratie 4.23: Inrichtingsplan laanbeplanting Megensebaan

63

Illustratie 4.24: Karakteristiek erf met volgroeide erfbeplanting

Illustratie 4.25 Zichtlijnen en de invloedssfeer van de windmolens

64

4.2 Erfbeplanting De tweede set aan maatregelen ter bevordering van visuele rust rondom het windmolenlandschap is het verbeteren van de particuliere erfbeplanting direct in de visuele invloedssfeer van de windmolens. De gemeente stelt expertise, financiële middelen en uitvoeringsbegeleiding beschikbaar voor het realiseren van erfbeplanting op particuliere erven in de directe invloedssfeer van de windmolens. Het doel hiervoor is tweeledig. Enerzijds helpt de erfbeplanting de bewoners van het erf in de directe nabijheid van de windmolenlocatie in het filteren van het beeld op de windmolenlocatie. Anderzijds doet, met name in en aan de randen van een open komgebied, erfbeplanting veel aan een ‘rustige’ visuele beleving van het windmolenlandschap. 4.2.1 Selectie van de erven Op basis van een visueel-ruimtelijke analyse is er een selectie gemaakt van erven die in aanmerking komen voor het verbeteren van de erfbeplanting. De selectiecriteria zijn: 1. Een directe onverstoorde zichtlijn van woonhuis naar windmolen 2. Oriëntatie woonhuis op windmolens 3. Visueel effect van erfbeplanting vanuit de omgeving in relatie tot het windmolenpark. In illustratie 4.25 zijn de zichtlijnen en de invloedssfeer van de windmolens getekend.

65

Illustratie 4.26: Deelnemende erven en landschapstypen

66

De erven die op basis van deze criteria in aanmerking komen zijn benaderd door een expert (Vink Tuin en Landschap) voor interesse aan deelname. Op illustratie 4.26 is te zien welke erfeigenaren enthousiast waren. Hoewel in eerste instantie vele eigenaren enthousiast waren zijn er, om verschillende redenen, veel afgevallen gedurende het proces. Er is helaas nog maar één erf over. 4.2.2 Principes erfbeplanting Deelnemen aan dit ‘erfbeplantingsproject’ is kosteloos. De financiering wordt verzorgd door de gemeente en de grondeigenaar stelt de locatie (erf) beschikbaar. De gemeente levert de beplanting en geeft hulp bij het planten en het onderhoud van de beplanting. Om de afspraken samen te vatten is er een contract opgesteld waarin zich de ‘spelregels’ bevinden voor deelname aan het project. Ondertekening betekent dat de grondeigenaar akkoord gaat met de spelregels en dat de beschikbaar gestelde materialen voor minimaal 10 jaar van toegevoegde waarde zullen zijn in het buitengebied van de gemeente Oss. De belangrijkste spelregel voor erfbeplanting, geredeneerd vanuit het gewenste ruimtelijk visueel effect, is dat de beplantingssoorten de verscheidenheid aan landschapstypen ondersteunen.

In de Nota Landschap 2015 staat in de bijlage een tabel met inheemse beplantingsoorten die bij het desbetreffende landschapstype horen (zie bijlage D: tabel inheemse beplantingsoorten per landschapstype). Wij adviseren specifiek vanuit dit project met als doel het creëren van ‘maximaal visueel effect’ om bij de erfbeplanting in het komgebied te kiezen voor de robuuste, snelgroeiende hoge bomen als populier en grauwe abeel. Deze bomen zullen op relatief korte termijn van een afstand goed zichtbaar zijn aan de horizon.

67

( foto effect populieren op windmolens) Illustratie 4.27: Ruimtelijke impact populierenschermen en blokken

68

69

Illustratie 4.28: Fotomontage v9, visuele impact erfbeplanting, kijkend vanaf Ossestraat richting Huisendaalsestraat 2

70

Struweelbeplanting is vooral van waarde vanuit de visuele beleving van de bewoners van het erf. Het kan het zicht op het windmolenpark vanuit de woning geheel blokkeren indien gewenst.

4.2.3 Voorbeelden van visuele impact erfbeplanting Er is één eigenaar overgebleven die beplanting op zijn erf wilt toepassen. De voorbeelduitwerking hiervan is hieronder weergegeven. Het plan wordt samen met de eigenaar verder uitgewerkt. Hiernaast is in een fotomontage zichtbaar gemaakt wat het ruimtelijk visueel effect is van de erfbeplanting op het windmolenlandschap. In de inzet is de opnamelocatie en de kijkrichting weergegeven. ( illustratie 4.28, 4.29, 4.30)

Illustratie 4.29: uitwerkingsplan Huisdaalsestraat 2, Vink Tuin & Landschap Titel

13. Familie vd Berk, Huisdaalsestraat 2 Macharen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

Schaal 1:500

G. Vink

12-12-2018

Bestandsnaam

Landschapsverbetering windmolenpark Elzenburg

71

72

Illustratie 4.30: Fotomontage visuele impact erfbeplanting, kijkend vanaf Ossestraat richting Huisendaalsestraat

Bronnen Energie en Ruimte ‘Kansen voor opwekking duurzame energie in Oss’ Bosch en Slabbers, april 2017 MER Windmolenpark Elzenburg – De Geer te Oss Anteagroep, 9 maart 2018 Nota Landschapsbeleid 2015 Gemeente Oss (vastgesteld 17 september 2015)

73

74

Colofon Opgesteld door: Kruit|Kok Landschapsarchitecten in samenwerking met de Gemeente Oss en Vink Tuin en Landschap Opdrachtgever: Gemeente Oss Rapportnummer: L1806- R0012c Datum: 29-03-2019 Aan deze rapportage hebben meegewerkt: Esther Kruit, Mariëlle Kok, Anastasia Demidova, Marianne Bekkers (Kruit|Kok Landschapsarchitecten) Marieke Rekswinkel, Otto Snellen, Yvonne de Graaf, Albert Beukhof (Gemeente Oss) Geert Vink (Vink Tuin en landschap) Illustraties, foto’s en schetsen: Kruit|Kok Landschapsarchitecten. Montages windmolens in bestaand landschap: Windplanner in opdracht van Gemeente Oss Bij deze rapportage behoren de volgende bijlagen: A. Achtergronden onderzoek naar strategieën kwaliteitsverbetering landschap B. Plantekeningen erfbeplantingsonderzoek C. Plantekeningen inrichting groene dorpsranden D. Lijst inheemse beplantingssoorten per landschapstype E. Raming aanleg en onderhoud

75

Kruit|Kok Landschapsarchitecten Eindhoven Strijp-S SWA 4.013 Torenallee 45, 5617 BA Eindhoven 040-2516114 Oss, Raadhuislaan 2a 5341GM Oss 0412-624468 www.kruitkok.nl © Kruit|Kok Landschapsarchitecten Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Kruit|Kok Landschapsarchitecten. Kruit|Kok heeft bij haar werkzaamheden de zorgvuldigheid in acht genomen die van haar kan worden verwacht. Aan de getoonde informatie in deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Op onze werkzaamheden zijn de voorwaarden van toepassing zoals vastgelegd in De Nieuwe Regeling 2005 (DNR 2005). KruitKok heeft met zorgvuldigheid de beelden in deze publicatie geselecteerd. Het kan voorkomen dat niet alle rechthebbenden van de gebruikte beelden zijn achterhaald. Belanghebbenden worden verzocht contact op te nemen met Kruit|Kok Landschapsarchitecten.

78

Bijlage A t/m E behorende bij

“Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap” Windmolenontwikkeling ‘Elzenburg - De Geer’

Bijlage A Achtergronden onderzoek strategieën kwaliteitsverbetering landschap

“Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap” Windmolenontwikkeling ‘Elzenburg - De Geer’

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=a8f2f228-f79f-4981-b1de-b99ef49ebfe3