Bijlagen bij toelichting Bijlage 23 Aanvullende memo slechtvalk.PDF
Tekst van het document
BIJLAGE 23
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
5 december 2018 Yvonne de Graaf Gemeente Oss Christel Schellingen Antea Group Bastian van Dijck Antea Group MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss 436198 Slechtvalk en ooievaar in MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer te Oss
Aanleiding IVN heeft aangegeven dat zij in de natuuranalyse in het MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer de slechtvalk mist. Dit terwijl een broedpaar op bedrijventerrein Elzenburg bekend is. Daarnaast maakt IVN zich zorgen over de grote aantallen ooievaars, die dicht nabij het plangebied overnachten. Deze memo geeft antwoord op de vragen van de IVN. Slechtvalk in MER In het MER is wel degelijk aandacht besteed aan het voorkomen van en de effecten van windmolens op de slechtvalk. Echter de analyse staat niet (expliciet) in de hoofdtekst van het MER en achterliggend Natuurrapport (bijlage 6 bij het MER), maar in bijlagen bij het Natuurrapport. In deze memo is de informatie weergegeven zoals opgenomen in de bijlagen bij het natuurrapport. Conclusies zijn: De slechtvalk is bekend uit bureaugegevens (NDFF), waarin ook de nestlocatie is aangegeven (zie figuur 1, figuur rechtstreeks uit NDFF aanvullend op het Natuurrapport, bijlage 6 bij het MER) en waargenomen nabij de door IVN aangegeven locatie tijdens veldbezoeken ten behoeve van het MER1.
1
Antea Group heeft de slechtvalk waargenomen en op kaart de –op basis van de in NDFF bekende - nestlocatie aangegeven (figuur 2 in bijlage 2a bij het Natuurrapport, bijlage 6 bij het MER). Waardenburg heeft de slechtvalk waargenomen, waar de nestlocatie niet benoemd , omdat deze buiten het inventarisatiegebied is gelegen (figuur 1 in bijlage 2b bij het Natuurrapport, bijlage 6 bij het MER).
blad 1 van 6
memonummer: 9 maart 2018 definitief betreft: Bevindingen aanvullende natuurinventarisaties MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer Oss
Figuur 1. Figuur: Locatie van bezet nest met jongen van de slechtvalk volgens NDFF
Een wezenlijk effect op de gunstige staat van instandhouding op de slechtvalk door het windpark Elzenburg De Geer wordt echter uitgesloten. Overwegingen daarbij zijn: (1) De aantallen slechtvalken zijn sterk toegenomen ook als broedvogel. Sinds 1990 zijn de aantallen broedparen met meer dan 5% per jaar toegenomen2 en (2) de afstand van de windturbines tot het nest (zie toelichting verder in de tekst) en (3) buiten de nestzones worden slechtvalken beperkt als aanvaringsslachtoffer gevonden (zie ook toelichting verder in de tekst), het betreft een zichtjager die de windturbines kan ontwijken en (4) in het plangebied ter plekke van het windpark wordt geen grote concentratie aan duiven (stapelvoedsel) aangetroffen waardoor het plangebied geen aantrekkende werking heeft als foerageergebied. Ten aanzien van de afstand tot het nest geeft literatuuronderzoek aan dat een binnen een gebied van 300 m rondom een nest een veel grotere kans bestaat op aanvaringsslachtoffers dan op grotere afstand van het nest. Zeker tijdens de balts en het uitvliegen van de jongen maar ook voor de dagelijkse jaagvluchten is er een aanzienlijk risico in de directe omgeving van de broedplaats.
Zowel de windmolens in de 12 eerste MER alternatieven als die in de 7 varianten voor het Voorkeursalternatief en Opbrengstalternatief staan op grotere afstand dan de 300 m en daarmee buiten het gebied met een hogere kans op slachtoffers. De dichtstbijzijnde windmolens staan op ca 450 m in de oorspronkelijke MER alternatieven 1A/B, 2A/B (de meest oostelijke windmolen op Elzenburg-De Geer. De overige windmolens op Elzenburg-De Geer in de oorspronkelijke MER alternatieven staan op respectievelijk 700 en 900 m afstand. De dichtstbijzijnde windmolen in De Hoed staat op ca 800 m (MER alternatieven 3A/B t/m 6A/B). In het Voorkeursalternatief staan de dichtstbijzijnde windmolens op ca 650 m (de windmolen op Elzenburg –De Geer) en ca 850 m (de windmolen in de zuidwestelijke punt van De Hoed). Buiten de 300 meter is het effect van windturbines veel minder groot. Het jachtgebied van de slechtvalk is groot (10tallen km2) en slechtvalken worden niet vaak als aanvaringsslachtoffer aangetroffen. Citaat uit rapport over Groningse windparken3 "In mei 2013 is eenmalig een slechtvalk als turbineslachtoffer aangetroffen in de Eemshaven. Dit wordt als een incidenteel slachtoffer beschouwd. Ook in andere windparken worden slechtvalken weinig als 2
Gezien de populatieontwikkeling van de slechtvalk is in maart 2018 ook besloten om de Werkgroep Slechtvalk Nederland (WSN) op te laten gaan in de Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN). Deze werkgroep was opgericht naar aanleiding van het eerste Nederlandse broedpaar slechtvalken op een gebouw werd in 1993. Doel was het volgen van de populatieontwikkeling, zowel van de broedvogels als overwinteraars en doen van biologisch en ecologisch onderzoek. In 2018 was de broedvogelpopulatie gestegen tot méér dan 200 paar. De werkgroep constateerde dat de slechtvalk wegens dit overdonderend succes geen aparte werkgroep meer nodig had.. 3 E. Klop, H. Prinsen, A. Brenninkmeijer, B. Koolstra & M. ten Klooster, 2017. GRONINGSE WINDPARKEN; Cumulatie ecologie. Versie 21 JULI 2017. Altenburg & Wymenga, Bureau Waardenburg, Altenburg & Wymenga, Arcadis, Pondera.
blad 2 van 6
memonummer: 9 maart 2018 definitief betreft: Bevindingen aanvullende natuurinventarisaties MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer Oss
turbineslachtoffer gemeld (Hötker et al. 2010). Een overzicht van gemelde turbineslachtoffers in Duitsland vanaf 1989 wordt bijgehouden door T. Dürr (Staatliche Vogelschutzwarte Brandburg). In deze database worden 1243 roofvogelslachtoffers vermeld (status op 5-4-2017) waarvan 14 slechtvalken. Vanwege het incidentele karakter van gevonden slachtoffers wordt geen structurele mortaliteit onder de slechtvalk bij de uitbreidingslocaties rondom de Eemshaven en Delfzijl voorzien. Significant negatieve effecten zijn daarom uit te sluiten. " Het windpark Elzenburg – De Geer ligt buiten de 300 m zone rond het nest waar slechtvalken zeer incidenteel aanvaringsslachtoffer zijn en het plangebied vormt een zeer beperkt onderdeel van het jachtgebied. Daarmee leidt het windpark niet tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding door aanvaringsslachtoffers en niet tot een aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats. In figuur 2 zijn de waarnemingen van de slechtvalk in een ruimere omgeving weergegeven. Daaruit blijkt de concentratie rond de nesten. Dat het windpark binnen de fusieafstand van 2500m voor de slechtvalk ligt (afstand genoemd in de handleiding SOVON Broedvogelonderzoek) heeft geen relatie met de mogelijk te verwachten effecten.
Deze fusieafstand is een maat die aangehouden wordt bij het broedvogelonderzoek om te bepalen wanneer men 1 of meerder territoria kan onderscheiden.
Figuur 2. NDFF-waarnemingen van de slechtvalk (groene punten). De concentraties van punten betreffen een nestlocatie.
Ooievaars in MER Op basis van inventarisaties is gebleken dat de voornaamste vliegroute van ooievaars langs het kanaal ligt en niet door het plangebied. De belangrijkste route is die tussen de overnachtingsplaats en de vuilstort. Een incidenteel slachtoffer kan niet worden uitgesloten, maar de gunstige staat van instandhouding is niet in gevaar.
blad 3 van 6
memonummer: 9 maart 2018 definitief betreft: Bevindingen aanvullende natuurinventarisaties MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer Oss
Teksten slechtvalken uit MER, bijlage 6 Natuurrapport Bijlage 2 Natuurrapport: Bevindingen aanvullende natuurinventarisatie Gevolgen mogelijke broedplaats slechtvalk Tijdens het onderzoek naar de gierzwaluwen is een mogelijke verblijfplaats van een slechtvalk geïnventariseerd (zie bijlage A bij deze memo). Daarom is in deze memo ook aandacht besteed aan deze soort: nesten van slechtvalken zijn jaarrond beschermd. Het plaatsen van windmolens in de directe nabijheid van de broedlocaties van de slechtvalk kan ervoor zorgen dat jaarlijks één of meerdere vogels (oudervogels en/of jongen) in aanvaring komen met de wieken van de molen. De soort is al eerder als aanvaringsslachtoffer vastgesteld in Europa. Zeker tijdens de balts en het uitvliegen van de jongen, is er een aanzienlijk risico in de directe omgeving van de broedplaats. In een richtinggevend advies voor windmolens in de industriezone van GenkINBO Zuid (Everaert, 20124) is gesteld dat vooral bij windmolens binnen 300m rond de broedplaats van een slechtvalk een risico op aanvaring bestaat. Slechtvalken jagen door zich vanaf grote hoogte op hun prooi te storten, waarbij ze snelheden tot meer dan 300 km/uur kunnen bereiken. Doordat het goede vliegers zijn en ze vooral in verticale lijnen jagen, wordt het aanvaringsrisico buiten dit invloedsgebied als gering geschat.
De windmolens op het bedrijventerrein komen echter niet in de directe nabijheid van de mogelijke broedlocatie. De mogelijke locaties van de windmolens op het bedrijventerrein liggen op grotere afstand van de mogelijke broedplaats, namelijk meer dan 450 m. Aangezien de broedlocatie op meer dan 300 m is gelegen van de geplande turbines, wordt de functionaliteit van het mogelijke nest niet aangetast en wordt een wezenlijk hogere mortaliteit van de slechtvalk niet verwacht. Er is geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen soortbescherming Wet natuurbescherming. De constatering van het mogelijke nest leidt niet tot een wijziging van de conclusies van het MER/ natuurrapport. Bijlage 2a Natuurrapport: Resultaten onderzoek gierzwaluwen Veldbezoek 5-6-2017 Tijdens het veldbezoek is op het terrein van Agrifarm een slechtvalk waargenomen (zie Figuur 2). Veldbezoek 12-7-2017 Tijdens dit veldbezoek voerden twee jonge slechtvalken spectaculaire oefen jachtvluchten uit boven Agrifarm en het plangebied. De slechtvalk heeft haast zeker in één van de hogere gebouwen van Agrifarm gebroed. (zie Figuur 3). [Aanvullend op de rapportage van dit veldbezoek: deze locatie is ook in NDFF vastgelegd]
4
Everaert J. (2012). Advies over de inplanting van windturbines op het industriegebied Genk Zuid. Advies van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO.A.2012.105.
blad 4 van 6
memonummer: 9 maart 2018 definitief betreft: Bevindingen aanvullende natuurinventarisaties MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer Oss
Figuur 3 . O verzich t van w aar n emingen in het p lang ebied (ro od omkade rd ) tij den s d e d iv erse veldbezo eken, wa arb ij foe rageren de g ierzwa luwen ( b lauwe c irkel), een roep end e s teenu il ( rod e drieh oe k), een s lechtvalk (gel e s tip) en ooieva ars (groen e s tipp en) zij n aangegeven .
Teksten ooievaars uit MER, bijlage 6 Natuurrapport Natuurrapport paragraaf 2.6.1 Aanwezigheid in en nabij het zoekgebied Van de ooievaar is bekend dat de soort buiten het zoekgebied territoria heeft (in de omgeving Haren, Megen en Oijen zijn broedparen aanwezig) en dat de soort in de winter in een vrij grote groep aanwezig is (circa 50 exemplaren) binnen het gebied van industriegebied Elzenburg tot Megen en Teeffelen tot Haren. Deze overwinterende groep zwerft door het gebied (Provincie Noord-Brabant, 2017a). De ooievaar wordt aangetrokken door een vuilstort in het industrieterrein Elzenburg – De Geer waardoor de soort vliegbewegingen heeft door het gebied. In het weekend – wanneer de vuilstort gesloten is – is het aantal ooievaars dat door het zoekgebied zwerft op zoek naar voedsel groter dan in de loop van de week. Natuurrapport paragraaf 2.6.3 Effecten exploitatiefase Voor de foerageerplek bij de vuilstort geldt dat de ooievaar in de wijde omgeving van de slaapplaatsen kunnen foerageren, dus ook elders buiten het zoekgebied. De vliegroutes van en naar de slaapplaatsen zullen daarom niet geconcentreerd door het geplande windmolenpark lopen. Aangezien de ooievaar relatief vaak slachtoffer wordt van een aanvaring met een windmolen (Hötker et al.
2006) en de soort ook in het zoekgebied aanwezig is, kan niet uitgesloten worden dat jaarlijks een individu slachtoffer zal worden van een aanvaring met de windmolens van het windmolenpark. De kans op aanvaringsslachtoffers is het grootst buiten het broedseizoen (Grontmij, 2014). De 1% mortaliteitsnorm is 4 individuen op basis van een populatie van 1.575 (Grontmij, 2014). Ook voor deze soort ligt de voorspelde sterfte (een individu) onder de 1%-mortaliteitsnorm waardoor een effect op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende populatie met zekerheid uitgesloten kan worden. Bijlage 2a Natuurrapport: Resultaten onderzoek gierzwaluwen, Antea Group 21 augustus 2017 Veldbezoek 12-7-2017 Er zijn ooievaars waargenomen die nabij het plangebied slapen en foerageren tussen het afval van het bedrijf Suez (Sita) afvalinzameling (zie Figuur 2) (dit is ook beschreven in het Natuurrapport). Nesten van de ooievaar zijn in en nabij het plangebied niet waargenomen.
blad 5 van 6
memonummer: 9 maart 2018 definitief betreft: Bevindingen aanvullende natuurinventarisaties MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer Oss
Bijlage 2b Natuurrapport: Notitie broedvogelmonitoring windmolenpark Elzenburg-De Geer. Bureau Waardenburg 27 juli 2017.
Bijlage 2c Monitoring trekroute meeuwen en andere vogels, Antea Group 29 januari 2018 Op 20 april 2017 zijn ooievaars waargenomen.
blad 6 van 6