CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 17 Radarverstoringsonderzoek en toetsing Defensie.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)5.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 17

Retouradres: Postbus 96864, 2509 JG Den Haag

Gemeente Oss T.a.v. mevrouw I. de Graaf Postbus 5 5340 BA OSS

Defensie & Veiligheid Oude Waalsdorperweg 63 2597 AK Den Haag Postbus 96864 2509 JG Den Haag www.tno.nl T +31 88 866 10 00

5340BA5 Datum 26 november 2018

Onderwerp

Radarhindertoetsing windpark Elzenburg-De Geer

Onze referentie DHW-2018-100318019 E-mail onno.vangent@tno.nl Doorkiesnummer +31888664025

Geachte mevrouw De Graaf, Bijgaand ontvangt u onze rapportage aangaande het radarverstoringsonderzoek voor het windpark Elzenburg-De Geer gelegen in de gemeente Oss, Noord Brabant. Het bouwplan Het bouwplan betreft alle wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie die betrekking hebben op het te bouwen windturbinepark. In dit rapport zullen deze wijzigingen worden aangeduid als ‘het bouwplan’. Voor de huidige aanvraag betreft dit de plaatsing van vier of zes nieuwe windturbines. De coördinaten van de te plaatsen windturbines zijn verderop gegeven. Bij de berekeningen is uitgegaan van twee windturbineconfiguraties: • Configuratie 1: Een opstelling met vier windturbines uitgevoerd met windturbines met worst case afmetingen uit de vermogensklasse van 4 MW, een ashoogte van 142 m en een rotordiameter van 136 m; • Configuratie 2: Een opstelling met zes windturbines uitgevoerd met windturbines van het type Vestas V136 met een opgewekt vermogen van 4.2 MW, een ashoogte van 142 m en een rotordiameter van 136 m. Deze windturbine met worst-case afmetingen uit de 4 MW klasse is samengesteld uit het op dit moment bij TNO beschikbare windturbinebestand met een opgewekt vermogen tussen de 3.5 en 4.4 MW.

De toepassing van een windturbine met worst case afmetingen houdt in dat de berekende effecten op de radars altijd minder zullen zijn, als bij de keuze van de specifieke windturbine het opgewekt vermogen, maximale ashoogte en rotordiameter niet wordt overschreden. De uitgevoerde berekeningen TNO heeft de verstoring op de primaire radar als gevolg van radarreflectie en schaduweffect berekend met behulp van het radarhinder simulatiemodel PERSEUS, volgens de toetsingsmethode, die op 1 oktober 2012 is ingevoerd.

Projectnummer 060.31534/01.30.01

Op opdrachten aan TNO zijn de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, zoals gedeponeerd bij de Griffie van de Rechtbank Den Haag en de Kamer van Koophandel Den Haag van toepassing. Deze algemene voorwaarden kunt u tevens vinden op www.tno.nl. Op verzoek zenden wij u deze toe. Handelsregisternummer 27376655.

Datum 26 november 2018

Het bouwplan bevindt zich binnen de 75 km cirkels van één van de Military Approach Surveillance System (MASS) verkeersleidingsradars en binnen de 75 km cirkel rond de locatie van de MPR gevechtsleidingsradar Nieuw Milligen en de nieuwe SMART-L EWC GB gevechtsleidingsradar te Herwijnen die op termijn de locatie bij Nieuw Milligen gaat vervangen. De analyse is uitgevoerd voor de volgende radarsystemen: (1) Het primaire verkeersleidingsradarnetwerk, bestaande uit een vijftal MASS verkeersleidingsradarsystemen verspreid over Nederland en met de nog te plaatsen extra MASS radar bij De Kooy in Den Helder en aangevuld met de Terminal Approach radar (TAR) West bij Schiphol. (2) De MPR gevechtsleidingsradar op de locatie Nieuw Milligen. (3) De SMART-L gevechtsleidingsradar op de locatie Herwijnen. Resultaten primaire verkeersleidingsradarnetwerk Op de locatie van de windturbines eist het Ministerie van Defensie voor het verkeersleidingsradarnetwerk een minimale detectiekans van 90% voor een doel met een radaroppervlak van 2 m2. De berekeningen zijn uitgevoerd voor twee configuraties. Twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht: 1.

Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet zijn de verminderingen van de detectiekans ter hoogte of in de directe nabijheid van het bouwplan als volgt: • Voor configuratie 1 is kleinst berekende detectiekans 98%. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2018 norm. • Voor configuratie 2 is kleinst berekende detectiekans 99%. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2018 norm. 2. Reductie van het maximum bereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: • Voor configuratie 1: De MASS radars te Soesterberg en Volkel ondersteunen elkaar volledig in de schaduwgebieden achter het bouwplan. Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet dan ook geen afname van het maximum bereik waarneembaar. Het bouwplan blijft daarmee binnen de thans gehanteerde 2018 norm. • Voor configuratie 2: De MASS radars te Soesterberg en Volkel ondersteunen elkaar volledig in de schaduwgebieden achter het bouwplan. Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet dan ook geen afname van het maximum bereik waarneembaar. Het bouwplan blijft daarmee binnen de thans gehanteerde 2018 norm.

Resultaten MPR gevechtsleidingsradar te Nieuw Milligen Op de locatie van de windturbines eist het Ministerie van Defensie voor de gevechtsleidingsradar een minimale detectiekans van 90%. Omdat de specificaties van de gevechtsleidingsradars gerubriceerd zijn, wordt de in de berekening gebruikte waarde van het radaroppervlak van het doel hier niet vermeld. De resultaten van de radarhinderberekening voor de gevechtsleidingsradar zijn eveneens gerubriceerd en kunnen om die reden alleen rechtstreeks naar het ministerie van Defensie worden verstuurd.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 2/22

Datum 26 november 2018

Dit gebeurt echter pas na toestemming van u. Wel mag in deze brief worden vermeld dat er twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht: 1. Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: • Voor configuratie 1: De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven. • Voor configuratie 2: De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet niet binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven. 2. Reductie van de detectiekans ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: • Voor configuratie 1: Het verlies aan maximum bereik van de radar op deze hoogte in de sector waarin schaduwwerking optreedt, blijft na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2018 norm. • Voor configuratie 2: Het verlies aan maximum bereik van de radar op deze hoogte in de sector waarin schaduwwerking optreedt, blijft na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2018 norm. Resultaten gevechtsleidingsradar op de nieuwe locatie te Herwijnen De berekeningen worden per 1 januari 2018 uitgevoerd met het nieuwe radarmodel van de SMART-L EWC GB zoals deze op dit moment bij TNO bekend is. Op de locatie van de windturbines eist het Ministerie van Defensie voor de gevechtsleidingsradar een minimale detectiekans van 90%.

Omdat de specificaties van de gevechtsleidingsradars gerubriceerd zijn, wordt de in de berekening gebruikte waarde van het radaroppervlak van het doel hier niet vermeld. De resultaten van de radarhinderberekening voor de gevechtsleidingsradar zijn eveneens gerubriceerd en kunnen om die reden alleen rechtstreeks naar het ministerie van Defensie worden verstuurd. Dit gebeurt echter pas na toestemming van u. Wel mag in deze brief worden vermeld dat er twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht: 1. Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: • Voor configuratie 1: De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven. • Voor configuratie 2: De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven. De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven. 2. Reductie van de detectiekans ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: • Voor configuratie 1: Het maximum bereik van de radar op deze hoogte in de sector waarin schaduwwerking optreedt, blijft na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2018 norm.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 3/22

Datum 26 november 2018

1

Locatie- en radargegevens

Onze referentie DHW-2018-100318019

De locaties van de te toetsen windturbines van het bouwplan zijn weergegeven in Tabel 1. De weergegeven rijksdriehoek coördinaten en fundatiehoogtes zijn afkomstig van de opdrachtgever. De WGS 84 coördinaten voor de locaties zijn hiervan afgeleid. Tabel 1 Locatiegegevens van het bouwplan zoals opgegeven door de opdrachtgever. Nr

ID

Rijksdriehoekstelsel X [m] Y [m]

WGS 84 coördinaten Latitude [º] Longitude [º]

Fundatiehoogte t.o.v. NAP [m]

Configuratie 1 WT1 1

166668

422289

51.78913

5.55632

5.3

2

WT2

167178

422253

51.78880

5.56371

5.4

3

WT3

166955

422704

51.79285

5.56049

5.3

WT4 4 Configuratie 2 WT1 1

166533

422949

51.79507

5.55438

5.2

166668

422289

51.78913

5.55632

5.3

2

WT2

167178

422253

51.78880

5.56371

5.4

3

WT3

166955

422704

51.79285

5.56049

5.3

4

WT4

166533

422949

5.,79507

5.55438

5.2

5

WT5

167458

422667

51.79251

5.56778

5.4

6

WT6

167033

423202

51.79733

5.56164

5.4

Het Ministerie van Defensie hanteert een zogenaamd toetsingsvolume dat reikt tot aan 75 km rondom de verkeersleidingsradars en de gevechtsleidingsradars. Het profiel van het toetsingsvolume is weergegeven in Figuur 1. Er dient getoetst te worden indien de tip van de wiek hoger is dan de rode lijn. Bouwplannen die verder verwijderd zijn dan 75 km kunnen zondermeer geplaatst worden.

Figuur 1. Het toetsingsprofiel (niet op schaal) zoals gehanteerd door het Ministerie van Defensie rondom elk van de militaire radarsystemen.

De gevechtsleidingsradars zullen binnenkort worden vervangen, waarbij de radarlocatie Nieuw Milligen wordt verplaatst naar Herwijnen. Deze nieuwe locatie is per 1 juli 2016 in de Rarro opgenomen en is dan ook meegenomen in deze toetsing. Begin 2017 is de nieuwe Terminal Approach Radar, TAR West bij Schiphol operationeel geworden en is deze radar opgenomen in het MASS verkeersleidingsradarnetwerk. Omdat het geen militaire radar is, geldt er rond deze radar geen toetsingsprofiel zoals weergegeven in Figuur 1.

Blad 5/22

Datum 26 november 2018

De toetsingsplicht voor windturbines rond deze radar zijn vastgelegd in het Luchtvaart Inpassingsbesluit (LIB) van Schiphol. Binnenkort zal het verkeersleidingsradar-netwerk verder uitgebreid worden met een extra MASS radar op het Marinevliegkamp De Kooy bij Den Helder. Deze militaire radar zal in de loop van 2018 opgenomen worden in de Rarro, maar zal nu al worden meegenomen in de berekeningen. De locatiegegevens van de verkeersleidingsradarsystemen en de gevechtsleidingsradars worden weergegeven in Tabel 2. In deze tabel zijn zowel de antennehoogtes aangegeven die aangehouden worden voor de bepaling van het toetsingsprofiel als ook de feitelijke antennehoogtes van de primaire radarantenne, toegepast in de detectiekansberekeningen. Tabel 2 Locatiegegevens van de zes MASS radars, de TAR west en de gevechtsleidingsradars te Nieuw Milligen en Wier, de aangehouden antennehoogte voor het toetsingsprofiel en de toepaste feitelijke hoogte van de primaire radarantenne. De gevechtsleidingsradars zullen binnenkort worden vervangen, waarbij de radarpositie Nieuw Milligen wordt verplaatst naar Herwijnen. Radar

Coördinaten Rijksdriehoekstelsel

Antennehoogte toetsingsprofiel t.o.v. NAP [m]

Leeuwarden

X [m] 179139

Y [m] 582794

30

Feitelijke antennehoogte t.o.v. NAP [m] 27.3

Twenthe

258306

477021

71

68.8

Soesterberg

147393

460816

63

60.2

Volkel Woensdrecht De Kooy TAR West Schiphol Nieuw Milligen (MPR) Wier (SMART-L) Herwijnen (SMART-L)

176525

407965

49

46.9

083081 113911 109603 179258 170562 137106

385868 548781 482283 471774 585710 427741

48 n.v.t.* n.v.t.* 53 24 25

45.2 25.0 34.0 Gerubriceerd** Gerubriceerd** Gerubriceerd**

* Deze radars zijn niet opgenomen in de Rarro en hebben dus geen toetsingsprofiel ** Deze gegevens zijn bekend bij defensie

Variaties in de hoogte van het terrein worden bepaald uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en AHN3 voor alleen Friesland, Zeeland en delen van Zuid Holland. In dit bestand bevindt zich bebouwing zoals aanwezig tijdens de opnames tussen 2007 en 2012 voor AHN2 en 2014 voor AHN3. Naast dit hoogtebestand met bebouwing hanteert TNO eveneens een bestand voor het maaiveld bepaald met alleen het AHN2 bestand. Beide bestanden bezitten een ruimtelijke resolutie van 10 m. Buiten Nederland gebruikt TNO terreinhoogtegegevens afkomstig van de NASA Shuttle Radar Topography Mission (SRTM1) met een resolutie van 1 boogseconde (ongeveer 30 m langs een meridiaan). Het kan voorkomen dat een deel van het bouwplan wordt afgeschermd door het tussenliggende terrein of door bebouwing en dus niet wordt belicht door de radar. In dat geval wordt dit deel van het bouwplan niet meegenomen in de berekening.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 6/22

Datum 26 november 2018

De 15 en 75 km cirkels rond de MASS radarsystemen en de stedelijke gebieden volgens het AHN-1 bestand zijn weergeven in Figuur 2. De 15 en 75 km cirkels rond de gevechtsleidingsradars en de stedelijke gebieden volgens het AHN1 bestand zijn weergeven in Figuur 3.

Figuur 2. Locaties van de vijf MASS verkeersleidingsradarsystemen (groene ruit) met daaromheen de 15 en 75 km cirkels. De TAR West radar bij Schiphol en de extra MASS radar bij De Kooy zijn aangegeven met een oranje ruit. De donkergrijze vlakken zijn de in de AHN1 gedefinieerde stedelijke gebieden. De ligging van het te toetsen bouwplan is aangegeven met een roze ster.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 7/22

Datum 26 november 2018 Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 8/22

Figuur 3. Locaties van de nieuwe SMART-L EWC GB gevechtsleidingsradars (rode ruit) en de bestaande MPR (oranje ruit) met daaromheen de 15 en 75 km cirkels. De donkergrijze vlakken zijn de in de AHN1 gedefinieerde stedelijke gebieden. De ligging van het te toetsen bouwplan is aangegeven met een roze ster.

Het bouwplan ligt binnen de 75 km cirkel rond de MASS radar van Soesterberg en Volkel en binnen de 75 km cirkel rond de bestaande gevechtsleidingsradar te Nieuw Milligen en de nieuwe gevechtsleidingsradar van Herwijnen. Daarnaast zijn de tiphoogtes van alle te toetsen windturbines groter dan de in Figuur 1 aangegeven hoogte. Het onderhavige bouwplan dient derhalve getoetst te worden voor zowel het primaire verkeersleidingsradarnetwerk als de gevechtsleidingsradars te Nieuw Milligen en Herwijnen.

Datum 26 november 2018

2

Rekenmethode primaire verkeersleidingsradarnetwerk Het radarsimulatiemodel PERSEUS berekent voor elk radarsysteem de detectiekans van een doel met een radardoorsnede van 2 m 2, fluctuatiestatistiek Swerling case 1, en loos alarmkans 1×10-6. Afhankelijk van de locatie van het bouwplan moet de detectiekans geëvalueerd worden op een normhoogte van 300, 500 of 1000 voet ten opzichte van het maaiveld. Indien op 1000 voet geëvalueerd wordt, zal middeling van detectiekansen binnen een cirkel met een straal van 500 m toegepast worden. De 300 en 500 voet normhoogtes liggen over het algemeen rond de verschillende militaire vliegvelden in Nederland. Op een hoogte van 1000 voet dient er, met enige uitzonderingen, landelijke dekking te zijn. In Figuur 4 worden de normhoogtegebieden getoond.

Figuur 4. De ligging van het te toetsen bouwplan aangegeven met een ster en de ligging van de thans gehanteerde 2018 normhoogtes op 300 voet (rood) en 500 voet (blauw). Op 1000 voet (paars) dient het verkeersleidingsradarnetwerk, op enkele uitzonderingen na, een landelijke dekking te hebben. Tevens zijn op deze kaart met een groene markering de locaties aangeven van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk bestaande uit een vijftal bestaande MASS radarsystemen en in oranje de TAR West radar te Schiphol en de extra MASS radar bij De Kooy te Den Helder.

Het bouwplan valt binnen de normhoogte van 1000 voet.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 9/22

Datum 26 november 2018

De detectiekans van de zes MASS radarsystemen te Leeuwarden, Twenthe, Soesterberg, Volkel, Woensdrecht en de extra MASS bij De Kooy, aangevuld met de TAR West van Schiphol is conform de met Defensie overeengekomen rekenmethode gesimuleerd in één radarnetwerk, waarbij de radars elkaar eventueel ondersteuning kunnen bieden bij de detectie van radardoelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de upgrade van de MASS primaire radar en het Wind Farm Filter (WFF) in de TAR West radar, zoals TNO die op dit moment in PERSEUS gemodelleerd heeft. Als referentie zijn ook de radardetectiekansdiagrammen berekend voor de zogenaamde baseline situatie, dat wil zeggen, rekening houdend met alle bestaande windturbines en dus voor realisatie van het bouwplan. Het baselinebestand van windturbines geeft de situatie aan binnen Nederland, vastgelegd in het begin van januari 2018, door Windstats.nl. De voor de simulatie noodzakelijke afmetingen van de windturbines zijn afgeleid van de in dit bestand opgenomen gegevens, zijnde: fabrikant, opgewekt vermogen, ashoogte en rotordiameter. Het bouwplan wordt daar vervolgens aan toegevoegd en voor beide situaties (baseline en baseline met bouwplan) worden detectiediagrammen berekend.

Door een vergelijking van beide diagrammen kan het detectieverlies worden vastgesteld in de directe nabijheid van het bouwplan veroorzaakt door reflecties van het bouwplan en het eventuele verlies aan radarbereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 10/22

Datum 26 november 2018

3

Gegevens windturbines De berekeningen zijn uitgevierd voor een tweetal configuraties t.w.: • Configuratie 1: Een windturbine met worst case afmetingen. TNO heeft deze windturbine met worst-case afmetingen gedefinieerd uit de reeks turbines die TNO thans in haar bestand heeft op basis van het opgewekt vermogen tussen de 3.5 en 4.4 MW, ashoogte van 142 m en rotordiameter van 136 m. • Configuratie 2: Een Vestas V136 met een opgewekt vermogen van 4.2 MW, een ashoogte van 142 m en een rotordiameter van 136 m, zie Figuur 5. TNO heeft de windturbine met worst-case afmetingen gedefinieerd uit de reeks turbines die TNO thans in haar bestand heeft op basis van het opgewekt vermogen tussen de 3.5 en 4.4 MW, ashoogte van 120 m en rotordiameter van 118 m. Bij toepassing van een specifieke windturbine met realistische afmetingen uit eenzelfde of lagere vermogensklasse en waarbij de maximaal getoetste ashoogte en rotordiameter niet wordt overgeschreden, zullen de berekende effecten op de radars geringer zijn. Voor alle typen turbines in deze toetsing vallen de afmetingen binnen de toegepaste 4 MW worst case.

Figuur 5

Vestas V136 met een opgewekt vermogen van 4.2 MW, een ashoogte van 142 m en een rotordiameter van 136 m.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 11/22

Datum 26 november 2018

De lengte van de gondel is gedefinieerd als de afstand van de ‘hub’ tot aan de achterzijde van de gondel in het verlengde van de as. De hoogte en breedte van de gondel zijn gebaseerd op het effectieve oppervlak van de voor- en zijkant van de gondel en kunnen dus iets afwijken van de feitelijke afmetingen. De lengte van de wiek is gedefinieerd als de halve diameter van de rotor. De breedte van de wiek wordt afgeleid van het frontaal oppervlak van de wiek. In Tabel 3 zijn de maatvoeringen weergeven van de te toetsen windturbines, noodzakelijk voor de juiste modellering.

Tabel 3

De afmetingen [m] van de twee toegepaste type windturbines.

Onderdeel

WC 4 MW

Afmetingen V136

Ashoogte*

142.0

142.0

Tiphoogte*

210.0

209.5

Breedte gondel

5.4

4.8

Lengte gondel

19.0

17.5

Hoogte gondel

8.8

4.9

Diameter mast onder Diameter mast boven

11.4

5,0

4.4

3.3

Lengte mast

137.6

139,5

Lengte wiek

68.0

67.5

Breedte wiek

3.8

3.1

* Deze gegevens zijn gebaseerd op afmetingen opgegeven door de opdrachtgever.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 12/22

Datum 26 november 2018

4

Berekeningen radardetectiekans diagrammen primaire verkeersleidingsradarnetwerk

Onze referentie DHW-2018-100318019

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk in de directe nabijheid voor configuratie 1 van het bouwplan In Figuur 6 wordt de detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk van de baseline op 1000 voet getoond rond het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. Figuur 7 toont de detectiekans voor hetzelfde gebied, na realisatie van het bouwplan. In Figuur 8 is het gebied vergroot weergegeven. De minimale detectiekans die door het Ministerie van Defensie wordt geëist bedraagt 90%. In groen gekleurde gebieden wordt aan deze eis voldaan. Ter hoogte van de locatie van het bouwplan is de kleinst berekende detectiekans 98%. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde norm.

Pd 100%

Positie windpark Elzenburg-De Geer 90%

80%

Wijchen

Oss Stedelijke gebieden

<70% Figuur 6

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet boven het bouwplan voordat dit is gerealiseerd (baseline).

Blad 13/22

Datum 26 november 2018 Onze referentie DHW-2018-100318019

Pd

Blad 14/22

100%

Positie windpark Elzenburg-De Geer 90%

80%

<70% Figuur 7

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet boven het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. De locaties van de windturbines zijn aangegeven met een gele stip.

Kleinst berekende detectiekans

Pd

100%

98% 90%

WT4

98%

WT3 80%

WT1

WT2

<70% Figuur 8

Het gebied rond de turbines uit Figuur 7 groter weergegeven.

Datum 26 november 2018

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk in de directe nabijheid configuratie 2 van het bouwplan In Figuur 9 wordt de detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk van de baseline op 1000 voet getoond rond het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. Figuur 10 toont de detectiekans voor hetzelfde gebied, na realisatie van het bouwplan. In Figuur 11 is het gebied vergroot weergegeven. De minimale detectiekans die door het Ministerie van Defensie wordt geëist bedraagt 90%. In groen gekleurde gebieden wordt aan deze eis voldaan. Ter hoogte van de locatie van het bouwplan is de kleinst berekende detectiekans 99%. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde norm.

Pd 100%

Positie windpark Elzenburg-De Geer 90%

80%

Wijchen

Oss Stedelijke gebieden

<70% Figuur 9

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet boven het bouwplan voordat dit is gerealiseerd (baseline).

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 15/22

Datum 26 november 2018 Onze referentie DHW-2018-100318019

Pd

Blad 16/22

100%

Positie windpark Elzenburg-De Geer 90%

80%

<70% Figuur 10 Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet boven het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. De locaties van de windturbines zijn aangegeven met een blauwe stip.

Kleinst berekende detectiekans

Pd

100%

WT6 90%

WT4 WT5

WT3 80%

WT1

WT2

<70% Figuur 11 Het gebied rond de turbines uit Figuur 10 groter weergegeven.

99%

Datum 26 november 2018

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk in de schaduw van configuratie 1 van het bouwplan In Figuur 12 is de detectiekans op 1000 voet van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk uitgerekend voor de gebieden waar schaduw kan ontstaan ten gevolge van het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. De stippellijnen afkomstig van de MASS posities van Soesterberg en Volkel, lopend over het bouwplan, geven de zones aan waartussen een verminderde detectiekans zou kunnen ontstaan als gevolg van de schaduwwerking. In Figuur 13 is de detectiekans berekend voor hetzelfde gebied na realisatie van het bouwplan. De figuur toont aan dat de aangegeven radars elkaar volledig ondersteunen in de schaduwgebieden achter het bouwplan waar een verlies aan radardekking kan optreden. Er is dan ook geen verlies aan maximum bereik waarneembaar. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2018 norm.

Radarpositie MASS Soesterberg

Pd 100%

90%

Positie windpark Elzenburg-De Geer

80%

<70%

Radarpositie MASS Volkel

Figuur 12 Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan voordat deze is gerealiseerd (baseline). Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan gaan ontstaan.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 17/22

Datum 26 november 2018

Radarpositie MASS Soesterberg

Pd 100%

90%

Positie windpark Elzenburg-De Geer

80%

<70%

Radarpositie MASS Volkel

Figuur 13 Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 18/22

Datum 26 november 2018

Detectiekans van het MASS primaire verkeersleidingsradarnetwerk in de schaduw van configuratie 2 van het bouwplan In Figuur 14 is de detectiekans op 1000 voet van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk uitgerekend voor de gebieden waar schaduw kan ontstaan ten gevolge van het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. De stippellijnen afkomstig van de MASS posities van Soesterberg en Volkel, lopend over het bouwplan, geven de zones aan waartussen een verminderde detectiekans zou kunnen ontstaan als gevolg van de schaduwwerking. In Figuur 15 is de detectiekans berekend voor hetzelfde gebied na realisatie van het bouwplan. De figuur toont aan dat de aangegeven radars elkaar volledig ondersteunen in de schaduwgebieden achter het bouwplan waar een verlies aan radardekking kan optreden. Er is dan ook geen verlies aan maximum bereik waarneembaar. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2018 norm.

Radarpositie MASS Soesterberg

Pd 100%

90%

Positie windpark Elzenburg-De Geer

80%

<70%

Radarpositie MASS Volkel

Figuur 14 Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan voordat deze is gerealiseerd (baseline). Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan gaan ontstaan.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 19/22

Datum 26 november 2018

Radarpositie MASS Soesterberg

Pd 100%

90%

Positie windpark Elzenburg-De Geer

80%

<70%

Radarpositie MASS Volkel

Figuur 15 Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 20/22

Datum 26 november 2018

5

Rekenmethode gevechtsleidingsradars Nieuw Milligen en Herwijnen Een vergelijkbare methodiek als bij de verkeersleidingsradars is toegepast bij de gevechtsleidingsradars. De bestaande MPR-radars hebben hun maximale levensduur bereikt en zullen worden vervangen door de nieuwe SMART-L EWC GB radar. Deze vervanging vindt plaatst voor de locatie Wier, maar niet voor de locatie Nieuw Milligen. De tweede SMART-L zal worden geplaatst op de locatie Herwijnen, waarna de radarlocatie Nieuw Milligen komt te vervallen. Per 1 januari 2018 past TNO voor de locatie Wier en Herwijnen het nieuwe rekenmodel toe voor de SMART-L EWC GB, zoals deze tot nu toe bekend is bij TNO. Ook de bestaande radarlocatie te Nieuw Milligen blijft tot nader orde toetsingsplichtig. Voor de drie militaire gevechtsleidingsradars Herwijnen, Nieuw Milligen en Wier wordt één toetsingshoogte van 1000 voet aangehouden. Daarnaast wordt geen rekening gehouden met een eventuele ondersteunende dekking van elkaar, iedere radar dient dus afzonderlijk een goede dekking te hebben. Als referentie zijn ook de radardetectiekansdiagrammen berekend voor de zogenaamde baseline situatie, dat wil zeggen, rekening houdend met alle bestaande windturbines en dus voor realisatie van het bouwplan. Het baselinebestand van windturbines geeft de situatie aan binnen Nederland, vastgelegd in begin januari 2018 door Windstats.nl.

De voor de simulatie noodzakelijke afmetingen van de windturbines zijn afgeleid van de in dit bestand opgenomen gegevens, zijnde fabrikant, opgewekt vermogen, ashoogte en rotordiameter. Het bouwplan wordt daar vervolgens aan toegevoegd en voor beide situaties (baseline en baseline met bouwplan) worden detectiediagrammen berekend. Door een vergelijking van beide diagrammen kan het detectieverlies worden vastgesteld in de directe nabijheid van het bouwplan veroorzaakt door reflecties van het bouwplan en het eventuele verlies aan radarbereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan. Conclusies over de detectiekans van de gevechtsleidingsradar te Nieuw Milligen en de nieuwe locatie Herwijnen ten gevolge van het bouwplan De detectiekansdiagrammen die het resultaat van deze berekeningen zijn, kunnen niet worden overhandigd omdat deze gerubriceerd zijn. Twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht, de conclusie van deze berekeningen is als volgt: 1. Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: Voor beide radars is de detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet niet bij alle configuraties binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven. Voor de radar te Nieuw Milligen wordt bij configuratie 2 namelijk de norm overschreden. 2.

Reductie van het maximum bereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: Voor beide radars en voor beide configuraties is het verlies aan maximum bereik op deze hoogte van 1000 voet in de sector waarin schaduwwerking optreedt, na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2018 norm gebleven.

Onze referentie DHW-2018-100318019 Blad 21/22

Datum 26 november 2018

6

Afkortingen AHN CTR EWC GB LIB MASS MPR NAP NASA PSR Rarro RDS SMART-L SRTM TAR WFF

Onze referentie DHW-2018-100318019

Actueel Hoogtebestand Nederland Controlled Traffic Region Early Warning Capability Ground Based Luchtvaart Inpassingsbesluit Military Approach Surveillance System Medium Power Radar Normaal Amsterdams Peil National Aeronautics and Space Administration Primary Surveillance Radar Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Rijksdriehoekstelsel Signaal Multibeam Acquisition Radar for Tracking, L band Shuttle Radar Topography Mission Terminal Approach Radar Wind Farm Filter

Blad 22/22

Rijksvastgoedbedrijf Ministerie van Binnenlandse Zaken en kon inkrijksretaties

>

Retouradres Postbus 16169 2500 BD Den Haag

Gemeente Oss T.a.v. mevrouw Y. de Graaf Postbus 5 5340 BA Oss

RijksVastgoedbedrijf Vastgoedbeheer Klant- en vastgoedmanagement Spoorlaan 175 5038 CB Tilburg Postbus 16169 2500 BD Den Haag Contactpersoon ].H.P. de Gier M 0651226840 jelte.gier@rijksoverheid.nl

Datum Betreft

15 april 2019 Windpark [Izenburg-De Geer Oss

Kenmerk 701939 Zaakkenmerk 8268

Geachte mevrouw De Graaf, Het radarverstoringsonderzoek uitgevoerd door TNO en vastgelegd in het rapport van 26 november 2018 met kenmerk DHW-2018-100318019 en de TNO toetsing van 27 november 2018 aan de gevechtsleidingsradar voor het windpark Elzenburg-De Geer in Oss is beoordeeld door het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) van het ministerie van Defensie. De toetsing is uitgevoerd conform het gestelde in art. 2.5 vierde lid van de Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening. De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op twee door uw gemeente aangeleverde configuraties: Configuratie 1: 4 windmolens in de worstcase categorie. Deze configuratie blijft, hoewel minimaal, binnen de door het CLSK gestelde limiet. Het CLSK heeft dan ook geen bezwaar tegen uitvoering van dit windpark conform de getoetste configuratie 1. Configuratie 2: 6 windmolens van het type Vestas V136. Deze configuratie blijft niet binnen de door het CLSK gestelde limiet. Het CLSK heeft dan ook bezwaar tegen uitvoering van dit windpark conform de getoetste configuratie 2. Ten aanzien van configuratie 2 vindt de limietoverschrijding plaats op een te vervangen militaire radar. Indien deze vervanging plaatsvindt, wordt er aan de minimale radardekkingseisen voldaan.

Het CLSK heeft dan ook geen bezwaar tegen de realisatie van het in configuratie 2 benoemde windpark met dien verstande dat aan onderstaande voorwaarden voldaan moet zijn: 1. De radar te Herwijnen in werking is. 2. Het windpark volledig bestaat uit de getoetste windturbine Vestas V136. Pagina 1 van 2

Rijksvastgoedbedrijf Vastgoed beheer Klant- en Vastgoedmanagement

Indien aan voorwaarde 2 niet voldaan wordt, dient er een nieuw radarverstoringsonderzoek aan CLSK ter beoordeling aangeboden te worden met de juiste configuratie van windturbines. Het ministerie van Defensie kan zich vinden in de onderzoeksresultaten van TNO (rapporten 26 en 27 november) en ziet met inachtneming van de opmerkingen over de twee configuraties geen andere bezwaren om zich tegen de komst van het windpark Elzenburg-De Geer te keren. Wijzigingen op wat door TNO is getoetst, dienen opnieuw voor akkoord voorgelegd te worden aan het ministerie van Defensie.

Hoogachtend,

De Minister van namens deze,

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=40879917-e271-486e-acef-d6b4fa1d3886