CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen_bij_toelichting

Adviescommissie Ruimte 16 mei 2024, gemeente OssBij agendapunt: INGETROKKEN! Vaststelling bestemmingsplan en besluit hogere waarde ‘Osseweg 38a Berghem’17.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Osseweg 38a Berghem Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Osseweg 38a Berghem Bijlage 1

- Stikstofdepositieberekening

Bijlage 2

- Quickscan natuurwetgeving

Bijlage 3

- Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 4

- Selectiebesluit archeologie

Bijlage 5

- Diverse (bodem)onderzoeken

Bijlage 6

- Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai

Bijlage 7

- Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 8

- Participatieverslag

Bijlage 9

- Nota van zienswijzen en wijzigingen

Besluit hogere waarde Akoestisch onderzoek

Bijlage 1

- Stikstofdepositieberekening

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

08-11-2023 20230759 B.J. Versteeg

PROJECT OPDRACHTGEVER ONDERWERP

Osseweg 38a Berghem Van Wanrooij projectontwikkeling BV Berekening stikstofdepositie

MEMO STIKSTOFBEREKENINGEN OSSEWEG 38A BERGHEM 1. INLEIDING Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande sportcentrum aan de Osseweg 38a te slopen en daarvoor in de plaats ongeveer 60 woningen te realiseren. In het gebied zijn circa 18 appartementen voorzien, 30 rijwoningen en 12 tweekappers waarvan 6 voor de doelgroep senioren. De ontwikkeling zou kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De locatie ligt circa 12,0 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ‘Rijntakken’ (zie figuur 1). Met het programma AERIUS Calculator zijn er berekeningen uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningen zijn opgenomen als bijlagen bij deze memo.

Figuur 1 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebied

2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: - verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; - vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; - legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: - De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. - Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

- Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.

3. UITGANGSPUNTEN AANLEGFASE Aanlegfase Tijdens de aanlegfase ontstaan NOx‐emissies door de inzet van materieel, auto’s en vrachtwagens, als gevolg van de bouw van de nieuwe bedrijfspanden. Met AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen van de stikstofdepositie op reeds overbelaste habitattypen en leefgebieden in beeld te brengen. Daarbij mag de stikstoftoename niet groter zijn dan 0,00 mol/ha/jr. Uitgangspunten aanlegfase • Om de maximale jaargemiddelde emissie te bepalen zijn de emissies door verkeer en materieel toegerekend aan 1 jaar; • Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron. Verkeersaantallen zijn weergegeven als aantallen per jaar; • Het verkeer is gemodelleerd tot aan de kruising Osseweg/Megensebaan. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld; • Het materieel op de bouwplaats is als oppervlaktebron gemodelleerd. Hierin is stationair draaien ook opgenomen. Sloopfase (rekenjaar 2024) Tijdens de sloop wordt gebruik gemaakt van het materieel weergegeven in tabel 1. De inzet van dit materieel is evenredig verdeeld over de betreffende locatie. Materieel

Klasse

Rupskraan

Stage-IIIB, 75-560 kW

3400

200

-

Wiellader

Stage-IIIB, 75-560 kW

3400

200

-

Mobiele puinbreker

Stage-IIIB, 75-560 kW

1020

60

-

Aggregaat

Stage-IIIB, 75-560 kW

1360

80

-

Mobiele kraan

Stage-IIIB, 75-560 kW

1700

100

-

Tabel 1 Materieelinzet tijdens sloopfase

Dieselverbruik Uren/jaar (l/j)

Adblue verbruik (l/j)

Bouwfase (rekenjaar 2024) In de bouwfase wordt gebruik gemaakt van het materieel weergegeven in tabel 1. De inzet van dit materieel is evenredig verdeeld over de betreffende locatie. In de berekening is ook het literverbruik van Adblue in dieselmotoren gespecificeerd. In combinatie met SCR‐technologie (selectieve katalytische reductie) zorgt dit voor reductie van de emissie van stikstofoxide (NOx). Het Adblue verbruik bedraagt bij Stage-IIIB ongeveer 4% van het dieselverbruik en bij Stage‐IV werktuigen ongeveer 6% van het dieselverbruik. Materieel

Klasse

Dieselverbruik Uren/jaar (l/j)

Adblue verbruik (l/j)

Graafmachine

Stage-IV, 75-560 kW

3400

200

170

Heimachine/boorstelling

Stage-IIIB, 75-560 kW

4080

240

163

Betonstorter

Stage-IV, 75-560 kW

850

50

42

Hijskraan

Stage-IV, 75-560 kW

8160

480

408

Wals

Stage-IIIB, 75-560 kW

680

40

-

Onvoorzien

Stage-IIIB, 75-560 kW

1700

100

-

Tabel 2 Materieelinzet tijdens bouwfase

Tijdens de aanlegfase, bij zowel tijdens sloopwerkzaamheden als de bouwwerkzaamheden, wordt uitgegaan van 808 verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal, 270 verkeersbewegingen per jaar van middelzware motorvoertuigen en 6.600 verkeersbewegingen per jaar van lichte motorvoertuigen opgenomen. Voor stationair draaiende wegvoertuigen en het manoeuvreren van wegvoertuigen is er in de berekening ook een lijnbron opgenomen t.b.v. de emissie NOx en NH3.

4. UITGANGSPUNTEN GEBRUIKSFASE Beoogde situatie

Figuur 2 Stedenbouwkundig plan beoogde situatie

Het plangebied is gericht op het mogelijk maken van 60 woningen. Het betreft hierbij ongeveer 18 appartementen, 30 geschakelde woningen en 12 twee-aan-eenkap woningen waarvan 6 voor de doelgroep senioren. Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2025 gehanteerd. De nieuwe woningen worden geheel gasloos. De ontwikkeling kent daarom geen gebouwemissies. De bijbehorende verkeersbewegingen leiden wel tot extra stikstofemissie. De verkeersgeneratie is gebaseerd op CROW publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". De stedelijkheidsgraad van de gemeente Oss is 'weinig-stedelijk'. De projectlocatie ligt in “rest bebouwde kom”.

50% van het verkeer gaat via de Osseweg in westelijke richting op in het heersend verkeersbeeld op de kruising Osseweg/Megensebaan en 50% van het verkeer gaat via Osseweg in oostelijke richting op in het heersend verkeersbeeld op de rotonde Zevenbergseweg/Julianastraat. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer zich heeft ver‐ dund tot enkele procenten (maximaal 5%) van het reeds aanwezige verkeer.

5. RESULTATEN EN CONCLUSIE AERIUS Calculator geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr. voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Op grond van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel Natura 2000‐gebieden zijn er qua stikstofdepo‐ sitie geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit project. De berekeningen zijn als bijlagen bij deze memo gevoegd.

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho Adviseurs Osseweg 38a, 5351 AE Berghem Osseweg 38a Berghem Actualisatie stikstofberekeningen Osseweg 38a Berghem

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RZS68MpKEsvs 08 november 2023, 17:11 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RZS68MpKEsvs (08 november 2023)

2024 -

4,2 kg/j

362,3 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloopwerkzaamheden 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwwerkzaamheden  Verkeersnetwerk

RZS68MpKEsvs (08 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

81,6 g/j 166,4 kg/j 4,0 kg/j 192,6 kg/j 0,1 kg/j 3,3 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RZS68MpKEsvs (08 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RZS68MpKEsvs (08 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Sloopwerkzaamheden X:166909,57 Y:420195,95 0,79 ha

Rupskraan

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

Wiellader

Naam

166,4 kg/j 81,6 g/j

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

3400 l/j

200 u/j

Mobiele puinbreker

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

1020 l/j

60 u/j

Aggregaat

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

1360 l/j

80 u/j

Mobiele kraan

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

1700 l/j

100 u/j

2

Stageklasse

NOₓ NH₃

3400 l/j

200 u/j

Stof Emissie

NOₓ

52,0 kg/j NH₃ 25,5 g/j NOₓ 52,0 kg/j NH₃ 25,5 g/j NOₓ 15,6 kg/j NH₃ 7,7 g/j NOₓ 20,8 kg/j NH₃ 10,2 g/j NOₓ 26,0 kg/j NH₃ 12,8 g/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Bouwwerkzaamheden X:166893,93 Y:420183,49 1,30 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

192,6 kg/j 4,0 kg/j

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Heimachine Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 4080 l/j SCR: ja

240 u/j 163 l/j

Betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

850 l/j

50 u/j

Hijskraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

8160 l/j

480 u/j 408 l/j

Wals

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 680 l/j SCR: nee

40 u/j

Onvoorzien Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 1700 l/j SCR: nee

100 u/j

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

RZS68MpKEsvs (08 november 2023)

3400 l/j

200 u/j 170 l/j

42 l/j

Stof Emissie

NOₓ

35,0 kg/j NH₃ 0,8 kg/j NOₓ 28,2 kg/j NH₃ 1,0 kg/j NOₓ 9,0 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 84,0 kg/j NH₃ 2,0 kg/j NOₓ 10,4 kg/j NH₃ 5,1 g/j NOₓ 26,0 kg/j NH₃ 12,8 g/j

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

Verkeer X:166635,65 Y:420112,57 466,02 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Stagnerend vrachtverkeer X:166832,13 Y:420134,86 223,99 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

6.600,0 /jaar 270,0 /jaar 808,0 /jaar 0,0 /jaar

2,0 kg/j 0,5 kg/j 98,1 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 1,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - - NH₃ 17,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /jaar 270,0 /jaar 808,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 60,0 % 60,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RZS68MpKEsvs (08 november 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho Adviseurs Osseweg 38a, 5351 AE Berghem Osseweg 38a Berghem Actualisatie stikstofberekeningen Osseweg 38a Berghem

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RQaPpAGitStf 08 november 2023, 04:47 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RQaPpAGitStf (08 november 2023)

2025 -

0,9 kg/j

23,9 kg/j

2/7

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

RQaPpAGitStf (08 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,9 kg/j

23,9 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RQaPpAGitStf (08 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RQaPpAGitStf (08 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeer - totaal X:166844,29 Y:420170,94 135,53 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeer - oost X:167041,52 Y:420086,79 400,96 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeer - west X:166622,04 Y:420113,54 437,52 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 5,8 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,9 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

489,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 8,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

244,5 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 9,4 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

244,5 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RQaPpAGitStf (08 november 2023)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RQaPpAGitStf (08 november 2023)

7/7

Bijlage 2

- Quickscan natuurwetgeving

Quickscan Natuurwetgeving Osseweg 38A te Berghem

Quickscan Natuurwetgeving Osseweg 38A te Berghem

Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM21549 : Definitief (versie 1) : 8 december 2021

Opdrachtgever

: Accent Adviseurs Luchthavenweg 13 E 5657 EA Eindhoven

Opgesteld door Paraaf

: ir. C. de Koning | ir. J.P.M Hovens :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. J.M.G. Reuver :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2

AM20052

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WET- en REGELGEVING ....................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden .............................................................................................................................................5

2.3

Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................................................................................6

2.4

Beschermde planten en dieren ................................................................................................................................................................6

3.

WERKWIJZE ...........................................................................................................................................................................................................8 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ........................................................................................................................8

3.2

Werkwijze quickscan ....................................................................................................................................................................................8

4.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ...............................................................................................................................................................9 4.1

Beschrijving plangebied .............................................................................................................................................................................9

4.2

Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................................................................9

4.3

Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................................................................................... 10

4.4

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 11

5.

MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN ....................................................................................................... 14 5.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 14

5.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 14

5.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 14

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 16 6.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 16

6.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 16

6.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 16

LITERATUUR ..................................................................................................................................................................................................................... 18

Bijlage: 1

Toelichting per beschermingsregime

Pagina | 3

AM20052

1. INLEIDING In opdracht van <naam opdrachtgever> heeft Aeres Milieu B.V. in samenwerking met Faunaconsult B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Osseweg 38A te Berghem

Gemeente

: Oss

Kadastrale registratie

: Berghem, sectie D, <kadastraal>nummers 922 en 1042

Oppervlakte

: circa <oppervlakte> m2

Huidige bestemming

: Bedrijf

Toekomstige bestemming

: Wonen

Op deze locatie wordt een woonwijk gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

Doel en status van dit document Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Pagina | 4

AM20052

2. WET- en REGELGEVING 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Floraen faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Verder verandert er voor Natura 2000-gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000-gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000-gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.

Pagina | 5

AM20052

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

•

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

•

landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

•

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

•

alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime):

-

Vogels

alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken;

Pagina | 6

AM20052

-

Internationaal beschermde soorten

alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb);

-

Overige beschermde soorten

soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.

Pagina | 7

AM20052

3. WERKWIJZE 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

De vegetatie wordt verwijderd en alle bebouwing wordt gesloopt. In het plangebied wordt vervolgens een woonwijk gerealiseerd. Een afbeelding van de voorgestane situatie is (nog) niet voorhanden.

3.2

Werkwijze quickscan

Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 23 november 2021 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied en de omgeving ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied een geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het plangebied is onderzocht met behulp van een ladder, boomcamera en zaklamp. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl). Verspreidingsgegevens van amfibieën, reptielen en vissen; - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Pagina | 8

AM20052

4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN 4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op de voorzijde van het rapport) ligt in westen van de kern van Berghem. Het bevindt zich aan de rand van een woonwijk. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een akker. Aan de oost- en zuidzijde bevinden zich woningen. Ten westen bevindt zich een parkje. Het plangebied zelf bestaat uit een sportcomplex (voor o.a. fitness, squash en tennis), met meerdere geschakelde gebouwen. Daarnaast zijn er parkeerplaatsen, wat opgaande vegetatie en gazons aanwezig. In het plangebied komen soorten voor als thuja, lavendel, skimmia, paardenbloem, zomereik, grote brandnetel, smalle weegbree, fluitenkruid, duizendblad, ridderzuring, koninginnekruid, hondsdraf, kruipende boterbloem, zoete kers, zachte ooievaarsbek, witte klaver en kronkelwilg.

Figuur 4.1. Het plangebied (rood omlijnd). 1=overkapping met tankstation, 2=woonhuis, 3=showroom, 4=garage, 5=loods. De locatie van het eekhoornnest is aangeduid met een rode ster. Bron: Kadastrale Kaart.

4.2

Natura 2000-gebieden

Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, op een afstand van circa 12,7 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 20 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 4.2).

Pagina | 9

AM20052

Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden (groen weergegeven). Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Op circa 1,7 kilometer ten zuidoosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype ‘Dennen-, eiken- en beukenbos’ (zie figuur 4.3).

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNB (lichtbruin gekleurd). Bron: Provincie Noord-Brabant.

Pagina | 10

AM20052

4.4

Beschermde planten en dieren

Zoogdieren In het sportcomplex zijn zolders en kelders afwezig. De bebouwing is voornamelijk opgebouwd uit damwand wanden (zie foto’s voorzijde rapport). Deze zijn dermate glad, dat vleermuizen hier geen grip op krijgen. In de damwand gevels zijn tevens enkele (ventilatie)roosters aanwezig, die tevens te glad voor vleermuizen zijn. Op enkele plekken is een opgemetselde gevel (tot ca. 1 meter hoogte) zichtbaar onder de damwanden. Hierin zijn open stootvoegen op enkelhoogte aanwezig. Deze zijn grotendeels afgedicht en ook vanwege de geringe hoogte niet toegankelijk voor vleermuizen. Op meerdere plaatsen in het plangebied zijn hoog opgemetselde gevels met spouw aanwezig (zie figuur 4.4.1). Hierin zijn open stootvoegen aanwezig, op circa 3 meter en 10-50 centimeter (zie figuur 4.4.2). De open stootvoegen zijn niet afgedicht, waardoor er toegang is voor vleermuizen en andere kleine zoogdieren tot de achterliggende spouw. Daarnaast zijn er diverse kieren tussen daktrim en gevel aanwezig, waardoor vleermuizen het gebouw in kunnen kruipen (zie figuur 4.4.3). Het sportcomplex bevat dus mogelijk vleermuisverblijven. Vanuit de Osseweg is er ideale geleiding naar het sportcomplex toe in de vorm van laanbomen (hoog opgaande, lijnvormige vegetatie). Deze laanbomen maken mogelijk deel uit van een vliegroute of foerageergebied.

Holle bomen zijn afwezig; het is daarom uitgesloten dat er echte vleermuisverblijven elders in het plangebied aanwezig zijn.

Figuur 4.4.1. In het plangebied (rood omlijnd) zijn diverse spouwen aanwezig met open stootvoegen (gele lijnen). Bron: Kadastrale Kaart.

Pagina | 11

AM20052

Figuur 4.4.2. In de spouwen bevinden zich meerdere open stootvoegen (hier is een gedeelte van een gevel weergegeven met rode pijlen). Hierdoor hebben vleermuizen toegang tot de achterliggende spouw.

Figuur 4.4.3. Op meerdere plekken kiert de daktrim met de gevel (rode pijl), waardoor vleermuizen de bebouwing in kunnen.

Pagina | 12

AM20052

Op meerdere plekken zijn open stootvoegen aanwezig op knie- en enkelhoogte. Op meerdere plekken zijn deze niet afgedicht en daarom toegankelijk voor kleine, grondgebonden zoogdieren. Dassenburchten of sporen van dassen zijn afwezig. Het deel van het plangebied dat onverhard is (het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwing en parkeerplaatsen), bestaat voornamelijk uit kort gemaaid gazon. Vanwege de afwezigheid van voldoende dekking, komen kleine marterachtigen daarom niet in het plangebied voor. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen (zie tabel 4.4). Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten in en rond het plangebied waargenomen: grauwe gans, merel, roodborst, winterkoning, koolmees, vink, kauw en houtduif. De bebouwing heeft op twee plekken een zadeldak, die zijn bekleed met bitumen. De dakbedekking sluit rondom netjes aan en overige openingen zijn afwezig. Er zijn dus geen broedholtes in het dak of de bebouwing aanwezig die mogelijk geschikt zijn voor gebouwbewonende soorten als gierzwaluw of huismus. In de meest noordelijk gelegen kronkelwilg werd een eksternest waargenomen. Tijdens het veldbezoek werden er geen (potentiële) jaarrond beschermde vogelnesten of overige strenger beschermde vogelnesten in het plangebied waargenomen.

Waarschijnlijk broeden er in het broedseizoen wel algemeen voorkomende vogels zoals de merel in de opgaande vegetaties in het plangebied. Planten en overige soorten In het plangebied zijn alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen. Wateren die als voortplantingswater voor amfibieën kunnen dienen, komen niet in het plangebied voor. De met vegetatie begroeide delen van het plangebied dienen mogelijk wel als landhabitat van enkele algemene amfibieënsoorten. Reptielen zijn afwezig en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Nederlandse en wetenschappelijke naam

Vogels met jaarrond

Internationaal

Overige beschermde

beschermd nest

beschermde soorten

soorten

Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

X

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

X

Bosmuis (Apodemus sylvaticus)

X

Huisspitsmuis (Crocidura russula)

X

Veldmuis (Microtus arvalis)

X

Bruine kikker (Rana temporaria)

X

Gewone pad (Bufo bufo)

X

Tabel 4.4. (potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Pagina | 13

AM20052

5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ op een afstand van circa 12,7 kilometer van het plangebied. Tussen het gebied ‘Rijntakken’ en het plangebied in liggen de Provinciale wegen N329 en N322, (een gedeelte van) de bebouwde kommen van Oss, Dreumel en Alphen en diverse agrarische bedrijven. Ook vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw en het gebruik van de woningen zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied verwachten wij echter geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied.

5.2

Natuurnetwerk Brabant

Het plangebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), bestaande uit het beheertype ‘Dennen-, eiken- en beukenbos’. Omdat dit een weinig stikstofgevoelige biotoop is en vanwege de afstand tussen het NNB en het plangebied verwachten wij dat de plannen geen effect op het NNB zullen hebben.

5.3

Beschermde planten en dieren

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: •

Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.

•

Het te slopen sportcentrum bevat mogelijk zomerverblijven, winterverblijven, kraamverblijven en/of paarverblijven van verschillende soorten vleermuizen. Door deze bebouwing te slopen, verdwijnen mogelijk vaste voortplantingsof rustplaatsen. Eventueel aanwezige vleermuizen kunnen bij de sloop worden gestoord, verwond en/of gedood.

•

De twee meest zuidelijk gelegen bomen (zomereik) en de laanbomen aan de Osseweg (net buiten het plangebied) maken mogelijk deel uit van een vaste vliegroute en foerageergebied van vleermuizen. Wanneer de bomen in het plangebied worden verwijderd, blijven eventueel aanwezige vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen behouden. Aan de overzijde van de Osseweg is namelijk een alternatieve vliegroute aanwezig. Indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de bomen (zowel in als buiten het plangebied) wordt gericht, kan dit wel een verstoring van de vliegroute opleveren.

Pagina | 14

AM20052

•

In de opgaande vegetatie in het plangebied bevinden zich in het broedseizoen mogelijk (beschermde) vogelnesten. Als de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang zijn achtergelaten en eieren kunnen te lang niet zijn bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels.

In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Soort

Beschermingsregime Wnb

Algemene in opgaande vegetaties

Vogels

broedende vogels Vleermuizen

Art. 3.1

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.10

lid 1

lid 2

lid 1

lid 2

lid 3

lid 4

lid 1

X

X

X

X

Internationaal beschermde soorten

Algemeen voorkomende

X

Overige soorten

grondgebonden zoogdieren en

X

amfibieën Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A -soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A -soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Pagina | 15

AM20052

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1

Natura 2000

De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb.

6.2

Natuurnetwerk Brabant

De bouw en het gebruik van de woningen en de toenemende verkeersbewegingen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen Het sportcomplex bevat mogelijk vleermuisverblijven. Het slopen van deze bebouwing kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2021) te worden onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 5 onderzoeksronden nodig: -

3 ronden (2 avonden en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de periode 15 mei – 15 juli (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken);

-

2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de periode 15 augustus – 1 oktober (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken).

Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden gedood) en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden. Om vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten verspreid over de wijk op te hangen. Gewone dwergvleermuizen hebben bijvoorbeeld de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Pagina | 16

AM20052

Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn (BIJ12, 2017). Het is daarom beter om voor zekerheid te gaan en alvast 8 vleermuiskasten van types als VK WS 02, VK MP 05 of VK PL 04 Vleermuizenkast (te bestellen bij vivarapro.nl), Beaumaris maxi (te bestellen bij vivara.nl) of VMT1, VMT1a of VMTH1 (te bestellen bij unitura.nl) op te hangen. Dit dient te gebeuren aan niet te slopen panden binnen een straal van 100 à 200 meter van het plangebied (BIJ12, 2017), onder begeleiding van een deskundige. Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de werkzaamheden zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden (in verband met de gewenningsperiode) in de meeste gevallen voorkomen. De voorgenoemde typen vleermuiskasten zijn uitwendige modellen, die in principe niet geschikt zijn als permanente vervanging. Indien blijkt dat er in de te slopen gebouwen vleermuisverblijven aanwezig zijn, dan dient er een veelvoud van het aantal gevonden vleermuisverblijven in de nieuwbouw te worden gerealiseerd. Vleermuiskasten die geschikt zijn om te dienen als permanente vervanging, dienen zich inwendig in het gebouw te bevinden. Het gaat om typen als Vivara IB VL 05, IB VL 06 en IB VL 08 Inbouwsteen.

Een goedkoper en beter alternatief bestaat uit het maken van een open stootvoeg van minstens 2 cm breed, waarbij er in de achterliggende spouw een stuk geplastificeerd volièregaas van 2 bij 1 meter wordt geplaatst waaraan de vleermuizen kunnen hangen. Indien er bomen binnen het plangebied worden verwijderd, zijn er geen aantastingen van een eventuele vaste vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen te verwachten. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van de laanbomen aan de Osseweg alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen.

Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield.

Pagina | 17

AM20052

LITERATUUR •

BIJ12. 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

Ministerie van Economische Zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

•

Provinciale staten van Noord-Brabant. 2016. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Noord-Brabant/600901/CVDR600901_1.html

•

Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org.

•

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl.

•

Zoogdiervereniging. 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. www.zoogdiervereniging.nl/eenvleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting.

Pagina | 18

AM20052

BIJLAGE 1. TOELICHTING PER BESCHERMINGSREGIME Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden:

•

het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb)

•

het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)

•

het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb)

•

het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb)

•

het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb)

•

het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb)

•

het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling.

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.

Pagina | 19

AM20052

Dit betekent dat er:

•

geen andere bevredigende oplossing mag bestaan;

•

de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en;

•

de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: -

het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

-

het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

-

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

-

ter bescherming van flora of fauna;

-

voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of

-

om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Internationaal beschermde soorten Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis.

Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn:

•

het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb)

•

het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb)

•

het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb)

•

het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb)

•

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb)

•

het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).

Pagina | 20

AM20052

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien:

•

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

•

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

•

de ontheffing of vrijstelling nodig is: -

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=275763f5-b8d1-4f79-9e5d-b05a73c4dfb3