CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 januari 2022, gemeente OssBij agendapunt: BI Ontwerpbestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 202220.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN Schelversakker 1 Oss - 2022 Bijlage bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 2022 Index bijlagen bijlagenboek

Bijlage 1:

Memo Stikstofberekening

Bijlage 2:

Voortoets natuurwetgeving

Bijlage 3:

Vleermuisonderzoek Schelversakker 1 Oss

Bijlage 4:

Archeologisch vooronderzoek RAAP rapport 5185

Bijlage 5:

Notitie Verkeersadvies Kindcentrum Nicolaas

Bijlage 6:

Waterparagraaf Kindcentrum Nicolaas

Bijlage 7:

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 8:

Memo Luchtkwaliteit

Bijlage 9:

Notulen bijeenkomst 19 april 2021

Bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss – 2022 Bijlage 1:

Memo Stikstofberekening

Memo

29 oktober 2021 Stephany Lie

Nicolaasschool Schelversakker 1 Oss IV Infra b.v.

Aan de Schelversakker 1 te Oss is het voornemen om de bestaande bebouwing te slopen en op de locatie een school met kinderopvang te realiseren. De beoogde herontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met verzuringsgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt 10 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met verzuringsgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (AERIUS calculator) Met het rekenmodel Aerius (versie 2020) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij is de gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. Voor de realisatiefase geldt een vrijstelling, hier wordt nader op ingegaan in deze notitie. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. Wet Stikstofreductie en natuurverbetering Het doel van de wet stikstofreductie en natuurverbering is om de stikstofuitstoot te verlagen en de natuur te verbeteren. Het wetsvoorstel bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Deze vrijstelling maakt vergunningverlening voor de aanleg/bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw makkelijker.

Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden (bijvoorbeeld verstoring). De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Deze wet is op 1 juli 2021 in werking getreden.

2/4

Realisatiefase Door de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 geldt er voor de aanlegfase een vrijstelling voor de bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie. Onder de vrijstelling valt onder andere het bouwen en slopen van een bouwwerk en de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden. Dit zijn ook de bronnen waar emissies te verwachten te zijn in de realisatiefase van de beoogde ontwikkeling. Omdat voor deze werkzaamheden een vrijstelling geldt, is een berekening voor de realisatiefase niet nodig. Gebruiksfase Het programma omvat de Nicolaasschool van circa 2.630 m2 bvo, een kinderopvang van circa 390 m2 bvo, een gymzaal van circa 660 m2 bvo en een kindcentrum van circa 3.680 m2 bvo. De beoogde ontwikkeling krijgt geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie bestaat in totaal uit 122 motorvoertuigen van de school, 28 motorvoertuigen van de kinderopvang en 20 motorvoertuigen van het personeel voor de school en kinderopvang. Het totaal aantal bewegingen (heen en weer) komt daarmee op 340 mvt/etmaal.

Het verkeer wikkelt af via de Driek van Erpstraat en Schelversakker naar de Hertogensingel. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op de NSL-monitoringstool 2020 (www.nsl-monitoring.nl/viewer/). Volgens de tool bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2020 voor de Hertogensingel 11.385 voor licht verkeer. Op de Hertogensingel gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius juli 2020, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de gebruiksfase maximaal 3% licht verkeer toe aan de Hertogensingel. Voor de gebruiksfase is 2022 als rekenjaar aangehouden. Dat rekenjaar genereert voor het verkeer de hoogste emissies (worstcase). Wanneer een rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies lager door een toename van elektrisch rijden en schonere technieken.

3/4

Voor de realisatiefase geldt een vrijstelling vanuit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Een berekening voor deze fase is niet nodig. Deze vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase. Uit een berekening met AERIUS Calculator (2020) voor de gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de gebruiksfase is uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het huidige Aerius-model verkeersemissies op >5 km van Natura 2000-gebieden buiten beschouwing laat. Met andere woorden: aangezien de maatgevende wegvakken op meer dan 5 kilometer van verzuringsgevoelige Natura 2000-gebieden zijn gelegen, zal nooit een depositietoename worden berekend ten gevolge van de verkeersemissies. Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat een dergelijk afstandscriterium zonder nadere onderbouwing juridisch niet houdbaar is. Naar verwachting zal er naar aanleiding van deze uitspraak een aanpassing in het rekenmodel worden doorgevoerd.

Om een beeld te krijgen van de mogelijke gevolgen van het meenemen van de verkeerseffecten op meer dan 5 km is het verkeer in de huidige versie van het Aerius-model op een andere wijze gemodelleerd (als bron in de categorie ‘anders’ zodat het model ook verder dan 5 kilometer de gevolgen voor de depositie berekend). Hieruit blijkt dat ook dan geen sprake is van een toename van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Gezien de relatief beperkte verkeerstoenames en de ruime afstand tot de maatgevende Natura 2000-gebieden heeft de uitspraak van de Afdeling naar verwachting dus geen gevolgen voor de resultaten tijdens de gebruiksfase mochten deze alsnog anders berekend of ingevoerd moeten worden.

4/4

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S3BLihUPQEJY (29 oktober 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Schelversakker 1 , 5341 AJ Oss

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Nicolaasschool Schelversakker 1 Oss

S3BLihUPQEJY

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

29 oktober 2021, 13:21

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

7,58 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase Nicolaasschool Schelversakker 1 Oss

Situatie 1

S3BLihUPQEJY (29 oktober 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Ontsluiting Hertogensingel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

7,58 kg/j

S3BLihUPQEJY (29 oktober 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Ontsluiting Hertogensingel 164063, 420237 7,58 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

340,0 / etmaal NOx NH3

7,58 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

S3BLihUPQEJY (29 oktober 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

S3BLihUPQEJY (29 oktober 2021) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RoEVtQwsJN7P (29 oktober 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Schelversakker 1 , 5341 AJ Oss

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Nicolaasschool Schelversakker 1 Oss

RoEVtQwsJN7P

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

29 oktober 2021, 13:24

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

7,60 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase Nicolaasschool Schelversakker 1 Oss verkeer 'anders'

Situatie 1

RoEVtQwsJN7P (29 oktober 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Ontsluiting Hertogensingel Anders... | Anders...

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

7,60 kg/j

RoEVtQwsJN7P (29 oktober 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Resultaten

Situatie 1

Ontsluiting Hertogensingel 164063, 420237 0,0 m 0,000 MW Continue emissie 7,60 kg/j < 1 kg/j

RoEVtQwsJN7P (29 oktober 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RoEVtQwsJN7P (29 oktober 2021) pagina 5/5

Bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 2022 Bijlage 2:

Voortoets natuurwetgeving

Nicolaasschool Oss - (ver)nieuwbouw Schelversakker -

voortoets natuurwetgeving

Colofon

28 november 2019 - veldwerk

dr. A.J.M. Schenkeveld

- tekst

dr. A.J.M. Schenkeveld

- productie

bureau Schenkeveld Visstraat 1, 4101 AC Culemborg Telefoon: 0345- 534245, E: 06-28307831 Email: bramschenkeveld@ziggo.nl

- opdrachtgever

Gemeente Oss

- contactpersoon

Jan Abrahamse van de gemeente Oss

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

Inhoudsopgave 1 2 3 4

Inleiding................................................................................................ 3 Methode ............................................................................................... 5 Gebiedsbeschrijving ............................................................................ 5 Flora en fauna ...................................................................................... 6 Flora en vegetatie............................................................................................... 6 Vogels ................................................................................................................ 6 Zoogdieren ......................................................................................................... 7 Vissen, amfibieën en reptielen ........................................................................... 8 Ongewervelde dieren ......................................................................................... 8 Conclusie ........................................................................................................... 8

5 Ingreep ................................................................................................. 8 Initiatief ............................................................................................................... 8 Effecten .............................................................................................................. 9

6 Conclusie ........................................................................................... 10 7 Bijlagen .............................................................................................. 10

2

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

1

Inleiding Initiatief De gemeente Oss heeft besloten over te gaan tot aankoop van het perceel Schelversakker 1 te Oss. Deze locatie is in beeld voor vervangende huisvesting van de Nicolaasschool (Stichting SAAM*), eventueel in combinatie met een voorziening voor kinderopvang. Voor deze voorziening wordt vooralsnog uitgegaan van samenwerking met Stichting AVEM Kinderopvang. Op dit moment wordt onderzocht of het oude schoolgebouw hiervoor moet worden gesloopt of geschikt is voor hergebruik. Ligging Het plangebied betreft het schoolgebouw inclusief gymzaal, het schoolplein en de groene ruimte rondom. De school is ontsloten vanaf de Schelversakker in Oss in de provincie Noord-Brabant. De gymzaal heeft een aparte ingang aan de Driek van Erpstraat. Het plangebied is ca. 0,43 ha groot.

figuur 1: ligging plangebied (rood omcirkeld) Planologisch kader De (ver)nieuwbouw van de school past niet in het bestemmingsplan Partiele herziening 1 Centrum-Oss 2013. Ten behoeve hiervan wordt door de gemeente Oss een nieuw plan met toelichting opgesteld. Hierin is ook aandacht voor het aspect natuur. Volgens de huidige wetgeving moet elke ruimtelijke ingreep getoetst worden aan voorheen de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en overig relevant natuurbeleid. Sedert 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet. Ook het provinciaal en gemeentelijk natuurbeleid is van belang. Zo is de bescherming van de ecologische hoofdstructuur (EHS) of Natuur Netwerk Brabant (NNB) vastgelegd in artikel 5 van de Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerd 2019) en het vellen van bomen in de bebouwde kom in de APV. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt sedert 1 januari 2017 de bescherming van waardevolle natuur. Ze vervangt de oude Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. In de wet zijn artikelen opgenomen ter bescherming van soorten (hoofdstuk 3), gebieden (hoofdstuk 2) en houtopstanden (hoofdstuk 4).

Bij een ruimtelijke ingreep moet voor handelingen met schadelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of waarbij verbodsbepalingen worden overtreden betreffende soorten Vogelrichtlijn, soorten Habitatrichtlijn of andere nationaal beschermde planten- en diersoorten bij de provincie een ontheffing worden aangevraagd. De onderzoeksplicht rust bij de initiatiefnemer. Het is de gewoonte om voorafgaand aan een uitgebreide beoordeling te onderzoeken of er

3

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

met betrekking tot het initiatief überhaupt broed- en wintervogels, andere planten-, diersoorten en habitattypen, waarvoor de nieuwe wet is bedoeld in het geding zijn. Dit verslag is de weergave van een dergelijk verkennend onderzoek ook wel quick scan of voortoets genoemd. Een dergelijke voortoets wordt ook uitgevoerd voor projecten, die buiten de eigenlijke begrenzing van een Natura 2000gebied liggen, maar wier effecten zich mogelijk wel doen gelden op de verderop gelegen natuurwaarden (‘externe werking’). EHS of NNN of NNB Inmiddels is de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland (EHS) zo goed als afgerond. Na de herijking in 2011 en de naamsverandering in 2014 in Natuurnetwerk Nederland (NNN) en in 2016 in Natuur Netwerk Brabant (NNB) ligt het in de bedoeling alle begrensde kavels voor 2027 te verwerven en in te richten en te beheren als beschermd natuurgebied. De verwerving gebeurt vooralsnog op vrijwillige basis. Voor gebieden in de EHS geldt het nee, tenzij...principe. Ingrepen hierin kunnen alleen doorgang vinden, als er geen alternatieven zijn en het initiatief van groot openbaar belang is. Het nee, tenzij-beleid is een getrapte benadering. De basis voor deze stappenbenadering is een goede beschrijving van de in het gebied voorkomende wezenlijke kenmerken en waarden.

Uit onderzoek moet vervolgens blijken of deze wezenlijke waarden en kenmerken significante schade ondervinden door de ingreep.

Het plangebied grenst niet direct aan beschermd natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op meer dan 10 km in noordelijke richting. Het Ossemeer met aangrenzende grazige en houtachtige vegetatie aan de Machareseweg is het dichtstbij gelegen natuurgebied, onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant. Deze liggen op ca. 1,5 km afstand in noordoostelijke richting (zie figuur 2).

Legenda Indien er veel lagen tegelijk aan staan, kan het zijn dat een aantal legendaklassen buiten het papier vallen

Natuurbeheerplan 2020 natuurbeheertypen

0

200

400

600m

Datum: 26-11-2019 Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.

figuur 2: situering plangebied (rood omkaderd) in relatie tot het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en de beheertypen daarvan (Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2020) Probleemstelling In deze notitie wordt onderzocht in hoeverre de sloop of verbouwing en nieuwbouw in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming en of er dientengevolge ontheffing van de verbodsbepalingen moet worden aangevraagd. Hierbij zijn alleen de artikelen op het gebied van soortbescherming (artikelen 3.1-3.41) aan de orde. Toetsing aan de Verordening Ruimte Noord-Brabant (2019) is ook niet relevant, omdat artikel 5 alleen handelt over bestemmingsverandering binnen de contouren van het NNB zelf. De APV is ook niet van belang. Het kappen van bomen is in de gemeente Oss alleen vergunningplichtig als de betreffende boom op de lijst van bijzondere bomen staat. Dat is hier niet het geval. Paardenkastanje ?

4

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

2

Methode Op 13 november 2019 is het terrein bezocht om alle beschermde planten en dieren, die het plangebied en directe omgeving bewonen en gebruiken te inventariseren. Daarnaast is in de literatuur en via internet gezocht naar gegevens over de verspreiding van beschermde en bedreigde soorten in de (wijde) omgeving. Voorafgaand aan het veldbezoek is een lijst van potentieel in het gebied aanwezige bijzondere soorten opgesteld aan de hand van de diverse atlassen. Deze bronnen worden vermeld onder de diverse soortengroepen. Deze lijst is dus in het veld getoetst aan de hand van de directe waarnemingen, aangetroffen sporen en de gebiedskenmerken.

3

Gebiedsbeschrijving Het schoolgebouw stamt uit 1955 en is tegelijkertijd met de aanleg van de Hertogensingel en de stedelijke uitbreiding in noordelijke richting (Krinkelhoek) gerealiseerd. De school herbergde aanvankelijk een huishoudschool en later middelbaar beroepsonderwijs (ROC de Leijgraaf). De entree bestaat uit een hoog kozijnwerk met veel glas en houten panelen voorzien van een luifel ondersteund door ranke ronde pilaren. Via een trap bereikt met de ruime aula voorzien van een plat dak met lichtvensters in een strak geometrisch patroon gerangschikt. Aan de noordzijde hiervan bevindt zich een ruimte van twee verdiepingen en 4 klaslokalen. De korte gevels hiervan zijn een van donkere baksteen gemetselde blinde spouwmuur. De lange gevel bestaat uit een betonconstructie met daarin ruimte voor veel glas in stalen kozijnen. Aan de zuidzijde van de aula telt het gebouw drie verdiepingen met elk 3 klaslokalen. Ook hiervan zijn de korte gevels van baksteen en bestaat de lange gevel uit een betonconstructie. Het gymlokaal staat los van het hoofdgebouw, maar is daar wel mee verbonden middels een gang. Het gymlokaal en de kleedruimte bestaan net als het hoofdgebouw uit een afwisseling van gemetselde blinde gevels afgewisseld met een betonconstructie met veel glas. School- en gymgebouw hebben een plat dak voorzien van dakleer.

De opstaande rand draagt een aluminium strip Op het dak staan een aantal schoorstenen zonder kraaienkappen. Rond de school en op het afgesloten schoolplein staan bomen van diverse pluimage. Het betreft onder andere Atlantische ceder, Gewone es, Japanse sierkers, Noordse esdoorn, Paardenkastanje. Ander groen rond de school betreft ruig gras, heesterborders en hagen. De verharding bestaat uit betontegels.

school zuidzijde

5

school noordzijde

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

entree

4

plat dak van zuidelijk deel

Flora en fauna Flora en vegetatie In het ruige gras ten zuiden van het gebouw staan veel soorten van de Wormkruid-associatie de subassociatie met Gewoon struisgras (31Ca3a)1. Naast de naamgevende soorten zijn Bezemkruiskruid, Biggenkruid, Bijvoet, Canadese fijnstraal, Duinriet, Duizendblad, Gestreepte witbol, Jacobskruiskruid, Rood zwenkgras, Sint Janskruid, Smalle weegbree, Vertakte leeuwentand karakteristiek. In de schaduwrijke borders groeien vooral plantensoorten van de Zevenblad-associatie (33 Aa5) zoals Dagkoekoeksbloem, Fluitenkruid, Gewone braam, Gewone vlier, Grote brandnetel, Heermoes, Hondsdraf, Kleefkruid, Klimop, Kropaar, Kweek, Late guldenroede, Ridderzuring, Robertskruid, Ruw beemdgras, Stinkende gouwe, Vlinderstruik, Witte dovenetel, Zandkool. Tussen de tegels groeien veel kortlevende pioniersoorten als Bleekgele droogbloem, Gewone melkdistel, Grote weegbree, Harig knoopkruid, Paardenbloem, Paarse dovenetel, Vogelmuur, Zachte ooievaarsbek.

Berberis-haag en Paardenkastanje

ruig gras met Bijvoet en Wormkruid

Habitatrichtlijnsoorten of nationaal beschermde soorten ontbreken. Het plangebied is geen geschikte standplaats voor het merendeel van deze soorten. De paar soorten die mogelijk in het gebied voorkomen zijn afgecheckt met de verspreidingsatlas van FLORON2. Er zijn verder ook geen mos- en vaatplantensoorten van de Rode lijst van in Nederland bedreigde soorten waargenomen. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten gehoord of gezien: Ekster, Houtduif, Huismus, Kauw, Kokmeeuw, Koolmees, Merel, Pimpelmees, Roodborst, Staartmees, Turkse tortel, Vink, Zwarte kraai. De meeste van deze vogels broeden niet in het plangebied zelf. Deze is als nestelplek geschikt voor Ekster 1 2

Schaminee, J. e.a., 1995-1999: De vegetatie van Nederland, deel I-V; Opulus Press, Leiden. https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten

6

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

(boom), Houtduif (boom), Kauw (schoorsteen), Kokmeeuw (plat dak), Merel (heester), Roodborst (boom), Turkse tortel (boom), Vink (boom). Er zijn echter geen nestresten gevonden. Er zijn weliswaar mussen gezien. Deze zaten als groepje in een hulsstruik en broeden waarschijnlijk onder de dakpannen van de huizen in de omgeving. De gebouwen zijn ongeschikt als nestelplek voor Huismus en Gierzwaluw. Alle vogels zijn op het nest met eieren of jongen streng beschermd. Nesten van Gierzwaluw (categorie 2), en Huismus (categorie 2) zijn jaarrond beschermd. Deze soorten broeden hier zeker niet. Potentiële broedvogels met jaarrond beschermde nesten is alleen Ekster (categorie 5). Overigens wordt van categorie 5-soorten verondersteld, dat exemplaren weliswaar vaak terugkeren naar het oude nest, maar dat ze ook over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Zoogdieren Er zijn in het plangebied zelf en omgeving alleen sporen gezien van of zichtwaarnemingen gedaan van Egel, Huisspitsmuis. Deze soorten zijn niet of nationaal beschermd, maar dan in de provincie NoordBrabant met een algemene vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Vleermuizen zijn streng beschermd (Habitatrichtlijn). Er zijn van de omgeving, waarnemingsgebied Oss-centrum, weinig recente waarnemingen van vleermuizen bekend3.

Sedert 2016 is alleen 3x de aanwezigheid van een ‘vleermuis onbekend’ vermeld. In het betreffende uurhok (160-420) zijn sedert 1990 de volgende soorten waargenomen: Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige vleermuis4. Dit zijn algemene, minder verstoringsgevoelige soorten, waarvoor het plangebied functioneel kan zijn als vliegroute, verblijfplaats en foerageergebied. Deze vleermuizen zijn gebouwbewonend, maar kunnen ook (individuele) verblijfplaatsen hebben in boomholtes en -spleten. Ze hebben kraamkolonies op zolders, in spouwmuren en achter boeiborden. Ze verblijven soms tijdelijk achter luiken en onder scheef liggende pannen. De school is daarom afgezocht op aanwezigheid van sporen van vleermuizen, met name keutels langs de gevel en op de raamkozijnen. Ook is het gebouw beoordeeld op aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen. De spouw is bijvoorbeeld toegankelijk via de open stootvoegen en op sommige plaatsen kunnen ze tussen twee vlakken wegkruipen. Deze ruimtes zijn daarom afgezocht met een endoscope camera. Er is geen enkele aanwijzing van het gebruik van de spouw of andere ruimtes door vleermuizen gevonden. Deze ruimtes waren overigens niet altijd bereikbaar.

open stootvoeg in blinde spouwmuur

3 4

gat in spouwmuur boven hemelwaterafvoer

www.waarneming.nl https://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren

7

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

spleet tussen muur en luifel bij entree

schoorsteen met toegankelijke binnenruimte

Vissen, amfibieën en reptielen D.d. 13 november 2019 zijn geen vis-, amfibie- of reptielsoorten gezien. Er is ook geen water in het plangebied. De afgelopen 3 jaar zijn in het waarnemingsgebied Oss-Centrum ook geen waarnemingen gedaan5. Ongewervelde dieren D.d. 13 november 2019 is alleen Kleine wintervlinder waargenomen. Van het betreffende waarnemingsgebied Oss-Centrum zijn een beperkt aantal dagvlinder-, libellen- en sprinkhaansoorten bekend. Dit betreft alleen algemene soorten. Het plangebied is ongeschikt leefgebied voor de communautair en nationaal beschermde vlinder-, libellen, kever- en overige ongewervelde soorten. Conclusie Het plangebied kent weinig natuurwaarden. De vegetatie van het verruigd gazon is tamelijk karakteristiek ontwikkeld. Struiken en bomen zijn nestelplek van algemene tuin- en parkvogels. Het is uit te sluiten dat het schoolgebouw nestelplek is van Gierzwaluw, Huismus en Spreeuw. De aanwezigheid van vleermuizen in de te slopen gebouwen is onwaarschijnlijk, maar kan niet uitgesloten worden. Voorgesteld wordt dit nader te onderzoeken.

5

Ingreep Initiatief Er is nog geen besluit genomen over hergebruik van de gebouwen of volledige nieuwbouw. Vooralsnog wordt in deze notitie uitgegaan van het worst case scenario, waarbij het bestaande schoolgebouw en de gymzaal worden gesloopt, een groot deel van de beplanting geruimd, er drie nieuw gebouwen worden neergezet en de buitenruimte bijna volledig heringericht. Figuur 3 toont de nieuwe functioneel-ruimtelijke structuur (optie 2A)

5

www.waarneming.nl

8

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

. figuur 3: nieuwe situatieschets (scenario 2a) Effecten De belangrijkste ecologische gevolgen van het initiatief hangen samen met het opruimen van de bomen en struiken (1), de sloop van de opstallen (2), het grondverzet (3), de nieuwbouw (4) en de herinrichting van de buitenruimte (5). De effecten van het gebruik namelijk onderwijs (6) blijven hetzelfde als in de oude situatie. Wel zullen er waarschijnlijk meer autobewegingen rond de school worden gemaakt. Veel kinderen zullen worden gebracht en gehaald. In de oude situatie kwamen de meeste kinderen zelfstandig op de fiets naar school. De effecten daarvan worden doorgerekend. Ad 1)

Het is nog niet bepaald welke bomen en struiken worden verwijderd. De meeste zullen geruimd worden. Een en ander is nog afhankelijk van het definitief ontwerp. Het forse exemplaar Paardenkastanje in de zuidwestelijke hoek van het plangebied blijft wel staan. In de te verwijderen bomen en struiken nestelen in het voorjaar vogels als Turkse tortel en Merel. De beplanting moet daarom buiten het broedseizoen van deze vogels (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels.

Ad 2)

Bij de sloop van de gebouwen gaan geen jaarrond (categorie 1-4) beschermde nesten van bijvoorbeeld Huismus verloren. Er verdwijnen waarschijnlijk ook geen verblijfplaatsen van vleermuizen. Om dat uit te sluiten is vervolgonderzoek volgens het vleermuisprotocol nodig. Dit betekent dat het plangebied in de periode mei tot en met september tenminste viermaal bezocht moet worden.

Ad 3)

Bij het grondverzet voor het bouwrijp maken verdwijnen er geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten. Bij het grondverzet voor de herinrichting van de buitenruimte rond de nieuwe gebouwen gaan mogelijk wel verblijfplaatsen van nationaal beschermde diersoorten als Egel en Huisspitsmuis vernietigd. Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Vanwege de in de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplicht wordt aanbevolen het gebied voorafgaand aan het bouwrijp maken af te zoeken op deze soorten, deze te verzamelen en in de directe omgeving, bijvoorbeeld de grote particuliere tuinen aan de oostzijde, terug te zetten.

Ad 4)

Tijdens de bouw treedt door lawaai, bouwlampen en het verspreiden van vervuilende stoffen waaronder stikstof (NOx) verstoring van de natuur in de omgeving op. De omvang hiervan is beperkt en reikt niet tot de meer kwetsbare en verzuringsgevoelige natuurtypen van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Bijlage 1 toont de Aerius-berekening van de effecten van de nieuwbouw

9

bureau Schenkeveld - Culemborg

Nicolaasschool Oss – natuurtoets

van een kantoorgebouw met een BVO van 3.284 m2. De eenmalige uitstoot hiervan bedraagt 530,51 kg NOx. Dit levert geen depositieresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar. Ad 5)

Er is nog geen ontwerp voor de buitenruimte van de school. Uitgangspunten voor de herinrichting zijn: • Alle grotere (diameter > 40 cm), mooi uitgegroeide en gezonde bomen blijven zoveel mogelijk staan. Dit geldt in ieder geval voor de kastanje in de zuidwestelijke hoek. • De buitenverlichting wordt vleermuisvriendelijk door de toepassing van amberkleurig UV-vrije ledlampen, lagere lichtmasten en een scherpe en naar beneden gerichte afsnede van de lichtbundel.

Ad 6)

In bijlage 2 is het effect van 1.000 autobewegingen op de ring rond het centrum van Oss doorgerekend. De uitstoot hiervan bedraagt 561,72 kg NOx per jaar en 34,35 kg NH3 per jaar. Dit heeft geen depositieresultaat op de verzuringsgevoelige habitattypen van Natura 2000 tot gevolg.

Bovengenoemde gevolgen worden hieronder alleen aan de bepalingen over soortbescherming van de Wet natuurbescherming getoetst. Omdat het gebruik hetzelfde blijft, de stikstofuitstoot van de bouw en de toename van het aantal autobewegingen beperkt is en de kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000 ver weg liggen, wordt het initiatief niet getoetst aan de bepalingen over gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming. De Verordening Noord-Brabant is ook niet relevant, omdat deze alleen gronden binnen het NNB betreft. Externe werking wordt niet onderscheiden. Wet natuurbescherming Als aan de hierboven genoemde randvoorwaarden wordt voldaan, worden er door de sloop en nieuwbouw niet aantoonbaar verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. Deze randvoorwaarden worden hieronder nog een keer samengevat.

6

Conclusie De sloop, nieuwbouw en de herinrichting van de buitenruimte van basisschool ’t Schrijverke te Herpen hebben geen ingrijpende ecologische gevolgen. Er zullen bij de werkzaamheden geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden, als aan onderstaande voorwaarde wordt voldaan: - De bomen en struiken worden buiten het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) verwijderd of eerst gecontroleerd op aanwezigheid van nestelende vogels. - Er wordt in 2020 vleermuisonderzoek gedaan volgens het vleermuisprotocol6. Als er verblijfplaatsen worden aangetroffen moet voor de vernietiging en verstoring hiervan eerst ontheffing van de overtreding van de verbodsbepalingen 3.5.2. en 3.5.4 van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd bij de provincie Noord-Brabant. Verder worden de volgende maatregelen aanbevolen: - Voorafgaand aan het grondverzet/bouwrijp maken worden alle (beschermde) dieren zoals Egel en Huisspitsmuis verzameld en in de omgeving uitgezet. - Alle gezonde grotere bomen blijven staan.

7

Bijlagen bijlage 1: Aerius-berekening nieuwbouw Nicolaasschool, Oss bijlage 2: Aerius-berekening autobewegingen samenhangend met de nieuwe Nicolaasschool

6

https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

10

bureau Schenkeveld - Culemborg

Bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 2022 Bijlage 3:

Vleermuisonderzoek Schelversakker 1 Oss

Vleermuisonderzoek Schelversakker 1 Oss

N OV E MBE R 202 0

Schelversakker 1 Oss vleermuisonderzoek

Colofon

Veldwerk

Aart Dersjant, Anna Hatsagi en Bram Schenkeveld

Tekst

Aart Dersjant, Bram Schenkeveld

Productie

Bureau Schenkeveld Visstraat 1, 4101 AC Culemborg 0345 – 534 245 / 06 – 283 078 31 bramschenkeveld@ziggo.nl

Opdrachtgever

Gemeente Oss

Contactpersonen

Jan Abrahamse van de gemeente Oss

2

Bureau Schenkeveld Culemborg

Schelversakker 1 Oss vleermuisonderzoek

Inhoudsopgave

1

Inleiding ........................................................................................................................... 4 1.1 Ingreep................................................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging .................................................................................................................................................................... 4 1.3 Karakteristiek......................................................................................................................................................... 4 1.4 Doelstelling ............................................................................................................................................................ 5 1.5 Onderzoeksmethodiek.......................................................................................................................................... 5 1.6 Veldbezoek ............................................................................................................................................................ 5

2 3 4 5

Resultaat .......................................................................................................................... 5 Discussie .......................................................................................................................... 6 Conclusie.......................................................................................................................... 6 Literatuur ......................................................................................................................... 6

3

Bureau Schenkeveld Culemborg

Schelversakker 1 Oss vleermuisonderzoek

1

Inleiding

1.1 Ingreep De gemeente Oss is van plan om in 2021 het voormalig schoolgebouw aan de Schelversakker 1 in Oss te slopen of te verbouwen. Omdat de werkzaamheden een zwaar karakter hebben en de gebouwen toegankelijk en/of bewoonbaar kunnen zijn voor dieren werd ingeschat dat er negatieve effecten op beschermde dieren en planten kunnen optreden. Op voorhand was dus niet uit te sluiten dat er verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming (2015) worden overtreden. Bureau Schenkeveld is daarom gevraagd dit op basis van een veldbezoek in te schatten, eventueel een werkprotocol op te stellen voor de werkzaamheden en aan te geven welk nader onderzoek nodig is. Deze quickscan is in het najaar van 2019 uitgevoerd. De conclusie hiervan was dat voor dit gebouw de aanwezigheid van vleermuizen niet valt uit te sluiten. Er is daarom vervolgonderzoek nodig. Dit rapport toont de resultaten van het vervolgonderzoek aan het voormalige schoolgebouw aan de Schelversakker 1 te Oss. 1.2 Ligging Het pand ligt centraal in Oss op de hoek van de Schelversakker en Hertogensingel. Hoewel het pand in een woonwijk staat is de directe omgeving vrij groen met bomen/struiken en een groot grasveld ten zuidoosten van het pand. 1.3 Karakteristiek Het betreft hier een voormalig schoolgebouw van twee en drie etages. Het dak is plat en bedekt met dakleer. Aansluitend op het gebouw staat een leegstaande gymzaal.

De bebouwing lijkt ontoegankelijk voor broedvogels en grotendeels ontoegankelijk voor vleermuizen. Omdat aan de buitenzijde van het pand een aantal open stootvoegen aanwezig zijn en bij de entree een aantal kieren aantrekkelijk voor vleermuizen lijken, is vleermuisonderzoek op deze locatie toch noodzakelijk. Onderstaande figuur 1 toont de ligging op een topografische kaart.

figuur 1: ligging onderzoeksgebied op een topografische ondergrond 4

Bureau Schenkeveld Culemborg

Schelversakker 1 Oss vleermuisonderzoek

1.4 Doelstelling Deze notitie is het verslag van het onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde vleermuissoorten in en rond het te slopen of vernieuwen voormalig schoolgebouw aan de Schelversakker 1 in Oss. 1.5 Onderzoeksmethodiek Vleermuizen zijn geïnventariseerd door middel van batdetector-onderzoek gebruikte detectors zijn: (Petterson D240X, Echo Meter Touch 2 en Echo Meter Touch 2 pro) De laatste twee zijn gebruikt in combinatie met smartphone of tablet. Met de batdetector worden de, voor mensen onhoorbare, ultrasone geluiden van vleermuizen omgezet naar de voor het menselijk oor hoorbare geluiden. Soorten kunnen door de geluiden (frequentie, ritme en klank) en in het geval van de Echo meter microfoons zichtbeelden (spectrogrammen) worden onderscheiden. Door interpretatie hiervan kan tevens het gedrag afgeleid worden en kunnen onder andere foerageerplaatsen, vliegroutes en verblijfplaatsen worden opgespoord. De methode voor het inventariseren van vleermuizen sluit aan bij het Inventarisatie Protocol van het Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2017) en de soortenstandaards van Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis (Bij12, 2017). 1.6 Veldbezoek Ten behoeve van de inventarisatie vleermuizen (Laatvlieger, Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis) zijn vier inventarisatieronden uitgevoerd.

In tabel 1 worden deze inventarisatieronden en de omstandigheden tijdens het bezoek weergegeven.

vleermuizen Datum

Tijd (uur)

Temperatuur (°C)

Neerslag (mm)

Wind (bft)

14-6-2020

21:30-23:30

17

Geen

2W

2-7-2020

3:45-5:45

14

Geen

0

1-9-2020

20:30-22:30

14

Geen

1 NNW

29-9-2020

19:30-21:30

15

Geen

1Z

Tabel 1: Overzicht inventarisatieronden naar de aanwezigheid van vleermuizen met vaste rust- en verblijfplaatsen ter plaatse van en direct rond de te slopen bebouwing te Oss.

2

Resultaat

Figuur 3 toont de balts- en foerageergebieden van vleermuizen. Tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Wel zijn er tijdens de verschillende bezoeken in de omgeving van het gebouw baltsende en foeragerende exemplaren Gewone en Ruige dwergvleermuis en één foeragerende Laatvlieger waargenomen.

5

Bureau Schenkeveld Culemborg

Schelversakker 1 Oss vleermuisonderzoek

figuur 2: foerageergebied van Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger

3

Discussie

Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in het plangebied Gewone en Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger foerageren, vliegen en baltsen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven foerageren, vliegen en baltsen. Er zijn geen activiteiten zoals zwermgedrag, in- of uitvliegen in relatie tot het gebouw aangetroffen.

4

Conclusie

Er verdwijnen door de sloop- en verbouwwerkzaamheden aan de oude Nicolaasschool aan de Schelversakker geen verblijfplaatsen van vleermuizen noch worden deze dieren verstoord. Daarmee worden geen verbodsbepalingen (artikel 3.5) van de Wet natuurbescherming overtreden. Er hoeft dus geen ontheffing te worden aangevraagd.

5

Literatuur

Bij 12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Utrecht. Diepenbeek, A., van, 1999. Veldgids diersporen. Drukkerij Thieme, Nijmegen. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7.

6

Bureau Schenkeveld Culemborg

Schelversakker 1 Oss vleermuisonderzoek

Ministerie Economische zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2016, 1-34. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Vleermuisinventarisatie-protocol; Introductie, toelichting en tabel. Odijk.

7

Bureau Schenkeveld Culemborg

Bestemmingsplan Schelversakker 1 Oss - 2022 Bijlage 4:

Archeologisch vooronderzoek RAAP rapport 5185

RAAP-RAPPORT 5185

Plangebied Schelversakker 1 te Oss Gemeente Oss Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 31-05-2021 Auteur: ir. G.R. Ellenkamp Projectcode: OSCHE Bestandsnaam: RAAPrap_5185_OSCHE_20210531 Autorisatie: drs. W. De Baere

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP in mei 2021 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Schelversakker 1 te Oss, in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De bestaande bebouwing zal in de toekomst gesloopt worden en vervangen door nieuwbouw. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied ligt op de flank van een dekzandrug op de overgang van de Peelhorst naar het Midden-Nederlands rivierengebied. Bodemkundig wordt het gebied gekenmerkt door hoge enkeerdgronden. Ook uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied behoorde tot de akkergronden rondom de stad Oss. Het lag buiten de stadsgra cht in de zone met perifere bewoning langs de uitvalswegen. Van dat laatste lijkt een gebouw op de oostgrens van het plangebied te hebben gestaan. Met name direct ten zuidoosten van het plangebied zijn veel archeologische vindplaatsen bekend, gekoppeld aan de historische kern van Oss op de kop van de dekzandrug. De oudste vastgestelde sporen dateren uit de ijzertijd, maar er zijn vooral veel sporen uit de middeleeuwen. Gezien de ligging op de dekzandrug met hoge enkeerdgronden in de perifere bewoningszone van de stad Oss, zijn bewoningssporen uit alle archeologische perioden te verwachten, variërend van vuursteenconcentraties en grondsporen tot eventueel stenen funderingsresten.

Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bovengrond in het plangebied plaatselij k diep is verstoord (>170cm -mv). In boring 5 is een gelaagd opgevulde laagte aangeboord, mogelijk een waterput. In het zuidoosten van het plangebied bleek de bodem grotendeels intact en is een restant van de oorspronkelijke (moder-achtige) podzolgrond in het dekzand aangeboord. Deze resultaten laten zien dat in het zuidoosten archeologische sporen (zoals eventuele funderingsresten van het verwachte gebouw) intact kunnen zijn. In het grootste deel van het gebied zullen echter alleen eventuele diepere sporen, zoals de waterputten die in de omgeving veel zijn aangetroffen, onder de verstoring nog intact kunnen zijn. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door de toekomstige ingrepen te beperken tot het grondplan van de bestaande bebouwing (waar de bodem al verstoord is) en waar dat niet mogelijk is de ingrepen te beperken tot de minimale verstoringsdiepte van 75 cm –Mv. Indien dit niet mogelijk is, dan wordt verder onderzoek nodig geacht.

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[3]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 10 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 12 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 15 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 16 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 16 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 17

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 19 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 19 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 20 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 20

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 22 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 22 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 23 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 23

Literatuur .......................................................................................................................................... 24 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 25

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[4]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP in mei 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Schelversakker 1 te Oss in de gemeente Oss (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader vo or de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Volgens een archeologisch adviesdocument van de gemeente 1 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dat maakt onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm –mv. De voorgenomen omvang en diepte zijn nog niet exact bekend, maar gezien de sloop van de bestaande bebouwing gevolgd door nieuwbouw, bestaat er een reële kans op het verstoren van eventuele archeologische resten. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Het archeologisch onderzoek vormt onderdeel van de bestemmingsplan procedure.

Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeol ogische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en is het onderzoek gemeld in ARCHIS. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1

Peeters, 2020

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[5]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[6]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Gemeente Oss

Bevoegde overheid

Gemeente Oss

Plaats

Oss

Gemeente

Oss

Provincie

Noord-Brabant

Centrumcoördinaten (X/Y)

164080 / 420275

Toponiem

Schelversakker

Kadastrale gegevens

gemeente Oss, sectie K, perceel 423 + 3854 en sectie A perceel 4782

Oppervlakte plangebied

5900 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 250 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Mei 2021

Uitvoerder

RAAP Zuid

Projectleider

ir. G.R. Ellenkamp

Projectmedewerkers

-

RAAP-projectcode

OSCHE

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5071307100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[7]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 5185 / versie 31-05-2021

[8]

Plangebied Schelversakker 1 te Oss, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeolo gische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=cb1b665e-9a7a-48ed-88fe-b3158187f331