CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage verslag raadsbijeenkomst participatie maart 2019.DOCX

Opiniecommissie Sociaal Bestuurlijk 4 maart 2021, gemeente OssBij agendapunt: Opinienota Participatie1.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag bijeenkomst “Samen werken aan participatie” op 14-3-2019 Deelnemers: vertegenwoordigers van gemeenteraad, college, wijk- en dorpsraden en ambtelijke organisatie

Inleiding De aanleiding van deze avond is tweeledig: -

-

De omgevingswet vraagt van gemeenten om vaker en eerder inwoners te betrekken bij het maken van plannen in de fysieke leefomgeving. Dat is aanleiding om te kijken naar hoe wij dat nu doen: zijn we daar tevreden over? Voldoet het aan wat van ons gevraagd wordt? Of willen we daar in de toekomst anders mee om gaan? De gemeenteraad denkt na over nieuwe vormen van participatie, met name co-creatie. Deze avond vormt samen met de eerdere avond over meervoudige democratie en co-creatie (31 januari) een tweeluik over het betrekken van inwoners.

Deze avond is bedoeld voor uitwisseling en meningsvorming. We trekken nog geen conclusies, maken geen keuzes. We verkennen de mogelijkheden en opvattingen en de verschillende keuzes die je daarin kunt maken. De opbrengst van deze avond zal input zijn voor de omgevingsvisie, waarin de gemeente (naast inhoudelijke ontwikkelingen van ons grondgebied) ook keuzes moet maken over de manier waarop we willen werken en inwoners willen betrekken.

De thema’s We hebben in groepen (een Open Space) het gesprek gevoerd aan de hand van 6 vragen: -

Wanneer en hoe betrekken we inwoners? Hoe participeert de gemeente bij burgerinitiatieven? Wanneer en hoe betrekken we onze partners? Wie is bij particuliere (vaak commerciële) initiatieven verantwoordelijk voor de participatie: de gemeente of de initiatiefnemer? Wat mag het kosten? Hebben we spelregels? (Hoe) toetsen we achteraf of participatie goed is verlopen?

Deze vragen zijn ontleend aan de “Checklist voor gemeenteraden: is participatie omgevingswetproof?” van de VNG. Onderstaand een weergave van wat er tijdens de gesprekken is genoteerd en in de terugkoppeling is verteld.

Wanneer in het traject betrekken we inwoners? En hoe? Over het algemeen is het belangrijk om inwoners vroeg te betrekken, al voordat keuzes zijn gemaakt (bv om woningen te bouwen). Zeker als het gaat om concrete zaken als woningen of een nieuwe school in de buurt. En ook als het om een initiatief op particuliere grond gaat (bv iemand die monumentale bomen in zjin tuin wil rooien). Bij abstracte onderwerpen (visies) vinden inwoners het vaak fijner om aan de hand van keuzes of opties het gesprek te voeren, dus in een latere fase bij de

bespreking van ideeën en opties. Maar daar verschillen mensen ook in. Dus kijken naar verschillende vormen van participatie. En geef aan het begin van het traject aan wanneer er hoe meegepraat kan worden , dan kunnen mensen hun eigen keuze daarin maken. Nu hebben inwoners vaak het idee dat ze op een rijdende trein moeten stappen. En soms kan dat niet anders, bijvoorbeeld als je als gemeente kansen wilt pakken die niet kunnen wachten. En de andere kant: mensen vinden het ook niet fijn als er oeverloos gepraat wordt in de hoop dat er een gemeenschappelijke keuze uit komt. De gemeente moet ook bereid zijn knopen door te hakken en dat aan de inwoners uit te leggen. Tot slot is het belangrijk om ook te evalueren. En daarvan te leren voor volgende keren.

Hoe participeert de gemeente bij burgerinitiatieven? Algemene conclusie: naarmate de impact van een burgerinitiatief groter is, moet de gemeente een grotere rol pakken. De impact wordt o.a. bepaald door de grootte van het gebied, de plek, de mate van overlast voor anderen, openbare orde en veiligheid, de opbrengst en wat er precies gedaan wordt. Verder wordt de rol van de gemeente ook bepaald door de vraag wie in een latere fase verantwoordelijk is. Komt het uiteindelijk bij de gemeente terecht? Dan kan dat aanleiding zijn om nadrukkelijker een rol te spelen. Rol van de gemeente: -

-

Hoeder van het belang van minderheden Toetsen aan beleid. Een burgerinitiatief kan ook aanjager zijn voor nieuw beleid: als een initiatief niet in het beleid past, maar wel veel potentie heeft, of andersom: als een initiatief wel binnen het beleid past maar veel weerstand oproept. Inventarisatie stakeholders.

Waarschuwing: let op als een initiatief alleen maar een eigenbelang dient. Voorbeelden: als het gaat om concrete voorbeelden zijn de meningen verschillend. Grofweg: de rol van de overheid is vooral helpend (dus niet beslissend) als het projecten zijn die binnen het beleid passen en weinig impact hebben. Bijvoorbeeld: inwoners onderhouden zelf de groenvoorzieningen, maken een speelplek in een plantsoen, de voetbalvereniging organiseeert muziekfeesten (mits geen geluidsoverlast). De rol van de gemeente is groter bij projecten die gevolgen hebben voor gemeentelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld wanneer inwoners de straat anders willen inrichten) of veel impact kunnen hebben op de omgeving (bijvoorbeeld de coöperatie die windmolens wil bouwen).

Wanneer en hoe betrekken we onze partners, zoals andere overheden, adviesdiensten, coöperaties? Algemeen: raadplegen kan in alle fasen, en hun inbreng is ook nodig. Over de mate waarin partners meebeslissen verschillen de meningen. Ja, ze beslissen mee als ze moeten betalen of uitvoeren; nee

ze beslissen niet mee omdat de gemeente de kaders vaststelt. Of: degene die wettelijk eigenaar is van het probleem/de taak beslist, anderen worden alleen geraadpleegd. Verder is opgemerkt dat je debelangen van partners moet afwegen. Verkenning/analyse: partners wel betrekken want ze hebben kennis en voorbeelden (ervaring), of niet betrekken want dat kan verkeerde verwachtingen wekken en onze ideeënvorming beperken. Komen toekomstvisies wel overeen? Bepalen van het doel of de opdracht: de mate van invloed hangt af van de rol van de partner bij het probleem. Verzamelen van ideeën: partners betrekken om ideeën en informatie op te halen en draagvlak te krijgen. Uitwerken van de ideeën: als de partner een rol heeft of de kennis om een oplossing uit te werken moet die betrokken worden. Keuze van de oplossing: partners raadplegen over verschillende opties, de partners die medeeigenaar zijn van het probleem moeten ook mee kunnen beslissen. Realisatie: ieder is hier bij betrokken voor zover hij daar ook een taak in heeft.

Wie is (bij particuliere initiatieven) verantwoordelijk voor de participatie: de gemeente of de initiatiefnemer? Rode draad: het gaat hier om particuliere/commerciële belangen, maar voor ons gaat het toch vooral om het maatschappelijk belang. Daar staat de gemeente voor. Wat dat betekent, daarover verschillen de meningen. Bijvoorbeeld als iemand zijn huis wil verbouwen of uitbreiden, is het logisch dat hij overlegt met zijn buren. Maar moeten we dat als gemeente controleren? De een vindt van wel, de ander vindt dat participatie in zo’n geval niet aan de orde is en dat het aan de gemeente is om een goed besluit te nemen over de vergunningaanvraag (nb dit speelt mn als een aanvraag niet binnen de bestaande regels en plannen past). De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie. Bij projecten kan ook de wijkraad daar een rol bij spelen. Toetsing (is participatie voldoende geweest, is er geluisterd?) zou bij voorkeur door inwoners moeten gebeuren. Er zijn wel dilemma’s. Wie nodig je uit? Wanneer is er geluisterd? Het moet ook niet zo zijn dat de mening van de buren alleen bepaalt wat er kan of niet.

Wat mag het kosten? Waarom investeren in participatie? -

Aan de voorkant investeren kan geld opleveren Participatie voegt waarde toe (meer ideeën, betere plannen) en draagvlak

Belangrijk:

-

Sla piketpalen in tijd en geld Bouw en tussenfase in waarin je nagaat of participatie voldoende is en goed loopt Verken samen met wijk/dorpsraad rollen en proces Spreek een basisroute af, begroot ook tijd die geïnvesteerd gaat worden Stel een grens aan wat je investeert

Maar: -

Tijdens het proces kan noodzaak en urgentie veranderen. Bijvoorbeeld als een plan veel meer oproept dan verwacht. Dan moet je schakelen en aanpassen.

Voorbeelden: bij kleine projecten ook kleine investering. Maar vooral kijken naar de impact: als een plan of project veel impact heeft, moet er veel geïnvesteerd worden in participatie.

Hebben we spelregels? Toetsen we achteraf of er voldoende geparticipeerd is? En hoe? De algemene lijn is dat de gemeente vooraf moet bepalen wat de spelregels zijn voor participatie en daar achteraf ook aan toetst. Dat kunnen algemene spelregels zijn, maar kunnen ook specifiek voor één project zijn. -

We moeten als gemeente niet in de weg lopen, mensen niet ontmoedigen Voor de gemeentelijke organisatie gelden dezelfde regels als voor anderen We moeten zo vroeg mogelijk duidelijk zijn over wat moet/kan, en ook naar de draagkracht van de betrokkene kijken Het is maatwerk! Afspraken naar inwoners (tijd/periode), gelijkwaardig gesprek

Toetsing: -

hebben wijk- en dorpsraden hierbij een rol? Bouw altijd een evaluatie in na ieder participatietraject

Afronding: Wordt bij dit soort bijeenkomsten ook gedacht aan de jongerenraad? Ja, die afweging is ook nu gemaakt (ook t.a.v. seniorenraad, cliënteplatform). Nu is gekozen voor alleen de wijk- en dorpsraden, als we straks naar buiten gaan worden net als bij eerdere bijeenkomsten ook andere adviesgroepen uitgenodigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=52a23f11-afd4-4b71-ae70-2b005c3a4767