CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_Verslag_afstemming_ketenpartners

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente OssBij agendapunt: Agenda gerelateerd6.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag afstemming ketenpartners Concept wijziging Omgevingsplan gemeente Oss – Amsteleind Noord en het MER Amsteleind I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: •

een samenvatting van de reacties van de ketenpartners (art. 2.2 Ow)

•

een beoordeling van de reacties op inhoud

•

de gevolgen van de reacties voor de inhoud van de concept wijziging omgevingsplan

Deze nota is een onderdeel van en bijlage bij de motivering. II. AFSTEMMING MET KETENPARTNERS De gemeente heeft de conceptwijziging omgevingsplan Amsteleind Noord en het milieueffectrapport Amsteleind voor afstemming en advies voorgelegd aan diverse ketenpartners. Van dinsdag 11 februari 2025 tot en met maandag 17 maart 2025 konden de betrokken ketenpartners schriftelijk reageren op de conceptstukken. De gemeente heeft 6 reacties ontvangen. De reacties zijn afkomstig van de volgende bestuursorganen en ketenpartners. •

Provincie Noord-Brabant, directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving

•

Waterschap Aa en Maas

•

Veiligheidsregio Brabant-Noord

•

Rijkswaterstaat Zuid Nederland

•

GGD Hart voor Brabant

•

ProRail

Pagina 1 van 17

III. IN HOEVERRE HEBBEN REACTIES GELEID TOT AANPASSINGEN Wij danken al onze ketenpartners voor hun reacties, adviezen en aanbevelingen in het kader van dit afstemmingsoverleg. Hieronder vatten wij alle reacties samen. Daarna geven we aan of en hoe we deze reacties hebben verwerkt in de ontwerpwijziging Omgevingsplan Amsteleind Noord en het ontwerp MER Amsteleind.

IV. REACTIES KETENPARTNERS Reactie ketenpartner 1: Rijkswaterstaat Zuid Nederland Samenvatting reactie Rijkswaterstaat Zuid Nederland (hierna: RWS ZN) heeft als reactie op de NRD de gemeente verzocht om ook aandacht te besteden aan de effecten van het plan op het verkeer op het hoofdwegennet en dan met name op aansluiting 52 van de Rijksweg A59 (Oss/Heesch). In de stukken wordt aangegeven dat in de verkeersparagraaf wordt ingegaan op de verkeerseffecten van Amsteleind, zo ook op het effect op het hoofdwegennet. Volgens RWS ZN staat dat echter niet zo expliciet in de stukken. De etmaalintensiteiten zijn voor de referentiesituatie 2040 en plansituatie 2040 inzichtelijk gemaakt. Zo ook voor de A59 (oprit richting Den Bosch en Nijmegen), echter ontbreekt een kruispuntanalyse zoals dit wel voor 5 kruispunten is gedaan die in de referentiesituatie verder onder druk komen te staan. Uit de plannen van de ontwikkeling van het bedrijventerrein HeeschWest is gebleken dat de doorstroming en veiligheid van de aansluiting A59 Oss/Heesch al onder druk staat, zeker in de spitsperioden en dat de Cereslaan een aandachtspunt is. RWS ZN verzoekt de gemeente om voor de kruispunten met de A59 eenzelfde soort kruispunt analyse wordt uitgevoerd zoals dit ook gedaan is voor de 5 kruispunten op het onderliggend wegennet.

Er is gebruik gemaakt van het verkeersmodel Oss (versie 2022, Goudappel 2024, gebaseerd op het provinciale verkeersmodel BBMA2022). Het is echter onduidelijk of hierin de effecten van het toekomstig bedrijventerrein Heesch-West zijn verwerkt. Zo niet, dan is het verzoek om aan bovengenoemde kruispunt analyse deze effecten toe te voegen. Tot slot vraagt RWS ZN om ter hoogte van deze aansluiting ook aandacht te besteden aan het fietsverkeer. De Cereslaan is onderdeel van het fietsnetwerk en fietsen wordt gestimuleerd. Fietsverkeer zit ook op de Cereslaan en dit wordt met de verkeersregelinstallatie (VRI) geregeld bij de aansluiting op de A59. Wellicht zullen meer fietsers, mede door de komst van het bedrijventerrein Heesch-West, dit kruispunt gaan gebruiken, wat mogelijk impact heeft op de verkeersafwikkeling. RWS ZN verzoekt de gemeente om meer aandacht te besteden aan het totaal

Pagina 2 van 17

effect op de aansluiting met de A59. Wat betekent dit voor de kruispunten en hoe denkt de gemeente om te gaan met het fietsverkeer ter hoogte van deze aansluiting? Beoordeling reactie en gevolgen voor het concept Wij zijn het met RWS ZN eens dat de effecten van het plan op het verkeer op het hoofdwegennet en dan met name op de aansluiting 52 van de Rijksweg 59 meer aandacht verdient in het MER Amsteleind. In het milieueffectrapport (hierna: het MER) zijn de effecten van het plan Amsteleind op het hoofdwegennet betrokken. RWS ZN merkt terecht op dat dit niet expliciet terugkomt in de verkeersparagraaf van het MER. Wij hebben de verkeersparagraaf op dit punt aangevuld en de effecten explicieter opgenomen in de tabellen en in de tekst. Daaruit blijkt dat Amsteleind geen wezenlijk effect heeft op de doorstroming op de opritten van de A59 en de snelweg. In het MER is de toename van de etmaalintensiteiten bij de opritten A59 Richting ’s-Hertogenbosch en Nijmegen inzichtelijk gemaakt. De toenames op de oprit van de A59 (richting Den Bosch) en de oprit van de A59 richting Nijmegen zijn respectievelijk 100 en 500 mvt/etmaal. Op de opritten zelf is dit respectievelijk 1% en 7% toename. Het effect op de snelweg is gezien de veel grotere intensiteiten op de snelweg veel kleiner, maximaal 0,5%. Amsteleind heeft daarmee geen wezenlijk effect op de doorstroming op de opritten en de snelweg.

Desalniettemin willen wij aan het verzoek van RWS ZN om een kruispuntanalyse uit te voeren op het kruispunt Cereslaan/A59 tegemoet komen. Wij zullen eenzelfde soort kruispuntanalyse uitvoeren zoals dit ook gedaan is voor de 5 kruispunten op het onderliggend wegennet. Voor de verkeersparagraaf in het MER is gebruik gemaakt van het verkeersmodel Oss (versie 2022, Goudappel 2024, gebaseerd op het provinciale verkeersmodel BBMA2022). Hierin is de ontwikkeling van het bedrijventerrein Heesch-West meegenomen. Dit hebben wij expliciet aangegeven in het MER. Het effect van toename van fietsverkeer op verkeersdoorstroming op de kruising Cereslaan is ook benoemd in het MER. Het wordt niet anders dan in de huidige situatie.

Reactie ketenpartner 2: Provincie Noord-Brabant Samenvatting reactie De provincie vraagt om enkele relevante onderwerpen beter te onderbouwen. De volgende aspecten van de fysieke leefomgeving, welke gebaseerd zijn op de geldende provinciale omgevingsverordening, komen aan de orde in de reactie van de provincie. Lagenbenadering In paragraaf 5.2.1. van de motivering wordt aandacht besteed aan de lagenbenadering in de vorm van diep, rond en breed kijken. De lagenbenadering is echter summier opgeschreven. De provincie mist daarin een conclusie vanuit de verschillende lagen waarom gekozen is voor deze plek. De provincie vraagt de gemeente om dit verder aan te vullen en daarin het beginsel van water en

Pagina 3 van 17

bodem sturend uit te werken. Ook landschap behoeft als ‘laag’ nog verdere aandacht in de motivering. Kwaliteitsverbetering Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het betreft een planmatige stedelijke ontwikkeling en daarom dient 1% van de uitgifteprijs van de gronden te worden geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap. De berekening van deze 1% is nog niet opgenomen in de motivering. Er is verder afgesproken om dit bedrag te storten in het groenfonds van de gemeente. Dat is inderdaad een mogelijkheid als het bedrag bekend is. Het landschapsplan bestaat nog uit uitgangspunten met een landschapsanalyse, maar de daadwerkelijke maatregelen ontbreken nog. Cultuurhistorische waarden en landschap Het plangebied Amsteleind ligt volgens de provinciale CHW-kaart in cultuurhistorisch waardevol gebied, namelijk de Beerse Overlaat. Dit betekent dat artikel 5.44 Cultuurhistorische Waarden van de omgevingsverordening van toepassing is.

Dit artikel stelt dat een omgevingsplan ter plaatse van cultuurhistorische waarden mede gericht is op het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken, stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken en houdt rekening bij de toedeling van functies en activiteiten met de aanwezige waarden en kenmerken en betrekt daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken. In de ontwikkelvisie wordt duidelijk dat de landschappelijke karakteristiek en variatie van het plangebied bestaat uit beslotenheid in het zuiden naar een steeds grotere openheid in het noorden. Deze historische verkavelingsstructuur vormt volgens de ontwikkelvisie een belangrijk uitgangspunt voor het raamwerk. In de verdere uitwerking van de deelgebieden mist de provincie echter een verdere versterking en herstel van deze structuren. Het is dan ook belangrijk dat bij het inpassen van de wijk in het landschap ook cultuurhistorisch landschappelijke elementen zoals historische (groene) kavelstructuren die verstoord of verdwenen zijn, versterkt of hersteld worden. Het noordwestelijke deel van de nieuwe wijk wordt omschreven als ‘leeg’. Aanvullend en in overeenstemming met de beschrijving van het cultuurhistorisch gebied volgens de provinciale CHW-kaart kan het ook als ‘weids en met open karakter’ worden omschreven.

Het sluit tevens goed aan bij de rest van het voormalige overlaatgebied. Die relatie komt niet terug in de plannen. In de motivering van de omgevingsplanwijziging staat dat er geen sprake is van effecten op in de omgeving aanwezige cultuurhistorische waarden. Met die conclusie is de provincie het niet eens. Zo zal de historisch agrarische functie (die enkel mogelijk was door de Beerse Overlaat (een overlaatsysteem dat eeuwenlang het landschap en het bodemgebruik heeft bepaald) verdwijnen net als het zeer open en weidse karakter. Dit gebied zal onderdeel van de stad Oss worden. De provincie adviseert om naast de bestaande ook de verdwenen historische kavelstructuren te versterken door in te zetten op het verstevigen van de groenstructuren van houtwallen in de deelgebieden Klein Ussen, Amsteleindstraat, Centrale Ruggegraat en Oostenakkerstraat. Inspiratie

Pagina 4 van 17

hiervoor kan ontleend worden aan de historische groenstructuren in het zuidwesten en het noordoosten van het plangebied. Het zijn zeldzame restanten bestaande uit houtwallen met gewone es, zwarte els en ruwe berk gesitueerd op langgerekte kavels. Er wordt geadviseerd om deze structuur als uitgangspunt te nemen voor de versterking van de groenstructuren in de reeds genoemde deelgebieden. In het noordelijk deel van het plangebied (Amsteleind Noord) adviseert de provincie om de visuele relatie met het aangrenzende polderlandschap te creëren, zodat de karakteristieke weidsheid ondanks de bebouwing toch ervaren kan worden. Beoordeling reactie en gevolgen voor het concept Lagenbenadering Een uitgebreidere beschrijving van de lagenbenadering is te vinden in het geactualiseerde landschapsplan van Amsteleind. Hier heeft een analyse plaatsgevonden op de onderdelen ondergrond, netwerk en occupatie. Op basis hiervan zijn ontwerpuitgangspunten voor de landschappelijke inpassing opgesteld. Naast de woongebieden krijgt de ligging in het landschap en de aansluiting hierop de nodige aandacht en doorvertaling in het ruimtelijke plan. Kwaliteitsverbetering De kwaliteitsverbetering kan voor een deel worden ingezet direct aansluitend aan het plangebied met een groene strook van 50 meter breed.

Deze strook zal niet worden bebouwd en wordt ingezet voor groene functies als natuur, water, recreatie etc. Deze groene zone sluit aan op het wijkgroen aan de ene kant (oost) en aan de andere kant (west) bij de open polder. De kosten van de strook bestaan uit inrichtingskosten welke worden ondergebracht bij de kwaliteitsverbetering. De maatregelen bestaan uit grondwerk (graven waterpartijen), aanplant bomen, inzaaien bloemrijk grasland, aanleg wandel- en fietspad, aanleg oeverzwaluwenwand etc. Het resterende bedrag voor kwaliteitsverbetering zal in het groenfonds worden gestort zodat op een later tijdstip hier aanvullende groene maatregelen in het buitengebied van gerealiseerd kunnen worden. Bij voorkeur aansluitend aan de wijk Amsteleind, waarvoor ook mogelijkheden zijn uitgewerkt in het landschapsplan. Cultuurhistorische waarden en landschap Het klopt dat in de plannen zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande waarden. In het zuidelijk deel en het deel Klein Ussen is nog een cultuurhistorische verkavelingsstructuur aanwezig waarvan gebruik wordt gemaakt in het ontwerp voor de woonwijk. De groene structuren, verkaveling en waterstructuren worden grotendeels behouden en versterkt of teruggebracht. Zo blijft het verschil tussen de kleinschalig verkavelde gebieden en de open grootschalige gebieden bestaan.

De openheid en weidsheid van Amsteleind Noord die nu aanwezig is kunnen we niet behouden met de komst van een nieuwe woonwijk. Wel reageren we hierop door een groene structuur te maken die zicht geeft op het open landschap van de Beerse Overlaat. De wijk zelf gaan we wel vergroenen omdat dit andere voordelen heeft (klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit, woonwensen). Hier komen dus ook bomen te staan. Het landschappelijke groen in de grotere groene delen van de wijk wordt groen van het type ‘oorspronkelijke natuur’: natuur dat ter plekke

Pagina 5 van 17

voor zou komen zonder menselijk ingrijpen. Dat is bijvoorbeeld moerasachtige natuur met spontane opslag van wilg, elzen en ruigte. Dit past ook bij het rivierengebied en sluit landschappelijk goed aan op de weidsheid van de aanliggende agrarische polder. De beleefbaarheid van de openheid van de Beerse Overlaat realiseren we door doorzicht vanuit de wijk op het landschap. Voor toekomstige maatregelen in het aangrenzende landschap sluiten we ook aan bij de landschappelijke uitgangspunten die daar gelden en gericht zijn op het behouden van de openheid van de voormalige Beerse Overlaat. Het klopt dat de (historische) agrarische functie zal verdwijnen. Door goed aan te sluiten op de openheid van de polder blijft de openheid en weidsheid van de voormalige Beerse Overlaat behouden omdat veruit het grootste deel van de polder ongewijzigd blijft. Hier geldt onverminderd het beleid om de openheid van de Beerse Overlaat te behouden in combinatie met de agrarische functie. Het is verder inderdaad de bedoeling om de kavel- en groenstructuren als uitgangspunt te nemen voor de versterking van de groenstructuren in deze gebieden. Daar zal ook bij de verdere uitwerking van de plannen aandacht voor zijn. In het noordelijk deel blijft het zicht op openheid van de voormalige Beerse Overlaat bestaan door de aanleg van een brede groenzone door de nieuwe wijk.

Hierdoor blijft een visuele relatie met het aangrenzende polderlandschap geborgd. Vanuit de polder bezien vindt er een landschappelijke inpassing plaats van de opgeschoven stadsgrens.

Reactie ketenpartner 3: Veiligheidsregio Brabant-Noord Samenvatting reactie De veiligheidsregio vraagt aandacht voor bereikbaarheid van de hulpdiensten ook in de realisatiefase. Daarnaast adviseert de veiligheidsregio om de realisatie van energieopslagsystemen in het toekomstig woongebied te koppelen aan vergunningplicht, om te voorkomen dat er zonder een risicoanalyse energieopslagsystemen geplaatst kunnen worden. Beoordeling reactie en gevolgen voor het concept Bereikbaarheid van de hulpdiensten is een belangrijk aspect waarmee de gemeente rekening zal houden zowel tijdens de realisatiefase als ook na oplevering van het nieuwe woongebied. In het kader hiervan laten wij ons leiden door de vier principes: bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (de BLVC). Daarnaast volgen wij de aanbeveling van de veiligheidsregio over het opnemen van een vergunningplicht voor energieopslagsystemen. Wij hebben in de regels van het omgevingsplan vastgelegd dat het installeren en gebruiken van energieopslagsystemen een vergunningplichtige activiteit is.

Pagina 6 van 17

Reactie ketenpartner 4: Waterschap Aa en Maas Samenvatting reactie Het waterschap verzoekt de gemeente om in de verdere planontwikkeling rekening te houden met onderstaande punten en voor zover het mogelijk is deze punten mee te nemen in de verdere uitwerking van het plan. Als algemeen aandachtspunt geeft het waterschap aan dat de functie van de huidige waterstructuur intact moet blijven, met name voor de aanvoer van water naar het landbouwgebied. Zowel bestaande als nieuwe structuren moeten zo worden aangelegd dat beheer en onderhoud mogelijk zijn. Tot slot vraagt het waterschap om in de toekomst betrokken te worden bij de verdere ontwikkeling van Amsteleind in relatie tot de groen-blauwstructuur, het watersysteem en de inrichting van waterberging. Hemelwaterafvoer en beleid In het concept MER wordt aangegeven dat overtollig regenwater als eerste in het oppervlaktewater geborgen kan worden. Dit komt niet overeen met de voorkeursvolgorde die het waterschap hanteert bij afvoer van hemelwater op verharde oppervlakten. Volgens het waterschap moet afvoer van hemelwater plaatsvinden conform onderstaande volgorde: 1. hergebruik, 2. vasthouden/infiltreren, 3. bergen en afvoeren, 4. afvoeren naar oppervlaktewater, 5. afvoeren naar de riolering.

Het waterschap geeft verder aan dat de regelgeving over afvoer van hemelwater door toename verhard oppervlak niet terug te lezen is in de stukken en verzoekt de gemeente om deze alsnog op te nemen. Daarnaast verzoekt het waterschap om ook te verwijzen naar de kamerbrief van de ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 22 oktober 2024 over de visie van het kabinet op water en bodem voor ruimtelijke plannen. In deze brief wordt aangegeven dat het belangrijk is om rekening te houden met water en bodem bij bouwplannen. Tot slot verzoekt het waterschap om de belangrijke kaders voor het watersysteem, zoals het "Waterbeheerplan 2022-2027" ook aan te halen in de stukken. Kwaliteit van inlaatwater Het waterschap adviseert om de kwaliteit van het inlaatwater te benoemen. Maaswater wordt in de Hertogswetering ingelaten en vervolgens in de Osse Aanvoersloot gebracht. Diffuse verontreinigingen door landbouw zijn ook een belangrijke vervuilingsbron. Plaagsoorten en invasieve exoten Op pagina 174 van het MER is aangegeven dat er geen veranderingen plaatsvinden aan het functioneren van oppervlaktewater in het plangebied. Graag rekening houden dat nieuwe bewoning en inrichting van de tuinen kunnen zorgen voor plaagsoorten en invasieve exoten. Dit heeft invloed op het beheer en onderhoud van het watersysteem.

Pagina 7 van 17

Ecologische verbindingszone In het MER wordt beschreven dat de groenblauwe structuur in Amsteleind in verbinding staat met de ecologische verbindingszone Hertogswetering. Uit de stukken kunnen wij niet opmaken hoe deze verbinding wordt gerealiseerd. Onderzoek Monitoring Grondwater Amsteleind De KRW (Kaderrichtlijn Water) is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Het waterschap vraagt zich af of normering van oppervlaktewater gelijk is aan doel en normering van grondwater? Watergangen De A-watergang is niet opgenomen op de verbeelding met de bestemming ‘Water’. Het waterschap verzoekt de gemeente om deze bestemming op te nemen op de verbeelding met de daarbij behorende regels. Beoordeling reactie en gevolgen voor het concept Het omgevingsplan Amsteleind Noord is een globaal plan. De concrete inrichting van dit gebied zal in de vergunningenfase vorm krijgen. De gemeente houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met de belangen van het waterschap en zal haar waar nodig betrekken bij de verdere inrichting van de groen-blauwstructuur, het watersysteem en de inrichting van waterberging. Hemelwaterafvoer en beleid In de stukken zijn de opmerkingen en aanvullingen van het waterschap over hemelwaterafvoer en landelijk beleid zoveel mogelijk verwerkt en aangevuld.

Kwaliteit van inlaatwater In het MER Amsteleind is een paragraaf gewijd aan de waterkwaliteit. Plaagsoorten en invasieve exoten Het is mogelijk dat door nieuwe bewoning en gebruik van tuinen invasieve planten het gebied betreden. Wij kunnen echter niet voorkomen dat de nieuwe bewoners in hun tuinen invasieve soorten planten. Bij de inrichting van de openbare ruimte die in eigendom is van de gemeente kunnen wij hiermee wel rekening houden. Ecologische verbindingszone In de stukken van Amsteleind is niet aangegeven hoe de verbinding met de ecologische verbindingszone Hertogswetering wordt gerealiseerd. In het landschapsplan, behorende bij het omgevingsplan Amsteleind Noord, staat wel aangegeven dat met het watersysteem dat in de wijk komt te liggen Amsteleind verbonden is met een netwerk van watergangen die aantakken op de ecologische verbindingszone Hertogswetering. Het zou extra kwaliteit opleveren om deze natte verbindingen zo robuust mogelijk te maken. Mogelijk zijn er in het buitengebied tussen Amsteleind en de Hertogswetering kansen om de bestaande waterverbindingen onderdeel te maken van robuuste groenblauwe aantakkingen op het natuurnetwerk.

Pagina 8 van 17

Onderzoek Monitoring Grondwater Amsteleind Om een goed beeld te krijgen van de waterkwaliteit in dit gebied is ervoor gekozen de gemeten kwaliteitswaarden, zowel in oppervlaktewater als in het diepe en ondiepe grondwater, te vergelijken met de normen voor de KRW-watergang de Hertogswetering. Dit is de dichtstbijzijnde KRW-watergang. Daarbij gaat het om 2,8 mg/L voor stikstof-totaal en 0,15 mg/L voor orthofosfaat. Deze vergelijking is bedoeld om de gevonden waarden beter te kunnen duiden. Het onderzoek is niet bedoeld als KRW-toets. Watergangen Het omgevingsplan van Amsteleind Noord is een globaal plan. In latere fase wordt de stedenbouwkundige invulling van dit gebied vormgegeven. Hierdoor weten wij nog niet hoe de definitieve inrichting van het plangebied eruitziet en kunnen wij op dit moment de A-watergang niet opnemen op de verbeelding. Wij hebben wel deze watergang met een voorwaardelijke verplichting beschermd in de regels van het omgevingsplan. Deze voorwaardelijke verplichting zorgt ervoor dat de functie van watergangen altijd behouden blijft en voor zover er dempingen of aanpassingen van het watersysteem plaats vinden, zullen deze gecompenseerd worden. Reactie ketenpartner 5: GGD Hart voor Brabant Samenvatting reactie De GGD merkt allereerst op dat het positief is dat zowel gezondheidsbescherming als gezondheidsbevordering aandacht krijgen in het plan.

Daarnaast is het positief dat actief vervoer (lopen en fietsen) ruimte krijgt en nieuwe maatschappelijke voorzieningen gepland zijn in de vorm van scholen, zorg, buurthuizen en andere ontmoetingsplekken. Vervolgens gaat de GGD in op diverse milieuaspecten van het plan en geeft aan de gemeente adviezen en aanbevelingen in relatie tot gezondheid. Bevindingen en aanbevelingen van de GGD Hieronder komen diverse onderwerpen aan bod waarvoor de GGD aandacht vraagt bij verdere planvorming. Geluid en verkeer Door de ontwikkeling van Amsteleind is er sprake van een verkeerstoename op bestaande wegen. Ook na het realiseren van de Parkway zal er meer verkeer zijn, bijvoorbeeld op de Heihoeksingel. Daarnaast is de geluidbelasting in die straat hoger dan de gezondheidskundige advieswaarde. Wegverkeer is in Nederland de belangrijkste bron van geluidshinder in de woonomgeving. De GGD adviseert om te streven naar de volgende gezondheidskundige advieswaarden voor geluid in de wijziging van het omgevingsplan: •

Maximaal geluidniveau van 50 dB Lden op de gevel, ter bescherming van de gezondheid;

•

Maximaal 40 dB Lnight op de gevel gedurende de nacht om slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen.

Pagina 9 van 17

•

Maximaal geluidniveau binnen: 33dB Lden.

Voorts adviseert de GGD om bij voorkeur bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen ter vermindering van geluidsbelasting. Hierbij kan gedacht worden aan het houden van voldoende afstand (ten minste 25 meter, bij voorkeur 50 meter) tussen de woningen en de Parkway. Daarnaast kan een geluidluwe gevel aan de nieuwe woningen ervoor zorgen dat de bewoners een plek aan huis hebben waar ze geen tot weinig geluidhinder ervaren. Luchtkwaliteit Blootstelling aan fijnstof (PM2,5-PM10), stikstofdioxide (NO2) en andere luchtverontreinigende stoffen kan leiden tot verschillende vormen van gezondheidsklachten. De GGD adviseert de gemeente om te streven naar de door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) gehanteerde advieswaarden voor PM10 (15 μg/m3), PM2,5 (5 μg/m3), NO2 (10 μg/m3). In 2030 wordt volgens de berekeningen voldaan aan de WHO advieswaarden van 2005 voor NO2, PM10 en PM2,5. In 2021 heeft de WHO de advieswaarden aangescherpt. Alleen de concentratie van PM10 voldoet aan de aangescherpte gezondheidskundige advieswaarde van de WHO. De concentraties van NO2 en PM2,5 zijn hoger (zie bijlage). Als deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord kan de gemeente ernaar streven de luchtkwaliteit nog verder te verbeteren.

De GGD noemt een aantal mogelijke maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren, zoals het houden van voldoende afstand tot de Parkway, het verbieden van houtstook, het zodanig situeren van nieuwe woningen dat minimaal aan één zijde sprake is van een zo schoon mogelijke lucht, het stimuleren van elektrisch rijden etc. Veehouderijen en gezondheid Veehouderijen hebben impact op hun fysieke omgeving. Uit onder andere het VGO-onderzoek (Veehouderij en gezondheid omwonenden) is bekend dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld worden aan verhoogde concentraties geur, fijn stof, endotoxinen en biologische agentia. Blootstelling kan tot hinder en gezondheidsklachten leiden. Verder blijkt uit VGO studies dat er sprake is van een verhoogd voorkomen van longontsteking onder omwonenden binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij. Het risico neemt toe naarmate dichter bij de geitenhouderij wordt gebouwd. In de omgeving van Amsteleind zijn binnen 250 meter veehouderijen aanwezig. Deze afstand wordt door de GGD in het algemeen als afstandscriterium gehanteerd. De gemeente heeft diverse bedrijven opgekocht, onder andere veehouderijen, waardoor de gezondheidseffecten op de nieuwe wijk beperkt worden. Wel liggen er nog andere melkveehouderijen aan de Beekschehoevestraat 2 en 10.

Dit zijn bedrijven waarvoor geen wettelijke geuremissiefactor is vastgesteld en daarom niet zijn meegenomen in de geurberekeningen. Vanuit geur wordt door de GGD geadviseerd voor dergelijke bedrijven tenminste 100 meter aan te houden en afhankelijk van de grootte en stalsystemen deze afstand eventueel nog verder te vergroten.

Pagina 10 van 17

Geur De voorgrondgeurbelasting mag volgens het gemeentelijk beleid maximaal 6 Ou bedragen. Deze waarde ligt boven de gezondheidskundige advieswaarde voor de voorgrond in een woonkern (2 Ou). Boven deze waarde worden meer dan 12% geurgehinderden verwacht, dat vanuit gezondheid als maximum wordt gehanteerd voor een woonkern. Uit het concept MER blijkt dat er nieuwe woningen gebouwd worden met een voorgrondgeurbelasting boven de gezondheidskundige advieswaarde. De achtergrondgeurbelasting ligt eveneens in een deel van het gebied boven de gezondheidskundige advieswaarde van 5 Ou, dat eveneens zou betekenen dat meer dan 12% geurgehinderd zou zijn. Streef naar de gezondheidskundige advieswaarden voor de voor- en achtergrondbelasting van geur. Houd voldoende afstand (minimaal 100 meter) tot bedrijven die dieren houden waarvoor geen wettelijke geuremissiefactor is vastgesteld. Het bedrijf aan de Amsteleindstraat 132 is opgekocht door de gemeente. Er is echter nog wel bedrijvigheid als de eerste huizen gebouwd gaan worden. Het advies is om te beginnen met bouwen buiten de geur- en endotoxinecontouren van het bedrijf. Als besloten wordt toch binnen de geur- en endotoxinecontouren te bouwen wordt geadviseerd om duidelijk over de consequenties te communiceren naar de nieuwe bewoners toe.

Elektromagnetische velden Houd bij het positioneren van transformatorhuisjes in de nieuwe wijk rekening met het magneetveld. Voorkom dat huizen, tuinen, scholen, kinderdagverblijven en speelpleinen komen te liggen in het magneetveld sterker dan 0,4 microtesla jaargemiddeld. Een langdurige blootstelling aan een sterker magneetveld dan 0,4 microtesla jaargemiddeld verhoogt mogelijk het risico op leukemie. Bodem Als een nieuw bodemonderzoek uitgevoerd wordt, dan adviseert de GGD om de bodemverontreiniging met lood te toetsen aan gezondheidskundige risicowaarden. Vanuit gezondheid wordt voor lood een andere waarde gehanteerd. Lood heeft al bij een hele kleine hoeveelheid een effect op de ontwikkeling van kinderen. En juist kinderen kunnen de stof tijdens het spelen op vervuilde grond makkelijk binnenkrijgen. Daarom adviseert de GGD om een bodemverontreiniging met lood te toetsen aan gezondheidskundige risicowaarden. Klimaatadaptatie en groen Groen en water in de leefomgeving hebben een positief effect op het klimaat. Het aanleggen van voorzieningen voor tijdelijke waterberging en groene daken kunnen wateroverlast en verdroging voorkomen. Naast een positief effect op het klimaat hebben groen en water in de leefomgeving ook een positief effect op gezondheid.

Een groene leefomgeving is goed voor de sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen, minder overgewicht bij kinderen en volwassenen, mentale gezondheid en welzijn, hart- en vaatziekten bij oudere volwassenen. Verder zorgt een groene leefomgeving voor verbeterde luchtkwaliteit, verminderde hittestress en kan het bijdragen aan een verminderde blootstelling aan UV-straling. Het omgevingsplan voorziet in groen- en watervoorzieningen en

Pagina 11 van 17

ontmoetingsplekken in het kader van klimaatadaptatie. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. De GGD noemt verder een aantal mogelijke maatregelen die meegenomen kunnen worden in een latere fase van het proces (bijvoorbeeld in de uitwerking van een gebiedsontwerp): •

Groen in de wijk heeft een positief effect op de gezondheid. Houd bij de keuze van groen rekening met mogelijk negatieve effecten van bijvoorbeeld allergenen. Ga voor een biodiverse plantenkeuze om overlast te beperken.

•

De aanwezigheid van speelplekken, een gezamenlijke moestuin en wandelpaden bevordert de sociale cohesie, vooral ook als bij speelplekken en langs wandelpaden bankjes worden gezet.

•

Denk bij het inrichten van de openbare ruimte ook aan voldoende zitgelegenheden, watertappunten en schaduwplekken. Maak gebruik van groen en bijvoorbeeld schaduwdoeken om op hete dagen voldoende koele plekken te bieden.

•

Een waterelement in een speeltuin is leuk en werkt verkoelend tijdens hete periodes. Voor de veiligheid van de spelende kinderen is een goede waterkwaliteit erg belangrijk.

Voorzieningen en ontmoetingsplekken Een goede menging van functies zorgt voor een prettige woon- en werkomgeving gedurende de hele dag. In een buurt waar wonen, werken en een gevarieerd aanbod van voorzieningen (op het gebied van zorg, winkelen, ontspanning, ontwikkeling) goed gemengd zijn, wordt meer bewogen omdat zij lopend of met de fiets bereikbaar zijn. Dit zorgt er voor dat meer mensen de auto laten staan (en leidt daarmee tot minder luchtverontreiniging, geluidsoverlast en verkeersproblemen). Goede functiemenging draagt tenslotte bij aan levendigheid en het ontmoeten van buurtgenoten. Waar we onze tijd doorbrengen heeft een belangrijk effect op onze kwaliteit van leven. Aantrekkelijke plekken bieden mensen gelegenheid te ontmoeten, ontspannen, bewegen en gezond te genieten. Wat aantrekkelijk is, is afhankelijk van de gebruikers en de verdere omgeving (bijvoorbeeld stad of platteland) en vereist maatwerk. Door de plekken voldoende dichtbij en voor iedereen, ook kwetsbare mensen, veilig en gemakkelijk toegankelijk te maken en met gebruikers in te richten, kunnen zij goed gebruikt worden. Ontmoetingsplekken dragen bij aan het verminderen van de kans op eenzaamheid en stressgerelateerde klachten en dragen bij aan de fysieke fitheid, sociale cohesie en kwaliteit van leven.

In het gebied Amsteleind komen nieuwe maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, zorg, buurtcentra en ontmoetings- en beweegplekken voor jong en oud. Dit is belangrijk voor een gezonde en prettige leefomgeving. Houd bij de inrichting ervan rekening met de toegankelijkheid en veiligheid van de plekken. Het omgevingsplan voorziet een autoluwe wijk met veel aandacht voor actieve mobiliteit (lopen en fietsen). De GGD adviseert om de wijk aan te sluiten bij het OV-netwerk via een busverbinding

Pagina 12 van 17

zodat ook mensen die slechter ter been zijn ook de mogelijkheid hebben zich te verplaatsen zonder de auto te gebruiken. Hieronder staan mogelijke maatregelen die volgens de GGD meegenomen kunnen worden in een latere fase van het proces (bijvoorbeeld in de uitwerking van een gebiedsontwerp): •

Zorg voor een toegankelijke buurt met voldoende (groene) rust- en ontmoetingsplekken langs wandelpaden en trottoirs zonder geparkeerde auto’s en vuilcontainers. Toegankelijkheid zorgt ervoor dat ouderen en minder valide mensen gestimuleerd worden om naar buiten te gaan.

•

Bied voldoende zitgelegenheden en verlichting in de openbare ruimte.

•

Maak loop- en fietsroutes ook toegankelijk voor kinderwagens en hulpmiddelen als rollator, handbike, rolstoel, scootmobiel etc.

•

Een gevoel van veiligheid in de buurt stimuleert mensen om naar buiten te gaan. Zorg voor slimme verlichting en voorkom donkere hoekjes en steegjes, hangplekken en slecht onderhouden parkjes en pleintjes. Overzichtelijkheid, opties voor afsluiten van openbare ruimtes en een mix van wonen en ontmoeten draagt bij aan een gevoel van veiligheid. Maak een veiligheidsanalyse als startpunt bij het ontwikkelen van het lokale veiligheidsbeleid.

•

Maak daarnaast de publieke ruimte rookvrij. Zowel roken als meeroken is schadelijk voor de gezondheid. Een rookvrije publieke ruimte beschermt personen tegen onvrijwillige blootstelling en de schadelijke gevolgen van rook.

Beoordeling reactie en gevolgen voor het concept Vooraf willen wij opmerken dat de GGD bij haar advisering gebruik maakt van gezondheidskundige advieswaarden waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Deze advieswaarden zijn veelal strenger dan de wettelijk gestelde milieunormen, waaraan de overheden moeten voldoen bij het voorbereiden en vaststellen van ruimtelijke plannen. Hoewel de gemeente ernaar streeft om in Amsteleind een gezonde en groene leefomgeving te realiseren waar het prettig wonen en verblijven is, is het niet mogelijk om ten aanzien van alle milieuaspecten de bovenwettelijke streefwaarden te halen. Geluid en verkeer Door autonome groei en de komst van de nieuwe wijk Amsteleind neemt het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van Amsteleind toe, ook op de bestaande wegen. In het kader van het MER Amsteleind en de omgevingsplanwijziging van Amsteleind Noord zijn daarom twee akoestische onderzoeken uitgevoerd. In het eerste onderzoek is gekeken naar de geluidseffecten van het totaalplan en in het tweede onderzoek zijn specifiek de geluidseffecten op de Heihoeksingel onderzocht. Voor de effectbeschrijving kijkt het MER naar twee aspecten van geluid: de geluidbelasting binnen het plangebied, ter plaatse van de nieuwe woningen en de effecten op de geluidbelasting op bestaande woningen buiten het plangebied.

Pagina 13 van 17

Geluidsbelasting binnen Amsteleind In de directe omgeving van de Parkway ligt de geluidbelasting tussen de 60 en 65 dB en daarmee boven de standaardwaarde, maar onder de grenswaarde. Afwijken van de standaardwaarde richting de grenswaarde is alleen mogelijk als dit geluidniveau aanvaardbaar wordt geacht. Daarvoor is een uitgebreid onderzoek en analyse nodig over de mogelijke te nemen maatregelen (bron, overdracht, ontvanger). Omdat het omgevingsplan nu nog niet de precieze locatie van de woningen bevat (afstand tot de weg, situering ten opzichte van de weg, afschermende werking van eerstelijns bebouwing, e.d.), kan die afweging nog niet worden gemaakt. Die afweging zal worden gemaakt ten tijde van de vergunningverlening voor het bouwen van de woningen. Dit betekent dat bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor de bouw van nieuwe woningen geluidreducerende maatregelen moeten worden onderzocht binnen circa 80 meter van de Parkway. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met geluidluwe gevels bij woningen. Afschermde werking van eerstelijnsbebouwing kan deze afstand aanzienlijk verkleinen. Op circa 80 meter van de weg ligt de geluidbelasting onder de standaardwaarde van 50 dB. Effect van de aanpassing van de Heihoeksingel Aanpassing van de rotondes en profiel van de Heihoeksingel heeft een effect op geluidsbelasting.

Dit omdat de rijlijnen dichter bij de woningen komen te liggen. Uit de berekeningen blijkt dat langs het gehele tracé van de Heihoeksingel niet zonder meer kan worden voldaan aan de voorwaarden voor het wijzigen of aanleggen van een weg. Overschrijdingen vinden met name plaats aan de westzijde van de Heihoeksingel, aangezien de weg in deze richting wordt verbreed/verplaatst. Deze overschrijding reikt tot maximaal 3 dB. Uit de berekeningen blijkt dat met toepassing van andere typen wegdekverhardingen (stil asfalt) of andere maatregelen een reductie van het wegverkeerlawaai tot een niveau dat gelijk is of lager ligt dan de wettelijke standaardwaarde dan wel de huidige waarde bereikt kan worden. Aangezien uit de onderzoeken blijkt dat voor het bereiken van een goed woon- en leefklimaat bij geluidgevoelige gebouwen nader onderzoek en geluid-reducerende maatregelen nodig zijn, hebben wij in de planregels daarmee rekening gehouden. Zowel het bouwen van nieuwe woningen als ook het aanleggen van de nieuwe wegen of het wijzigen van de bestaande wegen zijn gekoppeld aan een vergunningplicht. In dat kader dient het bevoegd gezag te onderbouwen dat de geluidbelasting aanvaardbaar is. Luchtkwaliteit De gemeente Oss hanteert de wettelijke normen, de rijksomgevingswaarden, en neemt de WHO advieswaarden zo goed mogelijk in acht.

Echter is de luchtkwaliteit in deze regio in algemeenheid slechter dan de advieswaarden waarmee het in de praktijk niet realistisch blijkt om deze als harde grens te hanteren. In paragraaf 5.3.6. van het MER is ingegaan op de waarden in de lucht voor maatgevende stoffen (NO2, PM10 en PM2,5) en de effecten die de ontwikkeling Amsteleind heeft op deze waarden. Hieruit blijkt dat de hoogste jaargemiddelde concentraties voor NO2 blijven met 12 µg/m3 ver onder de rijksomgevingswaarden nu, de Europese normen / Rijksomgevingswaarden toekomst en

Pagina 14 van 17

de WHO-advieswaarde 2005 / Schone Lucht akkoord. De WHO-advieswaarde 2021 wordt overschreden, maar dat geldt voor een groot deel van Nederland en zeker deze regio. De uurgemiddelde concentratie wordt ook niet meer dan de maximaal 18 keer per jaar overschreden. De hoogste jaargemiddelde concentraties voor PM10 blijven met 14,5 µg/m3 ver onder de rijksomgevingswaarden nu, de Europese normen / Rijksomgevingswaarden toekomst en de WHOadvieswaarde 2005 / Schone Lucht akkoord en ook de WHO-advieswaarde 2021. De uurgemiddelde concentratie wordt ook niet meer dan de maximaal 35 keer per jaar overschreden. De hoogste jaargemiddelde concentraties voor PM2,5 blijven met 8 µg/m3 ver onder de rijksomgevingswaarden nu, de Europese normen / Rijksomgevingswaarden toekomst en de WHOadvieswaarde 2005 / Schone Lucht akkoord. De WHO-advieswaarde 2021 wordt overschreden, maar dat geldt voor een groot deel van Nederland en zeker deze regio. Voor alle drie de maatgevende stoffen blijkt ook dat het planeffect relatief beperkt is, onder meer doordat enkele bedrijfsmatige bronnen verdwijnen door deze ontwikkeling.

Uit de aangepaste motivatie in het MER blijkt dat er geen aanleiding is om het woon- en leefklimaat vanuit luchtkwaliteit als onacceptabel te beoordelen. Er wordt voldaan aan de rijksomgevingswaarden en WHO-advieswaarden 2005. Aan de WHO-advieswaarden 2021 wordt slechts deels voldaan, er is geconstateerd dat een overschrijding voor NO2 en PM2,5 aanwezig is. Dit geldt echter in een groot deel van Nederland en dit plan of beleid van de gemeente Oss ligt hier niet aan ten grondslag. Vanuit het Schone Lucht Akkoord blijft de gemeente Oss zich inzetten voor een schonere lucht. Veehouderijen en gezondheid Het deelgebied Amsteleind Noord is de eerste fase van de woningbouwontwikkeling van Amsteleind. Binnen dit plangebied ligt één varkenshouderij (Amsteleindstraat 132) met relevante geurcontour 6 Ou die deels over het plangebied ligt. Dat betekent dat binnen deze contour zonder aanvullend onderzoek niet kan worden onderbouwd dat er sprake is van een goed woonleefklimaat bij de nieuw te bouwen woningen. Er is mogelijk sprake van een belemmering voor woningbouw binnen dit deel van het plangebied. Echter, dit bedrijf is door de gemeente aangekocht en zal uiterlijk in 2029 beëindigd worden. In onze bouwplanning houden wij hier rekening mee, door eerst te beginnen met bouwen in het noordelijk deel van Amsteleind Noord.

Geur De gebiedsindeling vanuit de verordening geurhinder en veehouderij 2017 hanteert voor het plangebied (in grote lijnen) ‘zoekgebied’ met een geurnorm van 6,0 Ou. Dit zoekgebied was destijds bedoeld als eerste vooruitblik op toekomstige woningbouw en mede om alvast de geurbelasting in het gebied in enige mate te beperken. Ten tijde van het opstellen van de verordening was landelijk voor bebouwde kom al een norm van 3,0 Ou van toepassing, en voor de stad Oss vanuit de verordening zelfs 1,0 Ou. Deze gebiedsindeling was een eerste stap vooruitlopend op de mogelijk toekomstige uitbreiding van de stad Oss. Ten tijde van het opstellen

Pagina 15 van 17

van de verordening was dit nog geen concreet gegeven, vandaar de generiek indeling in zoekgebied. De GGD hanteert als uitgangspunt: “Geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als de voorgrondbelasting groter is dan 5 OUe/m3 en de achtergrondbelasting groter is dan 10 OUe/m3” en “sprake is van een overbelaste situatie als de voorgrondbelasting groter is dan 10 OUe/m3 en de achtergrondbelasting groter is dan 20 OUe/m3”. Vanuit de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL-benadering) sluiten wij aan bij deze uitgangspunten. De ontwikkeling Amsteleind bedraagt een ontwikkeling van woongebied direct grenzend aan de stad Oss. Landelijke wetgeving hanteert een norm van 3,0 Ou voor bebouwingscontour. De Stad Oss heeft conform bestaand beleid een geurnorm van 1,0 Ou. Gezien de omvorming van buitengebied naar woongebied sluit de strengere norm van 1,0 Ou in eerste instantie niet aan bij de praktijk. De gemeente Oss wil voor Amsteleind echter wel degelijk een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat op het gebied van geur, en daarom is gekozen aan te haken bij de geurnorm voorgrondbelasting 3,0 Ou zoals landelijk gehanteerd voor bebouwingscontouren. Hiermee wordt ruimschoots aangehaakt bij het gezondheidsuitgangspunt.

Dit is vanaf eerste begin planvorming ook het uitgangspunt geweest, echter is dit niet juist in het MER terecht gekomen gezien het vigerende beleid nog 6,0 Ou als uitgangspunt heeft. Hiermee sluiten de uitgangspunten die Oss beoogd voor de ontwikkeling Amsteleind aan bij de uitgangspunten zoals de GGD deze zelf uitdraagt. Elektromagnetische velden Wij nemen deze aanbeveling ter kennisgeving aan. Bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte zullen wij aandacht schenden aan de locatie van transformatorhuisjes in de nieuwe wijk. Bodem Wij nemen deze aanbeveling ter kennisgeving aan. Voor het bouwen van nieuwe woningen in Amsteleind Noord is onder andere een bodemonderzoek nodig. In dat onderzoek zal ook het gehalte van lood onderzocht worden. Klimaatadaptatie en groen Wij onderschrijven de mening van de GGD dat groen en water in de leefomgeving een positief effect hebben op het klimaat en op gezondheid. In de ontwikkelvisie van Amsteleind en ook in het landschapsplan hebben deze onderwerpen een plek gekregen. Daarin is te lezen dat wij ernaar streven om Amsteleind in alle opzichte de meest duurzame wijk van Oss te maken. Bij de verdere planontwikkeling zullen wij de Osse Maatlat hanteren. Hierin staan criteria ten aanzien van

Pagina 16 van 17

klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit. Het toepassen van de maatlat leidt tot het verder concreet maken van diverse van de genoemde aspecten die uit de reactie van de GGD. Voorzieningen en ontmoetingsplekken Wij nemen deze aanbeveling ter kennisgeving aan. Bij het ontwerp van de openbare ruimte zullen wij beoordelen in hoeverre de voorgestelde maatregelen van de GGD gerealiseerd kunnen worden.

Reactie ketenpartner 6: ProRail Samenvatting reactie Het omgevingsplan spreekt van ambitie en maakt keuzes om in de beperkte ruimte binnen uw gemeente, de grote opgaven op het terrein van klimaat, wonen, werken en energie te realiseren. ProRail heeft hier waardering voor. Met deze mail vraagt ProRail aandacht voor haar belangen en betrokkenheid bij de uitwerking van uw omgevingsplan. In uw gemeente ligt een spoornetwerk met meerdere stations. Beide hebben ruimte nodig om nu en in de toekomst te functioneren en de effecten op de omgeving te beperken. Wij waren verheugd om in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Oss te lezen dat Amsteleind met een nieuwe fietsroute wordt verbonden met het centrum en daarmee ook station Oss. Ook lazen wij in de Spooragenda Oss dat o.a. de fietsvoorzieningen op station Oss-West worden aangepast aan de toestroom van nieuwe reizigers uit de nieuwe woningen van Amsteleind en de stationsomgeving verkeersluw (naar wij aannemen: autoluw) wordt ingericht. In het omgevingsplan lezen we deze ambities niet terug. In paragraaf 6.12 (de verkeersparagraaf) komen de auto en parkeren aan bod, maar niet de duurzame bereikbaarheid van de stations. ProRail verzoekt u dan ook om het omgevingsplan ¡n overeenstemming te brengen met het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Oss en de Spooragenda Oss zodat de duurzame bereikbaarheid van de stations geborgd is.

Beoordeling reactie en gevolgen voor het concept Wij kunnen instemmen met bovenstaande opmerking van ProRail. In de motivering van het omgevingsplan is toegevoegd dat Amsteleind met een nieuwe fietsroute wordt verbonden met het centrum en station Oss.

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=6a0d30a2-b0d7-41ff-bf68-a595edd284eb