Bijlage Raadsvoorstel APV Oss 2025 was-wordt-tabel
Tekst van het document
Bijlage bij Algemene plaatselijke verordening Oss 2025 Was-wordt-tabel technische aanpassing Algemene plaatselijke verordening Oss 2025 Legenda: Stukken tekst geel gearceerd zijn in de huidige APV bestaande teksten, waar een wijziging in woordgebruik is doorgevoerd of een (wet) artikel is gewijzigd. Stukken tekst blauw gearceerd zijn in de verordening nieuw toegevoegde bepalingen, nodig in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Definities
Artikel 1:1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: a.
Bebouwde kom: de bebouwde kom of
In deze verordening wordt verstaan onder: -
kommen waarvan gedeputeerde staten
grenzen die zijn vastgesteld op grond van
de grenzen hebben vastgesteld
overeenkomstig artikel 27, tweede lid, b.
artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; -
van de Wegenwet;
onder A, bij de Omgevingswet; -
besluit ten aanzien van een
van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
artikel 2.1 van de Wet algemene
-
d.
e. f.
g.
Omgevingswet;
omgevingsvergunning;
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt
-
verstaan in artikel 1 van de
Bouwverordening Gemeente Oss;
de Wegenverkeerswet 1994; -
van de Wegenverkeerswet 1994;
-
wethouders;
-
verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e,
kennelijk beoogd wordt een commercieel
verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c,
belang te dienen;
van de Woningwet;
-
aanprijzing van goederen of diensten,
verstaan in artikel 1 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
gebouw: hetgeen daaronder wordt
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan
in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement
waarmee kennelijk beoogd wordt een h.
college: het college van burgemeester en wethouders;
college: het college van burgemeester en
commercieel belang te dienen;
bromfiets: hetgeen daaronder wordt
verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van
bromfiets: hetgeen daaronder wordt
handelsreclame: iedere openbare
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt
verstaan in de bijlage, onder A, bij de
aanzien van een al verleende c.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien
omgevingsvergunning als bedoeld in bepalingen omgevingsrecht of ten
beperkingengebiedactiviteit: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de bijlage,
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een
bebouwde kom: het gebied binnen de
verkeersregels en verkeerstekens 1990; -
openbaar water: wateren die voor het
publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
i.
openbaar water: wateren die voor het
-
publiek bevaarbaar of op andere wijze
verstaan in artikel 1 van de Wet openbare
toegankelijk zijn;
manifestaties; -
j.
k.
l.
openbare plaats: hetgeen daaronder
en verkeerstekens 1990; -
parkeren: hetgeen daaronder wordt
bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; -
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan
in artikel 1 van het Reglement verkeersregels
rechthebbende: degene die over een
en verkeerstekens 1990, met uitzondering
zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
persoonlijk recht;
m. voertuig: hetgeen daaronder wordt
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom,
verstaan in artikel 1 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990;
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan
in artikel 1 van het Reglement verkeersregels
wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt
-
verstaan in artikel 1 van het Reglement
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
verkeersregels en verkeerstekens 1990,
Wegenverkeerswet 1994.
met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en n.
rolstoelen;
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:2 Beslistermijn
Artikel 1:2 Beslistermijn
1.
1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
2. 3.
ontvangst van de aanvraag.
2.
In afwijking van het eerste en tweede lid is
3.
artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist
aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een
ontvangst van de aanvraag.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
Dit artikel is niet van toepassing op een
aanvraag om een omgevingsvergunning.
wordt op een aanvraag om een ontheffing
als bedoeld in artikel 2:10, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12 of een
ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 4:10C, 4:10 E, 4:10 F.
Artikel 1:4 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
1.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
1.
verbonden. Deze voorschriften en
beperkingen strekken slechts tot
bescherming van het belang of de belangen
bescherming van het belang of de belangen
in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Degene aan wie een vergunning of
ontheffing is verleend, is verplicht de
in verband waarmee de vergunning of 2.
daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en
beperkingen strekken slechts tot
2.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen
ontheffing is vereist.
Degene aan wie een vergunning of
ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
3.
beperkingen na te komen.
Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning
De vergunning of ontheffing is persoonlijk,
1.
of ontheffing
tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
of ontheffing
2.
De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van
De vergunning of ontheffing kan worden
1.
vergunning of ontheffing
ingetrokken of gewijzigd als: a.
b.
ter verkrijging daarvan onjuiste of
onvolledige gegevens zijn verstrekt;
vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.
ter verkrijging daarvan onjuiste of
b.
op grond van een verandering van de
vergunning of ontheffing, intrekking
omstandigheden of inzichten opgetreden na
of wijziging noodzakelijk is vanwege
het verlenen van de vergunning of
ontheffing, intrekking of wijziging
het belang of de belangen ter
noodzakelijk is vanwege het belang of de vergunning of ontheffing is vereist;
omstandigheden of inzichten
opgetreden na het verlenen van de
op grond van een verandering van de
belangen ter bescherming waarvan de
onvolledige gegevens zijn verstrekt;
bescherming waarvan de vergunning c.
of ontheffing is vereist;
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
c.
de aan de vergunning of ontheffing
d.
verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.
termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een
gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het een redelijke termijn; of
e.
gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde
van de vergunning of ontheffing geen
ontbreken van een gestelde termijn, binnen
van de vergunning of ontheffing geen
e. 2.
de houder dit verzoekt.
redelijke termijn; of
de houder dit verzoekt.
Het eerste lid is niet van toepassing op een
omgevingsvergunning.
Artikel 1:7 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:7 Termijnen
Artikel 1:7 Termijnen
1.
De vergunning of ontheffing geldt voor
onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of
1.
ontheffing anders is bepaald of de aard van
de vergunning of ontheffing zich daartegen
verzet.
De aard van de vergunning of ontheffing
verzet zich in ieder geval tegen gelding voor
onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of
ontheffing anders is bepaald of de aard van
de vergunning of ontheffing zich daartegen
2.
De vergunning of ontheffing geldt voor
verzet. 2.
onbepaalde tijd indien het aantal
De aard van de vergunning of ontheffing
verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen
vergunningen of ontheffingen is beperkt en
of ontheffingen is beperkt en het aantal
het aantal mogelijke aanvragers het aantal
mogelijke aanvragers het aantal beschikbare
beschikbare vergunningen of ontheffingen
vergunningen of ontheffingen overtreft.
overtreft.
Artikel 1:8 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
1.
1.
a.
Een vergunning of ontheffing kan in ieder
geval worden geweigerd in het belang van: de openbare orde;
b.
de openbare veiligheid;
d.
de bescherming van hetr milieu.
2.
Een vergunning of ontheffing kan ook
c.
minder dan drie weken voor de beoogde
datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
geval worden geweigerd in het belang van: a.
de volksgezondheid;
worden geweigerd als de aanvraag daarvoor
Een vergunning of ontheffing kan in ieder
de openbare veiligheid;
d.
de bescherming van het milieu.
c.
2.
de openbare orde;
b.
de volksgezondheid;
Een vergunning of ontheffing kan ook
worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde
datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
1.
1.
Het is verboden de weg of een weggedeelte
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.
Het is verboden de weg of een weggedeelte
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt aan de weg, gevaar
a.
oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
gebruik daarvan, dan wel een
belemmering kan vormen voor het
belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de
2.
doelmatig beheer en onderhoud van de
weg;
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Het bevoegd bestuursorgaan kan ten
aanzien van het gebruik als bedoeld onder
b. 2.
lid 1, zoals uitstallingen of spandoeken, in
4.
3.
Het bevoegde bestuursorgaan kan een
4.
omgevingsvergunning verlenen voor het in
het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover
6.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
evenementen als bedoeld in artikel
b. c.
stellen.
Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
Het bevoegde bestuursorgaan kan een
omgevingsvergunning verlenen voor het in
bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a van de 5.
Omgevingswet.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
evenementen als bedoeld in artikel
standplaatsen als bedoeld in artikel
b.
standplaatsen als bedoeld in artikel
terrassen als bedoeld in artikel 2:28, lid
c.
terrassen als bedoeld in artikel 2:28, lid
2:24; 5:17; 4.
Het verbod is voorts niet van toepassing op (driehoeks)reclameborden, met dien verstande, dat: a.
aanzien van het gebruik als bedoeld onder
dit een omgevingsplanactiviteit betreft als
2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Het bevoegd bestuursorgaan kan ten
het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover
dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel
5.
ten minste 3 weken voorafgaand aan het plaatsen van de
6.
bestuursorgaan;
gestelde algemene regels worden nageleefd.
5:17; 4.
(driehoeks)reclameborden, met dien verstande, dat: a.
ten minste 3 weken voorafgaand aan het plaatsen van de
(driehoeks)reclameborden melding is
gedaan aan het bevoegd
de door het bevoegde bestuursorgaan
2:24;
Het verbod is voorts niet van toepassing op
(driehoeks)reclameborden melding is
b.
welstand.
woon- en leefomgeving nadere regels
Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
niet voldoet aan redelijke eisen van
het belang van de openbare orde of de
woon- en leefomgeving nadere regels 3.
weg;
lid 1, zoals uitstallingen of spandoeken, in
het belang van de openbare orde of de stellen.
oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
gebruik daarvan, dan wel een
b.
schade toebrengt aan de weg, gevaar
gedaan aan het bevoegd b.
bestuursorgaan;
de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde algemene regels worden nageleefd.
7.
Het bevoegde bestuursorgaan kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding
7.
besluiten het plaatsen van
werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het plaatsen van
(driehoeks)reclameborden als bedoeld in het
(driehoeks)reclameborden als bedoeld in het
zesde lid te verbieden, indien; a.
Het bevoegde bestuursorgaan kan binnen 10
zesde lid te verbieden, indien;
onvoldoende informatie is verstrekt om
a.
te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de algemene regels als bedoeld in
b. 8.
de openbare orde of de woon- en
Het verbod is voorts niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wet
b. 8.
beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van
de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar komt.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met
waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens
wegenreglement.
de Omgevingswet, de provinciale
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is
omgevingsverordening of de
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
waterschapsverordening of op situaties
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
het zesde lid;
betrekking tot een weg of waterstaatswerk
de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal 9.
te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de algemene regels als bedoeld in
het zesde lid;
leefomgeving in gevaar komt.
onvoldoende informatie is verstrekt om
waarin wordt voorzien door artikel 5 van de 9.
Wegenverkeerswet 1994.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het
weg
weg
aanleggen, beschadigen en veranderen van een
1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde
aanleggen, beschadigen en veranderen van een
1.
bestuursorgaan een weg aan te leggen, de
verharding daarvan op te breken, in een weg
te graven of te spitten, aard of breedte van
te graven of te spitten, aard of breedte van
de wegverharding te veranderen of
de wegverharding te veranderen of
anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend als
omgevingsvergunning door het bevoegd
anderszins verandering te brengen in de 2.
gezag, als de activiteiten zijn verboden bij
een bestemmingsplan, beheersverordening, 3.
exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of
openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
een vergunning van het bevoegde
bestuursorgaan een weg aan te leggen, de
verharding daarvan op te breken, in een weg
2.
Het is verboden zonder of in afwijking van
wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend als
omgevingsvergunning door het bevoegd
gezag, als de activiteiten zijn verboden bij 3.
Omgevingsplan.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of
openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
4.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
4.
Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens
de provinciale wegenverordening, de
de Omgevingswet, de provinciale
Telecommunicatiewet of de daarop
omgevingsverordening of de
gebaseerde Telecommunicatieverordening
waterschapsverordening of op situaties
AVOI.
waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van
Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het
de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
beperkingengebiedactiviteiten met
betrekking tot een weg of waterstaatswerk
rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur,
5.
Het verbod is voorts niet van toepassing op
Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of 5.
krachtens de Telecommunicatiewet.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
omgevingsvergunning van het bevoegd
omgevingsvergunning van het bevoegd
1.
Het is verboden zonder
1.
gezag een uitweg te maken naar de weg of
gezag een uitweg te maken naar de weg of
verandering te brengen in een bestaande 2.
uitweg naar de weg.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a.
ter voorkoming van gevaar voor het
b.
als de uitweg zonder noodzaak ten
c.
d.
verandering te brengen in een bestaande 2.
verkeer op de weg;
koste gaat van een openbare parkeerplaats;
als door de uitweg het openbaar groen aangetast; of
als er sprake is van een uitweg van een
beheer Rijkswaterstaatswerken , de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.
a.
ter voorkoming van gevaar voor het
b.
als de uitweg zonder noodzaak ten
verkeer op de weg;
koste gaat van een openbare parkeerplaats;
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg tweede uitweg ten koste gaat van een
openbare parkeerplaats of het openbaar
situaties waarin wordt voorzien door de Wet
wordt de vergunning slechts geweigerd:
wordt ontsloten, en de aanleg van deze
tweede uitweg ten koste gaat van een groen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8
d.
perceel dat al door een andere uitweg
Het verbod is niet van toepassing op
uitweg naar de weg.
c.
op onaanvaardbare wijze wordt
wordt ontsloten, en de aanleg van deze
3.
Het is verboden zonder
openbare parkeerplaats of het openbaar 3.
groen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met
betrekking tot een weg of waterstaatswerk
waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Artikel 2:18 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en
1.
1.
natuurterreinen
Het is verboden in bossen, op heide of
veengronden dan wel in duingebieden of
natuurterreinen
binnen een afstand van dertig meter
te roken gedurende een door het
b.
voor zover het de open lucht betreft,
daarvan:
college aangewezen periode;
brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
2.
liggen.
De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt 3, van het Wetboek van Strafrecht.
De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaats vindt in gebouwen en aangrenzende erven.
a.
te roken gedurende een door het
b.
voor zover het de open lucht betreft,
college aangewezen periode;
brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
2.
voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3.
veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
daarvan: a.
Het is verboden in bossen, op heide of
liggen.
Het verbod is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek
3.
van Strafrecht.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:21 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en
1.
De rechthebbende op een bouwwerk is
1. De rechthebbende op een bouwwerk is
bouwwerk voorwerpen, borden of
voorwerpen, borden of voorzieningen ten
verlichting
verplicht toe te laten dat op of aan dat
voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
aangebracht, onderhouden, gewijzigd of 2.
verwijderd.
Het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de
Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet,
verlichting
verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk behoeve van het verkeer of de openbare
verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Artikel 2:23 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
1.
Het is verboden: a.
voor het publiek toegankelijke
1.
ijsvlakten te beschadigen, te
Het is verboden: a.
verontreinigen, te versperren of het
verkeer daarop op enige andere wijze te
belemmeren of in gevaar te brengen; bakens of andere voorwerpen ten
b.
behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te
situaties waarin wordt voorzien door het
behoeve van de veiligheid geplaatst op
beschadigen of op enige andere wijze
het gebruik daarvan te verijdelen of te Het verbod is niet van toepassing op
bakens of andere voorwerpen ten
verplaatsen, weg te nemen, te
beschadigen of op enige andere wijze
2.
belemmeren of in gevaar te brengen;
de onder a bedoelde ijsvlakten te
verplaatsen, weg te nemen, te
belemmeren.
ijsvlakten te beschadigen, te
verontreinigen, te versperren of het
verkeer daarop op enige andere wijze te b.
voor het publiek toegankelijke
het gebruik daarvan te verijdelen of te 2.
Wetboek van Strafrecht of de provinciale
belemmeren.
Het verbod is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
vaarwegenverordening.
omgevingsverordening.
Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:24 Definitie
Artikel 2:24 Definities
1.
1.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke
verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.
b.
d.
e.
f. g.
h. 2.
verstaan elke voor publiek toegankelijke
verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen;
a.
markten als bedoeld in artikel 160,
b.
eerste lid, onder h, van de
Gemeentewet en artikel 5:22 van deze c.
In deze afdeling wordt onder evenement
verordening;
c.
kansspelen ;
d.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e.
betogingen, samenkomsten en
vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.
2:9 en 2:39;
g.
activiteiten als bedoeld in de artikelen sportwedstrijden, niet zijnde
vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f;
voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:78.
Onder evenement wordt mede verstaan:
h. 2.
bioscoop- en theatervoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160,
eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en
vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;
sportwedstrijden, niet zijnde
vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:78.
Onder evenement wordt mede verstaan: a.
een herdenkingsplechtigheid;
a.
b. c. d. e. f.
een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie of rommelmarkt in de
c.
buitenlucht;
een optocht op de weg, niet zijnde een
d.
een feest, muziekvoorstelling of
e.
betoging als bedoeld in artikel 2:3; wedstrijd op of aan de weg;
f.
een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).
een braderie;
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een straatfeest of buurtbarbecue;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of – gala’s.
Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
1.
1.
2.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
De burgemeester weigert de vergunning als: a.
de exploitatie van de openbare
2.
inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan, beheersverordening, voorbereidingsbesluit;
afgegeven.
3.
a.
kan de burgemeester de vergunning slechts
b. 4.
van de openbare inrichting of de nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in
enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Geen vergunning is vereist voor een
openbare inrichting die zich bevindt in een: a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
activiteiten van de openbare inrichting
winkel als bedoeld in artikel 1 van de
een nevenactiviteit vormen van de
Winkeltijdenwet voor zover de
activiteiten van de openbare inrichting
de woon- of leefsituatie in de omgeving openbare orde op ontoelaatbare wijze
openbare orde op ontoelaatbare wijze
openbare inrichting die zich bevindt in een:
gedrag overlegt die uiterlijk drie
afgegeven.
a.
van de openbare inrichting of de
Geen vergunning is vereist voor een
de aanvrager geen verklaring omtrent
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8
de woon- of leefsituatie in de omgeving
enig opzicht van slecht levensgedrag is.
omgevingsplan.
oordeel moet worden aangenomen dat:
oordeel moet worden aangenomen dat:
de exploitant of de leidinggevende in
inrichting in strijd is met het
geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn
kan de burgemeester de vergunning slechts
nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitatie van de openbare
vergunningaanvraag is ingediend, is
geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn
4.
a.
maanden voor de datum waarop de
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8
b.
De burgemeester weigert de vergunning als:
gedrag overlegt die uiterlijk drie
vergunningaanvraag is ingediend, is
a.
burgemeester.
de aanvrager geen verklaring omtrent maanden voor de datum waarop de
3.
exploiteren zonder vergunning van de
b.
exploitatieplan of b.
Het is verboden een openbare inrichting te
b.
winkelactiviteit;
zorginstelling;
een nevenactiviteit vormen van de b.
zorginstelling;
d.
bedrijfskantine of -restaurant.
c. 5.
winkelactiviteit;
museum; of
c. 5.
d.
museum; of
bedrijfskantine of -restaurant.
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de
niet van toepassing.
Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:29 Sluitingstijd
Artikel 2:29 Sluitingstijd
1.
1.
Openbare inrichtingen zijn gesloten op
maandag tot en met vrijdag tussen 02.00
uur en 06.30 uur, en op zaterdag en zondag 2.
tussen 03.00 uur en 06.30 uur (sluitingstijd). Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of
3.
2.
4.
5.
6.
3.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in
4.
artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden
dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of
krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
tussen 03.00 uur en 06.30 uur (sluitingstijd) Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of
bezoekers in de inrichting te laten verblijven
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
maandag tot en met vrijdag tussen 02.00
uur en 06.30 uur, en op zaterdag en zondag
bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
Openbare inrichtingen zijn gesloten op
na sluitingstijd.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a,
gelden dezelfde sluitingstijden als voor de 5.
6.
winkel.
Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of
krachtens de Omgevingswet is voorzien. Op de aanvraag om een ontheffing is
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:33 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2: 33 Het college als bevoegd
Artikel 2:33 Het college als bevoegd
Indien een openbare inrichting geen voor het
Als een openbare inrichting geen voor het
in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet ,
in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
bestuursorgaan
publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is
bestuursorgaan
publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is
treedt het college bij de toepassing van artikel
treedt het college bij de toepassing van de
bestuursorgaan
bestuursorgaan.
2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
Afdeling 8A wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
1.
1.
Afdeling 8A Bijzonder bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
2.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
Het verbod is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wet
Afdeling 8A Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
2.
op de kansspelen of de verordening 3.
Speelautomaten Oss.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8
weigert de burgemeester de vergunning als: a.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
Het verbod is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de verordening
3.
naar zijn oordeel moet worden
Speelautomaten Oss.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8
weigert de burgemeester de vergunning als: a.
aangenomen dat de woon- en
leefsituatie in de omgeving van de
speelgelegenheid of de openbare orde
op ontoelaatbare wijze nadelig worden
op ontoelaatbare wijze nadelig worden
beïnvloed door de exploitatie van de
c. 4.
aangenomen dat de woon- en
leefsituatie in de omgeving van de
speelgelegenheid of de openbare orde
b.
naar zijn oordeel moet worden
beïnvloed door de exploitatie van de
speelgelegenheid; of
speelgelegenheid; of
de exploitatie van de speelgelegenheid
b.
de exploitatie van de speelgelegenheid
bestemmingsplan.
c.
de exploitant of de leidinggevende in
in strijd is met een geldend
de exploitant of de leidinggevende in
enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van
4.
de Algemene wet bestuursrecht (positieve
in strijd is met het omgevingsplan
enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
niet van toepassing.
niet van toepassing.
Artikel 2:46 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
1.
1.
Het is verboden met voertuigen die niet
voorzien zijn van rubberbanden te rijden
Het is verboden met voertuigen die niet
voorzien zijn van rubberbanden te rijden
over de berm, de glooiing of de zijkant van
over de berm, de glooiing of de zijkant van
een weg, tenzij dit door de omstandigheden 2.
redelijkerwijs wordt vereist.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
een weg, tenzij dit door de omstandigheden 2.
de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
redelijkerwijs wordt vereist.
Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met
betrekking tot een weg of waterstaatswerk
Provinciaal wegenreglement.
waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Afdeling 15 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Nieuwe tekst
Afdeling 15 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:77b wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:77b Gebiedsontzeggingen
Artikel 2:77b Gebiedsontzeggingen
1.
1.
De burgemeester kan in het belang van de
openbare orde, het voorkomen of beperken
van overlast, het voorkomen of beperken van
aantastingen van het woon- of leefklimaat,
de veiligheid van personen of goederen, de
de veiligheid van personen of goederen, de
gezondheid of de zedelijkheid aan een
gezondheid of de zedelijkheid aan een
persoon die strafbare feiten of openbare
persoon die strafbare feiten of openbare
orde verstorende handelingen verrichten een
orde verstorende handelingen verricht een
bevel geven zich gedurende ten hoogste 24
tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten
uur niet in een of meer bepaalde delen van
hoogste 24 uur in een of meer bepaalde
de gemeente op een openbare plaats op te 2.
Met het oog op de in het eerste lid
genoemde belangen kan de burgemeester
aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven
en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 8 weken niet in een of meer bepaalde delen
van de gemeente op een openbare plaats op 3.
te houden.
Een bevel krachtens het tweede lid kan
slechts worden gegeven als het strafbare feit
openbare orde, het voorkomen of beperken
van overlast, het voorkomen of beperken van
aantastingen van het woon- of leefklimaat,
houden.
De burgemeester kan in het belang van de
delen van de gemeente op een openbare 2.
plaats aanwezig te zijn.
Met het oog op de in het eerste lid
genoemde belangen kan de burgemeester
aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld
in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende
handelingen verricht, een tijdelijk verbod
opleggen om gedurende ten hoogste acht
weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een
3.
eerder bevel, gegeven op grond van het 4.
omstandigheden van betrokkene
De burgemeester beperkt de in het eerste of
noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan
tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in omstandigheden van betrokkene
noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan
op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke
eerste of tweede lid, plaatsvindt.
verband met de persoonlijke
De burgemeester beperkt het krachtens het
op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van 4.
5.
een tijdelijk verbod.
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van
Strafvordering, legt de burgemeester aan
deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:1 Afbakening
Artikel 3:1 Afbakening
De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn
De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet
hoofdstuk bepaalde.
hoofdstuk bepaalde.
niet van toepassing op het bij of krachtens dit
van toepassing op het bij of krachtens dit
Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:2 Definities
Artikel 3:2 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
-
advertentie: elke commerciële uiting in een
-
medium, die een seksbedrijf of een
medium, die een seksbedrijf of een
prostituee onder de aandacht van het
prostituee onder de aandacht van het
publiek brengt; -
beheerder: de natuurlijke persoon die door
publiek brengt; -
de exploitant is aangesteld voor de feitelijke escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; -
exploitant: de natuurlijke persoon of de
bestuurder van een rechtspersoon of, indien
beheerder: de natuurlijke persoon die door
de exploitant is aangesteld voor de feitelijke
leiding van een seksbedrijf; -
advertentie: elke commerciële uiting in een
leiding van een seksbedrijf; -
bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;
van toepassing, de tot vertegenwoordiging
-
van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk
bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
persoon, voor wiens rekening en risico een
prostitutie in de vorm van bemiddeling
seksbedrijf wordt uitgeoefend; -
klant: degene die gebruik maakt van de door
tussen klant en prostituee; -
een exploitant van een prostitutiebedrijf of
zover van toepassing, de tot
diensten;
vertegenwoordiging van die rechtspersoon
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt
bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens
tot het verrichten van seksuele handelingen
rekening en risico een seksbedrijf wordt
met een ander tegen betaling; -
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot
uitgeoefend; -
het verrichten van seksuele handelingen met
een prostituee aangeboden seksuele
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
diensten; -
prostitutie; -
met een ander tegen betaling; -
geven tot prostitutie, waarbij het werven van
een ander tegen betaling; -
prostitutie;
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
-
prostitutie of tot het verrichten van seksuele
geven tot prostitutie, waarbij het werven van
of uit het bedrijfsmatig aanbieden van
klanten gebeurt door een prostituee die
vertoningen van erotisch-pornografische
zichtbaar is vanuit een voor publiek
aard in een seksinrichting tegen betaling; seksinrichting: voor het publiek
toegankelijke plaats -
toegankelijke besloten ruimte, onderdeel
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
van een seksbedrijf; -
raamprostitutiebedrijf: de activiteit,
bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid
handelingen voor een ander tegen betaling
-
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
toegankelijke plaats; -
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot
het verrichten van seksuele handelingen met
klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen
raamprostitutiebedrijf: de activiteit,
bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid
klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of
een ander tegen betaling; -
exploitant: de natuurlijke persoon of de
bestuurder van een rechtspersoon of, voor
een prostituee aangeboden seksuele -
escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het
prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling
werkruimte: als zelfstandig aan te merken
of uit het bedrijfsmatig aanbieden van
onderdeel van seksinrichting waarin de
vertoningen van erotisch-pornografische
seksuele handelingen met een ander tegen
aard in een seksinrichting tegen betaling;
betaling worden verricht.
-
seksinrichting: voor het publiek
toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; -
werkruimte: als zelfstandig aan te merken
onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Artikel 3:3 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:3 Vergunning
Artikel 3:3 Vergunning
1.
Het is verboden een seksbedrijf uit te
2.
De burgemeester beslist binnen twaalf
3.
4. 5. 6.
7.
oefenen zonder vergunning.
weken op de aanvraag om een vergunning. De in het tweede lid gestelde termijn kan
1.
2.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
3.
De vergunning wordt voor bepaalde of
4.
en op diens naam gesteld. De vergunning is
5.
De vergunning kan worden verlengd.
6.
onbepaalde tijd verleend aan de exploitant niet overdraagbaar.
bevoegde bestuursorgaan.
Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn verlengd.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden verleend.
oefenen zonder vergunning van het
kan met ten hoogste twaalf weken worden
door de burgemeester met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.
Het is verboden een seksbedrijf uit te
toepassing.
Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.
De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning kan worden verlengd.
Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:7 Weigeringsgronden
Artikel 3:7 Weigeringsgronden
1.
1.
Een vergunning wordt geweigerd als: a.
de exploitant of de beheerder onder
b. c.
Een vergunning wordt geweigerd als: a.
de exploitant of de beheerder onder
de exploitant of de beheerder is ontzet
b.
de exploitant of de beheerder is ontzet
de exploitant of de beheerder
c.
de exploitant of de beheerder
curatele staat;
uit het ouderlijk gezag of de voogdij;
onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor
d.
e.
de exploitant of de beheerder de
leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat de feitelijke toestand overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat de aanvrager in strijd
d.
e.
f.
voorschriften;
seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees
de exploitant of de beheerder de
leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat de feitelijke toestand overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning
verbonden beperkingen of
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het
van slecht levensgedrag is;
niet met het in de aanvraag vermelde in
zal handelen met aan de vergunning
g.
onherroepelijk is veroordeeld voor een mensenhandel, of in enig ander opzicht
niet met het in de aanvraag vermelde in f.
uit het ouderlijk gezag of de voogdij;
gewelds- of zedendelict of voor
mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
curatele staat;
verbonden beperkingen of g.
voorschriften;
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het
seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees
betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar
betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar
personen betreft, nog niet de leeftijd
personen betreft, nog niet de leeftijd
hebben bereikt, als het overige
hebben bereikt, als het overige
van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer
van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer
zijn van mensenhandel of verblijven of
zijn van mensenhandel of verblijven of
werken in strijd met het bepaalde bij of h.
krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de
werken in strijd met het bepaalde bij of h.
vergunning wordt aangevraagd, wegens
een misdrijf onherroepelijk is
veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;
de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de
vrijheidsstraf van meer dan zes i.
vergunning wordt aangevraagd, bij
maanden;
de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij
meer dan één rechterlijke uitspraak of
meer dan één rechterlijke uitspraak of
strafbeschikking onherroepelijk
strafbeschikking onherroepelijk
veroordeeld is tot een
veroordeeld is tot een
onvoorwaardelijke geldboete van 500,-
onvoorwaardelijke geldboete van 500,-
euro of meer of tot een andere
euro of meer of tot een andere
hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
eerste lid, onder a, van het Wetboek van
eerste lid, onder a, van het Wetboek van
Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
vijf jaar geleden voor de dag dat de
vergunning wordt aangevraagd, wegens
een misdrijf onherroepelijk is
i.
krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
de exploitant of beheerder minder dan
Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
1º bepalingen, gesteld bij of krachtens de
1º bepalingen, gesteld bij of krachtens de
Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid
Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid
Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de
Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de
vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de
Algemene Plaatselijke Verordening Oss;
vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de
Algemene Plaatselijke Verordening Oss;
2º de artikelen 137c tot en met 137g, 140,
2º de artikelen 137c tot en met 137g, 140,
420quinquies, 426 en 429quater van
420quinquies, 426 en 429quater van
416, 417, 417bis, 420bis tot en met het Wetboek van Strafrecht;
416, 417, 417bis, 420bis tot en met het Wetboek van Strafrecht;
3º artikel 69 van de Algemene wet
3º artikel 69 van de Algemene wet
4º de artikelen 8 en 162, derde lid,
4º de artikelen 8 en 162, derde lid,
rijksbelastingen;
alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of
rijksbelastingen;
alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of
juncto artikel 163 van de
Wegenverkeerswet 1994;
juncto artikel 163 van de
Wegenverkeerswet 1994;
5º de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
5º de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
6º de artikelen 54 en 55 van de Wet
6º de artikelen 54 en 55 van de Wet
j.
j.
weerkorpsen;
k.
wapens en munitie.
er een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al bereikt is
de voorgenomen uitoefening van het
seksbedrijf strijd op zal leveren met een
weerkorpsen;
k.
wapens en munitie.
er een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al bereikt is
de voorgenomen uitoefening van het
seksbedrijf strijd zal opleveren met het
geldend bestemmingsplan, een
omgevingsplan of een bekendgemaakte
bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een
beheersverordening of een aanwijzing 2.
als bedoeld in artikel 3:4.
ontwerpwijziging daarvan of een 2.
Met een veroordeling als bedoeld in het
eerste lid, onder h, wordt gelijk gesteld: a.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een
b.
vrijwillige betaling van een geldsom als
zodanige voorwaardelijke straf;
aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
Met een veroordeling als bedoeld in het
eerste lid, onder h, wordt gelijk gesteld: a.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een
b.
vrijwillige betaling van een geldsom als
artikel 76, derde lid, onder a, van de
a, van het Wetboek van Strafrecht of
Algemene wet inzake rijksbelastingen,
artikel 76, derde lid, onder a, van de tenzij de geldsom minder dan 375,3.
euro bedraagt.
intrekking van deze vergunning.
jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a.
euro bedraagt.
De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt bij de intrekking van een vergunning
teruggerekend vanaf de datum van de 4.
intrekking van deze vergunning.
Voor de berekening van de periode van vijf
jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i,
telt de periode waarin een onvoorwaardelijke
Voor de berekening van de periode van vijf
telt de periode waarin een onvoorwaardelijke 5.
3.
eerste lid, onder h en i, wordt bij de
teruggerekend vanaf de datum van de 4.
tenzij de geldsom minder dan 375,-
De periode van vijf jaar, bedoeld in het intrekking van een vergunning
5.
vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a.
eerste lid, aanhef en onder a tot en met
met g, of in het geval en onder de
f, of tweede lid, aanhef onder a tot en
voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
met g, of in het geval en onder de
de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het
voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
openbaar bestuur is ingetrokken,
de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het
b.
de intrekking;
gedurende een periode van vijf jaar na b.
als niet is voldaan aan de bij of
vullen;
als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een
seksinrichting waarvoor eerder een
vergunning is ingetrokken, of in die
krachtens artikel 3:6 gestelde eisen met
de aanvraag binnen een door de
aanvrager de gelegenheid heeft gehad
c.
als niet is voldaan aan de bij of
aanvrager de gelegenheid heeft gehad
betrekking tot de aanvraag, mits de
burgemeester gestelde termijn aan te
de intrekking;
betrekking tot de aanvraag, mits de
krachtens artikel 3:6 gestelde eisen met
de aanvraag binnen een door de
vergunning op grond van artikel 3:9,
f, of tweede lid, aanhef onder a tot en
vergunning op grond van artikel 3:9,
gedurende een periode van vijf jaar na
voor een seksbedrijf waarvoor de
eerste lid, aanhef en onder a tot en met
voor een seksbedrijf waarvoor de
openbaar bestuur is ingetrokken,
bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of
bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder
Algemene wet inzake rijksbelastingen,
zodanige voorwaardelijke straf;
burgemeester gestelde termijn aan te c.
vullen;
als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een
seksinrichting waarvoor eerder een
vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder
seksinrichting eerder zonder
vergunning een prostitutiebedrijf is
vergunning een prostitutiebedrijf is d.
uitgeoefend;
d.
als de openbare orde, de woon- en
leefomgeving of de veiligheid en de nadelig wordt beïnvloed door de
nadelig wordt beïnvloed door de
aanwezigheid van de seksinrichting
aanwezigheid van de seksinrichting
waarvoor de vergunning is
waarvoor de vergunning is
f.
als de openbare orde, de woon- en
gezondheid van prostituees of klanten
leefomgeving of de veiligheid en de
gezondheid van prostituees of klanten
e.
uitgeoefend;
e.
aangevraagd;
als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 3:15, eerste en tweede lid;
f.
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde
aangevraagd;
als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 3:15, eerste en tweede lid;
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven.
verplichtingen zal naleven.
Artikel 3:9 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden
1
1
De vergunning wordt ingetrokken als: a.
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de
De vergunning wordt ingetrokken als: a.
aanvraag een andere beslissing zou zijn
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de
aanvraag een andere beslissing zou zijn
genomen als bij de beoordeling daarvan
genomen als bij de beoordeling daarvan
de juiste gegevens bekend waren
de juiste gegevens bekend waren
geweest;
geweest;
b.
de vergunning in strijd met een
b.
de vergunning in strijd met een
c.
is gehandeld in strijd met de artikelen
c.
is gehandeld in strijd met de artikelen
wettelijk voorschrift is gegeven;
3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14,
3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid,
e.
f.
g.
aanhef en onderdeel b, aanhef en onder
1°;
zich een omstandigheid voordoet als
d.
bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;
zich een omstandigheid voordoet als
e.
bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;
de vergunninghouder dat verzoekt;
f.
de uitoefening van het seksbedrijf strijd
g.
oplevert met een geldend bestemmingsplan, een
beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14,
3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid,
aanhef en onderdeel b, aanhef en onder d.
wettelijk voorschrift is gegeven;
2
1°;
zich een omstandigheid voordoet als
bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;
zich een omstandigheid voordoet als
bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h;
de vergunninghouder dat verzoekt;
de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:
2
De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a.
b.
is gehandeld in strijd met aan de
vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
a.
b.
voorschriften, gewijzigde
d.
vergunning;
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is
f.
f.
is gehandeld in strijd met de in het
bedrijfsplan beschreven maatregelen;
hoofdstuk bepaalde belemmert of
tewerkgesteld zijn die onherroepelijk
zijn veroordeeld voor een gewelds- of i.
g.
zedendelict of voor mensenhandel;
gedurende ten minste zes maanden
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk eerste lid, aanhef en onder c;
is gehandeld in strijd met de in het
bedrijfsplan beschreven maatregelen; zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees
gezondheid van prostituees of klanten; de exploitant of de beheerder het
toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of
h.
bemoeilijkt;
er bij het seksbedrijf personen
tewerkgesteld zijn die onherroepelijk
zijn veroordeeld voor een gewelds- of
bemoeilijkt;
er bij het seksbedrijf personen
geworden;
woon- en leefomgeving of de
gezondheid van prostituees of klanten; toezicht op de naleving van het in dit
persoon exploitant of beheerder is
de vergunning gevaar oplevert voor de
hebben voorgedaan die de vrees
de exploitant of de beheerder het
een niet in de vergunning vermelde
wettigen dat het van kracht blijven van
zich binnen het seksbedrijf feiten
woon- en leefomgeving of de
behoud van de vergunning;
gestelde bepalingen, onverminderd het
eerste lid, aanhef en onder c;
de vergunning gevaar oplevert voor de
h.
d.
e.
wettigen dat het van kracht blijven van
g.
c.
van de bij of krachtens dit hoofdstuk
gestelde bepalingen, onverminderd het e.
belang van de vergunninghouder bij
geworden;
is gehandeld in strijd met een of meer
voorschriften, gewijzigde
is gesteld, zwaarder wegen dan het
belangen met het oog waarop het
c.
in verband met gewijzigde wettelijke
het oog waarop het vergunningsvereiste
inzichten de bescherming van de
vergunninghouder bij behoud van de
beperkingen;
de bescherming van de belangen met
omstandigheden of gewijzigde
zwaarder wegen dan het belang van de
vergunning verbonden voorschriften of
omstandigheden of gewijzigde inzichten
in verband met gewijzigde wettelijke
vergunningsvereiste is gesteld,
is gehandeld in strijd met aan de
i.
zedendelict of voor mensenhandel;
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:1 Definities
Artikel 4:1 Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.
besluit: het Besluit algemene regels voor
b.
inrichting: inrichting type A of type B als
c.
d.
e.
f.
g.
inrichtingen milieubeheer; bedoeld in het Besluit;
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of
a.
b.
artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van
incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit
toepassing zijn op inrichtingen type A of
type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit
die gebonden is aan één of een klein aantal
verordening en dat plaats vindt buiten een
inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit.
verstaan in artikel 1.1 van de Wet
Omgevingswet, met dien verstande dat de
inrichtingen is verbonden;
als bedoeld in artikel 2:24 van deze
inrichting: hetgeen daaronder wordt
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
specifiek aan één of een klein aantal
privé feest: een feest dat geen evenement is
inwerkingtreding van de Omgevingswet;
milieubeheer, zoals die wet luidde direct
collectieve festiviteit: festiviteit die niet
centrum van Oss: zie bijlage 2;
Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de
anderszins een inrichting drijft;
inrichtingen;
Activiteitenbesluit milieubeheer:
c.
d.
e.
f.
g.
milieubeheer;
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit
die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
centrum van Oss: zie bijlage 2;
privé feest: een feest dat geen evenement is als bedoeld in artikel 2:24 van deze
verordening en dat plaats vindt buiten een
inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit.
Artikel 4:6B wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:6B Overige geluidhinder
Artikel 4:6B Overige geluidhinder
1.
1.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het
Besluit op een zodanige wijze toestellen of
geluidsapparaten in werking te hebben of
handelingen te verrichten dat voor een
handelingen te verrichten dat voor een
omwonende of voor de omgeving
3.
geluidhinder wordt veroorzaakt.
omwonende of voor de omgeving
Het college kan van het verbod ontheffing
2.
Het verbod is niet van toepassing op
3.
verlenen.
situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit
zin van de Wet milieubeheer of van het
Besluit op een zodanige wijze toestellen of
geluidsapparaten in werking te hebben of
2.
Het is verboden buiten een inrichting in de
geluidhinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de
Zondagswet, de Wet openbare manifestaties,
milieubeheer, het Bouwbesluit of de 4.
Provinciale milieuverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
het Vuurwerkbesluit of de provinciale 4.
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
omgevingsverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 4:10c wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:10C Kapverbod bijzondere bomen
Artikel 4:10C Kapverbod bijzondere bomen
1.
1.
2. 3.
Het is verboden de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de Lijst Bijzondere Bomen.
Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen
2.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
3.
van het in het eerste lid gestelde verbod. niet voor:
a.
houtopstanden die moeten worden
Het is verboden de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de Lijst Bijzondere Bomen.
Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
a.
geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
5.
geveld krachtens de
plantgezondheidswet of krachtens een
bevoegd gezag;
aanschrijving van het bevoegd gezag;
b.
het periodiek vellen van hakhout ter
b.
het periodiek vellen van hakhout ter
c.
het periodiek scheren, knotten of
c.
het periodiek scheren, knotten of
uitvoering van het reguliere onderhoud; kandelaberen als noodzakelijke
beheermaatregel bij vormbomen ter
4.
houtopstanden die moeten worden
uitvoering van het reguliere onderhoud; kandelaberen als noodzakelijke
beheermaatregel bij vormbomen ter
uitvoering van het reguliere onderhoud;
uitvoering van het reguliere onderhoud;
d.
het verrichten van snoeiwerkzaamheden
d.
het verrichten van snoeiwerkzaamheden
e.
dunning van de houtopstanden.
e.
dunning van de houtopstanden.