Bijlage-III-Ruimtelijk-kwaliteitsbeeld-Meanderende-Maas-17112022-LR.PDF
Tekst van het document
Ruimtelijk kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
Versie 1.1 | november 2022 |
Aangeboden door Aangeboden aan Opdrachtgever
Projectteam Meanderende Maas Gemeente Oss Waterschap Aa en Maas
Document Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas versie 1.1 Status Defintief Datum November 2022 Omslag Artist impression nieuwe tuimelkade bij Demen (Bron: StudioD) Auteur(s)
S. Hoogewerf (Land-ID), basistekst; H. van Engen, R. de Koning, G. Kurstjens, J. Barwegen, B. Flach (Projectteam Meanderende Maas; aanvullingen)
©november 2022 Projectteam Meanderende Maas Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Projectteam Meanderende Maas noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Het Projectteam Meanderende Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het ongeoorloofd wijzigen van de inhoud van dit document.
0
Inhoudsopgave Inleiding
7
1.3.1 Dijk met tuimelkade 36 1.3.2 Moderne gronddijk 36
DEEL I HET KADER
A
1.3.3 Overgangen tussen verschillende dijkvormen
Van Bedijkte Maas naar uitwerking
13
A.2
14
A.1 A3
A.4 A.5
Wat ging vooraf
Visie Bedijkte Maas
Ruimtelijk Kwaliteitskader Ravenstein-Lith Gebiedsvisie Meanderende Maas
Voorkeursalternatief Meanderende Maas
13 16 17 18
B
Gebiedskenmerken
21
C
Gebiedsdoelen
25 1.5
DEEL II BEELDKWALITEITSEISEN
1 De dijk 1.1 1.2
Basis-uitgangspunten
Dwarsprofiel van de dijk 1.2.1 Dijk met tuimelkade 1.2.2 Moderne gronddijk 1.2.4 Bij ruimtegebrek
1.3
Lengteprofiel van de dijk
1.4
37
Inrichting 38 1.4.1 Kruin van de dijk 38 1.4.2 Wegbreedte 38 1.4.3 Inrichting van de rijbaan 39 1.4.4 Fietspaden op de dijk 39 1.4.5 Parkeren op en langs de dijk 40 1.4.6 Op- en afritten 41 1.4.7 Markering bebouwde kom 43 1.4.8 Snelheidsbeperkende maatregelen 43 1.4.9 Verlichting op de dijk 43 1.4.10 Wandelen langs de dijk 44 Vegetatie 45 1.5.1 Bomen op de dijk 45 1.5.2 Beplanting bij dijkopgangen
46
29
1.5.3 Beplanting en landgebruik op bermen
47
1.5.4 Incidentele beplanting op steunbermen
47
29
1.5.5 Beplanting in de dijkvoet
48
30 30
1.5.6 Grasmengsels dijktalud 49 1.6
32 34 35
Beheer 50 1.6.1 Beheerstroken 50 1.6.2 Rasters en hekwerken 51
1.7
Monumenten op en langs de dijk 52
2 Buitendijks gebied 2.1
3 Bijzondere elementen en objecten
Basisuitgangspunten 55 2.1.1 Rivier- en moeraslandschap (NNB) 57
3.1
Beeldmerk 77
2.1.2 Kader Richtlijn Water (KRW)
57
3.2
Bewegwijzering en bebording 78
2.2
Inrichting van de geulen, meanders en waarden
57
3.3
Uitzichtpunten en vogelkijkhutten
3.4
Dijktrappen 80
2.4
(Recreatieve) zonering 66
3.5
Aanlegsteigers 80
3.6
Toegangspoorten 81
3.7
Meubilair 81
3.8
Bruggen, vlonders, stapstenen en voordes
2.3 2.5 2.6
Zichtlijnen 65 Entrees tot het gebied
67
Routes en verblijf 68 2.6.1 Fietspad 68 2.6.2 Beheerpad 68 2.6.3 Struinroutes 69 2.6.4 Rolstoelpad (offroad) 69 2.6.5 Varen 70 2.6.7 Strandjes 71
79
82
4 Bijzondere plekken 4.1
Ravenstein 85
4.2
Oude haven bij Megen
86
2.7
Bakenbomen 72
4.3
Erf Maasakker 86
4.4
Huis te Dieden 87
2.8
Beheer 75
4.5
Sluisje bij de Diedensche Uiterdijk
4.6
Megen Kloostermuur 90
4.7
Kasteel van Oijen 90
87
5 Kwaliteitsborging en doorwerking 5.1
Toetsingskader en juridische status
93
5.2
Ruimtelijke kwaliteit in de beheerfase
95
Projectpartners
0 Inleiding Het gebied langs de Maas tussen Ravenstein en Lith staat voor een grootse ontwikkeling: de dijk wordt er versterkt en de uiterwaarden ondergaan een grote transformatie door natuurontwikkeling en herstel van de meanders van de oude rivierloop. Het behouden en realiseren van een aantrekkelijk gebied is daarbij, naast waterveiligheid, een belangrijk uitgangspunt. Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld zorgt voor de borging van de gewenste ruimtelijke kwaliteit.
Aanleiding In het Hoogwaterbeschermingsprogramma is het dijktraject Ravenstein-
van de oude, natuurlijke meanders. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van
Lith opgenomen als één van de top-14 meest urgente dijktrajecten om te
de Stuurgroep Meanderende Maas, waarin de waterschappen Aa en Maas en
versterken. Concrete aanleiding voor het project Meanderende Maas is dat de
Rivierenland, provincies Noord Brabant en Gelderland, gemeenten Oss, West Maas
dijk aan Brabantse zijde van dit riviertraject op hoogte, maar ook op andere
en Waal, Wychen, Rijkswaterstaat, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
faalmechanismen niet voldoet aan de nieuwe veiligheidsnormen die per 1 januari
en Natuurmonumenten participeren.
2017 gelden. De Maasdijk en aan de Gelderse zijde van dit traject hebben geen hoogteopgave en versterking is daarom niet actueel.
Op basis van deze conclusies is in 2017 de verkenningsfase gestart. Daarin is uit de ontwikkeling van mogelijke alternatieven en uitwerking van kansrijke alternatieven
Uit het MIRT-onderzoek Ravenstein-Lith is gebleken dat een combinatie van
een voorkeursalternatief samengesteld, dat voldoet om de waterveiligheid op orde
dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsgerichte maatregelen substantieel
te krijgen en daarnaast de kansen heeft ingevuld voor de integrale ontwikkeling
bijdraagt aan de waterveiligheid. Daarnaast levert het synergie op met ambities
van het winterbed van de rivier. Het voorkeursalternatief is in nauwe samenwerking
en opgaven van de partners, bijvoorbeeld op het gebied van economie, recreatie
met het gebied uitgewerkt, heeft daardoor een breed draagvlak en past binnen
en natuurontwikkeling. De kracht zit in de combinatie van robuuste maatregelen
de beschikbare budgetten van de tien partners. Daarom heeft de Stuurgroep
dicht bij de Maas en het herstellen van de landschappelijke en natuurlijke betekenis
Meanderende Maas het voorkeursalternatief, na consultatie bij de partners, in
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
7
december 2019 vastgesteld. Het voorkeursalternatief is planologisch geborgd via
Dit wordt gebaseerd op definitief ontwerp van de dijkversterking en inrichting
een interprovinciale structuurvisie. De verkenningsfase is in maart 2020 afgesloten
van de uiterwaarden. Zo’n definitief ontwerp bestaat uit een ontwerpkaart én een
met de ondertekening van de Bestuursovereenkomst. Eind 2022 wordt het
uitvoeringsplan, zodat duidelijk wordt wát er wordt gemaakt en hóe dit wordt
planproces afgerond met een zogenoemd Definitief Ontwerp (DO).
gedaan.
Projectdoel
In de planuitwerking zijn drie fasen voorzien: •
Met de ondertekening van de bestuursovereenkomst is de volgende fase
Uitwerking van varianten op enkele speciale plekken, waar het voorkeursalternatief nog ruimte laat voor verschillende invullingen;
van het project Meanderende Maas ingegaan: de planuitwerking. Het doel
•
Technische doorrekening en uitwerking tot een voorlopig ontwerp;
van de planuitwerking is om de beoogde dijkverbetering, rivierverruiming en
•
Nadere detaillering van het ontwerp en opstelling van het uitvoeringsplan.
gebiedsontwikkeling binnen de kaders van het integraal voorkeursalternatief tot
Dit gebeurt in afstemming met de aannemer die het werk gaat maken.
op ontwerpniveau uit te werken, vergund en gefinancierd te krijgen, zodat het plan kan worden uitgevoerd.
Aan het eind van de planuitwerking, als de planologisch-juridische besluiten onherroepelijk zijn, zal het uitvoeringsbesluit worden genomen. Er wordt verwacht
De eerste opgave is dus om de planologisch-juridisch besluiten te verkrijgen
dat dit in 2023 zal plaatsvinden.
die als basis dienen voor de uitvoering van het project. Het gaat daarbij om het Projectbesluit (als opvolger van het huidige Projectplan Waterwet en bestemmingsplan) en de hoofdvergunningen, zoals vergunningen voor natuur
Projectgebied
en ontgronding. Daarnaast heeft de planuitwerking als doel meer concrete toezeggingen te krijgen voor de financiering, met name een subsidiebeschikking
Het projectgebied is het gebied waar de maatregelen worden getroffen. Het
vanuit het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).
projectgebied begint waar de Maasdijk de A50 kruist bij Ravenstein en volgt de Maas tot de stuw bij Lith. Het riviertraject heeft een lengte van een kleine 20
Tenslotte moet de planuitwerking bewoners en gebruikers van het gebied
kilometer, van paal 182 tot 201.
en belanghebbenden gedetailleerd inzicht geven in de nieuwe inrichting van het gebied: dijkhoogtes en breedtes, verkeersafwikkeling en de inrichting en
Concreet betreft het de volgende gebieden:
toegankelijkheid van de uiterwaarden.
•
het buitendijkse gebied aan de Brabantse zijde vanaf de Middelwaard (rivierkilometer 184) tot aan de stuw bij Lith (rivierkilometer 201).
8
November 2022
• •
•
het buitendijkse gebied aan de Gelderse zijde van de spoorbrug bij Ravenstein/
wel opgenomen in het voorkeursalternatief en zijn dus wel onderdeel van
Niftrik (rivierkilometer 183) tot aan de stuw bij Alphen/Lith (rivierkilometer 201).
projectgebied.
de Maasdijk aan de Brabantse zijde van de A50 tot de stuw bij Lith (dijktraject 36-3). Dit is inclusief een binnen- en buitendijkse zone, die van belang is voor
Noordelijk van de Maas ligt het projectgebied in de provincie Gelderland en
de dijkversterkingsmaatregelen (circa 100 meter).
de gemeenten West Maas en Waal en Wijchen. Zuidelijk van de Maas is het
de uiterwaarden Ossekamp en De Waarden vormen een uitzondering en
projectgebied in de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss gelegen. Hier
vallen buiten het projectgebied voor de planuitwerking; dit conform het
ligt het te versterken dijkgedeelte.
voorkeursalternatief. De Lelyzones van Ossekamp en De Waarden zijn
Definitief Ontwerp, Ruimtelijke Inrichtingskaart, eindconcept november 2022
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
9
Doel van het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld
Leeswijzer
Ruimtelijke kwaliteit is een van de doelen waaraan het project Meanderende Maas
Het voorliggende rapport bestaat uit twee delen. Het eerste deel is vooral
bij moet dragen. De eerste versie van het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld heeft sturing
achtergrondinformatie en beschrijft het kader, de context, waarbinnen de
aan het ontwerpproces van het VO en DO gegeven en gezorgd voor borging van
beeldkwaliteitseisen zijn opgesteld. Deel 2 is de kern en bevat de daadwerkelijke
de ruimtelijke kwaliteit, met als doel een aantrekkelijk en samenhangend gebied te
‘spelregels’.
ontwikkelen. Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld is een handreiking voor het project en de aannemer, bij zelfrealisatie en voor beheer en onderhoud. Het is een handreiking
Deel 1 Het kader
voor de planvorming en de realisatie op korte termijn (het werk van de aannemer
Voorafgaand aan dit Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld zijn diverse visies en kaders
in het kader van Meanderende Maas), maar ook voor ruimtelijke ontwikkelingen in
opgesteld, waarin uitgangspunten zijn geformuleerd. Deze zijn steeds verder
de verdere toekomst en is daarom een belangrijk naslagwerk.
geconcretiseerd en vormen de basis voor de ruimtelijke kwaliteitseisen
In dit Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld zijn de uiteindelijke keuzes die zijn gemaakt in het
in dit rapport. In het eerste hoofdstuk van deel 1 komen de voorgaande
Definitief Ontwerp (oktober 2022) verwerkt en is speciale aandacht gegeven aan die
visies en bijbehorende uitgangspunten kort aan bod, van Bedijkte Maas tot
delen van de uiterwaarden die al dan niet door zelfrealisatie of via andere sporen
Voorkeursalternatief. Hoofdstuk B geeft beknopt de ruimtelijke context weer en
(PAGW) uitgevoerd gaan worden. Voor deze delen is door het project namelijk al
beschrijft de gebiedskenmerken. In hoofdstuk C komen de gebiedsdoelen aan
wel een integraal én rivierkundig doorgerekend integraal ontwerp gemaakt
bod, waaraan het project Meanderende Maas bijdraagt.
Om die reden zijn de beeldkwaliteitseisen ten aanzien van de inrichting van de
Deel 2 De beeldkwaliteitseisen
uiterwaarden gedetailleerd, zodat ook in het geval van zelfrealisatie met een
Deel 2 vormt de kern van dit rapport en bevat de beeldkwaliteitseisen. Er zijn
bijdrage aan bijvoorbeeld KRW en klimaatrobuuste riviviernatuur de gewenste
vijf onderdelen onderscheiden: de dijk, het buitendijkse gebied, de bijzondere
kwaliteit geborgd is. Daarnaast dienen de beschrijving, beelden en principes
elementen en objecten, de bijzondere plekken en tot slot de kwaliteitsborging en
van dit Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld vooral ter inspiratie. De nadere uitwerking en
proces.
realisatie dienen vooral uitgevoerd te worden in de geest van het getoonde beeld.
10
November 2022
DEEL I: Het kader A. Van bedijkte Maas naar uitwerking, wat ging vooraf B. Gebiedskenmerken C. Gebiedsdoelen
A
Van Bedijkte Maas naar uitwerking In het Ruimtelijk kwaliteitsbeeld wordt de koers vervolgd, zoals is ingezet in eerdere visies. Het Ruimtelijk kwaliteitsbeeld is een handreiking, die zorgt voor de borging van de gewenste kwaliteit. Het geeft invulling aan de uitgangspunten die al vroeg aan de basis stonden; van het hoge abstractieniveau van de Bedijkte Maas, tot de uitwerking van bijzondere plekken en objecten.
A.1 Wat ging vooraf Het voorliggende Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld is geen op zich zelf staand document,
dijk, de rivier en het gebied en zorgt voor borging van de ruimtelijke kwaliteit.
maar een actualisering van het ‘oude’ beeldkwaliteitsplan uit 2020 en is een
De handreiking geeft richting aan de realisatiefase, voor zowel de uitvoerende
daarmee een voortzetting en vertaling van eerder opgestelde visies. Hierbij is
partijen (aannemer), als de beheerders. Zo is kwaliteit geborgd wanneer er sprake
steeds verder ingezoomd: van het hoge abstractieniveau van de visie voor de
is van verschillende uitvoerende partijen (waaronder zelfrealisatie), maar ook bij
gehele Bedijkte Maas, naar de visie voor het traject Ravenstein-Lith en uiteindelijk
een gefaseerde aanleg of onderhoud, vervanging en beheer in de toekomst.
naar een laag schaalniveau van maatwerklocaties. Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld
Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld is daarmee een belangrijk naslagwerk, dat bij
levert uitgangspunten aan de uitwerkingen van het Voorlopig ontwerp voor de
(toekomstige) planvorming, realisatie en vervanging geraadpleegd dient te worden.
Het kader: wat ging vooraf Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Bedijkte Maas
Ruimtelijk Kwaliteitskader Ravenstein-Lith
Gebiedsvisie
Voorkeursalternatief
Beeldkwaliteitsplan
input voor Ruimtelijk kwaliteitsbeeld
ontwerp (VO en DO) + planologische besluiten
Ruimtelijk kwaliteits beeld
(Zelf)Realisatie en beheer
toekomst
uitgangspunten
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
13
A.2 Visie Bedijkte Maas
Positionering van de Bedijkte Maas
De Meanderende Maas is, samen met de Getijdenmaas en de Bergse Maas, deel
Gekeken naar de gehele rivier, bestaat de geomorfologische basis van de Maas uit
van de Bedijkte Maas. Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Bedijkte Maas (Strootman
drie verschillende processen: insnijden, sedimenteren, getijden. Ongeveer vanaf
Landschapsarchitecten in opdracht van Provincie Noord-Brabant, november
Cuijk snijdt de Maas zich niet langer in en begint met sedimenteren. De rivier ligt in
2017) ligt aan de basis van dit document. Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Bedijkte
een relatief laaggelegen landschap, waarbij de bedding van de rivier als het ware
Maas is gemaakt voor het regioproces ten behoeve van de ontwikkeling van de
op het landschap ligt. Vanaf de stuw bij Lith en stroomafwaarts is de getij-invloed
Langetermijn Ambitie Rivieren - Bedijkte Maas.
merkbaar. De waterstaatkundige basis voor de Bedijkte Maas is gelegd in een aantal
Het Kwaliteitsbeeld geeft richting bij het maken van keuzes in
bepalende tijdsperiodes:
maatregelpakketten die de waterveiligheid op orde te brengen en de regionale
• 1856 – 1910: afsluiting van Waal en Maas. De Bergse Maas wordt gegraven.
ambities voor gebiedsontwikkeling ondersteunen. Daarnaast geeft het richting
• 1926 – 1943: plan Lely en de Maaskanalisatie. Ingenieur Lely snijdt meanders
en inspiratie voor uiteenlopende uitwerkingen op projectniveau binnen de
af, schept mogelijkheden voor landbouw en introduceert bakenbomen en
Bedijkte Maas. De uitgangspunten voor de visie op de Bedijkte Maas zijn:
een artificieel gelijkmatig rivierprofiel.
• Een aantrekkelijke en veilige Maas: De maatregelen ten behoeve van de waterveiligheid versterken het landschap. • De Bedijkte Maas is geen grens, maar staat centraal: De Maas is de blauwe levensader van het prachtige rivierenlandschap dat de provincies Noord-Brabant en Gelderland verbindt.
• Tweede helft 20ste eeuw: grootschalige zandwinning en ontwikkeling van recreatie in de ontstane plassen. Intensivering van landbouw (van grasland naar akkerbouw) • Beging 21e eeuw: realisatie van ‘Plan Ooievaar’ langs de Bedijkte Maas door combinatie van hoogwaterveiligheid, riviernatuur en extensieve recreatie.
• Een ‘robuust en duurzaam’ rivierenlandschap: De maatregelen ten behoeve van de waterveiligheid dragen bij aan de identiteit van het
De Bedijkte Maas heeft een aantal pijlers. Dit zijn:
gebied, spelen in op de specifieke systeemkenmerken van de Maas en
1. Kanalisatie en meanders in balans brengen
worden landschappelijk goed ingepast.
Op dit moment heeft de Bedijkte Maas het karakter van een kanaal en is de historische gelaagdheid van het gebied moeilijk beleefbaar. Het uitgangspunt is dat nieuwe, forse ingrepen in balans zijn met het heractiveren, uitgraven, laten aansluiten en toegankelijk maken van boogmeanders. Het in stand houden van bakenbomen en ontwikkeling van natuurlijke begroeiing in buitendijkse gebied behoudt het kanaalprofiel, respectievelijk versterkt het natuurlijke karakter van de rivier. Dit leidt tot leesbare lagen en een harmonieus rivierbeeld.
14
november 2022
2. Eenheid in verscheidenheid in het dijkenlandschap Op basis van de landschappelijke verscheidenheid in het gebied zijn er drie hoofdtypes dijken te onderscheiden: • Dijk op rivierduin/hoge oeverwal: door hoogte minder herkenbaar als dijk. De dijk is vaak dubbel bebouwd met oude bewoning. Dit dijktype komt niet voor in de Meanderende Maas • Oude Kronkeldijken: gelegen op lage oeverwal. De dijk is smal en steil. Er is veel waterstaatgeschiedenis zichtbaar. • Moderne dijken: liggen los in het landschap en los van de ondergrond. De dijk is recht, strak en weinig bebouwd.
Hoofdopbouw: tuimeldijk, moderne gronddijk en bomen op de dijk
Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk eenheid te creëren tussen de verschillende hoofdtypes, met behoud en/of versterking van de herkenbaarheid van de ondergrond en maatwerk waar nodig. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de kenmerkende opbouw van historische dijken.
3. Inspelen op verschillen in de relatie met de omgeving De Maas kan zich ontwikkelen tot een natuur gedragen rivierlandschap, met een gezonde mix van (extensieve) landbouw, natuur en recreatie. Het uitgangspunt is dat ontwikkelingen inspelen en voortbouwen op de plaatselijke karakteristiek en de verschillen tussen binnendijks en buitendijks aanzetten. In het luwe landschap van de Meanderende Maas gaat het onder andere om het behouden van het kleinschalige karakter van dorpjes en kronkeldijken, het versterken van rivierdynamiek en het aanleggen van recreatieve verbindingen naar het achterland.
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
15
A.3 Ruimtelijk Kwaliteitskader Ravenstein-Lith Het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ravenstein Lith zoomt in op de Meanderende Maas
Een set van ambities, die direct zijn ontleend aan het MIRT-onderzoek, zijn het
en bouwt verder op het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Bedijkte Maas. Het gaat uit van
uitgangspunt voor ontwerpprincipes. Deze zijn gemaakt om de visie te vertalen
dezelfde visie op hoofdlijnen op het Maaslandschap tussen Ravenstein en Lith.
in de richting van oplossingen die de kwaliteit van het gebied versterken. De
Strootman Landschapsarchitecten heeft, in samenwerking met Jos Rademakers
ambities en leidende principes zijn specifiek gericht op de dijktypes en situaties
Ecologie en Advies en Agtersloot Hydraulisch Advies, dit Ruimtelijk Kwaliteitskader
die voorkomen in het projectgebied. De ontwerpvoorstellen sturen in de richting
opgesteld. In oktober 2017 is deze vastgesteld door de projectgroep Verkenning
van deze oplossingen. Die zeven ambities zijn:
Ravenstein-Lith van opdrachtgever Meanderende Maas. Het rapport is onderdeel 1.
Vergroten van het contrast tussen meanders en de Lelyzone.
2.
Reactiveren oude Maasmeanders.
3.
Versterken van de eenheid binnen de dijken.
Het Ruimtelijk Kwaliteitskader brengt in beeld hoe tussen de brug van de A50
4.
Creëren van gezicht van en naar de Maas.
bij Ravestein en het stuwcomplex bij Lith maatregelen voor rivierverruiming,
5.
Versterken recreatieve verbindingen en ruimtelijke en cultuurhistorische
van het MIRT + HWBP-traject voor het Meanderende Maas project.
Afbakening en doel
structuren.
dijkverbetering en regionale opgaven kunnen bijdragen aan de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstbestendigheid van het rivierlandschap tussen
6.
Versterken economische kracht en potentieel.
Ravenstein en Lith. Het Ruimtelijk Kwaliteitskader:
7.
De Maas als natuurverbinding met waardevolle uiterwaard-natuur, met
• geeft antwoord op de vraag hoe technische maatregelen kunnen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de het plangebied. Mede geredeneerd vanuit de ingrepen vanuit het verleden die bepalend zijn geweest voor huidige kwaliteiten en potenties; • werkt als toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit met wenselijke oplossingsrichtingen; • dient als inspiratiebron, zonder bindende voorschriften.
16
november 2022
meerwaarde voor economische en maatschappelijke opgaven.
A.4 Gebiedsvisie De gebiedsvisie Meanderende Maas is onderdeel van de MIRT Verkenning
recreatielandschap ontstaan waarin het goed verblijven is door de vele routes en
Meanderende Maas. In de gebiedsvisie hebben de gebiedspartners samen
kwalitatief hoogwaardige verblijfsmogelijkheden. Het gebied van de Meanderende
een ‘wenkend perspectief voor de toekomst’ neergezet. Hierin zijn heldere
Maas heeft met dit toekomstbeeld economische kracht en heeft daarmee definitief
ambities geformuleerd die richtinggevend zijn voor zowel het korte- als
afscheid genomen van haar perifere positie. De rivier is de ruggengraat geworden
langetermijnperspectief. De gebiedsvisie is richtinggevend geweest voor
van nieuwe landschapsecologische- en economische ontwikkeling van het gebied.
het selecteren en vormgeven van het voorkeursalternatief. De inhoud van de gebiedsvisie is samen met het voorkeursalternatief onderdeel van de zogenoemde Interprovinciale Structuurvisie Meanderende Maas en bijbehorende milieueffectenrapportage. De structuurvisie legt hiermee de ambitie vast, waarin het gebied zich kan ontwikkelen, en zorgt tegelijkertijd voor de (planologische) borging van het voorkeursalternatief.
Het Gebiedsbeeld 2050 Het gebiedsbeeld 2050 is een toekomstbeeld waarin het resultaat zichtbaar is van de gepleegde investeringen in waterveiligheid en de kwaliteit van natuur en landschap; er is sprake van een ecologisch, economisch en sociaal vitaal gebied. In 2050 heeft het buitendijkse gebied een transformatie ondergaan van overwegend agrarisch grondgebruik naar een samenhangend rivier- en moeraslandschap. Met de flankerende natuurgebieden is een uitgestrekt en aaneengesloten riviernatuurpark geschetst, met een betekenis en allure van bovenregionale schaal. De dijken zijn versterkt in herkenbare trajecten, die afgestemd zijn op de historische ondergrond. Buitendijks is een natuurrijk landschap ontstaan met boogmeanders als contrast met de cultuurlijke lijnen van de gekanaliseerde Maas met de nieuwe
Gebiedsbeeld uit de Gebiedsvisie 2050
generatie bakenbomen. In dit rijk cultuurhistorische landschap heeft de relatie tussen de oude dorpjes en stadjes en de rivier een kwaliteitsimpuls gekregen. Met de uitgevoerde maatregelen aan de dijk en uiterwaarden is een aantrekkelijk
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
17
A.5 Definitief Ontwerp Meanderende Maas
18
Het Defintief Ontwerp is niet in één keer tot stand gekomen, maar in feite het gevolg
dijkversterking en beheerruimte voor natuur, draagt het bij aan de versterking van
van een nadere uitwerking van het Voorkeursalternatief (onderdeel van de MIRT
natuur en landschap en het levert grond voor de dijkversterking.
Verkenning) en het Voorlopig Ontwerp uit 2021. Om tot het voorkeursalternatief
De Diedensche Uiterdijk ligt in een van de meanderlobben. De oude Maasloop
te komen, zijn er aan de hand van bouwstenen voor de dijk, rivierverruiming en
wordt hier herkenbaar gemaakt door een aaneenschakeling van geulen en
gebiedsdoelen, zes mogelijke alternatieven samengesteld. Via een iteratief proces
begeleidend rietmoeras. De inrichting bestaat uit rivier- en moerasnatuur met
met een aantal criteria zijn deze getrechterd naar twee kansrijke alternatieven, die
in stroomluwe delen plaats voor bomen en struweel. Binnen het gebied blijven
aansluiten bij de doelen van de partners, haalbaar zijn en bekostigd kunnen worden.
markante zichtlijnen op kerktoren of andere landmarks behouden. De oude
Uit deze twee kansrijke alternatieven is één Voorkeursatlernatief samengesteld, dat
Maasloop in de meanderlob De Waarden krijgt grofweg dezelfde inrichting, maar
in een aantal slagen steeds verder is uitgedetailleerd, tot en met het plan zoals dat
is wel bevaarbaar voor sloepjes vanuit de Maas. Daarnaast wordt de aansluiting van
hier is beschreven.
het Burgemeester Delenkanaal op de Maas voor binnenvaartschepen verbeterd.
Definitief Ontwerp in een notendop
De Lelyzones in Ossekamp en De Waarden, Diedensche Uiterdijk en aan de
De uitgangspunten voor het ontwerp zijn het waarborgen van waterveiligheid,
Gelderse zijde bij Maasbommel worden verlaagd tot een halve meter boven
het versterken van gebiedskwaliteiten en het benutten van kansen voor
stuwpeil. Hierdoor ontstaan geulen en natuurvriendelijke oevers die zijn ingericht als
gebiedsontwikkeling.
natuurlijk grasland. De steilrand op de overgang naar de Lelyzone wordt benadrukt.
Het ontwerp voor de dijk bestaat uit een afwisseling tussen de tuimeldijk en
Aan de Gelderse kant zorgt een verlaging van de instroomopening bij Appeltern,
moderne gronddijk. De tuimel- en bomendijk bevindt zich met name nabij de
de veerweg bij Maasbommel en het aantakken van de bestaande geul op nieuwe
historische kernen. Op deze trajecten is tijdens de vorige dijkversterkingsronde
geulen ten westen van Maasbommel, voor de resterende waterstandsverlaging.
al buitenwaarts versterkt, waardoor bestaande kwaliteiten (zoals bebouwing en
De historische bomen-en tuimeldijk, de pontjes, bakenbomen en de vestingsteden
bomenrijen) behouden zijn gebleven. De ruimte die buitendijks ontstaat op de
zijn de iconen van het gebied. Ze zijn onderdeel van de cultuurhistorie en
tuimelkade wordt benut voor een pad voor inspectie, onderhoud en recreatie
landschapsbeleving en daarmee dragers van de vrijetijdseconomie. Zonering is
(fietsers). In de gebieden waar bebouwing aan de binnenzijde ontbreekt, veelal
van belang met doorgaande routes op de dijk met enkele ‘toegangspoorten’
bij de grote meanderlobben, ligt een moderne gronddijk. Op de kruin van deze
(inclusief parkeergelegenheid) die extensieve vormen van recreatie faciliteren. Er
dijkvorm mengen alle verkeersstromen.
is een fijnmazig netwerk met een diversiteit aan buitendijkse routes, inclusief een
Rivierverruiming, in de vorm van diverse winterbedmaatregelen, zorgt voor een
aantal bruggen die de bereikbaarheid van de pontjes waarborgen. Het herstel van
substantiële waterstandsdaling. Daarnaast biedt het compensatie van buitendijkse
de bakenbomen in het gebied volgt een Maasbrede strategie, waarbij heldere
november 2022
Inrichtingskaart - definitief ontwerp (uitsnede)
kaders worden opgesteld voor groeiplaats, financiering, beheer en onderhoud. In Ravenstein is de dijkversterkingsopgave te combineren met het versterken van het karakter van de vestingstad. Een damwand die vormgegeven wordt als kademuur met borstwering versterken het contrast tussen de rivier en bolwerken. De ingrepen met betrekking tot de Maasloop in De Waarden en de Diedensche Uiterwaard versterken de relatie van de historische kern Megen met de rivier en de Zuiderwaterlinie.
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
19
B Gebiedskenmerken Het landschap van het projectgebied Meanderende Maas bestaat uit herkenbare landschappelijke eenheden: de gekanaliseerde Maas, de oude meanders en de dijken. Elk onderdeel heeft een eigen karakteristiek, gebruik en ontwikkeling. Het gebied wordt gekenmerkt door rust en ruimte, een karakteristiek rivierenlandschap met fraaie dijken en aantrekkelijke historische stadjes. Deze waarden moeten we koesteren en benutten. Het landschap van de meanderende Maas is gevormd door een sedimenterende rivier. Aan de randen van het winterstroombed van de Maas werd grover materiaal afgezet. De eerste bewoning van het gebied ontstond deze hogere oeverwallen en zandige rivierduinen. Op de oeverwallen wisselen akkers, graslanden, boomgaarden en bebouwing elkaar af, wat ze een kleinschalig en halfopen karakter geeft. Verder van de rivier af werd het fijnere materiaal afgezet. Hier ontstonden de kleiige kommen met een weids en open karakter. Bij overstromingen via de Beerse overlaat werden de kommen vaak overstroomd. Dit maakte ze eeuwenlang te nat om in cultuur te brengen. Vandaag de dag zijn in de kom nog resten te vinden van weteringen en stroomkades die bewoners aanlegden om zichzelf te beschermen tegen het water. Zowel mens als natuur hebben een hand in al de verschillende karakters die de Maas heeft in Nederland en Europa.
Het meanderende patroon van de oude Maasloop in het projectgebied is ontstaan door de opstuwende werking van de Waal. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw greep ingenieur Lely drastisch in Meanderende Maasloop tijdens de kanalisatie
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
21
door bochten af te snijden, het stroombed te verbreden en dynamiek te temmen met een stuw. Ook voegde hij nieuwe landschapsstructuren toe, zoals bakenbomen en de verlaagde weerden dicht bij de rivier. De meanderbogen werden gedempt of later juist ontgrond voor het winnen van zand en het creëren van recreatieplassen. Door de kanalisatie ontstonden grote uiterwaarden, hoger gelegen in het landschap, waardoor er vanaf de dijk lang niet altijd meer een visuele connectie met de rivier is. De voormalige meanderbogen zijn te herkennen als lage, vaak natte stroken in het landschap. Eromheen hebben weidegronden plaatsgemaakt voor akkers, al wordt er vandaag de dag in deze gebieden steeds meer ingezet op het ontwikkelen van natuur. De dijk is een belangrijk landschapselement in het rivierengebied: hij keert water, vormt een verbindingsas tussen de kernen aan de dijk en is soms zelfs onderdeel van een (water)linie. In het gebied van de Meanderende Maas is de kronkeldijk bij oude kernen en op oeverwallen een veelvoorkomend dijktype. Bij dijkversterkingen naar aanleiding van het hoge water in 1993 en 1995 is er buitendijks versterkt met een tuimelkade. Bij sommige historische kernen is de smalle kruin daarom nog beplant met lindes, walnoten en essen. Veel oude dijken zijn echter rechtgetrokken en voorzien van een brede weg op de kruin en een flauw talud.
Deze moderne dijken is veel toegepast aan de Gelderse zijde van de Maas, maar ook aan de Brabantse kant zijn er verschillende tracés zo ingericht. Het projectgebied van de Meanderende Maas vormt een belangrijke sectie binnen het ecologische systeem als verbinding tussen de Biesbosch, de Stuwwal van Nijmegen, de Gelderse Poort, de Maasduinen en het Limburgse Heuvelland. Buitendijks zijn er verschillende natte natuurgebieden met watervogels, zoals de Liendensche Waard en de Hemelrijkse Waard. Maar ook de dijk zelf, de afwisselende oeverwallen en de kommen herbergen natuurwaarden voor onder andere weidevogels en kwelafhankelijke flora.
22
november 2022
Karakteristieke Essenbeplanting op de dijk bij Demen
De Maas kent een rijke historie, die het gevolg is van de rol als transportas en als
trends in de landbouwsector die aangegrepen kunnen worden om meer ruimte
natuurlijke grens. Er zijn verschillende Middeleeuwse stadjes met een aantrekkelijk
voor recreatie, groenblauwe diensten en brede toegankelijkheid van het gebied te
historisch karakter, zoals Megen, Ravenstein en Batenburg. Deze stadjes waren
kunnen realiseren. Dit is met name van toepassing op landbouwgronden die zich
samen met de dijk en verschillende kades en vaarten binnendijks onderdeel
in de ecologische hoofdstructuur bevinden.
van de Zuiderwaterlinie. De meer recente, waterstaatkundige geschiedenis van het menselijk ingrijpen in de Maas speelt echter ook een belangrijke rol in het
De haven van Oss, vanaf de Maas te bereiken via het Burgemeester Delenkanaal,
landschap. Gedempte wielen, tuimelkades, dijkmagazijnen en gemalen getuigen
is een belangrijk knooppunt voor de Nederlandse binnenvaart en de economie
allemaal van de strijd tegen het Maaswater.
van de regio. De lastige ingang tot de vaarweg naar het kanaal is een obstakel dat verholpen kan worden in de rivierverruimende maatregelen. Verder is het
De landschappelijke identiteit van het gebied wordt nu grotendeels vormgegeven
aantrekkelijke gebied een belangrijke vestigingsfactor en daarmee van waarde
door de economische activiteiten. Door de vruchtbare rivierklei is er akkerbouw
voor de economie. Er is een goede ontsluiting naar steden als Oss, Nijmegen
mogelijk op de hogere gronden en is er intensieve veehouderij in de lage delen
en Den Bosch. Daarnaast zijn er in de omgeving verschillende onderscheidende
binnen- en buitendijks. Schaalvergroting, verbreding en bedrijfsbeëindiging zijn
recreatieve gebieden te vinden.
Luchtfoto Hemelrijkse Waard - foto Maikel Samuels
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
23
Dijken veilig maken
Opgave • Waterwet
Rivierverruiming
Opgave • Realiseren van substantiële • Ontwerp instrumentarium waterstandsdaling 2014 • Bijdragen aan andere • Inpassing: behouden gebiedsdoelen essentiële waarden Hiërarchie in afwegingen dijkverbetering: 1. uitvoeren in grond in binnendijkse richting 2. uitvoeren in grond in buitendijkse richting 3. constructieve oplossingen
Ruimtelijke kwaliteit versterken en beleefbaar maken Opgave Ruimtelijke kwaliteitskader: • Eenheid in verscheidenheid dijktrajecten ontwikkelen • Contrast meanderbogen en gekanaliseerde Maas versterken • Cultuurhistorie koesteren met bijvoorbeeld bakenbomen • Bijzondere dijktrajecten inpassen • Zuiderwaterlinie versterken (Megen en Ravenstein)
Natuur en KRW behouden en versterken
Vrijetijdseconomie versterken
Opgave Natuurnetwerk Brabant in 2028 gerealiseerd
Opgave Recreatief aantrekkelijk gebied van bovenregionale betekenis en allure, met: • Fijnmazig routenetwerk
Samenhangende landschappelijke eenheid van rivier- en moeraslandschap: • Stroomdalgrasland • Rietmoeras • Ooibos • Meanderbogen KRW opgave 2e en 3e tranche: • meanderbogen • geulen • rietoevers
• Breed palet aan recreatieve mogelijkheden • Horeca en overnachtingen • Waterrecreatie
Woonklimaat en vitaliteit kernen verbeteren
Ondernemerschap stimuleren
Opgave • Zorgvuldige toepassing grondstoffen
Opgave • Bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat
Opgave • Concurrentiepositie multimodaal knooppunt versterken
• Toepassen gebiedseigen grond
• Bijdragen aan leefbaarheid kernen
• Korte transportafstand bij uitvoering dijkverbetering (grond)
• Bijdragen aan veilige verkeersstromen
• Toegang Burgemeester Delenkanaal verbeteren
Duurzaamheid bevorderen
• Kansen benutten voor overige thema’s, zoals: hernieuwbare energie
• Primaire hoogproductieve landbouw binnendijks • Voorwaarden scheppen voor recreatie en toerisme
• bevorderen overstromingsdynamiek
Overzicht gebiedsdoelen en daaraan gekoppelde opgaven
24
november 2022
C
Gebiedsdoelen Hoofddoel van het project Meanderende Maas is het waarborgen van de waterveiligheid, in combinatie met het versterken van de gebiedskwaliteiten en het benutten van de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling. Dit hoofddoel is verbijzonderd in acht doelen en opgaven, die doorwerken in de eisen die gesteld moeten worden aan de ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit.
Er is een set van acht strategische doelen gedefinieerd voor de gebiedsontwikkeling van de Meanderende Maas. Dit zijn: dijken vellig maken, rivierverruiming, ruimtelijke kwaliteit versterken, duurzaamheid bevorderen, woonklimaat en vitaliteit kernen verbeteren en ondernemerschap stimuleren. De voorgestelde maatregelen in het project Meanderen Maas dragen allemaal bij aan één of meerdere van deze doelen.
Ook de andere doelen vormen een belangrijke context van dit Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld. Het realiseren van een veilige dijk is een vanzelfsprekend doel, maar het versterken van de ruimtelijke kwaliteit is er ook een. In dit Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld wordt sturing gegeven aan de vormgeving en inrichting van die veilige dijk.
Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld moet zorgen dat wordt bijgedragen aan deze gebiedsdoelen, door eisen te stellen aan de (kwaliteit van de) inrichting en vormgeving. Zo vraagt het doel “Natuur en KRW behouden en versterken” om duidelijke ‘spelregels’ omtrent de inrichting en vormgeving van bijvoorbeeld de meanders en de geulen. Delen van het project Meanderende Maas worden mogelijk door zelfrealisatie ontwikkeld. Het Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld geeft dan richting aan de deze realisatie en zorgt voor borging van de kwaliteit.
deel I: Het kader Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
25
26
November 2022
DEEL II:
Ruimtelijke kwaliteitseisen
1. De dijk 2. Het buitendijkse gebied 3. Bijzondere elementen en objecten 4. Bijzondere plekken 5. Kwaliteitsborging en doorwerking
Maasdijk ten westen van Megen. Foto: Maikel Samuels.
1 De dijk
Het realiseren van een veilige dijk is de hoofdopgave, maar daarnaast is ook de ruimtelijke kwaliteit van belang en spelen andere uitgangspunten een belangrijke rol, zoals als een goed ingepaste dijk, een herkenbare dijk met eenheid in verscheidenheid, continuïteit en behoud van bestaande kwaliteiten, zoals de hooggewaardeerde, karakteristieke bomen op de dijk. Geen eenvoudige opgave. Dit Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld biedt een handreiking voor een goede inpassing en zorgt voor borging van de ruimtelijke kwaliteit, nu en in de toekomst.
1.1 Basis-uitgangspunten Voor de vormgeving en inrichting van de dijk gelden een aantal basis-
1.
binnenwaarts in grond waar ruimte is;
uitgangspunten:
2.
buitenwaarts in grond bij belemmeringen aan binnenzijde en beperkte invloed
•
Een sobere en doelmatige inpassing.
•
De huidige dijkvorm is de basis: dijk met tuimelkade of moderne gronddijk.
•
In principe geen as-verschuivingen (tenzij dit buitenwaarts ruimte oplevert en
op rivier; 3.
constructies of innovaties bij belemmeringen aan binnenzijde, zoals bebouwing, waterpartijen, (grote) invloed op rivier, of kosteneffectiviteit.
er binnenwaarts geen beperkingen zijn). •
Inpassing in het landschap; reageren op het landschap; behouden van
Deze basis-uitgangspunten leiden tot de spelregels en ontwerpprincipes zoals
essentiële waarden en bestaande kwaliteiten.
hierna geformuleerd.
•
Continuïteit in het ruimtelijk beeld en de profielopbouw.
•
Eenheid in verscheidenheid: grotere aaneengesloten dijksecties en tegengaan van versnippering.
•
Toepassing van de volgende hiërarchie:
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
29
1.2 Dwarsprofiel van de dijk 1.2.1 Dijk met tuimelkade • Kruinbreedte dijk varieert (ca. 6-8 m); huidige kruin is uitgangspunt. • Kruinbreedte tuimelkade: 4 m. • Waar binnendijks geen maatregelen nodig zijn aan het dijklichaam of deze anders worden getroffen (bijvoorbeeld middels constructie), blijven huidige taludhellingen zoveel mogelijk behouden. Bij een noodzakelijke aanpassing is de taludhelling 1:3. • Taludhellingen buitendijks: 1:3. • Taludhelling tuimelkade binnendijks (tussen rijbaan en fietspad): indien technisch mogelijk bij voorkeur 1:2; anders 1:3. • Steunbermen zijn ondergeschikt aan de hoofdvorm van de dijk en niet hoger dan 1/3 van de totale hoogte van de dijk (gemeten vanaf maaiveld); voor buitendijkse bermen vormt de hoogte van de tuimelkade het referentiepunt, voor binnendijkse bermen geldt de hoogte van de oude dijk (met weg) als referentiepunt. < huidige breedte >
2/3 1/3
evt. steunberm
l te
la ee
v
variabel binnendijks lokaal maatwerk
30
November 2022
4m
1:3
2/3 <
hoofdvorm dijk
continue profiel
deel II - 1. Dijk
knik
>
2
1:
ud
o eh
b
en
<
• Breedte steunberm minimaal 4 m. • Wanneer steunbermen smaller zijn dan 4 m, of het hoogteverschil kleiner dan 0,5 m, moet gezocht worden naar een taludverflauwing tot maximaal 1:4 om onnodige en nauwelijks waarneembare knikpunten in de dijk te voorkomen. Hierbij is extra buitenwaartse verbreding een aandachtspunt. • Herkenbare overgang tussen hoofdvorm van de dijk en bermen door knik. • Rijbaan voor gemotoriseerd verkeer en snelfietsers op de dijk 3,5 m breed (excl. kantstroken), fiets- en wandelpad van 2,5 m breed op de tuimelkade (gecombineerd met inspectie- en schouwpad). • Bomen op de tuimeldijk behouden en aanvullen waar gaten zijn ontstaan: aansluiten op bestaande bomenlaan (populieren zijn veelal niet behoudenswaardig).
>4m
>
steunberm
1/3 > 0.5 m
variabel buitendijks
maaiveld
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
31
1.2.2 Moderne gronddijk • Kruinbreedte dijk: minimaal 6.5 m. • Taludhellingen hoofdvorm: ca. 1:3 (niet flauwer dan 1:4). • Steunbermen ondergeschikt aan het hoofdvolume van de dijk en niet hoger dan 1/3 van de totale hoogte van de dijk (gemeten vanaf maaiveld). • Breedte steunberm minimaal 4 m. • Bij hoogteverschillen kleiner dan 0.5 m of bermbreedtes minder dan 4 m, moet gezocht worden naar een taludverflauwing tot maximaal 1:4 om onnodige en nauwelijks waarneembare knikpunten in de dijk te voorkomen. Hierbij is extra buitenwaartse verbreding een aandachtspunt. • Herkenbare overgang tussen hoofdvorm van de dijk en bermen door knik. • Rijbaan gecombineerd voor alle verkeer, 3.5 m breed (excl. kantstroken).
knik
2/3 < >4m > maaiveld / pipingberm 1/3
steunberm
variabel binnendijks lokaal maatwerk (met soms pipingbermen)
32
November 2022
deel II - 1. Dijk
knik
< min. 6.5m >
1:3
1:3
2/3 < >4m >
hoofdvorm dijk
continue profiel
steunberm
1/3
> 0.5 m
variabel buitendijks
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
33
1.2.3 Bij ruimtegebrek Constructies worden zoveel mogelijk onzichtbaar weg gewerkt en onder het maaiveld opgenomen. Waar dit niet kan, wordt de damwand netjes afgewerkt, met een groene aankleding of in beton. In de openbare ruimte: • Indien wegens ruimtegebrek damwanden moeten worden toegepast om het hoogteverschil op te vangen, worden deze uitgevoerd beton, al dan niet voorzien van reliëf/structuur daar waar het gewenst. • Damwanden sluiten aan op reliëf van het maaiveld. • Alle randen worden afgewerkt. • Ravenstein is een uitzondering; de gewenste beeldkwaliteit staat apart beschreven. Bij woningen: • Indien wegens ruimtegebrek damwanden moeten worden toegepast om het hoogteverschil op te vangen, worden deze bekleed in afstemming met bewoners. • Damwanden sluiten aan op reliëf van het maaiveld. • Alle randen worden afgewerkt.
Betonnen damwand bij ruimtegebrek: glad, of met structuur op bijzondere plekken (bijvoorbeeld in de openbare ruimte)
Er wordt aangesloten op het reliëf van het maaiveld
Niet zo dus, maar aansluiten op het reliëf van het maaiveld; haakse hoeken hier ongewenst.
34
November 2022
deel II - 1. Dijk
x
1.3 Lengteprofiel van de dijk Er is gezocht naar grote eenheden in continuïteit van het profiel, waarbij de huidige dijkvorm en de as van de dijk steeds het uitgangspunt vormen. Dit houdt in dat er steeds over grotere lengten een afwisseling is van twee hoofdvormen: de moderne gronddijk en de dijk met tuimelkade. De continuïteit wordt gevormd door: • Een zoveel mogelijk vaste taludhelling van het bovenste deel van de dijk van 1:3. • Een uniforme inrichting van de rijbaan. • Een uniforme vegetatie en beheer op de dijk en de steunbermen. • Onopvallende overgangen tussen verschillende dijkvormen door ruimtelijke structuren te benutten of vloeiende overgangen te realiseren. • Een draadraster (waar nodig) onderaan de dijk die de ruimtelijke eenheid van dijk en steunberm begrenst; door dit raster iets uit de dijkteen te plaatsen, ontstaan kansen voor een smal graspaadje.
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
35
1.3.1 Dijk met tuimelkade
1.3.2 Moderne gronddijk
• Over langere lengte continuïteit in de hoofdvorm (zie dwarsprofielen 1.2). • De huidige dijkvorm is uitgangspunt; bij voorkeur geen asverschuivingen. • In het ruimtelijk beeld horen de steunbermen bij de dijk; dit komt tot uiting in een vegetatie van bloemrijk grasland en door de begrenzing met een afrastering in de teen van de dijk. • De rijbaan is ca. 3.5 m breed, het fiets- en wandelpad op de tuimelkade is 2.5 m breed.
• Over langere lengte continuïteit in de hoofdvorm (zie dwarsprofielen 1.2). • De huidige dijkvorm is uitgangspunt; bij voorkeur geen asverschuivingen, tenzij het buitenwaarts ruimte oplevert en er binnenwaarts geen beperkingen zijn. • Behoud van subtiele bochten in de dijk (zoals bij de Kasteeldijk). • In het ruimtelijk beeld horen de steunbermen bij de dijk; dit komt tot uiting in een vegetatie van bloemrijk grasland en door de begrenzing met een afrastering in de teen van de dijk. • De rijbaan is 3.5 m breed.
variabel
36
November 2022
1:
3
continue van ruimtelijke beeld jk di de
1: 3
2
1:
variabel
variabel
deel II - 1. Dijk
1:3
continue d van ruimtelijke beel jk di de
variabel
1.3.3 Overgangen tussen verschillende dijkvormen Doordat de huidige dijkvorm het uitgangspunt is voor de dijkversterking, zijn overgangen tussen de twee hoofdvormen van moderne gronddijk en dijken met tuimelkade onvermijdelijk. Daarbij is de omgeving van grote invloed op de vormgeving van de dijkverbetering (lengte en hoogte van de bermen, constructie). Zorgvuldig vormgegeven overgangen is een vereiste om een zo rustig en helder mogelijk beeld te verkrijgen, zonder onduidelijke tussenvormen. Scherpe hoeken en abrupte overgangen zijn niet wenselijk. Het fietspad op de tuimelkade ligt op hetzelfde niveau als de rijbaan op de moderne gronddijk. De rijbaan op de moderne gronddijk gaat met een flauwe en vloeiende beweging over in de rijbaan op de dijk naast de tuimelkade (tenzij snelheidsbeperkende maatregelen wenselijk zijn, zie paragraaf 1.4.8). Er zijn meerdere opties mogelijk. 1. Waar mogelijk worden aanwezige ruimtelijke structuren, zoals wegen, inritten, perceelsgrenzen, watergangen en dergelijke, aangegrepen om deze overgangen te creëren. Dit betekent dat soms een overmaat aan het profiel gegeven wordt. 2. Een tweede optie is, om daar waar mogelijk en/of wenselijk, nieuwe landschappelijke aanleidingen aan te grijpen en deze zo te positioneren dat ze de overgang tussen dijkvormen kunnen opvangen.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan een nieuwe dijkopgang ten behoeve van een recreatieve route in het buitendijkse gebied. 3. De derde optie is om overgangen vloeiend in elkaar over te laten gaan, door taludhellingen en bermlengtes langzaam weg te laten lopen. Door hier vooral bochten in de dijk te benutten, kunnen deze overgangen zo onopvallend mogelijk gerealiseerd worden.
1. Aanwezige structuren als aanleiding, bijv. wegen en inritten
2. Nieuwe structuren als aanleiding, bijv. bij nieuwe recreatieve routes
3. Vloeiend overlopen over een zekere lengte, zonder abrupte overgang
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
37
1.4 Inrichting 1.4.1 Kruin van de dijk
1.4.2 Wegbreedte
Het uitgangspunt voor de inrichting van de kruin is het zoveel mogelijk behouden van de kruin en eenduidige vormgeving. Daarnaast moeten asverschuivingen op de dijk worden voorkomen (tenzij het buitenwaarts ruimte oplevert en er binnenwaarts geen beperkingen zijn). De kruin van de moderne gronddijk is ca. 6.5 meter breed. De kruin van de tuimeldijk is ca. 6 tot 8 meter breed (huidige breedte) en de kruin van de tuimelkade is 4 meter breed. De inrichting is over grote lengtes zo eenduidig en sober mogelijk.
• Eenheid in het lengteprofiel. • Streven naar een vaste rijbaanbreedte van ca. 3.5 m, asfalt. • Langs de rijbaan worden bermstroken van ca. 0.40 - 0.50 m breed toegepast, uitgevoerd in doorgroeistenen. • Zorgvuldige aansluiting op te handhaven delen van de rijbaan; de nu te handhaven delen van de rijbaan t.z.t. uniform afwerken en aansluiten op de nieuwe wegdelen. • Fietspaden op tuimelkade: 2.5 m breed. • Waar de dijk samenvalt met de provinciale wegenstructuur (zoals de N625), blijven de huidige weginrichting en rijbaanbreedte behouden.
huidige breedte ca.6-8m
<
ca. 0,5m < ><
Dijk met tuimelkade
38
November 2022
3,5m
ca. 0,5m >< >
< >
<
4m
>
minimaal 6.5 m
ca. 0,5m < ><
< 2,5 m >
3,5m
Moderne gronddijk
deel II - 1. Dijk
>
ca. 0,5m >< >
1.4.3 Inrichting van de rijbaan
1.4.4 Fietspaden op de dijk
• • • •
• Op de tuimeldijken ligt een vrijliggend fietspad van 2.5 m op de tuimelkade. • Deze wordt uitgevoerd in asfalt, vergelijkbaar met de rijbaan. • Op de moderne gronddijk is sprake van gedeeld weggebruik en worden geen aparte fietsstroken aangebracht.
Eenheid in het lengteprofiel. Weg uitgevoerd in asfalt. Behouden van het huidige sobere karakter. Er wordt geen belijning aangebracht; de rijbaan is sober vormgegeven met zo min mogelijk aanduidingen en markeringen. • Eenduidige kantmarkering middels kantstroken van doorgroeistenen, van ca. 0,40 - 0,50 m; variaties opvangen in kantstroken; bij aansluitende wegen worden de kantstroken onderbroken. • Uitzondering zijn waar de dijk samengaat met provinciale wegen; hier blijft huidige inrichting behouden. • De rijbaan op de moderne gronddijk ligt hoger dan de rijbaan op de tuimeldijk; de overgang is vloeiend en onzichtbaar, maar desgewenst kan deze plek juist aangegrepen worden voor een snelheidsbeperkende maatregel, door het hoogteverschil op te vangen in een (kleine) drempel (zie 1.4.8).
Tuimeldijk
< 2,5m > vrijliggend fiets- en voetpad
rijbaan Moderne gronddijk
< Behouden van het huidige sobere karakter van de rijbaan
Kantstroken van doorgroeistenen
3,5m
>
fietsen op de rijbaan zonder markering
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
39
1.4.5 Parkeren op en langs de dijk Incidenteel parkeren op de dijk bij woningen • Huidige parkeermogelijkheden bij woningen handhaven. • Geen verdere uitbreiding van het parkeren op de dijk. • Overige parkeerplekken zoveel mogelijk concentreren bij transferia en grotere parkeerplaatsen (zoals bij Ravenstein). • Uitvoeren in doorgroeistenen, vergelijkbaar met de kantstroken langs de rijbaan. Parkeren transferia • Parkeerplaatsen worden binnendijks gerealiseerd; uitzondering is de parkeerplaats bij Megen langs de N329. • Ruimte bieden aan fietsparkeerplekken. • De parkeerplaatsen hebben een groen, sober en terughoudend karakter en maken deel uit van het groene landschap. • Groene afscheiding middels inheemse en streekeigen beplanting, zoals meidoornhagen. • De parkeerplaats en rijbanen (inclusief aansluiting naar de dijk) worden uitgevoerd in doorgroeistenen. • Bij parkeerplaats Megen geldt dat deze goed landschappelijk en groen ingepast wordt, met behoud van het historisch aanzicht van het stadje en waarbij auto’s zoveel mogelijk uit het blikveld zijn weg genomen.
Parkkeerplaatsen van doorgroeistenen
Parkeerplaatsen hebben een groen, sober en terughoudend karakter en maken deel uit van het groene landschap.
40
November 2022
deel II - 1. Dijk
1.4.6 Op- en afritten Bij woningen, bedrijven en percelen • Ondergeschikt aan de dijk. • Ze liggen bij voorkeur zoveel mogelijk parallel aan de dijk. • Eenduidige vormgeving in op- en afritten. • Elk woon- en/of bedrijfskavel behoudt minimaal één aansluiting, maar het is wel wenselijk het aantal inritten te minimaliseren waar mogelijk, zoals bij de parallel gelegen Onderweg. Het toevoegen van nieuwe op- en afritten moet zoveel mogelijk voorkomen worden. • De verharding van de dijk is altijd leidend en wordt niet onderbroken t.b.v. op- en afritten. Eventuele kantstukken mogen wel onderbroken worden t.b.v. een goede aansluiting. • Op- en afritten worden uitgevoerd in één type materiaal; bij voorkeur uitgevoerd in doorgroeistenen, om zo het groene karakter van de dijk te versterken.
Op- en afritten parallel aan de dijk
Op- en afritten van aansluitende wegen • Bijzonder moment op de dijk, i.p.v. ondergeschikt. • Veelal haaks op de dijk. • De kantverharding langs de weg op de dijk wordt onderbroken • Markering middels laanbeplanting, een boom of boomgroep (zie paragraaf ‘vegetatie op de dijk’).
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
41
Beheertoeritten • Ondergeschikt aan de dijk; hoofdvorm van de dijk moet herkenbaar blijven. • Groen karakter. • Zoveel mogelijk aanwezige infrastructuur benutten. 1. Indien een bestaande weg of toerit op hetzelfde niveau als de steunberm uitkomt, wordt de beheerstrook via deze toerit of weg ontsloten. 2. Wanneer de weg of toerit niet op hetzelfde niveau als de steunberm ligt, vindt toegang naar de beheerstrook plaats in de oksel.
1. Toegang van de beheerstrook/steunberm via bestaande weg of toerit
3. Indien er geen weg of toerit aanwezig is en toegang tot de beheerstrook op de steunberm is gewenst, wordt een eenvoudige toerit in gras voorgesteld.
2. Toegang van de beheerstrook/steunberm via de oksel van de dijk en weg/toerit
3. Toegang van de beheerstrook/steunberm via eenvoudige toerit
42
November 2022
deel II - 1. Dijk
1.4.7 Markering bebouwde kom • Eenheid in markering en bebording langs de gehele dijk. • Voorkomen van “poort”, dus eenzijdige markering, bij voorkeur aan binnendijkse zijde. • Plaatsing van het bord vlak langs de weg, fungeert als snelheidsremmer.
1.4.8 Snelheidsbeperkende maatregelen • Indien aanvullende snelheidsbeperkende maatregelen gewenst zijn, worden hiertoe bij voorkeur de plaatsen aangegrepen waar het fietspad van de tuimelkade overgaat op de rijbaan. • In de vorm van een drempel: de rijbaan naast de tuimelkade is lager gelegen dan de weg op de moderne gronddijk; door deze overgang met een steiler talud vorm te geven, ontstaan een drempel. • De rijbaan op de dijk is continue. • De inrichting en vormgeving is terughoudend en sober.
Het fietspad op de tuimelkade ligt net zo hoog als de rijbaan op de gronddijk; de rijbaan naast de tuimelkade ligt lager; daar waar het fietspad de rijbaan op gaat en de tuimeldijk overgaat in de moderne gronddijk kan eventueel aangegrepen worden om snelheidsbeperkende maatregelen te treffen door het hoogteverschil op te vangen middels een drempel.
1.4.9 Verlichting op de dijk • Langs de gehele dijk wordt hetzelfde type armatuur toegepast, met uitzondering van Ravenstein en Megen. • Buiten de bebouwde kom wordt geen extra verlichting aangebracht t.o.v. de huidige situatie. Voor aanwezige verlichting wordt bezien of deze noodzakelijk is en zo ja op welke wijze deze het best passend is in het dijkenlandschap.
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
43
1.4.10 Wandelen langs de dijk • Aan de onderzijde van de dijk is ruimte voor een eenvoudig wandelpaadje als onderdeel van het fijnmazig routenetwerk. Een uitgemaaid spoortje kan hiertoe volstaan. • Voldoende afstand houden van de dijkteen i.v.m. erosie (zie ook § 1.6). • Dit kan zowel binnen- als buitendijks. • Grasmengsel, aanleg en beheer afstemmen op gewenste beeld en functie.
Graspaadje onderaan de dijk
44
November 2022
deel II - 1. Dijk
1.5 Vegetatie 1.5.1 Bomen op de dijk De bomendijken ter hoogte van kernen zijn karakteristiek voor het projectgebied. De dijk is hier zo ontworpen dat de bomen behouden kunnen blijven. Het groene en besloten karakter is van grote (cultuurhistorische) waarde en het behoud van de karakteristieke bomenstructuur doet recht aan de essentiële waarden van ruimtelijke kwaliteit. In de kernzone van de dijk is geen overige beplanting toegestaan. • Behouden van de waardevolle bomen op de dijk (linde, noot, eik, es, kastanje). De bomen staan buiten de kernzone van de dijk. • Waar gaten zijn gevallen in de laanstructuur, worden deze aangevuld; in soort en positie aansluiten op bestaande laanbeplanting. • Waar brede bermen ontstaan als het gevolg van buitenwaartse versterking van de tuimelkade, wordt bezien of deze plaatselijk aangevuld kunnen worden met bomen. • Ook in de toekomst is het van belang de waardevolle groenstructuren te behouden en toekomstig ontstane gaten (bijvoorbeeld door storm, ziekte, aanrijding) weer aan te vullen met nieuwe bomen. Hierbij wordt in soort en positie aangesloten op de bestaande bomenstructuur. • Soorten als wilg en populier zijn minder behoudenswaardig en zullen hier en daar moeten wijken vanwege de dijkverbetering.
Bestaande bomendijk
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
45
1.5.2 Beplanting bij dijkopgangen • Bij dijkopgangen is de beplanting veelal gekoppeld aan de beplanting in de aantakkende straat. Daar waar bomen langs dijkopgangen gekapt moeten worden ten behoeve van de dijkverbetering en die deel uitmaken van een laanstructuur, wordt dezelfde soort bomen teruggeplant in aansluiting op de soort en positie van de bomen langs de aantakkende straat. • Bij voorkeur worden dijkopgangen gemarkeerd middels een boom of boomgroep (eik, linde, noot, kastanje). • Daar waar een beeldbepalende boomgroep of solitaire boom bij de dijkopgang verwijderd moet worden ten behoeve van de dijkverbetering, worden soorten als eik, linde, noot, kastanje terug geplant. Soorten als populier zijn minder behoudenswaardig. • Waar bomen vanwege de dijkverbetering moeten verdwijnen (zoals bij de Onderweg), wordt naar compensatie gezocht, bijvoorbeeld op de aangrenzende erven.
Markante boom bij dijkopgang (foto boven) of tegenover dijkopgang (foto hieronder)
Beplanting langs de dijkopgangen behouden en/of versterken
46
November 2022
deel II - 1. Dijk
1.5.3 Beplanting en landgebruik op bermen
1.5.4 Incidentele beplanting op de steunberm op bijzondere plekken
Steunberm: • Binnen het kernprofiel (waaronder de steunbermen) van de dijk wordt geen opgaande vegetatie toegestaan; geen beplanting tot 10 m uit de buitenteen en 4 m uit de binnenteen (ter hoogte van de bestaande bomen op de dijk is de dijk zo ontworpen dat de bomen buiten de kernzone van de dijk staan). • De steunbermen maken deel uit van de ruimtelijke eenheid van de dijk en hebben een zelfde vegetatie (bloem- en kruidenrijk grasland) en beheer als de dijk.
In principe wordt er geen beplanting op de steunberm toegestaan. Incidenteel kan echter beplanting op de steunberm toegestaan worden op bijzondere, specifieke cultuurhistorische plekken, zoals bij Huis te Dieden of nabij dorpskernen. • • • • • •
De steunberm met beplanting maakt deel uit van een ensemble met een erf en/of bebouwing. De beplante steunberm maakt deel uit van het erf en kent een logische begrenzing (bijvoorbeeld een inrit). Er wordt een voldoende dikke leeflaag aangebracht (0,5 m); hierop kan beplanting tot 5 m hoogte groeien. De beplanting op de steunberm draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde, bijvoorbeeld een fruitgaard. Er worden duidelijke afspraken gemaakt over beheer en eigenaarschap. Hekwerken op de dijk zijn niet toegestaan.
Incidentele beplanting op de steunberm op bijzondere plekken
deel II - 1. Dijk
Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas
47
1.5.5 Beplanting in de dijkvoet
1.5.6 Grasmengsels dijktaluds
Hier en daar komen in de dijkvoet rabatbosjes voor. Deze hebben ecologische waarden en zijn karakteristiek voor het rivierengebied. Waar de versterking van de dijk kan plaatsvinden zonder aantasting van de bosjes heeft dat de voorkeur.
• Het streven is naar een bekleding van de dijk met een goed ontwikkelde zode, bestaande uit grassen en kruiden, ook bloemrijke dijk genoemd. • Een goed doorwortelde zode bij aan de erosiebestendigheid van het talud tegen golven en stroming. De soortenrijkdom van de begroeiing draagt bij aan robuustheid en veerkracht, en kan zich goed handhaven zowel bij grote droogte als overvloedige neerslag. Ook draagt een bloemrijke dijk bij aan landschap, biodiversiteit en cultuurwaarden. • Voor de inrichting en het beheer van de dijktaluds wordt zo veel mogelijkaangesloten op de adviezen van de STOA handreiking grasbekleding, waaronder: • Gebruik van inheemse soorten, bij voorkeur gebiedseigen of stroomdaleigen zaden. • Waar mogelijk aanbrengen van een zandige of zavelige toplaag. • Goed afgestemd maaibeleid vanwege gewenste ecologische waarden en ruimtelijke kwaliteit.