Bijlage III NvA definitief toetsingsadvies commissie mer meanderende maas fase 2
Tekst van het document
Meanderende Maas, fase 2 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 31 januari 2024 / projectnummer: 3772
Advies over het MER en de aanvulling daarop De Stuurgroep Meanderende Maas1 wil de dijk tussen Ravenstein en Lith versterken. Aan beide zijden van de Maas krijgt de rivier meer ruimte en worden de uiterwaarden opnieuw ingericht. Het voornemen is om grond af te graven voor de rivierverruiming en die grond vervolgens te gebruiken voor de dijkversterking. Voor de besluiten hierover is een milieueffectrapport (hierna: MER) opgesteld. De provincie Noord-Brabant heeft mede namens de provincie Gelderland, de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over MER. De Commissie constateerde eerder dat het MER van goede kwaliteit is en veel nuttige informatie bevat. Op twee punten miste ze informatie die essentieel is voor het besluit over de dijkversterking.2 Daarop heeft de initiatiefnemer een aanvulling3 opgesteld. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en volledigheid van het MER en de aanvulling.
Wat staat in het MER en de aanvulling? Voor de dijkversterking is veelal gekozen voor het behouden van historische dijken.3 In het MER staat dat de kans op overstroming afneemt en dat de effecten op natuur overwegend positief zijn als het project is voltooid. Er is ook een sterk positief effect op landschap en erfgoed, maar een sterk negatief effect op archeologie. De aanvulling gaat uitvoerig in op de landschappelijke effecten van het dijkontwerp. Zo zijn de (negatieve) effecten beschreven van flauwe buitentaluds en bermen die hoog aansluiten op het binnentalud. De aanvulling bevat een motivatie waar en waarom deze maatregelen nodig zijn. De aanvulling gaat daarnaast in op de waardering van de Lelyzone en op de beoordeling van de effecten van het dijkontwerp op het cultureel erfgoed. De Lelyzone, een plaatselijke verlaging van het maaiveld die als doel had om de waterafvoer te optimaliseren, wordt beknopt behandeld in de aanvulling. De aanvulling stelt dat de maaiveldverlaging (variërend van 50 cm tot ruim 1 meter boven stuwpeil) het landschap beter leesbaar maakt en dat de steilrand4 zichtbaar wordt.
Wat is het advies van de Commissie? Met de aanvulling voor landschap is een grote slag gemaakt die veel relevante informatie oplevert. Het aangevulde MER beschrijft nu op een duidelijke manier de effecten van het dijkontwerp op het landschap. Ook is inzichtelijk gemaakt op welke plekken de taluds mogelijk minder flauw gemaakt kunnen worden zonder aan waterveiligheid in te boeten. Er blijven wel onzekerheden bestaan over de onderbouwing van de effecten op de Lelyzone. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvulling daarop de essentiële informatie bevatten om een besluit te kunnen nemen over het project Meanderende Maas waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. 1
Waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, provincies Noord-Brabant en Gelderland, gemeenten Oss, West Maas en Waal,
Wijchen, Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten.
2 3 4
Advies van 8 november 2023: Adviezen - Commissiemer.nl.
Aanvulling milieueffectrapport, project Meanderende maas Ravenstein-Lith, planuitwerking, december 2023. Steil talud op de overgang van de dijk naar de Lelyzone.
-1-
In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe. Aanleiding project-MER De dijk langs de Maas tussen Lith en Ravenstein moet versterkt worden aan de Brabantse zijde, over een lengte van ruim 26 kilometer. Het waterschap stelt het projectbesluit op en de mer-plicht is gekoppeld aan de goedkeuring daarvan door de provincie(s). De stuurgroep Meanderende Maas wil hiermee de waterveiligheid borgen. Tegelijkertijd krijgt de rivier meer ruimte en worden de uiterwaarden ingericht. Voor de uiterwaarden aan beide zijden is het doel het versterken van de natuur, de (ecologische) waterkwaliteit en de gebiedskwaliteiten. Voor dit project is in 2017 een verkenning gestart en een voorkeursalternatief samengesteld. Voor het besluit daarover, een Interprovinciale structuurvisie, is een MER 1e fase opgesteld. De Commissie adviseerde in die fase tweemaal.5 In de planuitwerking is het voorkeursalternatief verder uitgewerkt en een project-MER opgesteld. Dit wordt ook wel het MER 2e-fase genoemd. Het uitgewerkte voorkeursalternatief wordt vastgelegd in een projectplan Waterwet, vergunningen en bestemmingsplanwijzigingen. De besluiten en de bijbehorende documenten zijn te vinden op meanderendemaas.nl. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER.
Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de provincie NoordBrabant en de provincie Gelderland – besluit over het projectplan Waterwet dijkversterking RavensteinLith. De overige bevoegde gezagen en besluiten zijn in de bijlage bij dit advies opgenomen. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3772 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies De Commissie wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie.
Landschap en cultureel erfgoed Landschap In een deel van het traject zijn flauwe buitentaluds (met een helling van 1:4 tot 1:5) gepland of de aanleg van buitenbermen voorzien. Minder steile taluds hebben grote effecten voor het landschap, het zoveel mogelijk beperken daarvan is dus positief. De landschappelijke effecten van dit dijkontwerp waren in het MER niet beschreven en zijn in de aanvulling uitvoerig en duidelijk beschreven. Het gaat dan om de effecten van flauwe buitentaluds en bermen die hoog aansluiten op het binnentalud. 5
Adviezen - Commissiemer.nl.
-2-
Er wordt onderbouwd waar en waarom deze maatregelen nodig zijn en waarom van de uniforme hoofdprofielen (dwars- en lengteprofiel) wordt afgeweken. Precies waar en over welke lengte het dijkontwerp daarvan afwijkt wordt duidelijk beschreven. De informatie die de Commissie heeft gevraagd is daarmee aanwezig. De Commissie heeft waardering voor de voorgestelde mitigerende maatregelen en optimalisaties uit paragraaf 3.4. Specifieke gebieden zoals bijvoorbeeld bij de Diedensche Uiterdijk en de Hemelrijkse Waard worden nader onderzocht. In het proces naar het uitvoeringsontwerp zijn er op een aantal locaties mogelijkheden om taludhellingen meer richting 1:3 aan te passen.
Cultureel erfgoed Er is in het verleden, bij het kanaliseren van de Maas benedenstrooms van Grave aan weerszijden van de rivier een verlaagde zone gegraven, de Lelyzone. De effecten van het project op deze Lelyzone zijn in het MER positief beoordeeld. In het voorlopige toetsingsadvies vroeg de Commissie om deze positieve effectbeoordeling verder te onderbouwen. Zij schatte namelijk in dat een neutrale of minder positieve effectbeoordeling ook verdedigbaar is. De aanvulling geeft in paragraaf 2.2 (Referentiesituatie) een korte beschrijving van de Lelyzone; namelijk de plaatselijke verlaging en het bijbehorende hoogteverschil. Vervolgens wordt in de aanvulling gesteld dat de maaiveldverlaging met steilrand het landschap beter leesbaar maakt. Het effect op de Lelyzone is daarna als positief beoordeeld in de aanvulling. De Commissie wijst erop dat met deze korte onderbouwing de erfgoedwaarden van de Lelyzone en de effecten daarop nog niet volledig zijn beschreven. Er wordt namelijk niet ingegaan op de cultuurhistorische waarde die de genoemde elementen vertegenwoordigen. Daardoor blijven er onzekerheden bestaan over de effecten op de Lelyzone. Voor het projectbesluit is een verdere onderbouwing niet essentieel maar er is bij de nadere uitwerking van het ontwerp nog wel winst te halen. Daarom beveelt de Commissie aan om de waardering van de Lelyzone in dat kader te aan te vullen.
-3-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het
gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: drs. Marinus Kooiman Marianne Schuerhoff MSc (secretaris) drs. Liesbeth van Tongeren (voorzitter) Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld
De ontwerpbesluiten van projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith, projectplan Waterwet geulen en weerdverlaging Meanderende Maas, de herziening van het Bestemmingsplan buitengebied Oss (rivier), de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan Oss (dijk), de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan West Maas en Waal en de ontgrondingenvergunningen in Gelderland en Noord-Brabant. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. Onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D03.1 (uitbreiding van een binnenvaarweg), D03.2 (aanleg of wijziging van primaire waterkeringen), D09 (landinrichting), C16.1 (winning van oppervlaktedelfstoffen). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluiten Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en provincie Gelderland, Waterschap Aa en Maas, gemeente Oss, gemeente West Maas en Waal.
Initiatiefnemer besluiten Stuurgroep Meanderende Maas, een samenwerkingsverband tussen provincies Noord-Brabant en Gelderland, waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, gemeenten Oss, West Maas en Waal, Wijchen, Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten. Bevoegd gezag m.e.r.-procedure Provincie Noord-Brabant.
Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 24 oktober 2023 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3772 in te vullen in het zoekvak.