Bijlage bij toelichting 09-Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk dd 16-10-2024
Tekst van het document
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein
Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage
: AMO240231.004/MBS : 16 oktober 2024
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein
Opdrachtgever
: Gemeente Oss Postbus 5 5340 BA OSS
Contactpersoon Aelmans Milieu Veldwerker(s) Datum uitvoering veldwerk
: ing. J.A.A. van Vliet : dhr. R. Reinders : 15, 16 & 18 juli 2024
Opsteller rapportage Handtekening
: dhr. M. Bosma :
Collegiale Toets Handtekening
: dhr. J.A.A. van Vliet :
Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V. Landweerstraat-Zuid 109 T +31 (0)412 65 50 58 oss@aelmans.com www.aelmans.com/milieu
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486.
Aelmans Milieu voert zijn onderzoeken en keuringen zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk onderzoek of keuring is echter gebaseerd op een steekproef. Het is dus mogelijk dat afwijkingen voorkomen, of dat er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die niet in dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Het onderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na het onderzoek kan een situatie immers wijzigen. Aelmans Milieu acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook .
Inhoud 1
INLEIDING ....................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3
A ANLEIDING ............................................................................................................................................... 1 DOELSTELLING............................................................................................................................................ 2 UITVOERING ............................................................................................................................................... 2
2
DOORLATENDHEIDSONDERZOEK .................................................................. 3
3
MOGELIJKHEDEN VOOR INFILTRATIE ............................................................ 5 3.1 3.2 3.3 3.4
4
WATERPLAN.................................................................................................... 7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
A LGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 TOETSING ................................................................................................................................................... 5 DUIDING .................................................................................................................................................... 5 INTERPRETATIE............................................................................................................................................ 6
W ETTELIJK KADER....................................................................................................................................... 7 BRONNEN................................................................................................................................................... 7 HUIDIG GEBRUIK EN TOPOGRAFIE................................................................................................................. 7 MAAIVELDVERLOOP .................................................................................................................................... 8 BELEID EN UITGANGSPUNTEN ...................................................................................................................... 8 PLANONTWIKKELING................................................................................................................................. 11 O PZET TOEKOMSTIGE WATERHUISHOUDING............................................................................................... 12
CONCLUSIE.................................................................................................... 15
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
L IGGING ONDERZOEKSLOCATIE L OCATIEOVERZICHT MET BOORPUNTEN BOORSTATEN
AMO240231.004/MBS
1 Inleiding 1.1
Aanleiding De gemeente Oss heeft Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek en het formuleren van een waterplan ten behoeven van de realisatie van een gemeenschapshuis te Ravenstein. De onderzoekslocatie betreft het plangebied Bovenste Hoornwerk, gelegen aan de Bleek te Ravenstein. Het perceel is kadastraal bekend onder gemeente Ravenstein, sectie A, nummers 1622 en 1702. De doorlatendheid van de bodem is een van de bepalende factoren voor het dimensioneren en het (blijven) functioneren van infiltratie- en drainagesystemen. Daarnaast speelt de doorlatendheid een belangrijke rol bij grondwateroverlast. Inzicht in doorlatendheid is dus van groot belang bij de planvoorbereiding voor hemelwaterinfiltratie of grondwaterdrainage. Voor de hemelwatervoorzieningen wordt rekening gehouden met de toe te voegen bebouwing en verharding, waarbij wordt gestreefd het hemelwater op een natuurlijke en landschappelijke wijze binnen het eigen plangebied te bergen en te laten infiltreren in de bodem. Locatie
Hoornwerk te Ravenstein
Coördinaten
X, Y (RD) Z (m +NAP)
173524, 423041 7,1
Figuur 1 Ligging plangebied
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
1
AMO240231.004/MBS
1.2
Doelstelling De opdrachtgever heeft het voornemen om op een terrein van circa 1,8 ha een gemeenschapshuis te realiseren. De doelstelling van het onderzoek is om, in afstemming met de betrokken partijen, inzichtelijk te maken wat benodigd is voor de waterhuishouding van het te realiseren gemeenschapshuis.
1.3
Uitvoering Verspreid over het terrein zijn op 15, 16 en 18 juli 2024, 8 boringen tot 2 m-mv gezet. De boorprofielen zijn in bijlage 3 opgenomen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door daarvoor erkende monsternemers. De bovengenoemde boringen zijn gebruikt om de doorlaatfactor voor infiltratie in de bodem te bepalen. Op de projectlocatie zijn 8 doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Om het infiltratievermogen op de locatie te bepalen zijn verschillende methodes geschikt: -
ex-situ, off-site; labtesten (o.a. constant head of falling head test, afhankelijk van de grondslag); in-situ, on-site; veldtesten (bijv. omgekeerde boorgatmethode, Ksat, falling head, sokeaway test).
Het bepalen van de geschiktheid van de bodem voor infiltratie alsmede het vaststellen van de infiltratiesnelheid en bepaling van de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (uit de literatuur) maken onderdeel uit van dit onderzoek. Als er bij de gemeente geen informatie bekend is over de waterdoorlatendheid van de bodem, dan is een uitgebreid onderzoek wenselijk. Dit infiltratieonderzoek is afgeleid van de Leidraad Riolering Module C2510, ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
2
AMO240231.004/MBS
2 Doorlatendheidsonderzoek In tabel 2-1 is een representatief profiel opgenomen, omtrent circa de eerste 12 meter onder het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tabel 2-1: Resultaten van bodem uit BRO REGIS II v2.2 BRO REGIS II v2.2
Coördinaten: 173524, 423041(RD) Maaiveld: 7,10 m+ NAP 0,0 – 4,39 m-mv Holocene afzettingen: Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. kh-waarde: - [m/d] 4,39 – 7,31 m-mv Formatie van Kreftenheye: tweede zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. kh-waarde: 5.0E1 ≤ kh < 1.0E2 [m/d] 7,31 – 11,96 m-mv Formatie van Kreftenheye : derde zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. kh-waarde: 5.0E1 ≤ kh < 1.0E2 [m/d] 11,96 – 12,66 m-mv Formatie van Beegden : eerste zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken . kh-waarde: 1.0E2 ≤ kh < 2.0E2 [m/d]
*kh-waarde: de horizontale doorlatendheid.
De situering van de boorpunten is weergegeven in bijlage 2. De doorlatendheid van de ondergrond kan worden geclassificeerd als vermeld in tabel 2-2
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
3
AMO240231.004/MBS
Tabel 2-2: Classificatie doorlatendheid k (m/d) van
klasse tot < 0,01
Zeer slecht
0,01
0,10
Slecht
0,10
0,50
Matig
0,50
1,00
Redelijk
1,00
5,00
Goed
>5,00
Zeer goed
In tabel 2-3 zijn de resultaten van de doorlatendheidsproeven weergegeven. Hierbij zijn de grondsoorten ook weergegeven. De volledige boorprofielen zijn in bijlage 3 opgenomen. Tabel 2-3: Resultaten doorlatendheidsproeven Locatie
Diepte (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Grondsoort (m-mv)
k-waarde (m/d)
K01
2,0
1,5
Klei (0,0 - 2,0)
0,36
K02
1,6
0,8
Klei (0,0 – 1,6)
0,18
K03
2,0
1,2
Klei (0,0 - 2,0)
0,06
K04
2,0
1,6
Zand (0,0 – 0,3)
0,48
K05
2,0
1,6
K06
2,0
1,0
Klei (0,0 – 2,0)
0,07
K07
2,0
1,7
Zand (0,0 – 0,25)
0,01
K08
2,0
1,5
Klei (0,3 – 2,0) Zand (0,0 – 0,3)
0,24
Klei (0,3 – 2,0)
Klei (0,25 – 2,0) Zand (0,0 – 0,3)
0,04
Klei (0,3 – 2,0)
De doorlatendheid van de laag op filterhoogte varieert van slecht tot matig. De hogere doorlatendheden worden voornamelijk aan de noordzijde van de locatie aangetoond.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
4
AMO240231.004/MBS
3 Mogelijkheden voor infiltratie 3.1
Algemeen Over het algemeen wordt gesteld, dat infiltratie van hemelwater mogelijk is indien aan de volgende eisen wordt voldaan: -
3.2
De doorlatendheid groter is dan ca. 0,3 m/d* ; Het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter minus maaiveld aanwezig is;
Toetsing In tabel 2-2 zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaatse van de geteste bodemlaag op de zoeklocatie. De bodem is geclassificeerd en de doorlatendheid voldoet slechts op enkele punten aan de eerste eis. Aan de tweede eis wordt voldaan, aangezien het grondwater, met uitzondering van K02, op een diepte van minimaal 1,0 m-mv is aangetoond ten tijden van het veldwerk.
3.3
Duiding Tijdens de uitvoering van de infiltratieproeven werd het grondwater tussen de 0,8 en 1,7 m-mv (6,3 en 5,4 m +NAP) onder het maaiveld aangetroffen. Dit is echter een momentopname. In combinatie met de GHG en GLG kan een betere inschatting worden gemaakt van het grondwatergedrag. De gemiddelde seizoen fluctuatie van het grondwaterpeil is, zoals aangegeven te karakteriseren met twee variabelen: de gemiddelde hoogste [GHG] en de gemiddelde laagste grondwaterstand [GLG], uitgedrukt in meter onder maaiveld [m -mv]. Deze twee variabelen werden geïntroduceerd door van Heesen in 1970, die voorstelde om de GHG en GLG te berekenen als het gemiddelde van de drie hoogste/laagste peilen per jaar van minimaal acht jaren, waarbij de grondwaterstand tweemaal per maand wordt gemeten (op of omstreeks de 14e en 28ste dag). Met ‘jaren’ worden hier geen kalenderjaren, maar wel hydrologische jaren bedoeld, die beginnen op 1 april en eindigen op 31 maart. Onderhavig veldwerk is midden juli 2024 uitgevoerd, het grondwaterpeil fluctueert gedurende het jaar. Gewoonlijk wordt de hoogste grondwaterstand (GWS) eind maart bereikt en de laagste GWS doorgaans eind september. Daarnaast varieert het grondwaterpeil van jaar tot jaar. Het waterpeil dat bijvoorbeeld eind maart wordt bereikt, is afhankelijk van de weerscondities in de periode die eraan vooraf gaat.
Uit de informatie van het TNO, geraadpleegd via grondwatertools.nl, blijkt er een peilbuis geplaatst te zijn op circa 215 m ten westen van de onderzoekslocatie (Walstraat 9-12). Van deze peilbuis is een reeks beschikbaar van langer dan 8 jaar. Hieruit blijkt het grondwater in de periode 2012-2020 te Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
5
AMO240231.004/MBS
fluctueren tussen de 5,5 m +NAP en 6,35 m +NAP. Dit komt nagenoeg overeen met de gemeten grondwaterstand op de onderzoekslocatie. In vergelijking met de eigen gemeten grondwaterstanden kunnen we stellen dat de gemeten grondwaterstanden binnen een normaal bereik vallen.
3.4
Interpretatie Infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden, mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Op de locatie te Ravenstein dient, gezien de lage doorlatendheden, er relatief veel ruimte gereserveerd te worden voor infiltratie.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
6
AMO240231.004/MBS
4 Waterplan 4.1
Wettelijk kader In de Omgevingswet (in werking getreden op 1 januari 2024) is opgenomen dat een bestuursorgaan (gemeente, provincie en/of Rijk) bevoegd is besluiten te nemen omtrent een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarmee gemoeid zijn onder andere ook het waarborgen van de veiligheid en specifieke taken in het kader van water, waaronder het veiligstellen van drinkwatervoorziening, het beheer van watersystemen. In de Omgevingswet is opgenomen dat bij een plan een weging van het waterbelang moet plaatsvinden. Het begrip ‘weging van het waterbelang’ houdt voor de relatie tussen water en ruimte in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente moet daarom de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het inschatten van de gevolgen voor het watersysteem. De gemeente is verplicht om deze waterbelangen mee te nemen in de regels die zij in het omgevingsplan voor de fysieke leefomgeving opneemt. Dit is een instructieregel van het Rijk en is opgenomen in artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
4.2
Bronnen Deze watertoets is gebaseerd op de volgende informatie: - Voorontwerp Maurits Cobben architecten bureau, 29-03-2024 - Inrichtingsplan Bovenste Hoornwerk, schetsontwerp, 03-12-2024 - Resultaten van het hiervoor genoemde doorlatendheidsonderzoek - Beleid gemeente Oss (RIBOR 2.4) - Waterbeheerplan waterschap Aa en Maas 2022-2027 - Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater Brabantse waterschappen (2024)
4.3
Huidig gebruik en topografie Momenteel is de locatie ten dele in actief gebruik. De meeste westelijke zijde van de locatie is in gebruik als parkeerplaats. Aangrenzend de parkeerplaats, aan de oostzijde is een skatepark aanwezig. De locatie wordt opgesplitst door een bomenrij met aan de westzijde een voormalige campingterrein. Waar de weg op het campingterrein heeft gelegen zijn nog zichtbare geulen aanwezig. De locatie wordt in het noorden begrenst door de Maasdijk, en de bijbehorende beschermingszones (A en B). Aan de zuid- en oostzijde wordt de locatie begrenst door de Hoornwerkgracht, een A watergang. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,8 ha.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
7
AMO240231.004/MBS
4.4
Maaiveldverloop In onderstaande figuur is het bestaande maaiveldverloop weergegeven, gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Uit de AHN blijk dat de locatie op een hoogte tussen 6,3 m +NAP en 7,1 m +NAP ligt.
Figuur 2 AHN4 maaiveld (viewer.ahn.nl, 2020)
4.5
Beleid en uitgangspunten In deze paragraaf zijn het waterbeleid en de waterhuishoudkundige uitgangspunten uiteengezet. Deze vormen met de huidige bodem- en watersituatie de basis voor de opzet van de toekomstige waterhuishouding in het volgende hoofdstuk. De relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn de Europese Kaderichtlijn Water, Waterbeheerplan 2022-2027, Hydrologische uitgangspunten bij de regels Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater Brabantse waterschappen, RIBOR 2.4 hemelwaterinfiltratie. De belangrijkste gezamenlijke punten uit deze beleidstukken zijn dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening en dat de verdroging en wateroverlast bestreden dienen te worden. In de volgende paragrafen zijn de voor het plangebied relevante beleidsuitgangspunten nader toegelicht.
4.5.1 Europees beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ( “goede toestand”) en die kwaliteit te behouden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheerplan (SGBP). Derhalve word verder verwezen naar de volgende paragraaf.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
8
AMO240231.004/MBS
4.5.2 Nationaal beleid Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Oss in het stroomgebied van de Maas is gelegen. Een belangrijk onderdeel van het SGBP is een maatregelenprogramma. Het maatregelenprogramma bestaat enerzijds uit maatregelen die worden genomen in het kader van bestaande nationale en/of Europese wetgeving (bijv. Europese Nitraatrichtlijn) en anderzijds een groot aantal regionale en locatiegebonden maatregelen. Waterwet De waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteem-benadering’ centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op het perceel gevallen hemelwater. Alleen in uitzonderingsgevallen kan rechtstreeks geloosd worden.
Omgevingswet en Weging van het waterbelang (voorheen watertoets) In de Omgevingswet (in werking getreden op 1 januari 2024) is opgenomen dat een bestuursorgaan (gemeente, provincie en/of Rijk) bevoegd is besluiten te nemen omtrent een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarmee gemoeid zijn onder andere ook het waarborgen van de veiligheid en specifieke taken in het kader van water, waaronder het veiligstellen van drinkwatervoorziening, het beheer van watersystemen. In de Omgevingswet is opgenomen dat bij een plan een weging van het waterbelang moet plaatsvinden. Het begrip ‘weging van het waterbelang’ houdt voor de relatie tussen water en ruimte in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente moet daarom de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het inschatten van de gevolgen voor het watersysteem. De gemeente is verplicht om deze waterbelangen mee te nemen in de regels die zij in het omgevingsplan voor de fysieke leefomgeving opneemt. Dit is een instructieregel van het Rijk en is opgenomen in artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor een aantal specifieke rijksbelangen (bescherming van primaire waterkeringen; behoud waterveiligheid kust; behoud waterveiligheid grote rivieren; IJsselmeergebied) stelt het Bkl aanvullende instructieregels.
Deze zijn echter niet aan de orde voor voorliggend project. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn watercompensatie in verband met toenemende verharding en/of bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
9
AMO240231.004/MBS
Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21 e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkomen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21 e eeuw “Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient” uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergenafvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 In Nederland liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, we moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelt de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027.
Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart, en de functies van de Rijkswateren. 4.5.3 Regionaal beleid Waterbeheerplan 2022-2027 Het waterbeerplan 2022-2027 beschrijft wat het waterschap Aa en Maas in de planperiode wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. Uit het plan blijk dat men de naastgelegen waterkering (Maasdijk) de komende jaren wil versterken (2023-2028). Omdat het plangebied ten noorden deels binnen de beschermingszone B van de waterkering (Maasdijk) valt en ten zuiden en oosten wordt begrensd door een A-watergang waarvoor een beschermingszone van 5 meter geldt zal een aanvullende vergunning noodzakelijk zijn. Beleid gemeente Oss De gemeente Oss heeft ten behoeve van het realiseren van ontwerpen in de openbare ruimte uitgangspunten vastgesteld in de ‘Richtlijnen Inrichting en Beheer Openbare Ruimte (RIBOR)”. In RIBOR 2.4 worden de uitgangspunten voor hemelwater infiltratie beschreven.
De volgende normen worden gelden: • Zoveel mogelijk gebruik maken van oppervlakkige afstroming en infiltratie; • Indien bovenstaande niet mogelijk dien ondergrondse berging te worden aangelegd; • Gescheiden rioolsysteem met retentie elders en vertraagde afvoer behoort dan ook tot de opties. • Als bovenstaande alle niet mogelijke is kan de gemeente besluiten om een gelijke hoeveelheid verhardoppervlak af te koppelen bij een ander project. Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
10
AMO240231.004/MBS
Voor waterberging en wadi’s zijn de volgende punten vermeld; • Minimaal 25 mm bij een toename tot 500 m2 , bij een toename > 500 m2 dan 60 mm over de toename van verharding en 25 mm over de bestaande verharding; • Wadi’s dienen 0,5 m boven de GHG te liggen; • De k-waarde ter hoogte van de wadi dient minimaal 2 m/d te zijn; • De wadi dient een leeglooptijd te hebben van circa 24 uur; • Bij ondergrondse infiltratievoorzieningen; minimale k-waarde van 1,0 m/d.
4.6
Planontwikkeling Op de locatie wordt een gemeenschapshuis ontwikkeld. In het plan wordt ook rekening gehouden met de vervanging van de huidige parkeerplaats, de aanleg van een nieuwe oprit, terrassen en een nieuw pad naar het centrum van Ravenstein. Ten zuiden van het pad richting het centrum is er ruimte voor waterberging in het huidige plan opgenomen.
Figuur 3 Mogelijke locatie waterberging
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
11
AMO240231.004/MBS
4.7
Opzet toekomstige waterhuishouding In deze paragraaf is de opzet van de toekomstige waterhuishouding m.b.t. hemelwater opgenomen.
4.7.1 Hemelwater Op basis van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen dient te worden voorkomen dat door bebouwing en verharding een versnelde waterafvoer plaatsvindt. De gemeente Oss streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Het hemelwater dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van het rioleringsstelsel. Indien dit niet mogelijk is kan in overleg met het waterschap worden bekeken in hoeverre vertraagde afvoer naar het oppervlaktewater mogelijk is. 4.7.2 Benodigde watercompensatie Al het regenwater dat valt op nieuwe verhardingen dient te worden opgevangen en geïnfiltreerd of vertraagd te worden afgevoerd. Bestaande situatie Momenteel is ter plekke van het plangebied sprake van verharding en een skatepark. Binnen het plangebied in de bestaande situatie bevindt zich een totaal aan 3.510 m² verhard oppervlakte. Nieuwe situatie Ten behoeve van het planvoornemen wordt de bestaande verharding verwijderd en de locatie bouwrijp gemaakt.
Vervolgens wordt ter plekke de volgende verhardingen gerealiseerd: Terras: 1.290 m² Nieuwe wandelpaden: 860 m² (1 Parkeerplaatsen + rijverharding: 3.360 m² (2 Oppervlakte dak : 560 m² Totaal: 6.070 m² (1 In de schetsen wordt er ook gesproken over het toepassen van halfverhardingen voor de parkeerplaatsen aan de noordzijde, hier is
in de berekeningen niet van uitgegaan gezien de nog grote onzekerheid in materiaalkeuze. Dit resulteert in een hogere compensatie eis dan die in werkelijkheid nodig zal zijn.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
12
AMO240231.004/MBS
(2 Op basis van de huidige plan is er voor het grootste deel van het dak sprake van een vegetatiedak. Uit het document Hydrologische
uitgangspunten bij de regels Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen blijkt dat groene daken worden beschouwd als onverhard oppervlak. Zodoende is enkel het verharde deel meegerekend.
Figuur 4 plattegrond dak
Concreet gezien is door voorliggend voornemen sprake van een toename van verharding van 2.560 m². Omdat de uitbreiding kleiner is dan 10.000 m² geldt de rekenregel uit de waterschapsverordening om de compensatie te berekenen. In formulevorm luidt deze regel: Benodigde compensatie (in m3 ) = Toename verhard oppervlak (in m²) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m). Voor stedelijk gebied geldt altijd gevoeligheidsfactor 1,0. De benodigde compensatie voor deze locatie in Ravenstein bedraagt circa 154 m3 (2.560 m² * 1,0 * 0,06 m). 4.7.3 Realisatie waterbergingsvoorziening Voor het bergen en/of infiltreren van hemelwater is er in het plan ruimte opgenomen, dit betreft de locatie zoals aangegeven in figuur 3 en 5. Dit gebied heeft een oppervlakte van circa 1.890 m2 . De boorpunten K02, K03 en K07 liggen rondom deze locatie, met een gemiddelde k-waarde van 0,08 m/d.
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
13
AMO240231.004/MBS
Toename
Infiltratiecompensatie
Oppervlakte
Infiltratiecapaciteit
Leeglooptijd
verharding (m2)
(m 3)
infiltratie (m 2)
per dag (m 3)
(dagen)
2.560
154
1.890
157
≈1
Zoals aangegeven in figuur 3 ligt de ‘waterberging’ 0,5 m lager dan de omgeving. De waterberging wordt met verschillende grassen beplant om een natuurlijk ogend terrein te creëren. Een talud van 1:3 in de waterberging wordt als voldoende beschouwd. De verhardingen dienen af te wateren op deze waterberging. Ervan uitgaand dat het talud 1:3 en het een bassin voor maximaal 0,3 m wordt benut, komt dit tot een maximaal volume voor berging van circa 552 m3 . Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat de geplande waterberging over voldoende capaciteit beschikt voor de locatie.
Figuur 5 Geplande verhardingen en waterberging (excl. dak)
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
14
AMO240231.004/MBS
5 Conclusie Het doel van het document is het geven van een toelichting op de van toepassing zijnde wateraspecten, in relatie tot de beoogde nieuwbouw van het gemeenschapshuis te Ravenstein. Het hoofddoel van voorliggend document is om te onderzoeken, op basis van huidig waterbeleid, of hemelwaterinfiltratie een belemmerende factor vormt voor de planontwikkeling. Op basis van de uitkomsten van de infiltratieproeven en het waterhuishoudkundige onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in het huidige plan, zoals gerefereerd in dit document, voldoende hemelwaterbergingscapaciteit is gewaarborgd. Concreet gezien wordt er op de locatie 2.560 m2 aan verharding toegevoegd, en dient er op basis van beleidstukken 154 m3 aan hemelwater te worden geborgen. Door middel van het inrichten van een waterberging met een oppervlakte van 1.890 m2 , waarop de verhardingen op afwateren, wordt hieraan voldaan. Gelet op voorliggende waterparagraaf behoeft als gevolg van het realiseren van onderhavig bouwplan geen problemen te worden verwacht met betrekking tot het aspect waterhuishouding.
Bijlagen
Waterhuishoudkundig onderzoek Hoornwerk te Ravenstein Aelmans Milieu
15
Bijlage 1 Ligging onderzoekslocatie
onderzoekslocatie
Bron: Topotijdreis
N
Bijlage 2 Locatieoverzicht met monsternamepunten
38
A
23
A 1959
****∅***m
****∅***m
A 1647 ****∅***m
27
25
A 1747
A 1646 A 1781
****∅***m
38
29
A 1645 A 1782
Ko
A 1825
A 1644 A 1641
****∅***m
lon
ri
****∅***m
klk
4379
****∅***m
el
A 705
12-
****∅***m
****∅***m
Wi lss
31
A 1703
****∅***m
ri
12A
tra
808
klk
tra
klk
ls Wa
ra t s l
****∅***m
36-
0
36E ****∅***m
A 358 A 1278
****∅***m
****∅***m
A 613 A 1710
****∅***m
****∅***m
****∅***m
A 1711 ****∅***m
****∅***m
klk
****∅***m
****∅***m
****∅***m
36A 879 /n ut
A 1712
ek
Wa
ri
****∅***m
44
klk
at
klk
5 48-
Ble
Wa lst ee g
14
A 1886
****∅***m
at ri
A 47
A 1826
46
klk
45
****∅***m
****∅***m
klk
Wa
klk
A 1791 A 1897 A 1896
ra lst klk
33
A 1642
at
A 1792
at
A 1643
ri
Ma
as dijk
klk
****∅***m
ri
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
Ble
1
****∅***m
****∅***m
klk
****∅***m
ek
2
3
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
A 1622
****∅***m
****∅***m
4
klk
****∅***m
****∅***m
klk
1922
****∅***m
ri
A 1923
ri
klk
****∅***m
A 1260
A 1906
****∅***m
A 1905
****∅***m
klk
klk
****∅***m
SPT
Bleek
ri
****∅***m
****∅***m
klk
Ble
****∅***m
SPT
Maa
A 1225
ek
klk
SPT
SPT
****∅***m
sdij k
****∅***m
SPT
klk
****∅***m
SPT
ri
SPT
SPT
A 1234 SPT
33 ****∅***m
A 1702 SPT
ri
****∅***m
t
****∅***m
ch
A 1213
Do
****∅***m
olh
of
5 A 1637
32
****∅***m
ra
****∅***m
kg
A 1215
er
****∅***m
A 1233
****∅***m
****∅***m
****∅***m
nw
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
or
****∅***m
****∅***m
klk
****∅***m
****∅***m
erkgra cht
Ho
****∅***m
Doo lho
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
5
****∅***m
****∅***m
****∅***m
f
klk
****∅***m
****∅***m
Hoo r
****∅***m
****∅***m
****∅***m
nwe
klk
****∅***m
A 1696
klk
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
A 969
****∅***m
****∅***m
6
****∅***m
rkg
rac
****∅***m
klk
ht
****∅***m
Hoornw
ri
****∅***m
31
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
4
****∅***m
****∅***m
klk
klk
****∅***m
****∅***m
3
****∅***m
****∅***m
****∅***m
klk
ri
****∅***m
23
ri
klk
****∅***m
klk
****∅***m
ri
****∅***m
****∅***m
2F
klk
A 651
Dool hof
****∅***m
klk
****∅***m
****∅***m
2E
****∅***m
28
21
klk
ri
****∅***m
f
****∅***m
****∅***m
klk
19
****∅***m
A 970
2C
ri
****∅***m
****∅***m
****∅***m
A 1601
ri
klk
26
****∅***m
Do
A 1813
A 977
2B
****∅***m
8
Doo lhof
****∅***m
****∅***m
10
24
17
2A
klk
klk
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
****∅***m
A 1814
klk
****∅***m
klk
11 klk
****∅***m
12
15
****∅***m
A 1815
22
klk
****∅***m
14
A 1817
A 979
klk
A 1816
****∅***m
20
klk
****∅***m
ri
ri
klk
klk
st ra at
13
A 981
A 972 A 1794
ne
****∅***m
A 973
A 982
Aelmans Milieu Oss Landweerstraat-zuid 109 5349 AK Oss T. 0412-655058 I. www.aelmans.com
N
19 W
O
C 4069
Z
44
klk
16
Ire
A 974
1B
A 978
es
9
****∅***m
46
33
klk
A 1866
****∅***m
18
11
ri
A 1818
1A
35
A 980
ri
Pr ins
olh o
A 1178
2D
klk
klk
42
Bijlage 3 Boorstaten
Boring:
K01
Boring:
K02
Datum:
15-7-2024
Datum:
15-7-2024
X: Y:
173452,25 423109,11
X: Y:
173412,66 423106,33
0
50
0
gras
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, sporen roest, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
0
50
gras
30
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
60
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor 100
0
100
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak grindig, sterk metselpuinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
130
Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor
150
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
150
160
200
200
Boring:
K03
Boring:
K04
Datum:
15-7-2024
Datum:
5-7-2024
X: Y:
173463,35 423069,47
X: Y:
173499,04 423063,92
0
0
30
50
gras
Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor 100
100
120
150 180 200
200
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
30
50
50
100
100
Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
150
160
200
200
Boring:
K05
Boring:
K06
Datum:
5-7-2024
Datum:
15-7-2024
X: Y:
173573,24 423039,42
X: Y:
173520,01 423031,08
0
0
30 50
50
100
100
140
150
weiland
0
0
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, sporen baksteen, zwak roesthoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
50
100
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
150
100
140
170
Klei, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
Projectnaam: Projectcode:
Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
weiland
50
80
170
200
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
200
weiland
200
200
Klei, zwak zandig, matig roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, matig zandig, matig roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Bovenste Hoornwerk Ravenstein AMO240231 getekend volgens NEN 5104
Boring:
K07
Boring:
K08
Datum:
5-7-2024
Datum:
15-7-2024
X: Y:
173482,90 423024,46
X: Y:
173556,76 422996,11
0
0
weiland
25
Zand zeer fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
150
110
100
150
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
150
180
Klei, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
Projectnaam: Projectcode:
0
weiland
30 50
Zand zeer fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
90
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
140
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
200
200
50
Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
90
100
Klei, zwak siltig, sterk roesthoudend, donker roestgrijs, Edelmanboor
0
180
200
200
Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig zandig, matig roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, sterk siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Bovenste Hoornwerk Ravenstein AMO240231 getekend volgens NEN 5104