CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Het verhaal van de polder.PDF

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: Verkenning Duurzame Polder1.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage A Het verhaal van de polder Datum:

11 maart 2020

Inleiding Het verkenningsgebied van de Duurzame Polder is een gebied dat continu in transitie is geweest. Elke fase kent zijn eigen thema’s die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de polder. In deze bijlage is informatie te vinden over hoe de polder is veranderd door de eeuwen heen, en nog steeds verandert. De volgende historische verhaallijnen worden beschreven: 1. Bebouwingshistorie 2. Zuiderwaterlinie 3. Maaswater 4. Binnendijks water 5. Beerse Overlaat 6. Hertogswetering 7. Landbouw voor 1942 8. Landbouw na 1942 9. Eendenkooien

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

1

1.

Bebouwingshistorie

De omgeving van Oss en Den Bosch heeft al duizenden jaren een grote aantrekkingskracht op de mens. Al vanaf de jonge steentijd (5300 v. Chr.) zijn restanten van bewoning te vinden. Vooral op de hoger gelegen oeverwal langs de Maas en op de dekzandgronden zijn eeuwenoude sporen van bewoning gevonden. Alle steden en dorpen in en rondom de polder liggen op de hoge delen in het landschap. ‘sHertogenbosch, Rosmalen, Nuland, Geffen en Oss liggen op de dekzand rug. ‘t Wild, Maren-Kessel, Lith en Lithoijen liggen op de oeverwal. Alleen Teeffelen ligt in het laaggelegen komgebied, maar dan wel weer op een oude rivierduin. Van oudsher is dus altijd op de hoge delen gebouwd. De kernen stammen uit de Middeleeuwen. De dorpen langs de Maas bestaan van oorsprong uit langgerekte lintbebouwing met voornamelijk boerderijen, parallel aan de dijk. Ze hebben bijna allemaal een karakteristieke aanleg met een dijkstraat (voorstraat) en een achterstraat. De kernen langs de Maas werden in eerste instantie beschermd voor overstromingen door de aanleg van de Maasdijk. Later zorgden zogenaamde dwarsdijken ervoor dat de kernen en de nabijgelegen akkers niet overstroomden. Het laaggelegen komgebied bleef lange tijd onbebouwd. Dit, omdat dit gebied regelmatig overstroomde. Pas na de sluiting van de Beerse Overlaat in 1942 is bebouwing in het laaggelegen gebied ontstaan.

Alle boerderijen in de polder zijn van na deze tijd.

Figuur A.1. Bebouwingshistorie in en rond de Duurzame Polder. In het blauw zijn de grote watergangen en de Maas aangegeven en in het zwart de snelwegen en de spoorwegen (bron: topotijdreis.nl).

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

2

2

Zuiderwaterlinie

De Zuiderwaterlinie was een waterbouwkundig meesterwerk in Brabant. Al sinds de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is water ingezet als middel ter verdediging. In 1601 en 1603 loopt Maurits van Nassau vast in het moeras als hij ’s-Hertogenbosch probeert te bevrijden van de Spanjaarden. In de 17e eeuw worden alle losse verdedigingswerken verbonden tot een aaneengesloten geheel. Dit is een ontwerp van Menno van Coehoorn, een militair en vestingbouwkundige. Het Brabantse deel noemen we de Zuiderwaterlinie en loopt van Bergen op Zoom tot aan Grave. Deze linie heeft lang zijn verdedigingsfunctie gehouden, maar in de Tweede Wereldoorlog vlogen de Duitsers er zo overheen. Sinds 1952 is de Zuiderwaterlinie geen militaire verdedigingslinie meer.

Figuur A.2.1. Ligging Zuiderwaterlinie

Figuur A.2.2. Zuiderwaterlinie

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

3

3.

Maaswater

In de Romeinse Tijd stroomde de Maas veel zuidelijker dan nu. De Maas stroomde toen aan de zuidkant van Macharen, door het Ossermeer, vlak langs Teeffelen, door Lithoijen, ten zuiden van Lith, via Maren naar Alem. De Maas is een regenrivier die in Frankrijk ontspringt. Al miljoenen jaren zoekt het water een weg naar de lagergelegen gebieden. Eeuwenlang heeft de Maas flink geslingerd. Vaak slibden de bochten dicht of bleven poelen, wielen, plassen achter. In en rondom de polder liggen diverse oude maasarmen, namelijk bij Alem, bij Lithoijen en het Ossermeer.

Figuur A.3. Loop van de Maas

4.

Beerse Overlaat

De Beerse Overlaat is een belangrijk onderdeel in de geschiedenis van het gebied. Als de Maas dreigde te overstromen, lieten ze een gebied bij Beers (nu gemeente Cuijk) overstromen. Die ‘overlaat’ voorkwam plotselinge dijkdoorbraken. De Beerse Overlaat is dus een overstromingsgebied aan de noordzijde van Oss tussen Cuijk (Beers) en ‘s-Hertogenbosch dat eeuwenlang werd gebruikt om de dijken van de Maas te ontlasten, zodat westelijker streken minder risico liepen. Bij Cuijk waren twee lagere plekken in de oeverwallen gemaakt. Bij hoog water stroomde het rivierwater over deze oeverwallen waardoor de komgronden onder water liepen. De Beerse Overlaat heeft tot 1942 gefunctioneerd.

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

4

Na de afsluiting van de Beerse Overlaat kon het gebied niet meer overstromen en werd het gebied intensiever gebruikt door de landbouw. Het gebied van de Beerse Overlaat is cultuurhistorisch van grote waarde. Hierbij is vooral de openheid een kenmerkende waarde. Op verschillende plaatsen lagen in het stroomgebied van de Beerse Overlaat (ook wel Beerse Maas genoemd) dwarsdijken die ervoor zorgden dat het stroomgebied opgedeeld werd en de dorpen beschermd werden. Deze kades en dijken zijn cultuurhistorisch zeer waardevol. De dorpen die in het stroomgebied van de Beerse Maas lagen, kregen een eigen dijk.

Figuur A.4. Ligging vroeger stroomgebied (traverse) Beerse Overlaat.

5.

Binnendijks water

Omstreeks 1200 nam de bevolking toe. Er was meer behoefte aan landbouwgrond en veilige woonplekken. Daarom begon men de Maas te bedijken. Dit vergrootte de veiligheid en verkleinde het verlies aan landbouwproducten door overstromingen. Aanvankelijk legde elk dorp zijn eigen dwarsdijken aan. In de loop van de 13e eeuw werden de losse dorpspolders aan elkaar gekoppeld. Zo ontstond een lange gezamenlijke Maasdijk. Begin 14e eeuw ontstonden vier Maaspolders. Polder van der Eigen (1309) liep van Gewande naar Geffen en richting ‘s-Hertogenbosch. De polders Hoog Heemaal (1325) en Laag Heemaal (1349) lagen bij Lithoijen en Lith.

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

5

De vierde was de polder van Empel. Begin 14e eeuw werd in het gebied een watergang gegraven met de naam ‘Hertogswetering’. Deze wetering ligt tussen twee dijken, zodat het water hoger kan staan dan het aanliggende laaggelegen land. Het noordelijke laaggelegen land watert af op de Roode Wetering en het zuidelijke laaggelegen land op de Hoefgraaf. Gewande is het laagste punt. Hier wordt afgewaterd op de Maas.

Figuur A.5. Afwatering en ontginning in de polder

6.

Hertogswetering

De Hertogswetering is in het begin van de 14e eeuw (waarschijnlijk tussen 1300 en 1310) gegraven in een oude droge bedding van de Maas. De Hertogswetering is 32,5 km lang en loopt van de Raam bij Grave, naar het Gemaal Gewande in de gemeente Oss, op de grens met de gemeente ’s-Hertogenbosch. De Hertogswetering is ook goed zichtbaar op de kaart van 1890 en kent nog steeds nagenoeg dezelfde loop. De Hertogswetering heeft aan weerszijden kaden en ligt verhoogd in het landschap.

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

6

Dicht bij de bruggen over de Hertogswetering stonden zogenaamde hutten. Dit waren pleisterplaatsen in het natte poldergebied waar boeren en polderwerkers wat konden drinken. In die tijd was het komgebied het domein van rundvee, hooiers en polderwerkers. De hutten hadden namen als de Macharense, Lithoijense, Oijense, Kesselse en Wildse Hut. Ter hoogte van Maren waren geen overgangen over het water, daarom is daar ook geen hut gebouwd. De Wildse Hut bestaat nog steeds als café. Ook café De Leeuwerik op de route van Lithoijen naar Geffen en pannenkoekhuis ‘de Oude Maas’ tussen Macharen en Oss zijn gebouwd op plekken waar vroeger zo’n hut stond. 7.

Landbouw voor 1942

Al in de Bronstijd was er bewoning in dit gebied. Kleine, gemengde boerenbedrijfjes lagen op de overgang van hoge droge gronden naar lage natte gronden. Men produceerde zijn eigen voedsel. In de Romeinse Tijd ging men, behalve voor zichzelf, ook voor de Romeinse overheersers voedsel produceren. De Romeinen introduceerden nieuwe landbouwtechnieken. In de Middeleeuwen ontstond er voor het eerst onderscheid tussen stad en land. Het uitgestrekte areaal aan te ontwikkelen woeste grond was een garantie voor een enorm aanbod aan productiegronden in de vorm van hooilanden. Oss kreeg het exclusieve recht om boter te verhandelen. Het Raadhuis en de Boterwaag zaten in Oss in één gebouw. Vanaf 1800 volgen de ontwikkelingen elkaar snel op: o.a. nieuwe technologische uitvindingen, opkomst van de spoorwegen, schaalvergroting, introductie van de kunstmest, landbouwwerktuigen en een voedselverwerkende industrie. Er ontstaat naast stad en land een derde dimensie in het gebied: die van natuur.

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

7

Figuur A.4. Landbouw voor 1942

8.

Landbouw na 1942

Na de sluiting van de Beerse Overlaat in 1942, konden boerderijen zich voor het eerst echt vestigen in de polder. Nu was de polder vrij van het overstromende water uit de Maas. De polder werd van een gebied waar je je vee kon weiden, een gebied dat volledig ingericht werd voor de optimale landbouw. Minister van Voedselvoorziening Sicco Mansholt verkondigde na de Tweede Wereldoorlog dat we nooit meer honger zouden lijden. Grote ruilverkavelingen volgden. Kleine, gemengde familiebedrijven maakten plaats voor grote, goed georganiseerde, efficiënte boerenbedrijven, die produceren voor de wereldmarkt. Steeds verder dalende prijzen, nieuwe landbouwwerktuigen, betere technieken voor landbewerking en ontwatering, kunstmest, prikkeldraad, Europees landbouwbeleid en subsidies, schaalvergroting, professionalisering van de boer en bedrijfsvoering hebben geleid tot een landbouw die nu een zeer gespecialiseerde schakel in de voedselketen is. Met de opkomst van de milieuvraagstukken in de jaren ‘70 en de gezondheidsproblematiek in de jaren ‘90 is er daarnaast een tak ontstaan van kleinschalige, veelal gemengde bedrijven. Al dan niet gericht op biologische landbouw, verbrede landbouw en/of streekproducten. Eind jaren ‘90, begin 2000 is er een trendbreuk. Er komt meer aandacht voor de natuur in de landbouw. Er komen subsidies voor het behoud en ontwikkeling van o.a. de weidevogels.

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

8

Nu is er het Deltaplan Biodiversiteit en pleit de minister voor kringloop-landbouw. Ook staan we aan het begin van een enorme nieuwe opgave: die van de duurzame energie.

Figuur A.8. Landbouw na 1942

9.

Eendenkooien

In de polder zijn nog verschillende eendenkooien aanwezig. In de 19e eeuw waren het er veel meer. Een eendenkooi dient om wilde eenden te vangen. Vroeger werden de eenden gevangen om op te eten, nu alleen om te ringen. Door middel van ringonderzoek kan een telling bijgehouden worden van watervogels, die zich in een bepaald gebied bevinden. Een eendenkooi is een door bomen en struiken omgeven waterplas. Op deze plas komen enkele smalle sloten uit (de zogenaamde vangpijpen) die eindigen in een vangkooi. Elke kooi heeft zijn eigen zogenaamde ‘kooicirkel’. Binnen deze cirkel moet rust in acht worden genomen voor de eenden. De kooien lagen zo ver mogelijk van de bewoonde wereld af, juist vanwege deze rust. Elke kern had vroeger zijn eigen kooi. De Marense Kooi, de Kesselse Kooi en de Lithse Kooi zijn nog steeds aanwezig. De Wildse Kooi is gereconstrueerd.

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

9

Figuur A.9. Natuurnetwerk met eendenkooien

Bijlage A: Het verhaal van de Polder – Eindrapport Verkenning Duurzame Polder

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=80979084-1d49-435a-b840-ce60a2f02f47