Bijlage_9b_Herzien_selectiebesluit_bij_archeologisch_BO_en_VO_Het_Brand__Gemeente_Oss__maart_2020_
Tekst van het document
Datum
Arch. Adviesnr.
18-3-2020
MP20a25
Behandeld door
Telefoonnummer 14 0412
(herzien)
Onderwerp
Aantal bijlagen
Besluit t.a.v. RAAP rapport 4376
1
Locatie: Oss, plangebied Het Brand te Oss West (bijlage 1) Aanleiding: Nieuw bestemmingsplan t.b.v. woningbouw Inleiding In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Het Brand te Oss-West, gemeente Oss. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan (woningbouw). De resultaten van dit onderzoek zijn verwoord in het rapport van Ellenkamp, 20201. De versie van 13-1-2020 dient nog op enkele kleine punten te worden aangepast. Op basis hiervan kan wel al een besluit ten aanzien van het vervolgtraject worden genomen. Samenvatting / selectieadvies onderzoek In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP in februari en maart 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Het Brand te Oss-West in de gemeente Oss. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan (woningbouw). Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt op de overgang van de hoge dekzandrug van Oss-Ussen naar de lagere overstromingsvlakte van de Maas. Het gebied hoort historisch en bodemkundig gezien tot de oude graslanden. In het gebied komt volgens een detailkartering plaatselijk een kleidek voor. Archeologisch gezien behoort het gebied tot de periferie van de ijzertijdnederzettingen van Oss-Ussen.
Off-site activiteiten daarvan zijn zodoende in het gebied te verwachten.
1
Ellenkamp, G.R., 2020. . Plangebied Het Brand te Oss-West, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek:
een bureau- en verkennend booronderzoek. RAAP-rapport 4376. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.
Het veldonderzoek heeft de resultaten van het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. In het gebied is hoofdzakelijk sprake van relatief natte beekeerdgronden, veelal met klei in de bovengrond. Die klei is volgens de mondelinge overlevering afgezet tijdens een zeer hoog water van de Maas (Beerse Overlaat) in 1926. De bovengrond is in het verleden eenmalig wat dieper gekeerd om de kleilaag onder te ploegen. Daarbij is ook de top van het ongeroerde dekzand geraakt. Het resultaat is een dunne laag met klei- en zandbrokken onder de huidige bouwvoor. Op basis van de hoogteligging van het maaiveld en het lokaal ontbreken van klei in de bovengrond, is in het gebied ook een flauwe hoogte herkend, die als uitloper van de dekzandrug van Oss-Ussen gezien kan worden. Plaatselijk is hierop wat podzolisatie vastgesteld, wat de drogere ligging bevestigt. In de lagere delen is op basis van het uitgevoerde onderzoek geen concrete aanleiding om archeologische vindplaatsen te verwachten, met uitzondering ter hoogte van een concentratie ijzerconcreties/slakken in het westen van het plangebied. Mogelijk is hier sprake van ijzerwinkuilen/ovens. Op het oostelijk deel van de flauwe verhoging wijzen twee fragmenten aardewerk (aangetroffen ondanks de zeer beperkte mogelijkheden voor oppervlaktekartering) op een hoge archeologische potentie.
De indicatoren sluiten qua kenmerken en datering aan bij de ijzertijdbewoning in Oss-Ussen. Mogelijk is de verhoging in de ijzertijd voor bewoning gebruikt of voor vormen van open gebruik van het landschap die met de bewoning samenhangen. Geadviseerd is bodemingrepen te voorkomen in de zones waar archeologische resten verwacht worden. Indien niet mogelijk wordt verder (proefsleuven)onderzoek geadviseerd om te achterhalen of daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn en zo ja wat hiervan de behoudenswaardigheid is. Rapportbeoordeling Het conceptrapport van 13-3-2020 is door gemeente beoordeeld. Het rapport is zeer netjes en compleet en het advies is helder en in lijn met de bevindingen. Het rapport dient nog wel op enkele kleine (redactionele) punten te worden aangepast (zie separaat aangeleverd rapport, waarin de toetser opmerkingen heeft geplaatst d.m.v. ‘ballonnetjes’). Het rapport bevat verder voldoende informatie om tot een besluit ten aanzien van het vervolgtraject te kunnen komen. Selectiebesluit De gemeente Oss neemt het advies van RAAP integraal over. Archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek is noodzakelijk in die delen van het plangebied waar archeologische resten worden verwacht (zie bijlage 2; oranje en gele gebieden2).
In de lagere delen van het plangebied en ter plekke van de huidige, onderkelderde stallen is archeologisch vervolgonderzoek niet nodig (zie bijlage 2; groene en grijze gebieden). In dit vrijgegeven gebied 2
In de gele gebieden is alleen vervolgonderzoek noodzakelijk als de resultaten op de andere
locaties (oranje gebieden) daar aanleiding toe geven.
moet wel – via een voorwaarde in de omgevingsvergunning – de heemkundekring in staat
worden gesteld om waarnemingen te kunnen verrichten bij de werkzaamheden. Doel van deze waarnemingen is om het toekomstige archeologiebeleid beter te kunnen onderbouwen/ finetunen en om – buiten de AMZ om – sporen/vondsten veilig te kunnen stellen en een beter beeld te krijgen van het archeologisch potentieel van de gemeente. Voor de verdere (plan)procedure betekent dit het volgende:. -
Om versnippering te voorkomen, de totale kosten te beperken en de ambtelijke procedures te verkorten, is het wenselijk om het archeologisch vervolgonderzoek zo vroeg mogelijk in de planvorming-/uitvoering uit te voeren (1 integraal onderzoek voor het gehele gebied). Liefst al bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan. Indien dit niet mogelijk is, dient het gebied waar vervolgonderzoek wordt geadviseerd te worden
voorzien van een dubbelbestemming waarde archeologie verwachtingswaarde hoog. Als vrijstellingsgrens dient 100 m2 en 30 cm –Mv te worden opgenomen (in afwijking van
de beleidskaart, waarop voor dit gebied een middelhoge verwachting geldt met een vrijstellingsgrens van 1000 m2)! -
Het proefsleuvenonderzoek dient vóórafgaand aan de vergunningsaanvraag te worden uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek kan namelijk leiden tot aanvullende voorwaarden in de vergunning (archeologische begeleiding, opgraving, bescherming).
-
Het vervolgonderzoek kan worden beperkt tot het deel van het plangebied dat daadwerkelijk verstoord wordt.
-
Gravend onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) dat dient te zijn goedgekeurd door de gemeentelijk archeoloog (mw. M. Peeters, gemeente Oss).
-
Er geldt ten alle tijden een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten.
-
Zolang terreinen een (te verwachte) archeologische waarde hebben en deze terreinen nog niet volledig zijn onderzocht (definitief vrijgegeven), dienen deze planologisch beschermd te blijven door middel van een dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie verwachtingswaarde hoog’ in het betreffende bestemmingsplan.
Bijlage 1. Ligging plangebied
Bijlage 2. Advieskaart op basis van het uitgevoerde bureau- en booronderzoek van RAAP