CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_9a_Bureau_en_verkennend_archeologisch_booronderzoek_Het_Brand_Oss__Raap__maart_2020_

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente OssBij agendapunt: Agenda gerelateerd44.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

RAAP-RAPPORT 4376

Plangebied Het Brand te Oss-West Gemeente Oss Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Colofon Titel: Plangebied Het Brand te Oss-West, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek Versie: 19-03-2020 Auteur: Projectcode: OBRAN Bestandsnaam: RAAPrap_4376_OBRAN_20200319 Autorisatie:

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[2]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Samenvatting In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP in februari en maart 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Het Brand te Oss-West in de gemeente Oss. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan (woningbouw). Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt op de overgang van de hoge dekzandrug van Oss-Ussen naar de lagere overstromingsvlakte van de Maas. Het gebied hoort historisch en bodemkundig gezien tot de oude graslanden. In het gebied k omt volgens een detailkartering plaatselijk een kleidek voor. Archeologisch gezien behoort het gebied tot de periferie van de ijzertijdnederzettingen van Oss-Ussen. Off-site activiteiten daarvan zijn zodoende in het gebied te verwachten. Het veldonderzoek heeft de resultaten van het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. In het gebied is hoofdzakelijk sprake van relatief natte beekeerdgronden, veelal met klei in de bovengrond. Die klei is volgens de mondelinge overlevering afgezet tijdens een zeer hoog wate r van de Maas (Beerse Overlaat) in 1926. De bovengrond is in het verleden eenmalig wat dieper gekeerd om de kleilaag onder te ploegen. Daarbij is ook de top van het ongeroerde dekzand geraakt. Het resultaat is een dunne laag met klei- en zandbrokken onder de huidige bouwvoor.

Op basis van de hoogteligging van het maaiveld en het lokaal ontbreken van klei in de bovengrond, is in het gebied ook een flauwe hoogte herkend, die als uitloper van de dekzandrug van Oss-Ussen gezien kan worden. Plaatselijk is hierop wat podzolisatie vastgesteld, wat de drogere ligging bevestigt. In de lagere delen is op basis van het uitgevoerde onderzoek geen concrete aanleiding om archeologische vindplaatsen te verwachten, met uitzondering ter hoogte van een concentratie ijzerconcreties/slakken in het westen van het plangebied. Mogelijk is hier sprake van ijzerwinkuilen/ovens. Op het oostelijk deel van de flauwe verhoging wijzen twee fragmenten aardewerk (aangetroffen ondanks de zeer beperkte mogelijkheden voor oppervlaktekartering) op een hoge archeologische potentie. De indicatoren sluiten qua kenmerken en datering aan bij de ijzertijdbewoning in Oss-Ussen. Mogelijk is de verhoging in de ijzertijd voor bewoning gebruikt of voor vormen van open gebruik van het landschap die met de bewoning samenhangen. Geadviseerd is bodemingrepen te voorkomen in de zones waar archeologische resten verwacht worden. Indien niet mogelijk wordt verder (proefsleuven)onderzoek geadviseerd om te achterhalen of daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn en zo ja wat hiervan de behoudenswaardigheid is.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[3]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 6 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 6

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 8 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 8 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 8 2.3 Archeologische gegevens ....................................................................................................................10 2.4 Resultaten opgravingen Oss-Ussen .....................................................................................................12 2.5 Historische situatie .............................................................................................................................15 2.6 Huidige situatie ...................................................................................................................................17 2.7 Toekomstige situatie ...........................................................................................................................18 2.8 Gespecificeerde archeologische verwachting .......................................................................................19

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 21 3.1 Methode .............................................................................................................................................21 3.2 Resultaten ..........................................................................................................................................22

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 29 4.1 Conclusie ...........................................................................................................................................29 4.2 Advies ................................................................................................................................................31 4.3 Tot slot ...............................................................................................................................................32

Literatuur .......................................................................................................................................... 33 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 35

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[4]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Oss heeft RAAP in februari en maart 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Het Brand te Oss-West in de gemeente Oss (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oss ligt het plangebied in een gebied met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Op basis daarvan acht de gemeente een bureauonderzoek met verkennend booronderzoek noodzakelijk.

1

Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Het onderzoek is gemeld in ARCHIS3 onder onderzoeksmeldingsnummer 4775383100 RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven (landbodems) en 4006 Specialistisch onderzoek. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1

Conform uitvraag d.d. 16 januari 2020

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[5]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Opdrachtgever

gemeente Oss

Bevoegde overheid

gemeente Oss

Plaats

Oss-West

Gemeente

Oss

Provincie

Noord-Brabant

Centrumcoördinaten (X/Y)

161.820 / 419.130

Toponiem

Het Brand

Kadastrale gegevens

gemeente Oss, sectie N, percelen 79, 300, 302, 303, 338 en 339

Oppervlakte plangebied

25 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van circa 750 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

februari en maart 2020

Uitvoerder

RAAP Zuid

Projectleider

ir. G.R. Ellenkamp

Projectmedewerkers

drs. M.P.J. Janssens (analyse resultaten Oss-Ussen), E.T.A. van Veldhuizen, MA (veldwerk), drs. I.C.G. Hermsen (determinatie aardewerk) & X.C.C. van Dijk (determinatie vuursteen en ijzerslak)

RAAP-projectcode

OBRAN

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnr.

4775383100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Zuid te Weert

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Welke archeologische resten zijn op basis van het onderzoek in het plangebied te verwachten en wat zijn hiervan de kenmerken?

Is de bodemopbouw in (delen van) intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische resten?

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[6]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Op welke diepte bevindt zich de archeologisch interessante laag / het niveau waarop archeologische resten bewaard zijn gebleven?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeolo gische resten systematisch opgespoord worden (proefsleuven, booronderzoek, geofysisch etc.)?

Figuur 1. Aanduiding plangebied (rode lijn). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[7]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeolo gische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Plangebied Het Brand ligt op de overgang van het Zuid -Nederlands dekzandlandschap naar het Midden-Nederlands rivierengebied (zie figuur 2). Uit het AHN blijkt duidelijk dat het plangebied ligt op de overgang van hoge gronden in het zuidoosten naar lagere gronden in het zuidwesten. Op d e afgebeelde uitsnede is sprake van een hoogteverschil van circa 2.5 meter, aflopend van circa 6 meter +NAP in het oosten (rood) naar circa 3.5 meter +NAP in het westen (blauw). Het plangebied zelf wordt echter gekenmerkt door een vlakke ligging met amper 0.3 meter hoogteverschil. De hoge gronden ten 2

oosten van het plangebied bestaan volgens de geomorfologische kaart uit dekzandwelvingen, die via een terrasvlakte (waarop het plangebied is gelegen) overgaan naar de rivierkom en oeverwalachtige vlakte van de Maas. De dekzanden zijn tijdens de laatste ijstijd onder arctische condities afgezet door de wind en worden 3

gerekend tot de geologische formatie van Boxtel. Volgens de 1:50.000 bodemkaart komen in deze leemarme dekzanden laarpodzolgronden (code cHn21) en hoge enkeerdgronden (codes bEZ21 en zEZ21) voor. Een podzolgrond is de bodem die onder natuurlijke omstandigheden in goed ontwaterde dekzanden ontstaat. Onder invloed van infiltrerend regenwater logen daarbij humuszuren en ijzermineralen uit de bovengrond uit, om op een dieper niveau in de bodem weer neer te slaan. Op deze wijze ontstaan de voor een podzol kenmerkende uitgeloogde grijze E -horizont en donkerbruine inspoelings-B-horizont. Omdat deze gronden de hoogste delen in het dekzandlandschap vormden, werden ze vaak als eerste door de mens voor de landbouw ontgonnen. Als gevolg daarvan is een matig 4

dikke humushoudende cultuurlaag ontstaan, die kenmerkend is voor de laarpodzolgrond. Wanneer beakkering en (plaggen)bemesting lang genoeg zijn doorgegaan, k an een dermate dikke humushoudende bovengrond ontstaan dat wordt gesproken van hoge enkeerdgronden. In het uiterste oosten van het plangebied zouden deze laatste voor kunnen komen.

2

Koomen & Maas, 2004 W eerts e.a., 2006 4 https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/htm/Legendas%20Bodemkaarten.htm 3

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[8]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Figuur 2. Overzicht van de landschappelijke situatie van het plangebied (rode lijn).

Zoals te zien op figuur 2 wordt het grootste deel van het plangebied echter gekenmerkt door een lagere 5

ligging op een (met een dunne laag dekzand afgedekte) terrasvlakte. Volgens de 1:50.000 bodemkaart komen hier beekeerdgronden voor (code pZg21). Ook deze zijn ontwikkeld in leemarme dekzanden, maar zijn veel natter en worden daardoor gekenmerkt door roest beginnend binnen 35 cm onder het 6

maaiveld. Als gevolg van humusophoping worden ook deze gronden gekenmerkt door een humeuze bovengrond, maar verdere bodemvorming als gevolg van in- en uitspoeling ontbreekt. De roest is het gevolg van de aanvoer van ijzerrijke kwel, afkomstig van het infiltratiewater vanaf de hogere zandgronden. Op de bodemkaart is ten westen van het plangebied aange geven dat sprake is van een 15 tot 40 cm dik kleidek op de daar aanwezige eveneens relatief natte vlakvaaggronden (code kZn21). Dat kleidek is het gevolg van overstroming door de Maas gedurende het laat Holoceen. Minder dan één kilometer ten noordwesten van het plangebied liggen de poldervaaggronden in zware klei van de Maas (code Rn42/7), dus het gebied ligt binnen de invloedsfeer van de Maas en is bij hoogwater ooit 5 6

Koomen & Maas, 2004 https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/htm/Legendas%20Bodemkaarten.htm

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[9]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

overstroomd. Dit kan bijvoorbeeld hebben plaatsgevonden tijdens de Sint Elizabethsvloeden in de 15

e

7

eeuw, waarbij na dijkdoorbaken in Zeeland en Holland het zeewater diep het land binnendrong (tot bij Den Bosch), als gevolg waarvan ook het rivierwater tot ver in het achterland hoog werd opgestuwd. Waar sprake is van een kleidek is het dekzand begraven geraakt. De relatief lage ligging en natte omstandigheden binnen het plangebied blijken ook wanneer de detailbodemkaart wordt bekeken die is vervaardigd voor de Maaskant (zie rechtsonder op figuur 2).

8

Hierop is veel meer detail in de bodemvariatie aangegeven en is sprake van lichte gebroken en zandgrasgrond, met regelmatig een kleihoudende of venige bovengrond, wat de lage ligging duidt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bodemcodes en bijbehorende omschrijving. Zwr1

oude zandgraslandgrond met kleihoudende bruin-humeuze zode

Zwr3

broekige oude zandgraslandgrond met kleihoudende bruingrijze zode

Zwr3v

broekige oude zandgraslandgrond met venige kleihoudende zode

gZr1

lichte gebroken grond met bruin-humeuze zode

gZr2

broekige lichte gebroken grond met bruingrijze zode

gZr2v

broekige lichte gebroken grond met venige bruinzwarte zode

Tabel 2. Volgens de detailkartering in het plangebied voorkomende bodemtypes.

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid 9

Het plangebied heeft op de archeologische verwachtingskaart grotendeels een middelhoge archeologische verwachting (zie figuur 3). Het uiterste oosten heeft een hoge verwachting. De begrenzing van de verwachtingszones is gebaseerd op vorm van de geomorfologische eenheden in het gebied. De hoge zandgronden waarop Oss en Ussen liggen , kennen dus een hoge verwachting, terwijl aan de overgangszone richting het rivierengebied een middelhoge verwachting is toegekend. Bekende archeologische gegevens Op figuur 3 zijn behalve de archeologische gegevens uit ARCHIS3 ook de archeologische gegevens van de gemeente Oss weergegeven. Hieruit blijkt dat de hoge archeologische verwachting die op de gemeentelijke kaart aan de hoge dekzandgronden is toegekend, ruimschoots is bevestigd tijdens de vele onderzoeken die in Oss-Ussen hebben plaatsgevonden. Tot enkele tientallen meters ten oosten van het plangebied zijn daarbij huisplattegronden aangetroffen uit de ijzertijd. In de volgende paragraaf volgt een nadere beschouwing van de resultaten van de onderzoeken in Oss-Ussen. Hier volgt eerst een kort overzicht van de gegevens uit ARCHIS3. Binnen een straal van 750 meter rond het plangebied zijn vijf archeologische vondstlocaties geregistreerd (zie tabel 3). Eén daarvan (aardewerk uit de late prehistorie, zaakid.nr. 2917559100) ligt in het plangebied.

Het betreft echter een administratieve melding die op een kilometercoördinaat is geregistreerd. Als toponiem is aangegeven “Ussen”, dus vermoedelijk is deze gevo nden ten oosten van

7

http://www.deltawerken.com/St.-Elizabethsvloeden--(1404,-1421)/226.html images.wur.nl/digital/collection/coll25/id/2029/rec/11 9 Gemeente Oss, 2016 8

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[10]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

het plangebied. Ook de overige vondstlocaties liggen op de hogere zandgronden ten oosten van het plangebied. Archeologische monumenten zijn niet bekend.

Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens uit d e directe omgeving van het plangebied.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[11]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Zaakidnr.

Ligging

Complex

Datering

Diepte

Verzamelwijze

2773249100

200m oost

aardewerk

late middeleeuwen

n.b.

Niet-archeologisch

2891063100

400m oost

bewoning

Romeinse tijd

<1m

Opgraving

2917559100

In plangebied

aardewerk

late prehistorie

opp.

Veldkartering

3089319100

200m oost

aardewerk

ijzertijd

n.b.

Niet-archeologisch

3125574100

750m noordoost

bewoning

Romeinse tijd

<1m

Opgraving

Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakid.nr.

Resultaat/advies

2070881100

Veldkartering uit 2005 door Oranjewoud, met boringen verspreid over de Lage Maaskant. 10 De melding overlapt met het plangebied, maar uit het rapport blijkt dat in het plangebied zelf geen boringen zijn gezet.

2311337100, 2331499100, 2450317100

Booronderzoek, gevolgd door proefsleuven en opgraving door het ADC in Sportpark Am stelhoef`, circa 300m ten oosten van het plangebied. Dit heeft sporen en vondsten van bewoning opgeleverd uit de ijzertijd, Romeinse tijd en late middeleeuwen.

2359533100

Bureauonderzoek door ARCHOL t.b.v. actualisering beleidskaart van de gemeente.

Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

2.4 Resultaten opgravingen Oss-Ussen Door: M.P.J. Janssens

2.4.1

Inleiding

Sinds 1974 zijn in Oss-Ussen en Oss-Noord archeologische opgravingen uitgevoerd in het kader van een groot nieuwbouwproject. Met 60 hectare opgegraven areaal (binnen een gebied van circa 220 ha) is het tot op heden één van de grootste opgravingsprojecten in Nederland , I, II en III met circa 35 ha, Randweg met 16 ha.

14

12

Oosterhout-de Contreie met 14 ha

13

11

naast Someren-Waterdael

en recent Baarle-Hertog/Nassau-

Deelgebied Ussen, dat aansluit bij plangebied Het Brand, is onderzocht tussen

1976 en 1984. Dit onderzoek heeft een massa aan data opgeleverd. Een belangrijk deel ervan is ontsloten in het proefschrift van Schinkel (1994) en in Anal ecta Praehistorica Leidensia 30, 32 en 48.

2.4.2

Landschap in de late prehistorie

Oss-Ussen ligt op de overgang van de hogere zandgronden van Zuid-Nederland naar het Maasdal in het noorden. In de ijzertijd en Romeinse tijd had de Maas waarschijnlijk een zuidelijker verloop, op 1 .5 km ten noorden van de onderzochte prehistorische bewoning

15

en ruim 2.5 km ten noorden van

plangebied Het Brand. De hoger gelegen nederzettingen in de prehistorie en Romeinse tijd hebben

10

Oude Rengerink, 2005 Fokkens, van As & Jansen, 2019: 21 De Boer & Hiddink, 2012 (zie ook literatuurlijst in deze publicatie voor de oudere opgravingsverslagen) 13 Roessingh & Blom, 2012 14 Van der W eerden, Van der Veken & Janssens, 2019 (concept 1) 15 Fokkens, van As & Jansen, 2019: 20 (stroomgordel van Macharen, actief tussen circa 1.500 voor Chr. en het begin van de Romeinse tijd) 11 12

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[12]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

waarschijnlijk echter nooit last gehad van wateroverlast door overstromingen, al zal het water soms niet veraf zijn geweest. Bij een overstroming van de nederzetting zou de daarmee gepaard gaande kleiafzetting gedocumenteerd moeten zijn in de vorm van kleilagen in de vulling van kuilen en waterputten die op dat moment in gebruik waren, maar dit is niet waargenomen in sporen uit de genoemde periodes.

16

Zoals beschreven in §2.2 is in plangebied Het Brand wel klei te verwachten.

Op basis van pollenanalyse van de inhoud van enkele greppels en graven uit de Romeinse tijd blijkt het landschap rond Ussen in de prehistorie en Romeinse tijd vermoedelijk vrij open geweest te zijn. In het pollenspectrum overheersen grassen en heide en nemen bomen een veel minder belangrijke plaats in. De ontwikkeling naar een open wordend landschap is gestart in de bronstijd en hangt samen met een groeiende bevolking. Waarschijnlijk heeft de bewoning zich in het neolithicum en de bronstijd geconcentreerd op de rand van het zandgebied en op oeverwallen en crevasses in het Maasdal en waren de hogere zandgronden bebost. Op die manier kon men optimaal gebruik maken van een gevarieerd landschap. In de loop van de bronstijd en in de vroege ijzertijd is de bewoning naar het zuiden uitgebreid, waarbij de zandgronden ontbost werden.

17

Het lijkt er dus op dat de mens in de loop

van de late prehistorie richting het zuiden trok, omdat hier voldoende grote arealen lagen. Meer informatie over landschap, bodem, gaafheid en conservering op vindplaatsniveau is niet bekend.

2.4.3

Verspreide erven uit de ijzertijd

De ijzertijdbewoning in Ussen bestaat uit verspreid gelegen erven, die enkele honderden meters uit elkaar liggen, waarbij geleidelijk meer en meer areaal in zuidelijke richting wordt ontgonnen en in gebruik genomen. Pas in de loop van de late ijzertijd (maar niet altijd) en in de Romeinse tijd is sprake van clustering van bewoning.

18

Nabij Het Brand zijn sporen en structuren opgegraven uit de ijzertijd (zie figuur 4). Uit de vroege ijzertijd dateert de zogenaamde groep 10 (niet afgebeeld), toegewezen aan nederzetting IX. Deze omvat een noordelijke en zuidelijke concentratie van kuilen, waterputten en enkele spiekers, echter geen huisplattegronden. de opgegraven zones.

20

19

Gezien de aanwezigheid van waterputten worden deze wel verwacht, buiten

Dat zou dus in Het Brand kunnen zijn. Uit de midden ijzertijd is groep 14-west

onderscheiden, bestaande uit diepe kuilen, spiekers en enkele huisplattegronden (huis 15 en 16 zijn met zekerheid in de midden ijzertijd gedateerd, zie figuur 4 en tabel 5). Opvallend is het vrijwel ontbreken van waterputten en –kuilen in dit redelijk compleet opgegraven gebied. Wellicht liggen deze op de overgangszones naar de nattere gebieden (zoals Het Brand) . De sporen en structuren zijn aan twee nederzettingen toegewezen: nederzetting XII uit de eerste helft van de midden ijzertijd en nederzetting XV uit de tweede helft van de midden ijzertijd.

21

Groep 18-west, toegeschreven aan

nederzetting XVI waarbij de kern eerder ten oosten ligt, omvat sporen en structuren uit de late ijzertijd. Vele spiekers zijn ongedateerd. Van de hoofdgebouwe n is alleen structuur H29 op basis van aardewerk met zekerheid in de late ijzertijd te dateren ( figuur 4 en tabel 5). Verder zijn nog twee waterputten aangetroffen, P70 beschoeid met een bodemloze houten emmer en P47 met vlechtwerkbeschoeiing.

16

Schinkel, 1994: 7-8 Fokkens, van As & Jansen, 2019: 20 Fokkens, van As & Jansen, 2019: 189-191 19 Schinkel, 1994: 47-48 en fig. 32 20 Kok, 2002: 114 21 Schinkel, 1994: 94, 121, 125 22 Schinkel, 1994: 147-148 17 18

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[13]

22

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Figuur 4. Structuren in Ussen-west. De huisplattegronden zijn aangeduid met nummer. Structuur

Type

Datering en fase

Opmerking

H14

4A

midden ijzertijd

geen vondsten, westelijke helft buiten de opgraving

H15

5A

midden ijzertijd, fase G-H

sterk verstoord, 53 fragmenten aardewerk

H16

4A

midden ijzertijd, fase G-H

39 fragmenten aardewerk

H26

5A

ijzertijd

zeer fragmentair a.g.v. oversnijdingen en stort, 1 fragm ent aardewerk

H27

4A

midden ijzertijd

89 fragmenten aardewerk

H28

5A

midden ijzertijd, fase G-H

verstoord, 23 fragmenten aardewerk

H29

4A

late ijzertijd

fragmentair vanwege oversnijdingen, 20 fragmenten aardewerk

Tabel 5. Huisplattegronden van Ussen in de nabijheid van onderhavig plangebied (uit catalogus Schinkel, 1994).

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[14]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

2.4.4

Plaatsvaste nederzetting in de Romeinse tijd

Archeologische resten uit de Romeinse tijd zijn niet aangetroffen in Ussen, wel in Zomerhof, circa 300 m zuidoostelijker. Hier is een nederzetting van circa 1.5 ha groot opgegraven, aan drie zijden omgeven door greppels en palissades. In totaal zijn negen huisplattegronden uit het laatste kwart van de 1e tot het begin van de 3e eeuw na Chr. ontdekt. Ze zijn toe te wijzen aan drie erven, omgeven door omheiningen en greppels, met telkens drie fasen. Op het erf liggen verder nog kleine bijgebouwen, onder andere voor de opslag van graan, kuilen en met vlechtwerk beschoeide waterputte n. De Zomerhofnederzetting wordt geïnterpreteerd als de opvolger van nederzetting XVI uit de late ijzertijd, waarbij dus een nieuwe nederzetting is gesticht volgens een vooropgezet plan. Dat blijkt uit de aanwezigheid van een nederzettingsgreppel, de uniforme oriëntatie van de huizen en bijgebouwen en uit de duidelijk afgescheiden erven waarop de boerderijen zijn herbouwd.

2.4.5

23

Sporen en structuren buiten de nederzetting/ het erf?

Bij de beschrijving en interpretatie van nederzettingen uit de late prehistorie moet rekening gehouden worden met verschillende schaalniveaus. Schinkel (1994) houdt nog sterk vast aan de ‘nederzetting’, dat wil zeggen: een in tijd en ruimte samenhangende groep sporen die gescheiden is van een andere groep sporen door een leeg gebied. Bij zijn reconstructies heeft hij ervoor gezorgd dat alle structuren binnen een nederzetting vallen. Kok (1998 en 2002) denkt veel meer vanuit het ‘erf’ en heeft bij haar analyse van Oss-Ussen vastgesteld dat ook buiten de erven structuren voorkomen, met name spiekers en vondstrijke kuilen, die een aanwijzing vormen voor een divers en open gebruik van het landscha p in de ijzertijd; dit betekent een geleidelijke overgang van huis naar akkers en weiden, naar water, naar graven en naar buren. Claims op bepaalde delen van het landschap berusten volgens haar op gebruik en niet op afbakening.

24

Een probleem is dat tot op heden deze these nog niet getoetst is in Ussen,

omdat de opgravingen zich beperkt hebben tot de hogere gronden.

2.4.6

Relevantie voor Het Brand

Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de opgravingen in Oss-Ussen zich geconcentreerd hebben op de hogere zandgronden, waarbij hoofdzakelijk sporen van bewoning zijn aangetroffen uit de ijzertijd en Romeinse tijd. De lagere terreindelen zijn niet onderzocht, terwijl juist daar wellicht de sporen van andere gebruiksvormen liggen. Plangebied Het Brand ligt in een overgangszone van de hogere (bewoonde) naar de lagere (gebruikte) zandgronden, zodat eventueel sporen van het beschreven open gebruik van het landschap te verwachten zijn.

2.5 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw (zie figuur 5). In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarm ee iets over de archeologische potentie van het gebied en kan inzicht geven in bodemverstoringen uit het verleden.

23 24

W esselingh, 2000:66-70 Kok, 2002: 11

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[15]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Figuur 5. Overzicht van relevante historische kaarten met in rood het plangebied (ontleend aan het digitale RAAParchief, http://www.topotijdreis.nl/ en https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/).

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[16]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Uit de analyse blijkt dat het plangebied volgens de digitaal beschikbare historische kaarten een bijna onveranderd gebruik heeft gekend. Op de oudst geraadpleegde kaart van omstreeks 1815 (linksboven op figuur 5) is het plangebied aangeduid als een moerassige gebied, ten zuiden van de Kruizenbeemdse Dijk. Uit de topografische militaire kaart van 1850 is goed te zien dat het plangebied ligt op de overgang van de hogere – tot akkerland ontgonnen – gronden rondom Ussen en Vlashoek in het oosten, naar de lagere gronden in het westen. Op de overgangszone tussen beide ligt een strook met smalle, oostnoordoost-westzuidwest verkavelde graslanden. Het plangebied behoorde tot een uitgestrekt grasgebied. Op de kadastrale minuutplan van 1811 -1832 is te zien dat ook dit gebied (waaronder het plangebied) in lange smalle stroken verkaveld was. In tegenstelling tot de overgangszone waren deze kavels echter noordnoordwest-zuidzuidoost georiënteerd, haaks op de “Kruysen Beemschen Dyk” ten noorden van het plangebied . Restanten van deze verkaveling zijn nog te herkennen op de topografische kaart van 1956, waarop ook de eerste beb ouwing in het zuiden van het plangebied is aangeduid. Dat betreft de huidige boerderij aan de Amsteleindstraat 29. Op de kaart van 1967 is te zien dat rondom de boerderij wat extra bebouwing is aangeduid.

Ook valt op dat de langgerekte verkaveling in die tijd verdwenen is en het plangebied hoofdzakelijk bestaat uit drie grote percelen. Alleen in het uiterste oosten, in de overgangszone naar de hogere gronden, zijn de smalle kavels nog deels behouden. Eind jaren 1980 is daarvan ook weinig over gebleven. In die tijd is het erf rond de boerderij verder uitgebreid met enkele grote stallen en is de kleinschalige verspreide bebouwing verdwenen. Vanaf eind jaren 1990 is de boerderij geleidelijk verder uitgebreid met de grote stallen en silo’s die het erf nu kenmerken (zie figuur 6). Meer bebouwing is in het plangebied niet aangeduid en al die tijd is de verkaveling van het plangebied ongewijzigd gebleven.

2.6 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Agrarisch, hoofdzakelijk grasland met in het uiterste oosten akker (zie figuur 6).

Hoogteligging maaiveld

Vlak, variërend van 4.8 m +NAP in het oosten tot 4.2 m +NAP in het westen. In het microreliëf is de oorspronkelijke percelering in smalle stroken nog herkenbaar.

Grondwatertrap of -stand

Binnen 50 cm –mv (veldwaarneming)

Milieutechnische condities

In het plangebied moet nog milieukundig onderzoek uitgevoerd worden. Op basis van het langdurig agrarisch gebruik, zijn geen bijzonderheden te verwachten. Alleen ter plaatse van het erf moet rekening gehouden wo rden met eventuele voormalige afvalgaten en wellicht ondergrondse tanks.

Aanwezige constructies

Alleen op het erf ter plaatse van de huidige bebouwing.

(funderingen, kelders e.d.) Kabels/leidingen

Alleen ter hoogte van de inrit naar de boerderij aan de Amsteleindseweg is sprake van huisaansluitingen.

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[17]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Figuur 6. Luchtfoto van het plangebied.

2.7 Toekomstige situatie In het plangebied is woningbouw gepland. De exacte locatie en omvang hiervan zijn nog niet bekend en kunnen nog aangepast worden op de resultaten van het archeologisch onderzoek. Normaal gezien kan bij woningbouw uitgegaan worden van verstoring door funder ingen, leidingstraten en wegcunetten tot in het gele zand. Gezien de huidige wateropgave, kan ook rekening gehouden worden met retentie/infiltratiebekkens voor regenwater.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[18]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

2.8 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit ruimtelijke analyse s blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden e n was (drink)water bereikbaar. Plangebied Het Brand ligt op een zeer geleidelijke overgang van het de kzandgebied in het zuidoosten naar het rivierengebied in het noordwesten.

Uitgesproken hoogteverschillen of overgangen van droog naar nat die als gradiënt aangemerkt kunnen worden, doen zich in en rond het plangebied niet voor. Het gebied bevat dus geen kenmerken die in de steentijd een bijzondere aantrekkingskrach t hebben gehad en zodoende worden geen vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Uit de analyse van de archeologische gegevens, met name die van Oss -Ussen (zie §2.4), is gebleken dat resten uit het neolithicum en de bronstijd voorkomen op de overgang van het Maasdal naar de hogere zandgronden, waarbij na verloop van tijd de bewoning naar de hogere zandgronden is geschoven en deze zijn gedurende ijzertijd en Romeinse tijd intensief bewoond. Het uiterste oosten van het plangebied grenst hieraan, zodat hier ook met eventuele bewoningssporen rekening gehouden moet worden. Toch worden in het plangebied bewoningssporen niet echt verwacht, met name omdat het gebied aanzienlijk lager ligt (circa 1.5 m) dan de hoge zandgronden van Oss-Ussen.

Het historisch landgebruik (smalle stroken grasland) en de bodemkundige situatie (oude zandgraslandgrond) duiden ook op de lagere en perifere ligging ten opzichte van de hoge akkergronden waar de bewoningsporen van Oss-Ussen zijn opgegraven. Dat wil echter niet zeggen dat geen archeologische resten te verwachten zijn. Zoals beschreven in §2.4 is sprake van een divers en open gebruik van het landschap in de late prehistorie, met geleidelijke overgangen van bewoning naar beakkering, beweiding, watervoorziening, begraving, etc. Plangebied

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[19]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Het Brand ligt in een dergelijke overgangszone, waar concreet sporen van beweiding en watervoorziening verwacht worden, maar ook resten van off-site activiteiten in de nabijheid van bewoning (spiekers, afvalkuilen, etc.). Wanneer deze archeologische resten voldoende diep zijn ingegraven, zullen ze zich onder de bouwvoor in de C-horizont aftekenen. Mogelijk zijn ze nog afgedekt door een lokaal kleidek, waardoor ze goed geconserveerd zijn. In tegenstelling tot nederzettingssporen zoals kuilen, paalkuilen (van huizen en bijgebouwen), greppels en stakenrijen, die geclusterd voorkomen, gaat het bij de verwachte resten echter meestal om solitaire grondsporen. De kans om deze middels traditionele vormen van inventariserend veldonderzoek (karterend boren, oppervlakte karteren, proefsleuven) op te sporen is uitermate klein.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[20]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond conform de vraagspecificatie van de gemeente Oss uit een verkennend booronderzoek aangevuld met een selectieve oppervlaktekartering. De gevolgde onderzoeksmethode diende tot het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring, de diepteligging van het verwachte archeologische niveau en tot het verkrijgen van een eerste inschatting van de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Het veldonderzoek is uitgevoerd eind februari en begin maart 2020. In het plangebied zijn 147 handmatige boringen verricht (figuur 7) in een grid van 40 bij 50 m in zuidzuidoost-noordnoordwest georiënteerde raaien (zie figuur 10). Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. De exacte boorlocaties zijn afgestemd op aanwezige kabels en leidingen, sloten, bebouwing en oppervlakteverharding. Er is geboord tot maximaal 120 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm).

De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van het AHN.

Figuur 7. Plaatsen van een boring in het oosten van het plangebied. Foto genomen richting het zuidoosten.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[21]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken). Daarnaast heeft waar mogelijk een oppervlaktekartering plaatsgevonden. Het gebied was volledig in gebruik als grasland, zodat de oppervlaktekartering zich heeft beperkt tot het inspecteren van molshopen, rijsporen en kale plekken in de bodembedekking (zie figuur 8).

Figuur 8. Impressie van zones in het grasland waar een selectieve oppervlaktekartering mogelijk was.

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Het plangebied kenmerkt zich als een uitgestrekt vlak grasland (zie figuur 9). De natuurlijke hoogteverschillen zijn beperkt (circa 60 cm tussen het hoogste en laagste punt). Het erf waarop de boerderij en stallen staan vormen een afwijking op het natuurlijk reliëf. De hoogste delen van het erf liggen tot 80 cm hoger dan de omringende lagere terreindelen. He t flauwe natuurlijke reliëf wordt verder enigszins verstoord door de hoogteverschillen die zijn ontstaan als gevolg van de historische percelering. Tussen het midden van elk perceel en de lagere greppels aan de randen is over korte afstand sprake van hoogteverschillen tot 30 cm (zie ook hoogtekaart op figuur 10). Als gevolg van die percelering golft het maaiveld op kort afstand iets. Ondanks de versnijding door de greppeltjes is het natuurlijk reliëf met het blote oog nog wel enigszins herkenbaar. Met name in het midden van de oostelijke helft is duidelijk een lichte verhoging waarneembaar. Uit de hoogtekaart (zie ook figuur 10) blijkt dat deze nog een stukje richting het westen uitstrekt en in het oosten aansluit op een uitstulping van de dekzandrug van Oss -Ussen. De verschillen in hoogteligging laten zich ook bodemkundig herkennen. Daarop wordt in de navolgende paragraa f verder ingegaan.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[22]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Figuur 9. Het plangebied kenmerkt zich als een vlak grasland. Alleen de boerderij (uiterst rechts op de foto) ligt op een duidelijke verhoging. Foto genomen vanuit het zuidwesten richting het noordwesten.

3.2.2

Geologie en bodem

De bodemopbouw in het plangebied is redelijk uniform. Doorgaans is sprake van een zogenaamd AC profiel in zandige afzettingen. Aan de hand van kleine variaties in textuur en kleur, zijn de subtiele hoogteverschillen in het gebied te herleiden. Lithologisch gezien kent het gebied een beperkte variatie. In de meeste gevallen is onderin de boringen zwak tot matig siltig, matig fijn zand aangetroffen, wat is geïnterpreteerd als dekzand. In een enkele boring (32, 35, 80, 101, 118, 127, 136) veranderde het zand op beperkte diepte en was het slechter gesorteerd, bevatte een enkel grindje of een leemlaagje. Mogelijk betreft het hier oudere fluviatiele afzettingen (hetzij verspoeld dekzand, hetzij pleistocene afzettingen van de Maas) die door het dekzand worden afgedekt. Dit is echter niet vlakdekkend vastgesteld en heeft gezien de hoge ouderdom ook geen invloed op de archeologische verwachting. Het dekzand ligt echter niet in het gehele gebied overal aan het maaiveld. Regelmatig is in de bovengrond een bijmenging met klei(brokken) vastgesteld. Volgens de grondeigenaar is het gebied omstreeks 1926 overstroomd door de Maas (Beerse Overlaat) , waardoor de klei is afgezet. De klei ligt echter niet meer als een aaneengesloten laag aan het maaiveld, maar is v aak teruggevonden als een gebrokkelde laag op de ondergrens van de bouwvoor.

Dit duidt er op dat de grond eenmalig dieper is gekeerd, om de kleilaag te breken en onder te ploegen . Latere bodembewerking is ondieper geweest, waardoor de gebrokkelde kleilaag nu nog steeds onder de bouwvoor is terug te vinden. Aan de hand

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[23]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

van het voorkomen van de klei (aangeduid met blauwe driehoekjes op figuur 10) is de relatieve hoogteligging bepaald. De delen waar de klei ontbreekt zijn immers niet overstroomd en zo is te achterhalen welke delen net iets hoger lagen. In combinatie met de hoogteligging van het maaiveld is zo een flauwe verhoging in het gebied aangeduid (doorschijnend geel op figuur 10) die lijkt aan te sluiten op de dekzandrug ten oosten van het plangebied. De subtiele hoogteverschillen worden verder geaccentueerd door de bodemkundige kenmerken. Op de flauwe verhoging is lokaal soms een restantje van een BC-horizont aangetroffen (bruine bolletjes op figuur 10), terwijl in de lagere delen AC-profielen voorkomen. De BC-horizont is het resultaat van humusinspoeling (podzolisatie) en dat vindt in het dekzandgebied plaats in de delen waar netto waterafvoer plaatsvindt. Een AC-profiel bestaat uit een met humus aangerijkte (geploegde) bovengrond (de A-horizont), rechtstreeks op het ongeroerde dekzand (C-horizont). Meestal kwam in de bovengrond al roest voor, waardoor de bodem als gooreerdgrond geclassificeerd kan worden. Met name in de lagere terreindelen was de C-horizont sterk roestig (soms met concreties), wat duidt op de aanvoer van ijzerrijke kwel vanaf de hogere zandgronden in het zuidoosten en de natte ligging dus verder bevestigt. De bodem was niet overal intact.

Tussen de bouwvoor en de C-horizont is regelmatig nog een restant van de ondergeploegde (kleiige) bovengrond aangetroffen (groene bolletjes op figuur 10). Ook bleek in een groot deel van de boringen de top van de C-horizont een keer aangeploegd, resulterend in een gemengde laag van bruingrijze humushoudende bovengrond met gele zandbrok ken (aangeduid met een kruisje op figuur 10). In de zuidoosthoek van het plangebied (boringen 76, 77, 104, 105, 106, 107 en 134) was de bodem relatief diep verstoord (> 50 cm). Volgens de grondeigenaar was hier sprake van een depressie die met een dik pakket grond is opgevuld om de ontwatering te verbeteren. Het hoogteverschil aan het maaiveld tussen de laagte en de flauwe rug bedraagt hier nu 40 cm, maar dat is oorspronkelijk dus aanzienlijk meer geweest.

3.2.3

Archeologische indicatoren

Het booronderzoek heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd. Bij de beperkte oppervlaktekartering zijn echter wel enkele vondsten gedaan (zi e tabel 7 en figuur 10). De vondsten worden na oplevering van de rapportage gemeld in ARCHIS. Nummer

Indicator en ligging

Datering

1

Concentratie ijzer/mangaanconcreties en ijzerslakken in het westen van het plangebied (rond b.18). Een kleine selectie van het materiaal is verzameld.

Onbekend.

2

Vuurstenen artefact (schrabber). Op de meest westelijke punt van de flauwe verhoging (bij b.24).

Steentijd (meso/neolithicum

3

Drie fragmenten handgevormd aardewerk. Op de flauwe verhoging in het oosten van het plangebied (bij b.146).

Late prehistorie

4

Randfragment potje/schaaltje Oss-Ussen, type 3A. Op de flauwe verhoging in het oosten van het plangebied (tussen b.108 en 109).

Eerste helft ijzertijd

5

IJzer(vloei)slakje. Op de uiterste zuidoostrand van de flauwe verhoging (bij b.132).

Onbekend.

6

Drie fragmenten aardewerk. In de oostelijke uitstulping van het plangebied (tussen b.137 en 138)

nieuwe tijd.

Tabel 7. Overzicht van de archeologische indicatoren aangetroffen in het plangebied.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[24]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Figuur 10. Resultaten van het archeologisch onderzoek.

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[25]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Vondst 1 betreft een langwerpig ovale, oost-west georiënteerde zone in het westen van het plangebied met zeer veel ijzer/mangaanconcreties en daarnaast ook ijzerslakken. Uit de centraal in deze zone geplaatste boring 18 bleek dat de bodem onder de bouwvoor sterk verkit was en zwart van kleur. De buurman meldde dat in het ruimere gebied op grote schaal op geringe diepte oer voor komt, soms hele platen. In enkele andere boringen is deze ondoordringbare oerbank ook aangetroffen. De concentratie is globaal ingemeten. Een kleine selectie van het materiaal is verzameld (v.1). Het gaat hierbij om drie stukken natuurlijke ijzeroer (moeraserts) en een ijzerslak. De slak lijkt op basis van de kenmerken (kleur, mate van versintering) uit de nieuwe tijd te dateren, maar gezien de beperkte omvang is een goede datering lastig. Nabij de concentratie is nog een opvallende rode vlek aan het maaiveld vastgesteld, maar noch de oppervlaktekartering noch de boringen (44 en 144) hebb en iets archeologisch relevants opgeleverd. Vondst 2 betreft een geretoucheerd stuk vuursteen dat sterk oranje is gekleurd, vermoedelijk omdat het in kwelrijke grond heeft gelegen. Op basis van de kenmerken is het artefact door Xavier van Dijk als schrabber geïnterpreteerd. Dergelijke werktuigen werden onder andere gebruikt om huiden mee schoon te schrapen.

De vondst ligt op de meest westelijke uitstulping van de flauwe verhoging in het gebied. Het betreft een losse vondst, omdat nadere inspectie van het oppervlak geen verdere vondsten heeft opgeleverd die zouden duiden op een concentratie.

Figuur 11. Links: foto van de binnenzijde van het randfragment (vondst 4). Rechts: voorbeeld van het type aardewerk waarvan het fragment vermoedelijk afkomstig is (Van den Broeke, 2012: 46, fig.3.5).

Vondsten 3 en 4 betreffen fragmenten handgevormd aardewerk, aange troffen op de flauwe verhoging in de oostelijk helft van het plangebied. Vondst 3 bestaat uit drie brokjes en valt niet nader te dateren dan in de late prehistorie (mogelijk inheems Romeins). Vondst 4 is daarentegen een randfragment, dat op basis van de kenmerken (o.a. dikte, vorm en magering) door aardewerkspecialist Ivo Hermsen is

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[26]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

gedetermineerd als type Oss-Ussen 3A en dateert uit de eerste helft van de ijzertijd.

25

Op figuur 11 is

de scherf afgebeeld, alsmede het type potje/schaaltje waarvan deze vermoedelijk afkomstig is. Vondst 5 betreft een ijzerslakje, waarvan er her en der verspreid in deze zone meer voorkomen. Van een duidelijke concentratie (zoals v.1) is echter geen sprake. Datering is onbekend. Vondst 6 betreft enkele fragmenten aardewerk uit de nieuwe tijd. Naast de plek waar ze gevonden zijn is recent een oudere boerderij gesloopt en vermoedelijk is het aar dewerk daaraan te relateren.

3.2.4

Synthese

Aan de hand van de resultaten van het archeologisch onderzoek, kan de eerder opgestelde archeologische verwachting worden aangescherpt. Om te beginnen met de bodemkundige resultaten. Hieruit blijkt dat de bodem in het grootste deel van het plangebied relatief nat is. Bewoningssporen zijn in die lagere delen niet te verwachten, daarvoor waren er in de directe nabijheid immers betere alternatieven (Oss-Ussen). Zoals ook aangegeven in §2.8 wil dat niet zeggen dat hier geen archeologische resten kunnen voorkomen en dat blijkt uit de concentratie ijzerconcreties met -slakken en donker verkleurde bodem. Deze kenmerken vertonen overeenkomsten met de ijzerovens die tijdens lopend onderzoek door RAAP zijn opgegraven op de Depotlocatie in Maaspark Well (L). Zodoende rijst het vermoeden dat het ook hier om de resten van ijzerovens of tenminste ijzerwinkuilen gaat. De aanwezigheid van grote hoeveelheden ijzeroer in de ondiepe ondergrond versterk t dit vermoeden (zie figuur 12). Het materiaal is door ploegen weliswaar aan het oppervlak verspreid geraakt, maar uit de boring blijkt dat grondsporen (zoals zwart verbrande ovenbodems of winkuilen) nog intact kunnen zijn. De datering is niet bekend, maar het complex van ijzerwinning/productie zou goed aansluiten bij de verwachte off-site activiteiten gerelateerd aan de ijzertijd bewoning in Oss -Ussen.

Uit een nadere analyse van de onderzoeksresultaten aldaar blijkt namelijk dat regelmatig ijzerslakken zijn aangetroffen. Uit de vroege ijzertijd zijn zes kuilen aangetroffen, waarin ijzerslakken (gedumpt samen met ander nederzettingsafval) een aanwijzing vormen voor ijzerproductie op het erf. Ook in de midden ijzertijd komen ijzerslakken voor (in totaal 18 kuilen). De grootste concentratie (4 kg) bevond zich circa 500 meter ten oosten van de concentratie ijzerconcreties/slakken in waterput P25 (bij huisplattegrond H16), in associatie met mogelijke resten van een ovenwand (zie figuur 4 en figuur 10).

26

Uit de late

ijzertijd zijn slakken gevonden in 25 grondsporen, waaronder vijf die mogelijk in de Romeinse tijd dateren. De meeste vondsten liggen echter op grotere afstand.

27

Behalve de aanwijzing voor ijzerovens, zijn ook op twee plekken vondsten gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen. Het betreft in beide gevallen handgevormd aardewerk, waarvan één randfragment in de eerste helft van de ijzertijd te dateren is. De vondsten liggen niet ver van elkaar op de flauwe verhoging in de oostelijke helft van het plangebied , waarop ook de reeds bekende aardewerkvondst geregistreerd is (zij het op kilometercoördinaten) . Het feit dat slechts zeer kleine oppervlakten geïnspecteerd konden worden (zie figuur 8) en dit toch al twee duidelijke indicatoren heeft opgeleverd, geeft aan dat de verhoging archeologisch interessant is en mogelijk in de ijzertijd voor bewoning gebruikt is of voor vormen van open gebruik van het landschap die daarmee samenhangen . In dat geval zijn onder de bouwvoor nog intacte resten van grondsporen te verwachten.

25

Van den Broeke 2012: 46 Schinkel, 1994: 115 27 Schinkel, 1994: 173 26

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[27]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Ook ander gebruik dan bewoning is echter mogelijk, gezien de aanwezigheid van her en der verspreid een ijzerslakje (v.5). Dit zou met het afvoeren van nederzettingsafval in de bronstijd en het begin van de vroege ijzertijd te maken kunnen hebben. Schinkel (1994) merkt aan de hand van de beperkte hoeveelheden afval in de vullingen van waterputten en kuilen uit het begin van de vroege ijzertijd (fasen A-B) op, dat mogelijk al het afval (organisch en niet-organisch) over de velden werd verspreid en niet, zoals vanaf fasen C-D, in soms zeer grote hoeveelheden in afgedankte kuilen en waterputten gedumpt werd.

28

Vondst 5 zou ook hiervan de weerslag kunnen zijn. In dat geval gaat het echter om

vondstmateriaal aan het maaiveld, wat door ploegen verstoord en verspreid is geraakt. Vondst 2 betreft een losse vondst, die verder niet op de aanwezigheid van een grotere vindplaats duidt. Bovendien is de bovengrond hier zodanig verstoord/verploegd dat het vondstniveau volledig vermengd is en vondsten dus uit hun oorspronkelijke context zijn. Desondanks bewijst de vondst wel dat het gebied ook in de steentijd door de mens bezocht is. Vondst 6 betreft aardewerk vermoedelijk afkomstig van de recent gesloopte boerderij in het naastgelegen perceel (buiten het plangebied).

Figuur 12. Het voorkomen van ijzerconcreties in de boringen (voor zover binnen de geboorde diepte vastgesteld) in relatie tot de oppervlakte vondsten en de ijzertijdvindplaatsen in Oss -Ussen.

28

Schinkel, 1994: 63, 80

RAAP-rapport 4376 / versie 19-03-2020

[28]

Plangebied Het Brand te Oss-W est, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie De conclusies van het onderzoek worden getrokken middels beantwoording van de onderzoeksvragen: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Het plangebied ligt op de overgang van een hoge dekzandrug in het zuidoosten naar het lagere dal van de Maas in het noordwesten. In het plangebied komen dekzanden voor, waarin hoofdzakelijk beekeerdgronden zijn ontwikkeld, bestaande uit een roesthoudende , met humus aangerijkte Ahorizont direct op de C-horizont zonder bodemvorming. In de lagere delen was die C-horizont ook zeer sterk roesthoudend als gevolg van de aanvoer van ijzerrijke kwel vanaf de hogere gronden ten zuiden en oosten van het plangebied. Lokaal is ook een BC-horizont aangetroffen die het resultaat is van podzolisatie. Deze restanten van podzolbodems liggen vooral op een flauwe verhoging in het zuidoosten van het plangebied. Aan de hand van de hoogtekaart is deze verhoging te onderscheiden als een uitloper van de dekzandrug waarop Oss-Ussen ligt. De subtiele hoogteverschillen in het gebied worden verder duidelijk aan de hand van het voorkomen van klei(brokken) in de bovengrond. Het gebied is in 1926 overstroomd, waarbij door de Maas (Beerse Overlaat) een laagje klei is afgezet. Op de hogere delen ontbreekt de klei, dus deze zijn niet overstroomd. De klei ligt niet meer aan het maaiveld, maar is eenmalig dieper ondergeploegd, waarbij meestal ook de top van de C-horizont is geraakt.

Daardoor komt onder de huidige bouwvoor in de meeste boringen een met zand en kleibrokken gevlekte laag voor.

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend? In het plangebied is één vondstlocatie bekend van een fragment aardewerk uit de late prehistorie. Vanwege de kilometer coördinaten en het toponiem “Ussen” wordt vermoed dat deze afkomstig is van het gebied ten oosten van het plangebied. Daar zijn veel bewoningssporen uit de ijzertijd en Romeinse tijd opgegraven. Enkele huisplattegronden liggen op de hogere dekzandrug vlakbij de oostrand van het plangebied. Ook buiten de erven worden archeologische resten verwacht, die een aanwijzing vormen voor een divers en open gebruik van het landscha p in de ijzertijd en een geleidelijke overgang van huis naar akkers en weiden, etc. Een grote hoeveelheid ijzerslakken en mogelijke restanten van een ovenwand, gedumpt in een waterput direct ten oosten van het plangebied kan mogelijk geassocieerd worden met ambachtelijke activiteiten in de randzone van de nederzetting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d7304f21-f309-4072-9257-08def48bf3b9