Bijlage 9 Toetsing plan Muzelinck - gemeente Oss - Berenschot - definitief rapport - 7 mei 2024
Tekst van het document
Toetsing van meerjarenplan en meerjarenbegroting van Muzelinck in relatie tot huidige subsidie
In opdracht van de gemeente Oss Bastiaan Vinkenburg & Sam Branten DEFINITIEF RAPPORT – 7 MEI 2024
TOETSING VAN MEERJARENPLAN EN MEERJARENBEGROTING VAN MUZELINCK
Inhoud pagina 1. Aanleiding, vraagstelling en aanpak
3
2. Reflectie op het plan
6
3. Reflectie op de organisatie
11
4. Reflectie op de financiën
15
5. Perspectief op duurzame borging
23
6. Perspectief bij gelijkblijvende subsidie
27
2
1. Aanleiding, vraagstelling en aanpak
1. AANLEIDING, VRAAGSTELLING EN AANPAK
Aanleiding en vraagstelling Aanleiding
Vraag aan Berenschot
Muzelinck is één van de kernpartners binnen de culturele infrastructuur
De gemeente Oss heeft Berenschot gevraagd om, met medewerking van
van de gemeente Oss die zorgdraagt voor cultuureducatie en
Muzelinck, onderzoek te doen naar de bedrijfsvoering en een rapport op
cultuurparticipatie in de brede zin. Muzelinck heeft zich ontwikkeld van
te leveren, waarin:
een traditionele muziekschool tot een multidisciplinair centrum voor de kunsten. Afgelopen jaren is de transitie ingezet naar een brede en flexibele organisatie op het gebied van cultuureducatie en –participatie. In de cultuurnota Cultuur verbindt OnSS! (2021) wordt gesteld dat de diensten en activiteiten van Muzelinck van belang zijn voor de algehele ontwikkeling van alle mensen in de gemeente Oss. De veranderende rol van Muzelinck wordt aangemoedigd. De effecten hiervan op de
organisatie en financiering, ook met het oog op de nieuwe huisvesting vanaf 2027/2028, vragen echter aandacht. Muzelinck is financieel en organisatorisch kwetsbaar gebleken. Incidentele middelen zijn nodig om structurele kosten voor personeel en huisvesting te dekken. De afhankelijkheid van tijdelijke subsidies van andere partijen is groot geworden. Met de huidige inflatie en
bijstellingen van cao’s stijgen de kosten zichtbaar maar de inkomsten stijgen niet in gelijke mate mee. Op 9 november 2023 heeft de gemeenteraad opdracht gegeven om te laten onderzoeken hoe de financiering van Muzelinck duurzaam geborgd kan worden.
• Helderheid wordt gegeven over de bedrijfsvoering in de huidige
organisatorische vorm met de huidige financiering, inclusief inzicht in huidige en toekomstige huisvestingslasten; • Advies wordt gegeven over de administratieve inrichting van de organisatie om in control te zijn rondom financiën en gezonde bedrijfsvoering: kortom een duurzaam financieringsmodel. Omdat de te onderzoeken stukken van Muzelinck nog niet beschikbaar waren bij het vaststellen van de onderzoeksopdracht en de aanpak, is tijdens het onderzoek met enige regelmaat ruggespraak gepleegd met de opdrachtgever over de vraagstelling en de vorderingen. Uiteindelijk zijn het meerjarenplan 2025-2028 en de meerjarenbegroting 2025-2028 die ons zijn aangeleverd op 6 maart 2024 als uitgangspunt genomen voor dit onderzoek. Het onderzoek geeft, op basis van deze stukken, een beeld van de actuele situatie en een vooruitblik voor 2025-2028. Ook geven we inzicht in de gevolgen voor de waarde, het aanbod en de organisatie van Muzelinck als de basissubsidie toch niet wordt verhoogd. 4
1. AANLEIDING, VRAAGSTELLING EN AANPAK
Aanpak door Berenschot Analyse van de bedrijfsvoering met het Iglo-model
Interactief en iteratief proces
In samenspraak met de gemeente en Muzelinck hebben we
We hebben een specifieke versie van het Iglo-model ontwikkeld voor de kerntaken
gewerkt met het Iglo-model. Met dit model plaatsen we de
van Muzelinck (zie pagina 11). Muzelinck heeft dit model gebruikt bij het opstellen
bedrijfsvoering van de huidige en toekomstige situatie en het
van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting. We hebben de conceptversies
resulterende exploitatiesaldo in een beleidsmatig kader. Onze
doorgesproken met Muzelinck en waar nodig hebben we richting gegeven aan de
ervaring is dat dit een goede basis levert voor een gesprek tussen
afronding van de plannen. Tot slot hebben we de definitieve versies van het
een gemeente en instelling over de wijze van financiering én over
meerjarenplan en de meerjarenbegroting beoordeeld. In dit rapport geven wij onze
het realiseren van huidige en toekomstige prestaties.
bevindingen over het plan, over de organisatie en over de toekomstige financiën. We geven tevens inzicht in de gevolgen als de subsidie niet wordt verhoogd.
Het Iglo-model van Berenschot Het Iglo-model is ontwikkeld door Berenschot en wordt in de gehele cultuursector ingezet. Er is over gepubliceerd door de VNG als best practice. Het model
wordt in diverse gemeenten gebruikt en het is zo op te stellen en in te vullen dat het aansluit bij de specifieke kerntaken van een culturele instelling. Het Iglo-model draait om het maken van onderscheid binnen de exploitatie in drie hoofdonderdelen A, B en C:
5
2. Reflectie op het plan
2. REFLECTIE OP HET PLAN
Muzelinck presenteert zich enthousiast en ambitieus Opzet en onderdelen van het Meerjarenplan
Onze bevindingen over de opzet en onderdelen
Muzelinck heeft op 6 maart 2024 aan ons het Meerjarenplan 2025-2028
Het Meerjarenplan is met stoom en kokend water tot stand gekomen. Er
gestuurd, dat is opgesteld door de interim-directeur en afgestemd met
is in enkele maanden veel werk verricht door de interim-directeur en het
het MT en de RvT. Het plan is, op verzoek van gemeente Oss, in korte
team van Muzelinck op zowel beleidsmatig als organisatorisch en
tijd opgesteld met het oog op politieke besluitvorming in voorjaar 2024.
financieel vlak. Er zijn veel stukken opgesteld die als onderlegger voor
Het plan beschrijft in 30 pagina’s hoe Muzelinck zich de komende jaren
dit plan dienen, en waaruit in deze versie een goede, overzichtelijke en
gaat manifesteren in Oss en Bernheze.
informatieve selectie is gemaakt.
De volgende onderwerpen worden in het plan behandeld:
Het plan straalt enthousiasme en ambitie uit, maar is ook reflectief. Het
1. Ambitie
schetst een aantrekkelijk perspectief. Het plan laat ook zien dat de
2. Missie, visie en kernwaarden
organisatie sterk in ontwikkeling en nog zoekend is. De programmalijnen geven aan wat de organisatie wil gaan doen, al is het nog niet
3. Omgevingsscan lokaal, regionaal en internationaal
uitgekristalliseerd. Daardoor is er ook ruimte om met stakeholders
4. Programmalijnen
samen te sturen op de toekomstige activiteiten, projecten en prestaties.
5. Markt, doelgroepen en stakeholders
Op ons verzoek geeft het plan inzicht in de huidige formatie en inrichting
6. Personeel en organisatie en codes
van de organisatie. Daaruit blijkt dat op deze gebieden al diverse
7. Prestatieraster
8. Randvoorwaarden: huisvesting en financiën
stappen zijn gezet en dat wordt geanticipeerd op de toekomst. Het laatste hoofdstuk heet terecht Randvoorwaarden. Als Muzelinck de kans wil krijgen om zijn ambities te realiseren, is ondersteuning van de
Het plan is een samenvatting van beleidsmatige wensen en keuzes en
gemeente ten aanzien van huisvesting maar vooral financiën onmisbaar.
de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de organisatie. Mede op ons
Het plan is niet geschreven als subsidieaanvraag maar het beroep dat
verzoek schetst het plan zo het wat, het hoe en het voor en door wie.
ermee wordt gedaan op de gemeente, vinden wij terecht. 7
2. REFLECTIE OP HET PLAN
Muzelinck versterkt zijn rol in het culturele ecosysteem Een gezond cultureel ecosysteem is een complete cyclus Leren
Muzelinck maakt al lange tijd deel uit van de culturele infrastructuur van de gemeente Oss en is, zoals ook blijkt uit de Cultuurnota Cultuur verbindt OnSS, een van de instellingen die een structurele en bijzondere functie vervullen. Muzelinck is niet alleen een voorziening binnen de fysieke infrastructuur, maar ook een essentieel onderdeel van het culturele ecosysteem, waarvoor geldt dat meer soorten culturele activiteiten, initiatieven en inspanningen
Interesseren
elkaar versterken maar ook van elkaar afhankelijk zijn.
Produceren
Kenmerkend voor een ecosysteem is dat als bepaalde elementen verloren gaan, het soms jaren werk en veel inspanning kan kosten
Presenteren
om weer een gelijksoortige voorziening terug te krijgen, en de kans is groot dat het nooit meer op het gewenste niveau terugkomt.
•
Er zijn verschillende invalshoeken denkbaar bij het bepalen van wat de vitale onderdelen van het lokale culturele ecosysteem zijn. Het model van de culturele cyclus is goed bruikbaar om de toegevoegde
en in amateurkunstverband •
•
Presenteren van kunstuitingen voltrekt zich op podia en festivals, in galeries, bibliotheken, musea en zelfs de openbare ruimte.
Muzelinck speelt hier al wel op in, maar kan zijn betekenis voor Oss in toekomstige plannen nog meer benadrukken.
Produceren van kunst vindt plaats in werk- en oefenruimten, zowel voor amateurs als voor professionals.
waarde van de programmalijnen van Muzelinck voor de bewoners,
scholen en culturele instellingen in Oss en omgeving te beschrijven.
Leren gebeurt in het reguliere onderwijs, bij muziekscholen/kunstencentra
•
Interesseren voor kunst gebeurt via allerlei acties voor en door culturele instellingen, vaak in samenwerking met andere maatschappelijke domeinen 8
2. REFLECTIE OP HET PLAN
De vier programmalijnen kennen eigen ontwikkelpaden Rolopvatting en programmalijnen
De waaier gaat zich ontvouwen
Muzelinck stelt in het plan: “onze rol evalueert van louter aanbieder naar
Wij vinden de inzet van Muzelinck op deze
regisseur en expert in cultuureducatie en –participatie. We zijn de
vier programmalijnen verstandig. Het sluit
verbindende factor tussen diverse partijen waarbij we niet alleen de regie
aan op bredere ontwikkelingen en kansen.
voeren, maar ook actief bijdragen aan de uitvoering van projecten en activiteiten.” Deze transformatie is ingezet sinds 2020 en is in praktijk zichtbaar door nieuwe initiatieven en samenwerkingen in en rond Oss.
We vinden het ook logisch dat voor de
nieuwe programmalijnen nog niet helder is hoe de uitvoering zal zijn en welke
Muzelinck presenteert in het plan voor 2025-2028 vier programmalijnen,
resultaten daar zullen worden geboekt. Waar
die worden beschreven in ambities en geïllustreerd met activiteiten:
Muzelinck al vier visueel gelijkwaardige
1) KunstLeren – cultuureducatie in het primair onderwijs, met CMK en Muzekracht (vijfde schooldag), en met middelen van NPO en WDV. 2) KunstOntmoeting – vrijetijdsaanbod in diverse disciplines 3) KunstGeluk – programma’s in het sociaal domein (m.n. Ruwaard en Schadewijk)
Tot 2020
kwadranten toont, zien wij een zich nog verder ontvouwende waaier.
2021-2024
Voor het slagen van de ontwikkeling van de vier programmalijnen is wel acceptatie en waardering van betrokkenen nodig. Zo moeten leerlingen, ouders en scholen zich
4) KunstOndersteuning – steun en evenementen voor het amateurveld
aangesproken moeten blijven voelen door
Muzelinck kan voortbouwen op diens jarenlange ervaring in de educatieve
het lesaanbod en de aanvullende activiteiten.
programmalijnen 1) KunstLeren en 2) KunstOntmoeting en heeft daarvoor
Het welslagen van KunstOndersteuning en
een aantal docenten in dienst en in een schil om zich heen. Voor
KunstGeluk de komende jaren hangt sterk af
programmalijnen 3) KunstGeluk en 4) KunstOndersteuning geldt dat nog
van de samenwerking met partners en de
niet. Daar wordt nog in projecten geëxperimenteerd en er worden nieuwe
steun van de gemeente Oss.
2025-2028
functionarissen voor ingezet die hun rol nog verkennen. 9
2. REFLECTIE OP HET PLAN
Activiteiten en bereik in de programmalijnen nemen toe Ramingen van activiteiten en bereik Muzelinck heeft ramingen opgesteld van het aantal activiteiten en het aantal deelnemers daaraan. Deze cijfers vormen ook de onderleggers voor de baten (zoals lesgelden en deelnemersbijdragen) en lasten (zoals personele inzet) van de Meerjarenbegroting. Wat het ramen en het beoordelen van deze cijfers ingewikkeld maakt, is dat een leerling in de vrije tijd (2. KunstOntmoeting lessen/cursussen) veel vaker en intensiever contact heeft, namelijk een wekelijkse eigen les, dan een kind dat met zijn schoolklas via CMK één workshop krijgt. Ons valt op dat de aantallen activiteiten en deelnemers maar beperkt en evenredig stijgen. Niet alle ambities zijn zichtbaar in deze cijfers. Muzelinck geeft aan dat de cijfers voor de Proeftuin, Muzekracht (als dit wordt uitgebouwd) en combinatiefunctionarissen voor KunstOndersteuning (net van start) niet zijn meegenomen in deze overzichten.
Programmalijn
Aantal activiteiten -
1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000
Aantal deelnemers -
2.000
4.000
6.000
8.000
10.000 12.000 14.000
1. KunstLeren CMK 1. KunstLeren overig 2. KunstOntmoeting lessen/cursussen 2. KunstOntmoeting evenementen 3. KunstGeluk 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2023
2024
2025
2026
2027
2028
10
3. Reflectie op de organisatie
3. REFLECTIE OP DE ORGANISATIE
Een specifiek Iglo-model voor Muzelinck De gemeente Oss is al langere tijd in gesprek met Muzelinck over de bedrijfsvoering. Berenschot is gevraagd om in dit onderzoek Muzelinck te helpen om de bedrijfsvoering meer inzichtelijk te maken, en om daarvoor het gedachtegoed van het Iglo-model te hanteren. In overleg met de gemeente en
vooral met Muzelinck, hebben we aan het begin van ons onderzoek een specifiek Iglo-model aan Muzelinck aangeleverd. Muzelinck heeft, samen met de accountant en met aanvullende externe ondersteuning, de formatie, prestaties en de begroting conform dit specifieke Iglo-model ingedeeld.
C: (Para)commerciële activiteiten niet-gesubsidieerd lesaanbod, zaalverhuur, dienstverlening, horeca B: Culturele en maatschappelijke doelactiviteiten: de kerntaken B1 KunstLeren Cultuureducatie in het onderwijs
B2 KunstOntmoeting Lessen & cursussen in de vrije tijd
organisatieinrichting volgens dit model, in het hoofdstuk hierna op de begroting 2025-2028. De essentie van het Iglo-model is dat
B3 KunstGeluk in het sociaal domein
B4 KunstOndersteuning in het amateurveld
duidelijk wordt welke functies worden
vervuld en welke personele inzet daarbij hoort. De voorziening (delen A1 en A2) zijn voorwaarden om de kerntaken B1
A: Voorziening / basisorganisatie
A1 Huisvesting, infrastructuur etc. en materiële organisatie
In dit hoofdstuk reflecteren we op de
A2 Back office, beheers- en projectorganisatie
t/m B4 te kunnen verrichten. De voorziening zelf creëert geen inkomsten en moet dan ook geheel worden
gefinancierd uit subsidies van de gemeenten, als deze wensen dat Muzelinck kerntaken realiseert.
Hoewel met het Iglo-model verschillende bedrijfsonderdelen en inhoudelijke programma’s apart gepresenteerd worden, wil dat niet zeggen dat deze onderdelen los staan van elkaar. Integendeel: A is randvoorwaardelijk en B1 t/m B4 versterken elkaar binnen het culturele ecosysteem van Oss, ofwel de culturele cyclus (zie pagina 8). Zo is KunstOntmoeting (leren) het vervolg op KunstLeren (interesseren en leren) en dat leidt tot KunstOndersteuning. 12
3. REFLECTIE OP DE ORGANISATIE
Muzelinck is inmiddels een flexibele projectorganisatie Muzelinck heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld van een traditioneel centrum voor de kunsten tot een brede organisatie op het gebied van cultuureducatie en –participatie, met werkzaamheden in de vrije tijd, het onderwijs en in het sociale domein. Muzelinck biedt uiteenlopende diensten en activiteiten voor verschillende werkvelden en
Vaste kern met flexibele schil Muzelinck heeft een vaste kern van 25 medewerkers in dienstverband (14,8 fte) met daaromheen een flexibele schil van nu 32 zzp’ers (inzet bij elkaar opgesteld circa 2,5 fte, exclusief interim-directie).
markten, met diverse doelgroepen en samenwerkingspartners. De
In aantallen medewerkers is de verhouding tussen medewerkers met
organisatie vervult daarbij verschillende rollen. Deze gewijzigde
dienstverband en inhuur ongeveer 45/55%. In fte’s is deze verhouding
positionering heeft zich vertaald in de inrichting van de organisatie.
echter 85/15%. Het is bij cultuureducatie gebruikelijk dat heel veel
Aandacht en zorg voor organisatieontwikkeling Van een organisatie met alle docenten in loondienst is Muzelinck nu een
mensen weinig werk per werkgever/opdrachtgever doen, of kleine aanstellingen hebben. Dat is een gevolg van projectmatig werken en het aanbieden van educatie in veel verschillende kunstdisciplines.
flexibele projectorganisatie met een hybride vorm. Dat heeft gevolgen
voor de wijze van aansturing, de manier van werken en de (administratieve) processen. Er dan ook veel zorg besteed aan de organisatiestructuur en –cultuur, blijkt uit onderleggers. Er is een nieuw
De organisatieontwikkeling van Muzelinck zal de komende jaren worden
personeelsplan, met nieuw organogram en functiehuis. Ook ligt er een
vervolgd, in aansluiting op de doorontwikkeling van de
plan van aanpak om de aansturing en processen te professionaliseren, in
programmalijnen. Het lijkt ons verstandig dat de gemeente Oss
lijn met de nieuwe organisatieinrichting. Op het vlak van
regelmatig afstemt met Muzelinck of deze ontwikkelingen gelijke tred
organisatieontwikkeling zijn afgelopen periode al veel stappen gezet,
houden, ook met de behoeften van de gemeente. Ten behoeve van
maar Muzelinck is er nog niet. De verdere ontwikkeling en uitvoering
deze afstemming kan Muzelinck een transitieplan opstellen met daarin
van de vier programmalijnen vraagt ook op organisatieniveau aandacht.
concrete mijlpalen, ook op organisatievlak.
13
3. REFLECTIE OP DE ORGANISATIE
De formatie en inhuur per 2024 conform het Iglo-model Muzelinck heeft een overzicht aangeleverd waarin de formatie per 1 januari 2024 is beschreven, inclusief functies, inzet en loonkosten. Deze lijst is ongeveer ingedeeld naar het Iglo-model. In onderstaand plaatje zijn de 27 medewerkers die in dienst zijn verdeeld over de programmalijnen. Het organogram sluit ook ongeveer aan op het Iglo-model en is daarmee logisch. Omdat diverse personeelsleden in meer programmalijnen actief zijn, zoals managers en programmamedewerkers, heeft Muzelinck een verdeling van de inzet gemaakt die is doorgerekend in inzet in aantallen fte’s per programmalijn. Daarnaast worden docenten c.q. kunstprofessionals ingehuurd. De aantallen maar met name de inzet zijn evenredig met de aantallen activiteiten en de kosten, die hierna zijn uitgewerkt. De formatie verandert de komende jaren maar heel beperkt, zo blijkt uit de meerjarenbegroting.
C: (Para)commerciële activiteiten 0 medewerkers / inzet 0 fte / 0 inhuur
RVT
B: Culturele en maatschappelijke doelactiviteiten: de kerntaken B1 KunstLeren 3 medewerkers Inzet 1,72 fte 10 inhuur
B2 KunstOntmoeting 10 medewerkers Inzet 5,28 fte 21 inhuur
B3 KunstGeluk 1 medewerker Inzet 1,16 fte 1 inhuur
Directie
HR/Comm
B4 KunstOndersteuning 1 medewerker Inzet 0,23 fte 0 inhuur
A: Voorziening / basisorganisatie A2 Back office, beheers- en projectorganisatie 12 medewerkers / inzet 6,43 fte / 0 inhuur (exclusief interim-directie)
PVT
MT
A2 Back office MT
B2 / B4 Front office
B1 / B3
Kunstprofessionals
14
4. Reflectie op de financiën
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
De lasten stijgen sneller dan de eigen baten Toenemende kloof tussen eigen baten en lasten
Ontwikkeling baten en lasten
De fors stijgende kosten volgen de trend die zichtbaar is in de volle breedte van de
€ 3.500.000
cultuursector. Deze stijging is het gevolg is van de forse inflatie, maar ook stijgende
€ 3.000.000
personeelslasten door loonsverhogingen. Een organisatie als Muzelinck kan hier slechts op beperkte mate zelf op anticiperen. De eigen baten houden deze stijging
€ 2.500.000
niet bij, waardoor de kloof en daarmee het beroep op subsidie jaarlijks groeit.
€ 2.000.000
Over de periode 2025-2028 wordt in de meerjarenbegroting rekening gehouden met
€ 1.500.000
een jaarlijkse inflatie van 4%, die aan zowel de baten- als lastenkant wordt
€ 1.000.000
meegenomen. Dat lijkt ons een verstandig uitgangspunt. In de periode daarvoor zijn
€ 500.000
de kosten sterker gestegen. Muzelinck rekent zelf met stijgende exploitatiesubsidies.
Hierover zijn echter geen afspraken met de gemeenten gemaakt. Zie ook pagina 26.
€2025
2026
2027
2028
Baten (excl. exploitatiesubsidies) Lasten (excl. incidentele kosten nieuwe huisvesting)
Dekking (benodigde exploitatiesubsidies)
Dit hoofdstuk toont de baten exclusief exploitatiesubsidies van de gemeenten Oss en Bernheze. Alle grafieken tonen dus het resultaat vóór toedeling van exploitatiesubsidies aan deze onderdelen. Subsidies geoormerkt voor specifieke projecten of programma’s, zoals CMK of Fantastival, zijn wel meegenomen.
Deze grafiek laat wel zien hoe groot de benodigde dekking is.
Stijgende personeelslasten (60% van begroting) vanwege fair pay In de cultuursector vormen met name de stijgende personeelslasten een uitdaging. Voor de cao Kunsteducatie geldt vanaf 2024 een loonsverhoging van 6,5%. De Fair Practice Code, de gedragscode voor werken en ondernemen in de culturele en creatieve sector, zorgt ervoor dat zzp’ers kunnen rekenen op eerlijke en passende honoraria en vergoedingen. Deze code is ondertussen omarmd door overheden en fondsen. Dat wil zeggen dat om in aanmerking te komen voor subsidie een instelling de code moet onderschrijven en toepassen. Personeelskosten zijn de grootste kostenpost voor de Muzelinck: ruim 60% van de totale lasten. De gevolgen van de loonstijgingen en fair pay zijn dan ook fors voor een organisatie als Muzelinck.
Op de volgende pagina’s zoomen we in op de onderdelen van het Iglo-model.
16
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
Basisvoorziening (A) vergt 100% dekking door subsidie Onderdeel A, de basisvoorziening, betreft de huisvesting en infrastructuur en staforganisatie. Het zijn kosten die niet direct kunnen worden doorberekend naar
Ontwikkeling lasten A: Basisvoorziening
programma’s en projecten dan wel gebruikers/afnemers.
€ 1.400.000
Vanaf 2025 snijdt Muzelinck in de algemene organisatiekosten (waaronder kosten voor de website, accountant, administratie en overige personeelskosten). Dat levert ten opzichte
€ 1.200.000
van de begroting 2024 een besparing op van in totaal € 60.000. In de daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met algemene inflatie van 4%.
€ 1.000.000
Subsidie voor basisvoorziening is essentieel Over het algemeen worden in de cultuursector de kosten voor deel A volledig gedekt door
€ 800.000
exploitatiesubsidie. Dit onderdeel levert namelijk geen eigen inkomsten op. Het is belangrijk
dat de exploitatiesubsidie gelijke tred houdt met de inflatie en passend wordt geïndexeerd. € 600.000 Voor de periode 2025-2028 is jaarlijks circa € 1.250.000 nodig om de kosten voor deel A, de basisvoorziening te dekken. Dat is meer dan de totale exploitatiesubsidies in 2024.
€ 400.000
Hogere huisvestingslasten leiden tot een hogere subsidiebehoefte
€ 200.000
Eventuele, nu nog niet geraamde hogere huisvestingslasten als gevolg van de verhuizing vanaf 2027/2028 moeten vertaald worden in een hogere exploitatiesubsidie. Structurele
€-
2024 Huisvesting
2025
2026
2027
Beheersorganisatie
2028
kostenstijgingen op dit onderdeel kunnen door Muzelinck niet worden opgevangen uit eigen inkomsten, zonder dat het ten koste gaat van de inhoudelijke activiteiten in deel B en daarmee afbreuk doet aan de culturele en maatschappelijke waarde van Muzelinck. De incidentele lasten voor verhuizingen die in de begroting zijn vermeld staan hier nog los van.
17
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
KunstLeren (B1) draait zo goed als kostendekkend Ontwikkeling baten en lasten B1: KunstLeren
Onder KunstLeren vallen de cultuureducatieactiviteiten in het onderwijs. De baten op dit onderdeel worden gevormd door bijdragen van
€ 700.000
onderwijspartners en CMK subsidie van de gemeente Oss, de gemeente Bernheze en Fonds voor Cultuurparticipatie (via Kunstloc).
€ 600.000
Stijgende baten en lasten door groei Muzekracht Op het project Muzekracht (in het kader van ‘de vijfde schooldag’) wordt
€ 500.000
een stapsgewijze groei voorzien, die moet leiden tot in totaal € 100.000 aan extra baten aan het einde van de periode 2025-2028. Hierbij is
€ 400.000
rekening gehouden met een marge van 10%. De kosten stijgen met € 90.000. Wij vinden dit een realistische ambitie. Mogelijk kan de marge zelfs nog wat omhoog, omdat de beschikbare budgetten van scholen
€ 300.000
voor dergelijke programma’s vaak best hoog (kunnen) zijn. Zij sparen immers zelf kosten uit door de lagere inzet van eigen personeel.
€ 200.000
Kostendekkendheid is een goed streven voor KunstLeren Dit onderdeel is zo goed als kostendekkend. Let wel, er wordt door
€ 100.000
Muzelinck uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 4% in de baten en lasten. Dat geldt ook voor de programmasubsidie voor CMK. Als deze
€-
2024
2025
2026
Baten
Lasten
2027
2028
subsidie niet geïndexeerd wordt, maar de kosten stijgen wel, dan leidt dat tot een (klein) negatief resultaat op dit onderdeel. De verhoging van de vergoeding per leerling per 2024 is nog niet in de begroting verwerkt. 18
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
KunstOntmoeting (B2) vraagt om aanvullende subsidie Onder KunstOntmoeting vallen de lessen en cursussen in de vrije tijd.
Ontwikkeling baten en lasten B2: KunstOntmoeting
De les- en inschrijfgelden van de cursisten zijn een belangrijke inkomstenbron op dit onderdeel. Daarnaast is er de projectsubsidie van
€ 800.000
de gemeente Oss voor het jaarlijkse straattheaterfestival ‘Fantastival’. € 700.000
In de meerjarenbegroting 2025-2028 wordt rekening gehouden met een jaarlijkse stijging van de baten en lasten van 4%, waaronder ook de
€ 600.000
projectsubsidie voor Fantastival. Bovendien wordt met ingang van 2025 een extra stap gezet van circa € 45.000 in baten en lasten.
€ 500.000
Dit onderdeel is niet kostendekkend. Dat is gebruikelijk voor gesubsidieerde centra voor de kunsten die een brede doelgroep willen
€ 400.000
kunnen bereiken met aanbod in de vrije tijd. Op de volgende pagina
lichten we dit nader toe. € 300.000 € 200.000 € 100.000 €-
2024
2025
2026
Baten
Lasten
2027
2028
Muzelinck heeft in de meerjarenbegroting op onderdeel B2 een tekort van gemiddeld circa € 250.000 per jaar over de periode 2025-2028. 19
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
Opbrengsten lessen en cursussen dekken inzet docenten Vuistregels voor kostendekkendheid
Hogere kostendekkendheid leidt tot hogere prijzen
Wat betreft de relatie tussen de opbrengst aan lesgelden en de kosten
Streven naar hogere mate van kostendekkendheid zou tot gevolg
van de lessen worden er in de branche diverse vuistregels gehanteerd
hebben dat de prijzen voor de lessen en cursussen omhoog moeten.
die uitgaan van een vorm van ‘kostendekkendheid’:
Hierdoor kan de toegankelijkheid van dit aanbod afnemen.
1. Volledig kostendekkend: de opbrengsten aan lesgelden dekken álle
De kosten voor cultuureducatie in de vrije tijd lopen uiteen. Wij zien bij
directe kosten: docentkosten, materialen, huur, publiciteit en de
de gesubsidieerde centra voor de kunsten dat een jaar privélessen
administratieve ondersteuning van de lessen.
(uitgaande van 40 lessen van 30 minuten) tussen de € 500 en € 800
2. Dekkend wat betreft de docentkosten: de opbrengsten aan lesgelden dekken de salariskosten van de docenten in loondienst.
kost voor jeugd. Voor volwassenen is dat tussen de € 800 en € 1000. Bij Muzelinck kost een jaar privélessen (uitgaande van 36 lessen van 20 minuten) € 668 voor jeugd en € 809 voor volwassenen. Mede op basis
3. Dekkend wat betreft de zzp-tarieven: de opbrengsten aan lesgelden
van deze vergelijking, waarbij Muzelinck minder en kortere lessen biedt,
corresponderen met de tarieven die de ingezette zzp’ers hanteren.
zien wij zien dan ook weinig tot geen ruimte voor het verhogen van de
Muzelinck draait vrijwel docent-kostendekkend
lesgelden en cursusprijzen.
Voor Muzelinck geldt dat de cursussen en lessen in vrije tijd vrijwel
Subsidie is nodig om aanbod toegankelijk te houden
kostendekkend zijn wat betreft de kosten voor de docenten die hiervoor
Om het aanbod van lessen en cursussen toegankelijk te houden onder
worden ingezet (zowel in loondienst als inhuur). De begrote inkomsten
een brede doelgroep is aanvullende subsidie nodig van € 250.000 per
uit les- en inschrijfgelden zijn in 2024 € 274.000. De begrote
jaar, uitgaande van het geraamde aanbod aan lessen en cursussen.
docentkosten voor dit onderdeel zijn € 285.000.
20
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
KunstGeluk (B3) heeft domeinoverstijgende financiering Ontwikkeling baten en lasten B3: KunstGeluk € 600.000
Onder KunstGeluk vallen de projecten in het sociaal domein. De baten op dit onderdeel worden voor het grootste deel gevormd door bijdragen van partners zoals Brabant Wonen, subsidies uit andere domeinen en deelnemersbijdragen. Als erkende partner in de Proeftuin Ruwaard, heeft Muzelinck de ambitie
€ 500.000
gesteld om een vast onderdeel te worden in het sociale domein via de subsidietender Ruwaard/Ussen, die door de gemeente Oss is opengesteld. € 400.000
In de meerjarenbegroting wordt hierop voorgesorteerd. Muzelinck gaat uit van € 235.000 extra inkomsten op dit onderdeel als gevolg van deze subsidietender. Dat is circa 5% van het in totaal beschikbare budget in de
€ 300.000
tender en circa 1% van het totale gemeentelijke budget van Oss in het sociaal domein. De kosten stijgen met € 211.500. Ook hier wordt, net als bij het project Muzekracht, een marge van 10% gehanteerd.
€ 200.000
Subsidie is nodig om externe financiering aan te trekken Ondanks de uiteenlopende inkomstenbronnen, is dit onderdeel niet geheel
€ 100.000
kostendekkend. Om te investeren in samenwerkingen, een proactieve rol te pakken en domeinoverstijgende financiering aan te boren, is een aanvullende subsidie nodig.
€-
2024
2025
2026
Baten
Lasten
2027
2028 Muzelinck heeft in de meerjarenbegroting op onderdeel B3 een tekort van gemiddeld circa € 75.000 per jaar over de periode 2025-2028. 21
4. REFLECTIE OP DE FINANCIËN
KunstOndersteuning (B4) betreft een nieuwe opdracht KunstOndersteuning betreft de ondersteuning aan het amateurveld,
Ontwikkeling baten en lasten B4: KunstOndersteuning
zowel de georganiseerde verenigingen als non-formele initiatieven. De kosten betreft de inzet van een combinatiefunctionaris. Dit wordt
€ 25.000
gesubsidieerd door de gemeente vanuit de Brede SPUK-regeling, zo valt te lezen in het meerjarenplan. In de meerjarenbegroting is deze (rijks)subsidie echter nog niet goed toegerekend aan dit onderdeel.
€ 20.000
In het meerjarenplan lezen we ook dat onder andere het Fantastival onder dit nieuwe programma zal gaan vallen. Ook dit is nog niet verwerkt in de meerjarenbegroting, waarbij de baten en lasten van dit
€ 15.000
project nog volledig worden toegerekend aan KunstOntmoeting. De meerjarenbegroting gaat uit van een beperkt jaarlijks licht oplopend
tekort van € 20.000, maar dit is naar ons idee geen representatief beeld
€ 10.000
van de kosten en baten op dit onderdeel. Wij verwachten dat dit programma met de specifieke subsidies voor de € 5.000
combinatiefunctionaris en voor Fantastival kostendekkend zal zijn. Een andere benadering die dezelfde uitkomst heeft, is dat de baten die hiervoor kunnen worden gegenereerd taakstellend zijn voor de lasten.
€-
2024
2025 Baten
2026 Lasten
2027
2028
Muzelinck heeft in de meerjarenbegroting op onderdeel B4 een tekort van gemiddeld circa € 20.000 per jaar over de periode 2025-2028. Dit zou eigenlijk kostendekkend zijn als de inkomsten (SPUK) aan dit onderdeel worden toegerekend. 22
5. Perspectief op duurzame borging
5. PERSPECTIEF OP DUURZAME BORGING
Het plan legt een goede basis, maar uitwerking is nodig Ten aanzien van het Meerjarenplan zijn de voornaamste uitkomsten van dit onderzoek en onze aanbevelingen aan Muzelinck en de gemeente Oss:
Het plan verdient ondersteuning, maar vraagt nog wel om verdere uitwerking en monitoring Muzelinck sluit met de opzet van de vier programmalijnen aan op bredere ontwikkelingen en kansen. De vertaling van het beleidsplan naar uitvoering is nog in ontwikkeling. Nog niet alle programmalijnen zijn uitgekristalliseerd, en dat is in dit stadium begrijpelijk. Het zou goed zijn als Muzelinck
komende periode de programmalijnen verder uitwerkt. Het model van de culturele cyclus kan helpen om de meerwaarde voor Oss nog beter in beeld te brengen, en aansluiting te maken met de cultuurnota Cultuur verbindt Oss. Wij bevelen aan de gemeente aan om Muzelinck te vragen een transitieplan op te stellen, met tussentijdse ‘mijlpalen’ (als toetsstenen) om op de voortgang te sturen en deze als gemeente te kunnen monitoren. Voor het realiseren van de ambities in het plan, zoals de vijfde schooldag, is ondersteuning van de gemeente en andere samenwerkingspartners, zeker die in onderwijs en maatschappelijke domeinen nodig. We bevelen de gemeente Oss aan om vinger aan de pols te houden bij de realisatie en doorontwikkeling van de nieuwe programmalijnen, want dat gaat niet vanzelf.
De organisatie heeft grote stappen gezet, maar organisatieontwikkeling blijft een aandachtspunt Op het gebied van organisatieinrichting en functieinvulling heeft Muzelinck de afgelopen periode al veel vooruitgang geboekt. Er is een nieuw personeelsplan, met een nieuw organogram en een volwaardig functiehuis. Er is, naast een vaste beheersorganisatie en een kern van docenten, inmiddels ook een meer flexibele projectorganisatie opgetuigd met programmamedewerkers die actief zijn in de verschillende programmalijnen. Wij voorzien dat de organisatie inmiddels op orde is voor het realiseren van de ambities. Muzelinck ziet zelf dat er nog werk moet worden verricht aan
professionalisering van aansturing en processen in lijn met de nieuwe organisatieinrichting. Er ligt een plan van aanpak om de aansturing en processen komende periode verder te professionaliseren, in lijn met de nieuwe organisatieinrichting.
24
5. PERSPECTIEF OP DUURZAME BORGING
Structurele tekorten op de voorziening en de kerntaken Muzelinck heeft de meerjarenbegroting 2025-2028 opgesteld aan de hand van het specifieke
• Voor C zijn neveninkomsten geraamd waar nog
Iglo-model. Op basis hiervan heeft dit onderzoek inzicht opgeleverd in de toegevoegde waarde,
geen kosten tegenover zijn voorzien. Dit betreft
maar ook de tekorten op de verschillende onderdelen en kerntaken van Muzelinck. In
met name de verhuur van ruimtes en zakelijke
onderstaand plaatje zijn de tekorten én de plus op deel C weergegeven, vóór toedeling van
workshops, maar ook recettes en bijdrage voor
exploitatiesubsidies van de gemeenten Oss en Bernheze aan deze onderdelen en kerntaken. We
onderwijs in Bernheze die eigenlijk bij B horen.
vatten de ontwikkelingen per onderdeel en kerntaak hiernaast samen en trekken onze conclusie.
• B1 KunstLeren kan worden gedekt met inkomsten uit het onderwijs en het programma CMK.
C: (Para)commerciële activiteiten plus € 60.000
• Voor B2 KunstOntmoeting en B3 KunstGeluk is een flink tekort voorzien en aanvullende subsidie
B: Culturele en maatschappelijke doelactiviteiten: de kerntaken
zal nodig zijn om waarde te creëren. • B4 KunstOndersteuning kan kostendekkend zijn
B1 KunstLeren min € 5.000
B2 KunstOntmoeting min € 250.000
B3 KunstGeluk min € 75.000
B4 KunstOndersteuning min € 20.000
als alle inkomsten (SPUK) aan dit onderdeel worden toegerekend. • De voorziening en basisorganisatie (deel A) moeten volledig uit subsidies worden gedekt.
A: Voorziening / basisorganisatie Huisvesting, infrastructuur, back office, beheersorganisatie min € 1.250.000
Muzelinck heeft volgens onze analyse voor de onderdelen samen circa € 1.520.000 per jaar nodig aan exploitatiesubsidie over de periode 2025-2028, grotendeels voor A maar ook voor B2 en B3, waarbij B1 en B4 kostendekkend worden en deel C draagt bij. 25
5. PERSPECTIEF OP DUURZAME BORGING
De waardecreatie vereist hogere exploitatiesubsidies De omvang van het structurele tekort is circa 4 ton per jaar Uit de analyse met het Iglo-model blijkt dat de huidige exploitatiesubsidies van de gemeenten Oss en Bernheze niet het tekort van de voorziening dekken, laat staan de tekorten die worden voorzien voor de kerntaken. Muzelinck voert zelf per 2025 bezuinigingen door in de voorziening. Meer besparingen gaan ten koste van de activiteiten, en daarmee ook van de inkomsten. Tariefsverhogingen beperken de vraag en de toegankelijkheid. Vanuit de brede maatschappelijke functie van Muzelinck liggen alternatieve inkomstenbronnen zoals sponsoring of commerciële activiteiten niet voor het oprapen. Het structurele tekort vóór exploitatiesubsidies (de optelsom van de tekorten op de voorziening en de kerntaken zoals op de vorige pagina is beschreven) komt uit op gemiddeld € 1.520.000 per jaar voor de periode 2025-2028.
Voor dekking van dit tekort is structurele aanvullende exploitatiesubsidie nodig Om de waarde in de programmalijnen te kunnen blijven realiseren, is een verhoging van de structurele exploitatiesubsidies nodig. Muzelinck rekent in 2024 met een totale exploitatiesubsidie van € 1.110.513, namelijk € 966.435 van de gemeente Oss (87%) en € 144.078 van de gemeente Bernheze (13%). Dit is exclusief projectsubsidies. Deze zijn al meegenomen in de dekking. Muzelinck heeft zelf in de Meerjarenbegroting zowel een jaarlijkse indexatie als verhogingen van de exploitatiesubsidies opgenomen, waardoor een lager tekort wordt gepresenteerd in het plan. Er is echter
nog geen basis voor deze aannames, omdat er nog geen afspraken over zijn gemaakt met de gemeenten, dus wij rekenen deze verhoging niet mee. In onze analyse is nog geen rekening gehouden met hogere lasten door nieuwe huisvesting, incidenteel door verhuizingen en structureel door hogere lasten. Deze ontwikkelingen gaan leiden tot een betere voorziening voor Muzelinck en Oss, maar ook tot een hoger beroep op de gemeente Oss. De omvang van het jaarlijkse tekort ten opzichte van de exploitatiesubsidies in 2024 is circa 4 ton. De gemeenten zullen zich moeten beraden op het verhogen van de exploitatiesubsidies om de structurele tekorten te helpen voorkomen en duurzame waardecreatie van Muzelinck mogelijk te maken.
In het volgende hoofdstuk schetsen we de gevolgen voor Muzelinck als er geen verhoging van de structurele subsidie wordt toegekend.
26
6. Perspectief bij gelijkblijvende subsidie
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
Verkenning van de gevolgen bij gelijkblijvende subsidie De gemeente Oss heeft ons gevraagd ook een analyse te maken van het perspectief voor de Muzelinck als zou worden besloten om géén aanvullende subsidie ter beschikking te stellen. Deze vraag is relevant vanwege een bredere afweging die de gemeente moet maken binnen het cultuurbeleid. De context is onveranderd: Muzelinck is de afgelopen jaren zeer kwetsbaar gebleken, mede als gevolg van de doorgevoerde bezuinigingen in 2017. Incidentele middelen, projectsubsidies en bijdragen van andere partijen zijn nodig gebleken om bij te dragen aan de vaste lasten en de stijgende kosten te dekken. Het plan en de bijbehorende meerjarenbegroting 2025-2028 leiden gemiddeld tot een jaarlijks tekort van 4 ton. Om dit tekort bij
bevriezing van de subsidie te voorkomen, is niet alleen een ander plan maar ook een drastische ingreep in de huidige bedrijfsvoering nodig. Sinds 2021 wordt de structurele subsidie van de gemeente Oss al aangevuld met incidentele middelen vanwege oplopende tekorten sinds de bezuinigingen. De vraag die we in dit hoofdstuk beantwoorden is: als de gemeenteraad geen extra subsidie beschikbaar stelt aan Muzelinck, welke dienstverlening kan ze dan overeind houden? We hebben in de analyse hiervoor laten zien dat een besluit om geen aanvullende subsidie te verstrekken vooral grote gevolgen heeft voor B2 KunstOntmoeting, dus de cultuureducatie in de vrije tijd in de vorm van lessen, cursussen, workshops en uitvoeringen. Dat is
(zeker van oudsher) de core business van Muzelinck. Als dat in zijn geheel stopt, dan is Muzelinck feitelijk geen centrum voor de kunsten meer. Daarom is de vraag van de gemeente als volgt: wat kan men overeind houden van B2 als er geen extra subsidie beschikbaar komt voor Muzelinck? We beschouwen dit vraagstuk vanuit vier invalshoeken om dit perspectief in vergelijking met het plan, dat meer subsidie vraagt, te schetsen: 1. Wat is de financiële opgave om tot een sluitende begroting te komen met circa 9 ton structurele subsidie van de gemeente Oss? 2. Wat betekenen mogelijke ingrepen in het aanbod van de Muzelinck aan activiteiten, projecten en diensten, voor diversiteit en bereik?
3. Wat zijn mogelijke ingrepen in de uitvoering van de kerntaken B1 t/m B4, de basisorganisatie en de huisvesting? 4. Wat betekent dit alles overziend voor de waarde die Muzelinck levert aan het lokale culturele ecosysteem en de schakels in de culturele cyclus? Wij laten in dit hoofdstuk zien tot welke keuzes dit perspectief noodgedwongen leidt en wat de gevolgen zijn voor financiën, organisatie, aanbod en daarmee de waarde van Muzelinck voor Oss, in vergelijking met het perspectief op duurzame borging in het vorige hoofdstuk. 28
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
Financiële opgave voor B2 KunstOntmoeting en de basis Muzelinck begroot in 2024 een tekort van bijna 4 ton en dat blijft, als Muzelinck de kans krijgt om zijn plan uit te voeren, jaarlijks ook de verwachting volgens onze analyse van de meerjarenbegroting 2025-2028. Als wordt besloten tot het niet verhogen van subsidie, kan dit tekort alleen worden opgevangen door te snijden in B2 KunstOntmoeting en in A, de basisvoorziening. KunstLeren, KunstGeluk en KunstOndersteuning vragen geen extra subsidie Uit onze analyse in hoofdstuk 4 blijkt dat het tekort, als wordt besloten tot het niet verhogen van subsidie, niet is op te vangen door minder te doen of te stoppen met B1 KunstLeren, want dit vraagt geen extra subsidie, B3 KunstGeluk, want dit doet Muzelinck alleen als er extra geld voor komt, of B4 KunstOndersteuning, want daar gaat weinig geld in om en daar is al een bijdrage uit een SPUK voor. Muzelinck zet al in op B3 en B4 om meer waarde te creëren zonder extra cultuurmiddelen. Om te komen tot een sluitende begroting moet dus gekeken worden naar B2 KunstOntmoeting. Een hogere prijsstelling van de lessen en cursussen biedt geen oplossing De prijzen bij Muzelinck zijn marktconform, of liggen zelfs iets hoger dan bij andere gesubsidieerde centra voor de kunsten (zie pagina 20).
Om de kansengelijkheid te vergroten wil Muzelinck het aanbod juist zo toegankelijk mogelijk houden voor een zo groot mogelijke groep. Het verder
verhogen van de prijzen maakt het aanbod van Muzelinck exclusiever. Het is dan niet meer voor iedereen betaalbaar. Dit leidt dan ook tot een afname van het aantal deelnemers. Daarmee dalen ook de inkomsten van Muzelinck en levert het per saldo dus niks op. Sluitende begroting vraagt om bezuinigingen op B2 KunstOntmoeting en A, de basisvoorziening Bij gelijkblijvende subsidie moet dus worden gesneden in B2 KunstOntmoeting; we gaan hierbij uit van halvering. De rest moet worden gedekt met snijden in A, de basisvoorziening, te weten de huisvesting en de beheersorganisatie (staf). We constateren wel dat die beheersorganisatie onmisbaar
is om de programmalijnen op het gewenste niveau te kunnen realiseren. Ook voor het verhogen van inkomsten uit gebruik van ruimtes die leeg komen te staan doordat minder lessen worden gegeven, vergt inspanningen vanuit de beheersorganisatie, waar steeds minder capaciteit voor is.
29
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
KunstOntmoeting halveren lost het tekort voor 1/3e op De financiële opgave om tot een sluitende begroting te komen met circa 9 ton structurele subsidie van de gemeente Oss leidt tot een halvering van B2 Kunstontmoeting. De rest, en dat blijkt 65% van het tekort te zijn, moet worden gedekt met snijden in A, de basisvoorziening. Halvering van B2 Kunstontmoeting (deel lessen en cursussen)
Snijden in A Voorziening (A1 Huisvesting en A2 Beheer)
• Halvering loonkosten docenten in dienst (-1,8 fte)
+ 133.000
• Reductie huisvestingslasten 10% (energie, schoonmaak) +
• Halvering vergoeding inhuur-docenten (-10 zzp’ers)
+
53.000
• Reductie hypotheekconstructie/financiering
+
0
• Halvering directe ondersteuning/administratie
+
64.000
• Reductie algemene verkoopkosten 40%
+
20.000
• Reductie materiële lasten van activiteiten
+
34.000
• Reductie algemene kosten 20%
+
15.500
• Verlies van inkomsten uit lessen/cursussen
-
144.000
• Reductie personele lasten 30% (-2,7 fte, taakstellend)
+ 192.500
Resultaatverbetering op B2 KunstOntmoeting (35%) + 140.000
Resultaatverbetering op A Voorziening (65%)
+ 260.000
We hebben doorgerekend wat de financiële gevolgen zijn van halvering
We zien dat de vaste huisvestingslasten nauwelijks kunnen worden
van het aanbod aan lessen en cursussen. Minder dan halveren lost het
beperkt, vanwege de bijzondere financieringsconstructie van de huisvesting
tekort niet op, met meer dan halveren blijft er te weinig over. De
met een langjarige betalingsverplichting. Alleen variabele lasten kunnen
32.000
inkomsten die worden gegenereerd met lessen en cursussen halveren ook. worden verlaagd door lager ruimtegebruik. Pas na de verbouwing van het
Diverse kostenposten worden lager. Let wel, halvering van loonkosten van
theater is reductie echt mogelijk. Er kunnen enige algemene en
docenten in dienstverband kan niet op korte termijn worden gerealiseerd.
verkoopkosten worden bespaard. De grootste reductie zal dus taakstellend
Hier zijn ook incidentele frictiekosten mee gemoeid.
moeten komen uit het ontslaan van personeel van de beheersorganisatie. Ook hier zijn substantiële incidentele frictiekosten mee gemoeid.
30
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
Muzelinck geeft de culturele loopbaan als piramide vorm De rol van Muzelinck in het ecosysteem richt zich in het bijzonder op het aanbieden van cultuureducatie. Muzelinck realiseert nu jaarlijks 110.000 contactmomenten in een grote variëteit van lessen en cursussen. Als aanvulling op het model van de culturele cyclus en om het aanbod van Muzelinck in cultuureducatie te illustreren, is de piramide van de ‘culturele loopbaan’ behulpzaam. In de piramide worden vier fasen onderscheiden in culturele ontwikkeling, waarbij per fase het niveau van de leerlingen toeneemt en het bereik afneemt. Hoewel de vorm een piramide is, is in de praktijk de top veel smaller dan de basis, die
dankzij binnenschools aanbod een groot bereik kan opleveren. I.
Kennismaking: het (groepsgewijs) kennismaken met actieve vormen van kunstbeoefening, bijvoorbeeld in het onderwijs. De programmalijn KunstLeren (B1) van Muzelinck draagt hier in belangrijke mate aan bij.
II. Oriëntatie: het onderzoeken van opgewekte interesse,
in het onderwijs of buitenschools. Bijvoorbeeld een introductiecursus of een eerste lesjaar algemene muzikale vorming, veelal in groepsverband. III.Verdieping: het verder ontwikkelen van creatieve vaardigheden met individuele lessen, groepslessen samenspel of in verenigingsverband. IV. Excellentie: specialistische begeleiding van (jong) talent, richting een kunstvakopleiding of het podium en mogelijk een professionele carrière.
Samenvatting van de 88 lessen en cursussen die Muzelinck nu in Oss via B2 KunstOntmoeting aanbiedt Beeldend Keramiek Beestenboel Edelsmeden Boetseren Tekenen Verwerkplaats Podium Clownerie Dans je Fit Musical Pitchen Performance Theaterkriebels Ensembles Bandcoaching Blazers Blokfluiten Sterrenmix Toontje hoger Oude muziek Jeugdorkest Junior Band Popkoor
Muziek Basgitaar Blokfluit Bugel Cello Contrabas DJ Drums Dwarsfluit Gitaar Hoorn Keyboard Klarinet Percussie Piano Piano en zang Saxofoon Saz Trombone Trompet Turkse zang Ukelele Viool Zang
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
Halveren van aanbod beperkt de culturele ontplooiing Zoals op voorgaande pagina’s uitgelegd zal Muzelinck bij gelijkblijvende subsidie het aanbod binnen B2 KunstOntmoeting moeten halveren. Er zijn verschillende manieren dit te doen. Alle vormen van halveren hebben invloed op de piramide van de culturele loopbaan en beperken daarmee de culturele ontplooiingsmogelijkheden van de inwoners van Oss. Hieronder illustreren we drie varianten. Waarschijnlijk is een mix van deze varianten nodig om de halvering te realiseren. Als Muzelinck geheel stopt met een discipline
Als Muzelinck stopt met individuele lessen
Als Muzelinck enkel de capaciteit van het
(beeldend, podium, ensembles, muziek), dan
of het aanbod na 2 à 3 lesjaren beëindigt,
aanbod beperkt (dus minder lessen geeft)
ziet de piramide er voor die discipline leeg uit:
dan verliest de hele piramide de bovenkant:
dan wordt de piramide een stuk smaller:
Na kennismaking op school is er in de
Het is mogelijk om een ontwakend vlammetje
Culturele ontplooiing tot excellentie blijft voor
betreffende discipline geen aanbod ten behoeve
te laten branden, maar er is geen aanbod meer
een enkeling mogelijk. Er zijn minder lesuren
van verdere oriëntatie. Een voorzichtig
om verdere verdieping te ondersteunen. Talent
beschikbaar, dus niet iedereen die dat zou
vlammetje dooft meteen uit.
krijgt niet de kans om te ontplooien.
willen kan dan nog terecht bij Muzelinck. 32
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
De particuliere markt biedt geen volwaardig alternatief Muzelinck is niet de enige aanbieder van cultuureducatie in de vrije tijd. Er zijn in Oss, zoals in iedere gemeente, ook particuliere aanbieders, zoals zelfstandige kunstdocenten die lessen geven aan huis. Een veel gehoord geluid is dat als gesubsidieerd aanbod wordt gestopt of beperkt, de particuliere markt dit gat wel invult. De afgelopen jaren zijn veel muziekscholen en kunstencentra opgeheven. We reflecteren hierop, eerst over de verschillen tussen de particuliere markt en een gesubsidieerde aanbieder, vervolgens over hoe Muzelinck hier de afgelopen 8 jaar al mee omgaat. We laten hiermee zien dat cultuureducatie op de particuliere markt geen duurzame oplossing vormt voor halvering van het aanbod van Muzelinck. Particulier aanbod is exclusief
Een breed en divers particulier aanbod is allesbehalve een vanzelfsprekendheid. De continuïteit is niet geborgd. De kwaliteit is wisselend, bij gebrek aan selectie en toetsing. Het aanbod is vaak weinig divers (vooral populaire instrumenten en dansstijlen bijvoorbeeld) en niet gedifferentieerd op uiteenlopende doelgroepen. Niet iedereen vindt de weg naar alternatief particulier aanbod als gesubsidieerd aanbod verdwijnt. Het aanbod is versnipperd en minder zichtbaar. Lessen op de particuliere markt zijn daarmee minder laagdrempelig en gericht op of verzorgd in specifieke wijken. Geen eerlijke vergoeding in eigen praktijken
Bovendien werken veel zelfstandige kunstdocenten noodgedwongen voor lage tarieven, ver onder de in de cultuursector gangbare norm voor eerlijke betaling (Fair Practice Code), onverzekerd en zonder pensioenopbouw. Gesubsidieerde cultuureducatie-instellingen zoals Muzelinck zijn aangesloten bij de cao kunsteducatie, met daarin afspraken over zaken als salaris, pensioenopbouw, ziektekostenverzekering en scholingsbudget. Ook ingehuurde docenten ontvangen fair pay. Op de particuliere markt is bij gebrek aan middelen niet vaak sprake van een gezonde en verantwoorde arbeidssituatie. Muzelinck vermijdt concurrentie In 2016 zijn door Muzelinck reeds ingrijpende maatregelen genomen. Muzelinck heeft toen uit financiële noodzaak, om voor te sorteren op de bezuiniging per 2017, aanbod afgebouwd. Het gevolg daarvan was dat er gaten in het totale aanbod vielen. Zo verdwenen de theaterlessen, waarna Muzelinck dit gat weer heeft opgevuld. Muzelinck probeert op dit moment een zo veelzijdig mogelijk cursusaanbod in stand te houden. Om onnodige concurrentie te voorkomen houdt Muzelinck rekening met wat er al is en probeert aan te vullen daar waar gaten vallen. Muzelinck ondersteunt wel het amateurveld en daarmee het ecosysteem. 33
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
Zonder extra subsidie moet de organisatie fors krimpen Geen extra geld betekent een ingreep in de staf van 30%
De pijler cultuureducatie in de culturele infrastructuur wankelt
Uit onze financiële analyse die is beschreven op pagina 30 blijkt dat het
In de cultuurnota Cultuur verbindt OnSS wordt Muzelinck genoemd als
niet dekken van het tekort dat de komende jaren 4 ton is, slechts voor
één van de zes dragende kernorganisaties voor het behouden van een
35% kan worden gedragen door het aanbod in B2 KunstOntmoeting te
vitale culturele infrastructuur. De gemeente Oss onderschrijft met die
halveren. De overige 65%, € 260.000 moet worden gehaald uit de
cultuurnota het belang van een stevige pijler voor cultuureducatie. Ook
organisatie, waarvan € 192.500 taakstellend op het personeel in A2.
heeft de gemeente Muzelinck gesteund om de coronacrisis te overleven.
De beheersorganisatie is nu al klein en kwetsbaar De staf bestaat nu uit 12 medewerkers en 8,7 fte. Al deze staffuncties
Met deze ingreep brokkelt het fundament onder Muzelinck echter af. De problematiek van Muzelinck wordt nog nijpender
worden ingezet ten behoeve van alle vier programmalijnen B1 t/m B4:
Muzelinck staat al jaren onder grote druk bij gebrek aan een structurele
1 directie – 0,9 fte
1 marketing – 0,9 fte
oplossing voor de financiële problematiek. De gemeente springt al een
2 management – 1,6 fte
2 conciërge/service – 1,8 fte
4 front office – 1,9 fte
2 administratie – 1,6 fte
De organisatie is de afgelopen tijd kwetsbaar gebleken. De werkdruk is hoog, er is onzekerheid en ziekteverzuim, maar het personeel is trouw.
aantal jaren incidenteel bij omdat Muzelinck geen weerstandsvermogen
meer heeft, ook door de coronajaren. Een ingreep in de organisatie brengt ook veel frictiekosten mee die Muzelinck zelf niet kan dragen. Verlies van werkgelegenheid in het culturele ecosysteem Het is moeilijk om goede kunstvakdocenten en bevlogen professionals te
Functies worden hierdoor uitgehold of zelfs ontmanteld
vinden en te behouden. Als Muzelinck geen aantrekkelijke werkgever
De ingreep van 30% betekent dat 2,7 fte hiervan moet verdwijnen. Wij
kan zijn, verlaten zij het culturele ecosysteem van Oss en gaan ze naar
willen en kunnen niet bepalen welke functies dat kan betreffen. De
Den Bosch, Veghel, Uden of Tilburg. Dit heeft negatieve invloed op de
functies zijn nu al zeer krap bemenst, maar het werk wordt niet minder.
kwaliteit en continuïteit van de andere programmalijnen van Muzelinck.
Goed werkgeverschap en opdrachtgeverschap komen in het geding. 34
6. PERSPECTIEF BIJ GELIJKBLIJVENDE SUBSIDIE
De waardecreatie neemt fors af en de cyclus hapert We vergelijken ten slotte het perspectief bij gelijkblijvende subsidie met het perspectief op duurzame borging dat in het vorige hoofdstuk werd
beschreven. We hebben in dit hoofdstuk laten zien dat het niet dekken van het tekort van 4 ton in de komende jaren alleen op te vangen is door het aanbod in B2 KunstOntmoeting te halveren en door in A, de voorziening te snijden. De gevolgen hiervan zijn als volgt in beeld te brengen: 1) De waaier van ambities klapt niet uit
2) Het hart krijgt het zwaar
3) De culturele cyclus loopt schade op
Leren
Plan
Nul Interesseren
Produceren
In plaats van het uitbouwen van de 4
In het plan beschrijft Muzelinck de staf als
programmalijnen zoals het plan schetst, wordt
het hart van de organisatie. Het hart zal
in de nuloptie die ontwikkeling geremd. Het
flink moeten krimpen maar nog harder
bereik van Muzelinck in leerlingen en
moeten werken. Ervaring leert dat als
contactmomenten loopt sterk terug. Verlies
delen van de voorziening verloren gaan,
Alle schakels van de cyclus lijden onder de
van werkgelegenheid heeft bovendien een
herbouw hiervan veel inspanning kost en
halvering van het aanbod en de kleinere staf.
negatieve invloed op kwaliteit, diversiteit en
de kans groot is dat het nooit meer op het
Niet alleen de lessen nemen sterk af, ook het
continuïteit van de andere programmalijnen.
gewenste niveau terugkomt.
amateurveld en de festivals lijden hieronder.
Presenteren
Samengevat: door te kiezen voor de nuloptie slaat de ambitie van Muzelinck dood, wankelt de organisatie en hapert het ecosysteem 35
Berenschot Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA 030 2 916 916
www.berenschot.nl
UTRECHT