Bijlage 9 Externe veiligheid.pdf
Tekst van het document
Notitie
Project: Onderwerp: Referentie: Datum: Auteur:
1
MeerMaas Planontwikkeling Demen-Dieden Externe Veiligheid 17M7013 5 september 2018 R. Leenards
Inleiding
Onder de noemer ‘Meer Maas’ heeft Vereniging Natuurmonumenten het initiatief genomen om in de Maasuiterwaarden nieuwe riviernatuur te realiseren. Samen met partner Rijkswaterstaat en de baksteenindustrie heeft het initiatief vorm gekregen. Doel is het realiseren van meer riviernatuur door kleiwinning dat leidt tot een toename van hoogwaterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Op diverse plaatsen langs de Maas worden plannen uitgewerkt, zoals voor de uiterwaard tussen Dieden, Demen en Neerlangel (hierna Demen-Dieden). Het voornemen heeft betrekking op het ontgraven van klei in een gebied waar transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. In deze notitie wordt een beoordeling gegeven van de externe veiligheid op de voorgenomen plannen.
2
Wet- en regelgeving
2.1
Beleid en normstelling
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen in de directe omgeving lopen als gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: • bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; • transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door leidingen.
1/3
2.2
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
Voor zowel bedrijvigheid als transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor bedrijvigheid staat dit in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In deze besluiten zijn de centrale begrippen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het Plaatsgebonden Risico (PR) van een activiteit met gevaarlijke stoffen is de kans per jaar om te overlijden op een bepaalde plaats ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen bij die activiteit wanneer iemand 24 uur per dag gedurende het gehele jaar onbeschermd op die plaats zou verblijven. De grenswaarde voor kwetsbare objecten is de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jr. Het Groepsrisico (GR) van een activiteit met gevaarlijke stoffen is de cumulatieve kans per jaar dat een groep mensen met een minimale grootte overlijdt ten gevolge van de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen bij die activiteit. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde. De oriëntatiewaarde is een ijkpunt in een systeem waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen.
Indien de oriënterende waarde voor het GR wordt overschreden, kan dit in het algemeen ook ruimtelijke beperkingen opleveren voor (delen van) het betreffende gebied.
2.3
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond zo'n bedrijf moet rekening worden gehouden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico).
2.4
Besluit externe veiligheid transportroutes
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.
2.5
Besluit externe veiligheid buisleidingen
Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevb beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en van de gemeenten.
2/3
Het Bevb geeft de risiconormen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR).
3
Risicobronnen
Het plangebied grenst aan de rivier de Maas die als vaarwegtraject Maascorridor is opgenomen in de Regeling Basisnet. Ter plaatse vindt over de Maas vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Uit de regeling blijkt dat de PR 10‐6 -contour voor de Maas ter plaatse op de oever ligt. Op grotere afstand liggen nog een aantal risicobronnen die gezien hun afstand niet van invloed zijn op het plangebied: • Spoorwegtraject Den Bosch – Nijmegen Over deze basisnet spoorweg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De spoorlijn is op ruim 1 km afstand gelegen. • Rijksweg A50 Over deze basisnet weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De weg is op ruim 2 km afstand gelegen. • Hogedruk aardgastransportleidingen Op ca. 2,5 km afstand liggen een aantal buisleidingen die gebruikt worden voor het transport van aardgas.
4
Beoordeling
Het voornemen betreft het ontgraven van klei in een gebied dat na de ontgraving volledig als natuurgebied wordt ingericht. Er worden geen mogelijkheden geboden om (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren. Na voltooiing van de werkzaamheden zal het bezoek aan het natuurgebied ten opzichte van het huidig bezoek nagenoeg niet toenemen. Er vindt dan ook geen wijziging plaats van het huidige plaatsgebonden- en groepsrisico. De ontgraven klei wordt per schip afgevoerd over de Maas. Dit transport is beperkt tot 1 schip per dag, waarmee de reguliere scheepvaart op de Maas nauwelijks beïnvloed wordt en daarmee geen risico’s ontstaan. Geconcludeerd wordt dat de externe veiligheid niet van invloed is op de plannen.
3/3