CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7D Bijlagen toelichting BP Nonnenstraat 10 Megen.PDF

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplannen ‘Hoessenboslaan 45 Berghem – 2022’ ‘Aalstvoortsestraat 2c Herpen 2022' Rondestraat 16 Deursen-Denneburg 2022'21.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Nonnenstraat 10 Megen - 2022 Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij Bestemmingsplan Nonnenstraat 10 Megen - 2022 Bijlage 1

- Quickscan flora & fauna

Bijlage 2a

- Samenvatting watertoets

Bijlage 2b

- Watertoets

Bijlage 3

- Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

- Akoestisch onderzoek

Bijlage 5

- Brief omgevingsdialoog

Bijlage 6a

- AERIUS-berekening

Bijlage 6b

- AERIUS-berekening bijlage 1

Bijlage 6c

- AERIUS-berekening bijlage 2

Bijlage 7

- Landschappelijke inpassing

Bijlage 8

- Geurhinder

Bijlage 1

- Quickscan flora & fauna

erl Buro Ma L a n

d s c

h a p

,

l o E c o

g i e

&

ant

t e R u i m

l i j k e

O rd

e n i n

g

B M- R APPOR T 2021

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan (definitief) J. va n Suijle kom, 18 oktob e r 2021

Inhoud Blz 1

Inleiding

3

1.1

Algemeen

3

1.2

Methode / doel

3

1.3

Beschrijving van het plangebied en de ingrepen

3

2

Wet- en regelgeving

4

2.1

Wet natuurbescherming

4

3

Bronnenonderzoek

7

3.1

Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)

7

3.2

Gebiedsbescherming

8

4

Resultaten van het veldonderzoek

8

4.1

Algemeen

8

4.2

Beschermde soorten: resultaten en verwachting

8

5

Conclusie en advies

11

Conclusie

11

Advies

12

Literatuur

13

I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 23-04-2021.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

2

1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van familie Van de Camp heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Nonnenstraat 10 te Megen. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 23 april 2021. Men is voornemens een woning te realiseren en een schuur en gedeelte van een stal te slopen.

1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.

1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Nonnenstraat 10 (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen ten westen van Megen en omvat een perceel met een bedrijfswoning met een tuin/ erf en enkele opstallen. Men is voornemens een woning te realiseren en een schuur en gedeelte van een paardenstal te slopen (zie figuur 1). Met ‘het plangebied’ worden de zones van de ingrepen bedoeld. Fi guur 1 Gl obal e weergav e v an de z ones v an de i ngrepen: ‘het pl angebi ed’ (i n rood). B ron l ucht f ot o: Googl e.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

3

Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime andere

Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten opzettelijk

levende vogels opzettelijk te

natuurlijke verspreidingsgebied

te doden of te vangen

doden of te vangen.

opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk

Het is verboden de voortplan-

Het is verboden de vaste voort-

nesten, rustplaatsen en eieren

tingsplaatsen of rustplaatsen

plantingsplaatsen of rustplaatsen

van vogels te vernielen of te

van dieren te beschadigen of te

van dieren opzettelijk te beschadi-

beschadigen, of nesten van

vernielen

gen of te vernielen

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Niet van toepassing

Het is verboden eieren te

Het is verboden eieren van

rapen en deze onder zich te

dieren in de natuur opzettelijk te

hebben

vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels op-

Het is verboden dieren opzette-

zettelijk te verstoren, tenzij de

lijk te verstoren

vogels weg te nemen

Niet van toepassing

verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten

Het is verboden plantensoorten in

in hun natuurlijke verspreidings-

hun natuurlijke verspreidingsgebied

gebied opzettelijk te plukken en

opzettelijk te plukken en te ver-

te verzamelen, af te snijden, te

zamelen, af te snijden, te ontworte-

ontwortelen of te vernielen

len of te vernielen

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

4

Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.

Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie

Omschrijving Jaarrond beschermde nesten

Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).

1

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).

2

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).

3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).

4

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.

5

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

5

Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:

» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);

» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

6

3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Tab e l 4 Dat a u i t d e N D F F : w aa r n e m i n g e n s t r i kter b e sc h e r m de s o o r t e n i n d e om g e v i n g v a n h e t pla n g e b i e d , e x c l u s i e f alge m e n e s o o r t e n w aa r v o o r e e n pro v i n c i a l e v r i j s t e lling g e l d t . © N D F F - quickscanhulp.nl 28- 0 5 - 2 0 2 1

Naam Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer steenuil (s.l.) Bever Bunzing Das Gewone dwergvleermuis Steenmarter Poelkikker Vermiljoenkever Grote modderkruiper Wespendief Zwarte wouw Baardvleermuis Baardvleermuis / Brandts vleermuis Eekhoorn Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Watervleermuis Wezel Wezel/Hermelijn

Groep Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Geleedpotigen Vissen Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

7

3.2 Gebiedsbescherming Zones in de omgeving bestaande uit de dijk zelf (‘bloemdijk’) en buitendijkse delen van de Maas maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). De ingrepen zijn niet voorzien in deze gebieden zelf. De ingrepen zijn beperkt tot de bestaande tuin en de aanwezig opstallen. Effecten op het Natuurnetwerk zijn dan ook niet aan de orde. Het plangebied ligt op ruime afstand (> 7 km) van Natura 2000-gebieden. De ingrepen zijn echter van beperkte omvang en betreffen slechts de realisatie van één woning en sloop van de schuur en het gedeelte van de stal. Effecten op Natura 2000- gebieden door externe werking kunnen op basis van deze afstand en de aard en omvang van het initiatief worden uitgesloten. Het aspect gebiedsbescherming is voor de ingrepen niet relevant.

4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in vroege middag van 23 april 2021. Tijdens het veldbezoek was het vrijwel onbewolkt en droog. Er was sprake van weinig wind, bij een temperatuur van circa 12 °C. Biotopen In het plangebied, delen van de voor deze quickscan relevante ingrepen, waren de volgende biotopen aanwezig:

» » Gedeelte van een tuin goed onderhouden met strak gesnoeide sierheggen en heesters in bolvorm en een zone in gebruik als moestuin en grasland / gazon van het raaigrastype.

» » Schuur opgetrokken uit baksteen met een open zolder met een pannendak. De pannen waren aangebracht op dunne houten balken en niet betimmerd.

» » Paardenstal / berging opgetrokken uit baksteen (halfsteens, massief en deels met een dubbele (spouw)muur. De stal was voorzien van een een golfplaten dak eveneens aangebracht op houten balken. De golfplaten waren voorzien van vogelwerende roosters. De stal was aande binnenzijde strak afgewerkt en vertooonde door de toepassing van PUR geen kieren.

» » De te slopen opstallen waren deels omgeven door verhardingen. In de nabije omgeving waren de volgende biotopen aanwezig:

» » Overig deel van het erf met een bedrijfswoning en tuin en een weide met enkele vrij forse linden en een hoogstamfruitboom;

» » Vrij open agrarisch gebied en een dijk met gedeeltelijk lintbebouwing.

4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten Uit de omgeving van het plangebied onbreken binnen een straal van 5 kilometer waarnemingen van beschermde vaatplanten (zie data NDFF in tabel 4) In het plangebied zijn geen beschermMegen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

8

de planten aangetroffen, dan wel kon het mogelijke voorkomen op basis van het habitat op voorhand worden uitgesloten. Er was sprake van een goed onderhouden tuin en soortenarm grasland / gazon ter hoogte van het bouwvlak en sprake van voedselrijke omstandigheden. Muren waren onbegroeid. Beschermde muurplanten werden dan ook niet aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten kan op basis van het aangetroffen habitat redelijkerwijs worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen In de omgeving zijn blijkens de data van de NDFF de bever, de das, de eekhoorn en diverse kleinere marters aangetroffen, waaronder de steenmarter. Voor de bever ontbraken op voorhand potenties in het plangebied zelf. Potenties waren in enige mate aanwezig voor de eekhoorn (omgeving) en de steenmarter. Nesten of overige sporen van de eekhoorn werden niet aangetroffen. Op een te behouden overkapping na, waren de opstallen voor de steenmarter ontoegankelijk. Sporen van de steenmarter werden (dan ook) ook niet aangetroffen. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren binnen de werkgrenzen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis onbepaald en de laatvlieger.

De meeste soorten uit tabel 4 zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend en deels boom bewonend. Bomen met voor vleermuizen geschikte holten of andere toegankelijke delen werden niet aangetroffen in of nabij de werkgrenzen. De bebouwing waaraan ingrepen zijn voorzien is beoordeeld als ongeschikt voor vleermuizen. De open zolder van de schuur bood geen beschutte plekken voor vleermuizen om weg te kruipen doordat pannen direct waren aangebracht op (dunne) balken en daglicht aan de binnenzijde. Het te slopen deel van de paardenstal (​e n de spouwmuur zelf) was ontoegankelijk door afwerking en toepassing van roosters. Sporen van vleermuizen werden niet aangetroffen, zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen in de te slopen bebouwing kan worden uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes In het plangebied zelf en de omgeving kunnen jagende dieren worden verwacht door de aanwezigheid van verspreid staande bomen en boomgroepen. Na realisatie van de woning en de sloop blijft de omgeving voor vleermuizen in vergelijkbare mate geschikt, mede doordat geen grotere bomen worden gekapt. Elementen die functie kunnen hebben als vliegroute waren niet aanwezig binnen of nabij de werkgrezen. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.

Vogels Algemeen In- of direct nabij de te slopen opstallen werden tijdens het veldbezoek geen vogels aangetroffen, ook geen sporen. De te slopen opstallen hadden als broedlocatie weinig tot niets te Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

9

bieden, al kunnen soorten als de merel en zanglijster op de meest uiteenlopende en onverwachte plekken broeden ook op balken. De aanwezige beplantingen en bomen nabij de te slopen opstallen en binnen het toekomstige bouwvlak (tuin) hebben potentie voor diverse algemene vogels. Door rekening te houden met de broedperiode, wordt voorkomen dat in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Jaarrond beschermde soorten Sporen en/of potenties voor jaarrond beschermde soorten werden niet aangetroffen binnen of direct nabij de werkgrenzen. Als broedlocatie waren de te slopen opstallen op voorhand ongeschikt, door het ontbreken van voldoende beschutting / plekken om te kunnen nestelen. De te behouden bedrijfswoning bood potentie voor de huismus, echter was de huismus opvallend afwezig, ook in de ruimere omgeving. De aanwezigheid van nesten van jaarrond beschermde vogels binnen of nabij de werkgrenzen of kan op basis van deze habitatscan worden uitgesloten. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF is in de omgeving van het plangebied de poelkikker aangetroffen. Binnen de werkgrenzen ontbraken potenties door de afwezigheid van open water en een natuurlijk ontwikkelde vegetatie.

Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

10

5 Conclusie en advies Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële en actuele natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:

» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Op basis van het advies (vogels algemeen) zijn de ingrepen zonder meer mogelijk. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn.

Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de te slopen opstallen en het toekomstige bouwvlak (beplantingen) aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden als sloop en het verwijderen van beplantingen / het bouwrijp maken uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, wat leidt tot het definitief verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

11

Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Internet » » Google maps » » http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf

» » www.nederlandsesoorten.nl

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

12

Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705

Megen Nonnenstraat 10 Ecologische quickscan

13

Bijlage 2a

- Samenvatting watertoets

datum 24-5-2021 dossiercode 20210524-38-26551 Samenvatting ingevoerde gegevens Persoonlijke gegevens aanvrager Projectnaam: Nonnenstraat 10, Megen Naam aanvrager: Nikol van de Goor Organisatie: Pittiger in planologie Straat/Postbus: Verwestraat Huisnummer: 32 Postcode: 5491BZ Plaats: Sint Oedenrode Telefoon: 0619743337 E-mail: 0619743337 Contactpersoon gemeente Naam gemeente: Oss Contactpersoon: Annelien Meulkens Telefoon: 140412 E-mail: a.meulkens@oss.nl Kaartmateriaal Heeft het ingetekende plangebied kaartmateriaal geraakt? ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Oss Vragen Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? nee Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee Vervolgvragen Omvat het plan een verhardingstoename of een afkoppeling van hemelwater(oppervlak) waarbij het oppervlak 2000 m2 of meer bedraagt? nee Betreft het de bouw van minimaal 100 woningen en/of de (her)ontwikkeling van een bedrijventerrein? nee Is er sprake van een grondwateronttrekking (inclusief drainage)? nee Aanvullende vragen Hoe wordt in het plan het hemelwater verwerkt?

1. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geïnfiltreerd {afval_hemelwater_geinfiltreerd} 2. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater {afval_hemelwater_afvoer-oppervlaktewater} 3. Via een gemengd stelsel {afval_hemelwater_gemengd} Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? {materiaal_verontreiniging} Ligging plangebied

Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl

Bijlage 2b

- Watertoets

datum 24-5-2021 dossiercode 20210524-38-26551 Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat uw planvoornemen diverse waterbelangen raakt. Vandaar dat wij graag meedenken over de voorgenomen ontwikkeling. Hieronder volgt een opsomming van de waterbelangen die in ieder geval met het plan zijn gemoeid.

Waterkering Het plan ligt binnen een zone die onderdeel uitmaakt van een waterkering. Er zijn 3 soorten waterkeringen: ● primaire waterkeringen (bijvoorbeeld de Maasdijk); ● regionale waterkeringen (keringen hoofdwatersysteem, incl. compartimenteringswaterkeringen. Extra keringen gelegen achter de

primaire keringen ter bescherming van kwetsbare binnendijkse gebieden; ● overige keringen (bijvoorbeeld een dijk waarover een weg loopt ter bescherming tegen hoogwater).

De primaire waterkeringen zijn opgebouwd uit drie zones, namelijk: de kern, beschermingszone A en beschermingszone B. Omdat waterkeringen een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van onze veiligheid, zijn er regels opgesteld over de werkzaamheden die verricht mogen worden op, bij en in waterkeringen. Deze regels verschillen per type waterkering. Het kan zijn dat werkzaamheden helemaal verboden zijn of dat er voorwaarden gelden voor de uitvoering van de werkzaamheden. Het kan daarom zijn dat u een melding moet doen bij het waterschap of een vergunning aan moet vragen. Daarnaast dient de waterkering opgenomen te worden in de verbeelding van een ruimtelijk plan.

Vertraagde afgevoerd op een leggerwatergang of een ander oppervlaktewater Als er sprake is van afvoer naar een nabijgelegen leggerwatergang / overig oppervlaktewater, mag deze alleen vertraagd plaatsvinden. Hierbij mag de afvoernorm (afvoercoëfficiënt) die voor de locatie geldt niet worden overschreden, om overbelasting van het watersysteem te voorkomen. Het water uit een bergingsvoorziening kan via een uitstroomvoorziening (bijvoorbeeld een pijp) vertraagd worden afgevoerd naar oppervlaktewater. De waterafvoer vanuit de bergingsvoorziening mag deze norm niet overschrijden. Voor een uitstroomvoorziening in het talud van een A-watergang dient een watervergunning te worden aangevraagd.

Categorie-A-watergangen dienen te worden aangegeven op de verbeelding Alle categorie-A-watergangen dienen te worden aangegeven op de verbeelding.

Rioolgemaal In of nabij het plangebied ligt een rioolgemaal. Rondom rioolgemalen geldt een richtafstand van 30m. Nieuwe bouwontwikkelingen dienen hierbuiten plaats te vinden om geuroverlast te voorkomen.

Toevoeging water en waterhuishoudkundige voorzieningen aan bestemmingen in planregels Bij alle bestemmingen in de planregels dient rekening te worden gehouden met water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Met het opnemen van water en waterhuishoudkundige voorzieningen in de verschillende relevante bestemmingsomschrijvingen, kan water op allerlei manieren in een plangebied worden toegepast. Om de flexibiliteit van de toepassing van water in een bestemmingsplan zo groot mogelijk te houden adviseert het waterschap 'water- en waterhuishoudkundige voorzieningen' in de verschillende bestemmingsomschrijvingen op te nemen. Hiermee kan onnodige vertraging van projecten worden voorkomen. Mogelijk noodzakelijke aanvullende ruimtelijke planprocedures hoeven immers niet te worden gevoerd, als voldoende rekening is gehouden met water in het bestemmingsplan. Voor overige ruimtelijke

plannen dient een soortgelijke systematiek te worden gevolgd. Gebruik niet-uitlogende materialen Als laatste verzoeken wij u om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Tot slot Zoals hierboven is aangegeven gaan wij graag met u in gesprek. U kunt contact met ons opnemen via watertoets@aaenmaas.nl Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waterschap Aa en Maas Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk spelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatisch gegenereerde toetsresultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoetsproces of vrijstelling van een eventuele vergunnings- of meldingsplicht op basis van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverleningsproces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 615 83 33 of info@aaenmaas.nl Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl

Bijlage 3

- Verkennend bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Project NST.320621

Mei 2021 Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Opdrachtgever Contactpersoon

: Familie van de Camp / Dhr. B. Wiegmans : Mevr. L. van de Camp

Projectnummer Rapportagedatum

: NST.320621 : 20-05-2021

Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd onder de ‘Algemene voorwaarden Van Oort Bodemonderzoek BV’ die ter inzage liggen op het kantoor aan de Zoggelsestraat 15a te Heesch en de Kamer van Koophandel te ’s-Hertogenbosch. Van Oort Bodemonderzoek BV is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 (EC-SIK-20257) en beschikt over een kwalibo-erkenning (mem-27581-04212).

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

1

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Project NST.320621

Inhoudsopgave

Blz

1.

Inleiding

3

2.

Vooronderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Onderzoeksvragen 2.3 Afbakening en locatiegegevens 2.4 Terreingebruik onderzoekslocatie 2.5 Voorgaande onderzoeken en saneringen 2.6 Omgeving locatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie

4 4 4 5 6 7 7 8

3.

Hypothese en onderzoeksopzet

9

4.

Uitgevoerd onderzoek 4.1 Veldonderzoek 4.2 Laboratoriumonderzoek

10 10 11

5.

Resultaten veldonderzoek

12

6.

Resultaten laboratoriumonderzoek 6.1 Algemeen bodembeleid en toetsingskader 6.2 Toetsing analyseresultaten

13 13 14

7.

Conclusies 7.1 Grond 7.2 Grondwater 7.3 Hypothese

15 15 15 15

8.

Samenvatting en advies

17

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Kadastrale kaart Informatie vooronderzoek Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten laboratorium

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

2

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

1.

Project NST.320621

Inleiding

In opdracht van de familie Van de Camp is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Nonnenstraat 10 te Megen (gemeente Oss). Aanleiding tot het bodemonderzoek is het wijzigen van de bestemming en de toekomstige nieuwbouw. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. De uitvoering van het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de NEN 5740 (Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoekOnderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009). In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde; het vooronderzoek, de onderzoeksopzet, het uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek, de onderzoeksresultaten, de conclusies en een samenvatting met advies. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring zoals bedoeld in het kader van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit. Er is in dat verband ook geen onderzoek gedaan naar PFAS. Bij eventueel vrijkomende grond zijn de resultaten van het onderzoek wel geschikt om een inschatting te maken van de toepassingsmogelijkheden. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd.

Van Oort Bodemonderzoek BV is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever.

Betrouwbaarheid en aansprakelijkheid Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van grond en grondwater. Deze in wet- en regelgeving vastgestelde benadering maakt het onmogelijk om op basis van de resultaten van een onderzoek garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie te geven. Aan de hand van een bodemonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van een later aan te treffen bodemverontreiniging tot een minimum beperkt. Van Oort Bodemonderzoek BV accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die opdrachtgever of derden nemen naar aanleiding van het uitgevoerd onderzoek. Een vooronderzoek is sterk afhankelijk van de bronnen en (historische) gegevens die aangeleverd worden. Van Oort Bodemonderzoek BV kan niet instaan voor de volledigheid van de ontvangen informatie en gegevens van derden.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

3

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

2.

Vooronderzoek

2.1.

Algemeen, aanleiding en doel

Project NST.320621

Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (BodemLandbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. 2.2.

Onderzoeksvragen

De aanleiding voor het vooronderzoek is in dit geval het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek. Hieronder staan de onderzoeksvragen opgesomd zoals geformuleerd in de NEN 5725. Dit met een verwijzing naar de paragraaf of hoofdstuk waarin deze gemotiveerd wordt beantwoord.        

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (2.3) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze en waar liggen ze? (2.4) Is de bodem asbestverdacht? Zo ja, wat zijn de mogelijke bronnen en verdachte terreindelen? (2.4) Heeft er in het verleden bodemonderzoek plaatsgevonden? Zo ja, welke en wat zijn de resultaten. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Zo ja, waar bevindt deze zich? (2.5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke en waar bevinden deze zich? (2.6) Is er sprake van een bodemkwaliteitskaart? Zo ja, welke kwaliteitsklasse is voor de locatie toegekend en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? (2.6) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? (2.7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht? Motiveer het antwoord (H3)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

4

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Project NST.320621

Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Kadaster - Informatie opdrachtgever en eigenaar - Regionaal bodemloket omgevingsdienst - Informatie gemeente en BHIC (bodemkwaliteitskaart en bouw- en milieuarchief) - Historische kaarten en registratiekaart gebouwen (topotijdreis.nl, BAG-viewer) - Actuele luchtfoto’s (google earth) - Grondwaterkaart van Nederland (TNO, Dino-loket) 2.3.

Afbakening en locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich aan de noordwestrand van Megen. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Oss, sectie P, nummer 85 (ged). In bijlage 1 is een kadastrale kaart bijgevoegd. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 4.800 m2. Het onderzoeksgebied van het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en tot 25 meter in de aangrenzende percelen. Gezien de ligging en gebruik van de locatie is deze afbakening als voldoende beschouwd. Hieronder is een luchtfoto bijgevoegd met de globale begrenzing van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

5

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

2.4.

Project NST.320621

Terreingebruik onderzoekslocatie

Historisch gebruik Op de locatie stond voorheen alleen een varkensschuur en een veldschuur. Van de varkensschuur is niet bekend wanneer deze is gebouwd. Het overige deel van het perceel was vroeger in gebruik als wei en fruitboomgaard. Hieronder is een historische kaart bijgevoegd van 1970 waarop dit wordt bevestigd.

Figuur 2.2: Historische kaart 1970

De onderzoekslocatie maakte voorheen deel uit van de locatie aan de Maasdijk 11. De woonboerderij staat aan de overzijde van de Nonnenstraat. De familie van de Camp is eigenaar van de onderzoekslocatie sinds 1981. De oude varkensschuur is verbouwd in 1960. De veldschuur was geplaatst in 1968 en is later, voorafgaand aan de nieuwbouw van het woonhuis, in 1998 gesloopt. De schuur was gedekt met asbestgolfplaten en voorzien van dakgoten. Het asbest werd voorafgaand aan de sloop door een erkend saneringsbedrijf verwijderd. In 1975 is parallel aan de Maasdijk een nieuwe tweede varkensstal gebouwd. Tot ongeveer 1995 is de stal als zodanig in gebruik geweest. Daarna is de stal in gebruik genomen voor het houden van paarden en is het asbestdak vervangen door asbestvrije golfplaten.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

6

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Project NST.320621

De huidige woning is opgericht in 1998. Het terreindeel rond de woning is enigszins opgehoogd met kleigrond. Op de locatie hebben zover bekend geen bodembedreigende (bedrijfs-) activiteiten of calamiteiten plaatsgevonden. Daarnaast zijn er geen bovengrondse of ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. De locatie staat niet geregistreerd in het bodemloket van de regionale omgevingsdienst. In bijlage 2 is de bodeminformatie bijgevoegd zoals ontvangen van de omgevingsdienst Brabant Noord. Huidig gebruik Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden. In bijlage 3 zijn een situatietekening en een aantal terreinfoto’s bijgevoegd waarop de bevindingen staan aangegeven. Ter plaatse van de onderzoekslocatie staat een met pannen gedekte woonhuis en varkensschuur (tegen de Nonnenstraat). De schuur wordt gebruikt als bergingsruimte. Het meest westelijk deel van de paardenstal wordt gebruikt voor de opslag van hooi en stro. Nabij het westelijk kopeind van de stal wordt op betonplaten paardenmest opgeslagen en is er sprake van een paardenrijbak. Rond de oude varkensschuur is het terrein verhard met beton. Een beperkt deel is verhard met asfalt. Bij de woning zijn de oprit, terras en toegangspaden verhard met betonklinkers. Dit geldt ook voor het pad dat parallel loopt aan de paardenstal. Het overig terrein is in gebruik als tuin, gazon, wei of groen.

Tijdens de terreininspectie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging waargenomen. Toekomstig gebruik In bijlage 2 is een tekening van het schetsplan bijgevoegd. De blauw gestreepte lijnen vormen de twee toekomstige woonkavels. De huidige bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning en nabij de oude varkensschuur is een tweede woning gepland. 2.5.

Voorgaande onderzoeken en saneringen

Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bodemonderzoeken of bodemsaneringen uitgevoerd. 2.6.

Omgeving locatie

De locatie ligt aan de noordwestrand van Megen tegen de Maasdijk. In zuidelijke en westelijke richting is sprake van grasland.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

7

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Project NST.320621

Aan de overzijde van de weg is sprake van een wei, een rioolgemaal en een woonboerderij (Maasdijk 11). Binnen een straal van 25 meter uit de onderzoekslocatie is in het bodemloket van de regionale omgevingsdienst de volgende bodeminformatie aangetroffen:  Maasdijk 11 (NB082830834); Deze locatie ligt aan de overzijde van de weg. Hier heeft in oktober 1996 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. De bovengrond was licht verontreinigd met zink (>S), de ondergrond licht verontreinigd met nikkel en zink (>S) en het grondwater licht verontreinigd met fenolen (>S). Er waren geen bezwaren tegen de voorgenomen bouwplannen.  Maasdijk 13 (NB082833388); Deze locatie ligt oostelijk van de onderzoekslocatie aan de Maasdijk. Hier heeft in januari 2019 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Het onderzoek is beoordeeld als ‘voldoende onderzocht’. Verdere gegevens ontbreken. Aangenomen is dat er in de nabijheid van de locatie geen (grootschalige) gevallen van verontreinigingen bekend zijn die mogelijk van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De gemeente Oss beschikt over een bodemkwaliteitskaart (maart 2020). Voor ontgraving en toepassing zijn kaarten van boven- en ondergrond onderscheiden. De kaart sluit aan op het landelijk bodembeleid waarbij onderscheid is gemaakt tussen natuur en landbouw, wonen en industrie.

Het onderzoeksgebied is op de bodemfunctiekaart ingedeeld in de zone ‘Wonen’. In het algemeen is in de regio verder bekend dat verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater voor kunnen komen. De verhoogde concentraties worden vaak zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen, fluctueren sterk en kunnen veelal als lokaal (natuurlijke) verhoogde achtergrondwaarden worden beschouwd. 2.7.

Bodemopbouw en geohydrologie

De gegevens van de bodemopbouw en geohydrologie zijn verkregen van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO) en het DINO-loket. In de onderstaande tabel is de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. De locatie ligt in de geologisch hoger gelegen Peelhorst. Schematische bodemopbouw Globale diepte (m-mv) 0-5

Geohydrologische

Lithostratigrafische

eenheid

eenheid

Deklaag

Nuenengroep en Holoceen

Lithologie Rivierklei en fijne en grove slibhoudende zanden

5-60

1e watervoerende pakket

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

Formaties van Sterksel en

Fijne en grove grindrijke

Kreftenheye

zanden

8

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

Project NST.320621

De stromingsrichting van het freatisch grondwater is ter plaatse globaal noord-noordwest gericht. De grondwaterstand is sterk afhankelijk van de waterstand in de Maas en is ter plaatse van de onderzoekslocatie ingeschat op 1,8 tot 2,5 m-mv. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied van een waterpompstation. Verder is niet onderzocht of er op korte afstand industriële grondwateronttrekkingen aanwezig zijn met een invloedssfeer reikend tot aan de onderzoekslocatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

9

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

3.

Project NST.320621

Hypothese en onderzoeksopzet

De NEN 5740 beschrijft voor verschillende situaties de te hanteren onderzoeksstrategie. Verdachte en niet-verdachte locaties worden daarbij onderscheiden. Voor asbest in bodem is de NEN 5707 van toepassing. Bij een bestemmingswijziging en/of aanvraag van een omgevingsvergunning is alleen een asbestonderzoek noodzakelijk wanneer sprake is van een asbestverdachte situatie. Op basis van het uitgevoerd vooronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken:  Vanwege het ontbreken van een mogelijke oorzaak van bodemverontreiniging is de onderzoekshypothese voor de onderzoekslocatie ‘niet verdacht’. Vanwege het voormalig gebruik als boomgaard worden de grondmonsters van de bovengrond tevens onderzocht op OCB’s.  Er zijn geen vermoedens van de aanwezigheid van asbest in de bodem; - geen voormalige gebouwen met asbesttoepassingen (zonder dakgoten) - geen aanwezige gebouwen die gedekt zijn met asbestverdachte golfplaten en waar sprake is van onbedekte druppelzones - geen aanwezige puinverhardingen - voor zover bekend bevinden zich in de bodem geen asbestverdachte puinresten In overleg met de opdrachtgever is op basis van de bovenstaande conclusies de onderstaande onderzoeksopzet vastgesteld. NEN 5740: onderzoeksstrategie, veldwerk en laboratoriumonderzoek Locatie

Perceel P85 (ged)

Opp. (m2)

Onderzoeksstrategie 1)

4.800

ONV-NL

Veldwerkzaamheden Grond Aantal boringen (diepte in m-mv)

11x 0,5 3x 2,0

Grondwater Aantal peilbuizen (filterdiepte m-mv)

1x (ca 2,5-3,5)

Laboratoriumonderzoek Grond 2) Grondwater 3) (NEN-pakket) (NEN-pakket)

2x bgr (+OCB’s) 1x ogr

1x grw

1) ONV-NL: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie 2) Standaardpakket grond: zware metalen (9), PCB (7), PAK 10, minerale olie (GC), organische stof en lutum 3) Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), aromaten (BTEXN), chloorkoolwaterstoffen (17) en minerale olie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

10

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

4.

Uitgevoerd onderzoek

4.1.

Veldonderzoek

Project NST.320621

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de van toepassing zijnde NEN-normen (NPR 5741 en NEN 5742 t/m NEN 5744). Het veldwerk is uitgevoerd door de heer M.W.T. van Oort. Een erkend en ervaren veldwerker die geregistreerd staat onder de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden hebben plaats gevonden op 7, 11 en 14 mei 2021. Een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden is weergegeven in tabel 4.1. De locaties van de boringen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 3. Tabel 4.1: Uitgevoerde werkzaamheden Aantal boringen met boordiepte Ondiep tot ca. 0,5 m-mv Diep tot 2,0 m-mv 11 (01, 02, 03, 04, 06, 08, 09, 11, 12, 14, 15)

3 (05, 07, 13)

met peilbuis

Opmerking

1 (P10)

De boringen zijn gelijkmatig verdeeld over de onderzoekslocatie. De peilbuis is centraal en enigszins stroomafwaarts van de stromingsrichting van het freatisch grondwater geplaatst. De bovenkant van het filter van de peilbuis is aangebracht op een diepte van 0,5 tot 1,0 meter beneden de aangetroffen grondwaterspiegel. De peilbuis steekt ongeveer 0,5 meter boven maaiveld uit. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd volgens NEN 5104 en zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Van de grond zijn monsters genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter. Bodemlagen met kenmerken van verontreinigingen of een afwijkende textuur zijn separaat bemonsterd. De peilbuis is ná minstens een wachttijd van zeven dagen bemonsterd met behulp van een slangenpomp. Ná het vaststellen van de grondwaterstand is de peilbuis afgepompt waarna de zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) gemeten. Ten behoeve van een analyse op zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd met een wegwerpfilter (0,45 µm). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van protocol 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

11

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

4.2.

Project NST.320621

Laboratoriumonderzoek

Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV te Rotterdam. Een geaccrediteerde (ISO/IEC 17025) en AS3000-erkend laboratorium voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Op basis van het veldwerk en de zintuiglijke waarnemingen heeft een selectie plaats gevonden van de te analyseren mengmonsters (zie tabel 4.2). De mengmonsters zijn niet in het veld maar in het laboratorium samengesteld. Het zogenaamd standaard NEN-pakket bevat een analyse van de volgende parameters. Grond ; droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK en minerale olie. Grondwater ; zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), aromatische koolwaterstoffen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. Tabel 4.2: Laboratoriumonderzoek Mengmonster (traject m-mv) Grond MMB1 (0,00-0,50) MMB2 (0,00-0,60) MMO3 (0,40-1,90)

Deelmonsters (traject m-mv)

Analyses

1.1 (0,00-0,50); 2.1 (0,00-0,50); 4.1 (0,00-0,50); 5.1 (0,00-0,50); 6.1 (0,00-0,50) 7.2 (0,20-0,60); 8.2 (0,25-0,60); 9.1 (0,10-0,50); 10.1 (0,00-0,40); 11.1 (0,00-0,50); 12.1 (0,00-0,50); 14.1 (0,00-0,50) 5.2 (0,50-0,90); 5.3 (0,90-1,40); 5.4 (1,40-1,90); 7.3 (0,60-1,00); 7.4 (1,00-1,50); 10.3 (0,70-1,10); 10.4 (1,10-1,50); 13.3 (0,40-0,90); 13.4 (0,90-1,40)

NEN-pakket + OCB’s

P10

NEN-pakket

NEN-pakket + OCB’s NEN-pakket

Grondwater GRW (3,10-4,10)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

12

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

5.

Project NST.320621

Resultaten veldonderzoek

Het opgeboord materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmengingen en verontreinigingen. De profielbeschrijvingen van de uitgevoerde grondboringen zijn opgenomen in bijlage 4. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is hoofdzakelijk opgebouwd uit klei. Vanaf een diepte van 3,3 m-mv is zand aangetroffen. Het grondwater bevond zich op een diepte van afgerond 2,2 m-mv. Bij de boringen 07 t/m 12 en 14 en 15 zijn in de bovengrond sporen en in zwakke mate resten van baksteen aangetroffen. Deze bijmengingen zijn beoordeeld als eenduidig en nietasbestverdacht. Bij de overige boringen zijn zintuiglijk geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De resultaten van het grondwateronderzoek zijn in tabel 5.1 opgenomen. Tabel 5.1: Veldmetingen grondwater Peilbuis (filter, m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Overig*

P10 2,18 6,3 695 5,06 Goedlopende peilbuis, niet belucht (3,10-4,10) *) Bij een slechtlopende peilbuis waarbij het filter gedeeltelijk droog is gevallen zijn de analyseresultaten indicatief. Wanneer bij goedlopende peilbuizen het filter snijdend staat met de grondwaterspiegel (belucht) zijn de analyseresultaten voor vluchtige verbindingen indicatief.

Er zijn geen indicaties voor een afwijkende situatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

13

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

6.

Resultaten laboratoriumonderzoek

6.1.

Algemeen bodembeleid en toetsingskader

Project NST.320621

De analyseresultaten zijn getoetst aan het landelijk referentiekader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee toetsingsniveaus: 

Achtergrondwaarde (Aw) en streefwaarde (Sw) Het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige humane en ecologische risico’s bestaan. Bij geen overschrijding van de Aw en/of Sw is geen sprake van een verontreiniging.

Interventiewaarde (Iw) Het toetsingsniveau waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de Iw is sprake van een sterke verontreiniging.

De achtergrondwaarde en streefwaarde worden regelmatig overschreden als gevolg van lokaal verhoogde achtergrondwaarden of diffuse belasting. Om vast te kunnen stellen wanneer aanvullend onderzoek gewenst of noodzakelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een derde toetsingsniveau, de tussenwaarde;  Tussenwaarde (Tw) De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (Tw=Aw/Sw+Iw/2). Bij een overschrijding bestaat er een vermoeden dat een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en dient veelal een aanvullend onderzoek te worden aanbevolen. De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. Gebruik is gemaakt van de applicatie @mis van SGS Environmental Analytics BV te Rotterdam. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de (meng)monsters van het onderzoek zijn tevens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader, toepassing als landbodem).

PFAS In het kader van het Besluit bodemkwaliteit geldt bij grondverzet (grondtoepassing) het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (sinds 01-10-2019). Er is geen onderzoek gedaan naar PFAS.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

14

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

6.2.

Project NST.320621

Toetsing analyseresultaten

In bijlage 5 zijn de toetsingstabellen bijgevoegd waarin de analyses zijn getoetst aan de genoemde toetsingsniveaus. Voor de analyse van het NEN-pakket geldt dat de meetwaarden voor grond (or) op basis van organische stof en lutum zijn omgerekend naar een standaardbodem (br). In de tabellen 6.1 en 6.2 is van de grond- en grondwatermonsters een overzicht opgenomen waarin uitsluitend de verhoogde parameters staan aangegeven. In de laatste kolom staat voor grond het resultaat van de indicatieve toetsing aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Tabel 6.1: Overschrijdingstabel grond Monster (m-mv)

Boringen

Bijzonderheden

Overschrijdingen > Aw > Tw Licht matig Kobalt -

Toetsing Bbk > Iw sterk -

MMB1 1, 2, 3, 4, 5, 6 AW (0,00-0,50) MMB2 7, 8, 9, 10, Resten Lood, zink AW (0,00-0,60) 11, 12, 14 baksteen MMO3 5, 7, 10, 13 Kobalt, nikkel, Wonengrond (0,40-1,90) zink Betekenis AW= Achtergrondwaarde-kwaliteit, NT= Niet Toepasbaar > Aw en <=Tw : Concentratie is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] > Tw en <= Iw : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] > Iw : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Tabel 6.2: Overschrijdingstabel grondwater Monster GRW Betekenis > Sw en <=Tw > Tw en <= Iw > Iw

Peilbuis (filter m-mv) P10 (3,10-4,10)

Overschrijdingen > Sw Licht -

> Tw Matig -

> Iw sterk -

: Concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

15

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

7.

Conclusies

7.1.

Grond

Project NST.320621

Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, afwijkingen of andere bijzonderheden waargenomen. Bij een aantal boringen zijn in de bovengrond resten van baksteen waargenomen. Deze zijn beoordeeld als eenduidig en niet-asbestverdacht. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken:  In het zintuiglijk schone mengmonster van de bovengrond (MMB1) is ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd kobaltgehalte aangetoond.  In het mengmonster van de bovengrond met baksteenresten (MMB2) zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehaltes lood en zink aangetoond.  In het mengmonster van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehaltes kobalt, nikkel en zink gemeten. De boven- en ondergrond zijn licht verontreinigd met zware metalen. Waarschijnlijk gaat het om lokaal verhoogde achtergrondwaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de bovengrond beoordeeld als achtergrondwaarde-grond en de ondergrond als wonengrond (bij toepassing als landbodem). 7.2.

Grondwater

Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken:  In het grondwatermonster (GRW) zijn ten opzichte van de streefwaarde geen verhoogde gehaltes gemeten. Het grondwater is niet verontreinigd. 7.3.

Hypothese

Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘niet verdacht’ te worden verworpen. In de boven- en ondergrond zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Er zijn geen meetwaarden waargenomen tot boven de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

16

Verkennend bodemonderzoek Nonnenstraat 10 te Megen

8.

Project NST.320621

Samenvatting en advies

Op de locatie aan de Nonnenstraat 10 te Megen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en nieuwbouw. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Oss, sectie P, nummer 85 (ged). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 4.800 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen een herbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. In de bovengrond zijn in zwakke mate bijmengingen van (rode) baksteen aangetroffen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht verontreinigd is met kobalt, lood en zink (>Aw) en de ondergrond licht verontreinigd met kobalt, nikkel en zink (>Aw). Het grondwater is niet verontreinigd (<Sw). De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een herbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw. Vanwege de aangetroffen lichte verontreinigingen dient bij grondverzet rekening te worden gehouden met mogelijke gebruiksbeperkingen bij hergebruik van de vrijkomende grond op een andere locatie. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Oss. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

17

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 1

Kadastrale kaart

Uw referentie: Nonnenstr 10 Megen

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Oss P 85

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 4 mei 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 2

Nonnenstraat 10 Megen Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 17

-

19-04-2021

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Maasdijk 11 te Megen BKK deelloca e Megen te Megen Maasdijk 13 Megen Kaarten Disclaimer Toelich ng

Pagina 2 van 17

-

19-04-2021

Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=63f2cb3a-385e-4942-875a-322a24e30fbd