CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7A Toelichting BP Nonnenstraat 10 Megen.PDF

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplannen ‘Hoessenboslaan 45 Berghem – 2022’ ‘Aalstvoortsestraat 2c Herpen 2022' Rondestraat 16 Deursen-Denneburg 2022'24.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 33 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Het plangebied is gelegen op de Oeverwal.

Voor de Oeverwal bestaat de gebiedsvisie samengevat naar de aard van onderhavig plangebied eruit dat het ruimtelijk gezien wenselijk is om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven. Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. Streven naar kleinschaligheid en een groen karakter kan op verschillende manieren: door het weren van grootschalige bebouwing en grote percelen, maar ook door de schaal te verkleinen, door de aanleg van houtwallen, houtsingels, bosjes, laanbeplanting en (hoogstam)boomgaardjes en door het behoud (en de versterking) van bestaande landschapselementen (zoals grienden, wielen, houtwallen en hakhoutbosjes). Hierdoor ontstaat een afwisseling tussen open en besloten gebieden. Het onregelmatige, kleinschalige verkavelingspatroon moet versterkt worden. Door de aanleg van kavelgrens- en erfbeplantingen wordt het kleinschalige verkavelingspatroon benadrukt en kunnen droge ecologische verbindingszones ontstaan. Door het versterken van verkavelingspatronen wordt het oorspronkelijke karakter van het landschap op de oeverwal verduidelijkt.

Het aanleggen van hoogstamboomgaarden zal bijdragen aan een afwisselend beeld op de oeverwal. Voor de uitwerking en uitvoering zijn diverse aandachtspunten genoemd. Algemeen geldt: o Herstel landschapselementen als voorwaarde bij ontwikkelingen in bestemmingsplan opnemen o Nieuwe ontwikkelingen landschappelijk inpassen o Bij ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijke eisen stellen toetsen: Behoud van karakteristieke dijkenpatroon; Bestaande landschapselementen beschermen in het bestemmingsplan stimuleren;

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 34 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

-

In dit gebied is ruimte voor vernieuwing, bijvoorbeeld voor nieuwe landgoederen; Toevoegen nieuwe landschapselementen, zoals houtwallen, grienden en bosjes stimuleren; Aanleg hoogstamboomgaarden stimuleren; Onregelmatige blokstructuur versterken; Herstel oude padenstructuur (kerkepaden); In het Maasbandproject rekening houden met de landschappelijke eenheden.

Erfbeplanting Verder zijn ook richtlijnen voor erfbeplanting op de ‘Oeverwal’ opgenomen. Dit zijn de volgende: De oeverwallen hebben een kleinschalig, halfopen karakter. Beplanting in het algemeen, en erfbeplanting in het bijzonder, kan dit karakter versterken door toepassing van dichte opgaande beplanting. Ook hoogstamfruitbomen voor of naast de bebouwing zijn elementen die fraai passen bij de kenmerken van de oeverwal. De bodem van de oeverwal bestaat vaak uit zavelachtig zand (relatief voedselrijk en vochtig) en is geschikt voor een groot assortiment bomen en struiken. Geschikte bomen als overstaanders in houtwallen of -singels zijn bijvoorbeeld inlandse eik, veldesdoorn en esdoorn. Voor afschermend groen kunnen bijvoorbeeld meidoorn, hazelaar en sleedoorn worden gebruikt. Meidoorn of veldesdoorn kunnen als haag worden toegepast. Daar waar fruitbomen staan geen meidoorn toepassen, vanwege het overdragen van ziekten. Het plangebied is op dit moment al landschappelijk ingepast met onder andere erfbeplanting en hoogstamfruitbomen (appel en pruim). Deze beplanting blijft behouden en sluit aan bij de uitgangspunten die gelden voor de ‘Oeverwal’. De beplanting is opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat onderdeel vormt van dit bestemmingsplan, zodat is verzekerd dat de bestaande beplanting behouden blijft.

Op de afbeelding hieronder, afkomstig uit het landschappelijk inpassingsplan (dat onderdeel vormt van de regels en verbeelding, het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan) is de bestaande te behouden beplanting aangegeven.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 35 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Geconcludeerd kan worden dat in het plangebied karakteristieke inheemse bij de ‘Oeverwal’ passende beplanting is toegepast, welke als een goede landschappelijke inpassing dient. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Landschapsbeleid – 2015. 5.1.2 Landschappelijke inpassing i.v.m. paardenbak In het plangebied is op dit moment een paardenbak aanwezig. Deze is eerder specifiek vergund. Deze paardenbak blijft in de toekomstige situatie bestaan op de plek waar hij nu ligt. Dit is juridisch geregeld via de verbeelding en regels van dit bestemmingsplan (specifieke aanduiding). Dit, omdat de paardenbak op deze plek (positionering) door onderhavige bestemmingswijziging niet overeenkomt met de standaardregels die voor paardenbakken in het buitengebied van Oss gelden en zijn opgenomen in het bestemmingsplan buitengebied Oss – 2020 (aansluitend aan woonbestemming). Daarnaast ligt de paardenbak niet op 20 meter uit de as van de weg. Van deze regel is met de voor de paardenbak verleende vergunning al afgeweken. Door de positie van de paardenbak nu niet specifiek te regelen komt de paardenbak onder het overgangsrecht te vallen. Dit is niet de bedoeling. Als voorwaarde voor het specifiek regelen van de paardenbak geldt wel dat deze voor het overige moet voldoen aan de huidig geldende regels.

Dat houdt in: op 20 m van woningen van derden (wordt aan voldaan), kleiner dan 1225 m2 (wordt aan voldaan) en voorzien van een goede landschappelijke inpassing. In verband met dat laatste is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 7) alsook juridisch verankerd via de verbeelding en regels van dit bestemmingsplan en ziet er als volgt uit, zie afbeelding hieronder. Ter toelichting van deze afbeelding het volgende. Blauw is bestaande te behouden beplanting en geel is nieuwe beplanting.

5.1.3 Landschappelijke inpassing in verband met vergroting inhoud woning (750 -> 800 m3) De nieuwe woning in het plangebied wordt geen 750 maar 800 m3. Dit wordt in dit bestemmingsplan niet specifiek geregeld. Er zit hiervoor in dit bestemmingsplan een algemene afwijkingsmogelijkheid, die kan worden toegepast bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’. Er moet bij de aanvraag omgevingsvergunning voldaan worden aan de regels die hiervoor in dit bestemmingsplan zijn

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 36 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

opgenomen. Onderdeel hiervan is landschappelijke inpassing. Door de initiatiefnemer van dit bestemmingsplan is hiermee vooruitlopend daarop in het landschappelijk inpassingsplan dat onderdeel vormt van dit bestemmingsplan rekening gehouden. Op bladzijde 16 van het landschappelijk inpassingsplan is ingegaan op de landschappelijke compensatie voor deze extra m3’s. Ook vormt het onderdeel van het beplantingsplan. De beplanting die in dit kader in het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen vormt echter geen onderdeel van hetgeen qua landschappelijke inpassing via dit bestemmingsplan juridisch is vastgelegd in de regels en de verbeelding.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 37 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft ernaar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.

Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 38 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Onderhavig plan is gelegen op een oeverwal en is niet gelegen in een te ontwikkelen natuurnetwerk. Het plangebied ligt er wel dichtbij (Maasrand ten noorden van het plangebied). In het plangebied is geen sprake van bomen die als waardevol zijn aangemerkt. Privé groen (bestaand) vormt onderdeel van de inrichting van het plangebied (het blijft bestaan). Het privé groen heeft een landschappelijk karakter, omdat het gaat om beplanting tegen de erfgrens met het openbaar gebied en het zichtbaar is vanaf het openbaar gebied. In het plangebied wordt v.w.b. de nieuwe woning natuurinclusief gebouwd. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt.

De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Soorten Door Buro Maerlant is voor onderhavige ontwikkeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage behorende bij de quickscan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1). De samenvatting en conclusie van de quickscan is al volgt. “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële en actuele natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Op basis van het advies (vogels algemeen) zijn de ingrepen zonder meer mogelijk. Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de te slopen opstallen en het toekomstige bouwvlak (beplantingen) aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden als sloop en het verwijderen van beplantingen/ het bouwrijp maken uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken.

Het verstoren van broedende vogels, wat leidt tot het definitief verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” Gebieden Op 3 maart 2021 is door het Rijk de ‘Handreiking Voortoets Stikstof’ uitgebracht. Hierin is o.a. het volgende opgenomen: “Op grond van de AERIUS-resultaten kunnen significant negatieve gevolgen van een plan of project op voorhand uitgesloten worden als het plan of project niet leidt tot een depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de KDW (bijna) wordt overschreden. De voortoets bestaat dan enkel uit een beschrijving van de uitgangspunten van de emissieberekening, de AERIUS-resultaten en de conclusie dat significante gevolgen zijn uitgesloten”.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 39 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Voor onderhavige (totaal)ontwikkeling is een voortoets uitgevoerd. De voortoets is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6) en kent de navolgende conclusie: “Uit de berekeningen volgt dat zowel door de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUSberekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Op basis van de hierboven gepresenteerde gegevens hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden.” Bij Wet natuurbescherming beschermde gebieden vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 40 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 41 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

Volgens de archeologische beleidskaart is het plangebied grotendeel verstoord. Op een klein deel is sprake van een middelhoge verwachtingswaarde. Vanuit het archeologiebeleid geldt voor verstoorde gebieden geen archeologische onderzoeksplicht. Voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachting geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1000 m². 5.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is het bestemmingsplangebied grotendeels verstoord en aan een deel van het plangebied is een middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat voor het verstoorde gebied geen archeologische onderzoeksplicht geldt en voor het gebied waaraan een middelhoge verwachtingswaarde is toegekend dat indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1000 m² een archeologische onderzoeksplicht geldt. Toetsing van de plannen In het vigerende bestemmingsplan is de archeologische beleidskaart vertaald in dubbelbestemmingen. Dat betekent dat op een deel van het plangebied geen dubbelbestemming ter bescherming van eventuele archeologische waarden is opgenomen en op een deel van het plangebied wel.

Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan opgenomen (www.ruimtelijkeplannen.nl).

Gezien de korte doorlooptijd van deze bestemmingsplanprocedure, zijn de plannen zoals omschreven in deze toelichting nog niet getoetst. Op een archeologische onderzoeksverplichting. Deze toetsing zal bij

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 42 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

de vergunningsprocedure plaatsvinden. Op dat moment kan blijken dat er nog een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, of dat de vergunning kan worden verleend zonder nader archeologisch onderzoek. Ook zal op dat moment worden bepaald of aan de vergunnings archeologische voorwaarden worden gekoppeld. Omdat ter hoogte van de opgenomen dubbelbestemming volgens de huidige plannen geen werkzaamheden gepland zijn, het gaat op deze plek waarschijnlijk slechts om een gebruikswijziging die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is archeologisch onderzoek waarschijnlijk niet aan de orde. Er worden hier namelijk volgens de huidige plannen geen ingrepen in de grond uitgevoerd. De definitieve plannen zullen hierop nog worden getoetst door de gemeente. Dergelijke ingrepen worden wel elders in het plangebied uitgevoerd, namelijk ten noorden van de dubbelbestemming. Hier wordt bedrijfsbebouwing gesloopt en een nieuwe woning gebouwd. Omdat hier geen dubbelbestemming ter bescherming van eventuele archeologische waarden is opgenomen is archeologisch onderzoek hiervoor niet noodzakelijk. Er geldt wel een meldingsplicht. De mogelijkheid dat er in het plangebied archeologische vondsten worden gedaan is niet uitgesloten. De gemeente wijst initiatiefnemers van ruimtelijke plannen nadrukkelijk op hun wettelijke verplichting (Erfgoedwet) om archeologische vondsten te melden.

Bij het doen van vondsten waarvan initiatiefnemers vermoeden dat het om archeologische vondsten of sporen gaat zijn ze verplicht deze onmiddellijk te melden bij de bevoegde instantie, in dit geval de gemeente. Vondsten kunnen gemeld worden bij de gemeentelijk archeoloog M. Peeters en aan de gemeentelijk projectleider of de gemeentelijk contactpersoon die het plan van de initiatiefnemer begeleidt (allemaal bereikbaar via het tel.nr. 14 0412). Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. In dit bestemmingsplan is de dubbelbestemming ter bescherming van eventuele archeologische waarden zoals die in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen overgenomen.

Voor het gedeelte van het plangebied waar deze dubbelbestemming van kracht is geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is.

5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 43 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.

De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen.

Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. In en rondom het plangebied is geen sprake van beschermde cultuurhistorische waarden. Het planvoornemen is wel op voorhand (voordat het principeverzoek voor het planvoornemen is ingediend) door de monumentenkamer getoetst. De bevindingen zijn hieronder weergegeven. “In stedenbouwkundig opzicht vormt het nauwe straatprofiel ter plaatse van de (te slopen) schuur en de sfeer van geborgenheid daarnaast een interessant contrast en een welkome afwisseling met de weidsheid van het nabijgelegen dijklandschap en het omringende landelijke gebied. In cultuurhistorische opzicht wordt de schuur karakteristiek gevonden wat betreft diens positionering direct aan de weg, de gesloten uitstraling aan deze zijde en het rode pannendak. Ook heeft de schuur waarde als onderdeel van het agrarisch bebouwingsensemble ter plaatse. Hoewel geen monument wordt

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 44 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

wat dat betreft de schuur behoudenswaardig gevonden. Sloop zal leiden tot verlies van ruimtelijke- en cultuurhistorische kwaliteit en de eigen specifieke identiteit van deze plek. Herbestemming van de schuur tot woning om zodoende in de toekomst het pand te behoeden voor leegstand, verpaupering en sloop wordt dan ook positief gewaardeerd. Indien herbestemming van het pand niet haalbaar blijkt wordt geadviseerd om uit te gaan vervangende nieuwbouw. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd om het agrarische verleden zichtbaar te laten zijn en de historische schuur in het bebouwingbeeld zichtbaar te houden. Dit kan door uit te gaan van een vergelijkbare situering en massaopzet en een overwegend gesloten uitstraling aan de zijde van de weg. Ook kan zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande bouwmaterialen.” Met het advies van de Monumentenkamer is rekening gehouden bij het opstellen van het principeverzoek. De schuur wordt gesloopt en er komt een nieuw gebouw voor terug van dezelfde massa, nabij de bestaande plek (iets verder van de weg af) met dichte gevel aan de zijde van de Nonnenstraat. De uitstraling van de bebouwing vindt in kleur en materialisering aansluiting bij de te slopen schuur.

5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de bestaande in-/ uitritten van het plangebied op de Nonnenstraat. Er hoeven voor zowel de nieuwe als de bestaande woning geen nieuwe in-/ uitritten aangelegd te worden. Voor een vrijstaande woning geldt conform CROW een verkeersaantrekkende werking van 7,8 mvt/etmaal. Bij twee vrijstaande woningen is sprake 15,6 mvt/ etmaal. Dit is vergelijkbaar met het huidige aantal, waarbij naast verkeer voor één woning ook sprake was van verkeer ten behoeve van het agrarische bedrijf. Verkeer: ontsluitingswegen Het aantal verkeersbewegingen blijft in de nieuwe situatie ten opzichte van de bestaande ongeveer gelijk. Er is in de nieuwe situatie sprake van 15,6 mvt/etmaal. Dit aantal is op een weg als de Nonnenstraat, een erftoegangsweg type II welke geschikt is voor een intensiteit tot 6000 mvt/ etmaal, verwaarloosbaar.

De ontsluiting voldoet aan de normen van het Mobiliteitsplan 2020.

5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Voor een vrijstaande woning geldt een parkeereis van 2,3 parkeerplaatsen. Er is op het voormalige agrarische erf en op het erf behorende bij de bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning voldoende ruimte om auto’s te parkeren. De norm van 2,3 wordt per erf ruimschoots gehaald.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 45 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

5.5

Water

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen.

De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 46 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. 5.5.2 Watertoets Toetsing plangebied aan ondergrond Primaire waterkering Een deel van de gronden behorende bij Nonnenstraat 10 zijn gelegen in de beschermingszone van de primaire waterkering (zie hieronder in de verbeelding in twee tinten geel weergegeven).

Het initiatief ziet op het uitvoeren van werken of het oprichten of veranderen van bestaande obstakels in de beschermingszone. Hierover is overleg gevoerd met het waterschap. Het waterschap heeft aangegeven dat zich nieuwe bebouwing bevindt in beschermingszone B. Hier is een zogenaamd profiel van vrije ruimte niet van toepassing. Bij nieuwbouw met fundatie op een nieuwe plaats, dan mogen de afsluitende lagen in de bodem niet doorsneden worden (om piping tegen te gaan). Dus bij toepassing van funderingspalen zonder verzwaarde voet. De aanvrager moet hiertoe sonderingen en boorprofielen overleggen. Onderdeel van het uitwerken van de plannen voor de aanvraag omgevingsvergunning

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 47 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

activiteit bouwen zijn het uitvoeren van sonderingen en het opstellen van boorprofielen. Deze zullen voor formele indiening overlegd worden met het waterschap. Voor het slopen en bouwen van de beoogde werken in de beschermingszone is op basis van de Keur een watervergunning nodig. Het waterschap heeft in het kader van het vooroverleg geadviseerd om vroegtijdig in overleg te treden met het waterschap om de mogelijkheden te bespreken, zodat het proces van de vergunningverlening efficiënt verloopt. Riooltransportleiding Nabij het plangebied is een transportleiding gelegen. Ten zuidoosten van het perceel valt de beschermingszone van deze riooltransportleiding binnen de contouren van het plangebied. Op de afbeelding hieronder is dit zichtbaar.

Deze leidingen transporteren het afvalwater vanaf het gemeentelijk riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij riooltransportleidingen dient een zakelijk recht strook van 7m breed in acht genomen te worden (3,5m aan weerszijde gemeten vanuit het hart van de leiding). Deze strook moet worden vrijgehouden voor eventuele onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast moet bij bouwwerkzaamheden nabij de transportleiding van te voren met het waterschap contact op worden opgenomen, bijvoorbeeld als er met zwaar verkeer wordt gereden. Er moeten dan wellicht tijdelijk aanvullende voorzieningen worden aangebracht om schade aan de leiding te voorkomen. Verhardingstoename/ compensatie-eis hemelwater Er wordt geen 500 m2 of meer verhard oppervlak gerealiseerd. Dat betekent dat het waterschap in onderhavige situatie ten aanzien van de tijdelijke berging en verwerking van hemelwater geen compensatie-eis stelt. Op www.dewatertoets.nl is de digitale watertoets ingevuld. Hiervan zijn drie mogelijke uitkomsten/ procedures: Geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten Verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten Normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten.

Na het invullen van de digitale watertoets werd direct aangegeven dat met het ruimtelijk plan de normale procedure van toepassing is, waarbij enkele uitgangspunten zijn meegegeven. Bijgevoegd bij deze toelichting is het toetsresultaat en de samenvatting van www.dewatertoets.nl (bijlage 2).

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 48 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

De normale procedure houdt in dat het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg moet worden voorgelegd aan het waterschap. Specifiek is qua uitgangspunten meegegeven dat nieuwe gevoelige functies 30 meter van het rioolgemaal af moeten blijven en dat bij het uitvoeren van werken rekening moet worden gehouden met de beschermingszone van de dijk. De nieuwe woning komt niet binnen de 30 meter van het rioolgemaal. Zie hiertoe de afbeelding hieronder.

Over de werkzaamheden in de beschermingszone van de dijk is reeds overleg geweest met het waterschap, dit wordt voortgezet zodra het benodigde onderzoek is uitgevoerd en een en ander op basis van de randvoorwaarden technisch is uitgewerkt. Het overleg vindt plaats voorafgaand aan het indienen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Conform het gemeentelijke waterbeleid geldt dat in het buitengebied al het hemelwater op eigen terrein moet worden verwerkt, het mag niet (ook niet bij hevige regenval) worden aangeboden bij het openbaar gebied. Op eigen terrein is gezien de minimale toename van de verharding, de oppervlakte van het perceel, de mate van bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand voldoende ruimte aanwezig voor de verwerking van het hemelwater. Afvalwater Aangaande de afvoer van afvalwater is de gemeente bevoegd gezag. Het plangebied is aangesloten op het vrijverval stelsel op de put vlak voor het gemaal. De veranderingen in het plangebied - die middels het bestemmingsplan waar deze ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt mogelijk worden gemaakt – heeft invloed op het lozingsgedrag via het vrijverval stelstel. Het gaat om de toevoeging van het afvalwater van één extra huishouden.

Belangrijk is daarom dat voorafgaand aan wijzigingen over de concrete effecten en de eventueel te nemen maatregelen om de riolering goed te laten functioneren in overleg wordt getreden met de gemeente. De gemeente heeft bezien wat de aansluitingsmogelijkheden zijn. Afhankelijk van wat hoogte technisch mogelijk is kan op de uitlegger worden aangesloten (zie optie 1 of 2 van onderstaande afbeelding).

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 49 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de eventuele kosten die aansluiting op het vrijverval stelsel met zich meebrengt.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 50 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

5.6

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.

Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 51 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

5.7

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: - Bedrijven en milieuzonering - Bodem - Externe veiligheid - Geurhinder: agrarisch - Geur: industrieel - Luchtkwaliteit - Straling - Weg-, spoor-, en industrielawaai - Gezondheid - Spuitzones 5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.

Het planvoornemen bestaat uit de toevoeging van één gevoelig object (woning), de sanering van een milieubelastende activiteit (agrarisch bedrijf) en het vastleggen van een bestaand gevoelig object dat wordt gewijzigd (bedrijfswoning wordt burgerwoning). Het gebied waarin het plangebied is gelegen kan worden getypeerd als een gemengd gebied. In het gebied is sprake van diverse naast elkaar bestaande functies. Zoals woningen en bedrijvigheid al dan niet agrarisch van aard. Gelegen aan de drukke Maasdijk en de voor vervoer in gebruik zijnde vaarweg de Maas maakt ook dat het een gebied is dat qua beleving niet als een rustige woonwijk of rustig buitengebied kan worden getypeerd. In dergelijke gebieden geldt dat de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden met één afstandstrap mogen worden verlaagd. Dat betekent dat in geval van een genoemde richtafstand van 50 meter 30 meter mag worden gehanteerd. Voor een richtafstand van 30 meter geldt 10 meter en bij een richtafstand van 10 meter geldt dat geen richtafstand meer in acht hoeft te worden genomen. In de nabijheid van het plangebied zijn twee bedrijven gelegen. Het gaat om een agrarisch bedrijf aan Nonnenstraat 2 en een hoveniersbedrijf aan Maasdijk 13.

Het bedrijf aan Nonnenstraat 2 betreft een gemengd bedrijf met rundvee (zoogkoeien, vrouwelijk jongvee en vleesstieren) en varkens (biggenopfok, kraamzeugen, guste en dragende zeugen en vleesvarkens). Ook heeft het bedrijf enkele paarden (11 stuks). Het bedrijf ligt op 126 meter van het nieuwe gevoelige object en op 88 meter van het bestaande gevoelige object. In de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering heeft dit bedrijf de sbi-codes 0141, 0142 en 0146. De grootste in acht te nemen richtafstanden per aspect die hierbij horen zijn voor rustige gebieden, dus zonder verlaging met één trap: stof 30 meter, geluid 50 meter, gevaar 0 meter. De richtafstand voor het aspect geur is hier niet opgenomen, omdat in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij de gemeente eigen geurbeleid kan opstellen. De gemeente Oss heeft dat gedaan.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 52 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Hieraan wordt getoetst in de paragraaf 5.7.4 Geurhinder: agrarisch van deze toelichting. Gezien de feitelijke afstand tussen het bestemmingsvlak van het bedrijf en de dichtstbij gelegen gevels van de gevoelige objecten worden de richtafstanden gehaald. Het bedrijf wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het bedrijf aan Maasdijk 13 betreft een hoveniersbedrijf. Het bedrijf ligt op 30 meter van het nieuwe gevoelige object en op 47 meter van het bestaande gevoelige object. In de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering heeft dit bedrijf sbi-code 016 (b.o. > 500 m2). De in acht te nemen richtafstanden die hierbij horen zijn voor rustige gebieden, dus zonder verlaging met één trap: geur 30 meter, stof 10 meter, geluid 50 meter, gevaar 10 meter. Gezien de feitelijke afstand tussen het bestemmingsvlak van het bedrijf en de dichtstbij gelegen gevels van de gevoelige objecten worden de richtafstanden die voor een rustig gebied gelden gehaald, behalve voor wat betreft het aspect geluid. Voor dit aspect geldt dat de richtafstand geen belemmering vormt, namelijk in onderhavige situatie mogen de afstanden voor een gemengd gebied worden gehanteerd. Voor wat betreft het aspect geluid geldt dan een richtafstand van 30 meter die in acht moet worden genomen. Aan deze richtafstand wordt voldaan.

Aanvullend hierop wordt hier opgenomen dat tussen de gevoelige objecten in het plangebied en het hoveniersbedrijf sprake is van diverse andere gevoelige objecten, deze zijn v.w.b. de uitbreidingsmogelijkheden van het hoveniersbedrijf maatgevend. Het bedrijf wordt door het planvoornemen niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Het planvoornemen belemmert nabijgelegen bedrijvigheid niet in haar bedrijfsvoering.

5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Door Van Oort Bodemonderzoek is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3) en kent de navolgende samenvatting en advies. “Op de locatie aan de Nonnenstraat 10 te Megen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en nieuwbouw. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Oss, sectie P, nummer 85 (ged). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 4.800 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen een herbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie).

Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 53 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. In de bovengrond zijn in zwakke mate bijmengingen van (rode) baksteen aangetroffen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht verontreinigd is met kobalt, lood en zink (>Aw) en de ondergrond licht verontreinigd met kobalt, nikkel en zink (>Aw). Het grondwater is niet verontreinigd (<Sw). De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar onze mening geen belemmering te vormen voor een herbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw. Vanwege de aangetroffen lichte verontreinigingen dient bij grondverzet rekening te worden gehouden met mogelijke gebruiksbeperkingen bij hergebruik van de vrijkomende grond op een andere locatie. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Oss. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.” Het bevoegd gezag heeft het onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.

In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 54 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Op basis van het Bevi (artikel 1) omvat het initiatief twee kwetsbare objecten. Één van deze kwetsbare objecten betreft een agrarische bedrijfswoning die wordt omgezet in een burgerwoning en daarmee qua kwetsbaarheid in het kader van externe veiligheid niet wijzigt. Deze zal hier dus verder buiten beschouwing blijven.

Voor wat betreft het nieuw op te richten kwetsbare object het volgende. Het nieuwe kwetsbare object is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6/jaar). Zie de uitsnede hieronder van de risicokaart.

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 55 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

Het nieuwe object is wel gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, in dit geval een vaarweg (de Maas). Zie de afbeelding hieronder met de blauwe stip voor het plangebied, die is gelegen in de blauwe zone.

De Maas is een belangrijke binnenvaartroute. Dit betekent dat er geen sprake is van plaatsgebonden risico-contouren op de oever. Het invloedsgebied is 1070 meter, gebaseerd op het vervoer van toxische stoffen. De nieuwe woning is gelegen op circa 157 meter vanaf de oever van de Maas. In de beleidsvisie van de gemeente Oss is opgenomen dat langs waterwegen de standaard verantwoording zoals opgenomen in bijlage 2 bij de beleidsvisie van toepassing is. Deze is als volgt. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat: - vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident, - de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item. - Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico. - De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke stoffen is hier bijzonder klein. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden.

Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde 'risicoprofiel'. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken

Nonnenstraat 10 Megen – 2022, pag. 56 van 77 vastgesteld 7 juli 2022

afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelinginstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het Waarschuwings- en AlarmeringsSysteem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. De zone III gebieden in de bebouwde kom van Oss vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.7.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=23643e1b-72cd-4e26-8240-48885b72c3d3