Bijlage 7 Vastgestelde Jaarstukken VRBN 2025 incl wg controleverklaring
Tekst van het document
Nog niet door het algemeen bestuur geautoriseerde reservemutaties Er worden enkele afwijkingen gerapporteerd op begrote reservemutaties, maar dit betreft in alle gevallen mutaties die geheel in lijn zijn met de vastgestelde besluitvorming en deze zijn dus niet onrechtmatig. Niet eerder gemelde overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten Deze afwijkingen, die aan de batenkant geregistreerd worden en/of voordelig zijn, tellen op tot een bedrag van € 1,7 miljoen dat niet in de gewijzigde begroting is verwerkt. Conform de afspraak met het bestuur zijn deze door vermelding in de jaarrekening alsnog tijdig en dus niet onrechtmatig. Hiervan maken de volgende afwijkingen boven de rapporteringsgrens deel uit: - een onvoorzien voordeel van € 99.000 op de baten van Crisisbeheersing en Rampenbestrijding; - een € 1.108.000 hoger overschot op de lasten van Brandweerzorg, los van daarmee samenhangende reservemutaties en baten, - en € 362.000 lagere baten van Brandweerzorg door verkoop van bedrijfsmiddelen (in paragraaf 4.5.2 zijn deze afwijkingen toegelicht in samenhang met gerelateerde afwijkingen). Voorwaardencriterium Dit criterium heeft betrekking op het naleven van de externe wetgeving en interne, door het bestuur, besloten richtlijnen. Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar de naleving van de Aanbestedingswet 2012 en aanbestedingsbeleid.
Vanuit het management wordt de naleving hiervan strak gemonitord. Met onze verbijzonderde interne controles (VIC) sluiten we aan bij de goedkeurings- en rapporteringstoleranties die de accountant hanteert. In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de detailcontroles en de uit te voeren controles bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de volgende processen: lonen en salarissen, inkopen, materiële vaste activa, voorzieningen en reserves, gemeentelijke bijdrage en rijksbijdrage, memoriaalboekingen, transitorische boekingen en frauderisico’s.
26 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Aanbestedingsrechtmatigheid De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit. In de Gids Proportionaliteit (flankerend beleid bij de aanbestedingswet 2012) zijn de voorschriften uitgewerkt over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Een aanbestedende dienst dient de voorschriften toe te passen of een afwijking in de aanbestedingsstukken te motiveren. Het ten onrechte niet toepassen van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot deze Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Het dagelijks bestuur is van mening dat voldoende beheersmaatregelen zijn genomen om onrechtmatigheid op aanbestedingen te voorkomen. Al jaren wordt gebruik gemaakt van de Dynamische Inkoopkalender, waarin de uit te voeren aanbestedingen voor de verschillende jaren zijn vastgelegd. Deze kalender wordt met regelmaat geactualiseerd op basis van de actuele bestedingen (zowel eventuele nieuwe aanbestedingen als ook bestaande aanbestedingen waarvan de vorm wijzigt). Vanuit Inkoop wordt ondersteuning verleend aan de managers, die in formele zin verantwoordelijk blijven voor het op de juiste wijze naleven van de regelgeving rondom Inkoop. Bij alle managers is voldoende kennis en bewustzijn aanwezig om alert te zijn op de juiste wijze van aanbesteden.
Ook wordt bij verwachte uitgaven van meer dan € 25.000 aan opdrachtwaarde, tenminste in materiële gevallen, gebruik gemaakt van het Startformulier Inkoopproces. Indien hierin wordt verzaakt, dan wordt de betreffende budgethouder hierop aangesproken. Bij het Startformulier wordt op basis van de beschikbare informatie een reële inschatting gemaakt van de verwachte opdrachtwaarde. Vanuit Inkoop wordt vervolgens onder meer geadviseerd welke aanbestedingsvorm van toepassing is. Document Management Systeem (DMS) De kosten voor de DMS-applicatie waren reeds in de jaarrekening van 2024 al onrechtmatig bevonden, doordat de kosten de aanbestedingsgrens van € 221.000 hadden gepasseerd. In boekjaar 2025 zijn echter nog steeds kosten gemaakt voor deze DMS-applicatie, doordat het nieuwe zaaksysteem nog niet door sectoren in gebruik is genomen. Alle kosten over 2025 (€ 76.000) zijn hierdoor opnieuw onrechtmatig. In 2025 is door Risicobeheersing een nieuw zaaksysteem in gebruik genomen; in 2026 gaan de andere sectoren ook gebruik maken van dit systeem. De (financiële) contracten, die ook in het DMS waren opgenomen, zijn in 2025 tijdelijk overgezet naar Sharepoint. In 2026 zullen deze worden gemigreerd naar Afas. Hierdoor wordt de DMS niet meer actief gebruikt. Om toch nog dossiers te kunnen raadplegen, zijn er in 2026 nog wel beperkte kosten (indicatief €10.000) gemaakt.
Deze toekomstige kosten zullen ook nog onrechtmatig zijn (in 2026). Pagers In 2023 is de aanbesteding voor de pagers (P2000) onrechtmatig bevonden. Het betreft de kosten voor de aanschaf van de pagers. De kosten voor het datanetwerk tellen niet mee in de onrechtmatigheid. De totale kosten in 2025 voor aanschaf en onderhoud bedragen € 30.000. In 2025 is een nieuwe aanbesteding gestart vanuit de Veiligheidsregio Brabant Zuid Oost (VRBZO). De meldkamer van VRBN en VRBZO zitten bij elkaar. Het is wenselijk dat beide regio's dezelfde pagers hebben. Deze aanbesteding is inmiddels afgerond. VRBZO schaft direct nieuwe pagers aan. De pagers van VRBN zijn dan nog niet geheel afgeschreven, maar kunnen in 2027 in het licht van vitale aanbieder (eventueel) wel worden aangeschaft. In 2025 bedragen de onrechtmatige kosten € 30.000. De verwachting is dat de kosten in 2026 een gelijke trend vertonen als in 2025. Zodra de nieuwe pagers in gebruik genomen zijn, zullen deze kosten niet meer onrechtmatig zijn. Aandacht voor rechtmatigheid Het bewustzijnsniveau om scherp te zijn op de juiste wijze van aanbesteden en de wijze waarop, is hoog. Momenteel loopt er een project om de (inkoop)contracten onder te brengen in Afas. Na migratie hiervan naar AFAS kunnen facturen in de toekomst gekoppeld worden aan de contracten, zodat ook eventuele overschrijdingen sneller zullen opvallen.
Daarnaast worden de aanbestedingen drie keer per jaar beoordeeld met de interne controle. De resultaten worden dan besproken met afdeling inkoop. 27 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Bij de controle als budgethouder wordt gecontroleerd op de wijze van prestatieverklaring door de prestatieverklaarder goed is vastgelegd (minimaal bij facturen groter dan € 2.500). De vastlegging daarvan kan verbeterd worden op een aantal specifieke punten en kostensoorten. Dit zal ook meegenomen worden in het interne controle plan. Wet FIDO In 2025 is voldaan aan de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). VRBN maakt gebruik van de BNG-bank, waardoor de overtollige saldi in het kader van de Wet Schatkistbankieren automatisch worden afgeroomd. Per kwartaal toetsen we of we voldoen aan de kasgeldlimiet. Deze is in 2025 niet overschreden. Ook het renterisico op het begrotingstotaal van VRBN overschrijdt de renterisiconorm in 2025 niet. Misbruik en oneigenlijk gebruik Dit criterium heeft voornamelijk betrekking op het misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies en uitkeringen, zoals die door gemeenten worden verstrekt. Dit speelt niet bij VRBN. Er is over 2025 geen fraude geconstateerd.
Geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen 1A. 1B. 2. 3.
Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) Nog niet door het algemeen bestuur geautoriseerde reservemutaties (via melding, wijziging of goedgekeurde verantwoording) Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld.
Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk toegelicht in jaarrekening en in paragraaf bedrijfsvoering)
bedragen * € 1000
Geconstateerde afwijking 234
Waarvan acceptabel 184
174
-
-
-
-
-
408
184
106
-
514
184
M&O criterium Geen bevindingen
Totaal van onrechtmatigheden
3.2
Financiering
Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het Treasurystatuut Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024 (AB, 30 november 2023). De actualisatie van dit statuut is met ingang van 2024 van kracht geworden. De belangrijkste doelstellingen van het (huidige) treasurybeleid zijn: - De toegang tot de vermogensmarkten tegen de scherpst mogelijke condities. - Het vermijden van ongewenste financiële risico’s zoals rente-, valuta-, koers-, intern liquiditeitsen kredietrisico. - Het minimaliseren van de hiermee gemoeide interne verwerkingskosten en externe kosten. - Het realiseren van een flexibel en controleerbaar liquiditeitenbeheer in de organisatie. Bij de uitvoering van het beleid streeft de organisatie naar zekerheid en stabiliteit en kent ze haar beperkingen bij het inspelen op marktontwikkelingen. Daarom wordt langetermijnfinanciering verkozen
28 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
boven rentevoordelen, die op korte termijn te behalen vallen door kort te financieren. Ook omdat deze voordelen op middellange termijn kunnen verdwijnen als sneller geherfinancierd moet worden. Bovendien zou de voorspelbaarheid nadelig worden beïnvloed. Terwijl deze keuze ervoor zorgt dat op de korte termijn het kredietrisico onder de kasgeldlimiet blijft, wordt op de lange termijn het renterisico beperkt door de langlopende leningen lineair af te lossen en zo een optimale spreiding te bewerkstelligen. Liquiditeitspositie Normaal liquiditeitsbeheer betekent voor VRBN dat nieuwe financieringen worden aangetrokken om te compenseren voor aflossingen en daarnaast pieken in de bestedingen worden gemonitord ten opzichte van de ontvangsten. Kasgeldlimiet Op grond van de wet Fido dienen de begroting en de jaarverantwoording inzicht te verschaffen in de kasgeldlimiet over het afgelopen jaar en de renterisiconorm voor de komende vier jaar van de organisatie. Bij de berekening is de primaire (programma)begroting van het betreffende jaar uitgangspunt. Het kasgeldniveau is in alle kwartalen van 2025 ruim onder de limiet gebleven. Toets kasgeldlimiet 2025
bedragen * € 1000
Begrotingstotaal
62.307
Voorgeschreven percentage
8,2%
Kasgeldlimiet
5.109 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Gem vlottende schuld
4.833
5.170
5.031
5.679
Gem vlottende middelen
12.745
10.570
13.723
22.239
Gem netto vlottende schuld
7.912-
5.400-
8.691-
16.560-
Ruimte onder kasgeldlimiet
13.021
10.509
13.800
21.669
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt voor de periode langer dan een jaar het bedrag waarvoor maximaal aflossingsverplichtingen aangegaan mogen worden, die in één boekjaar vallen.
Toets renterisiconorm 2025
bedragen * € 1000
2025
2026
2027
2028
Begrotingstotaal
62.307
66.146
66.981
67.071
Voorgeschreven percentage Renterisiconorm
20% 12.461
20% 13.229
20% 13.396
20% 13.414
Jaar
Renteherzieningen
-
-
-
-
Aflossingen Renterisico
3.150 3.150
3.800 3.800
3.800 3.800
3.800 3.800
Ruimte onder renterisiconorm
9.311
9.429
9.596
9.614
De GHOR heeft geen aparte liquiditeitspositie. De kas- en bankmutaties lopen volledig via de subrekeningen van GGD Hart voor Brabant. Rentelasten, Renteresultaat en Rentetoerekening Volgens de systematiek wordt netto-rente nu € 310.000 doorbelast aan de (sub)programma’s waarin de betreffende activa worden benut. Dit staat gelijk aan 0,6% omslagrente. Elk activum is slechts aan één programma toegewezen en dit programma maakt deel uit van slechts één taakveld. Er worden dan ook geen verdeelsleutels toegepast.
29 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Financieringsbehoefte Met de afronding van de grote bouwprojecten in 2025 is het overschot aan liquide middelen verdwenen en wordt de liquiditeitsbehoefte wederom bepaald door de gedane aflossingen en de investeringsplannen. In 2025 werd geraamd dat op afzienbare termijn zo’n € 40 miljoen aangetrokken moet worden en de eerste helft daarvan is inmiddels gerealiseerd. De volgende lening wordt aangetrokken zodra nodig. EMU-saldo VRBN EMU-saldo Lasten Saldo van baten en lasten
bedragen * € 1000
Werkelijk2025 57.183
Bij: Afschrijvingen ten laste van exploitatie
4.484
Dotaties aan voorzieningen
915
Af: Investeringen
38.093
Voorzieningen voor zover transacties met derden
789
Totaal EMU-saldo
3.3
23.701
Onderhoud kapitaalgoederen
In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. VRBN beschikt over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit gebouwen, materieel en voertuigen. Gebouwen Sinds 2019 zijn 34 kazernes in eigendom overgedragen. Daarnaast worden 3 kazernes gehuurd en 1 kazerne wordt om niet gebruikt. Hiermee berust het eigendom en beheer van deze kazernes bij de veiligheidsregio. VRBN heeft het kantoorpand aan de Kooikersweg in ’s-Hertogenbosch per 1 december 2025 verlaten. De brandweerkazerne aan de Vogelstraat in ’s-Hertogenbosch is vernieuwbouwd, waarbij ook de veiligheidsregio vanaf dat moment daar is gehuisvest. Dit naast de locatie aan de Landweer in Zeeland, waar de veiligheidsregio september 2023 ook gehuisvest is. Bij het voorstel tot resultaatbestemming over 2019 is destijds een beslispunt opgenomen om een bestemmingsreserve ‘Groot onderhoud’ te vormen. Dit voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. De reserve wordt gevoed op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat voor elke kazerne is opgesteld. Het MJOP is in 2025 geactualiseerd.
De geplande MJOP werkzaamheden voor 2025 zijn ook daadwerkelijk in dit jaar uitgevoerd. Materiaal en voertuigen De veiligheidsregio heeft een grote vloot aan voertuigen en ander werkmaterieel. Het onderhoud aan zowel de voertuigen als de bepakking wordt voor een deel extern gedaan en voor een deel in eigen beheer. Er is een Materieelbeheerssysteem voor de registratie van gebouwen, materieel en materiaal. Er is door de veiligheidsregio een bestemmingsreserve kapitaallasten ingesteld ten behoeve van vervanging van materieel en materiaal. Deze reserve wordt uiterlijk 1 januari 2026 opgeheven. In paragraaf 4.6.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de mutaties in deze reserve in 2025.
30 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
3.4
Weerstandsvermogen
3.4.1
Weerstandscapaciteit
Het weerstandsvermogen geeft aan hoe goed de onderdelen in staat zijn om financiële tegenvallers (risico's) op te vangen. Het weerstandsvermogen wordt ingegeven door de hoogte van de weerstandscapaciteit (o.a. de algemene reserve) in verhouding tot potentiële risico’s. De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s op te vangen. De stand van de algemene reserve was op 31-12-2024 € 3,2 miljoen en is per 31-12-2025 € 3,75 miljoen (zie ook paragraaf 4.6.2 Toelichting op de balans). Bevolkingszorg Bij het van start gaan van Bevolkingszorg als een van de hoofddomeinen van de veiligheidsregio in 2015, is een reserve ingesteld waarmee jaarlijks overschotten en tekorten binnen dit programma verrekend worden. Deze reserve heeft een plafond van € 150.000. De stand van de reserve per 31-12-2024 was € 150.000 en deze is per 31-12-2025 ongewijzigd gebleven. 3.4.2 Financiële kengetallen VRBN De financiële kengetallen zijn gedefinieerd in het BBV en maken daarom deel uit van de jaarverantwoordingen en begrotingen. Kengetallen VR Werkelijk Ultimo 2024
Begroot Ultimo 2025
Werkelijk Ultimo 2025
Netto schuldquote
69%
70%
93%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
69%
70%
93%
Solvabiliteitsratio
24%
15%
24%
Structurele exploitatieruimte VR
6,4%
5,8%
6,7%
Correctie voor incidentele onderuitputting van versterking CB/BV Correctie voor incidentele onderuitputting van structurele kapitaallasten Materieel en Huisvesting
-1,1%
-1,0%
-1,1%
-2,4%
-1,9%
-1,9%
Structurele exploitatieruimte gecorrigeerd voor incidentele effecten
3,0%
1,1%
1,9%
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de organisatie ten opzichte van de eigen middelen. Daarmee geeft deze een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen wordt voor de volledigheid weergegeven, maar de veiligheidsregio verstrekt geen leningen zodat beide kengetallen gelijk zijn. Hoewel de hoogte van de schuldquote afhankelijk is van bestuurlijke keuzes en het investeringsritme, kan ruwweg worden gesteld dat bij een schuldquote van 130% of hoger de houdbaarheid van de financiële positie in gevaar is (rood) en bij waarden tussen 100% en 130% de capaciteit om tegenvallers op te vangen of grote investeringen te doen een aandachtspunt is (oranje). Voor de veiligheidsregio zijn in 2025 geen zorgwekkende schuldenlasten aan de orde, zoals blijkt uit de waarden onder de 100%. De hoger dan begrote ratio wordt verklaard door de leningen voor de bouwprojecten, welke gerealiseerd zijn.
31 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Het werkelijk percentage ligt substantieel hoger dan de norm (begroot). Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft binnen de totale baten het percentage weer waarmee de structurele baten de structurele lasten overschrijden. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De incidentele onttrekking uit de bestemmingsreserve ‘Digitale werkplekken’ is net als voorheen als incidentele baat meegeteld, zodat de betreffende incidentele kosten zijn geneutraliseerd. 3.4.3
Risico’s
Het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend door het niet afgedekte financieel gevolg van een manifestatie, die een (negatief) effect heeft op de bedrijfsvoering en/of de financiële positie, te vermenigvuldigen met de kans op optreden, het bijbehorende risicoprofiel en daarna te wegen of het effect meerjarig of eenmalig is. In 2023 heeft het bestuur een geactualiseerde nota ‘Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. Daarin is de weging van de onderscheiden risico’s ietwat gewijzigd ten opzichte van de vorige methodiek. Met name het effect of een risico een meerjarige impact heeft is in de nieuwe methodiek meegenomen. In de tabel hieronder hebben we onze belangrijkste risico’s opgenomen. Daarna wordt een toelichting gegeven op de risico’s die nieuw zijn, of vervallen zijn of waarvan de omvang van het financieel gevolg is gewijzigd.
32 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Nr. Risico en beheersmaatregel Algemeen
Financieel gevolg (€)
Klasse manifestatie
Klasse manifestatie (%)
Risicoprofiel
Risicoprofiel (%)
Struct./ Incid.
Factor S/I
Benodig weerstandsvermogen
1
Impact onderzoek bedrijfscontinuiteit, waaronder vitaal verklaring
2
Calamiteitenkosten
€ 350.000
3
25%
M
35%
I
1
€ 30.000
3
Stijgende rentekosten voor leningen
€ 450.000
3
25%
M
35%
S
3
€ 120.000
4
Verzekeringen o.a. aansprakelijkheid, eigenrisicodrager WW/WIA en schade materieel
€ 1.000.000
3
25%
M
35%
I
1
€ 90.000
PM
Personeel en organisatie 5
Aansprakelijkheid werkgever bij onder andere psychotrauma
€ 400.000
4
50%
M
35%
S
3
€ 210.000
6
Krapte arbeidsmarkt
€ 300.000
4
50%
M
35%
S
3
€ 160.000
7
Ziekte/ongeval/overlijden personeel
€ 200.000
4
50%
M
35%
I
1
€ 40.000
8
Wijzigingen in beleid FLO-regeling beroepsbrandweer
€ 500.000
3
25%
L
50%
I
1
€ 60.000
Financieel/economisch 9
Fiscaal risico
€ 400.000
3
25%
L
50%
I
1
€ 50.000
10
Hogere loon- en prijsstijging exploitatie en investeringen
€ 1.000.000
3
25%
M
35%
S
3
€ 260.000
11
Bezuinigingstaakstelling
€ 3.500.000
3
25%
M
35%
S
3
€ 920.000
Materieel en Huisvesting 12
Sanering mogelijke PFAS-vervuiling eigen terreinen
€ 1.000.000
4
25%
M
35%
S
3
€ 260.000
13
Huisvesting: nieuwbouw en renovatie
€ 1.500.000
3
25%
M
35%
I
2
€ 260.000
14
Huisvesting: onderhoud en beheer
€ 500.000
4
50%
M
35%
S
3
€ 260.000
ICT en informatievoorziening 15
Migratie IT infrastructuur / kantoorautomatisering
€ 1.500.000
2
10%
L
50%
S
3
€ 230.000
16
Cyberincident/datalek
€ 1.500.000
3
25%
L
50%
S
3
€ 560.000
Brandweer 17
Grootschalig Brandweeroptreden - Specialitisch optreden (GBO-SO)
18
Vakbekwaam blijven - realistisch oefenen
€ 500.000
4
50%
M
35%
S
3
€ 260.000
19
Niet verzekerde aansprakelijkheid voor PFAS-vervuiling
€ 500.000
2
10%
M
35%
S
3
€ 50.000
20
Onvoldoende paraatheid door minder beschikbaarheid brandweerpersoneel Bovenschaligheid 24-uursdienst
PM
S
3
I
1
21
PM
€ 300.000
3
25%
M
35%
Totaal
€ 30.000 € 3.850.000
Nieuwe, gewijzigde of vervallen risico’s In onderstaande zijn de nieuwe, vervallen en meeste relevante gewijzigde risico’s weergegeven. Risico 3: Stijgende rentekosten voor leningen (nieuw) Investeringen van VRBN, zoals nieuwe kazernes of brandweervoertuigen, worden gefinancierd met vreemd vermogen. Bij de overdracht van de kazernes is voor de bepaling van het rentebudget met 1,5% gerekend. Inmiddels ligt de rentstand al enige tijd boven de 3%. Bij een blijvende hoge rentestand nemen de structurele financieringslasten toe. De renteontwikkeling wordt continu gemonitord bij het aantrekken van vreemd vermogen. Risico 8: Wijzigingen in beleid FLO-regeling (nieuw) De regeling voor functioneel leeftijdsontslag (FLO) is een pensioenregeling die regelmatig verandert. Door deze wijzigingen kunnen extra financiële verplichtingen ontstaan, wat invloed kan hebben op onze pensioenvoorziening. Het is moeilijk om vooraf precies te bepalen wat de gevolgen van toekomstige veranderingen zijn. Daarom volgen we de wet- en regelgeving rond de FLO-regeling actief. VRBN heeft voor de FLO een voorziening getroffen, die verder wordt toegelicht in de jaarrekening. Risico 10: Hogere loon- en prijsstijgingen exploitatie en investeringen Doordat we nu onze eigen systematiek van indexeren volgen – en met name beter aansluiten op onze eigen CAO – is dit risico gedaald.
Daarnaast hebben we met de adoptiegroep afgesproken dat we de (substantiële) prijsstijgingen van materieel en materiaal periodiek bespreken. Hierdoor hebben we dit risico verder naar beneden bijgesteld.
33 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
De afspraak is dat wanneer blijkt dat het kapitaallastenbudget voor materieel en materiaal ontoereikend wordt, we dit met de adoptiegroep bespreken. Vervolgens kunnen we gezamenlijk bepalen hoe hiermee om te gaan en mogen we hiervoor compensatie vragen aan de deelnemende gemeenten. Risico 13: Huisvesting nieuwbouw en renovatie (gewijzigd) In het huisvestingsplan 2024–2027 zijn drie nieuwbouwkazernes en de renovatie van één kazerne opgenomen. Inmiddels zijn twee kazernes aanbesteed, waarbij de geraamde bouwkosten binnen het vastgestelde budget zijn gebleven. Hoewel ontwikkelingen in de bouwsector kunnen leiden tot prijsstijgingen, is het risico hierop door de twee aanbestedingsresultaten aanzienlijk lager. Doordat zowel de hoofdlocatie in ’s-Hertogenbosch als de nevenlocatie in Zeeland binnen budget is gerealiseerd, verlagen we het bedrag voor dit risico. Risico 14: Huisvesting – onderhoud en beheer kazernes Bij de exploitatie van kazernes bestaat structureel het risico dat de beschikbare budgetten worden overschreden. In de afgelopen jaren hebben met name stijgende energiekosten, gemeentelijke belastingen en hoge prijsindexeringen op goederen en diensten druk gezet op de begroting. Deze kostenstijgingen zijn tot op heden binnen de eigen begroting opgevangen.
De kosten voor groot onderhoud worden gedekt uit de bestemmingsreserve Groot Onderhoud, waarin jaarlijks een storting plaatsvindt. Wat betreft groot onderhoud blijft er bij de uitvoering wel altijd een risico bestaan op onverwachte bouwkundige tegenvallers of prijsstijgingen. Risico 15: Migratie IT infrastructuur / kantoorautomatisering (gewijzigd) In landen om ons heen (Duitsland, Frankrijk) stappen overheidsinstellingen (deels) over van Microsoft naar andere aanbieders om de digitale soevereiniteit te vergroten en de afhankelijkheid van Amerikaanse big tech te verminderen. Belangrijke redenen zijn zorgen over privacy en databeveiliging (AVG-compliance), angst voor onvoorziene prijsstijgingen, en het risico van een vendor "lock-in". We hebben dit risico verhoogd op basis van de kosten van een mogelijke migratie naar een andere aanbieder. Risico 17: Grootschalig brandweeroptreden – specialistisch optreden (nieuw) Naar aanleiding van het rapport “Grenzen bereikt” is inzichtelijk geworden dat Brandweer BrabantNoord krap, of mogelijk net niet, voldoet aan de landelijke slagkrachtafspraken voor grootschalig en specialistisch optreden. Op basis van de huidige inzichten wordt grotendeels aan de eisen voldaan, maar met name de mate waarin de brandweer in staat is zich langdurig in te zetten (het voortzettingsvermogen) is kwetsbaar.
Indien langdurig of gelijktijdig grootschalig optreden noodzakelijk is, kan dit leiden tot beperkingen in de inzetbaarheid. Risico 18: Vakbekwaam blijven – realistisch oefenen (gewijzigd) In landelijke afstemming vindt een heroriëntatie plaats op de uitgangspunten en frequentie van realistisch oefenen. In 2024 is de trainingsfrequentie (tijdelijk) verlaagd. Deze verlaging is mede ingegeven doordat de kosten van de huur van oefencentra sterk zijn gestegen in de afgelopen jaren. De tijdelijke verlaging van de trainingsfrequentie brengt het risico met zich mee dat het niveau van vakbekwaamheid onder druk kan komen te staan. Afhankelijk van de uitkomst van het landelijk onderzoek zal moeten blijken of de oorspronkelijke trainingsfrequentie moet worden gehandhaafd. Als dat het geval blijkt, dan heeft dat financiële consequenties. Risico 21: Bovenschaligheid 24-uursdienst Binnen de 24-uursdienst (cluster ‘s-Hertogenbosch) is sprake van bovenschaligheid (circa €300.000). Dit wordt veroorzaakt door eerder verworven rechten van medewerkers. De bekostiging hiervan vindt plaats op basis van onderuitputting gedurende het jaar, wat een financieel risico met zich meebrengt indien deze onderuitputting in de toekomst afneemt. Het risico wordt als tijdelijk en afnemend beschouwd, aangezien de bovenschaligheid geleidelijk verdwijnt door natuurlijk verloop.
34 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Risico: Niet voldoen aan wet- en regelgeving (Vervallen) Dit risico is in de afgelopen jaren als PM opgenomen. Het kwantificeren ervan is moeilijk te onderbouwen. Ook wordt niet in alle gevallen een boete opgelegd indien VRBN zich niet aan een wet of regelgeving zou houden. In de administratieve organisatie worden maatregelen genomen om dit risico te mitigeren (onder meer vier-ogen principe). Daarom wordt dit risico voor de financiële risicoinventarisatie niet meer meegenomen. 3.4.4 Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's Iedere vier jaar wordt de nota ‘Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ herzien, of eerder als onverwachte grote wijzigingen in de risicosfeer hiertoe aanleiding geven. De meest recente nota is 30 november 2023 vastgesteld. Bij VRBN bestaat de weerstandscapaciteit uit de algemene reserve, die per 31-12-2025 de stand van € 3,75 miljoen had. Bij een benodigde weerstandscapaciteit van € 3,85 miljoen op basis van de risico’s, komt het weerstandsvermogen daarmee uit op 0,97. Volgens de kwalificatie van het Nederlands Adviesbureau is de omvang van een weerstandsratio in relatie tot geïdentificeerde risico’s daarmee matig (tussen 0,8 en 1 is matig, onder de 0,8 is onvoldoende). De uitkomst 0,97 weerstandsvermogen is echter bijna 1, wat kwalificeert als voldoende.
3.5
Verbonden partijen
Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er sprake is van zowel een bestuurlijk als een financieel belang voor VRBN. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. VRBN is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 11 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat VRBN over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is VRBN een verbonden partij voor de 11 gemeenten. Strikt genomen zijn er geen rechtspersonen waarin VRBN een bestuurlijk en financieel belang heeft en dus heeft de veiligheidsregio geen verbonden partijen. Om in de geest van de regelgeving toch zoveel mogelijk inzicht te verschaffen, is een overzicht opgenomen van de rechtspersonen waarin VRBN enige vorm van bestuurlijk en/of financieel belang heeft:
Verbonden partijen
Doel
Belang
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)
De WVSV is de werkgeversvereniging voor arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio's.
De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website (www.wvsv.nl).
35 Samenwerken aan veiligheid.
Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2024* in €
Jaarresultaat 2024* in €
EV 231.902
208.885
VV 403.494
Jaarstukken 2025
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's
Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's
De veiligheidsregio's willen door samenwerking een beter antwoord bieden op interne en externe ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden.
Deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's, die door middel van het Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio's (ERVRS) namens VRBN ondersteuning biedt bij onder meer de (financiële) afhandeling bij aanspraken na ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. De veiligheidsregio's hebben Deelname aan de Stichting een fonds opgericht waarmee Waarborgfonds zij gezamenlijk de (landelijke) Veiligheidsregio's voor het aanspraken na financieren van uitkeringen na dienstongevallen willen dienstongevallen bij financieren, voor zover deze veiligheidsregio's, voor zover niet verzekerd zijn en de niet door een andere hardheidsclausule wordt voorziening afgedekt. Middelen toegepast (in het kader van komen voort uit jaarlijkse goed werkgeverschap). bijdragen door de veiligheidsregio's. De WVSV is de De WVSV is zelfstandig en werkgeversvereniging voor onafhankelijk, juridisch arbeidsvoorwaarden voor alle vormgegeven als vereniging. werknemers van de Statuten en huishoudelijk veiligheidsregio's. reglement zijn beschikbaar op de website (www.wvsv.nl). De veiligheidsregio's willen Deelname aan de Stichting door samenwerking een beter Risicobeheer Veiligheidsregio's, antwoord bieden op interne en die door middel van het externe ontwikkelingen omtrent Expertisebureau Risicobeheer verzekeringsaangelegenheden.
Veiligheidsregio's (ERVRS) namens VRBN ondersteuning biedt bij onder meer de (financiële) afhandeling bij aanspraken na ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering.
EV 462.626
286.941
VV 463.494
EV
0
2.610.498
VV 501.954
EV 231.902
208.885
VV 403.494
EV 462.626
286.941
VV 463.494
*) In verband met de late beschikbaarheid van de jaarstukken, is gekozen om ter indicatie de cijfers van 2024 weer te geven.
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio’s hebben in de loop van 2022 een gezamenlijk Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s (ERVRS) in de vorm van een stichting opgericht, waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s.
Het Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio’s hebben gezamenlijk op 29 september 2023 de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s opgericht. Het waarborgfonds voorziet in financiële dekking van aanspraken op grond
36 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
van de LRD. Het betreft die aanspraken waarbij we de keus hebben gemaakt om die collectief als regio’s in eigen beheer te dragen (een beperkt deel via collectieve verzekering de rest voor eigen risico). Het fonds wordt gevoed vanuit de bijdragen van veiligheidsregio’s op basis van aantal inwoners per regio. In een beperkt aantal individueel gewogen gevallen (hardheidsclausule) kan ook in geval van twijfel na bespreking in een onafhankelijke commissie een aanspraak worden toegekend die in eerste instantie onder de standaardregeling tot een afwijzing zou kunnen leiden. Als de liquiditeit van het Waarborgfonds alsnog onder druk komt te staan, dan zal op dat moment een extra bijdrage van de veiligheidsregio’s wordt gevraagd. Daarnaast zijn er partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met de GGD Hart voor Brabant. Daar zijn de activiteiten van de GHOR in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD Hart voor Brabant en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR.
Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. VRBN participeert voor een aandeel van 94,9% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is organisatorisch een onderdeel van de GGD. Gemene rekening Meldkamer Brandweer Oost-Brabant Met ingang van 1 januari 2018 is voor de Meldkamer Brandweer Oost-Brabant (MKBOB) (centralisten en leiding) een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met Veiligheidsregio BrabantZuidoost. Daar zijn de activiteiten van de MKBOB in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag) en de overige kosten van de MKBOB. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. De MKBOB is ondergebracht bij VRBN en beide veiligheidsregio’s participeren voor een aandeel van 50% in de gemene rekening. Daarnaast wordt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost een opslag van 8% voor de overhead in rekening gebracht.
Gemene rekening Calamiteiten-coördinatoren Met ingang van 1 september 2019 is voor het 24/7 organiseren van de Calamiteiten Coördinator (CaCo) functionaliteit op de MKOB een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Daar zijn de activiteiten van de CaCo’s in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag) en de overige kosten van de CaCo’s. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. De CaCo’s zijn ondergebracht bij VRBN en beide veiligheidsregio’s participeren voor een aandeel van 50% in de gemene rekening.
37 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
3.6
Incidentele meerkosten en compensaties
Alle uitgaven en compensaties in het kader van het Bekostigingsbesluit opvang ontheemden Oekraïne en in het kader van Crisisnoodopvang zijn financieel afgewikkeld. Een incidentele bijdrage van €180.000 is door het ministerie van J en V toegekend in het kader van de pilots Noodsteunpunten en burgerhulpverlening 2025-2026. In 2025 werd hiervan zo’n € 30.000 besteed. Conform besluit van het AB (27 november 2025), is het onbenutte deel hiervan (€ 150.000) toegevoegd aan de reserve Versterking Crisisbeheersing en Weerbaarheid – BDUR voor deze pilot (zie paragraaf 2.1.3). Voor 2026 is voor het vervolg een volgende tranche toegekend van € 400.000. Verdere incidentele uitgaven werden in 2025 gedaan in het kader van Informatiegestuurd Werken (IGW), Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening en afronding van de transitie naar de Digitale werkplek. Al deze kosten werden gedekt uit de eerder daarvoor gevormde bestemmingsreserves (zie verder paragraaf 4.5.3)
3.7
Openbaarheid – Wet open overheid
De Wet open overheid (Woo) richt zich op het actief openbaar maken van informatie en het op orde brengen van de informatiehuishouding van bestuursorganen. Eén van de verplichtingen van de Woo is dat bestuursorganen jaarlijks in de verantwoording verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) In het kader van passieve openbaarmaking zijn er in 2025 vijf zaken afgehandeld. Het betrof het navolgende: • Twee Woo-verzoeken waarover een beslissing is genomen; • Een geval met de mogelijkheid tot reactie op openbaarmaking documenten door derden; • Een informele afhandeling, waarbij is terugverwezen naar de betrokken gemeente die het verzoek in behandeling had; • De afwikkeling van een beroepsprocedure. Er waren eind 2025 geen lopende verzoeken meer. Actieve openbaarmaking Sinds 1 november 2024 geldt de verplichting dat de informatiecategorieën ‘organisatie en werkwijze’ en ‘bereikbaarheidsgegevens’ actief openbaar moeten zijn. VRBN voldoet aan deze verplichting. In 2025 zijn geen nieuwe informatiecategorieën verplicht gesteld. VRBN bereidt zich voor op de aanstaande, verplicht actief openbaar te maken informatiecategorieën door de informatiehuishouding te verbeteren en de wijze van ontsluiting van informatie in te richten.
Waar mogelijk wordt informatie, vooruitlopend op de wettelijke verplichting, al actief openbaar gemaakt. Verbetering van de informatiehuishouding In 2023 heeft VRBN een implementatieplan opgesteld om de informatiehuishouding te verbeteren, waarbij de richtlijnen uit het actieplan 'Open op Orde' van de Rijksoverheid zijn meegenomen. De uitvoering van het implementatieplan lag tijdelijk stil, maar wordt in 2026 weer opgepakt. Dit draagt bij aan een betere transparantie en toegankelijkheid van informatie binnen de organisatie.
3.8
Klachtenregeling Veiligheidsregio Brabant-Noord
Op 27 november 2025 is de Klachtenregeling Veiligheidsregio Brabant-Noord geactualiseerd. Hierin is bepaald dat de geregistreerde klachten jaarlijks worden gepubliceerd. VRBN publiceert de geregistreerde klachten in haar jaarverslag. 38 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Geregistreerde klachten 2025 In 2025 zijn er een viertal klachten geregistreerd van burgers en bedrijven over het gedrag van personen werkzaam binnen onze organisatie, deze klachten zijn allen in goed overleg met de betrokkenen informeel afgehandeld.
39 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
4. Jaarrekening
40 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
4.1
Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de het algemeen bestuur op d.d. 27 november 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.
4.2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij in deze grondslagen anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor latente verplichtingen die voorvloeien uit afspraken met (ex-) personeelsleden die een betalingsverplichting in de toekomst tot gevolg hebben, wordt een voorziening gevormd. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht
4.3
Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten; • De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium, omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 27 november 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de Financiële Verordening (d.d. 27 november 2025) is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. In aanvulling hierop is in de Financiële Verordening vastgelegd: a. Onder tijdig melden verstaan wij dat afwijkingen worden gemeld in: i. de tussentijdse bestuur rapportages;
41 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
ii. door actieve informatievoorziening door het dagelijks bestuur in de bestuursvergaderingen. b. Afwijkingen die niet eerder gemeld konden worden bij de tussentijdse bestuursrapportage, doordat de informatie op dat moment nog ontbrak, worden toegelicht in de jaarstukken bij 3.1.2, waarmee deze tijdig zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is alleen bij misbruik sprake van een onrechtmatigheid. Daarom zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede de financiële verordening van VRBN. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 1.199.384) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen
4.4
Technische uitgangspunten van de jaarrekening
Uitgegaan is van de volgende technische uitgangspunten: Afschrijvingen • Investeringen beneden € 10.000 worden doorgaans niet geactiveerd. • Investeringen boven € 10.000 worden op grond van economische levensduur tegen historische aanschafwaarde lineair afgeschreven. Btw-compensatie • De door VRBN betaalde btw inzake brandweertaken is vanaf 2014 niet meer compensabel. • De door VRBN betaalde btw inzake taken die vallen onder Bevolkingszorg is daarentegen wel compensabel. Ten aanzien van weergegeven bedragen en toelichtingen: • Waar in dit document bedragen in duizenden euro’s worden getoond, worden deze bedragen niet tussentijds afgerond; weergegeven totalen zijn daarom de optelling van de exacte bedragen. • Per hoofddomein worden afwijkingen van meer dan € 25.000 toegelicht. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de Balans en het Overzicht van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het BBV. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie voor de gebruikers het inzicht in de jaarrekening ten goede komt, omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van de veiligheidsregio.
Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Op 2 november 2022 is de Nota Activabeleid Veiligheidsregio Brabant-Noord 2022 vastgesteld die per 1 januari 2022 in werking trad. In deze nota zijn de uitgangspunten geformuleerd zoals die worden gehanteerd op grond van het activabeleid. In de nota zijn uitgebreide tabellen voor de afschrijftermijnen per object opgenomen. Voor specifieke informatie over het activabeleid en de afschrijftermijnen verwijzen we naar de Nota Activabeleid Veiligheidsregio Brabant-Noord 2022.
42 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
De volgende uitgangspunten worden voor VRBN gehanteerd op grond van het activabeleid: a. Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo agio/disagio verwerken we via de exploitatie. b. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling activeren we alleen op het moment dat de investeringsbegroting bepaalt dat de investering voor een actief deze kosten benoemt. c. Bijdragen aan activa van derden activeren wij mits dit voldoet aan de voorwaarden. d. Software en eenmalige gebruikersrechten activeren we als een investering met economisch nut. e. Grond activeren we tegen verkrijgingsprijs of tegen de (lagere) actuele waarde. Op grond schrijven we niet af. f. VRBN kent doorgaans alleen investeringen met economisch nut. g. Voor het activeren van een investering dient sprake te zijn van een meerjarig nut. h. Activa met een aanschafwaarde/verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 activeren we in de regel niet. i. Activa met een levensduur minder dan 3 jaar brengen we direct ten laste van de exploitatie, tenzij de wet of subsidieregeling anders voorschrijft. Activa met een levensduur gelijk aan of langer dan 3 jaar activeren we. j. Gelijksoortige- en bulkuitgaven die individueel minder dan € 10.000 bedragen, maar als productgroep samen meer dan € 10.000 en die 3 jaar of langer gebruikersnut opleveren behandelen we als te activeren vaste activa. k.
Voor de financiële activa bestaat alleen schatkistbankieren met een looptijd van ≥ 1 jaar. l. VRBN waardeert materiële vaste activa op basis van de verkrijgingsprijs en vermindert deze met de afschrijvingen. m. VRBN waardeert de investeringen in materiële vaste activa inclusief btw en vermindert met eventuele fiscale aftrekposten. n. Het algemeen bestuur kan reserves ter dekking van de kapitaallasten voor investeringen met economisch nut benoemen. o. VRBN waardeert kosten voor onderzoek en ontwikkeling en bijdragen aan activa van derden tegen verkrijgingsprijs en vermindert deze met de afschrijvingen. p. VRBN waardeert schatkistbankieren aan de hand van de nominale waarde. q. VRBN waardeert voorraden tegen de verkrijgingsprijs en vermindert deze met de afschrijvingen. r. VRBN waardeert haar liquide middelen tegen nominale waarde. s. VRBN waardeert vorderingen tegen nominale waarde en vermindert deze met de in de voorziening dubieuze debiteuren vermelde bedragen. t. VRBN hanteert de lineaire methode voor het afschrijven van activa. u. De afschrijvingstermijn mag nooit langer, maar wel korter zijn dan de technische levensduur. v. VRBN start met het afschrijven van een actief per 1 januari van het jaar volgend op het moment van ingebruikname c.q. na afronding van een investering. w.
VRBN kan, indien de investering dit noodzakelijk maakt, gebruik maken van de componentenbenadering. x. VRBN schrijft activa af tot €0. Eventuele opbrengsten uit de restwaarden verantwoorden we als incidentele baten in de programma’s. y. De rentelasten berekenen we vanaf 1 januari van het jaar volgend op het moment van ingebruikname c.q. na afronding van een investering. z. Investeringskredieten die zijn gevoteerd in de jaren voorafgaande aan het verantwoordingsjaar en waar in dat jaar geen bestedingen op plaatsvonden, sluiten we af tenzij verlenging noodzakelijk geacht wordt.
43 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
In onderstaand overzicht een korte recapitulatie van de gehanteerde afschrijftermijnen conform de Nota Activabeleid 2022 (AB, 2-11-2022). Materiele Activa VRBN Materiele Activa omschrijving
Afschrijvingsduur in jaren
Gronden en terreinen -Gronden en terreinen
-
Bedrijfsgebouwen - Gebouwen
40
- Renovatie, bouwkundige aanpassingen en gebouwgebonden technische installaties
20
- Tuinaanleg, bestrating en hekwerken
20
I&A voorzieningen - l&A ERP bedrijfsapplicaties/licenties (afhankelijk gebruikstermijn)
10
- lCT Netwerkbekabeling LAN
15
- ICT hardware
3><8
- ICT smartphones, deskphones en hybrids
3><5
Instrumenten en Apparatuur - Ademluchttoestellen, gelaatstukken en cilinders
10 > < 20
- Ademlucht test- en vulapparatuur
10 > < 15
- Duikapparatuur - Electrisch en hydraulisch (red-)gereedschap
5><7 16
- IBGS/WVD, oefen & wedstrijdmateriaal en warmtebeeldcamera
8 > < 16
- Oppervlaktereddingsteam
7 > < 10
- PPMO apparatuur
3 > < 10
- Standaardbepakkingsmaterialen op voer- en vaartuigen
5 > < 17
Persoonlijke beschermingsmiddelen - Chemiepak en gaspak
10 > < 12
- Uitrukhelmen en uitrukkleding
7 > < 10
- Uitrukkleding was- en droogapparatuur
10 > < 15
Verbindingsmiddelen - Portofoons, mobilofoons, semafoons/pagers, headsets en navigatie apparatuur
5><8
Werkmaterieel - Aanhangers en Aggregaten
16
- Grootwatertransportsysteem
20
- Haakarmbak gesloten en open
20
- Heftruck
20
- Poederblusaanhanger
16
- Oefencontainer en oefentanks
8
- Oefentrucks en Oefentanks IBGS
20
- Quad met accesoires
15
Vaartuigen - Brandweervaartuigen en waterongevallenboot
12
Voertuigen - Tankautospuit, Redvoertuig, Hulpverleningsvoertuig
16 > < 17
- Vrachtauto, Haakarmvoertuig, Waterwagen
16 > < 20
- Dienstauto's, Dienstbussen, Waterongevallenwagen voor boot bepakking
12
- Logistieke bakwagens
8
Inventaris - Airco-, Audio- en Video-installaties en apparatuur - Hefkolommen - Meubilair en Inventaris - Technische installaties
10 20 3 > < 20 20
- Verlichting binnen en buiten
15 > < 25
- Werkplaatsgereedschap, materialen
8 > < 10
44 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Vlottende Activa - Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen en overige vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarden. Indien er sprake is van incassorisico’s kan een voorziening wegens oninbaarheid worden gevormd. Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen betreft uitgezette gelden via schatkistbankieren, welke worden gewaardeerd tegen nominale waarden. Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves Reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van bestaande afspraken vastgesteld of de voorzieningen nog toereikend zijn om aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorziening FLO De voorziening FLO (Functioneel Leeftijd Ontslag) is gevormd voor brandweerlieden die tot 2006 het recht hebben verworven tot FLO-overgangsrecht. Medewerkers blijven in dienst, maar worden vrijgesteld van werkzaamheden en hebben een inkomensgarantie van 75% netto (met 100% pensioenopbouw). Afhankelijk van het aantal dienstjaren op 31-12-2005 hebben medewerkers recht op deze inkomensgarantie voor minimaal 5 jaar en maximaal 8 jaar. Diverse wijzigingen in (aanverwante) regelgeving hebben geleid tot het FLO-overgangsrecht dat per 1 januari 2018 is aangepast.
De voorziening ziet toe op het bedrag waar brandweerlieden, vallend onder het FLO-overgangsrecht, recht op hebben in de periode tussen de ingangsdatum van hun FLO-overgangsrecht en de daadwerkelijke pensioendatum. O.b.v. de volgende uitgangspunten is de voorziening bepaald: • Is van toepassing op brandweerlieden die voor 1 januari 2006 in dienst waren. • Ingangsdatum FLO op basis van de uittredeleeftijden zoals weergegeven in hoofdstuk 9i van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. • Netto inkomensgarantie van 75% gedurende de gehele FLO-periode als ware het dat betrokkene op dat moment nog in actieve dienst was. • AOW-compensatie die ziet op het verschil tussen leeftijd 67 jaar en de individuele AOW-leeftijd. Minimaal 6 weken en maximaal 27 maanden. • Individueel opgebouwd netto FLO-spaartegoed (NFST) wordt ingezet ter financiering van de 75% netto garantie. De voorziening is gewaardeerd op eindwaarde (nominale waarde). Voorziening RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) Deze voorziening omvat alle financiële verplichtingen aan werknemers die gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Het gaat om afspraken met medewerkers om tot beëindiging van het dienstverband te komen en daarvoor gebruik willen maken van RVU.
45 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
Voorziening verlofsparen Deze voorziening omvat de arbeidskosten gerelateerde verplichting aan medewerkers met betrekking tot het opgebouwde spaarverlof. Op basis van de verlofstanden op 31-12-2025 is een storting geboekt voor nieuw opgebouwd verlof en een aanwending in de voorziening geboekt voor de opgenomen uren. Vaste schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende Passiva – Vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar Vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar Kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Compensabele btw Betaalde compensabele btw van verschillende VR-taken werd in het verleden doorgeschoven naar gemeenten. Met ingang van 1 januari 2014 is de btw die wordt betaald door de brandweer in zijn geheel niet langer compensabel. In 2025 is na afstemming met onder meer de belastingdienst duidelijk geworden dat de btw op het brandkranenonderhoud compensabel is. Voor de vier jaren ervoor heeft de Belastingdienst de compensabele btw rechtstreeks met de gemeenten verrekend. Vanaf 2026 is deze taak overgedragen aan de gemeenten. Per 1 oktober 2011 was de btw op GHOR, GMC/MKOB en multidisciplinaire taken al niet meer compensabel. Voor het programma Bevolkingszorg blijft de btw compensabel, doordat dit een gemeentelijke taak is.
Het betreft een bescheiden bedrag en hiervan wordt jaarlijks opgave gedaan aan de deelnemende gemeenten.
46 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
4.5
Overzicht van baten en lasten
In deze paragraaf wordt het overzicht van de baten en lasten en de toelichting op de voornaamste verschillen per programma weergegeven. 4.5.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand treft u het overzicht van de baten en lasten. In het overzicht wordt de begroting voor wijziging en begroting na wijziging vergeleken met de realisatie. bedragen * € 1000
Lasten VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ Totaal lasten
Begroting 2025 Primair
Begroting 2025 na wijziging
Werkelijk 2025
Werkelijk 2024
54.974
57.276
56.353
52.634
2.255
2.255
2.209
2.007
815
768
750
707
58.044
60.299
59.312
55.348
2.249
2.438
2.170
2.136
-
-
-
-
Baten VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ Totaal baten Saldo Programma Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen en BDUR Saldo financieringsfunctie Totaal algemene middelen (Gerealiseerd) Totaal saldo van baten en lasten Dotatie aan reserves VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer BZ subtotaal dotaties Onttrekking aan reserves VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer BZ subtotaal onttrekkingen Saldo verrekening reserves Gerealiseerd resultaat
-
-
-
-
2.249
2.438
2.170
2.136
-55.795
-57.862
-57.142
-53.212
59.340
61.128
61.132
57.451
-3
-4
-8
505
59.337
61.125
61.124
57.957
3.542
3.263
3.981
4.744
3.714
3.074
7.776
3.911
-
-
-
-
3.714
3.074
7.776
3.911
172
372
4.749
1.106
-
-
-
-
172
372
4.749
1.106
-3.542
-2.702
-3.027
-2.804
-
561
954
1.940
Voor het onderdeel GHOR zijn enkel de baten en lasten van de veiligheidsregio weergegeven (waarbij de lasten overeenkomen met 94,9% van de door de GGD gerealiseerde kosten). Het overheadpercentage wordt weergegeven in het overzicht op taakvelden in paragraaf 4.10.
47 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2025
4.5.2 Toelichting op de baten en lasten Hieronder zijn per financieel thema de voornaamste verschillen tussen de begroting na wijziging en de realisatie weergegeven. Per thema en onderwerp geven wij een korte toelichting. De bedragen worden gevolgd door een I of S, die aangeven of het incidentele of structurele afwijkingen ten opzichte van de begroting betreft. Crisisbeheersing Onderdeel Salarissen en sociale lasten
Voorbereiding crisisorganisatie / Bestrijding risico's / IGV Incidentele uitgaven (N) en onttrekkingen (V) Versterking
Overige mutaties reserves
Bedrijfsvoeringskosten
bedragen * € 1000
Toelichting Voordeel doordat we vanuit de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) een bijdrage krijgen voor onze continuïteitstaak binnen het Meldkamer domein. De bijdrage is voor één Calamiteitencoördinator op de meldkamer (100k, waarvan 50% voor VRBN). In december hebben we de mededeling gekregen dat we deze bijdrage zouden ontvangen. Het moet nog schriftelijk bevestigd worden, maar dit is een structurele bijdrage. Met name door lagere kosten op de budgetten voor Leiding, coördinatie en informatiemanagement / Informatiegestuurde veiligheid (Fieldlab) De gerealiseerde incidentele uitgaven voor de versterking van Crisisbeheersing en Weerbaarheid overschreden de begrote met € 84.000 (N); dit vertaalt zich in een evengrote overschrijding van de begrote onttrekking uit de daarvoor bestemde reserve (V). De hoger dan begrote onderschrijding op structureel versterkte budgetten i.h.k.v. Versterking CB/Informatievoorziening, in de opstartfase, vertaalt zich in een €56.000 hogere dotatie Versterking CB/Informatievoorziening. Diverse meerkosten in verband met de recente uitbreidingen van het team. Totaal analyse
Nadeel
84
Functiestructuur BZ Opleiden en oefenen BZ
29
I/S
84
I
I
184
177
8 bedragen * € 1000
Toelichting Voordeel op de bijdrage aan GHOR Brabant-Noord door lager gerealiseerde kosten dan begroot.
Nadeel
Voordeel
S/I*
46
S/I
Totaal analyse
46
Per saldo na verrekening reserves
46 bedragen * € 1000
Toelichting Voordeel door vacatureruimte. Voordeel doordat minder overige diensten zijn afgenomen; deels ter dekking van tekort op Opleiden en Oefenen Beperkt voordeel vanwege de bezetting piketten op de piketfuncties. Bij recente aanbesteding zijn wegens inflatie de trainingscentra flinke prijsstijgingen doorgevoerd, welke naar verwachting structureel zijn. Totaal analyse Per saldo na verrekening reserves