CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Osse maatlat toetsing Excel

Adviescommissie Ruimte 4 september 2025, gemeente OssBij agendapunt: Beleidsregel Osse Maatlat1.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Let op: Criteriumen toegespitst op deelgebied 1: Uitbreidingen.

Vergroenen Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

GroenCriterium Criterium 1 (groen per inwoner)

Oppervlakte groen per inwoner: 60 m² groen

Oppervlakte groen per inwoner: 100 m² groen

% groene oppervlakte in het plangebied: 30%

% groene oppervlakte in het plangebied: 50%

Criterium 2 (groene opervlakte)

Criterium 3 (gelaagdheid inOpbouw vegetatie) van vegetatie:

Criterium 4 (Behoud bestaand groen)

10% hoge vegetatie (bomen)

20% hoge vegetatie (bomen)

10% middelhoge vegetatie (struweel, hagen, struiken, ruigte, hoge grassen, vaste planten)

20% middelhoge vegetatie (struweel, hagen, struiken, ruigte, hoge grassen, vaste planten)

Maximaal behoud bestaande waardevolle bomen

Behoud waardevolle bomen en ecologisch waardevol groen verbeteren kwaliteit.

Biodiversiteit Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

Natuurinclusief bouwen (gebouwen)

Criterium 1 (faunavoorzieningen)

Elk gebouw of woonblok faunavoorzieningen voor basissoorten (huismus, gierzwaluw, vleermuizen, egel, vlinders, wilde bijen)

Nestelplekken voor meerdere soorten vogels, vleermuizen, zoogdieren en insecten. Sluit aan bij eigenschappen en doelsoorten van landschapszone en specifiek deelgebied

Criterium 2 (Groene daken)

Geen minimaal niveau. Mogelijk toepassing bij compensatie

Geen eis voor uitbreidingen.

Criterium 3 (Groene gevels)

Geen minimaal niveau. Mogelijk toepassing bij compensatie

Geen eis voor uitbreidingen.

Groene hoofdstructuur (GHS)

Criterium 1 (GHS)

Behoud van groene hoofdstructuur.

Versterken groene hoofdstructuur.

Natuurinclusief inrichten (groene ruimte)

Criterium 1 (Aansluiting landschapszone)

Bij bomen en struiken rekening houden met bodem en vocht (zand/klei, droog/vochtig)

Landschapszone als uitgangspunt voor inrichting. Landschaps-elementen, vegetatietypen en plantensoorten in lijn met eigenschappen landschapszone, zie hoofdstuk 4.

Criterium 2 (flora)

Gemengd assortiment en dekking van 60% inheemse en cultuurhistorische soorten in openbaar gebied

Gemengd assortiment en dekking van 80% inheemse en cultuurhistorische soorten in openbaar gebied

Criterium 3 (fauna)

Groene ruimte inrichten als leefgebied voor Groene ruimte inrichten als leefgebied voor doelsoorten basis die in stedelijk gebied passen specifieke doelsoorten deelgebied/ landschapszone en/of andere specifieke (vogels, vleermuizen, vlinders, wilde bijen) soorten of soortgroepen Bodemverbetering bij aanplant of inzaaien Bodemplan opnemen in project (verdichting voorkomen, grond luchtig maken, bodemverbetering, toevoegen mineralen en bodemleven)

Criterium 4 (bodem)

Criterium 5 (beheer)

Opstellen groenbeheerplan, rekening houden met flora en fauna

Ecologisch beheerplan. Passend beheer, specifiek toegespitst op flora en fauna

Klimaatadaptatie Thema Wateroverlast

Minimaal niveau

Plus niveau

Criterium 1 (beschermingsniveau extreme neerslag)

Criterium 2 (vloerpeil)

De ontwikkeling wordt modelmatig getoetst op De ontwikkeling bevat een ‘Weging van het een bui van 70 mm per uur. Dit is een Waterbelang’ waarin wordt beschreven hoe hydrodynamische berekening die aantoont dat voldoende rekening wordt gehouden met er geen schade optreedt aan panden. Vitale en wateroverlast, het principe ‘water en bodem kwetsbare functies voldoen hieraan bij 90 mm sturend’, en de water-gerelateerde eisen van het gemeentelijk WRP en het Waterschap Aa en per uur. Individuele panden worden aan de Maas. Dit gaat onder andere om 60 mm berging stresstestkaart getoetst. Berging moet binnen per m2 nieuw verhard oppervlak (zie criterium het plangebied opgelost worden om afwenteling naar andere gebieden te 4). voorkomen. Nieuwe ontwerpen hebben een minimaal 40 cm tussen weg- en vloerpeil verschil tussen weg- en vloerpeil van 30 cm. zie RIBOR 2.10 Vaststellen bouwpeil - Gemeente Oss

Criterium 3 (oppervlakkige afstroming)

Wegen liggen wanneer mogelijk op-één-oor richting verlaagd groen of oppervlaktewater. Het toepassen van een infiltratievoorziening met bodempassage (zoals een wadi) heeft de voorkeur. Bij het toepassen van opsluitbanden van bestrating moeten uitsparingen worden gerealiseerd om oppervlakkige afstroming naar groen te faciliteren.

Criterium 4 (berging op particulier terrein)

Bij nieuwbouw binnen de bebouwde kom met Minimaal 70 mm op eigen terrein bij >500m2 een toename van 500 m2 of meer verhard en bij <500m2 oppervlak moet minimaal 60 mm hemelwater op het eigen terrein kunnen worden verwerkt. Ontwikkelingen met een toename onder de 500 m2 verhard oppervlak moeten minimaal 25 mm op eigen terrein verwerken. Echter, als de ontwikkeling bestaat uit meerdere particuliere percelen, is het niet gewenst om op elk perceel berging op eigen terrein te realiseren. De gewenste waterberging moet dan in een robuust ingerichte openbare ruimte gezocht worden.

Criterium 5 (grondwaterbestendig bouwen)

Bouw grondwaterbestendig en waterdicht. In gebieden met een hoge grondwaterstand (GHG <0,5 m-mv) bij voorkeur zonder kruipruimte of kelder bouwen of met grondwaterdicht laag. Zorg dat de inrichting van tuinen (beplanting, vlonders) tegen natte situaties kan.

Hitte Criterium 1 (schaduw)

Criterium 2 (koele plekken)

Criterium 3 (voorkeursvolgorde aanhouden)

Droogte

Er moet binnen het plangebied 40% schaduw 50% schaduw zijn op verblijfsplekken, belangrijke loop- en fietsroutes en verblijfsplekken (Hiermee bedoelen wel plekken die zijn ontworpen om mensen te laten verblijven, recreëren en spelen, zoals pleinen en parken). Dit wordt getoetst met een schaduwberekening en schaduwkaart. Elk pand ligt binnen loopafstand (300 m) van Koele groene plek is > 300 m2 een koele groene verblijfsplek. Dit wordt getoetst met een looproutekaart met alle panden en koele groen plekken Het ontwerp houdt rekening met de ladder van koeling door OSKA: koele omgeving -> warmte weren -> passief koelen -> actief koelen. Bij actieve koeling, wordt de warme lucht via het dak geloosd of aan de zijde niet aangrenzend aan een buitenruimte met verblijfsfunctie (openbaar én privaat).

Criterium 1 (voorkeursvolgorde)

Criterium 2 (drinkwaterbesparing)

Hemelwater infiltreert zoveel mogelijk lokaal. De voorkeursvolgorde is: Nieuwbouw wordt volledig afgekoppeld (openbare verharding + dakoppervlak panden) en bij voorkeur geleid naar een infiltratievoorziening met bodempassage (zoals een wadi). Indien water lokaal wordt geïnfiltreerd, wordt rekening gehouden met vervuiling van het afstromend oppervlak. Indien dit niet mogelijk is wordt afgekoppeld naar (verlaagd) groen, als dat niet mogelijk is wordt direct afgekoppeld op oppervlaktewater, als dat niet mogelijk is wordt er afgekoppeld naar een hemelwaterstelsel, als dat niet mogelijk is wordt aangesloten op het gemengde stelsel. In kleiige gebieden wordt een constructie aangelegd die vertraagd afvoert, zoals een infiltratieriool met overstort, of sloot met stuw. In het ontwerp wordt ingezet op het opvangen en hergebruiken van hemelwater of andere vormen van drinkwaterbesparing in of rond het huis.

Criterium 3 (grondwater) In het ontwerp wordt niet onnodig grondwater afgevoerd. Drainage wordt niet lager aangelegd dan het huidige grondwaterpeil (GHG).

Overstromingen Criterium 1 (waterveiligheid)

De lokale overstromingsrisico’s worden beoordeeld vanuit het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) en https://mijnwaterrisicoprofiel.nl/. Op basis van de verwachte overstromingsdieptes, overstromingsfrequenties en aankomsttijd wordt afgewogen of (doelmatige) maatregelen genomen dienen te worden.

Bodemdaling Criterium 1 (zettingsrisico)

Bij ontwikkelingen op kleiige ondergrond wordt een geotechnische analyse uitgevoerd om zettingen in beeld te brengen. Hieruit volgen eventuele maatregelen (zoals voorbelasting en ophoging) waar de ontwikkeling rekening mee moet houden. Er wordt een gebiedsspecifieke restzettingseis en maatregelenset opgesteld. Dit zorgt voor een maatschappelijk kosteneffectieve investering over een levensduur van 60 jaar.

op deelgebied 1: Uitbreidingen.

Voorkeursmaatregel

Uitgangspunten

Streef naar bomen met een groot Uitgangspunten: kroonoppervlakte/volume. En geef deze •Openbaar en particulier groen telt mee in bomen de ruimte (onder- en bovengronds) de oppervlakte; om oud te kunnen worden. Streef ten •Oppervlakte groen onder bomen telt tweede, naar middelhoge vegetatie en, pas naast boomkroon mee in oppervlakte; ten slotte, naar kort gras. Breng •Halfverharding telt voor 50% mee als gelaagdheid in beplanting aan door groen. afwisseling te hebben in de 3 typen •Indien niet haalbaar op maaiveld, dan vegetatie mogen ook groene daken en groene gevels meegeteld worden

Streef naast bomen ook vooral een struiklaag, daarna naar andere middelhoge vegetatie en pas als laatste naar lage vegetatie, Breng gelaagdheid in beplanting aan met een boomlaag, struiklaag en kruidlaag). Geef bomen de ruimte (onder- en bovengronds) om oud te kunnen worden. Boombeschermingsplan, boven en ondergronds. Groeiplaatsverbetering bomen Ecologisch waardevol groen zoals struweel, kruidenrijk grasland, ruigte.

Voorkeursmaatregel

Integreer faunavoorzieningen in gevels en daken en daken en in ontwerp en inrichting van groene ruimte Grote verblijfplaatsen voor vleermuizen

Uitgangspunten

Toepassing van inheemse planten in lijn met landschapszone Toepassen faunavoorzieningen op daken (nestelplekken insecten en vogels en drinkvoorziening)

Plat dak zonder dakramen en installaties, zonnepanelen zijn geen installaties

Inheemse klimplanten en/of ecologische interessante cultivars in volle grond.

Geveloppervlakte zonder puien deuren, ramen en zonnepanelen

Bij voorkeur GHS fysiek vergroten Kwaliteit verbeteren door ecologische inrichting en beheer. In lijn met landschapszone Rekening houden met habitatseisen en levenscyclus aanwezige soorten.

Trek waardevolle elementen uit de omgeving door in het plangebied Voor plusniveau: Afhankelijk van landschapstypen: Bosjes, houtwallen, struweel, poelen, fruitboomgaarden, vogelakkertjes Gemengde bomenrijen, gemengde hagen, inheemse vaste planten in borders, bloemenweiden, kruidenrijk grasland, bloemrijk gazon

Toepassen 5V’s: Verbinding, Veiligheid, Voortplanting, Voedsel, Vocht

Inheems, streekeigen, cultuurhistorisch: Inheemse bomen en planten zijn soorten die van nature voorkomen in Nederland en omliggende regio’s. Streekeigen planten en bomen zijn soorten die in de regio veel voorkomen. Streekeigen planten zijn ook veelal inheems, maar dan specifieker. Cultuurhistorische planten zijn ingeburgerde soorten die hier al eeuwen voorkomen, zoals fruitbomen en stinzenplanten.

(blad)compost, micro-organismen, turfvrije bodemverbetering Bij inzaaien kruiden, voedselrijke toplaag verwijderen Rijplaten gebruiken Boombeschermingsplan Een samenhangend inrichtings- en beheerplan voor gebouw en buitenruimte gericht op een natuurinclusieve inrichting en beheer van de gekozen soorten.

Voorkeursmaatregel

Uitgangspunten

Bovengrondse afstroming naar wadi, verlaagd groen of oppervlaktewater. Niet afwentelen op het watersysteem van het waterschap.

Bij meer dan 5 cm water tegen meer dan 10% van het pand, is het een risicopand waar waarschijnlijk waterschade optreedt.

Maaiveldinrichting aanpassen

Bovengrondse afstroming naar wadi, verlaagd groen of oppervlaktewater. Niet afwentelen op het watersysteem van het waterschap. In zandige gebieden is infiltratie het uitgangspunt: liefst bovengronds in bijv. een wadi, of ondergronds in bijvoorbeeld een infiltratieriool of -put. Het aanbrengen van infiltratiekratten heeft nadrukkelijk niet de voorkeur. Waterberging op eigen terrein door zoveel mogelijk bovengrondse berging en maaiveldverlaging. Ruimte voor water in de openbare ruimte bij voorkeur bovengronds en groen. Halfverharding telt als 100% onverhard. Voor private kavels gaan we uit van de volgende percentages in het berekenen van benodigde ruimte voor water: •Perceel < 200 m2: 90% verharding •Perceel 200-400 m2: 75% verharding •Perceel 400-600 m2: 60% verharding •Perceel >600 m2: 40% verharding

Bomen aanplanten/behouden met een grote boomkroonbedekking

Koele groene verblijfsplekken creëren binnen het plangebied

Voldoende groene openbare verblijfsruimtes, schaduw creëren met bomen, panden zo inrichten dat warmte weren of passieve koeling mogelijk is, bijvoorbeeld door zonwering en overstekken.

Als de ontwikkeling bestaat uit meerdere particuliere percelen, is het niet gewenst om op elk perceel berging op eigen terrein te realiseren. De gewenste waterberging moet dan in een robuust ingerichte openbare ruimte gezocht worden.

Meer infiltreren (bij zandige ondergrond), door wadi’s, (verlaagd) groen, of ondergrondse infiltratie-voorzieningen in de openbare ruimte (infiltratiekratten hebben nadrukkelijk niet de voorkeur!)

Opvang regen in (ondergrondse) watertank en hergebruik voor doorspoelen toilet en sproeien tuin

Waterbewustzijn vergroten, verhoogd aanleggen, waterdicht bouwen, herstelcapaciteit vergroten, adaptief bouwen.

Resultaten

Toetsingsresultaat

Resultaten

Toetsingsresultaat

Legenda

Resultaten

Toetsingsresultaat

Legenda

Plus niveau gehaald

Minimale niveau gehaald

Minimale niveau deels gehaald

Minimale niveau nog niet gehaald

Onvoldoende informatie om te toetsen

Niet van toepassing

Oppervlakte per type ondergrond proefgebied 't Veld Type ondergrond Oppervlakte [m²] Oppervlakte [km²] Bomen Groen midden Laag groen exersief Laag groen Panden Rijwegen Tuinen (100% verhard) Ondiepe wadi (extensief) Voetpad halfverhard Voetpad verhard wadi (extenssief) water Groen totaal 180.000 Totaal 728.000 Oppervlakte groen per inwoner Woningen Inwoners per woning Inwoners 't Veld Totaal groen [m²] Groen per inwoner [m²] Opbouw van vegetatie Type Groen Laag Midden Hoog Groen totaal

2.605 2,1 5.471 180.000 33

% van totaal

25%

% van totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=5c878284-a412-4a70-b4a2-abaf5e544c50