CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Zienswijzennota Duurzame Polder - ONTWERP

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Duurzame Polder - goedkeuring voorkeursalternatief39.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In dit verband wordt verwezen naar de randvoorwaarden, zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van het Programma. In deze randvoorwaarden is onder andere opgenomen dat de in de Duurzame Polder aanwezige populatie weidevogels behouden moet blijven. Het Programma strekt niet verder dan het aanwijzen van een zoekgebied voor de plaatsing van windturbines. Het is aan initiatiefnemers met een voorstel te komen dat past binnen de natuurregelgeving en de opgenomen randvoorwaarden. In de vergunningsfase kan beter worden beoordeeld welke effecten de windturbines zullen hebben en welke mitigatie en compensatie nodig is en hoeveel. Ook het landschapsbelang is meegenomen in de integrale belangenafweging. In de randvoorwaarden, zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van het Programma, is onder meer 24

opgenomen dat zoveel mogelijk moet worden aangesloten bij de structuren van het landschap in de Duurzame Polder. Naar aanleiding van het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage is het planMER op het punt van de locatiekeuze aangevuld. In verband met het abstractieniveau van het Programma vinden de gemeenten een verdere uitwerking van de varianten op het aspect natuur niet zinvol. Uit het planMER volgt welke natuurwaarden aanwezig zijn en welke beperkingen deze waarden opleveren voor de plaatsing van windturbines. Een gedetailleerder onderzoek zal niet leiden tot de aanwijzing van een ander zoekgebied. Een beoordeling welke opstelling past binnen natuurregelgeving en welke natuurcompensatie hiervoor nodig is, zal in een volgende fase worden gedaan. Hiervoor zal een (project-)MER worden opgesteld dat meer diepgang zal hebben. Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER.

3.2.5 Zienswijze 108 en 154 Brabants Landschap e.a. 1. Samenwerking met grondeigenaren en bescherming van weide- en akkervogels Er zijn kansen voor jarenlange bescherming van weide- en akkervogels, maatwerk en borging van de samenwerking met grondeigenaren en initiatiefnemers. Deze kansen ontbreken in het ontwerp Programma, waardoor risico’s ontstaan voor zowel de samenwerking als de bescherming van weide- en akkervogels in het gebied. Reactie De gemeenten onderschrijven dat er kansen zijn voor jarenlange bescherming van weideen akkervogels en borging van de samenwerking met de grondeigenaren. In het vervolgtraject zal zorgvuldig worden omgegaan met de weide- en akkervogels in het gebied. Er wordt in dit verband verwezen naar de randvoorwaarden zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van het Programma. De gemeenten zijn van mening dat de gemeenten in de belangenafweging en bij het formuleren van de randvoorwaarden voldoende gewicht hebben toegekend aan het natuurbelang. Op dit moment kan het gevraagde perspectief voor grondeigenaren nog niet worden gegeven, omdat de concrete locatie van de windturbines nog niet bekend is. De gemeenten nodigen indieners uit om deel te nemen aan het vervolgtraject. 2. Maatschappelijk Verantwoord Alternatief (MVA) In het planMER ontbreekt een beoordeling van het MVA.

Reactie In het MER is gekozen voor thematische varianten om beter inzicht te krijgen in de verschillende, in het gebied aanwezige belangen. Dit inzicht geeft de mogelijkheid tot een betere integrale belangenafweging te komen. Het MVA is een interessant alternatief, maar bij het opstellen van dit alternatief zijn niet alle relevante belangen betrokken. Zo is geen rekening gehouden met de belangen van Defensie bij gebruik van de Duurzame Polder als laagvliegroute. Ook voldoet dit alternatief niet aan het uitgangspunt dat in de Duurzame Polder alleen plaats is voor de restopgave van Oss. Dit betekent dat een beoordeling van het MVA voor het Programma 25

weinig meerwaarde heeft. Voor de volledigheid zijn de milieueffecten van het MVA beoordeeld en wordt het MVA expliciet meegenomen in het Programma. 3. Verplaatsing leefgebied weidevogels Een verplaatsing is slechts beperkt mogelijk en hiervoor is draagkracht nodig binnen het gebied en van grondeigenaren. Compensatie achteraf kan niet, zodat nu actie moet worden ondernomen. Men kan ervoor kiezen meer dan het wettelijke minimum te investeren. Reactie De gemeenten onderkennen dat voor verplaatsing van leefgebied van weidevogels draagkracht binnen het gebied en medewerking van grondeigenaren nodig is. Het is aan initiatiefnemers een plan in te dienen dat hiermee rekening houdt. Er kan niet eerder met het opstellen en uitvoeren van een mitigatie- en compensatieplan worden gestart, dan nadat concrete initiatieven kenbaar zijn gemaakt. Op dat moment kan ook beter worden beoordeeld welke mitigatie- en compensatiemaatregelen nodig zijn. 4. Eén Duurzame Polder Er lijken twee projecten te ontstaan (verschillende afstandscriteria ten opzichte van woonkernen, weging natuur ten opzichte van primair landbouwgebied en haalbaarheid van een project). Natuur, vogels en soorten kennen geen gemeentegrenzen. Afstemming tussen de initiatieven in Oss en ’s-Hertogenbosch is essentieel, bijvoorbeeld door één integrale projectMER te maken.

Reactie In het ontwerp Programma en het planMER is de Duurzame Polder als één geheel beschouwd en beoordeeld. De gemeenten zijn het met indiener eens dat de natuur zich niet houdt aan gemeentegrenzen en dat effecten van de windturbines verder kunnen reiken dan de gemeente op wiens grond zij worden geplaatst. In de fase ven vergunningverlening zal de omvang van het projectMER worden bepaald. Bij twee projecten zal rekening moeten worden gehouden met de samenhang tussen de projecten en de cumulatieve effecten voor de natuur. Dit betekent dat afstemming nodig zal blijven over maatregelen en compensatie. In paragraaf 4.3 van het Programma zijn hiervoor randvoorwaarden opgenomen. 5. Perspectief Het ontwerp Programma biedt boeren te weinig perspectief. De doelen natuurinclusieve windenergie, natuurbehoud en de landbouwtransitie moeten gelijkwaardig een plaats krijgen. Zonder perspectief komen de investeringsmogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer en landbouwtransitie onder druk te staan. Reactie In hoofdstuk 5, de daarmee samenhangende Ontwikkelperspectieven in de bijlage (’sHertogenbosch), en in hoofdstuk 6 (Oss) zijn voor de boeren diverse globale perspectieven in het Programma opgenomen. Het is aan initiatiefnemers een plan in te dienen dat rekening houdt met de natuur en met een verantwoorde landbouwtransitie.

Op dit moment kan een concreter perspectief voor grondeigenaren nog niet worden gegeven, omdat de concrete locatie van de windturbines nog niet bekend is. 26

Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER.

3.2.6 Zienswijze 102 en 155 Agrarische Natuurvereniging D’n Beerse Overlaet 1. Opwekopgave Verzocht wordt voor het Osse grondgebied verder te kijken dan 2030. Dit biedt kansen voor meer opwek binnen de Duurzame Polder. Reactie Met de ontwikkeling van de plannen voor de Duurzame Polder realiseert de gemeente Oss haar restopgave die voortvloeit uit de RES 1.0. Het Programma richt zich daarmee op de uitwerking van de opwekdoelstelling richting 2030. De doelstellingen voor de periode na 2030 zijn op dit moment nog niet concreet uitgewerkt. Voor de opgave na 2030 moet nog worden verkend hoe (energiemix), waar (locaties) en wanneer (i.v.m. gevolgen voor klimaat) deze opgave wordt ingevuld. 2. Maatschappelijk Verantwoord Alternatief (MVA) In het planMER ontbreekt een beoordeling van het MVA. Reactie In het MER is gekozen voor thematische varianten om beter inzicht te krijgen in de verschillende, in het gebied aanwezige belangen. Dit inzicht geeft de mogelijkheid tot een betere integrale belangenafweging te komen. Het MVA is een interessant alternatief, maar bij het opstellen van dit alternatief zijn niet alle relevante belangen betrokken. Zo is geen rekening gehouden met de belangen van Defensie bij gebruik van de Duurzame Polder als laagvliegroute. Ook voldoet dit alternatief niet aan het uitgangspunt dat in de Duurzame Polder alleen plaats is voor de restopgave van Oss.

Dit betekent dat een beoordeling van het MVA voor het Programma weinig meerwaarde heeft. Voor de volledigheid zijn de milieueffecten van het MVA beoordeeld en wordt het MVA expliciet meegenomen in het Programma. 3. (Natuur)compensatie Verzocht wordt natuurcompensatie niet over gemeentegrenzen te verschuiven en het Programma op dit punt zodanig aan te passen dat het aansluit bij de afspraken uit de Bestuursovereenkomst. Reactie Het Programma gaat – in overeenstemming met de afspraken in de Bestuursovereenkomst – ervan uit dat compensatie plaatsvindt op het grondgebied van de gemeente waar de aantasting van natuurwaarden zich voordoet. Compensatie op het grondgebied van de andere gemeente kan alleen in nauw overleg met die andere gemeente. De Bestuursovereenkomst bood deze ruimte ook al, zodat geen sprake is van een afwijking van de afspraken in de Bestuursovereenkomst. Conclusie

27

Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER.

3.2.7 Zienswijze 104 en 147 Windcollectief Oss-Den Bosch B.V. 1. Opwekopgave Verzocht wordt voor het Osse grondgebied verder te kijken dan 2030. Dit biedt kansen voor meer opwek binnen de Duurzame Polder. Reactie Met de ontwikkeling van de plannen voor de Duurzame Polder realiseert de gemeente Oss haar restopgave die voortvloeit uit de RES 1.0. Het Programma richt zich daarmee op de uitwerking van de opwekdoelstelling richting 2030. De doelstellingen voor de periode na 2030 zijn op dit moment nog niet concreet uitgewerkt. Voor de opgave na 2030 moet nog worden verkend hoe (energiemix), waar (locaties) en wanneer (i.v.m. gevolgen voor klimaat) deze opgave wordt ingevuld. 2. Energieopbrengst In de energieopbrengstberekeningen is geen rekening gehouden met windsnelheidsdata op basis van LIDAR-gegevens. In de energieopbrengstberekeningen moet worden uitgegaan van een totaalverlies van energieproductie van 13,1%. Voor het halen van de restopgave is het noodzakelijk ook de ruimte binnen de 2 kilometer-zone aan te wenden. Reactie Naar aanleiding van een brief van het Windcollectief van 28 maart 2024 zijn de energieopbrengstberekeningen op de betrokken onderdelen aangepast. De resultaten van deze nieuwe berekeningen zijn neergelegd in een rapport van 28 augustus 2024.

Dit rapport is betrokken bij het opstellen van het ontwerp Programma, maar abusievelijk is nog het oude rapport als bijlage II bijgevoegd. Bij het definitieve Programma zal het juiste rapport worden bijgevoegd. 3. Maatschappelijk Verantwoord Alternatief (MVA) In het planMER ontbreekt een beoordeling van het MVA. Reactie In het MER is gekozen voor thematische varianten om beter inzicht te krijgen in de verschillende in het gebied aanwezige belangen. Dit inzicht geeft de mogelijkheid tot een betere integrale belangenafweging te komen. Het MVA is een interessant alternatief, maar bij het opstellen van dit alternatief zijn niet alle relevante belangen betrokken. Zo is geen rekening gehouden met de belangen van Defensie bij gebruik van de Duurzame Polder als laagvliegroute. Ook voldoet dit alternatief niet aan het uitgangspunt dat in de Duurzame Polder alleen plaats is voor de restopgave van Oss. Dit betekent dat een beoordeling van het MVA voor het Programma weinig meerwaarde heeft. Voor de volledigheid zijn de milieueffecten van het MVA beoordeeld en wordt het MVA expliciet meegenomen in het Programma. 4. Vergunningverlening 28

De in de Bestuursovereenkomst opgenomen afspraak dat de benodigde vergunning uiterlijk 1 januari 2025 worden verleend, is niet gehaald. Verzocht wordt om urgentie te geven aan spoedige vergunningverlening. Reactie De gemeenten zijn van mening dat zorgvuldig moet worden omgegaan met alle in het gebied aanwezige belangen. Dit heeft ertoe geleid dat een eerder gemaakte planning moest worden aangepast. De bij de Bestuursovereenkomst betrokken partijen zijn akkoord gegaan met het uitstel van deze deadline. De gemeenten spannen zich in om de besluitvorming over een omgevingsvergunning voor realisering van windturbines zoveel mogelijk te stroomlijnen. 5. (Natuur)compensatie Verzocht wordt natuurcompensatie niet over gemeentegrenzen te verschuiven. Reactie Het Programma gaat – in overeenstemming met de afspraken in de Bestuursovereenkomst – ervan uit dat compensatie plaatsvindt op het grondgebied van de gemeente waar de aantasting van natuurwaarden zich voordoet. Compensatie op het grondgebied van de andere gemeente kan alleen in nauw overleg met die andere gemeente. De Bestuursovereenkomst bood deze ruimte ook al, zodat geen sprake is van een afwijking van de afspraken in de Bestuursovereenkomst. 6. 2-kilometergrens Er ontbreekt een goede onderbouwing waarom in Oss 2 kilometer wordt aangehouden tot woonkernen.

Reactie De afstandsnorm van 2 kilometer tot woonkernen is een basisbescherming voor het woon- en leefklimaat. Deze norm is bedoeld om inwoners van de kernen een waarborg te bieden dat zij binnen deze afstand geen windturbines hoeven te verwachten. Er is geen directe relatie met het geluidsniveau op de gevel van de woning. Het geluidsniveau op de gevel van een woning kan niet een-op-een worden vertaald naar een vaste afstand tot de windturbine, omdat dit niveau van vele factoren afhankelijk is (zoals type turbine, bebouwing in de omgeving, weersomstandigheden). De afstandsnorm is een aanvullende norm naast de (lokale) milieunormen. De gemeenteraad van Oss heeft bij het vaststellen van deze afstandsnorm een andere afweging gemaakt dan de gemeenteraad van 'sHertogenbosch. Dit rechtvaardigt dat hier verschillende afstandsnormen worden gehanteerd. 7. Eén Duurzame Polder Bij het bestaan van meerdere initiatiefnemers is er een risico dat de polder niet optimaal wordt ingericht. De huidige beschrijving is te vrijblijvend. Verzocht wordt de optimale invulling van het gebied duidelijker vast te leggen als eis. Reactie

29

In het Programma zijn randvoorwaarden opgenomen om een optimale inrichting van de Duurzame Polder te bevorderen. De gemeenten hebben geen aanknopingspunten dat wij initiatiefnemers met deze randvoorwaarden ongelijk zullen behandelen. Het Programma bindt de colleges die dit Programma vaststellen. Dit betekent dat de colleges in beginsel alleen bereid zijn af te wijken van het geldende omgevingsplan, als wordt voldaan aan de geformuleerde randvoorwaarden. Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER.

3.2.8 Zienswijze 12 en 145 Coöperatieve Vereniging Eijgen Polder Energie U.A. 1. Brede (coöperatieve) samenwerking Het ontwerp Programma borgt volgens indiener onvoldoende dat daadwerkelijk een brede (coöperatieve) samenwerking tot stand komt. Hiervoor moeten beide gemeenten samen overleg organiseren met alle partijen die naast de initiatiefnemers partij willen zijn. Reactie De gemeenten verwachten van de initiatiefnemer een uitgewerkt plan voor lokaal eigendom. Dit plan moet voldoen aan de uitgangspunten zoals genoemd in de paragrafen 4.1 en 4.2 van het Programma. De verantwoordelijkheid voor een brede (coöperatieve) samenwerking ligt primair bij de initiatiefnemer. De gemeenten waarderen het dat Eijgen Polder Energie bereid is hierbij een voortrekkersrol ter vervullen. 2. Wijze van lokaal (coöperatief) eigendom In het plan voor lokaal eigendom moet volgens indiener worden toegelicht hoe dit zich vertaalt in beoogde voordelen voor de brede gemeenschap (burgers en bedrijven). Reactie In de genoemde uitgangspunten is al opgenomen dat een deel van de winst wordt besteed aan de directe omgeving en dat een deel wordt afgedragen aan een duurzaamheidsfonds. Het is aan de initiatiefnemer hier verdere invulling aan te geven en te onderzoeken of het opzetten van een energiegemeenschap mogelijk is. 3.

Coöperatief mede-eigendom als voorwaarde De ambitie van de gemeente Oss moet verdergaan dan de aanpak bij Elzenburg-De Geer om maatschappelijke meerwaarde te bereiken. Coöperatief mede-eigendom van burgers en bedrijven moet bij vergunningverlening als voorwaarde worden gesteld. Reactie De aanpak bij Elzenburg-De Geer is als algemeen uitgangspunt genoemd. Dit doet niet af aan de mogelijkheid lokaal eigendom in dit geval anders in te vullen. In paragraaf 4.2 is verwezen naar de Beleidsnota Financiële Participatie en is coöperatief mede-eigendom expliciet genoemd. De beleidsnota biedt alle ruimte voor breed lokaal eigendom, inclusief coöperatief mede-eigendom. De gemeenten volgen de indiener daarom niet in de stelling dat het Programma de kansen die coöperatief mede-eigendom biedt, verspeelt. 30

Bij ons besluit over de verlening van een vergunning zullen de gemeenten beoordelen of wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de Beleidsnota Financiële Participatie. De gemeenten zien geen aanleiding aanvullend hierop coöperatief mede-eigendom van burgers en bedrijven voor te schrijven. 4. Inzet Essent-gelden De inzet van Essent-gelden aan de Bossche kant is, zo stelt indiener, onmisbaar om lokaal eigendom te faciliteren, bijvoorbeeld als dit (deels) via een deelnemende coöperatie wordt ingezet. Reactie In het vervolgtraject zal worden beoordeeld of vrijkomende gemeentelijke Essent-gelden worden ingezet om het aandeel lokaal eigendom in de Duurzame Polder te vergroten. 5. Financieel haalbaar project De beperking door Oss tot de restopgave geeft volgens indiener onzekerheid en risico op een niet rendabel project. Reactie Met de ontwikkeling van de plannen voor de Duurzame Polder realiseert de gemeente Oss haar restopgave die voortvloeit uit de RES 1.0. Het Programma richt zich daarmee op de uitwerking van de opwekdoelstelling richting 2030. De doelstellingen voor de periode na 2030 zijn op dit moment nog niet concreet uitgewerkt. Voor de opgave na 2030 moet nog worden verkend hoe (energiemix), waar (locaties) en wanneer (i.v.m. gevolgen voor klimaat) deze opgave wordt ingevuld.

Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER.

3.2.9 Zienswijze 95 en 158 Vereniging Behoud Lithse Polder 1. Unierecht (SMB-richtlijn) Het maken en toepassen van eigen normen voor windturbines is niet toegestaan, omdat dit een ongeoorloofde ontwijking van de SMB-richtlijn is. Voor de afspraken binnen de RES-regio is ten onrechte geen MER opgesteld. Reactie In het Programma worden geen eigen, lokale normen voor windturbines vastgelegd. Overigens is er geen MER noodzakelijk om op lokaal niveau normen voor geluid, slagschaduw, lichtschittering en (externe) veiligheid van windturbines vast te leggen. Dat is met de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 niet anders geworden (zie overweging 18.1 van de uitspraak van de Raad van State van 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4038). De afspraken binnen de RES-regio zijn niet MER-plichtig. 2. Rijksbeleid

31

In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma staat dat windturbines zoveel mogelijk op zee moeten worden geplaatst. Het gemeentelijke beleid is hiermee onverenigbaar. Reactie De ontwikkeling van dit windpark op land is niet tegenstrijdig met de ontwikkeling van grootschalige windparken op zee. Deze vullen elkaar aan om de energiedoelstelling voor 2030 te halen. We hebben beide ontwikkelingen nodig om aan onze energievraag te kunnen voldoen. De opwek alleen op zee is niet afdoende om aan de energievraag in de toekomst te kunnen voldoen. 3. Bevoegdheid gemeenteraad De inhoud van diverse onderwerpen betreffen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. De gemeenteraad is onvoldoende in het traject betrokken. Reactie De vaststelling van een Programma is de bevoegdheid van het college (artikel 3.4 van de Omgevingswet). De gemeenteraad hoeft niet om instemming te worden gevraagd. Niettemin zullen de gemeenteraden, vooruitlopend op de vaststelling van het Programma, om instemming van het VKA (en Ontwikkelperspectieven in ’sHertogenbosch) worden gevraagd. Het Programma is daarnaast opgesteld binnen de geldende bestuurlijke kaders. De onderliggende besluiten van de raden van 6 oktober 2020 en 28 januari 2021, waarbij de Duurzame Polder is aangewezen als geschikte locatie voor het grootschalig opwekken van duurzame energie, zijn democratisch tot stand gekomen. 4.

Vooringenomenheid De stukken geven bij herhaling blijk van een zekere vorm van vooringenomenheid. Er wordt blind gevaren op het oordeel van een enkele deskundige. Reactie De gemeenten betreuren dat indiener deze mening is toegedaan. Van vooringenomenheid is geen sprake. De gemeenten hebben geen redenen te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de ontvangen deskundigenrapporten. 5. Tekortkomingen ontwerp-Programma Het vereiste wettelijke kader ontbreekt. Het Programma lijkt voor de gemeente Oss gebaseerd op oude bestemmingsplannen. De restopgave wordt niet berekend maar er wordt volstaan met een aanname. Buurgemeenten en –provincies worden niet in beschouwing genomen. Gezondheid en veiligheid worden niet vertaald naar adequaat onderzoek. Het Programma komt niet overeen met de raadsbesluiten en geeft garanties die onmogelijk zijn te stellen. Bij verschillende conclusies ontbreekt de onderbouwing. Milieuaspecten zoals laagfrequent geluid, fijnstofemissie, gifstofverspreiding en magnetische flux blijven onbesproken. De behandeling van het NNN gaat voorbij aan het bevoegd gezag, de provincie. De colleges zijn niet bevoegd afwegingen te maken rondom het laagvlieggebied. Bij de beoordelingscriteria ontbreken eisen die aan het projectMER moeten worden gesteld. De doelstellingen voor wind-op-land zijn behaald, maar daar

32

wordt niets over vermeld. De weergave van het participatieproces komt niet overeen met de realiteit. Reactie Het Programma Duurzame Polder is een vrijwillig Programma, zoals bedoeld in artikel 3.5 van de Omgevingswet. Het wettelijke kader wordt opgenomen in de besluiten tot vaststelling van het Programma. Het Programma bevat een uitwerking van het te voeren beleid en geeft aan onder welke voorwaarden de colleges bereid zijn medewerking te verlenen aan een afwijking van de geldende omgevingsplannen voor de realisering van windturbines in de Duurzame Polder. Voor vaststelling van dit Programma hoeven omgevingsplannen niet vernieuwd te zijn. De restopgave is het resterende deel van de Opwekdoelstelling Oss. Deze restopgave is niet opnieuw berekend, er is aangesloten bij de restopgave zoals opgenomen in het raadsbesluit van 28 januari 2021. Buurgemeenten en –provincies zijn op de hoogte van deze restopgave. In het planMER is uitgebreid aandacht besteed aan gezondheidseffecten en veiligheid. Deze effecten (waaronder ook laagfrequent geluid, fijnstofemissie, gifstofverspreiding en magnetische flux) zullen in de vergunningenfase gedetailleerd aan de orde komen. Het Programma geeft invulling aan de raadsbesluiten en bevat geen garanties, alleen zoekgebieden voor windturbines en randvoorwaarden voor het vervolgtraject.

Bij het opstellen van de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) voor het projectMER zal worden beoordeeld welke eisen aan het projectMER moeten worden gesteld. Over deze notitie kan indiener eventuele zienswijzen kenbaar maken. In paragraaf 3.5.1 van het ontwerp-Programma is onderkend dat het provinciebestuur bevoegd gezag is voor het NNN. Het belang van Defensie bij gebruik van de Duurzame Polder voor laagvliegroutes is betrokken bij de belangenafweging. Het besluit tot vaststelling van het Programma houdt geen besluit in tot wijziging van de laagvliegroutes. Wat betreft participatie, wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1 van deze zienswijzennota. Wat betreft de energiedoelstelling, wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. 6. Tekortkomingen planMER Het planMER bevat verschillende tekortkomingen. Reactie De gemeenten zijn van mening dat het planMER de wettelijk voorgeschreven en voor het Programma benodigde milieuinformatie bevat. De gemeenten hebben geen redenen te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de uitgevoerde onderzoeken. Uit de aard van het Programma volgt dat een deel van het onderzoek pas in de vergunningsfase kan worden uitgevoerd. Dan is bekend op welke locaties windturbines en molenaarswoningen zijn voorzien. Voor de te hanteren normen is zoveel mogelijk aangesloten bij de landelijke normen.

Voor geluidhinder, slagschaduw, externe veiligheidsrisico's en lichtschittering zullen de gemeenten later op de lokale situatie toegesneden normen vaststellen, zolang er geen nieuwe landelijke normen gelden. 7. Woongenot wordt ingrijpend aangetast. Hoe worden waardevermindering van de woning en financiële participatie geregeld? Het woongenot zal worden aangetast door de obstakelverlichting en doordat het natuurgebied zal veranderen in een industriepark.

33

Reactie Voor eventuele waardevermindering geldt de standaardregeling voor nadeelcompensatie (planschade). Het Programma staat nog geen realisering van windturbines toe. Dit gebeurt pas bij de verlening van de omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan. Een verzoek tot nadeelcompensatie kan bij de gemeente worden ingediend. Voor financiële participatie geldt in Oss de Beleidsnota Financiële Participatie. Deze beleidsnota hanteert onder meer als uitgangspunt dat de hele gemeenschap kan meeprofiteren van de energieopwekking en dat een deel van de winst wordt besteed aan de directe omgeving (zie ook paragraaf 4.1.2 van het Programma). Obstakelverlichting heeft tot doel te voorkomen dat een luchtvaartuig tegen een windturbine kan vliegen. In de vergunningsfase zal in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport worden beoordeeld of het gebruik van naderingsdetectie mogelijk is om de hinder van de obstakelverlichting te beperken. In de vergunningsfase zal ook worden beoordeeld of realisering van de windturbines zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woongenot. Deze beoordeling is nu nog niet mogelijk omdat de daadwerkelijke locatie van de windturbines nog niet bekend is. 8. Er wordt schade aan de natuur toegebracht. Realisering van windturbines kan effecten hebben op natuurwaarden.

Eventuele schade moet worden gemitigeerd en volgens de wettelijke eisen worden gecompenseerd (zie ook de paragrafen 3.7 en 4.4 van het Programma). 9. Unieke locatie voor weide- en andere broedvogels komt in gevaar. Broedgebieden kunnen niet worden verplaatst. Reactie De gemeenten vinden de bescherming van weidevogels en andere broedvogels belangrijk. Dit blijkt ook uit de randvoorwaarden die de gemeenten in paragraaf 4.4 van het Programma hebben opgenomen. Een verplaatsing van broedgebieden is niet onmogelijk, maar zal wel zorgvuldig moeten plaatsvinden. 10. Vernietiging van insecten, grote vogels en vleermuizen door wiekslag. Windturbines leiden tot aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen. Reactie Windturbines kunnen inderdaad aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen veroorzaken. Dit aspect wordt meegenomen bij de beoordeling of de daadwerkelijke locatie van de windturbines aanvaardbaar is. 11. Gevaar voor de gezondheid van mens en dier in een wijde omgeving. Windturbines leiden tot geluidhinder, trillingshinder, schaduwhinder, gevaar van straling, vervuiling door fijnstof en chemische stoffen (BPA) en tot broeikaseffect (SF6). Daarnaast is de obstakelverlichting zeer storend. Reactie Het planMER bevestigt dat windturbines invloed kunnen hebben op de leefomgeving door onder andere geluidhinder, het vormen van slagschaduw, verhoogd veiligheidsrisico 34

en het knipperen van verlichting. Dit belang is bij het opstellen van het Programma meegenomen en zal ook weer worden meegenomen bij een besluit om af te wijken van het omgevingsplan (BOPA). De gemeenten hanteren bij de vergunningverlening de geldende landelijke normen (zie ook paragraaf 4.3 van het Programma). Voor geluidhinder, schaduwhinder en veiligheidsrisico's en lichtschittering zullen de gemeenten lokale normen hanteren zolang er geen nieuwe landelijke normen zijn. De lokale normen worden in een latere fase vastgelegd. 12. Risicoanalyse is niet of zeer onzorgvuldig uitgevoerd. Het project kan geen doorgang vinden, omdat de risicoanalyse niet is gebaseerd op wetenschappelijke rapporten. Reactie Bij het opstellen van het ontwerp-Programma zijn de gemeenten uitgegaan van de beschikbare algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten. De gemeenten hebben geen redenen te twijfelen aan de beschikbare informatie en inzichten. 13. Stikstofdepositie (Aerius-berekening) De bouw van het windpark leidt tot te veel stikstofdepositie. Reactie De stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden zijn in het planMER en in de passende beoordeling onderzocht. Hieruit blijkt stikstofeffecten alleen in de realisatiefase te verwachten zijn. Er is ook aandacht besteed aan eventuele mitigerende maatregelen.

Uit dit onderzoek volgt niet dat stikstof een onoverkomelijke belemmering zal vormen voor realisering van het windpark. 14. Geen participatie toegepast bij de besluitvorming. Er is geen actieve betrokkenheid gezocht. De inwonersvereniging en andere organisaties die zijn betrokken in het proces, hebben geen echte participatie ervaren. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1 van deze zienswijzennota. 15. Alternatieven voor windenergie onvoldoende onderzocht (nut en noodzaak) Er is geen onderzoek gedaan naar alternatieven voor de restopgave. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1 van deze zienswijzennota. De vereniging heeft daarnaast diverse detailopmerkingen gemaakt. Een groot deel van deze opmerkingen is ook ingediend door een particulier. Voor beantwoording van die punten, wordt verwezen naar paragraaf 3.3.24. Diverse andere detailopmerkingen die alleen in deze zienswijze zijn ingediend, over bijvoorbeeld de RES opgave, gehanteerde geluidsnorm en beschrijving van de uitgangspunten in gemeente Oss,

35

hebben geen belang voor de strategische afwegingen die in het planMER en het Programma worden genoemd en zullen in de fase van vergunningverlening aan de orde komen. Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER.

3.2.10 Zienswijze 110 en 146 Gebiedsontwikkeling ‘s-Hertogenbosch-oost Beheer B.V e.a. Gebiedsvisie Indieners benadrukken dat hun gronden één van de laatste locaties betreffen binnen de gemeente 'sHertogenbosch die kansrijke mogelijkheden biedt tot stedelijke uitbreiding. In dit verband hebben zij (als eigenaren van die percelen) recent een gebiedsvisie voor woningbouw opgesteld. Hieruit volgt volgens indieners een woningbouwpotentieel van ca. 1.650 woningen (een deel van de percelen) tot maximaal 5.500 woningen als alle percelen van de eigenaren worden benut. Reactie De gebiedsvisie die de indieners hebben opgesteld past niet in het beleid van de gemeente, waarin geen woningbouw wordt voorzien in het gebied waar de eigendommen van indieners liggen. Er wordt ook verwezen naar het antwoord onder het kopje ‘Geen ruimte voor woningbouw’. Reactie op communicatie Indieners constateren dat de gemeente 's-Hertogenbosch nooit inhoudelijk heeft gereageerd op brieven, zienswijzen en andere communicatievormen waarin indieners hun ontwikkelvisie kenbaar hebben gemaakt. Dit is voor indieners, ook gezien de noodzaak tot woningbouw, onbegrijpelijk. Reactie Dat is onjuist. Dat wordt hieronder toegelicht.

Op 11 mei 2023 is vanuit de gemeente aan Brabant Wonen een e-mail gestuurd waarin de (on)mogelijkheden ten aanzien van woningbouw in de Duurzame Polder zijn geschetst, naar aanleiding van een vraag van Brabant Wonen van 8 mei 2023. Een passage uit deze e-mail: “Gelet op de bestuurlijke kaders uit het Bestuursakkoord 2022-2026 van ’s-Hertogenbosch (mei 2022) en het concept koersdeel van de Omgevingsvisie (juli 2022), die van na deze datum (2020) zijn, zal in het ontwerpend onderzoek (t.b.v. de Duurzame Polder) geen scenario over woningbouwontwikkeling (zo ook niet t.b.v. (flex)woningen) worden opgenomen. Een dergelijk scenario is niet verenigbaar met deze bestuurlijke kaders, omdat deze zich nadrukkelijk richten op hoofdzakelijk binnenstedelijk bouwen” Op 11 maart 2024 heeft een online-gesprek plaatsgevonden met Brabant Wonen en de gemeente ’sHertogenbosch. Daarin is duidelijk gemaakt dat woningbouw op de locaties bij de Grintweg niet past in het bestaande beleid van de gemeente 's-Hertogenbosch en dat het project Duurzame Polder ideeën over toekomstige woningbouw op deze locaties niet meeneemt als belemmering voor het aangeven van plaatsingszones voor windturbines (het Voorkeursalternatief). Conclusie van Brabants Wonen was dat de “waarde van de strategische gronden afgewaardeerd moeten worden” en dit zou bespreken met collega's. Voorbereiding en afstemming Programma 36

Indieners stellen dat de voorbereiding en afstemming van het ontwerp Programma gebrekkig heeft plaatsgevonden. Indieners hebben al lang geleden aan de gemeente hun ontwikkelvisie kenbaar gemaakt. Deze is dan ook bekend bij de gemeente. Kennis over deze visie volgt echter niet uit het ontwerp Programma. Dit getuigt volgens indieners van een gebrekkige feitenvergaring en als gevolg daarvan een onjuiste belangenafweging bij de totstandkoming van het ontwerp Programma. Reactie De wensen en belangen van deze eigenaren/partijen waren bekend. Zoals hierboven benoemd, heeft met indieners afstemming plaatsgevonden; er heeft naar aanleiding van een brief van indieners, een ambtelijk gesprek plaatsgevonden (2024). Ook zijn in het proces van het ontwerpend onderzoek brieven gestuurd naar alle eigenaren in het gebied (juni 2023). Eigenaren hadden de kans om reacties te geven online of andersoortig. Daarnaast is met vaste regelmaat via de digitale nieuwsbrief gecommuniceerd met belanghebbenden. De voorbereiding en afstemming van het ontwerp Programma was gelet op bovenstaande zorgvuldig. Negeren Bestuursovereenkomst en motie en meewegen belangen Indieners stellen dat de gemeente 's-Hertogenbosch de Bestuursovereenkomst Duurzame Polder heeft genegeerd.

Hierin is namelijk opgenomen dat partijen de ambitie voor een integrale afweging onderschrijven, waarbij koppelkansen worden benut, zoals voor wonen. Reactie De stelling van indieners is onjuist, de Bestuursovereenkomst is niet genegeerd. Juist de passage waar indieners op wijzen, is de directe aanleiding geweest voor het ontwerp Programma, zodat de ontwikkeling meer is dan alleen de ontwikkeling van windmolens en een inpassing daarvan. Het Programma richt zich op een integrale gebiedsontwikkeling, leidend tot kwalitatieve meerwaarde en een impuls voor het gebied als geheel. Er is bijvoorbeeld ook gekeken naar kansen voor recreatieve ontwikkelingen en ecologie. In het ontwerpproces (ontwerpend onderzoek) dat heeft geleid tot het Programma is vanuit integraal perspectief onderzocht welke kansen er liggen om tot een kwalitatieve versterking van het gebied te komen rondom verschillende thema’s. Gekoppeld aan de realisatie van windmolens dient een kwaliteitsimpuls plaats te vinden. Door die kwaliteitsimpuls te richten op de in het Programma benoemde investeringskansen en gebiedsmaatregelen, wordt de grootste meerwaarde voor de Duurzame Polder als geheel bereikt.

Negeren motie gemeenteraad Verder stellen indieners dat een op 6 oktober 2020 door de gemeenteraad aangenomen motie, om bij de uitwerking van scenario’s voor Duurzame Polder de mogelijkheid van toekomstige woningbouw te betrekken, is genegeerd. Reactie De stelling van indieners is onjuist, de motie van de gemeenteraad is niet genegeerd. Er wordt verwezen naar de veegbrief moties van 25 april 2023, waarin de motie door het college is beschouwd en afgedaan (pagina 4 en 5). Onzorgvuldig wegens toekomstige woningbouw Indieners vinden de handelswijze van de gemeente 's-Hertogenbosch onzorgvuldig. In het ontwerp Programma wordt niet gesproken over de mogelijkheden voor toekomstige woningbouw op de

37

percelen van indieners. Dit is volgens indieners in strijd met artikel 2 lid 3 van de Bestuursovereenkomst en de voornoemde motie. Ten onrechte wordt volgens indieners in hoofdstuk 3 van het ontwerp Programma gesteld dat alle betrokken belangen zijn afgewogen bij de keuze voor het VKA. De belangen van indieners als eigenaar van de percelen zijn niet kenbaar meegewogen. Reactie De belangen van de indieners / eigenaren zijn wel meegewogen. Eerder is echter al de keuze gemaakt in dit gedeelte van de Duurzame Polder geen ruimte te bieden voor grootschalige woningbouw. Zie ook het antwoord onder het bovenstaande kopje Voorbereiding en afstemming Programma. Er is dan ook geen sprake van een onzorgvuldige handelswijze of strijd met de Bestuursovereenkomst of de motie. Naar aanleiding van deze zienswijze, is in het Programma een extra passage toegevoegd in paragraaf 2.1.3 (Wonen en recreatieve beleving, kopje uitgangspunten voor toekomstige ontwikkelingen) waarin dit is verduidelijkt. Geen ruimte voor woningbouw Het ontwerp Programma heeft volgens indieners negatieve gevolgen voor hen. Met de komst van het windpark wordt woningbouw op de percelen van indieners onmogelijk gemaakt.

Omdat de percelen van indieners binnen de 1 kilometer-zonering liggen die wordt aangehouden vanaf bestaande woonkernen of zelfs binnen het VKA, kan op de percelen van indieners niet zomaar meer worden voldaan aan de regels met betrekking tot onder meer geluidhinder, slagschaduw en lichthinder als gevolg van de windturbines. Reactie Het is een bewuste keuze om het gebied aan te wijzen voor grootschalige opwek van windenergie en niet voor woningbouw. De gemeenteraden hebben ervoor gekozen om in Duurzame Polder realisatie van windturbines mogelijk te maken. Door deze keuze, is er geen ruimte voor woningbouwontwikkeling in de polder (inclusief de randen van de polder (de 1 km-zone tot de bebouwde kom). Ook in lijn met de bestuurlijke kaders uit het Bestuursakkoord 2022-2026 van ’s-Hertogenbosch en de ontwerp Omgevingsvisie (januari 2024) is geen woningbouwontwikkeling op de gronden ten westen van de Grintweg voorzien. Een dergelijk scenario is niet verenigbaar met deze bestuurlijke kaders, omdat deze zich nadrukkelijk richten op hoofdzakelijk binnenstedelijk bouwen en ruimte voor energieopwekking in de polder. In de ontwerp Omgevingsvisie heeft een integrale afweging van belangen plaatsgevonden. Woningbouw is inderdaad een van de belangen. De gemeente ’s-Hertogenbosch gaat zorgvuldig om met nieuwe ontwikkelingen.

Een belangrijke basis voor het maken van afwegingen vormt Podium ’sHertogenbosch, waarin de landschappelijke onderlegger de basis is. Belangrijk uitgangspunt is het principe ‘Bodem, water en cultuurhistorie sturend', waarbij de gemeenten in beginsel geen ruimte voor uitleglocaties meer zien op de lagergelegen (klei)gronden. Ruimte voor woningbouw ziet de gemeente 's-Hertogenbosch op de hoger gelegen zandgronden. Compact, nabij en meervoudig zijn hierbij de belangrijke principes. Dit betekent dat het accent voor woningbouw vooral ligt bij verdichting in bestaand stedelijk gebied en op locaties die goed ontsloten (kunnen) worden met het openbaar vervoer. In de ontwikkellijn bouwen voor generaties heeft de gemeente de ambities 38

beschreven en geduid, waarbij de gemeente inzet op (hoog)stedelijke woonvormen en het beter benutten van bestaande woongebieden. Voor de kernen op de zandgronden en de locatie de Bunders wordt met de aanduiding landschappelijk wonen ruimte geboden voor woningbouw. Ruimte voor zogenaamde uitleglocaties wordt niet geboden, uitzondering hierop vormt het zoekgebied extra woonopgave Bandstad, ten oosten van Nuland. Dit zoekgebied sluit aan op het principe Bodem, water en cultuurhistorie sturend, ligt op de hoger gelegen zandgronden en nabij openbaar vervoer (spoor). Dit zoekgebied biedt ruimte voor een extra woonopgave (3.000 tot 5.000 woningen) in het kader van Bandstad boven op de autonome groei (huidige opgave plus de NOVEX-afspraken) en past niet meer binnen de ruimte in het bestaand stedelijk gebied, De Groote Wielen en de kleinschalige uitbreidingslocaties. Het toestaan van nieuwe woningbouwwijken ten westen van de Grintweg perkt bovendien de mogelijkheden voor het realiseren van windturbines ten oosten van Grintweg in. Het behalen van de woningbouwopgave komt daarmee niet in het gevaar. In binnenstedelijk gebied, en in combinatie met de nog af te ronden, forse woningbouwontwikkeling in de Groote Wielen, zijn nog veel mogelijkheden voor woningbouw. De keuze is gemaakt om energieopwek boven woningbouw in dit gebied te laten prevaleren.

Geen 2 km afstand in 's-Hertogenbosch De gemeenten hebben volgens indieners niet onderzocht welke mogelijkheden bestaan om het windpark te situeren, uitgaande van een afstand 2 km vanaf de woonkernen in de gemeente 'sHertogenbosch. Indieners hebben hier wel eerder om verzocht, zodat uitbreidingsmogelijkheden op hun percelen mogelijk blijven. Dit zou in strijd zijn met de zorgvuldigheid die bij het opstellen van het ontwerp Programma in acht moet worden genomen. Reactie Dat is niet onderzocht, omdat met het aanhouden van een 2 km-grens, er onvoldoende ruimte overblijft voor het realiseren van de windturbines. Dit is overigens in 2024 wel onderzocht in een notitie op verzoek van een rapport van de rekenkamer. Er wordt verwezen naar pagina 8 van de Raadsinformatiebrief voortgang Duurzame Polder van 2 juni 2024 en de daarbij opgenomen bijlage. Hieruit blijkt dat het aanhouden van een 2 km-grens de mogelijkheden voor energieopwek te veel inperkt. Ontwikkelperspectief Stadsrand ‘s-Hertogenbosch In het ontwerp Programma wordt in hoofdstuk 2 en 5 bij het deelgebied 'Stadsrand 'sHertogenbosch', waar de percelen van indieners liggen, niets gezegd over (nieuwe) woonfuncties in dit deelgebied. In het Bestuursakkoord van de gemeente wordt gesproken over een klimaatbos.

De indieners zijn niet betrokken geweest bij het invullen van de ontwikkelperspectieven voor het deelgebied Stadsrand 's-Hertogenbosch. De medewerking van indieners is wel noodzakelijk, omdat de gronden in dit deelgebied grotendeels in eigendom zijn van indieners. De voorgestelde maatregelen zijn daarmee een lege huls, aldus indieners. Verder is het voor indieners onduidelijk hoe er een bomenrij kan worden gerealiseerd die hoog genoeg is om windturbines met een tiphoogte van circa 190 tot 260 meter te maskeren. Reactie Het ontwerp Programma is los van eigendommen opgesteld. De daadwerkelijke uitwerking van de genoemde ambities dient in een vervolgfase met eigenaren opgepakt te worden. Het is de wens om 39

de geschetste ambities in dit gebied te verwezenlijken. Dit kan worden gekoppeld aan initiatieven voor de windturbines. Er dient een kwaliteitsimpuls gerealiseerd te worden. Het Programma benoemt hiervoor diverse mogelijkheden, waaruit de realiserende partijen voor de windturbines kunnen putten. De gemeenten hopen erop dat de grondeigenaren willen meewerken aan de genoemde inrichting/ambities in dit gebied en vragen indieners om hierover in gesprek te gaan. Zoals ook in het ontwerp Programma is aangegeven, is het niet realistisch om te denken dat nieuwe bomen het zicht op turbines van deze hoogte volledig weg kunnen nemen. Participatie en Omgevingsbesluit In hoofdstuk 7 van het ontwerp Programma wordt gesteld dat alle belanghebbenden in het plangebied vroegtijdig zijn betrokken bij de publieksparticipatie, waardoor voldaan zou zijn aan het participatievereiste uit de Omgevingswet. Indieners zijn het oneens met deze passages. Er is volgens hen geen oog geweest voor hun belangen of bezwaren. Er is door indieners veel inspanning geleverd om de belangen kenbaar te maken. Ook is per brief nog expliciet verzocht om een aanvullende vorm van participatie. Hierop zijn geen reacties gekomen. Op geen enkel moment, en dus ook niet in de participatie, heeft de gemeente de belangen meegewogen, wat ook blijkt uit de onuitvoerbare plannen voor het deelgebied De Stadsrand.

De stelling in hoofdstuk 7 van het ontwerp Programma dat maatschappelijke organisaties vanaf een vroeg stadium zijn betrokken bij de totstandkoming van het ontwerp Programma is volgens indieners onjuist. Zij zijn niet betrokken geweest en daarom is er volgens hen strijd met artikel 10.8 lid 1 van het Omgevingsbesluit. Reactie Zie de antwoorden onder het bovenstaande kopje Voorbereiding en Afstemming Programma. Gelet daarop kan worden geconcludeerd, dat er geen strijd is met het door indieners genoemde wetsartikel. Toetsing ander beleid en ontwerp Omgevingsvisie Indieners stellen dat in het ontwerp Programma niet expliciet getoetst is aan ander relevant beleid, zoals de provinciale en nationale omgevingsvisie. Zo volgt uit de omgevingsvisie van de provincie dat windenergieprojecten op land slechts beleidsmatig door de provincie worden ondersteund, indien deze breed gedragen zijn en hiervoor ook draagvlak bestaat. Daarbij is in de Provinciale Omgevingsvisie overwogen dat de situering van windturbines binnen Brabantse natuurgebieden uitgesloten is, tenzij deze de natuurwaarden versterken. Zoals onder meer uit het MER volgt, is van een verbetering van de natuurwaarden geen sprake. Indieners vinden het ontwerp Programma op dit punt in strijd met de Provinciale Omgevingsvisie en dit is niet meegewogen.

Verder constateren indieners dat het Programma in strijd is met de ontwerp-omgevingsvisie van de gemeente 's-Hertogenbosch. Zo volgt bijvoorbeeld uit de ontwerp -omgevingsvisie dat de open- en weidsheid van Rosmalense en Nulandse polder een kwaliteit is die beschermd moet worden. Daarbij dienen nieuwe ontwikkelingen altijd bij te dragen aan behoud of opbouw van het oude cultuurlandschap. Indieners zien niet hoe zich dit verhoudt tot een grootschalig windpark in de Duurzame Polder.

40

Verder is niet overwogen hoe het Programma zich verhoudt tot het uitvoerige gemeentelijke, provinciale en nationale woningbouwbeleid met betrekking tot de regio ’s-Hertogenbosch. Dit getuigt van een gebrekkige voorbereiding van het Programma, aldus indieners. Reactie In paragraaf 1.1 en 3.1.3 van het Programma is ingegaan op de relevante nationale en provinciale uitgangspunten. Het Programma is in overeenstemming met provinciaal beleid. De plaatsing van windturbines kan weliswaar negatieve effecten hebben op de natuur, maar de opgenomen ambities in de Ontwikkelperspectieven kunnen bij realisatie leiden tot verbetering/versterking van natuurwaarden. Zie verder paragraaf 3.1.9 van deze zienswijzennota. Er is geen strijd met de ontwerp Omgevingsvisie. Op p. 127 van de ontwerp Omgevingsvisie staat bij de uitwerking van het deelgebied ‘dorpen en Bossche buitens’: “We wekken duurzame energie op en transformeren de Rosmalense en Nulandse polder naar de Duurzame Polder.” Dit uitgangspunt is opgenomen in de ontwikkellijn Vorstelijk Verbinden. In de ontwerp Omgevingsvisie is verder in de ontwikkellijn Welvarend welzijn het gebied aangeduid als landelijk productielandschap. De agrarische sector blijft een hoofdgebruiker en -beheerder van het landelijk gebied. De landbouw krijgt te maken met de transitieopgave om te produceren in evenwicht met de natuurlijke omgeving.

Bij het bieden van ruimte voor de transitie is het van belang dat de gemeenten kijken naar het huidige gebruik, naar het onderliggende water- en bodemsysteem en naar de rol die de sector kan nemen om de doelen op het gebied van natuur, water (berging en vasthouden), innovatie en circulariteit, duurzame energie en klimaatadaptatie te halen. Dit kan een nieuw economisch perspectief bieden. Het grootschalige kleipolderlandschap, waaronder de Rosmalense en Nulandse polder, kent vooral agrarisch gebruik. De open- en weidsheid van dit productielandschap is een kwaliteit die beschermd moet worden in het Bossche buitengebied. De kleipolders blijven primair grootschalig agrarisch gebied, dat ruimte biedt voor extensivering en een innovatieve duurzame en hoogproductieve landbouw. Het landelijk productielandschap wordt hier steeds efficiënter en herbergt op termijn grootschalige precisielandbouw, die kringlopen sluit die passen binnen het bodem- en watersysteem. De geleidelijke transformatie van de landbouw heeft de potentie om het monotone polderlandschap om te vormen naar een gedifferentieerd landschap. Met ruimte voor het toepassen van brede wateren moerasstroken om het ommeland groenblauw te dooraderen, en ruimte voor de ontwikkeling van natte natuur en klimaatadaptatie. De maat en schaal van dit landschap lenen zich voor grootschalige opwek van hernieuwbare energie.

Het gemeentelijk, provinciaal en landelijk woningbouwbeleid is relevant voor en afgewogen in de ontwerp Omgevingsvisie. Dit beleid heeft geen consequenties voor dit Programma. Verschil in afstandsnormen en relatie met RES 1.0 De gemeente Oss gaat uit van een afstand van twee kilometer tot de woonkernen, terwijl de gemeente 's-Hertogenbosch slechts een zonering van één kilometer handhaaft. Indieners kunnen dit onderscheid niet volgen. Het is voor hen ook onbegrijpelijk waarom de gemeente 's-Hertogenbosch er zelfstandig voor kiest om zichzelf nog strengere verplichtingen op te leggen dan de strenge verplichtingen zoals vastgesteld in de RES 1.0. Reactie: Zie paragrafen 3.1.1 en 3.1.2 van deze zienswijzennota. Onderscheid in energiebehoefte en inpassen van 16 turbines 41

Indieners menen dat de gemeente 's-Hertogenbosch ten onrechte vast blijft houden aan het aantal van zestien windturbines zonder een concrete koppeling te maken aan de restopgaven op grond van de RES 1.0, in tegenstelling tot de gemeente Oss. Dit terwijl het aandeel aan grondoppervlak van de gemeente 's-Hertogenbosch binnen het plangebied veel te beperkt is om deze opwekdoelstellingen te kunnen halen op een ruimtelijk in te passen wijze, aldus indieners. Reactie: Zie paragrafen 3.1.2 en 3.1.21 van deze zienswijzennota. Negatieve effecten windturbines Indieners vinden windturbines destructief voor álle nabije kwetsbare functies, zoals de gemeente ook in het Programma erkent. Deze effecten zijn volgens indieners niet nodig als slechts bij de opwekdoelstellingen uit de RES 1.0 wordt gebleven, en als op andere, minder ingrijpende vormen van hernieuwbare energieopwekking wordt ingezet (zoals zonne-energie). Indieners stellen daarbij ook dat negatieve effecten op milieuaspecten worden weggeschreven met de overweging dat de effecten nader in de projectfase dienen te worden onderzocht. Echter, dit is volgens indieners de omgekeerde wereld. De haalbaarheid hiervan dient vooraf onderzocht te worden. Reactie Zie paragrafen 3.1.2 en 3.1.5 van deze zienswijzennota. Aanvullend daarop: windturbines kunnen negatieve milieueffecten hebben.

Dit blijkt ook uit de milieueffecten zoals beschreven in Plan-MER. In de vergunningenfase zal getoetst worden aan de wet -en regelgeving en aan de kaders zoals opgenomen in het Programma. De negatieve effecten worden niet weggeschreven. De milieueffecten op Plan-MER niveau zijn inzichtelijk gemaakt en voldoende onderzocht. Het is juist dat in de vergunningenfase op Project-MER niveau de precieze milieueffecten nader in beeld gebracht moeten worden. De haalbaarheid is op hoofdlijnen onderzocht. Dit is te herleiden uit het Programma en het uitgevoerde planMER. Dat er aandachtspunten zijn die een nadere uitwerking behoeven in de vergunningenfase is inherent aan het gekozen proces om van een Programma met planMER op hoofdlijnen naar een concrete vergunningaanvraag met projectMER te gaan. Keuze vormen ongelijke en onevenredige last voor indieners De keuzes van de gemeente ’s-Hertogenbosch leiden tot een onevenredige en ongelijke last voor indieners. De windturbines worden in het VKA direct grenzend aan of zelfs op percelen van indieners gesitueerd. Hiermee komen álle ontwikkelmogelijkheden die indieners voor ogen hadden, te vervallen. De lusten in het kader van financiële participatie zijn niet aan indieners (als eigenaren) besteed.

Zij hebben hier dus geen voordeel bij en vinden dat zij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van de grondeigenaren aan de rand van het plangebied in de gemeente Oss. Indieners vinden dat de gemeenten gezamenlijke ruimtelijke inpassingseisen moet vaststellen, en dat de lokale belangen in kaart moeten zijn. Van een evenwichtige verdeling van de 'pijn' als gevolg van het windpark, is volgens indieners geen sprake. Reactie De keuze om windenergie in de Rosmalense / Duurzame Polder op te wekken is reeds door de gemeenteraad gemaakt. Op diverse momenten heeft zij hierover besloten, te weten in 2018, en op twee momenten in 2020, via de Visie energielandschap en het besluit in oktober 2020. Dit betekent inderdaad dat bepaalde gevoelige functies zoals woningbouwontwikkelingen, niet in dit gebied 42

gerealiseerd kunnen worden. Hiertoe zijn ook nooit beloftes gedaan of verwachtingen geschept. Het is al sinds 2018 duidelijk dat er onderzoek is gedaan naar de realisatie van windenergie in dit gebied (met dito besluit van de gemeenteraad in 2018). In het ontwerp Programma zijn ruimtelijke inpassingseisen gesteld en zijn de belangen zoveel mogelijk in kaart gebracht en afgewogen. Omdat de gebiedskenmerken verschillen, variëren ook de uitgangspunten voor inpassing in de deelgebieden. Bij het formuleren van inpassingseisen is dus gekeken naar de gebiedskenmerken en bestaande functies en waarden, niet naar grondeigendom. Dat de keuzes in het Programma mogelijk niet volledig tegemoetkomen aan de belangen van indieners, is niet in strijd met het gemeentelijk beleid. Beschermde natuurwaarden Indieners vinden dat de gemeente makkelijk voorbijgaat aan de verstoring van beschermde natuurwaarden als gevolg van het windpark en vinden dat de indruk gewekt wordt dat de windturbines eenvoudig ingepast kunnen worden in lijn met de wet- en regelgeving over natuur. Reactie De gemeenten wekken geenszins de suggestie dat dit makkelijk in te passen is. Er wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van het ontwerp Programma. In de project-MER/vergunningsfase zal nader worden onderzocht wat de daadwerkelijke effecten zijn voor de aanwezige natuurwaarden en omliggende beschermde gebieden van het windpark.

Indien negatieve effecten niet uitgesloten zijn, is het aan de initiatiefnemer om deze te mitigeren of te compenseren. Ganzen en smientengebied Indieners stellen dat niet is onderzocht of de verplaatsing van het ganzen en smientengebied haalbaar is, en dat de provincie bij een verplaatsingsbesluit, gebonden is aan haar eigen beleid. De gemeenten stellen volgens indieners dat de provincie in beginsel bereid is daartoe medewerking te verlenen, mits 'voldoende onderbouwd'. Maar de haalbaarheid van deze onderbouwing is niet nader onderzocht, waardoor de haalbaarheid van het windpark onzeker is. Reactie Initiatiefnemers zullen hierover nadere afspraken moeten maken met grondeigenaren, agrariërs en natuurorganisaties. Op dit moment lijken die stappen juridisch, financieel en feitelijk mogelijk. Natuurnetwerk Brabant Indieners stellen dat onduidelijk is of de Nee, tenzij toets haalbaar (juridisch of feitelijk) is. Daarbij geldt ook het criterium van een 'groot openbaar belang', waarbij indieners wijzen op de zelf door gemeente ingestelde versnelling van de RES 1.0. Reactie: Zie 3.2.12 van deze zienswijzennota, kopje Nee, tenzij principe. Vogels en vleermuizen Indieners stellen dat niet duidelijk is of aan de beoordelingsregels uit artikel 8.74j Besluit kwaliteit leefomgeving kan worden voldaan, voor wat betreft de effecten op vogels en vleermuizen.

Reactie Zie paragraaf 3.1.9 van deze zienswijzennota. Stikstofdepositie en Natura 2000-gebieden 43

Indieners stellen dat door de recente uitspraken van de Raad van State, de stellingname uit de Passende Beoordeling dat interne saldering in de voortoets vergunningvrij mogelijk is, met terugwerkende kracht onjuist is. Daarnaast is volgens indieners niet duidelijk of de stikstofdeposities tijdens de aanlegfase kunnen worden verlaagd dan wel worden gemitigeerd in de passende beoordeling ten behoeve van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor een Natura 2000activiteit. Hierdoor staat de uitvoerbaarheid van het ontwerp Programma niet vast, volgens indieners. Reactie Zie paragraaf 3.1.7 van deze zienswijzennota. Aanvullend daarop, bestrijden de gemeenten de stelling van indieners dat het allerminst duidelijk is dat stikstofdeposities tijdens de aanlegfase kunnen worden verlaagd. In de Passende Beoordeling zijn hierover de volgende conclusies opgenomen: “Er zijn voldoende mogelijkheden voor mitigerende maatregelen om significante effecten op zowel vogels als stikstofgevoelige habitats te voorkomen.

Dit moet nog nader worden onderzocht tijdens het uitvoeren van een projectMER inclusief passende beoordeling op basis van de omgevingsvergunningaanvraag.” Kortom, er is op basis van deze passende beoordeling geen indicatie dat de voorgestelde ontwikkelingen in de Duurzame Polder op voorhand niet uitvoerbaar zouden zijn.” Gezondheid (toekomstige) bewoners Groote Wielen Indieners geven aan dat met het VKA significante hinder op onder meer de factoren geluidhinder en slagschaduw te verwachten is in de Groote Wielen. In het ontwerp Programma en het MER is geen rekening gehouden met de nieuwe normen voor geluid en slagschaduw van windturbines die zullen gelden op grond van het Besluit windturbines leefomgeving (inwerkingtreding 2025). Het is niet aannemelijk dat aan de standaardwaarde van 45 dB Lden kan worden voldaan. Deze waarde van 45 dB Lden is wel als streefwaarde in het Programma opgenomen. Er is echter niet gewaarborgd dat er sprake blijft van een aanvaardbaar woon - en leefklimaat. Slechts wordt gesteld dat deze aspecten pas in de projectfase dienen te worden onderzocht. Reactie Voor een reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 3.1.6 van deze zienswijzennota. Netcapaciteit Indieners stellen dat het probleem van netinfrastructuur niet opgelost is. Er wordt slechts verwezen naar het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat.

Een nadere uitleg daarover wordt niet gegeven. Indieners stellen dat uit de eigen planning van TenneT volgt dat het onduidelijk is of het Hoogspanningsstation in 2032 feitelijk gerealiseerd zal zijn, terwijl het doel is om voor 2030 het windpark te realiseren. De gemeenten kunnen geen invloed hierop uitoefenen, aangezien zij niet het bevoegde gezag zijn voor de realisatie ervan. Bovendien is de planning en uitvoering van dit nieuwe hoogspanningsstation nog uiterst onzeker. Reactie Het verkrijgen van een aansluiting op het net is de verantwoordelijkheid van toekomstige initiatiefnemers. Het is juist dat de aansluiting op het net een risico is voor tijdige realisatie van het windpark. Hierbij is volgens de huidige informatie het hoogspanningsstation in Wijchen gewenst. Met de aanleg van hoogspanningsstation Wijchen en de bijbehorende ontsluiting in Oss is er voldoende capaciteit op het net om de windturbines aan te sluiten. De gemeenten zijn dan ook verheugd dat de 44

realisatie van dit hoogspanningsstation prioriteit heeft gekregen in het nationale meerjarenprogramma van het rijk (MIEK) en zullen hierover in nauw overleg blijven met het rijk en TenneT. (Grond)eigendom en initiatieven Uit de passages van het Programma bij paragraaf 4.2 leiden indieners af dat de gemeente 'sHertogenbosch niet zelf als grondeigenaar zal optreden, wat de uiteindelijke realisatie volgens indieners onder druk zet. Het ligt volgens hen voor de hand om bij een gezamenlijk project van de gemeenten om niet in te zetten op een 'salamitactiek' in de vorm van individuele projectbeoordelingen bij de BOPA's. Gemeenten hebben, zo lijkt het voor de indieners, onvoldoende middelen en zeggenschap over de gronden in het VKA om de windturbines via een meer integraal planologisch besluitvormingstraject te realiseren. Bovenstaande levert risico’s voor de uitvoerbaarheid van het windpark op. Uit het ontwerp Programma volgt niet wat de grondposities binnen het VKA zijn en welke potentiële initiatieven binnen het VKA zouden bestaan. Daarom is niet duidelijk of zestien windturbines binnen het VKA gerealiseerd zullen worden zonder dat de gemeente 's-Hertogenbosch zelf gronden binnen het VKA verwerft. Bij te weinig initiatiefnemers, rest anders alleen nog onteigening. Reactie Er zijn nog geen afspraken met initiatiefnemers gemaakt. Wel zijn er potentiële initiatiefnemers in beeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=b2366b5d-09d4-4303-baa1-b28489e71a1f