CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5D Bijlagen bij toelichting BP Kortestraat 3 Dieden - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure17.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om een overtreding van de gemeentelijke uitzonderingsregels te voorkomen dient altijd alvorens tot kap over te gaan bij het gemeenteloket een nacheck gedaan te worden of voor de betreffende boom of houtopstand een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden noodzakelijk is.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 25 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 8 vleermuissoorten, 3 marterachtigen en 14 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Baardvleermuis Brandts vleermuis Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Watervleermuis

Afstand plangebied 2 km

Habitat en bescherming

2 km 2 km 2 km 2 km

Vooral bebouwing, soms bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd

2 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

2 km 2 km

Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Vooral bebouwing, strikt beschermd

16

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. Vleermuizen verblijven in bomen in holtes of losse delen schors. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De in het plangebied aanwezige bomen bevatten geen geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk een verblijfplaatsen kunnen hebben. Bij de schuur zuidwestelijk gelegen zijn geen mogelijkheden tot verblijfplaatsen aangetroffen. De schuur bestaat vrijwel volledig uit damwand profiel en het golfplaten dak was daarnaast niet geïsoleerd. Dit maakt de schuur ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

binnenzijde schuur aansluitende dakrand

De schuur zuidoostelijk gelegen heeft geen overstek en een niet geïsoleerd dak wat bestaat uit damwandprofielen. In de muren zijn geen stootvoegen aanwezig wat toegang zou bieden aan de spouwmuur, welke volledig afgesloten is. Dit maakt deze schuur ongeschikt voor de aanwezigheid van vleermuizen.

zijaanzicht zuidoostelijke schuur

binnenzijde zuidoostelijke schuur

Het plangebied kan daarnaast worden aangedaan als foerageergebied. Bij het plangebied zijn echter geen structureren aangetroffen welke als essentieel kunnen worden bestempeld voor het voortbestaan van de mogelijk daar foeragerende soorten. Lijnvormige landschapsstructuren kunnen worden gebruikt ter oriëntatie wat zo een vliegroute kan maken. Bij het plangebied is er een houtwal aanwezig en verschillende beuken hagen waarlangs vleermuizen zich zouden kunnen verplaatsen. Dergelijke structuren zijn in de directe omgeving veel te vinden en de bestaande vegetatie blijft behouden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 Naast deze bevindingen is er tijdens het onderzoek gelet op uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Deze sporen ontbraken volledig. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing Das Steenmarter

Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd

Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen.

De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Het agrarische karakter van het landschap tezamen met verschillende aanwezige structuren, houtwal en beukenhaag, zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing of wezel. Doordat de bestaande houtwallen en verdere vegetatie in en rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie zullen deze rustplaatsen bestaan blijven. De aanwezigheid van de bunzing of steenmarter als passant is niet uit te sluiten in dit gebied. Het wordt echter onwaarschijnlijk geacht dat deze soorten zich actief ophouden in het gebied. Bij de twee schuren zijn geen sporen aangetroffen van deze soorten. Daarnaast vindt er met de beoogde ontwikkelingen geen directe wijziging plaats aan de leefomgeving van de bunzing of steenmarter. De aanwezigheid van de das in de vorm van burchten waar de soort zich ophoudt zijn bij het gebied uit te sluiten. Dat deze soort het gebied aandoet tijdens foerageren of andere activiteiten is mogelijk.

Echter gaat er met de beoogde ontwikkelingen geen essentieel leefgebied verloren en zal er dus geen schade worden berokken aan deze soort.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Beide schuren zijn geïnspecteerd op sporen van marterachtigen. Er zijn geen sporen aangetroffen tijdens het veldbezoek. Omdat de schuur gebruikt wordt als opslagplaats en voor de stalling van ezels en omdat er een hond (Mechelse herder) gehuisvest is lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de schuur een vaste schuilplaats voor marterachtigen. Ook is er een huiskat waargenomen tijdens het veldbezoek.

Aanwezige huiskat

Op basis van de resultaten van het veldbezoek kan uitgesloten worden dat marterachtigen de te slopen gebouwen gebruiken als verblijfplaats. Het ontbreekt binnen de bebouwing aan geschikte locaties die kunnen dienen als vaste rust- of verblijfplaats. Er zijn geen prooiresten, mest- of loopsporen gevonden. De schuren zijn opgeruimd en worden bezemschoon gehouden. Daarnaast is er een zeer beperkt voedselaanbod, een grote mate van verstoring en redelijke mate van predatoren. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. Daarmee leiden de sloop van de gebouwen niet tot het verdwijnen van vaste voortplantingrust- en verblijfplaatsen en vind er geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaats. Een ontheffing voor kleine marterachtigen is niet noodzakelijk. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat.

Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort

Bescherming

Bever Bosmuis Eekhoorn Egel

Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km

Dwergmuis Haas Konijn

2 km 2 km 2 km

Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld

Huisspitsmuis

2 km

Vrijgesteld

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Beschermd Vrijgesteld Beschermd Vrijgesteld

19

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 Rosse woelmuis Ree

2 km 2 km

Vrijgesteld Vrijgesteld

Veldmuis

2 km

Vrijgesteld

Vos

2 km

Vrijgesteld

Woelrat Wolf

2km 2 km

Vrijgesteld Beschermd

Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever. De wolf is een grote carnivoor en de voorouder van de hond. Dit dier eet voornamelijk dierlijk materiaal en jaagt op verschillende soorten prooidieren van woelmuizen tot edelherten. De wolf is nog geen gevestigde diersoort in Nederland en word daarom als dwaalgast gezien. De wolf is beschermd volgens Europese wetgeving. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. De overige soorten die zijn aangetroffen met behulp van NDFF vallen onder de vrijgestelde soorten. Voor deze soorten hoeft er geen ontheffing te worden aangevraagd bij aanwezigheid van één van deze soorten. De zorgplicht geld uiteraard wel voor deze dieren en ze mogen niet worden geschaad. Bij het eventueel voorkomen van een dier moet deze de kans krijgen zich te kunnen verplaatsen

Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, wolven en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. De overige vrijgestelde soorten zijn ook onderhevig aan deze zorgplicht .Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF de laatste

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw Gierzwaluwen verblijven van eind april tot eind juli in ons land, dan verlaten ze Europa om naar Afrika te trekken, waar ze overwinteren. Ze nestelen vooral in gebouwen waar ze geschikte holtes kunnen vinden, bijvoorbeeld onder dakpannen of in gaten achter regenpijpen. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Ze gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Ook zijn het koloniebroeders. Bij het plangebied zijn geen geschikte holtes aanwezig waarin de gierzwaluw zou kunnen broeden zijn aanwezigheid is daarmee uitgesloten.

Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. De schuren zijn dusdanig afgesloten dat een uilensoort hier geen toegang tot vinden kan. Ook is de menselijke activiteit te hoog om voor uilen interessant te zijn. Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. De hedera en listeria die tegen de zuidoostelijk gelegen schuur aangroeien zijn geïnspecteerd op

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 nesten welke niet zijn aangetroffen. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de schuren. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid.

Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Boerenzwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Er is in de schuren gezocht naar nesten van boerenzwaluwen, maar er zijn geen nesten aangetroffen. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Deze structuren zullen behouden blijven met de voorgenomen ontwikkelingen. De hedera en listeria aan de te slopen schuur zijn onderzocht en hierbij zijn geen nesten van vogels aangetroffen.

Conclusie Na onderzoek met behulp van NDFF en een veldbezoek is de volgende conclusie te trekken over de soortgroep vogels. In het plangebied zijn de twee schuren welke gesloopt zullen worden ongeschikt geacht als nestlocatie voor beschermde vogelsoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De gecultiveerde tuin biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten, zoals de huismus. Indien deze vegetatie wordt verwijderd, zijn er nog voldoende schuil en foerageermogelijkheden aanwezig in de omgeving van het plangebied. Als het verwijderen van deze bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Bij het eventueel aantreffen van een nestend individu dient inspectie plaats te vinden door een ecoloog en is de zorgplicht altijd van kracht.

Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort

Soortgroep en bescherming

Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Groene kikker

Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km

Grote modderkruiper

2 km

Vissen, beschermd

Kleine watersalamander Poelkikker

2 km

Amfibieën, beschermd

2 km

Amfibieën, beschermd

Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van libellensoorten, dagvlindersoorten en nachtvlindersoorten binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties.

Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie De aanwezigheid van beschermde amfibieën is uit te sluiten binnen het plangebied vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten tevens uit te sluiten. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen of andere beschermde flora en fauna aanwezig zijn in beide schuren. De aanwezigheid van beschermde amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen is tevens uit te sluiten vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Met de sloop van de twee schuren zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De te slopen schuren bestaan volledig uit wanden en dak van damwand en zijn volledig ongeschikt voor verblijf- schuil- en nestplaatsen van beschermde diersoorten. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten niet verslechteren. De aanwezige vegetatie in het plangebied blijft behouden.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van overige beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren naar deze soorten. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied.

Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451 Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Kortestraat 3 te Diede raden wij de volgende natuur inclusieve maatregelen aan: o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen.

Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten. o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn.

Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. o Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt wordt, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451

o

betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels. Om de biodiversiteit van het begin van de kringloop te verhogen is het plaatsen van een insectenhotel aan te bevelen. Daarnaast is het wenselijk om een (kleine) bloementuin aan te leggen met speciale bijen/vlindermengsels of met planten die van nature in een berm kunnen voorkomen, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid.

Voorbeeld insectenhotel

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Kortestraat 3 Dieden, BE-0451

7. BRONNEN

Websites www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451

15222 records Middelpunt < 1km²

Middelpunt > 5km²

Middelpunt 1km² - 5km²

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

1

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Zoekvraag Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Alle

Alle

Wnb - andere soorten 1 januari 2017 tot 1 Wnb - andere soorten januari 2023 (NB) Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn

Samenvatting

Bronhouder

Zoekgebied

Alle

Alles rakend aan of binnen zoekgebied

(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

2

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Jaarrond beschermde nesten Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosuil Brilduiker Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw

(40) 8671 991 487 2 12 74 60 21 23 878 111 13 129 11 330 181 25 76 296 515 333 15 2 376 239 414 260 68 302 214 130 497 284 90 684 6 5 501 2 13 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

3

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FL) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine bonte specht Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte wouw

(28) 7273 991 487 60 21 878 129 330 181 25 76 296 515 333 15 2 239 414 68 302 214 130 497 284 90 684 6 5 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

4

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FR) Aalscholver Bergeend Blauwe reiger Boerenzwaluw Bontbekplevier Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Grote zilverreiger Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Lepelaar Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Scholekster Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Visdief Wespendief Zeearend Zwarte wouw

(30) 6277 1 54 991 487 1 60 21 878 129 25 38 76 296 515 333 15 5 414 68 11 302 107 214 130 284 684 126 6 5 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

5

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Jaarrond beschermde nesten (LI) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Grutto Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kramsvogel Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Visdief Wespendief Wulp Zomertortel Zwarte wouw

(29) 6445 991 487 60 21 878 129 25 45 76 296 515 333 15 2 239 414 68 11 302 214 130 47 284 684 126 6 45 1 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

6

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Jaarrond beschermde nesten (OV) Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Tapuit Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Wespendief Wulp Zeearend Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw

(29) 5194 487 60 21 878 129 25 76 296 515 333 15 414 68 11 302 214 130 284 90 684 74 15 6 45 5 1 2 13 1

RL: Bedreigd Tapuit Zomertaling

(2) 95 90 5

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

7

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid RL: Gevoelig Boerenzwaluw Brilduiker Gele kwikstaart Graspieper Grauwe vliegenvanger Grutto Haas Huismus Huiszwaluw Kneu Konijn Kramsvogel Matkop Oeverloper Ringmus Spotvogel Tureluur Veldleeuwerik Visdief Zeearend Zwarte mees

(21) 1989 487 23 121 7 11 45 142 296 515 23 26 2 2 9 11 47 74 15 126 5 2

RL: Kwetsbaar Bontbekplevier Boomvalk Bunzing Grote modderkruiper Koekoek Laatvlieger Nachtegaal Patrijs Ransuil Slobeend Steenuil Torenvalk Wintertaling Wulp Zomertortel

(15) 1468 1 60 2 3 125 10 6 137 68 23 284 684 19 45 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

8

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid SNL soorten Bergeend Blauwborst Bontbekplevier Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Bosrietzanger Braamsluiper Cetti's Zanger Dodaars Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Grasmus Graspieper Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote bonte specht Grote zilverreiger Grutto Havik Kleine bonte specht Kleine plevier Kluut Kneu Krakeend Kuifeend Kwartel Lepelaar Matkop Nachtegaal Patrijs Putter Rietzanger Roodborsttapuit Scholekster Sijs Slechtvalk Slobeend Spotvogel Sprinkhaanzanger Tapuit

(53) 3536 54 293 1 12 74 1 166 31 1 22 1 13 121 384 7 11 330 94 181 38 45 76 2 76 171 23 75 77 1 5 2 6 137 66 2 65 107 3 214 23 47 1 90

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

9

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Tureluur Veldleeuwerik Visdief Vuurgoudhaan Waterral Wespendief Wintertaling Wulp Zanglijster Zomertaling

74 15 126 1 1 6 19 45 95 5

Wnb - andere soorten Bastaardkikker Bosmuis Bruine kikker Bunzing Das Dwergmuis Eekhoorn Egel Gewone pad Groene kikker (Onb.) Grote modderkruiper Haas Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis Vos Woelrat

(21) 697 26 10 13 2 104 2 2 59 27 63 3 142 4 36 26 96 3 18 4 19 38

Wnb - andere soorten (DR) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(4) 127 104 2 3 18

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

10

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Wnb - andere soorten (EZ) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(4) 127 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (FL) Bunzing Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(5) 129 2 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (FR) Das Eekhoorn Grote modderkruiper

(3) 109 104 2 3

Wnb - andere soorten (GL) Bunzing Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(5) 129 2 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (GR) Bunzing Das Eekhoorn Grote modderkruiper Haas Steenmarter

(6) 271 2 104 2 3 142 18

Wnb - andere soorten (LB) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(4) 127 104 2 3 18

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

11

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Wnb - andere soorten (NB) Bunzing Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(5) 129 2 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (NH) Bunzing Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(5) 129 2 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (OV) Bunzing Das Eekhoorn Egel Grote modderkruiper Steenmarter

(6) 188 2 104 2 59 3 18

Wnb - andere soorten (UT) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(4) 127 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (ZH) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter

(4) 127 104 2 3 18

Wnb - andere soorten (ZL) Bunzing Das Eekhoorn Grote modderkruiper Haas Konijn Steenmarter

(7) 297 2 104 2 3 142 26 18

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

12

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Wnb - Habitatrichtlijn Baardvleermuis Baardvleermuis / Brandts vleermuis Bever Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Poelkikker Watervleermuis Wolf

(11) 246 3 5 166 6 19 13 6 10 15 1 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

13

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Wnb - Vogelrichtlijn Aalscholver Bergeend Blauwborst Blauwe reiger Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boomvalk Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Brandgans Buizerd Cetti's Zanger Dodaars Ekster Fazant Fitis Fuut Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote Canadese gans Grote bonte specht Grote zilverreiger Grutto Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Huismus Huiszwaluw

(109) 6539 1 54 293 66 14 1 1 3 19 1 3 166 13 31 18 31 1 22 9 27 365 67 4 1 8 121 7 384 7 98 2 43 94 8 26 38 45 2 37 21 143 12 175

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

14

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid IJsvogel Kauw Kerkuil Kievit Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Kluut Kneu Knobbelzwaan Koekoek Kolgans Koolmees Krakeend Kramsvogel Kuifeend Kwartel Lepelaar Matkop Meerkoet Merel Nachtegaal Oeverloper Oeverzwaluw Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Ringmus Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Sijs Slechtvalk Slobeend Spotvogel Spreeuw Sprinkhaanzanger Staartmees Steenuil

24 3 7 224 1 346 76 171 23 63 125 3 62 75 2 77 1 5 2 75 127 6 9 15 59 137 52 66 15 289 2 11 59 28 65 107 3 41 23 47 16 1 3 76

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

15

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Beleid Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Visdief Vuurgoudhaan Waterhoen Waterral Wilde eend Winterkoning Wintertaling Witte kwikstaart Wulp Zanglijster Zomertaling Zomertortel Zwarte kraai Zwarte roodstaart Zwartkop

262 22 90 74 29 15 172 126 1 20 1 78 109 19 18 45 95 5 1 45 3 205 Soortgroepen

Vleermuizen Baardvleermuis Baardvleermuis / Brandts vleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Watervleermuis

(8) 63 3 5 6 19 13 6 10 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

16

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Soortgroepen Overige zoogdieren Bever Bosmuis Bunzing Das Dwergmuis Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis Vos Woelrat Wolf

(17) 697 166 10 2 104 2 2 59 142 4 26 96 3 18 4 19 38 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

17

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Soortgroepen Vogels Aalscholver Bergeend Blauwborst Blauwe reiger Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boomvalk Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Brandgans Brilduiker Buizerd Cetti's Zanger Dodaars Ekster Fazant Fitis Fuut Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote Canadese gans Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote zilverreiger Grutto Havik Heggenmus Holenduif Houtduif

(117) 14279 1 54 293 991 487 1 2 12 74 1 60 166 21 31 18 23 878 1 22 111 27 365 67 4 1 13 121 129 384 7 98 11 330 94 8 181 25 38 45 76 37 21 143

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

18

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Soortgroepen Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kauw Kerkuil Kievit Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Kluut Kneu Knobbelzwaan Koekoek Kolgans Koolmees Krakeend Kramsvogel Kuifeend Kwartel Lepelaar Matkop Meerkoet Merel Nachtegaal Oeverloper Oeverzwaluw Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Ringmus Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Sijs Slechtvalk Slobeend Sperwer Spotvogel Spreeuw

296 515 333 3 15 224 2 346 76 171 23 63 125 3 376 75 2 77 1 5 2 75 127 6 9 239 414 137 260 66 68 289 2 11 302 28 65 107 3 214 23 130 47 497

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

19

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Kortestraat

BE-0451 Soortgroepen Sprinkhaanzanger Staartmees Steenuil Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Visdief Vuurgoudhaan Waterhoen Waterral Wespendief Wilde eend Winterkoning Wintertaling Witte kwikstaart Wulp Zanglijster Zeearend Zomertaling Zomertortel Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw Zwartkop

1 3 284 90 262 684 90 74 29 15 172 126 1 20 1 6 78 109 19 18 45 95 5 5 1 501 2 13 1 205

Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Groene kikker (Onb.) Kleine watersalamander Poelkikker

(6) 180 26 13 27 63 36 15

Vissen Grote modderkruiper

(1) 3 3

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

7 november 2022 11:33:44

20

Auteur: Jeannette Welten

Bijlage 5

- Archeologisch onderzoek

RAAP-RAPPORT 6184

Plangebied Kortestraat 3 te Dieden Gemeente Oss Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Kortestraat 3 te Dieden, gemeente Oss ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 20-12-2022 Auteur: R.M. Everaars Bsc, drs. J.A.M. Roymans Projectcode: DIEKO Bestandsnaam: RAAPrap_6184_DIEKO_20221220 Autorisatie: Drs. J.A.M. Roymans

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Plangebied Kortestraat 3 te Dieden, gemeente Oss; archeologisch vooronder zoek: een bureauonder zoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)

Samenvatting Kader In opdracht van Burea u Leefomgeving BV heeft RAAP in november 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Kortestraat 3 te Dieden in de gemeente Oss. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Bureauonderzoek Het oppervlak uit de steentijd is in latere perioden geërodeerd. Daarom worden er geen archeologische resten uit de steentijd verwacht in het plangebied. Het oostelijk deel van het plangebied is vermoedelijk rond 500 voor Christus verlaten door de stromende Maas. Het westelijk deel is veel eerder (ca 15.000 voor Christus) verlaten en behoort tot de komgebieden, dit is een lager gelegen gedeelte waar de Maas buiten zijn oevers trad. Dit zorgde voor een groot overstromingsgevaar en natte omstandigheden. Het plangebied kenmerkt zich door een hogere ligging in het landschap op een oude stroomgordel, die vermoedelijk is verlaten rond 500 v. Chr. Hierdoor worden wel archeologische rest en vanaf de ijzertijd verwacht. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd wel bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende worden in het plangebied archeologische resten van bewoning verwacht uit de periode ijzertijd – nieuwe tijd, hiervoor geldt een hoge verwachting .

Deze verwachting wordt kracht bijgezet door de vele archeologische vondsten in of net onder de bouw voor in de omgeving uit deze periode. Veldonderzoek Het plangebied bestaat uit oeverafzettingen van zandige klei op oude stugge komklei, wat naar beneden toe overgaat in zandige oever en bedding afzettingen. Het beddingzand is aangetroffen op een diepte van 250 tot 360 cm -m v. Onder de bouw voor wordt een zandige ophooglaag aangetroffen met verstoringen tot in de originele oeverafzettingen. In 1 boring is in deze laag een cultuurlaag te zien in de top van de oeverafzettingen. In de overige boringen reiken deze verstoringen tot in of onder deze cultuurlaag. De verstoringen op het perceel lijken dermat e groot dat het archeologisch waardevolle vlak in het plangebied verloren is gegaan. Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het overgrote deel van het plangebied sprake is van een verstoring tot in de archeologisch relevante cult uurlaag. Het overgrote deel van het perceel is recent verstoord en er wordt er in het kader van de vooringenomen ingrepen geen vervolgonderzoek nodig geacht.

RAAP-rapport 6184 / versie 20-12-2022

[3]

Plangebied Kortestraat 3 te Dieden, gemeente Oss; archeologisch vooronder zoek: een bureauonder zoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................3 Inhoud ...................................................................................................................................................4 1 Inleiding..............................................................................................................................................5 1.1 Kader ............................................................................................................................................................ 5 1.2 Administratieve gegevens ............................................................................................................................. 7 1.3 Doel- en vraagstelling ................................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ...............................................................................................................................9 2.1 Methode ........................................................................................................................................................ 9 2.2 Aardkundige situatie ..................................................................................................................................... 9 2.3 Archeologische gegevens ........................................................................................................................... 12 2.4 Historische situatie ..................................................................................................................................... 17 2.5 Huidige situatie ........................................................................................................................................... 20 2.6 Toekomstige situatie ................................................................................................................................... 22 2.7 Gespecificeerde archeologische ver wachting ............................................................................................. 23

3 Veldonderzoek .................................................................................................................................. 25 3.1 Methode ...................................................................................................................................................... 25 3.2 Resultaten .................................................................................................................................................. 25 3.3 Archeologische relevantie .......................................................................................................................... 26

4 Conclusies en advies ........................................................................................................................ 28 4.1 Conclusie .................................................................................................................................................... 28 4.2 Advies ......................................................................................................................................................... 29 4.3 Tot slot........................................................................................................................................................ 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=33290fe8-3867-46e4-b31c-d6ae112dfabe