Bijlage 5C Bijlagen Wilgenstraat 8 in Geffen.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Wilgenstraat 8 Geffen - 2022 Bijlagen bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Wilgenstraat 8 Geffen - 2022 Bijlage 1
- Quickscan flora en fauna
Bijlage 2
- Beoordeling archeologie
Bijlage 3a
- Samenvatting
Bijlage 3b
- Watertoets
Bijlage 4
- Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
- Advies veiligheidsrisico
Bijlage 6
- Notitie AERIUS berekeningen
Bijlage 6a
- Output berekeningen
Bijlage 6b
- Output berekeningen
Bijlage 1
- Quickscan flora en fauna
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2020
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan J. va n Suijle kom, 15 d e c e mb e r 2020
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
8
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
8
3.2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4.1
Algemeen
8
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie en advies
11
Literatuur
12
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 10-12-2020.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen Op verzoek van Pittiger in Planologie heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Wilgenstraat 8 te Geffen. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 10 december 2020. Men is voornemens het plangebied te ontwikkelen voor de realisatie van een woning. Voor dit doel wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Wilgenstraat 8 (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen binnen de bebouwde kom van Geffen (zie figuur 1) en omvat een paardenwei met aan de wegzijde een grasberm met knotwilgen. Men is voornemens een woning te realiseren. Aan de wegzijde is een inrit voorzien. Fi guur 1 Gl obal e begrenz i ng v an het pl angebi ed (rood). B ron l ucht f ot o: Googl e.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
3
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e s c h e r m i n g sc a tegor i e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i n gen v a n a r t i k e l 3 . 1 e n 3. 5 W n b v a n t o e p a ss i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d s e i z o e n ( c a t e g o r i e 5).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Ta b e l 4 Data uit de NDFF: wa a r n e m i n g e n st r i k te r b e sc h e r m de soorten in de omgeving van he t p l a n g e b i e d , e xc l u s i e f a l g e m e n e soorten waarvoor e e n p ro v i n c i a l e vr i j s t e l l i n g g e l d t . © ND F F - q u i c k s c a n hu l p . n l 1 5 - 1 2 - 2 0 2 0 .
Naam Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Alpenwatersalamander Kamsalamander Knoflookpad Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander Gevlekte witsnuitlibel Levendbarende hagedis Grote modderkruiper Boomvalk Grote Gele Kwikstaart Wespendief Zwarte Wouw Bever Bunzing Das Eekhoorn Gewone grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Rosse vleermuis Steenmarter Wezel
Groep Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Libellen Reptielen Vissen Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
7
3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand (> 10 km) van Natura 2000-gebieden. Externe werking, en in het bijzonder depostie van stikstof, is door de geringe aard van de ingrepen en deze ruime afstand met zekerheid uit te sluiten. Er is slechts sprake van de bouw van één woning, die conform de huidige regels gasloos wordt uitgevoerd. Zones op een afstand van circa 1,5 km of meer in de omgeving maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). Ingrepen in- of direct nabij het Natuurnetwerk zijn niet voorzien. Op deze afstand heeft de realisatie van een woning op voorhand géén effect. Negatieve effecten op het Natuurnetwerk kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de vroege middag van 12 december 2020. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt en droog, was sprake van enige wind bij een temperatuur van circa 2 °C. Biotopen In het plangebied, delen van de ingrepen, waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Perceel grasland / weide, soortenarm met dominerend raaigras, begraasd door een pony omgeven door een stalen gaashek. De grasmat was vrij kort door begrazing.
» » Wegberm met een ondiepe greppel en een licht verruigde grasberm en een rij relatief jonge knotwilgen. In de omgeving van het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Woonwijk, lokaal relatief groen, met nabij het plangebied woningen met deels ruime tuinen. 4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten Blijkens de voorhanden verspreidingsgegevens ontbreken waarnemingen van beschermde vaatplanten binnen een straal van 5 km (zie data NDFF in tabel 4). In het plangebied zijn geen beschermde planten aangetroffen, potenties ontbraken eveneens. De weide werd begraasd en was soortenarm en voedselrijk. In de grasberm domineerden voedselminnende soorten als het kropaar, Engels raaigras en de grote brandnetel. Op basis van het aangetroffen habitat kan de aanwezigheid van beschermde vaatplanten redelijkerwijs worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen In de nabijheid van het plangebied zijn onder meer de eekhoorn, de das en kleinere marters aangetroffen, als de bunzing en de steenmarter. Sporen van de eekhoorn of overige kleinere Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
8
marters werden niet aangetroffen, ook geen holen. Potenties in deze context (ligging binnen de bebouwde kom) ontbraken voor de meeste soorten. De aanwezigheid van strikter beschermde zoogdieren binnen het plangebied / invloedssfeer van de ingrepen kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn divers soorten vleermuizen waargenomen, onder meer de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger in de nabije omgeving. Het betreffen soorten die ook in deze context kunnen worden verwacht. In het plangebied zelf ontbraken elementen die kunnen dienen als verblijfplaats zoals geschikte gebouwen of bomen met holten en/of andere voor vleermuizen toegankelijke delen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied zelf kan worden uitgesloten. De nabijgelegen woning is beoordeeld als potentieel geschikt voor vleermuizen. Indien vleermuizen van de woning gebruikmaken worden geen effecten verwacht doordat op voldoende afstand van de bestaande bebouwing wordt gebouwd op de plek van een weide. Foerageergebied en vliegroutes De weide / het plangebied zelf had door het ontbreken van opgaande beplantingen op voorhand weinig betekenis als jachtgebied voor vleermuizen. Op windstille momenten kúnnen vleermuizen ook boven het plangebied jagend worden verwacht.
Een belangrijke functie wordt niet verwacht. Structuren die essentieel kunnen zijn als vliegroute waren niet aanwezig in of direct nabij het plangebied / de werkgrenzen. De rij wilgen parallel aan de weg kan worden gebruikt als de wilgen niet gesnoeid zijn. In deze context echter vliegen vleermuizen meer diffuus, ook tussen woningen door of over woningen heen, zonder dat een vast patroon wordt gevolgd. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.
Vogels Algemene / flexibele soorten, niet jaarrond beschemd In het plangebied zelf werden tijdens het veldbezoek geen vogels aangetroffen. Door het ontbreken van voldoende beschutting en rust (begrazing) kan de aanwezigheid van broedende vogels binnen het toekomstige bouwblok worden uitgesloten. In de wilgen tegen de rand van het plangebied aan kúnnen vogels tot broeden komen. Door met de ingrepen preventief rekening te houden met broedende vogels worden effecten eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten Jaarrond beschermde soorten (nesten, categorie 1 t/m 4) In de nabije omgeving zijn blijkens data uit de NDFF diverse jaarrond beschermde vogels aangetroffen, onder meer enkele soorten roofvogels, uilen en soorten als de huismus, de steenuil en de kerkuil. Ook voor jaarrond beschermde soorten ontbrak geschikte broedbioGeffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
9
toop in het plangebied zelf. De ruimere omgeving biedt voor diverse soorten potentie. Dit is voor de ingrepen niet relevant. De aanwezigheid van nesten van jaarrond beschermde broedvogels in- of direct nabij de werkgrenzen kan worden uitgesloten. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de ruimere omgeving van het plangebied diverse soorten strikter beschemde amfibieën waargenomen. Waaronder de knoflookpad, de kamsalamander en de Alpenwatersalamander. Binnen het plangebied ontbraken potenies door de afwezigheid van open water en voldoende ontwikkelde vegetatie. De aanwezigheid van amfibieën in de ruimere omgeving is voor de ingrepen niet relevant. Reptielen In de omgeving van het plangebied is de levendbarende hagedis aangetroffen. De levendbarende hagedis prefereren kleinschalige elementen zoals houtwallen, bosranden en / of plekken met ruigten. In het plangebied en de directe omgeving was sprake van onvoldoende beschutting en derhalve ongeschikte biotoop. Reptielen komen zelden binnen de bebouwde kom voor, soms in villawijken. De aanwezigheid van reptielen binnen de werkgrenzen kan op basis van het aangetroffen habitat redelijkerwijs worden uitgesloten. Insecten In de ruimere omgeving van het plangebied is de aan water gebonden gevlekte witsnuitlibel aangetroffen.
In het plangebied ontbraken potenties geheel, mede door de afwezigheid van geschikte waardplanten en water. De aanwezigheid van beschermde insecten kan op basis van het aangetroffen habitat worden uitgesloten. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
10
5 Conclusie en advies Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd) nabij de randen. Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, NNN / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van het plan op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn.
Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels aanwezig zijn nabij randen (wilgen) van het plangebied, wordt aanbevolen rekening te houden met de broedperiode en werkzaamheden met zwaar materieel (grondwerk bijvoorbeeld) uit te voeren buiten het broedseizoen: na half juli en vóór half maart. Dit geldt ook voor de eventuele kap van één of meerdere wilgen voor de toekomstige oprit. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, dat leidt tot het permanent verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
11
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl » » https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
12
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Geffen Wilgenstraat 8 Ecologische quickscan
13
Bijlage 2
- Beoordeling archeologie
Archeologisch advies nr. Datum Plangebied Intern nummer gemeente Op verzoek van Betreft Huidig gebruik Geplande bodemingreep Omvang plangebied Initiatiefnemer Samenvatting intern advies Mijke Peeters (Archeoloog / beleidsadviseur erfgoed)
MP20a131 16-12-2020 Geffen, Wilgenstraat, nabij nr. 6 Mendy van Liempt, gemeente Oss Archeologische toets schetsplan/bestemmingswijziging Grasveldje/braakliggend Bouwen van een woning met bijgebouw 676 m² Particulier Archeologisch onderzoek is niet nodig, er geldt wel een meldingsplicht (zie uitgebreid advies achterin dit document).
Inleiding/Project Een initiatiefnemer heeft het voornemen om op een onbebouwd veldje een woning met bijgebouw te bouwen op de locatie Wilgenstraat (nabij nr. 6) in Geffen. De oppervlakte van de woning en garage is nog niet precies duidelijk en er is nog geen maatvoering voor de diepte. Het te bebouwen deel zal maximaal 150 m² zijn. De ingrepen die hiermee gepaard gaan, betreft: - bouwen van een woning (verstoringsdiepte ±0,8 m-mv) - bouwen van een bijgebouw/garage (verstoringsdiepte ±0,8 m-mv) - aanleggen van bestrating voor oprit, terras en looppad (verstoringsdiepte vermoedelijk <0,3 meter beneden maaiveld) De bodemingrepen gaan dermate diep, dat eventueel aanwezige archeologische resten worden bedreigd. Vandaar dat de gemeente de afweging maakt of archeologisch onderzoek al dan niet aan de orde is. Vraagstelling Worden er mogelijk aanwezige archeologische resten bedreigd door de plannen, en zo ja; hoe dient daar mee omgegaan te worden? Bestemmingsplan / Beleid Volgens het beleid van de gemeente Oss heeft het plangebied een hoge verwachtingswaarde.. Voor deze beleidscategorie geldt, dat bodemverstoringen die groter zijn dan respectievelijk 100 m² én dieper gaan dan 30 cm –Mv onderzoeksplichtig zijn. Volgens het beleid van de gemeente Oss moet er – binnen het bebouwd gebied, overig stedelijk – dan wel sprake zijn van een groter aaneengesloten onverstoord gebied.
Volgens het bestemmingsplan Kom Geffen - 2016, vastgesteld op 10-05-2016, is aan het plangebied geen dubbelbestemming Waarde-Archeologie toegekend. Het bestemmingsplan bevat geen regels voor Archeologie. Hierdoor geld er nu voor een omgevingsvergunning in principe geen onderzoeksverplichting. Archeologische / landschappelijke gegevens plangebied • Beleidskaart: hoge verwachtingswaarde, overig stedelijk/bebouwing Oss • AMK-terrein: niet aanwezig • Vondstlocaties: In het plangebied zelf of op korte afstand zijn geen vondstlocaties bekend. • Onderzoeken direct grenzend aan plangebied: o Zaakid.nr. 2087421100: Niet direct aan grenzend maar op korte afstand ten zuidoosten. Esdek aanwezig waardoor hoge verwachting.
• •
o Zaakid.nr. 2052818100: Deellocatie zelfde onderzoek ten westen. Esdek aanwezig waardoor hoge verwachting. Bonneblad rond 1900: grasland Bodem en landschap: hoge zwarte enkeerdgrond (zEZ21) gevormd in dekzandwelvingen (3L51). Archeologische resten worden dus op enige diepte beneden maaiveld (minimaal 50 cm –Mv) verwacht.
Verstoringen Er zijn geen aanwijzingen dat (een deel van) het plangebied in het verleden reeds verstoord is. Er is voor het plangebied geen milieukundig bodemonderzoek of bodemverontreiniging bekend. Het plangebied valt binnen de oude dorpskern van Geffen. Op de bodembelastingkaart is dit gebied verdacht van conventionele explosieven uit de tweede wereld oorlog. Het is toen beschoten met artillerie, mortieren en/of raketten. Conclusies en advies Het plangebied is ingedeeld in beleidscategorie hoge verwachtingswaarde, bebouwing Oss. In het bestemmingsplan is aan het plangebied geen dubbelbestemming Waarde-Archeologie toegekend. Concreet betekent dit dat vanuit het bestemmingsplan geen onderzoeksplicht geldt voor een omgevingsvergunning. Echter omdat het hier om een bestemmingswijziging gaat vind toetsing plaats op basis van het beleid. De beoogde bouwactiviteiten hebben een omvang van maximaal 150 m². Ze gaan bovendien dieper dan 30 cm –Mv. De vastgestelde vrijstellingsgrenzen worden dus overschreden. Het plangebied ligt echter niet in een groter aaneengesloten relatief onverstoord gebied. Het gebied is immers aan alle kanten omsloten door andere bebouwing. Archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. Er geldt echter wel een meldingsplicht. Aan het gebied hoeft geen archeologische dubbelbestemming te worden toegekend.
Meldingsplicht Er geldt ten alle tijden een meldingsplicht. Hiertoe zullen de volgende teksten worden opgenomen in de omgevingsvergunning: 1. De start van de graafwerkzaamheden dient twee weken voor de werkstart aan de gemeentelijk archeoloog te worden gemeld per email (m.peeters@oss.nl) 2. De mogelijkheid dat er in het plangebied archeologische vondsten worden gedaan, wordt niet uitgesloten. Wij wijzen u nadrukkelijk op uw wettelijke verplichting (Erfgoedwet; paragraaf 5.4) om archeologische vondsten te melden. Bij het doen van vondsten waarvan u vermoedt dat het om archeologische vondsten of sporen gaat ben u verplicht deze onmiddellijk te melden bij de bevoegde instantie, in dit geval de gemeente. U kunt uw vondsten melden bij de gemeentelijk archeoloog M. Peeters en aan de gemeentelijk projectleider of de gemeentelijk contactpersoon van uw project. Beiden zijn bereikbaar via het algemene nummer van de gemeente 14 0412.
N.B. Dit advies geldt voor het plan dat nu is ingediend (Haalbaarheidsstudie 3-10-2018). Indien het plan in de toekomst wordt aangepast, dient dit plan opnieuw archeologisch getoetst te worden. Willem van Erp, 16-12-2020 Akkoord gemeentelijk archeoloog, gemeente Oss, d.d. 16-12-2020 Mijke Peeters Email: m.peeters@oss.nl; Tel.nr.: 14 0412 Aanwezig: ma-di-wo (do-ocht mobiel bereikbaar)
Bijlage 3a
- Samenvatting
datum 19-3-2021 dossiercode 20210319-38-25898 Samenvatting ingevoerde gegevens Persoonlijke gegevens aanvrager Projectnaam: Wilgenstraat 8, Geffen Naam aanvrager: Nikol van de Goor Organisatie: Pittiger in planologie Straat/Postbus: Verwestraat Huisnummer: 32 Postcode: 5491BZ Plaats: Sint Oedenrode Telefoon: 0619743337 E-mail: 0619743337 Contactpersoon gemeente Naam gemeente: Verwestraat, 32 Contactpersoon: Mendy van Liempt Telefoon: 140412 E-mail: m.van.liempt@oss.nl Kaartmateriaal Heeft het ingetekende plangebied kaartmateriaal geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Oss Vragen Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? nee Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee Vervolgvragen Omvat het plan een verhardingstoename of een afkoppeling van hemelwater(oppervlak) waarbij het oppervlak 2000 m2 of meer bedraagt? nee Betreft het de bouw van minimaal 100 woningen en/of de (her)ontwikkeling van een bedrijventerrein? nee Is er sprake van een grondwateronttrekking (inclusief drainage)? nee Aanvullende vragen Hoe wordt in het plan het hemelwater verwerkt?
1. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geïnfiltreerd ja 2. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater 3. Via een gemengd stelsel Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Ligging plangebied
Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl
Bijlage 3b
- Watertoets
datum 19-3-2021 dossiercode 20210319-38-25898 Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat de verhardingstoename en/of -afkoppeling maximaal 2.000 m2* is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Wel verzoeken wij u alvast om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt ontvangen wij toch graag het voorontwerpplan. U kunt contact met ons opnemen via watertoets@aaenmaas.nl Hier kunt u ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen. Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waterschap Aa en Maas *Naar verwachting zal deze grens vanaf 1 april 2021 verlaagd worden naar 500 m2, houdt onze website in de gaten of neem contact op voor meer informatie.
Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk spelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatisch gegenereerde toetsresultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoetsproces of vrijstelling van een eventuele vergunnings- of meldingsplicht op basis van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverleningsproces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 615 83 33 of info@aaenmaas.nl Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Bijlage 4
- Verkennend bodemonderzoek
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK WILGENSTRAAT 8 TE GEFFEN Gemeente Geffen, sectie B, nummer 2348 PROJECT: N215495
VERANTWOORDING Titel
VERKENNEND BODEMONDERZOEK WILGENSTRAAT 8 TE GEFFEN
Opdrachtgever
Pittiger in Planologie Verwestraat 32 5491 BZ SINT OEDENRODE
Rapportnummer
N215495.003/KVV
Datum
25 februari 2021
Projectleider /
de heer J.A.A. van Vliet
Auteur
mevrouw K.M. van Veen
Autorisatie
handtekening
Boormeester(s)
handtekening
de heer R.J. van der Laan
handtekening
de heer M. Verhoeven handtekening
NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss
tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/2
INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1
INLEIDING _____________________________________________________________________ 4
2
LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 5
3
2.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 5
2.2
VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 5
2.2.1
Omgeving _____________________________________________________________ 5
2.2.2
Bodemgebruik _________________________________________________________ 5
2.2.3
Bodemkwaliteitskaart ___________________________________________________ 6
2.2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken ___________________________________________ 6
2.2.5
Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 6
2.3
DOELSTELLING _______________________________________________________________ 7
2.4
HYPOTHESE _________________________________________________________________ 7
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK _________________________________________________ 8 3.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 8
3.2
VELDWERKZAAMHEDEN _________________________________________________________ 8
3.3
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN __________________________________________________ 8
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE _______________________________________ 9
5
RESULTATEN __________________________________________________________________ 11
6
5.1
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 11
5.2
ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 11
5.3
INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 12
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 13
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8
Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Gegevens vooronderzoek
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/3
1
INLEIDING Pittiger in Planologie te Sint Oedenrode heeft, in verband met de voorgenomen aanvraag voor een omgevingsvergunning, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op het perceel Wilgenstraat 8 te Geffen. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen:
2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
2002 – Het nemen van grondwatermonsters
2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek
2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is mevrouw N. van de Goor. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door ing. J.A.A. van Vliet.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/4
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1
Algemeen
De onderzoekslocatie betreft het perceel Wilgenstraat 8 te Geffen (gemeente Oss) en staat kadastraal bekend als gemeente Geffen, sectie B, nummer 2348. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 665 m². De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. In bijlage 8 zijn de relevante kopieën vanuit het vooronderzoek opgenomen. 2.2.1 Omgeving De locatie is gelegen in de bebouwde kom. De directe omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit woonwijken. 2.2.2 Bodemgebruik Zover bekend is de locatie altijd onbebouwd geweest, in de jaren 70 is begonnen met de herontwikkeling van de wijk. Het perceel is momenteel in gebruik als tuin. Het voornemen is op dit perceel een woning te realiseren.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/5
Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen tanks aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Oss blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in de zone wonen. Op basis hiervan wordt verwacht dat er geen tot lichte verontreinigingen aanwezig kunnen zijn. 2.2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken Bij de gemeente, de opdrachtgever en in ons eigen archief zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend met betrekking tot de onderzoekslocatie of de directe omgeving. 2.2.5 Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Oss. De gemiddelde maaiveldhoogte varieert van circa 2,2 meter +NAP (polder bij Lith) tot circa 15 meter (Herperduin). In onderstaande figuur is de bodemopbouw schematisch weergegeven. Het figuur is gebaseerd op het Digitaal Geologisch Model (DGM).
Het DGM is een regionaal lagenmodel van de Nederlandse ondergrond tot een diepte van ongeveer 500 meter. De bodemlagen in dit deel van de ondergrond bestaan hoofdzakelijk uit onverharde sedimenten, waarin de grondsoorten klei, zand, grind en veen voorkomen. De lagen worden op basis van verschillen in lithologie en andere eigenschappen ingedeeld in lithostratigrafische eenheden. Het DGM is een model van de opbouw en de samenhang (geometrie) van deze lithostratigrafische eenheden. De basis en de top van de eenheden worden in het model door dieptevlakken weergegeven. Uit de rasters van de top en de basis wordt de dikte van de eenheden afgeleid.
De algemene stromingsrichting van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt hoogstwaarschijnlijk beïnvloed door de stand van de nabijgelegen Maas.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/6
2.3
Doelstelling
Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is, waardoor sprake kan zijn van beperkingen of belemmeringen ten aanzien van het huidige of toekomstige gebruik van het terrein. 2.4
Hypothese
Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie beschouwd kan worden als onverdacht tot het voorkomen van bodemverontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/7
3
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1
Algemeen
Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 665 m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht:
4 boringen tot 0,5 meter -mv (02 t/m 05)
1 boringen tot 2,0 meter -mv (06)
1 boring tot 1,5 meter onder het grondwaterniveau en afgewerkt met peilbuis (01)
Eén boven- en één ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket voor grond vanuit de NEN 5740. Voor de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van de mengmonsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard pakket voor grondwater vanuit de NEN 5740. 3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 10 februari 2021 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is op 17 februari 2021 bemonsterd. De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat VB-002. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R.J. van der Laan. De grondwatermonstername is gedaan door de heer M. Verhoeven. 3.3
Laboratoriumwerkzaamheden
De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/8
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde en zijn vastgelegd in respectievelijk de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Bij hergebruik van vrijkomende grond binnen de bodemkwalitietskaart dient het verkennend bodemonderzoek als aanvullend bewijsmiddel/voorinformatie beschouwd te worden, maar kan niet als een erkend bewijsmiddel dienen. De bodemkwaliteitskaart vormt het erkende bewijsmiddel conform de Regeling bodemkwaliteit. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013.
De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof het gemiddelde gehalte van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/9
Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid. De interpretatie van de onderzoeksresultaten en de noodzaak tot het uitvoeren van vervolgonderzoek hangen voor een belangrijk deel af van de aanleiding en doelstelling van het onderzoek en de ‘gevoeligheid’ van het gebruik en de bestemming van de locatie. Ook de onderzoeksinspanning van het vervolgonderzoek wordt voor een belangrijk deel hierdoor bepaald. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid te bepalen.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden voor de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn bepaald met behulp van BoToVa. De gestandaardiseerde meetwaarden en de toetsing aan de achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6.
Bij de interpretatie van de toetsingsresultaten is uitgegaan van de BodemIndex (BI). De BodemIndex heeft geen wettelijk kader en heeft slechts de functie van hulpmiddel bij de interpretaties van de toetsingsresultaten. De Tussenwaarde heeft eveneens geen wettelijk kader, maar wordt veelal toegepast als een signaalwaarde om tot aanvullend onderzoek over te gaan.
BodemIndex (BI) = (gestandaardiseerde meetwaarde - AW) / (IW - AW) AW = achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) IW = interventiewaarde BodemIndex < 0:
gestandaardiseerde meetwaarde < AW
BodemIndex = 0:
gestandaardiseerde meetwaarde = AW
0 < BodemIndex < 0,5:
gestandaardiseerde meetwaarde > AW maar < Tussenwaarde
BodemIndex = 0,5:
gestandaardiseerde meetwaarde = Tussenwaarde
0,5 < BodemIndex < 1:
gestandaardiseerde meetwaarde > Tussenwaarde maar < IW
BodemIndex = 1,0:
gestandaardiseerde meetwaarde = IW
BodemIndex > 1:
gestandaardiseerde meetwaarde > IW
De BodemIndex per analyseresultaat is eveneens weergegeven in de tabellen in bijlage 6.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/10
5
RESULTATEN 5.1
Zintuiglijke waarnemingen
Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodem is vanaf maaiveld tot een diepte van 1,0 meter –mv, opgebouwd uit zwak humeus zand. Hieronder bestaat de bodem tot 2,50 m-mv uit matig fijn zand. Tijdens de uitvoering van het veldwerk is in boring 04 een bijmenging in de vorm van een spoortje baksteen aangetroffen. In de overig boringen zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 1,0 meter –mv. 5.2
Analyseresultaten en bodemkwaliteit
De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyseen toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 1 en 2.
Tabel 1:
Toetsingsresultaten grond met bodemindex
monster
deelmonsters
MM01
01 02 03 04 05 06 01 06
MM02
traject m-mv 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 0,95
bijmengingen
>achtergrondwaarde
>interventiewaarde
-
-
-
-
-
-
Tabel 2: Toetsingsresultaten grondwater met bodemindex monster 01-1
filterstelling m-mv 1,50 – 2,50
pH 6,95
Ec in µS/cm 426
troebelheid (NTU) 23
>streefwaarde
>interventiewaarde
Zink (0,12) Barium (0,07)
-
* De pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden. **Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt. Een verhoogde NTU kan leiden tot een overschatting van organische parameters en zware metalen. De verhoogde troebelheid hangt waarschijnlijk samen met de aanwezigheid van onoplosbare bestanddelen in het grondwater. Aangezien maximaal licht verhoogde gehaltes zijn aangetoond, en de NTU van 10 geen normatieve grens is, bestaat geen aanleiding het grondwater opnieuw te bemonsteren.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/11
5.3
Interpretatie
Grond In zowel de boven- als ondergrond zijn van de geanalyseerde parameters geen gehaltes gemeten boven de achtergrondwaarde.
Grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 is een licht verhoogd gehalte aan barium en zink aangetoond. Licht verhoogde gehaltes aan barium en zink kunnen van nature in het grondwater voorkomen en duiden niet op een noemenswaardige verontreiniging. Omdat voor de aanwezigheid van het licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater geen antropogene bron/oorzaak gevonden is, wordt het barium niet als een verontreiniging beschouwd.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/12
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Wilgenstraat 8 te Geffen, kadastraal bekend als gemeente Geffen, sectie B, nummer 2348, blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet (noemenswaardig) verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Eventueel vrijkomende grond mag op de locatie worden hergebruikt. Indien grond van de locatie afgevoerd dient te worden, is de Regeling bodemkwaliteit van toepassing: -
Op basis van dit rapport is de grond binnen het gebied van dezelfde bodemkwaliteitskaart herbruikbaar;
-
Vrijkomende grond die elders wordt hergebruikt, dient voorafgaand aan de toepassing als een partij gekeurd te worden conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001;
-
Afvoer van de vrijkomende grond naar een erkende grondbank of verwerker is op basis van dit rapport eveneens mogelijk.
Voor de afvoer van de grond naar elders zal een aanvullend onderzoek naar het voorkomen van PFAS noodzakelijk kunnen zijn. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Alhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen.
Verkennend bodemonderzoek Wilgenstraat 8 te Geffen, sectie B, nummer 2348
N215495.003/KVV/13
Bijlage 1
Bijlage 1
Uw referentie: 215495
Bijlage 2
Kadastrale kaart
Uw referentie: N215495
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Geffen B 1990
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 9 februari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 3
Bijlage 4
Boring:
01
Boring:
02
Boormeester:
Remco van der Laan
Boormeester:
Remco van der Laan
Datum:
10-2-2021
Datum:
10-2-2021
GWS:
100 0
0
gras
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
1
-50
50
gras
-50
50 Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
2
-100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 3
-150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Zuigerboor 4
200
250 -260
Boring:
03
Boring:
04
Boormeester:
Remco van der Laan
Boormeester:
Remco van der Laan
Datum:
10-2-2021
Datum:
10-2-2021
0
0
gras
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
gras
1
-50
50
-50
Projectcode: N215495
afdrukdatum: 25-02-2021
Projectnaam: Wilgenstraat 8 te Geffen
Pagina 1 / 2 getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
Boring:
06
Boormeester:
Remco van der Laan
Boormeester:
Remco van der Laan
Datum:
10-2-2021
Datum:
10-2-2021
GWS:
100
0
0
gras
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
gras
1
-50
50
2
-95
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 3
150
-150
Projectcode: N215495
afdrukdatum: 25-02-2021
Projectnaam: Wilgenstraat 8 te Geffen
Pagina 2 / 2 getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Bijlage 5
NIPA milieutechniek BV T.a.v. Hans van Vliet Landweerstraat Zuid 109 5349 AK OSS
Analysecertificaat Datum: 17-Feb-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021022149/1 N215495 Wilgenstraat 8 te Geffen 10-Feb-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
N215495 Wilgenstraat 8 te Geffen
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
Analyse
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
87.0
86.7
2021022149/1 12-Feb-2021 17-Feb-2021 17-Feb-2021/12:13 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
1.9
1.5
Gloeirest
% (m/m) ds
98
98
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.1
2.4
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
28
24
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.22
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
10.0
6.9
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.052
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
24
12
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
30
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
1
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50)
2
01 (50-100) 06 (50-95)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
11861130 11861131
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S
N215495 Wilgenstraat 8 te Geffen
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
2
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
S
2021022149/1 12-Feb-2021 17-Feb-2021 17-Feb-2021/12:13 A,B,C 2/2
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.35
<0.050 1)
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
1
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50)
2
01 (50-100) 06 (50-95)
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
11861130
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
11861131
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021022149/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
11861130
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50)
0538566386
04
0
50
10-Feb-2021
1
0538566384
05
0
50
10-Feb-2021
1
0538566373
06
0
50
10-Feb-2021
1
0538566380
03
0
50
10-Feb-2021
1
0538566389
02
0
50
10-Feb-2021
1
0538566385
01
0
50
10-Feb-2021
1
11861131
01 (50-100) 06 (50-95)
0538566414
06
50
95
10-Feb-2021
2
0538566391
01
50
100
10-Feb-2021
2
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01