Bijlage 5A Toelichting Burgemeester van Erpstraat 56A Berghem
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Burg. van Erpstraat 56a Berghem - 2022 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 1 van 57
Bestemmingsplan Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022 Toelichting
Gemeente Oss, 20-10-2022
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 2 van 57
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen..................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie.................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie .................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................... 9 4.1 Wettelijk kader ...............................................................................................................................
9 4.2 Rijksbeleid ....................................................................................................................................11 4.3 Provinciaal beleid .........................................................................................................................12 4.4 Gemeentelijk beleid .....................................................................................................................15 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ............................................................................................................19 5.1 Natuur ..........................................................................................................................................19 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie .....................................................................................................22 5.3 Mobiliteit en parkeren ...................................................................................................................26 5.4 Water ...........................................................................................................................................27 5.5 Defensie .......................................................................................................................................29 5.6 Milieuaspecten
.............................................................................................................................30 5.7 Milieueffectrapportage (M.e.r.) .....................................................................................................48 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ......................................................................................................49 6.1 Algemeen .....................................................................................................................................49 6.2 Regels ..........................................................................................................................................49 Hoofdstuk 7 Handhaving .........................................................................................................................52 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................52 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ...............................................................52 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ............................................................53 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................54 Hoofdstuk 9
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................55 9.1 Omgevingsdialoog .......................................................................................................................55 9.2 Vooroverleg ..................................................................................................................................55 9.3 Inspraak .......................................................................................................................................57 9.4 Zienswijzen ..................................................................................................................................57
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 3 van 57
TOELICHTING Bestemmingsplan Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 4 van 57
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemers zijn eigenaar van het woonperceel Burgemeester van Erpstraat 56a te Berghem. Op het perceel is een vrijstaande burgerwoning gelegen, waarin initiatiefnemers woonachtig zijn. Daarnaast is aan de oostzijde van deze woning een grote tuin gelegen van ruim 700 m2 . Deze tuin maakt onderdeel uit van het woonperceel. Middels voorliggend plan wordt op deze, in de huidige situatie als tuin in gebruik zijnde, gronden een bouwvlak toegevoegd ten behoeve van de bouw van een nieuwe vrijstaande woning ter plaatse. Middels haar besluit d.d. 1 juli 2021 (kenmerk: 4550377) heeft het college van B&W van de gemeente Oss kenbaar gemaakt in principe medewerking te verlenen aan bovengenoemde ontwikkeling. Het initiatief maakt onderdeel uit van een door de gemeente Oss te volgen gebundelde procedure. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de toevoeging van een bouwvlak ten behoeve van de bouw van een nieuwe vrijstaande woning ter plaatse mogelijk te maken. 1.2
Plangebied
De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Oss, aan de noordkant van de kern Berghem. De planlocatie staat kadastraal bekend als gemeente BERGHEM, sectie B, nummer 6786 en is 705 m2 groot. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging planlocatie. 1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan geldt binnen het plangebied bestemmingsplan Berghem Dorp – 2015. De planlocatie heeft hierin primair de enkelbestemming ‘Wonen - Vrijstaand’. Op
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 5 van 57
het voorste gedeelte van het perceel zijn de enkelbestemmingen ‘Tuin’ en ‘Verkeer’ gelegen. Daarnaast is op een gedeelte van de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ en op een gedeelte van het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie historische kern’ gelegen. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Berghem Dorp - 2015 met de planlocatie rood omkaderd. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan Berghem Dorp -2015, binnen het plangebied, haar rechtskracht.
Figuur 1.2: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan Berghem Dorp – 2015.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 6 van 57
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
In de bestaande situatie maakt de planlocatie als tuin onderdeel uit van het woonperceel aan de Burgemeester van Erpstraat 56a. Op het perceel Burgemeester van Erpstraat 56a zijn een vrijstaande burgerwoning met garage aanwezig. De planlocatie is ingericht als tuin bij deze burgerwoning en bestaat uit gazon met diverse bomen en struiken. Op de planlocatie is daarnaast aan de achterzijde een klein schuurtje aanwezig t.b.v. de opslag van tuingereedschap. Tot slot is de bestaande overkapping aan de garage van Burgemeester van Erpstraat 56a tevens gedeeltelijk op de planlocatie gelegen. De planlocatie heeft een oppervlakte van 705 m2. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van de planlocatie opgenomen.
Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie planlocatie (bron: www.kadastralekaart.com). De omgeving van de planlocatie wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door burgerwoningen. De Burgemeester van Erpstraat is een straat met veelal vrijstaande woningen en een enkele twee-onder-één-kap-woning. Kenmerkend is het gevarieerde bebouwingsbeeld. Oude karakteristieke panden, met name boerderijen, worden afgewisseld door burgerwoningen van latere datum. De verscheidenheid in volume, goot- en nokhoogten, rooilijn en kapvorm is groot. De grote bomen langs de straat zorgen samen met de voortuinen bij de woningen voor een rustig, groen beeld.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 7 van 57
De planlocatie grenst aan de noordzijde aan de Burgemeester van Erpstraat. Aan de westzijde is aangrenzend aan de planlocatie, zoals bovenstaand reeds benoemd, de vrijstaande burgerwoning aan Burgemeester van Erpstraat 56a gelegen. Aan de oostzijde grenst de planlocatie aan het perceel Burgemeester van Erpstraat 58, waarop momenteel een sportschool is gevestigd. Voor dit perceel is echter een plan ontwikkeld dat toeziet op de beëindiging van deze sportschool en de toevoeging van woningbouw ter plaatse. Voor deze ontwikkeling wordt een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen. Tot slot grenst de planlocatie aan de zuidzijde met haar achtertuin aan de tuin van de hoekwoning aan Wolvepad 29.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 8 van 57
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
Middels voorliggend plan wordt op de planlocatie binnen de reeds vigerende bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ een bouwvlak toegevoegd ten behoeve van de bouw van een nieuwe vrijstaande woning ter plaatse. De nieuw te bouwen woning sluit qua situering aan op de reeds aanwezige vrijstaande woningen aan de zuidzijde van de Burgemeester van Erpstraat. Als onderdeel van het plan zullen het bestaande schuurtje en de overkapping op de planlocatie worden afgebroken. Voor de nieuw te bouwen woning wordt qua bouwwijze en bouwvoorschriften eveneens aangesloten bij de reeds bestaande woningen. Dit houdt in dat sprake is van een vrijstaande woning, waarbij het nieuwe bouwvlak op de planlocatie een afmeting van 8,50 meter x 12,00 meter heeft. De maximum bouwhoogte en de maximum goothoogte van de te bouwen woning bedragen respectievelijk 9 meter en 6 meter. In figuur 2.2 is de verbeelding van de nieuwe situatie van de planlocatie weergegeven. Aan de oostzijde van het plangebied is het perceel Burgemeester van Erpstraat 58 gelegen. Op dit perceel vindt ook een woningbouwontwikkeling plaats. De ter plaatse gevestigde sportschool wordt beëindigd ten behoeve van de bouw van woningen. Beide plannen tezamen zorgen voor een afronding van het woonlint aan deze zijde van de Burgemeester van Erpstraat.
Figuur 3.1: Verbeelding nieuwe situatie planlocatie (bron: BraGis B.V.).
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 9 van 57
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 10 van 57
initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen.
Onderhavig initiatief betreft de toevoeging van een bouwvlak binnen een reeds vigerende bestemming ‘Wonen - Vrijstaand’ ten behoeve van de bouw van één nieuwe vrijstaande woning. Jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL: RVS:2015:2921) heeft uitgewezen dat de toevoeging van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, echter de toevoeging van 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 953). Bij voorliggend plan wordt één woning toegevoegd, waarmee geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.
De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 11 van 57
Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -
Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;
-
De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen;
-
De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;
-
De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;
-
Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;
-
Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
De met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen directe betrekking op de nationaal geformuleerde belangen. Wel zal bij de verdere uitwerking op lokaal niveau rekening worden gehouden met een klimaatbestendige inrichting en een duurzame energievoorziening.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 12 van 57
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan blijft de bestemming ‘Wonen - Vrijstaand’ gehandhaafd echter wordt binnen deze bestemming een nieuw bouwvlak toegevoegd. Hiermee wordt de realisatie van 1 vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Het initiatief past, voor zover van toepassing, binnen de hiervoor genoemde hoofdopgaven 4.3.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 13 van 57
In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Figuur 4.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In figuur 4.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie aangeduid. Hieruit blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het Stedelijk Gebied en meer specifiek het Concentratiegebied. Voorliggend initiatief bestaat uit de toevoeging van één woning binnen bestaand stedelijk gebied. In Artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening wordt door de provincie Noord-Brabant nadere invulling gegeven aan de ontwikkeling van woningen binnen Stedelijk Gebied. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Uit de kwantitatieve gegevens die bij de gemeente Oss bekend zijn blijkt dat er binnen de gemeente voor het stedelijk gebied nog een flinke opgave ligt voor het toevoegen van nieuwe plannen. De totale plancapaciteit t/m 2028 bedraagt ongeveer 2.250 woningen. De opgave volgens de hoge prognose bedraagt bijna 3.500 woningen. In deze opgave kan dus niet volledig worden voorzien door de plannen die zijn opgenomen als harde plancapaciteit.
Realisatie van het plan is gewenst om in de
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 14 van 57
kwantitatieve behoefte te kunnen voorzien. Daarmee zijn de woningbouwplannen in lijn met de regionale woningbouwafspraken. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De voorgenomen toevoeging van de woning binnen bestaand Stedelijk gebied betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling. Onderstaand vindt toetsing plaats aan de criteria voor een duurzame stedelijke ontwikkeling, waaruit blijkt dat aan deze criteria wordt voldaan. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a.
b.
c.
d.
e.
f.
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; De voorgenomen toevoeging van de vrijstaande woning komt de omgevingskwaliteit ter plaatse ten goede. De woning sluit aan op de bestaande bebouwde omgeving en wordt overeenkomstig deze bebouwing opgericht. De toevoeging van één woning binnen de bestaande kern van Berghem doet geen afbreuk aan de verdere ontwikkeling van een veilige en gezonde leefomgeving. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; De nieuwe woning wordt toegevoegd binnen bestaand stedelijk gebied op een perceel dat momenteel in gebruik is als tuin bij een reeds bestaande woning. Het initiatief bevordert hiermee bij uitstek een zorgvuldig ruimtegebruik. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; De nieuw te bouwen woning dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. De belangrijkste eisen bij nieuwbouw zijn de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Hiermee wordt zeker gesteld dat bij de bouw van de nieuwe woning op de planlocatie invulling gegeven wordt aan de mogelijkheden van duurzame energie.
houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening met klimaatverandering. Als gevolg van de toevoeging van de woning neemt het verhard oppervlak op de planlocatie toe. In de waterparagraaf van voorliggend bestemmingsplan worden de te nemen maatregelen ten behoeve van de berging en infiltratie van het hemelwater op eigen perceel nader besproken. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Het geven van invulling aan het vraagstuk van duurzame mobiliteit is bij voorliggend initiatief niet aan de orde. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Middels het bij de bouw van de woning toepassen van voldoende duurzame bouwsystemen en het selecteren van een duurzame installatie voor de verwarming en energieopwekking van de woning wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie.
De voorgenomen toevoeging van bouwvlak op de planlocatie ten behoeve van de bouw van een nieuwe vrijstaande woning voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor een duurzame stedelijke ontwikkeling binnen Stedelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. Overige aanduidingen Daarnaast blijkt uit figuur 4.1 dat de planlocatie gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij, waardoor deze aanduiding niet van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 15 van 57
Uit figuur 4.1 blijkt eveneens dat de aanduiding ‘norm wateroverlast Stedelijk gebied’ op de planlocatie is gelegen. Deze norm betreft een instructieregel voor het waterschap en bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. De planlocatie is echter niet gelegen in een zogenaamd ‘waterwingebied’. Voor de planlocatie is waterschap Aa en Maas de waterbeheerder. Waterschap Aa en Maas heeft in haar beleid nadere invulling aan bovengenoemde normen. In hoofdstuk 4 van voorliggend bestemmingsplan wordt het aspect ‘water’ nader uitgewerkt. Hieruit blijkt dat bij onderhavig initiatief voldaan wordt aan het beleid van waterschap Aa en Maas. Dit plan voor de realisatie van 1 woning ligt in kern Berghem, in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in de paragrafen 4.3.2 en 4.4.3. In april 2022 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt.
Wij hebben voor dit initiatief de wijzigingen van de Interim omgevingsverordening doorgenomen en geconstateerd dat het toetsingskader hetzelfde is gebleven. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Voorliggend plan voorziet in de woningbehoefte binnen Berghem. Het plan versterkt de kwaliteit van het woonmilieu ter plaatse en draagt bij aan het vasthouden van huishoudens met hogere inkomens, daar het plan de kans biedt om een eigen woning te ontwikkelen binnen de kern van Berghem. 4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren.
De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 16 van 57
• Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019).
Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020).
Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid.
• De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 17 van 57
•
verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.
Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Burgemeester van Erpstraat 56a te Berghem vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig. De conclusie is dan ook dat de beoogde woning aan Burgemeester van Erpstraat 56a aansluit bij de behoefte aan toekomstbestendige en duurzame woonmilieus in de kern Berghem. En daarmee voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en aansluit bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss. 4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid.
Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.
1 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale
Woningmarktonderzoek (2019).
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 18 van 57
In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht, in de nabijheid van een monument of binnen een gebied waar een beeldkwaliteitsplan geldt. 4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert.
Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 19 van 57
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Natuur
5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.1.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.
Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. 5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie.
Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 20 van 57
consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening.
5.1.3.1 Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). Gebruiksfase De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) afkomstig van het plangebied vinden in de gebruiksfase plaats door een tweetal type bronnen namelijk: - verkeersbewegingen van en naar het plangebied; - de stookinstallaties binnen het plangebied.
Verkeersbewegingen Als gevolg van de toevoeging van één vrijstaande burgerwoning vindt een toename van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal plaats, conform de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. In (de regels van) het bestemmingsplan zijn daarnaast geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor de wijziging van de bestemming Wonen naar een andere bestemming zoals Bedrijf. Hiermee kunnen de huidige mogelijkheden binnen de woonbestemming beschouwd worden als de maximale planologische mogelijkheden. Stookinstallaties Hoewel de nieuw te bouwen woning zeer waarschijnlijk gasloos wordt opgericht, wordt voor het berekenen van de toename van stikstofdepositie worst-case uitgegaan van de verwarming van de woning middels een aardgasketel. De norm voor de emissie NOx ten gevolge van Wonen bedraagt 3,0 kg per jaar per woning.
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 21 van 57
Op basis van bovenstaande gegevens is middels het programma AERIUS Calculator de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. Uit de berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase van het plan. Geconcludeerd kan dan ook worden dat door de gebruiksfase van het plan de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden als gevolg van voorliggend plan. Bouwfase Om aan te tonen dat er als gevolg van de bouwfase door de beoogde ontwikkeling geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt is middels het rekenprogramma AERIUS Calculator een berekening gemaakt van de bouwfase van het plan.
Uit de AERIUS-berekening, die is opgenomen in de bijlage, blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daarom geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000gebieden als gevolg van stikstof uit de lucht. Beschermde natuurgebieden Er zijn geen natuurgebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 in de directe omgeving van het plangebied aanwezig (Natura 2000-gebieden). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Rijntakken’. Dit gebied ligt op een afstand van ruim 13 kilometer van het plangebied. Daarnaast maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
5.1.3.2 Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Onderhavig plan omvat de sloop van een schuurtje en een overkapping aan een bestaande garage en tevens de bestemmingsplanwijziging t.b.v. de toevoeging van een vrijstaande woning op de planlocatie. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Door initiatiefnemer is opdracht verleend aan Exlan B.V. voor het uitvoeren van een quickscan Flora en Fauna. De conclusies van deze quickscan zijn hieronder opgenomen: Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2.
Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 22 van 57
Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. 5.2
Archeologie en Cultuurhistorie
5.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
5.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe
Burgemeester van Erpstraat 56a Berghem – 2022, pag. 23 van 57
grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
5.2.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied deels een middelhoge verwachtingswaarde, deels ligt het plangebied in de historische kern. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan respectievelijk 50 m² (historische kern) en 1000 m² (middelhoge verwachtingswaarde). Het verdient aanbeveling om aan de ‘voorkant’, dat wil zeggen voordat de ruimtelijke onderbouwing of plantoelichting wordt opgesteld, onderzoek te doen. Afhankelijk van de verwachtingswaarde van het gebied waarin de ontwikkeling is voorgenomen, kan dat een bureauonderzoek, een booronderzoek, een proefsleuvenonderzoek of een daadwerkelijk opgravingsonderzoek zijn. In geval van onderzoek vooraf is wellicht, uiteraard afhankelijk van de uitkomst daarvan, geen bescherming nodig door het opnemen van een zogenaamde dubbelbestemming in de planregels. Daarover hieronder meer. Indien vooraf geen onderzoek is gedaan is het in elk geval noodzakelijk dat de archeologische (verwachtings)waarde beschermd wordt door borging in de planregels.
Toetsing van de plannen (bij concrete ontwikkelingen) In opdracht van initiatiefnemer is door Transect (Transect-rapport 3717) een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied tussen Burgemeester van Erpstraat 56A en 58 in Berghem. Dit rapport is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conceptrapporten van 8-12-2021 en 18-3-2022 zijn door de gemeente Oss beoordeeld. De versie van 18-3-2022 (aangepaste versie) betreft de door de gemeente goedgekeurde versie van het rapport. Dit rapport is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. Het rapport bevatte voor de gemeente Oss voldoende informatie om tot een besluit ten aanzien van het vervolgtraject te kunnen komen. De conclusie van dit selectiebesluit (Arch. Adviesnr. MP22a57) is hieronder opgenomen. Besluit ten aanzien van vervolgtraject De gemeente Oss neemt het advies van Transect over. In het plangebied is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek noodzakelijk.