Bijlage 5A Toelichting BP Langendonkweg 1-3 Oss - 2022.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Langendonkweg 1-3 Oss - 2022 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 1 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Bestemmingsplan Langendonkweg 1-3 Oss – 2022 Vastgesteld Toelichting
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 2 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Gemeente Oss, 14 maart 2023
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 3 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 6 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 6 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 11 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 11 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................
13 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 13 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 20 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 22 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 22 5.2 Natuur ......................................................................................................................................... 23 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 27 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 30 5.5 Water .......................................................................................................................................... 32 5.6 Defensie......................................................................................................................................
36 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 36 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 45 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 47 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 47 6.2 Regels......................................................................................................................................... 47 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 49 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 49 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 49 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 50 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ...........................................................................................
51 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 52 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 52 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 52 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 54 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 54
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 Kwaliteitsverbetering van het landschap Bijlage 3 Toelichting invoergegevens aanlegfase AERIUS-berekening Bijlage 4 Toelichting invoergegevens gebruiksfase AERIUS-berekening Bijlage 5 AERIUS-berekening aanlegfase Bijlage 6 AERIUS-berekening gebruiksfase Bijlage 7 Samenvatting en resultaat watertoets Bijlage 8 Bodemonderzoek NEN5707
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 4 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Bijlage 9 Bodemonderzoek NEN5740 Bijlage 10 Omgevingsdialoog
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 5 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
TOELICHTING Bestemmingsplan Langendonkweg 1-3 Oss – 2022
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 6 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De Langendonkweg 1 – 3 te Oss is op dit moment bestemd als een agrarisch bedrijf. De eigenaar is voornemens om op de locatie een agrarisch-technisch hulpbedrijf in de vorm van een loon- en grondverzetbedrijf te vestigen met een akkerbouwtak als nevenactiviteit. Op de locatie zijn een aantal gebouwen aanwezig. De staat van de bestaande bebouwing is onvoldoende voor de nieuwe functie. Recent is er één van de bestaande gebouwen is gesloopt. Deze wordt al vervangen door een nieuwe loods. 1.2
Plangebied
De locatie is gelegen op het perceel plaatselijk bekend als Langendonkweg 1 – 3 te Oss en is kadastraal bekend onder gemeente Oss, sectie N, perceelnummers 349, 350, 377 en 378. De locatie is op ca. 750 meter gelegen van Oss. Op navolgende afbeelding is de ligging van de initiatieflocatie weergegeven.
Afbeelding 1: weergave initiatieflocatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Langendonkweg 1-3 Oss – 2022’ gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Buitengebied Oss - 2020
16-04-2020
Parapluplan Geitenhouderijen - 2019
05-03-2020
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 7 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
De Langendonkweg 1 - 3 te Oss is op dit moment bestemd als een agrarisch bedrijf. Daarnaast is er al een neventak voor een agrarisch-technisch hulpbedrijf, op grond van een binnenplanse afwijking. Het totaal aantal m2 bebouwing wat voor het agrarisch bedrijf en het agrarisch-technisch hulpbedrijf aanwezig is, is ca. 2.100 m2. Ook is er een mantelzorgwoning aanwezig en is gebruik op de locatie. Deze mantelzorgwoning wordt gebruikt door de voormalige eigenaren van de locatie (en is familie van de huidige eigenaar). De locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oss. De percelen rondom worden voornamelijk gebruikt voor het agrarische gebruik. Het plangebied wordt in het zuiden begrenst door de Langendonkweg, in het oosten door de John F. Kennedybaan en in het noorden en westen door akkerland. Op navolgende afbeelding is het aanzicht van het agrarisch bedrijf weergegeven, gezien vanaf de Langendonkweg.
Afbeelding 2: weergave aanzicht plangebied vanuit zuidoosten vanaf Langendonkweg (bron: Google Street View)
Afbeelding 3: weergave aanzicht plangebied vanuit zuidwesten vanaf Langendonkweg (bron: Google Street View)
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 8 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
Eigenaar is voornemens om op de locatie een agrarisch-technisch hulpbedrijf in de vorm van een loon- en grondverzetbedrijf te vestigen met een akkerbouwtak als nevenactiviteit. Op de locatie zijn een aantal gebouwen aanwezig. De staat van de bestaande bebouwing is onvoldoende voor de nieuwe functie. Recent is er één van de bestaande gebouwen is gesloopt. Deze wordt al vervangen door een nieuwe loods. Men is daarnaast voornemens om vervolgens nog één van de bestaande gebouwen te vervangen voor een nieuwe loods. De verwachting is dat deze loods ca. 70 meter * 30 meter groot zal worden. Het totaal aantal m2 bebouwing wat voor het agrarisch-technisch hulpbedrijf en de akkerbouwtak beoogt is, is ca. 3.050 m2. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het aantal m2 toe met ca. 950 m2. De akkerbouwtak als nevenactiviteit zal, voor wat betreft het aantal m2 bebouwing een omvang hebben van ca. 475 m2. De buitenrijbak is reeds gerealiseerd, en is bedoeld voor hobbymatig gebruik. De reeds aanwezige mantelzorgwoning zal aanwezig blijven en in gebruik blijven (op dezelfde manier als in de huidige situatie) in de beoogde situatie. Op navolgende afbeelding is de toekomstige situatie (inclusief gewenste nieuwbouw) weergegeven.
8 10
3
7
2
9
1
5 4 6
9
Afbeelding 4: weergave gewenste situatie
Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling zal de vorm van het bouwvlak gewijzigd moeten worden. In de beoogde situatie zal het bouwvlak dezelfde omvang hebben als het vigerende bouwvlak (ca. 1,26 ha). Er is gekozen om het bouwvlak van vorm te veranderen om voor de beoogde situatie een bouwvlak te creëren wat passend is bij een loon- en grondverzetbedrijf. De eigenaar wil, door het bouwvlak onder andere ten westen van de nieuw te bouwen loods te situeren, voorsorteren op mogelijke toekomstige hygiënemaatregelen voor zijn bedrijf. Op deze manier kan namelijk in de toekomst een extra in- of uitrit worden aangelegd, en kan het principe van een schone- en vuile weg worden toegepast. Ook wordt ten noordoosten van het bedrijf bouwvlak verwijderd, zodat er planologisch een grotere afstand ontstaat tussen de aanwezige groenblauwe mantel en het bedrijf. Ook dezelfde aanwezige groenblauwe mantel te versterken, zal een deel van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ nabij deze
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 9 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
groenblauwe mantel gewijzigd worden naar ‘Natuur’. Op navolgende afbeelding wordt het vigerende, het gewenste bouwvlak en het gedeelte wat wordt gewijzigd naar ‘Natuur’ weergegeven.
Afbeelding 5: weergave vigerende en beoogde bouwvlak
Noodzaak groter bebouwingoppervlakte Een groter bebouwingsoppervlakte is om diverse redenen nodig. Allereerst omdat de machines die tegenwoordig gebruikt worden enorm qua omvang zijn gestegen. Landbouwmachines zijn groter, breder en langer dan vroeger. Om de landbouwmachines economisch rendabel te maken moeten deze een enorme capaciteit hebben. Om een grote capaciteit te creëren moeten de machines de maximale omvang hebben. Hedendaagse machines passen niet meer in een loods van +/- 50 jaar geleden, de afmetingen zijn forser waardoor de loods dieper en hoger moet zijn. De landbouwmachines zijn vaak zo groot van omvang dat deze een ontheffing hebben om deel te mogen nemen aan het verkeer. De omstandigheden van de hedendaagse agrarische markt zijn sterk veranderd. Waar vroeger de oogst binnen enkele weken werd binnen gehaald moet dit tegenwoordig binnen enkele dagen gebeuren. Vroeger was er voldoende veevoer in de omgeving beschikbaar waardoor het veevoer van mindere kwaliteit mocht zijn, tegenwoordig worden er hogere eisen aan het veevoer gesteld waardoor de niet alleen de capaciteit van de machines omhoog moet maar ook het aantal machines. Er is een grotere diversiteit aan machines dan dat er vroeger was. Ook zijn er veel marktontwikkelingen geweest.
Er zijn nieuwe technische machines ontwikkelt waardoor de grond beter bewerkt kan worden, het is echter wel een extra bewerking waardoor er extra machines benodigd zijn, deze extra machines nemen veel extra ruimte in beslag. Deze machines zijn zo geavanceerd (bijvoorbeeld voorzien van GPS) waardoor deze wel binnen moeten staan. Ook worden er door de overheid de laatste decennia steeds hogere eisen gesteld aan de vergroening van de akkerbouw waardoor er meer verschillende soorten gewassen geteeld moeten worden dan vroeger. Waar voorheen in de nabije omgeving van Oss vaak gras/ mais werd geteeld hebben we nu te maken met
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 10 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
tal van extra gewassen. Denk daarbij aan tarwe, aardappels, bieten, wortels enz. Om al deze gewassen te zaaien en oogsten zijn er per gewas specifieke machines nodig waardoor er een groter machinepark ontstaat. Deze machines zijn vaak enkele dagen per jaar nodig en moeten de overige tijd van het jaar binnen gestald worden. Daarnaast is het nodig om akkerbouwproducten tijdelijk op te kunnen slaan. Doordat we de laatste jaren te maken hebben met een wisselend klimaat is het belangrijk om de akkerbouwproducten tijdelijk op te slaan. De akkerbouw producten moeten vaak binnen een korte periode van het land worden gehaald en tussentijdse binnen opslag is dan van groot belang om de oogst niet te laten bederven. Wanneer je als agrarisch technisch ondernemer niet alle diensten kunt bieden aan een klant kun je beter stoppen met je bedrijf, je moet de klant kunnen ontzorgen.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 11 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 12 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Voorliggend initiatief vindt plaats op een bestaand bouwperceel. Op basis van jurisprudentie blijkt echter dat een dergelijk initiatief niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in het Bro. Dit betekent dat in onderhavig plan niet verder aan de Ladder behoeft te worden getoetst. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen.
Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro.
Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 13 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Verder heeft men in de Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024 een aantal voorlopige NOVI-gebieden geselecteerd. Het plangebied is niet gelegen in één van deze gebieden. Binnen de prioriteit 4 ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ gaat het onder andere over de transitie in het buitengebied. Onderhavige ontwikkeling past binnen deze prioriteit, en vormt daarom geen belemmering binnen deze Nationale Omgevingsvisie. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 14 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijf’ voor het realiseren van een agrarisch-technisch hulpbedrijf. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving.
De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. - Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een locatie in ligt. In dit geval ligt het plangebied binnen de aanduidingen ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘groenblauwe mantel’ (gedeeltelijk), ‘gemengd landelijk gebied’ (gedeeltelijk), ‘landelijk gebied’ en ‘stalderingsgebied’. Op navolgende afbeelding is dit weergegeven.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 15 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Afbeelding 6: uitsnede viewer Iov (kaartlagen hst. 3) (bron: viewer Iov 8-12-2020)
De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: - 3.29 cultuurhistorische waarden - 3.52 aanvullende regels stalderen - 3.61 vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Gemengd landelijk gebied - 3.73 vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Aangezien de intensieve veehouderij ter plaatse wordt beëindigd, is een toetsing aan artikel 3.49 en 3.52 daarom niet noodzakelijk. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.5 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.
Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5) In dit artikel wordt aangegeven dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Bij voorliggend initiatief is sprake van een bestaand agrarisch bouwperceel. Bij dit agrarisch bedrijf was reeds een nevenactiviteit in de vorm van een agrarisch-technisch hulpbedrijf aanwezig en middels een vergunning toegestaan. De voorgestelde beoogde situatie, een agrarisch-technisch hulpbedrijf met als nevenactiviteit een akkerbouwtak past bij ligging van de locatie in het ‘komgebied’ en het ‘overig agrarisch gebied’ binnen het buitengebied van de gemeente Oss. De open komgebieden vormen de basis van het
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 16 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
agrarisch gebied en biedt mogelijkheden aan (agrarische) bedrijven; dergelijke bedrijven hebben vaak een groter bouwvlak dan bedrijven op de oeverwal of op de zandgronden. Het deel van de komgebieden die in het ‘gebied beperkingen veehouderij’ liggen wordt ook ‘overig agrarisch gebied’ genoemd. In dit gebied heeft de agrarische functie nog wel de overhand. Maar door de beleidsmatige beperkingen is het toekomstperspectief voor agrarische bedrijven in dit gebied beperkter dan in het primair agrarisch gebied. De gewenste functiewijziging van een agrarisch bedrijf naar een agrarisch-technisch bedrijf is derhalve passend binnen de ontwikkelingsvisie van de provincie en de gemeente Oss. Verder is ten noorden van de locatie de gebiedsaanduiding ‘groenblauwe mantel’ aangegeven. Voorliggend initiatief betreft mede een vormverandering van het bouwvlak. Hierdoor wordt er onder andere bouwvlak ten hoogte van de ‘groenblauwe mantel’ verwijderd en verplaatst naar het ‘gemengd landelijk gebied’ (zie afbeelding 5). Voor de ontwikkeling van deze ‘groenblauwe mantel’ zal deze verplaatsing van het bouwvlak naar verwachting een positief effect hebben. Voor wat betreft de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie zal in navolgende alinea’s (de uitwerking van artikel 3.6, 3.7 en 3.8) nader worden ingegaan.
Door de ligging van de locatie in het ‘komgebied’ en ‘overig agrarisch gebied’ en door de verplaatsing van het bouwvlak richting het ‘gemengd landelijk gebied’ kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige afweging en toedeling van functies voor wat betreft voorliggend initiatief. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bij voorliggend initiatief is sprake van een bestaand bouwperceel. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er zullen bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Deze verkeren in slechte staat, en hebben een negatieve invloed op het aanzicht van de locatie. Op navolgende foto is één van de bedrijfsgebouwen weergegeven. Door sloop en nieuwbouw op nagenoeg dezelfde locatie is er op deze locatie daarom sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
Afbeelding 7: foto van één van de verouderde bedrijfsgebouwen (bron: Google Street View)
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 17 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken.
Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de wijziging van de bestemming te combineren met een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast is er sprake van een afname van de emissies waardoor ook het leefmilieu in de omgeving wordt verbeterd. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. De beoogde kwaliteitsverbetering van voorliggend initiatief is nader uitgewerkt in paragraaf 5.1.2. Hieruit volgt dat voldaan kan worden aan artikel 3.9 van de Iov.
Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden (paragraaf 3.2.4) Cultuurhistorische waarden (artikel 3.29) Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. De planlocatie is, conform de Cultuurhistorische Waardenkaart Brabant) gelegen in: - de Maaskant (een regio van provinciaal cultuurhistorisch belang); - de Beerse Overlaat (een cultuurhistorisch vlak met provinciaal cultuurhistorisch belang); - de Beerse en Baardwijkse Overlaat (een cultuurhistorisch landschap met provinciaal cultuurhistorisch belang).
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 18 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Binnen het plangebied wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ gewijzigd naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van de vestiging van een agrarisch-technisch hulpbedrijf. De omvang van het bedrijf blijft qua bouwvlak en bebouwing nagenoeg gelijk, en zal passend zijn binnen het aanwezig landschap. Zoals reeds in hoofdstuk 3 is aangegeven is de voorgestelde omvang van de bebouwing en het bouwvlak noodzakelijk voor de toekomst van het loon- en grondverzetbedrijf. De eigenaar beoogt een bedrijfsopzet te creëren welke toekomstbestendig is en passend is binnen het gebied en landschap. Voorliggend initiatief zal geen negatieve gevolgen hebben voor de cultuurhistorische waarden ter plaatse. Agrarisch gerelateerde bedrijven (paragraaf 3.6.5) Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Gemengd landelijk gebied (artikel 3.61) Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf als: a. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving; b. de ontwikkeling niet leidt tot splitsing van het bouwperceel; c. is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. mestbewerking is uitgesloten.
Lid 2 Als een binnen de omgeving passende omvang van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarischverwant bedrijf geldt een bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare. Uit voorliggende toelichting blijkt dat het plan past in de omgeving vanuit een goede omgevingskwaliteit. De ontwikkeling is ten behoeve van één bedrijf en leidt niet tot splitsing van het bouwperceel. De verouderde bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt. Er is verder geen sprake van mestbewerking bij voorliggend plan. Het toekomstige bouwvlak heeft een omvang van ca. 1,26 ha, dit wordt als passende omvang gezien voor een agrarisch-technisch hulpbedrijf in het buitengebied. Ontwikkeling van niet-agrarische functies (paragraaf 3.6.7) Paragraaf 3.6.7 bevat de voorwaarden voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies in het landelijk gebied. Het initiatief moet getoetst worden aan artikel 3.73 ten aanzien van vestiging van een nietagrarische functie in landelijke gebied. Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied (artikel 3.73) In artikel 3.73, eerste lid, van de Iov is vastgelegd dat op een bestaand bouwperceel binnen het landelijk gebied kan worden voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarbij dienen, conform lid a, de volgende aspecten te worden betrokken: 1.
een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De beoogde ontwikkeling van het landelijke gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Er is naast landen tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van nietagrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Met de beoogde ontwikkeling wordt een vrijkomend agrarisch bedrijf hergebruikt voor een nieuwe functie. Hierdoor wordt leegstand en verloedering van het buitengebied voorkomen. Waardoor het initiatief bijdraagt aan de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie. 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 19 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de genoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied. In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit door de sanering van een agrarisch bedrijf te combineren met hergebruik van een bestaand bouwperceel. Er is hierdoor sprake van een afname in emissie van o.a. stikstof, geur en fijnstof, waardoor het leefmilieu in de omgeving verbeterd. Met het initiatief wordt leegstand en verloedering van het buitengebied voorkomen. Verder moet worden aangetoond dat: b. er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvindt; Er is geen sprake van splitsing van het bouwperceel. c.
overtollige bebouwing wordt gesloopt; De aanwezige bebouwing, welke in gebruik was ten behoeve van het agrarische bedrijf, zal grotendeels worden gesloopt. Deze bebouwing was ongeschikt voor de beoogde bedrijfsvoering. Ten behoeve van het agrarisch-technisch hulpbedrijf zal wel nieuwbouw van bedrijfsgebouwen plaatsvinden.
d. de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking gerealiseerd. Conform artikel 3.73, tweede lid, dient een bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt te borgen dat de functie, ook op lagere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting. Er dienen daartoe regels te worden gesteld: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Het toekomstige bouwvlak heeft een omvang van ca. 1,26 ha, dit wordt als passende omvang gezien voor een agrarisch-technisch hulpbedrijf in het buitengebied. Het initiatief zal geen publieksaantrekkende werking hebben. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de voorwaarden van het bestemmingsplan wordt de specifieke gebruiksactiviteit vastgelegd met een bestemmingsvlak van in totaal 1,26 ha. c.
dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; In de voorwaarden van het bestemmingsplan wordt buitenopslag als strijdig gebruik aangemerkt.
d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. In de regels van het bestemmingsplan wordt niet voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor het initiatief waardoor het bedrijf bij uitbreiding genoodzaakt is om elders op een passende locatie te vestigen. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor de vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied. Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 20 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.
Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype.
We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 21 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Het plangebied is gelegen in het landschapstype Komgebied. De komgronden beslaan een groot gedeelte van het grondoppervlak van de gemeente Oss. Het landschap is grootschalig, open tot zeer open en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. De openheid van het gebied is zeer kenmerkend en uniek in het Brabantse land. Deze openheid maakt dit gebied landschappelijk waardevol. Met betrekking tot niet-agrarische activiteiten wordt het navolgende aangegeven: “Nieuwvestiging van nietagrarische bedrijvigheid in het buitengebied is niet gewenst en daarom uitgesloten. Ontwikkelingsruimte in het buitengebied blijft beperkt. Er zijn wel mogelijkheden voor omschakeling van agrarische bedrijven naar niet-agrarische bedrijvigheid of van al bestaande niet-agrarische bedrijven naar andere niet-agrarische bedrijvigheid. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kwaliteit van het landschap (landschapsinvesteringsregeling).” Voorliggend initiatief betreft een wijziging van een agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf (een agrarisch-technisch hulpbedrijf) met een neventak voor de akkerbouw.
Hierdoor blijft er een sterke link met het buitengebied. Een dergelijke ontwikkeling is, gezien bovenstaande, toegestaan. Het initiatief moet wel bijdragen aan de kwaliteit van het landschap. Er is derhalve een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarmee voldaan wordt aan deze eis en aan de landschapsinvesteringsregeling. Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015. 4.4.2 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.
In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 22 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Het plangebied is gelegen in het landschapstype Komgebied.
De komgronden beslaan een groot gedeelte van het grondoppervlak van de gemeente Oss. Het landschap is grootschalig, open tot zeer open en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. De openheid van het gebied is zeer kenmerkend en uniek in het Brabantse land. Deze openheid maakt dit gebied landschappelijk waardevol. Ten behoeve van het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (bijlage 1). Er is gekozen om een aantal solitaire bomen, een zandwal met bloemrijk grasland, een gedeelte bloemrijk grasland met een poel en een houtsingel te realiseren. Deze elementen zijn passend binnen het open en grootschalige karakter van het komgebied. 5.1.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds.
Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 23 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Voorliggend initiatief betreft de wijziging van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ naar ‘Bedrijf’.
Deze ontwikkeling wordt gezien als een categorie 3-ontwikkeling. Er is derhalve een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk. Ten behoeve van het initiatief is een berekening van de meerwaarde opgesteld. Deze is als separate bijlage bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). Er is een kwaliteitsbijdrage nodig van € 13.020,60. Deze wordt deels behaald door de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan (€ 10.023,99), waarbij ook een klein deel van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ wordt gewijzigd naar ‘Natuur’. Het landschappelijk inpassingsplan is als separate bijlage opgenomen bij deze toelichting (bijlage 1). Het totaalbedrag aan investeringen is niet voldoende om te voldoen aan de 20% van de waardevermeerdering. Er zal derhalve nog € 2.943,67 geïnvesteerd moeten worden. Dit bedrag kan gestort worden in het landschapsfonds van de gemeente Oss. Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering. 5.2
Natuur
5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.
Langendonkweg 1-3 Oss – 2022, pag. 24 van 54 Vastgesteld 15 juni 2023
Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Soortenbescherming De soorten beschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd.
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten.
Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Langendonkweg 1-3 te Oss, dient met name bepaald te worden of ter plaatse, beschermde natuurwaarden voorkomen, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten.