Bijlage 4D Bijlagen bij toelichting Partiele Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020
Tekst van het document
HERZIENING 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij de toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Partiële Herziening 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Bijlage 1
- Berekening Kwaliteitsverbetering van het landschap
Bijlage 2
- Quickscan flora en fauna
Bijlage 3
- AERIUS-berekening
Bijlage 4
- Nadere toelichting AERIUS-berekening
Bijlage 5
- Resultaat en samenvatting Watertoets
Bijlage 6
- Eindsituatie bodemonderzoek
Bijlage 7
- Omgevingsdialoog geanonimiseerd
Bijlage 1
- Landschappelijke inpassing
Notitie: Kwaliteitsverbetering van het landschap
Reek,
31 mei 2021
Status: -
Kenmerk: 00618.018
Om de kwaliteit van het landschap te versterken hanteert de provincie Noord-Brabant in haar beleid het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap. Een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied dient gepaard te gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast dient te worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering ook financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering zoals hierboven beschreven kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, wegnemen van verharding of het slopen van bebouwing. Deze vormen van kwaliteitsverbetering dienen dan ook te worden geborgd in het bestemmingsplan. De gemeente Oss hanteert bij de toetsing van de kwaliteitsverbetering de Notitie toepassingsbereik. De ontwikkeling op de locatie Meester van Coothstraat 54B te Maren-Kessel wordt in dit kader gezien als een categorie 3 ontwikkeling. Dit betekent dat het initiatief een relatief grote impact heeft op de omgeving. Er is een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk. Hiervoor is een financiële berekening gemaakt om de waardevermeerdering van de gronden te bepalen. 20% van deze waardevermeerdering wordt door de ondernemer geïnvesteerd in het landschap. Hierna is een financiële berekening weergegeven.
Huidige situatie Agrarisch met waarden - Landschap Totaal
Oppervlak m² bouwvlak
11311 €
Waarde/m²
Totaal
25,00
€ 282.775,00
0
€ 282.775,00
Beoogde situatie Bedrijf
5000 €
50,00
€ 250.000,00
Agrarisch met waarden - Landschap
6311 €
8,00
€ 50.488,00
Totaal
6311 € 300.488,00
Waardevermeerdering Bijdrage LIR
€ 17.713,00 20%
€ 3.542,60
Uit bovenstaande berekening volgt dat € 3.542,60 geïnvesteerd zal moeten worden in de landschappelijke kwaliteitsverbetering. Deze kwaliteitsverbetering zal plaatsvinden door sloop van de varkensstallen. Hierna wordt een berekening van de investeringen in het landschap weergegeven.
Pagina 1 van 2
Aantal
Eenheid
Prijs per eenheid
Totaalprijs
Sloop Sloop gebouwen
3272 m2
€ 25,00
€ 81.800,00
Totaal
€ 81.800,00
Plankosten (20% van totale uitvoeringskosten)
€ 16.360,00
Totaal investering landschap
€ 98.160,00
Het totaalbedrag aan investeringen, € 98.160,- is ruim meer dan de 20% van de waardevermeerdering. Hiermee is aangetoond dat de initiatiefnemer een extra inspanning levert ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap.
Pagina 2 van 2
Bijlage 2
- Quickscan flora en fauna
quick scan flora en fauna onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen
ijzerman advies ruimtelijke ordening & ecologie
Meester van Coothstraat 54-B, Maren Kessel rapportnummer 2020603
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
quick scan flora en fauna Meester van Coothstraat 54-B, Maren Kessel rapportnummer 2020603
rapportnummer:
2020603
datum:
23 maart 2021
opdrachtgever:
Dhr. T. van den Eng
uitvoerder:
© IJzerman advies Postbus 6035 5002 AA Tilburg GSM 06-38506432 Mail sander@landschappers.nl www.ijzermanadvies.com
projectleider:
S.J. IJzerman
IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
ijzerman advies
|
2
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Inhoudsopgave Inleiding
4
Beleidskader
5
Wet natuurbescherming
5
Werkwijze quick scan
6
Veldinspectie
6
Deskstudie
6
Expert judgement
6
Gebiedsbeschrijving
7
Huidige situatie
7
Beschermde natuurwaarden
9
Flora
9
Ongewervelden
10
Amfibieën, vissen en reptielen
10
Broedvogels
10
Zoogdieren
11
Advies
12
Bronnen
13
ijzerman advies
|
3
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Inleiding
In opdracht van de heer Van den Eng heeft IJzerman advies een quick scan flora en fauna uitgevoerd voor de locatie Meester van Coothstraat 54-B te Maren Kessel. De quick scan is uitgevoerd in het kader van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ingrepen dient in kaart te worden gebracht of actuele beschermde natuurwaarden van de locaties worden bedreigd. In deze quick scan flora en fauna wordt vooraf een inschatting gemaakt van de effecten die toekomstige ruimtelijke ingrepen op de actuele beschermde natuurwaarden zullen hebben. Daarnaast wordt ook vanuit het oogpunt van planologische gebiedsbescherming naar de locaties gekeken. De quick scan flora en fauna is een toetsingsinstrument en levert een aantal duidelijke adviezen die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen (zoals bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek, vergunning, ontheffing of een goedgekeurde gedragscode). IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en hanteert de door deze brancheorganisatie opgestelde gedragscode.
ijzerman advies
|
4
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Beleidskader Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt 3 bestaande wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Boswet en de Flora- en faunawet (bescherming van soorten). Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000- gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming.
Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde soorten. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) 3. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Dit kan eveneens verschillen per provincie. Landelijk zijn er van een aantal vogelsoorten bovendien de nesten jaarrond beschermd. Daarnaast zijn er een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten.
ijzerman advies
|
5
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Werkwijze quick scan
De quick scan flora en fauna is een oriënterend onderzoek naar de actuele beschermde natuurwaarden van een locatie in relatie tot de geplande ingrepen. De quick scan flora en fauna is een momentopname in tegenstelling tot een volledig ecologisch onderzoek dat uitgebreider is wat betreft omvang en tijdsduur. Een volledig ecologisch onderzoek bestaat uit soortgerichte, uitgebreide inventarisaties, die meestal in diverse opnamerondes en volgens standaardmethodes worden uitgevoerd. De quick scan flora en fauna bestaat uit een veldinspectie, een deskstudie en een beoordeling op basis van expert judgement. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de quick scan een veelgebruikt instrument dat inzicht geeft in de consequenties van de ingrepen ten aanzien van de natuurwetgeving.
Veldinspectie
De veldinspectie heeft plaats gevonden op 3 maart 2021. Hierbij werd de ecologische potentie van de locaties in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten (ook in de directe omgeving) onderzocht. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken). Alle te slopen bebouwing is uitvoerig aan binnen- en buitenzijde onderzocht. Hiervoor was een endoscoop met camera voorhanden. Daarnaast is er gezocht naar plantenresten of beginnende vegetaties. De weersomstandigheden waren bewolkt en droog.
Deskstudie
De deskstudie richt zich op bekende ruimtelijke plannen (lokaal, provinciaal, nationaal en Europees) die relevant zijn voor deze locaties. Daarnaast is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd voor de locatie specifiek en de directe omgeving ervan.
Expert judgement
Op basis van expert judgement wordt een uitspraak gedaan over de actuele beschermde natuurwaarden van de locaties in relatie tot geplande ontwikkelingen. Voor de expert judgement kan gebruik worden gemaakt van een netwerk van specialisten. Als de deskstudie en de veldinspectie onvoldoende houvast bieden om tot een onderbouwde beoordeling te komen, zal worden aangegeven dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de effecten op de aanwezige natuurwaarden te kunnen beoordelen.
ijzerman advies
|
6
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Gebiedsbeschrijving Huidige situatie
De planlocatie is gelegen op Meester van Coothstraat 54-B in het buitengebied tussen Maren Kessel en Lith aan de N625. Op de locatie staat een woning met aangrenzende varkensstallen en een losse varkensstal. De stallen hebben bakstenen muren en daken van plaatmateriaal. In de stenen muren zitten ventilatiegaten die op de galerij uitmonden. Ten tijde van de inspectie werden de stallen niet meer gebruikt voor de varkenshouderij. De varkenshouderij is recentelijk gestopt. Opgaande groenstructuren of waterstructuren ontbreken. Men is voornemens de stallen te slopen vanwege stopzetting van de varkenshouderij. Het voorste gedeelte met het woonhuis zal blijven bestaan.
Afbeelding 1: ligging plangebied blauw (bron: Google Earth)
ijzerman advies
|
7
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
ijzerman advies
|
8
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Beschermde natuurwaarden
Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden zullen geen negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen, ten opzicht van het huidige gebruik. Er vinden geen verhoogde emissies van licht, geluid of stoffen plaats die van negatieve invloed zouden kunnen zijn op Natura 2000 gebieden. Door de stopzetting van de veehouderij zal er eerder een vermindering van uitstoot plaatsvinden. Een vergunning Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Afbeelding 3: Natuurnetwerk Brabant in groen (bron: provincie Noord-Brabant)
Flora
Bij de veldinspectie is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. De locatie laat zich omschrijven als verharde voormalige agrarische gebruiksruimte. Op en langs de randen van de percelen zijn enkel vrijgestelde soorten en zijn er geen beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied is met nadruk geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Deze soorten of hun groeiplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
ijzerman advies
|
9
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Ongewervelden
Beschermde ongewervelden, zoals bepaalde vlinders, libellen en kevers, zijn niet aangetroffen op de planlocatie. De locatie bevat geen natuurlijk ontwikkelde oevervegetaties of arme- of matig-voedselrijke vegetaties. Beschermde soorten zijn vaak zeer specifiek in hun biotoopkeuze en afhankelijk van de aanwezigheid van (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties. Op de planlocatie ontbreken deze omstandigheden, waardoor ook geschikte biotopen voor deze beschermde ongewervelden ontbreken. Op basis van de aangetroffen omstandigheden kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde soorten voorkomen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Amfibieën, vissen en reptielen
Potentiële geschikte water- en oeverstructuren voor beschermde soorten ontbreken op de planlocatie zelf. Beschermde amfibieën- of vissoorten zullen hierdoor geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie is het mogelijk dat er in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (hier van toepassing). Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Op de planlocatie zijn geen overig beschermde soorten aangetroffen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Broedvogels
Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van de nieuwe Wet natuurbescherming. U dient daarom gedurende de sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen, soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd kunnen zijn. Alle potentiële nestlocaties waren visueel goed te onderzoeken. Er zijn geen nesten, prooiresten of uitwerpselen van deze groepen aangetroffen in de te slopen bebouwingsdelen. Initiatiefnemer dient rekening te houden dat de ontwikkelingen geen fysieke verstoring van nestlocaties van broedende vogels (zoals vernietiging, verplaatsing of bewuste verjaging) tot gevolg heeft.
ijzerman advies
|
10
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Zoogdieren
Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de locaties kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. In de provincie Noord-Brabant zijn de bunzing, hermelijn en wezel eveneens beschermd. De locatie is uitvoerig geïnspecteerd op sporen die duiden op de aanwezigheid van deze soorten. Ook is gekeken of er op de locatie potentieel geschikt habitat aanwezig is. De bebouwingsdelen op de planlocatie waren visueel goed te onderzoeken. Er zijn geen sporen zoals prooiresten, pootafdrukken, wissels, uitwerpselen of nestmateriaal aangetroffen. Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten.
De checklist van het Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtpunten: • Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam,- zomer- en paarverblijfplaatsen, • zijn er sporen van aanwezigheid en • is er sprake van een foerageergebied? De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Hiervoor is eveneens een camera met endoscoop voorhanden geweest. Meststrepen op de muren, uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duidden op de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen ontbreken. Geschikte spouwruimtes, tussenruimtes en zolderruimtes ontbreken. De bebouwing vertoont nergens tussenruimtes of holtes die geschikt zijn als verblijfslocatie voor vleermuizen. De bebouwing is niet in gebruik als verblijfslocatie door vleermuizen. In de omgeving kunnen in theorie algemene soorten zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting.
Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen, worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties of het ontbreken van een gebruiksfunctie (foerageergebied of vliegroute) geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
ijzerman advies
|
11
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Advies
• Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. • Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. Van gebouwbewonende soorten zoals huismussen, gierzwaluwen, uilen of vleermuizen zijn geen nest- of verblijfslocaties in de te slopen structuren aangetroffen. Er worden geen vaste nest- of verblijfslocaties aangetast. Ook nader onderzoek hiernaar is niet relevant. • Initiatiefnemer dient rekening te houden dat de ontwikkelingen geen fysieke verstoring van nestlocaties van broedende vogels (zoals vernietiging, verplaatsing of bewuste verjaging) tot gevolg heeft.
ijzerman advies
|
12
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Bronnen
http://www.brabant.nl/ www.vogelbescherming.nl www.ravon.nl www.sovon.nl https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/wetgeving-voor-natuurbescherming-in-nederland https://www.ndff-ecogrid.nl/
Boye, P. et al., Fledermäuse und Fledermausschutz in Deutschland, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 1999. Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C. et al., Handbuch der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas, Kosmos, 2007. Dietz, M. et al. Von Fledermäusen und Menschen, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2002. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004. Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Nie, H. de, Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing Int BV, Doetinchem 1996. Simon, M, et al. Ecology and Conservation of Bats in Villages and Towns, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2004. Sinsch, U., Biologie und Ökologie der Kreuzkröte, Laurenti, 1998.
SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002.
ijzerman advies
|
13
quick scan flora en fauna
Meester van Coothstraat 54-B
Maren Kessel
Spikmans, F. & J. Kranenbarg, Herkenning zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Spikmans, F. & T. de Jong, Het waarnemen van zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999.
ijzerman advies
|
14
Bijlage 3
- AERIUS-berekening
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van Dun & Van Gerwen B.V. Meester van Coothstraat, 54B, 5398 CG Maren-Kessel 00618.028 Verkeersbewegingen beoogde situatie
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S1S5Ewekq1Rm 17 maart 2022, 13:18 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Beoogd - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 0,5 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Beoogd - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
S1S5Ewekq1Rm (17 maart 2022)
Emissie NOx 23,1 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Beoogd (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Wonen en Werken | Woningen | Woning
Verkeersnetwerk
S1S5Ewekq1Rm (17 maart 2022)
Emissie NH3 -
Emissie NOx 3,6 kg/j
0,5 kg/j
19,6 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S1S5Ewekq1Rm (17 maart 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogd" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
S1S5Ewekq1Rm (17 maart 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Beoogd, Rekenjaar 2022 2 Wonen en Werken | Woningen Naam Woning Uittreedhoogte Locatie 156497, 423753 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
NOx
3,6 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S1S5Ewekq1Rm (17 maart 2022)
6/6
Bijlage 4
- Nadere toelichting AERIUS-berekening
Notitie:
Nadere toelichting AERIUS-berekening
Locatie:
Meester van Coothstraat 54B, 5398 te Maren-Kessel.
Kenmerk:
00618.018 / AvH
Datum:
17-03-2022
In deze notitie wordt een nadere toelichting voor het bedrijf aan de Meester van Coothstraat 54B, 5398 CG te Maren-Kessel. Deze notitie maakt onderdeel uit van toelichting bestemmingsplan ‘Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss – 2020’. Met deze notitie wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling niet zorgt voor een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie. Deze notitie bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Beoogde bedrijfsopzet ..................................................................................... 2 2. Aanlegfase........................................................................................................ 2 3. Gebruiksfase .................................................................................................... 2 3.1.
Invoergegevens beoogde situatie: ..................................................................... 2
1 van 3
1. Beoogde bedrijfsopzet Eigenaar exploiteert momenteel een agrarisch bedrijf aan de Meester van Coothstraat 54B, 5398 CG te Maren-Kessel. Er is besloten om met deze locatie deel te gaan nemen aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (SRV-regeling). De varkenshouderij zal worden beëindigd en de varkensstallen zullen worden gesloopt. Het voornemen is om op de locatie een niet-agrarisch bedrijf te gaan exploiteren met maximaal 1.000 m2 bedrijfsgebouwen ten behoeve van statische opslag.
2. Aanlegfase Op 1 juli 2021 zijn de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze hebben de Wet natuurbescherming gewijzigd. In de Wsn is een vrijstelling van vergunningplicht voor het aspect stikstof opgenomen voor activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk zijn. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de Wsn verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. Hierdoor is geen verder onderzoek naar de effecten van de aanlegfase vereist gezien het ontbreken van een significant effect op de voor verzuring gevoelige gebieden binnen de N2000-gebieden. Een vergunningplicht is evenmin van toepassing.
3. Gebruiksfase Voor de berekening van de stikstofdepositie van de gebruiksfase is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2021. De wijze van invoer hiervoor is opgenomen in de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021. Met behulp van deze gegevens worden in deze paragraaf de invoergegevens nader toegelicht. De beoogde situatie is hier berekend. 3.1. Invoergegevens beoogde situatie: Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Lijnbron wegverkeer (oostelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 57 verkeersbewegingen, zie toelichting
Bron 2: Emissiepunt: Emissie:
Stookinstallatie woning Zie onderstaande toelichting
Verkeersbewegingen In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen het bedrijf bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen. Alle vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Om deze reden is een afstand van 250 m1 op de openbare weg opgenomen. In deze afstand kan het verkeer afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. De rijrichtingen op de openbare weg zijn niet evenredig verdeeld. De Meester van Coothstraat is een weg in het buitengebied van Maren-Kessel. Via oostelijke richting zijn Lith, Lithoijen en Oss te bereiken. In westelijke richting is Den Bosch te bereiken. Naar schatting zal 50% van de zware verkeersbewegingen de inrichting aan de Meester van Coothstraat 54B te Maren-Kessel in de westelijke richting verlaten en 50% in oostelijke richting. Voor lichte verkeersbewegingen is het rijpatroon hetzelfde.
Bezoek bedrijf
Om de beoogde functie te berekenen (zijnde statische opslag) te bepalen kan worden aangesloten bij de CROW. Voor een bedrijf in de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoeker extensief (loods, opslag, transportbedrijf)’, dat is gelegen in het buitengebied, weinig stedelijk, wordt een verkeersgeneratie van 3,9-5,7 per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte voorgeschreven. De bebouwing ten behoeve van de statische opslag heeft in de beoogde situatie een omvang van 1.000 m2. Dit resulteert in een worstcase scenario in een weekdaggemiddelde van 57 verkeersbewegingen van en naar de inrichting
2 van 3
Uitgegaan wordt van een verdeling van 14 (25%) zware verkeersbewegingen, 23 (40%) middelzware verkeersbewegingen en 20 (35%) lichte verkeersbewegingen.
In werkelijkheid zullen de genoemde verkeersbewegingen lager liggen omdat dit een bedrijf betreft met statische opslag. De opslag wordt hierdoor beperkt bezocht door gebruikers. Hierbij moet worden gedacht aan een bezoekfrequentie van maximaal eenmaal per week waarbij ook laad- en losactiviteiten slechts eenmaal per week plaatsvinden. Bezoek bedrijfswoning
Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag, afgerond 9. Op het bedrijf is één woning aanwezig. Stookinstallatie woning Het gasverbruik van de bedrijfswoning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018)
3 van 3
Bijlage 5
- Resultaat en samenvatting Watertoets
datum 18-5-2021 dossiercode 20210518-38-26491 Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat uw planvoornemen een functiewijziging betreft, de verhardingstoename en/of -afkoppeling maximaal 500 m2 is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt kunnen we altijd meedenken over de wateraspecten in het plan. U kunt contact met ons opnemen via watertoets@aaenmaas.nl Hier kunt u ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen. Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waterschap Aa en Maas
Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk spelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatisch gegenereerde toetsresultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoetsproces of vrijstelling van een eventuele vergunnings- of meldingsplicht op basis van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverleningsproces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 615 83 33 of info@aaenmaas.nl Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
datum 18-5-2021 dossiercode 20210518-38-26491 Samenvatting ingevoerde gegevens Persoonlijke gegevens aanvrager Projectnaam: 00618.018 Meester van Coothstraat 54B Maren-Kessel Naam aanvrager: Herma van Vilsteren-Makkinga Organisatie: Van Dun & Van Gerwen B.V. Straat/Postbus: Heijtmorgen Huisnummer: 10 Postcode: 5375 AN Plaats: Reek Telefoon: 0486-450160 E-mail: 0486-450160 Contactpersoon gemeente Naam gemeente: Oss Contactpersoon: Dhr. R. v.d. Vorst Telefoon: 140412 E-mail: R.van.der.Vorst@oss.nl Kaart materiaal Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied Oss Vragen Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? ja Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee Ligging plangebied
Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Bijlage 6
- Eindsituatie bodemonderzoek
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Project MCS.423621
Oktober 2021 Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Opdrachtgever Contactpersoon
: Dhr. T.J.G. van den Eng : Zie opdrachtgever
Projectnummer Rapportagedatum
: MCS.423621 : 29-10-2021
Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd onder de ‘Algemene voorwaarden Van Oort Bodemonderzoek BV’ die ter inzage liggen op het kantoor aan de Zoggelsestraat 15a te Heesch en de Kamer van Koophandel te ’s-Hertogenbosch. Van Oort Bodemonderzoek BV is gecertificeerd volgens BRL SIKB 2000 (EC-SIK-20257) en beschikt over een kwalibo-erkenning.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
1
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Project MCS.423621
Inhoudsopgave
Blz
1.
Inleiding
3
2.
Vooronderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Onderzoeksvragen 2.3 Afbakening en locatiegegevens 2.4 Terreingebruik onderzoekslocatie 2.5 Voorgaande onderzoeken en saneringen 2.6 Omgeving locatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie
4 4 4 5 6 7 7 8
3.
Hypothese en onderzoeksopzet
10
4.
Veld- en laboratoriumonderzoek 4.1 Veldwerk 4.2 Resultaten veldonderzoek 4.3 Laboratoriumonderzoek
10 10 11 11
5.
Resultaten laboratoriumonderzoek 5.1 Algemeen bodembeleid en toetsingskader 5.2 Toetsing analyseresultaten
13 13 13
6.
Conclusies 6.1 Grond 6.2 Grondwater 6.3 Eindmeting
14 14 14 14
7.
Samenvatting en advies
15
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Kadastrale kaart Informatie vooronderzoek Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten laboratorium
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
2
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
1.
Project MCS.423621
Inleiding
In opdracht van de heer T.J.G. van den Eng is door Van Oort Bodemonderzoek BV een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie aan de Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel (gemeente Oss). Aanleiding tot het bodemonderzoek is de Wet milieubeheer. Binnen de inrichting vonden bodembedreigende activiteiten plaats. Bij bedrijfsbeëindiging dient op deze plaatsen de actuele bodemkwaliteit te worden vastgelegd. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de plaatselijke bodemkwaliteit met het oog op een mogelijke aantasting of verontreiniging van de bodem die kan of is ontstaan door bodembedreigende activiteiten en/of opslagen. In dit geval betreft het een spoelplaats en de plaats van opslag van zwavelzuur en spuiwater van een luchtwasser. De uitvoering van het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de NEN 5740 (Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoekOnderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009). In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde; het vooronderzoek, de onderzoeksopzet, het uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek, de onderzoeksresultaten, de conclusies en een samenvatting met advies. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. Van Oort Bodemonderzoek BV is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever.
Betrouwbaarheid en aansprakelijkheid Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van grond en grondwater. Deze in wet- en regelgeving vastgestelde benadering maakt het onmogelijk om op basis van de resultaten van een onderzoek garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie te geven. Aan de hand van een bodemonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van een later aan te treffen bodemverontreiniging tot een minimum beperkt. Van Oort Bodemonderzoek BV accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die opdrachtgever of derden nemen naar aanleiding van het uitgevoerd onderzoek. Een vooronderzoek is sterk afhankelijk van de bronnen en (historische) gegevens die aangeleverd worden. Van Oort Bodemonderzoek BV kan niet instaan voor de volledigheid van de ontvangen informatie en gegevens van derden.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
3
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
2.
Vooronderzoek
2.1.
Algemeen, aanleiding en doel
Project MCS.423621
Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (BodemLandbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. 2.2.
Onderzoeksvragen
De aanleiding voor het vooronderzoek is in dit geval het opstellen van een hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek. Hieronder staan de onderzoeksvragen opgesomd zoals geformuleerd in de NEN 5725. Dit met een verwijzing naar de paragraaf of hoofdstuk waarin deze gemotiveerd wordt beantwoord.
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (2.3) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze en waar liggen ze? (2.4) Heeft er in het verleden bodemonderzoek plaatsgevonden? Zo ja, welke en wat zijn de resultaten. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Zo ja, waar bevindt deze zich? (2.5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke en waar bevinden deze zich? (2.6) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? (2.7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht? Motiveer het antwoord (H3)
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
4
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Project MCS.423621
Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Kadaster - Informatie opdrachtgever en eigenaar - Landelijk bodemloket - Gemeentelijke informatie (regionaal loket omgevingsdienst en bouw- en milieuarchief) - Historische kaarten en registratiekaart gebouwen (topotijdreis.nl, BAG-viewer) - Actuele luchtfoto’s (google earth) - Grondwaterkaart van Nederland (TNO, Dino-loket) 2.3.
Afbakening en locatiegegevens
De locatie ligt in het buitengebied tussen Lith en Maren-Kessel en was in gebruik door een varkenshouderij. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Lith, sectie G, nummer 29. In bijlage 1 is een kadastrale kaart bijgevoegd. De onderzoekslocatie beperkt zich tot een tweetal deellocaties. Het onderzoeksgebied van het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en tot 25 meter daarbuiten. Gezien de ligging en gebruik van de locatie is deze afbakening als voldoende beschouwd. Hieronder is een luchtfoto bijgevoegd met de globale plaats van de te onderzoeken deellocaties.
Figuur 2.1: Globale ligging te onderzoeken deellocaties
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
5
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
2.4.
Project MCS.423621
Terreingebruik onderzoekslocatie
Historisch gebruik De locatie was tot circa 1978 in agrarisch gebruik. Hieronder is een historische kaart bijgevoegd van 1975. Destijds was er ter plaatse van de te onderzoeken deellocaties sprake van weiland.
Figuur 2.2: Historische kaart 1975
De woning en meest westelijke varkensstal zijn opgericht rond 1979. De meest oostelijke stal is gebouwd in 1986. Sinds 1 januari 2013 valt de inrichting onder de werkingsfeer van het Activiteitenbesluit. Op 16 april 2018 is er voor de inrichting een laatste vergunning (OBM) verleend. Onlangs zijn in het kader van de saneringsregeling Varkenshouderij de activiteiten beëindigd en zijn de varkensstallen in juni 2021 gesloopt. De woning en deel van de erfverharding zijn gehandhaafd. Ten behoeve van een nieuwe inrichting is ongeveer ter plaatse van de meest oostelijke stal puingranulaat aangebracht. Voor het aanvullen van de mestkelders is zand van achtergrondwaarde-kwaliteit toegepast. De bovengrondse opslag van zwavelzuur (930 liter) en spuiwater (40 m3) bevonden zich aan het zuidelijk kopeind van de meest westelijke varkensstal. Tussen de stallen was er op het einde van het betonpad sprake van een spoelplaats voor het schoonmaken van de veewagens.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
6
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Project MCS.423621
Voor zover bekend hebben er naast deze te onderzoeken deellocaties in het verleden geen andere (historische) bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten plaatsgevonden waardoor de bodem mogelijkerwijs verontreinigd is geraakt. De locatie staat verder niet geregistreerd in het regionaal bodemloket. In bijlage 2 is de bodeminformatie bijgevoegd zoals ontvangen van het bodemloket van de regionale omgevingsdienst Brabant Noord. Van de locatie en directe omgeving is geen bodeminformatie bekend. Bij het beëindigen van een inrichting met bodembedreigende activiteiten en opslagen dient een onderzoek uitgevoerd te worden naar de plaatselijke bodemkwaliteit. In dit geval betreft het een spoelplaats en de plaats van opslag van zwavelzuur en spuiwater van een luchtwasser. Huidig gebruik Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden. In bijlage 3 zijn een situatietekening en een tweetal terreinfoto’s bijgevoegd waarop de bevindingen staan aangegeven. Ter plaatse van de twee deellocaties is geen sprake (meer) van gebouwen en/of verhardingen maar van (toekomstig) akkerbouwland. In de nabijheid van het onderzoeksgebied is in westelijke en zuidelijk richting sprake van maïsland. Op en nabij de onderzoekslocatie zijn verder geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging waargenomen. Toekomstig gebruik De toekomstige inrichting is niet bekend. 2.5.
Voorgaande onderzoeken en saneringen
Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bodemonderzoeken of bodemsaneringen uitgevoerd. 2.6.
Omgeving locatie
De locatie bevindt zich in het buitengebied tussen Lith en Maren-Kessel in een agrarische omgeving. Op de aangrenzende percelen is sprake van agrarisch gebruik (maïs- en weiland). Binnen een straal van 25 meter uit de onderzoekslocatie is bij de gemeente/omgevingsdienst geen bodeminformatie aangetroffen.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
7
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Project MCS.423621
Op basis van het totaal aan informatie is aangenomen dat er in de nabijheid van de locatie zich geen (grootschalige) gevallen van verontreinigingen voordoen die van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De gemeente Oss beschikt over een bodemkwaliteitskaart (maart 2020). Voor ontgraving en toepassing zijn kaarten van boven- en ondergrond onderscheiden. De kaart sluit aan op het landelijk bodembeleid waarbij onderscheid is gemaakt tussen natuur en landbouw, wonen en industrie. Het onderzoeksgebied is op de bodemfunctiekaart ingedeeld in de zone ‘agrarisch en natuur’. In het algemeen is in de regio verder bekend dat verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater voor kunnen komen. De verhoogde concentraties worden vaak zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen, fluctueren sterk en kunnen veelal als lokaal (natuurlijke) verhoogde achtergrondwaarden worden beschouwd. 2.7.
Bodemopbouw en geohydrologie
De gegevens van de bodemopbouw en geohydrologie zijn verkregen van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO) en het DINO-loket. In de onderstaande tabel is de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. De locatie ligt in de geologisch lager gelegen Centrale Slenk. Tabel 2.1: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m-mv) 0-5
Geohydrologische
Lithostratigrafische
eenheid
eenheid
Deklaag
Nuenengroep en Holoceen
Lithologie Fijne en grove zanden en rivierklei
5-35
1e watervoerende pakket
Formaties van Veghel en Sterksel
zanden
35-75
Scheidende laag
Formaties van Kedichem en
Fijne slibhoudende zanden
Tegelen
en kleilagen
Formaties van Tege;en en
Fijne en grove zanden
75-160
e
2 watervoerende pakket
Fijne en grove grindrijke
afzettingen van Icenien
De stromingsrichting van het freatisch grondwater is ter plaatse noordwest gericht. De grondwaterstand is voorafgaand aan het onderzoek ingeschat op een diepte van 1,2 tot 1,8 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied van een waterpompstation. Verder is aangenomen dat er op korte afstand geen industriële grondwateronttrekkingen aanwezig zijn met een invloedssfeer reikend tot aan de onderzoekslocatie.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
8
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
3.
Project MCS.423621
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een historisch geval van bodemverontreiniging. Het doel van het onderzoek is te bepalen of de beëindigde bodembedreigende activiteiten en opslagen geleid hebben tot bodemverontreiniging. Voor het vastleggen van een eindsituatie is gebruik gemaakt van de strategie NUL (EIND) van de NEN 5740. Op de locatie zijn de volgende bodembedreigende deellocaties onderscheiden: I Voormalige zuur- en spuiwateropslag II Voormalige spoelplaats In de onderstaande tabel staan het aantal boringen en analyses waaraan het onderzoek tenminste moet voldoen. NEN 5740: onderzoeksstrategie, veldwerk en laboratoriumonderzoek Deellocatie
Opp (m2)
Onderzoeksstrategie 1)
Veldwerkzaamheden Grond Grondwater Aantal boringen Aantal peilbuizen (diepte in m-mv) (filterdiepte m-mv)
Laboratoriumonderzoek Grond Grondwater
Opslag zuur en spuiwater
<100
NUL-EIND
2x 1,0
1x (ca. 2,0-3,0)
1x X-pakket.
1x X-pakket
Spoelplaats
<100
NUL-EIND
2x 1,0
1x (ca. 2,0-3,0)
1x NEN-pakket
1x NEN-pakket
1) 2) 3) 4)
NUL : Onderzoeksstrategie voor een nul- of eindsituatie bij een toekomstige of te beëindigen bodembelasting X-pakket : Ammonium-stikstof, zwavel en sulfaat Standaard NEN-pakket grond: zware metalen (9), PCB (7), PAK 10, minerale olie (GC), organische stof en lutum Standaard NEN-pakket grondwater: zware metalen (9), aromaten (BTEXN), chloorkoolwaterstoffen (17) en minerale olie
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
9
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
4.
Veld- en laboratoriumonderzoek
4.1.
Veldwerk
Project MCS.423621
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de van toepassing zijnde NEN-normen (NPR 5741 en NEN 5742 t/m NEN 5744). Het veldwerk is uitgevoerd door de heer M.W.T. van Oort. Een erkend en ervaren veldwerker die geregistreerd staat onder de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden hebben plaats gevonden op 7 en 14 oktober 2021. Ná een veldinspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Deellocatie I 3 grondboringen tot een diepte van 1,0 m-mv (01 t/m 03), waarvan; 1 boring doorgezet tot een diepte van 3,2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (P03) Deellocatie II 3 grondboringen tot een diepte van 1,0 m-mv (04 t/m 06), waarvan; 1 boring doorgezet tot een diepte van 3,2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (P06) In bijlage 3 zijn op een situatietekening de boorlocaties aangegeven. De peilbuizen zijn stroomafwaarts van de stromingsrichting van het freatisch grondwater geplaatst. De bovenkant van de filters van de peilbuizen zijn aangebracht op een diepte van 0,5 tot 1,0 meter beneden de aangetroffen grondwaterspiegel. De peilbuizen steken circa 0,8 meter boven maaiveld uit. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd volgens NEN 5104 en zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Van de grond zijn monsters genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter.
Bodemlagen met kenmerken van verontreinigingen of een afwijkende textuur zijn separaat bemonsterd. De peilbuizen zijn ná minstens een wachttijd van zeven dagen bemonsterd met behulp van een slangenpomp. Ná het vaststellen van de grondwaterstand is de peilbuis afgepompt waarna de zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) zijn gemeten. Ten behoeve van een analyse op zware metalen en ammonium-stikstof is het grondwater in het veld gefiltreerd met een wegwerpfilter (0,45 µm). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
10
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
4.2.
Project MCS.423621
Resultaten veldonderzoek
De boorprofielen van de 6 uitgevoerde grondboringen en geplaatste peilbuizen zijn opgenomen in bijlage 4. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit klei. Ter plaatse van de spoelplaats is in de bovengrond kleiig zand aangetroffen. Het grondwater is aangetroffen op een diepte van gemiddeld en afgerond 1,6 m-mv. Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, bijmengingen, afwijkingen of andere bijzonderheden waargenomen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De resultaten van het grondwateronderzoek zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Veldmetingen grondwaterbemonstering Peilbuis (nr.)
Gws (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
O2-gehalte (%)
Opmerkingen*)
P03
1,61
6,1
1120
18,4
-
P06
1,57
6,0
960
21,2
-
Goedlopende peilbuis (niet belucht) Goedlopende peilbuis (niet belucht)
*) Bij een slechtlopende peilbuis waarbij het filter gedeeltelijk droog is gevallen zijn de analyseresultaten indicatief. Wanneer bij goedlopende peilbuizen het filter snijdend staat met de grondwaterspiegel zijn de analyseresultaten voor vluchtige verbindingen indicatief.
Er zijn geen indicaties voor een afwijkende situatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan 10 NTU. Dit hangt waarschijnlijk samen met de aanwezigheid van onoplosbare bestanddelen in het grondwater. Een verhoogde NTU kan leiden tot een overschatting van organische parameters en zware metalen. 4.3.
Laboratoriumonderzoek
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV te Rotterdam. Een geaccrediteerde en AS3000-erkend laboratorium voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Op basis van het veldwerk en de zintuiglijke waarnemingen heeft een selectie plaats gevonden van de te analyseren mengmonsters. De mengmonsters zijn niet in het veld maar in het laboratorium samengesteld. Het zogenaamd standaard NEN-pakket bevat een analyse van de volgende parameters. Grond ; droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK en minerale olie.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
11
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
Grondwater
Project MCS.423621
; zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), aromatische koolwaterstoffen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie.
Grond- en grondwateranalyses Monstercode
Samenstelling (diepte monster/filter in cm-mv)
Analyse
Deellocatie I MMB1 (bovengrond) GRW1 (grondwater)
1.1+2.1+3.1 (0-50) PO3 (220-320)
Ammonium-stikstof, zwavel, sulfaat Ammonium-stikstof, zwavel, sulfaat
Deellocatie II MMB2 (bovengrond) GRW2 (grondwater)
4.1+5.1 (0-50) PO6 (220-320)
NEN-pakket NEN-pakket
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
12
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
5.
Resultaten laboratoriumonderzoek
5.1.
Algemeen bodembeleid en toetsingskader
Project MCS.423621
De analyseresultaten zijn getoetst aan het landelijk referentiekader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee toetsingsniveaus:
Achtergrondwaarde (Aw) en streefwaarde (Sw) Het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige humane en ecologische risico’s bestaan. Bij geen overschrijding van de Aw en/of Sw is geen sprake van een verontreiniging.
Interventiewaarde (Iw) Het toetsingsniveau waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de Iw is sprake van een sterke verontreiniging.
De achtergrondwaarde en streefwaarde worden regelmatig overschreden als gevolg van lokaal verhoogde achtergrondwaarden of diffuse belasting. Om vast te kunnen stellen wanneer aanvullend onderzoek gewenst of noodzakelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een derde toetsingsniveau.
Tussenwaarde (Tw) De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (Tw=Aw/Sw+Iw/2). Bij een overschrijding bestaat er een vermoeden dat een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en dient veelal een aanvullend onderzoek te worden aanbevolen. Bij een overschrijding van de Tw is sprake van een matige verontreiniging.
De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. Gebruik is gemaakt van de applicatie @mis van laboratorium SGS Environmental Analytics BV. 5.2.
Toetsing analyseresultaten
In bijlage 5 zijn de toetsingstabellen bijgevoegd waarin de analyses zijn getoetst aan de hierboven beschreven toetsingsniveaus. De onderzochte parameters ammonium-stikstof, zwavel en sulfaat betreffen nutriënten waarvoor geen normen zijn opgenomen in de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
13
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
6.
Conclusies
6.1.
Grond
Project MCS.423621
Bij geen enkele grondboring zijn zintuiglijk verontreinigingen, bijmengingen, afwijkingen of andere bijzonderheden waargenomen. Aan de hand van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: Deellocatie I In het mengmonster van de bovengrond zijn ten opzichte van de bepalingsgrens verhoogde gehaltes ammonium-stikstof, zwavel en sulfaat aangetoond. Deellocatie II In het mengmonster van de bovengrond is ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd zinkgehalte waargenomen. 6.2.
Grondwater
Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het bemonsteren van het grondwater. Aan de hand van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: Deellocatie I De gehaltes ammonium-stikstof en zwavel liggen boven de bepalingsgrens. Voor sulfaat in grondwater geldt een streefwaarde van 150 mg/l (bron RIVM). Het gemeten sulfaatgehalte is bepaald op 1600 mg/l en ligt boven deze landelijke streefnorm. Deellocatie II Ten opzichte van de streefwaarde zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. 6.3.
Eindmeting
Aan de meetgehaltes van de onderzochte parameters in de bovengrond en het grondwater van deellocatie I kunnen geen verdergaande conclusies verbonden worden. De bovengrond op deellocatie II is licht verontreinigd met zink. Mogelijk dat het meetgehalte de lokale achtergrondwaarde benadert en een natuurlijke oorsprong heeft. Het grondwater is niet verontreinigd. Aan de hand van het onderzoek is vastgesteld dat grond en grondwater niet of niet noemenswaardig lijken te zijn verontreinigd. Voor een deel van de onderzochte parameters zijn geen toetsingsnormen vastgesteld om aan te vergelijken. Met het onderzoek zijn geen ernstige bodemverontreinigingen aangetoond die het gevolg kunnen zijn van de bodembedreigende activiteiten en opslagen die hebben plaatsgevonden.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
14
Eindsituatie bodemonderzoek Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel
7.
Project MCS.423621
Samenvatting en advies
Op de locatie aan de Meester van Coothstraat 54b te Maren-Kessel is een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding is een bedrijfsbeëindiging van een varkenshouderij. Volgens de Wet milieubeheer moet bij bodembedreigende activiteiten en opslagen de bodemkwaliteit worden vastgelegd. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de plaatselijke bodemkwaliteit met het oog op een mogelijke aantasting of verontreiniging van de bodem die kan of is ontstaan door bodembedreigende activiteiten en/of opslagen. In dit geval betreft het een spoelplaats en de plaats van opslag van zwavelzuur en spuiwater van een luchtwasser. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740 (strategie NUL-EIND). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat op beide onderzochte deellocaties de grond en het grondwater niet of niet noemenswaardig lijken te zijn verontreinigd.