CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4D Bijlagen bij toelichting - BP Weisestraat 19 Lithoijen - 2022

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling 7 bestemmingsplannen gebundelde procedure13.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGPSLAN Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 bestemmingsplan

Projectleider F.C.J.L. Klomp-Pullens

Datum: 15-12-2022

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 2 van 69 vastgesteld

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inrichtingsplan

4

Bijlage 2

AERIUS berekening

18

Bijlage 3

Onderzoek flora en fauna

25

Bijlage 4

Omgevingsdialoog

64

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 3 van 69 vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 4 van 69 vastgesteld

Bijlage 1 Landschappelijk inrichtingsplan

23 FEBRUARI 2022

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

WEISESTRAAT 19 LITHOIJEN

2

Van Dooren Landschap Derpt 15 4576 VW Vorstenbosch T: 06-26949922 M: Marcel@VanDoorenLandschap.nl

Auteur/Adviseur

Dhr. P.A.J. Ruis Weisestraat 19 5396 NL Lithoijen

Opdrachtgever:

Document: Enkelzijdig A4 liggend

Status: Landschappelijke inpassing

Datum: 23/02/22

Inrichtingsvoorstel Beplantingsplan

Huidige situatie Nota landschapsbeleid 2015 Uitgangspunten planvorming

BIJLAGE I Landschapsplan BIJLAGE II Beplantingsplan

3.1 3.2

3 Voorstel

2.1 2.2 2.3

2 Landschap

Aanleiding Projectlocatie

1 Inleiding

Titel document: Weisestraat 19 Lithoijen 1.1 1.2

INHOUDSOPGAVE

COLOFON

12

11

7 7 8

4 4 5 6

3 3 3

3

Aanleiding

Projectlocatie

De planlocatie is gelegen aan de Weisestraat 19 te Lithoijen. De locatie is gelegen aan de zuidzijde van de dorpskern van Lithoijen in de Lithse Polder. De percelen staan kadastraal bekend als gemeente Lith, sectie G en nummers 388 en 945.

1.2

Om de ontwikkeling mogelijk te maken zal een bestemmingswijziging moeten plaatsvinden. Door middel van een ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond, dat deze ontwikkeling passend is op de plek. Deze wordt opgesteld door DLV Advies en Resultaat uit Uden. Een landschappelijke inpassing is hier onderdeel van. Deze notitie is daar een uitwerking van.

Er wordt geïnvesteerd in de activiteiten in de vorm van akkerbouw/vollegrondsteelt, fruit- en fouragehandel, opwekking van duurzame energie met zonnepanelen op bedrijfsgebouwen en opslag van agrarische producten voor derden. De gemeente Oss heeft positief gereageerd op dit initiatief door middel van een principeakkoord van college B&W.

De initiatiefnemer voert aan de Weisestraat 19 te Lithoijen momenteel een intensief veehouderijbedrijf uit. Hij is voornemens te stoppen met het veehouderijbedrijf. Door middel van de saneringsregeling varkenshouderij (Srv) wil hij de bedrijfsstallen slopen en op locatie investeren in een nieuwe duurzame economische invulling.

1.1

1 Inleiding

Beeld 2. vanaf Weisestraat op bestaande te behouden loods

Beeld 1. vanaf Weisestraat op bedrijfswoning

Beeld 3 elzensingel

Aanduiding plangebied in oranje in zijn omgeving (bron Topotijdreis.nl)

4

Huidige situatie

De tuin rondom de bedrijfswoning is sober met gras en een haag aan de zuidzijde van laurier. In de achtertuin staat één markante notenboom.

Het totale perceel is groen van opzet. De randen zijn voor een groot deel ingeplant met een elzensingel. Men was voornemens een fruitgaard op te zetten, waarbij de elzen als windvang dient. Mede door de groene omkadering zijn de bedrijfsobjecten aan het zicht onttrokken.

Vanaf de Weisestraat is het perceel te benaderen via 3 entrees. 1 entree naar de bedrijfswoning en twee zakelijke entrees. Deze zijn groen aangezet met diverse bomen, grote knotwilgen en struweel.

Ter plaatse zijn een bedrijfswoning met vrijstaande carport/bijgebouw, 5 varkensstallen en een loods aanwezig. Meerdere stallen zijn voorzien van zonnepanelen.

De Lithse polder is van oudsher een primair agrarisch gebied, waar de agrarische productie functie nog steeds belangrijk is. Op een enkele locatie vindt burgerwoning of niet-agrarische bedrijvigheid plaats.

2.1

2 Landschap

3.

huidige bedrijfswoning

te slopen bedrijfsgebouwen

te behouden loods

Plangebied luchtfoto met kadastrale ondergrond. De nummers verwijzen naar de beelden van de huidige situatie in deze rapportage. (bron PDOK)

1.

2.

5

Deze agrarische bebouwing mag gezien worden. Er kan dan worden uitgegaan van een erf omzoomd met transparante bomenrij(en), gecombineerd met een watergang. Hierdoor komen nieuw te bouwen stallen en loodsen (gedeeltelijk) in het zicht komen te liggen.

Erven in het komgebied vormen veelal een eiland van bebouwing -en soms groen- in een open, grootschalig, modern landbouwlandschap. Een ondernemer kan kiezen voor bebouwing die qua vorm, architectuur, materiaal- en kleurkeuze hoogwaardig is. Toepassing van moderne materialen en koele kleuren (grijstinten) zijn wenselijk.

der deze te vervangen door nieuwe bomen. Eventueel

moeten verdwijnen. Dit geldt zeker voor Openheid is degrotendeels belangrijkste kwaliteit van het oostwest lopende laanbeplantingen. Dit betekent niet komgebied. Hetdat behoud en versterken vangekapt een open een groot aantal laanbomen moet worden. kanuitgangspunt, worden ingestoken op een karakter is dan Er ook evenals hetuitstervingsbeleid; behoud kwalitatief slechte beplanting wordt verwijderd zonvan zichtrelaties.

de openheid; wegbeplanting zal dan ook –op termijn-

bied. Het behoud en versterken van een open karakter Komgebied is dan ook uitgangspunt, evenals het behoud van zichtVoor wat betreft het plangebied ligt het in relaties. deelgebied ‘Komgebied’. Het beleidsplan gaat in op de kenmerken van dit gebied.doet over het algemeen afbreuk aan W egbeplanting

Openheid is de belangrijkste kwaliteit van het komge-

Het deel van het waterwin-bos dat in het komgebied

De eendenkooien zorgen voor geleding in het gebied. Z e zijn cultuurhistorisch en ecologisch van belang.

tieven zijn voor deze teelten.

landbouwkundige teelten boven ooghoogte, zoals maï s, te beperken. Onderzoek moet aantonen of er alterna-

In het open gebied is het ruimtelijk gezien wenselijk

waterpeil verhogen heeft een gunstig effect op de weidevogelstand.

heid. Z elfs struweel en riet zijn niet wenselijk, omdat hier predators als vossen kunnen schuilen. Het grond-

karakter, kan wel voorzien worden van een afschermde, dichte rand. De bebouwing Vooral in ngroene aan de rand van weidevogelgebieden is het niet verwijderen opgaandete beplanting hoeft hierbij geheelvan ‘ingepakt‘ worden.van In belang. Omdat dit naast een visueel-ruimtelijk ook een weidevogelgebied is toepassing van erfbeplanting belangrijk is voor de instandhouding van de weidevoover het algemeen ongewenst. gels. W eidevogels zijn namelijk erg gebaat bij open-

de rechtlijnige opbouw van de kommen met het duidelijke ritme van sloten, wegen en erven. Het contrast met de lossere vormen van de oeverwal en dekzandrand wordt versterkt door de karakteristieken van dit landschapstype zoals openheid, rationaliteit en grootschaligheid te benadrukken.

3 ko m g eb i ed kunnenop daarbij fraaie met ex emplaren als solitair worden De bebouwing de erven een rommelig Nota8In. landschapsbeleid 2015 dit gebied wordt gestreefd naar het versterken van gehandhaafd, liefst als knotboom.

De Nota landschapsbeleid 2015 van de gemeente Oss biedt kaders en sturing voor de ontwikkeling van het landschap in het buitengebied. Dit vormt een leidraad voor de landschappelijke inpassing van objecten in het buitengebied.

2.2

Toepassing van opgaande beplanting in komgebied (bron Nota landschapsbeleidsplan)

toepassing van opgaande beplanting in komgebied

39

L angs de Hertogswetering wordt een ecologische verbindingszone ontwikkeld. De Hertogswetering wordt hierbij door het W aterschap Aa en Maas tot een natuurlint gemaakt met flauwe oevers en deels struweel. Visueel-ruimtelijk is het niet wenselijk om veel hoge beplanting toe te passen. Hiermee wordt de openheid, juist in het midden van de kom, aangetast. Er zal bij de planvorming en het beheer van een gebied steeds een afgewogen keuze gemaakt moeten worden of natuurlijke processen of het visueel landschappelijke het primaat krijgen.

het bos dat in het komgebied ligt kan worden gekapt.

Bos past niet in het open landschap. Het gedeelte van

- Ontwikkelingsvisie per deelgebied

Schetsbeeld komgebied ligt voegt niets toe aan de kwaliteit van het landschap. (bron Nota landschapsbeleidsplan) bedrijfsbebouwing parallel aan elkaar

hoofdstuk 8

dekz (agra Op d wing seind sche van e Tradit groot ke fu

Het komg grasl nood de ka herm van opga moet den g wordt grepp

stem rante we a uit (k ter, i Nieu telijk gezie Indie bebo voorz gebie niet g

6

Uitgangspunten planvorming

Rondom het perceel ligt een elzensingel. Initiatiefnemers hechten erg veel waarde aan de bestaande singel en beplanting nabij de entrees. Landschappelijk gezien (zie visie gemeente) vormt de singel geen meerwaarde voor het landschap. Initiatiefnemers overwegen hun gronden in te zetten voor fruitteelt,

Bestaande situatie

Op de korte termijn zullen de omringende gronden agrarisch worden ingezet als grasland.

De initiatiefnemers hebben geen nieuwe- of aanvullende wensen ten aanzien van de tuin. Men heeft de voorkeur voor het behoud van wat er nu is. Bij voorkeur blijft de laurierhaag gehandhaafd.

Voor- en tussen de loodsen komt functionele verharding van asfalt. De drie bestaande inritten blijven behouden, waarbij de zuidelijke inrit voor privégebruik blijft. De overige inritten zijn voor zakelijk verkeer.

Tussen de bestaande bedrijfswoning en loods wordt een nieuw bedrijfsobject gebouwd. Dit object kan architectonisch hoogwaardig zijn met moderne materialen en passende kleuren.

De grote loods bestaat uit hoge groene damwandpanelen met vooral blinde gevels. Esthetisch gezien is dit geen waardevol object. Landschappelijk inpassen van het element is wenselijk.

De bestaande varkensschuren worden gesloopt. De bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen blijven behouden. Daarnaast blijft één grote loods gehandhaafd.

2.3

Gebouwen overzicht

De singel zal niet worden opgenomen in de landschappelijke inpassing, aangezien het geen meerwaarde vormt voor het landschap. Het landschapsplan verplicht echter niet de kap van singel, aangezien het als functioneel nut dient voor het telen van fruit.

waarbij een dergelijke haag zeer wenselijk is als windvang. Het behoud van de singel is om deze rede wenselijk.

DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden 0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl

Opdrachtgever:

Gemeente Sectie Nummer Schaal

Klantnummer: Projectleider: Telefoon:

Bouwlocatie:

Weisestraat 19 5396 NL Lithoijen

E-mail:

Dhr. J. de Groot 06-20423896 j.degroot@dlvadvies.nl

H

280957

05-07-2021

A2

Formaat:

B181207-91

Werknummer:

F

TdM E G

TdM

C

B

A

Wijzigingen:

D

E-mail:

Telefoon:

P.A.J. Ruis Weisestraat 19 5396 NL Lithoijen Telefoon: 0412-481427 Mobiel: 06-10751620 E-mail: ruis-linders@ruis-linders.nl

12-03-2020

Datum:

1:1000

Aanvraag omgevingsvergunning: activiteit milieu Situatie

Situatie

www.dlvadvies.nl Schaal:

Benaming:

Situatietekening

Nieuwe situatie

ADVIES

DLV

S10

Blad:

&RESULTAAT

7

Inrichtingsvoorstel

Aan de noord- en zuidzijde wordt de bestaande loods afgeschermd door een nieuwe bomenrij. Ter

Achter de singels komt een kleine weide voor kleindieren en een kippenren voor eigen gebruik.

Aan de straatzijde blijven ter hoogte van de bestaande en nieuwe bebouwing de bestaande houtsingels, landschapsbomen, knotwilgen en elzensingel behouden. Deze landschapselementen schermen de bestaande bebouwing groen af. Deze bebouwing is hierdoor vanaf de straatzijde nauwelijks zichtbaar.

Aan de achterzijde komt een nieuwe gemengde haag met diverse soorten. De soorten zijn interessant voor diverse vogels, zoals mus en vink.

Uitwerking Rondom de bedrijfswoning ligt de tuin met voornamelijk gazon en enkele sierbeplanting. De randen worden afgezet met hagen, deels bestaand. De lage buxushaag aan de voorzijde blijven behouden. De laurierhaag blijft gehandhaafd en wordt aan de buitenzijde beplant met een houtsingel van inheemse soorten, zoals hondsroos, hazelaar en veldesdoorn.

Visie Na de sloop van overtollige bebouwing wordt het erf verkleind. De bestaande loods wordt landschappelijk ingepast en met de bouw van de nieuwe loods wordt rekening gehouden met architectonische kwaliteit. De bestaande landschappelijke waarden worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het nieuwe plan.

3.1

3 Voorstel

Landschappelijke inpassing. Zie Bijlage I voor voorstel op maatvaste ondergrond.

8

Beplantingsplan

Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren. • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt.

Landschapsboom in rij 18 stuks Aanplant Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren. Onderstaand assortiment toepassen op voorgestelde locatie. Keuzevrijheid aan de initatiefnemer. Verschillende soorten planten in een rij is toegestaan: • Alnus glutinosa (Els) 12-14 • Salix alba (wilg) 12-14 • Populus nigra (zwarte populier) 14-16 • Prunus avium (Zoete kers) 14-16

Ten aanzien van de beplanting voor de landschappelijke inpassing worden de volgende soorten gebruikt:

3.2

Het areaal rondom het erf wordt ingericht als grasland.

hoogte van de nieuwe loods komen geen bomen in verband met de zonnepanelen.

Beheer • Het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden). • Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de

Hoge haag 55m Aanplant variant 1 Indien de laurierhaag blijft gehandhaafd kan de strook onder de bomen (buitenzijde) beplant worden met inheems bosplantsoen. Aanplant dubbele rij 2- of 3 jarig bosplantsoen met onderlinge afstand van 1,25m. Groepsgewijs planten met 3 à 5 per soort in het volgende assortiment: • 25% Rode kornoelje (Cornus sanguinea) • 25% Veldesdoorn (Acer campestre) • 25% Gele kornoelje (Cornus mas) • 25% Gelderse roos (Viburnum opulus) 88 stuks

Beplantingsplan. Zie Bijlage II voor voorstel op maatvaste ondergrond.

9

Referentie gemengde haag

•

•

•

•

•

oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden. Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element. Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. Niet branden in of in de directe omgeving van het element. Beheer • De haag dient minimaal 1x per jaar te worden gesnoeid tot een minimum van 0,7m en maximum van 1,5m breed en minimum 1,0m en maximum van 1,8m hoog; • Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart; • Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid; • Indien snoeiwerkzaamheden machinaal worden uitgevoerd, wordt geen klepelmaaier gebruikt; • Maaisel afvoeren.

Gemende haag 38m Aanplant Aanplant enkele rij 2- of 3 jarig bosplantsoen met minimaal 4 planten per meter. Groepsgewijs planten met 3 à 5 per soort in het volgende assortiment: • 25% Haagbeuk (Capinus betulus) • 25% Veldesdoorn (Acer campestre) • 25% Gewone beuk (Fagus sylvatica) • 25% Gelderse roos (Viburnum opulus) 152stuks

Referentie Zoete kers

10



BIJLAGE I Landschapsplan

11



BIJLAGE II Beplantingsplan

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 18 van 69 vastgesteld

Bijlage 2 AERIUS berekening

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

P.A.J. Ruis Weisestraat 19, 5396 NL Lithoijen B181207 4 vrachtauto's/tractoren per etmaal, 2 zware vrachtauto's per week, 1 tractor 2 uur per dag in bedrijf op erf.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RQvtAYJAViub 09 maart 2022, 08:45 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 0,3 kg/j

Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RQvtAYJAViub (09 maart 2022)

Emissie NOx 163,3 kg/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie1(Beoogd),rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele werktuigen

 Verkeersnetwerk

RQvtAYJAViub (09 maart 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx 0,0 kg/j 152,5 kg/j 0,2 kg/j

10,8 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogsteaf-entoenameop(bijna)overbelastestikstofgevoeligeNatura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RQvtAYJAViub (09 maart 2022)

4/6

Projectberekening

ResultatenstikstofgevoeligeNatura 2000gebiedensituatie"Situatie1"(Beoogd) incl.saldering e/oreferentie Totaal

RQvtAYJAViub (09 maart 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022 2 Mobiele werktuigen | Landbouw Naam

Mobiele werktuigen

Naam Stageklasse <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: Tractor Stage-I, nee

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 5000 l/j

500 u/j

152,5 kg/j 0,0 kg/j

Stof Emissie NOx 152,5 kg/j NH3 0,0 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RQvtAYJAViub (09 maart 2022)

6/6

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 25 van 69 vastgesteld

Bijlage 3 Onderzoek flora en fauna

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

LOCATIE: WEISESTRAAT 19 LITHOIJEN RAPPORTNUMMER: 2020BE-0756 In opdracht van: P.A.J. Ruis Weisestraat 19 5396 NL Lithoijen

E Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2020BE-0756

Opdrachtgever P.A.J. Ruis Weisestraat 19 5396 NL Lithoijen

Contactpersoon De heer B. Ruis

Locatie Weisestraat 19 Lithoijen

Opleverdatum 24 juli 2020

Uitvoerder

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

P a g i n a |1

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Inhoudsopgave

1.

Inleiding en onderzoek………………………………………………………....4

2.

Beleidskader

………………………………………………………………...5

Wet natuurbescherming 3.

Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..… .8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling

4.

Praktijk ecologische quickscan

………………………………..…..………11

Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.

Beschermde natuurwaarden………………………………………..….……..18 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten

6.

Resultaten en advies

……………………………………………………….24

7.

Lijst van bronnen

…………………………………………………….…26

8.

Bijlagen

…………………………………………………………………..…..27

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |2

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Samenvatting Opdrachtgever heeft het bedrijf aan de Weisestraat 19 te Lithoijen aangemeld bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de warme sanering varkenshouderij 2020. Hierdoor zullen alle varkensstallen van het bedrijf op de planlocatie worden gesloopt doch de aanwezige bedrijfswoning met garage en een loods zullen blijven staan. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. Met het ontmantelen van de intensieve veehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Voor de sloopvergunning heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Inhoudsopgave Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora e fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. De op de planlocatie aanwezige bomen en verdere beplanting met elzenhaag zal blijven. De tuin en de nestplaatsen voor huismussen in het huidige bijgebouw blijven volledig behouden. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Juli 2020

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |3

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever de heer B. Ruis is men voornemens om het varkensbedrijf aan de Weisestraat 19 te Lithoijen volledig te saneren. Het bedrijf heeft zich bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020 met referentienummer SRVH190091. De bestaande bedrijfsgebouwen, bestaande uit drie varkensstallen met bijbehorende tussenbouw en luchtwasser, worden gesloopt. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende bestemmingsplan met agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. Het varkensbedrijf zal volledig verdwijnen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco. o Brabant Eco werkt volgens de door brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus opgestelde gedragscode.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |4

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.

2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |5

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |6

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |7

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Weisestraat 19 te Lithoijen. Lithoijen is een dorp in de gemeente Oss, in de provincie Noord-Brabant. Tot 1939 was het een zelfstandige gemeente. Tot 1 januari 2011 behoorde Lithoijen tot de voormalige gemeente Lith. Het dorpje heeft 980 inwoners (telling 1 januari 2019) en is gelegen aan een afgesneden meander van de Maas. De gemeente Oss heeft als grootste kern de stad Oss en bestaat verder uit de voorgaande gemeenten Berghem en Megen, Haren, Macharen, Ravenstein, Lith en Geffen, telt ongeveer 91.500 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 170,93 km². De Weisestraat is gelegen tussen Lithoijen en Geffen en gaat in zuidelijke richting nabij de Hertogswetering over in de Kepkensdonk. Weisestraat 19 bevind zich tussen de Martenshoefstraat en de Tiendweg in de polder van Lithoijen welke afwatert via sluizen op de Hertogswetering. De kern van het dorp Lithoijen ligt op ongeveer 1.000 meter noordelijker. Het plangebied is totaal 4 hectare en is gedeeltelijk bebouwd met drie varkensstallen, een bedrijfswoning met garage en een loods. Daarnaast bestaat het vooral uit weiland. In totaal is ongeveer 6.600 m2 bebouwd als varkensstal. Het erf naar, rond en tussen de gebouwen is verhard en ongeveer 3.000 m2. Het totale bouwblok omvat op het moment 1,7 ha.

Het bedrijf is in de huidige situatie landschappelijk ingepast met een elzenhaag om het hele perceel heen. Het onderzoekgebied komt overeen met de grenzen van het plangebied en de directe omgeving hiervan.

Afbeelding: satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is oranje omcirkeld, bron google earth

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |8

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Afbeelding: met globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, te slopen bedrijfsgebouwen in oranje en blijvende bedrijfswoning met garage en loods in geel. Bron: google earth

Natura 2000

Afbeelding: kaartbank Brabant Natura 2.000 gebieden, plangebied met pijl aangegeven

In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000 gebieden. Op 14,9 kilometer afstand ten zuidwesten bevind zich het Natura-2000 gebied Vlijmens ven, Moerputten & Bossche broek.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |9

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

NatuurNetwerkNederland

Afbeelding: kaartbank Brabant Natuur Netwerk Nederland gebieden

Het beheertype in de directe omgeving van het plangebied is agrarisch waterbeheer. Het dichtstbijzijnde Natuur Netwerken Nederland gebied is ten noordoosten op 950 meter een wilgengriend. Op 1.500 meter ten zuidoosten ligt een gebied gemaaid rietland wat overgaat in beek en bron langs de Hertogswetering die valt onder de ecologische hoofdstructuur. Op 2.100 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt de Lithse kooi met een vochtig weidevogelgrasland, eendenkooi en knotboom als beheertype.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de intensieve varkenshouderij die op deze locatie gevestigd is, volledig te saneren. Dit houdt in dat de varkensstallen gesloopt zullen worden. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. Met het ontmantelen van de intensieve veehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof.

Afbeelding: situatieschets met de te slopen stallen aangegeven met nummers. Bron: B. Ruis

Het bestaande woonhuis met tuin, garage en ook de loods met erfbeplanting, hagen en bomen zullen blijven staan. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 10

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee vaak de overtreding van de Wet natuurbeheer voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).

Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 11

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Flora Naast de woonboerderij met tuin bestaat het plangebied uit een loods en drie varkensstallen. Het erf naar en rond de stallen is geheel verhard en omringd door weiland. Rondom het perceel bevind zich een elzenhaag van circa 2 meter hoogte. Rondom de woning en aan de voorzijde van de stallen nabij de Weisestraat staat een erfbeplanting van bomen en struiken. De directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Weisestraat 19 Lithoyen, Referentie: BE756, d.d. 2 juli 2020) komt binnen een straal van vijf kilometer geen beschermde soorten flora voor. (zie bijlage 1) Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen.

Fauna Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van een zestal roofvogelsoorten. Volgens bronnenonderzoek komen naast huismus en gierzwaluw ook een drietal uilen soorten voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. (bijlage 1). Tevens zou de ooievaar en de roek voor kunnen komen en de zoogdieren bever, egel, drie vleermuissoorten en steenmarter. Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt, ondanks dat de verspreidingsatlas melding maakt van twee kikkersoorten en de grote modderkruiper, op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen deze afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten.

Soortgroep Flora Vogels zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen

Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee

Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek

4.2 Veldonderzoek Momenteel zijn de varkensstallen nog in gebruik ten behoeve van de intensieve varkenshouderij, de bedrijfswoning is bewoond en de loods is in gebruik als opslagruimte. Op donderdag 9 juli 2020 in de middag heeft ecoloog Frenk van de Wal het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 12

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Totale plangebied Het totale plangebied is ongeveer 4 hectare groot en bestaat grotendeels uit weiland. Daarnaast is er de bedrijfswoning met tuin en garage en zijn er de drie varkensstallen en de loods. Het totale bedrijf is naar en rond de bebouwing verhard. In de directe omgeving liggen in de polder van Lithoijen vooral uitgestrekte intensief te gebruiken wei- en bouwlanden met agrarische bedrijven.

Woonhuis met tuin Het woonhuis met tuin en garage blijft behouden zoals deze nu zijn. Verder zal de tuin, met laurierhaag en verdere beplanting blijven. Het woonhuis bestaat uit een rode baksteen met spouwmuur en een betonnen pannendak.

Afbeelding: impressie woonboerderij met tuin

Afbeelding: achterzijde woning

Afbeelding: Gezien vanaf het bedrijfsgedeelte

Afbeelding: te behouden garage

Varkensstallen De varkensstallen zijn van zuid naar noord te nummeren met 1, 2 en 3. Stal 1 is gebouwd in 1998, heeft een oppervlakte van ongeveer 1700 meter, een voor en achtergevel van geïsoleerde damwand elementen, muren van rode baksteen en een dak van asbestvrije golfplaten met daarop zonnepanelen. Stal 2 is gebouwd in 1992 en heeft een oppervlakte van ongeveer 1300 m2. Het dak is ook van golfplaten met daarop zonnepanelen. De muren van rode baksteen met een spouwmuur en witte kalkzandstenen aan de binnenzijde. De gevels zijn van gemetselde bakstenen. Aan de voorzijde is een opslagruimte. Stal 3 is gebouwd in 2009 en met zijn 3.600 m2 veruit de grootste. Deze stal bestaat uit twee daken van asbestvrije golfplaten. De achtergevel is van damwand. De zuidelijke gevel in de lengte en ook de voorgevel bestaan slechts uit enkel de kalkzandsteenmuur zonder spouw. De noordelijke lengtegevel is gemetseld met rode bakstenen en luchtinlaten. Deze lucht gaat eerst door de spouwmuur heen om op te warmen dan wel af te koelen voordat deze de dieren in de stal bereikt. De lucht wordt centraal met onderdruk afgezogen door de luchtwasser heen. De meest noordelijk gelegen voorgevel kap van deze stal 3 is van een damwandprofiel. De andere kap is enkel van kalkzandsteen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 13

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Afbeelding: de te slopen stallen bovenaanzicht

Alle kieren en mogelijke openingen in muren of dakranden zijn volledig afgesloten door middel van vogelschroot of muurplaten. De bedrijfsgebouwen doen dienst in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. Om de biosecurity van het bedrijf te waarborgen zijn alle stallen rondom voorzien van vogelschroot en zijn alle luchtinlaten ook afgeschermd voor dieren. Op het moment van veldbezoek waren de stallen volledig bezet met varkens.

Afbeelding: vooraanzicht stal 1

Afbeelding: zijkant stal 1

Afbeelding: achterkant stal 1

Afbeelding: tussen stal 1 en stal 2

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 14

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Afbeelding: achterzijde bedrijf gezien vanaf industrieterrein

Afbeelding: luchtwasser achter stal 3

Afbeelding: zuidelijke lengtegevel stal 3 (2x)

Afbeelding: noordelijke lengtegevel stal 3

Afbeelding: voorzijde stal 3

De bedrijfsgebouwen zijn zowel aan de buitenzijde als ook aan de binnenzijde onderzocht op het voorkomen van diersoorten. De gebouwen zijn uitvoerig bekeken op het voorkomen van nestlocaties van vogels. Hiervan werden mede door het hermetisch afgesloten zijn van het bedrijf geen aanwijzingen gevonden. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen. Soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Hierbij is vooral gekeken naar de aanwezigheid van nesten, meststrepen op muren, eventuele kieren onder dakplaten of zijwanden. Verborgen tussenruimtes ontbreken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Sporen van aanwezigheid zoals invliegopeningen, uitwerpselen, dode dieren of afgebeten vleugels etc. die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van gebouw bewonende vleermuizen ontbreken volledig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 15

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Afbeelding: afgesloten varkensstallen(4x)

Afbeelding: binnenzijde varkensstallen (4x)

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 16

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

Afbeelding: vooraan stal 2

Afbeelding: vooraan stal 3

Loods De op het terrein staande loods tussen stal 2 en stal 3 heeft een oppervlakte van ongeveer 1.200 meter en is gebouwd in 2.000. De loods is volledig gebouwd met damwand platen en een damwand dak onder stalen spanten met gordingen. Zowel de wanden als het dak zijn niet geïsoleerd. De zuidzijde van de loods is volledig open. Daardoor heeft de loods een open karakter en is erg gevoelig voor tocht en temperatuurschommelingen. Volgens plan blijft de loods behouden.

Afbeelding: loods achterzijde

Afbeelding: loods voorzijde

Afbeelding: loods open kant

Afbeelding: loods voorzijde met daarachter stal 3

4.3 Praktijktoetsing Op basis van de gegevens van de literatuurstudie en het veldonderzoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten van de voorgenomen ingrepen op potentieel aanwezige beschermde soorten. Dit in relatie tot de geplande ontwikkelingen. Er is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullend onderzoek nodig is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 17

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Flora Het volledige plangebied is bebouwd, bestraat of wordt gebruikt als weiland. Ook de directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem tussen de betonklinkers en gaten in de erfverharding werden aangetroffen zoals paarse dovenetel, herderstasje, vogelmuur en paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.

5.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten In de bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied (zie bijlage I) worden een aantal soorten genoemd die mogelijk kunnen voorkomen in en om het plangebied. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de bouwlocatie in het planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Tijdens het veldbezoek is een haas waargenomen achter het plangebied maar zijn geen sporen van vrijgestelde soorten aangetroffen. Steenmarter, bever, wezel, das, eekhoorn, damhert Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF zouden binnen een straal van 1 kilometer de bever en steenmarter voor kunnen komen en op een afstand van 1 tot 5 kilometer komen volgens bronnenonderzoek de wezel, das, eekhoorn en damhert mogelijk voor in het plangebied.

Bevers zijn afhankelijk van gebieden met water en aangrenzende bosgebieden. De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 18

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de steenmarter. De varkensstallen zijn ontoegankelijk en in de overige gebouwen zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van de steenmarter. Kleine marterachtigen zoals de wezel zijn in de provincie Noord-Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd. Wezels komen zowel in stedelijke gebieden als op het platteland voor. Ze leven vooral in heggen, struikgewas en bosranden, maar ze kunnen overal overleven, zolang er voldoende beschutting en prooi is. Zodoende zijn te vinden van graslanden tot bossen, van zandduinen tot in bergen, van moerassen tot woestijnen. Het hol is vaak een oud hol van een gedood prooidier. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de wezel is water in de nabijheid van belang. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen ontbreken geheel. De aanwezigheid van de wezel verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en holensporen. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de wezel en andere kleine marterachtigen.

Het leefgebied van de das is te vinden in kleinschalig weide- of akkerlandschap bij bosranden of houtwallen met voldoende dekking, voedselaanbod en weinig verstoring. Dit type leefgebied is niet aanwezig in het plangebied en directe omgeving. De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. In het plangebied valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. In Nederland komt het damhert voor op de Veluwe, in de duinen en op kinderboerderijen en hertenkampen. Er ontsnappen weleens een of meer damherten, zodat verspreid over Nederland verscheidene groepjes voorkomen. Het damhert werd in 1994 op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren gezet in de categorie "bedreigd" en in 2007 als 'niet bedreigd' weer daarvan afgevoerd. Het beheer van damherten in de Waterleidingduinen en op de Veluwe leidt tot afschot om over populatie tegen te gaan. Men hoopt zo een stand te bereiken die in lijn is met de draagkracht van het gebied. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes). Volgens de waarnemingen van de NDFF kunnen binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land daarnaast ook o.a. de rosse vleermuis, laatvlieger en grijze grootoorvleermuis voorkomen. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen. In de omgeving kunnen algemene soorten voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting.

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Het is niet uitgesloten dat de bomenlaan van essen (Fraxinus excelsior)aan de Weisestraat fungeert als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Het plangebied vormt aan de randen met esdoornhaag foerageergebied van redelijke kwaliteit voor vleermuizen. Met de beoogde herontwikkeling blijven alle groenstructuren behouden en worden nadien versterkt door de landschappelijke inpassing. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee verbeteren. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 19

Ecologische quickscan Weisestraat 19 Lithoijen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Alle bomen blijven sowieso behouden. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In de te slopen afgesloten varkensstallen zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak met afgedichte ruimtes voorzien van isolatiepanelen of geheel dichtgespoten met purschuim aan de onderzijde. Stal 3 bestaat voor een groot gedeelte uit halfsteense kalkzand stenen muur. De te verversen lucht wordt in deze stal door ventilatoren aangezogen via de spouwmuren en daarna onder de grond (ter opwarming of afkoeling) de afdelingen in. De afvoer loopt volledig via de luchtwasser. Hierdoor ontstaat voor vleermuizen te veel tocht. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=80c92664-97a0-4599-96d0-9ebafb6a0b2c