CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4A Toelichting - BP Weisestraat 19 Lithoijen

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling 7 bestemmingsplannen gebundelde procedure18.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 bestemmingsplan

Projectleider F.C.J.L. Klomp-Pullens

Datum: 15-12-2022

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 2 van 47 vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

3

1.1

Aanleiding voor het plan

3

1.2

Planlocatie

3

1.3

Geldende bestemmingsplannen

4

1.4

Leeswijzer

6

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Gewenste situatie

10

Hoofdstuk 3

Beleidskader

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.2

Provinciaal beleid

13

3.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 4

Ruimtelijke- en milieuaspecten

22

4.1

Milieu

22

4.2

Ecologie

31

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

35

4.4

Verkeer en parkeren

37

4.5

Defensie

39

4.6

Wateraspecten

39

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

42

5.1

Economische uitvoerbaarheid

42

5.2

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

42

5.3

Handhaving

44

Hoofdstuk 6

Wijze van bestemmen

45

6.1

Doel en reikwijdte

45

6.2

Onderdelen van een bestemmingsplan

45

6.3

Voorliggend bestemmingsplan

47

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 3 van 47 vastgesteld

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het plan

Voorliggend plan betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied - Oss 2020" van gemeente Oss ten behoeve van het saneren van de intensieve veehouderij aan de Weisestraat 19 te Lithoijen. De initiatiefnemer neemt deel aan de saneringsregeling varkenshouderij (SRV). Hierbij is het voorwaarde om het bestemmingsplan te wijzigen, waarbij er geen intensieve veehouderij op deze locatie toegestaan is. Daarnaast dient er een nieuw perspectief op de locatie gerealiseerd te worden. De initiatiefnemer is voornemens ter plaatse als hoofdactiviteit een grondgebonden teeltbedrijf te exploiteren. Naast de agrarische bedrijfsvoering vinden er agrarisch technische nevenactiviteiten plaats in de vorm van een loonbedrijf, fouragehandel en opslag agrarische producten (van derden). Daarnaast wordt er zonne-energie opgewekt middels zonnenpanelen op de bedrijfsbebouwing. In het hoofdstuk "Planbeschrijving" (hoofdstuk 2) wordt het initiatief verder toegelicht, daar is ook een situatietekening van de nieuwe situatie opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is noodzakelijk om een aantal redenen. De huidige varkenshouderij veroorzaakt een grote geurhinder op de burgerwoningen in de omgeving. Met het saneren van de varkenshouderij neemt de geurbelasting op de nabije omgeving sterk af.

Daarbij wordt een knelsituatie opgelost; De milieusituatie verbetert ter plaatse en daarmee ook het woon- en leefklimaat; De SRV schrijft voor dat het bestemmingsplan zodanig wordt gewijzigd dat er geen intensieve veehouderij meer op deze locatie toegestaan is. De gewenste ontwikkeling past niet binnen het bepaalde in het geldende bestemmingsplan. De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen met de voorgenomen ontwikkeling, mits hiervoor een partiële herziening op het bestemmingsplan wordt opgesteld conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voorliggend document dient als toelichting waarin nader wordt gemotiveerd waarom de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt en deze niet zal leiden tot onevenredige bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak.

1.2

Planlocatie

De planlocatie is gelegen aan Weisestraat 19 te Lithoijen en ligt ten zuiden van Lithoijen en ten noordwesten van Oss in het agrarisch buitengebied van gemeente Oss. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Lith, sectie G, nummer 388. In de volgende figuur is de topografische ligging van de locatie weergegeven.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 4 van 47 vastgesteld

Uitsnede topografische kaart locatie. Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse is het bepaalde uit het bestemmingsplan "Buitengebied Oss -- 2020" van de gemeente Oss, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16-04-2020, onverkort van toepassing. Zoals te zien in de volgende figuur is ter plaatse de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' toegekend. Tevens is ter plaatse de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' van toepassing. De locatie is gelegen binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone - komgebied' en 'overige zone - primair agrarisch gebied'. Op de locatie is een bouwvlak toegekend van circa 1,6 ha.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 5 van 47 vastgesteld

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl. De voorgenomen ontwikkeling past voor wat de bedrijfsvoering binnen de bepalingen uit het geldende bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan is echter geen afwijkingsmogelijkheid en/of wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee een intensieve veehouderij op deze locatie uitgesloten wordt. Om deze reden is het noodzakelijk het geldende bestemmingsplan gedeeltelijk te herzien met een partiële herziening (ook wel postzegelbestemmingsplan genoemd). De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen, mits wordt aangetoond dat de ontwikkeling niet zal leiden tot bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak. Middels voorliggende toelichting wordt de ontwikkeling nader gemotiveerd en wordt aangetoond dat deze niet zal leiden tot onevenredige bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak. Een vollegronds teeltbedrijf is in de begripsomschrijving van het vigerende bestemmingsplan als volgt beschreven: een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Dit is dus een agrarisch bedrijf welke passend is binnen de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap'.

In artikel 3.5 Afwijken van de gebruiksregels is opgenomen dat middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor kleinschalige activiteiten onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.

de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 6 van 47 vastgesteld

en met inachtneming van de omschreven voorwaarden voor kleinschalige activiteiten: a. de activiteit wordt uitgeoefend als niet-zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf b. het gebruik voor de kleinschalige activiteit vindt plaats binnen het agrarisch bouwvlak c. de afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de waterhuishouding en -kwaliteit ter plaatse d. er dient voldaan te worden aan het bepaalde in bijlage 2 Mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven, met dien verstande dat als een bouwvlak binnen meerdere zones ligt, per kleinschalige activiteit het ruimste regime geldt e. buitenopslag is niet toegestaan f. er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekking g. een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd en er wordt voorzien in de parkeerbehoefte binnen het bouwvlak h. lawaaisporten zijn niet toegestaan i. de maximale oppervlakte voor opslag bedraagt 1.000 m², verminderd met de oppervlakte die in gebruik is voor andere kleinschalige activiteiten dan opslag; j. de maximale oppervlakte van andere kleinschalige activiteiten dan opslag bedraagt 500 m², met dien verstande dat de maximale oppervlakte voor verkoopactiviteiten niet meer dan 200 m² bedraagt k.

verkoop van streekproducten mag alleen plaatsvinden in combinatie met verkoop van agrarische dan wel ambachtelijke producten van het eigen agrarische dan wel ambachtelijke bedrijf De gewenste nevenactiviteiten zijn te zien als kleinschalige activiteiten welke passen zijn binnen de hierboven gestelde voorwaarden. ad. a) De activiteiten zijn ondergeschikt aan het agrarisch bedrijf. ad. b) De activiteiten vinden plaats binnen het agrarisch bouwvlak. ad. c) De afwijking leid niet tot aantasting van de waterhuishouding en kwaliteit ter plaatse. ad. d) De activiteiten zijn aan te duiden als agrarsich- technische hulpbedrijven deze zijn in de bijlage mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven opgenomen als mogelijk binnen de zone primair agrarisch gebied. ad. e) Er zal geen buitenopslag plaatsvinden ad. f) Zoals in de paragraaf verkeer en parkeren is aangetoond zullen de activiteiten niet leiden tot een onevenredige verkeersaantrekking. ad. g) Zoals in de paragraaf verkeer en parkeren is aangetoond zullen de activiteiten niet leiden tot een onevenredige verkeersaantrekking en zal het parkeren op eigen terrein plaatsvinden. ad. h) De activiteiten zullen geen lawaaisporten betreffen. ad. i) Het totale oppervlakte in gebruik voor de kleinschalige nevenactiviteiten betreft maximaal 1.000 m². ad.

j) Hier wordt rekening mee genomen in het ruimtebeslag van de activiteiten. ad. k) Deze bepaling wordt ter kennisgeving aangenomen.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 gaat in op de huidige en gewenste situatie en bevat een beschrijving van de situatie ter plaatse zoals momenteel bekend en de gewenste situatie ter plaatse na realisatie van de plannen van de initiatiefnemer. Hoofdstuk 3 gaat in op de vigerende beleidskaders. Hierin worden de plannen van de initiatiefnemer getoetst aan het ruimtelijk beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. Hoofdstuk 4 gaat in op de toetsing van het plan aan de aspecten milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren en water. Hierin worden verschillende bureaustudies beschreven

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 7 van 47 vastgesteld

en, indien van toepassing, uitgevoerde aanvullende onderzoeken beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. Hierin worden de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan getoetst en wordt kort ingegaan op het aspect handhaving. Hoofdstuk 6 bevat de wijze van bestemmen. Hierin wordt nader gespecificeerd welke onderdelen een bestemmingsplan hoort te bevatten en welke bijzondere bepalingen ten aanzien van voorliggend plan van toepassing zijn.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 8 van 47 vastgesteld

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Gebiedsprofiel

De locatie is gelegen in het landelijk gebied van gemeente Oss in de Lithse Polder. De Lithse Polder was ten tijde van de reconstructieplannen aangewezen als Landbouwontwikkelingsgebied. De omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit een open en primair agrarisch landschap. De verkavelingsstructuur betreft een blokverkaveling met een grootschalige opzet. De onderlinge kavels worden gescheiden door kavelsloten, erf- en perceelsafscheidingen. In de nabije omgeving van de locatie zijn met name agrarische bedrijven en een enkele bedrijfsbestemming en burgerwoning gelegen. De locatie ligt op circa 600 meter van het eerste bewoningslint en circa 1,3 km van de bebouwde kom van Lithoijen.

2.1.2

Ruimtelijke structuur

Op de locatie was een varkenshouderijbedrijf gevestigd. Deze varkenshouderij is heden ten dage al in zijn geheel beëindigd, de milieutoestemming is ingetrokken en de dierverblijven, overige voorzieningen en erfverharding zijn verwijderd. Voor de deelname aan de Srv regeling was er sprake van de volgende ruimtelijke structuur: Ter plaatse was een bedrijfswoning met vrijstaande carport/bijgebouw, 5 varkensstallen en een loods aanwezig. Meerdere stallen waren voorzien van zonnepanelen. Deze zijn pas in 2019 gelegd en uitgaande van de looptijd van de SDE beschikking zullen deze nog tot minimaal 2034 in bedrijf zijn. Daarnaast bevonden zich op het erf diverse voersilo's, een vaste mestopslag en een spoelplaats. De totale oppervlakte bedrijfsbebouwing bedroeg circa 7.900 m². Hiervan is 5.826 m² gesloopt in het kader van de Srv regeling en daar bovenop is nog eens 647 m² extra gesloopt aan overtollige niet herbruikbare bebouwing. Ter plaatse is een bouwvlak toegekend. Het huidige bouwvlak is ongeveer 1,6 hectare groot. In de volgende figuur is een luchtfoto opgenomen van de situatie voor de beëindiging van het varkenshouderijbedrijf.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 9 van 47 vastgesteld

Luchtfoto voormalige situatie. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor de beoogde bedrijfsvoering is al reeds een nieuwe loods opgericht met een oppervlakte van 1.042 m2 ten behoeve van een grondgebonden teeltbedrijf. De totale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing bedraagt 2.469 m². In de volgende figuur is de huidige situatie in een situatietekening weergegeven.

Situatietekening huidige situatie. Bron: DLV Advies

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 10 van 47 vastgesteld

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Ruimtelijke structuur

De initiatiefnemer is voornemens ter plaatse als hoofdactiviteit een grondgebonden teeltbedrijf te exploiteren. Naast de agrarische bedrijfsvoering vinden er agrarisch technische nevenactiviteiten plaats in de vorm van een loonbedrijf, fouragehandel en opslag agrarische producten (van derden). Daarnaast wordt er zonne-energie opgewekt middels zonnenpanelen op de bedrijfsbebouwing. In de toekomstige situatie richt initiatiefnemer zich op 3 pijlers: 1. Agrarische activiteiten in de vorm van een grondgebonden teeltbedrijf; 2. Agrarische technische nevenactiviteiten in de vorm van een loonwerkbedrijf, fouragehandel en opslag van agrarische producten voor derden (maximaal 1.000 m2 tezamen, waarvan maximaal 500 m² ten behoeve van het loonwerkbedrijf en fouragehandel). 3. Opwekking van duurzame energie middels zonnepanelen (ca. 2.000 m2). De zonnepanelen die nu deels op de varkensstallen geplaatst zijn moet elders op bebouwing geplaatst gaan worden. Hiertoe wordt er een nieuwe loods geplaatst waar de resterende zonnepanelen op het zuidelijk georiënteerde dakvlak geplaatst worden. In de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' is hiertoe opgemen dat de opwekking van duurzame energie middels zon-op-dak systemen rechtsstreeks toegestaan is.

De activiteiten zullen plaats vinden binnen de reeds aanwezige bedrijfsbebouwing, te weten twee loodsen met een totale oppervlakte van 2.469 m².

Door de ligging in het landbouwontwikkelingsgebied is een voortgezet agrarisch gebruik een vereiste. Op deze wijze blijft het agrarische karakter van het gebied behouden en vinden er enkel functies plaats die passend zijn in dit deel van het buitengebied. Het bouwvlak ter plaatse wordt verkleind tot een oppervlakte van circa 9.000 m² en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' wordt verwijderd'. 2.2.2

Landschappelijke inpassing

Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat de ruitelijke kwaliteit van de omgeving niet verloren gaat maar, als mogelijk, juist versterkt. Tevens is vanuit het ruimtelijke beleid een goede landschappelijke inpassing een vereiste. Om te onderzoeken of de ontwikkeling mogelijk kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving is door een landschapsdeskundige een inrichtingsplan opgesteld waarop is aangegeven hoe de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk zal worden ingepast. De tekening is in de volgende figuur weergegeven.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 11 van 47 vastgesteld

Tekening landschappelijke inpassing. Bron: Van Dooren Landschap

Deze tekening maakt onderdeel uit van een landschappelijk inrichtingsplan dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is opgesteld. In dit landschappelijk inrichtingsplan is opgenomen op welke manier de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast en welke soorten beplanting daarvoor worden toegepast. Voor het gehele landschappelijk inrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage 1 van deze onderbouwing. Hiermee kan worden gesteld dat ter plaatse wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 12 van 47 vastgesteld

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onhavig initiatief sluit aan bij het speerpunt voor het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. De SRV regeling, waar initiefnemer aan heeft deelgenomen, is een subsidieregeling die primair bedoeld was voor het terugbrengen van geuroverlast in het stedelijk gebied. Een belangrijk neveneffect is echter dat ook andere emissies als fijnstof en ammoniak afnemen en dat door de sanering van een veehouderijbedrijf de bedrijfsvoering geextensiveerd wordt. De voort te zetten bedrijfsvoering is qua omvang en impact veel kleinschaliger van aard en derhalve draagt de onderhavige ontwikkeling bij aan een beter evenwicht met de natuur en het landschap, zoals de NOVI nastreeft.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 13 van 47 vastgesteld

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.

Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De locatie is niet in een van de aangewezen projectgebieden gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met de nationale belangen.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

Ingevolgde artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking, dient de toelichting bij een bestemmingsplan, waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Bij de voorgenomen ontwikkeling is, op basis van deze definitie, geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking is daarmee niet vereist.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie

Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De ontwerp Omgevingsvisie gaat over twee vragen: Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zien? Wat moet in 2030 voor elkaar zijn om dat toekomstperspectief te verwezenlijken? De doelstelling die Noord-Brabant heeft voor 2050 is dat zij in dat jaar welvarend, verbonden en

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 14 van 47 vastgesteld

klimaatproof zijn. De welvaart wil de provincie bereiken door te investeren in een gezonde en sterke concurrentiepositie door het goede vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers, maar ook door de voortrekkersrol in de transitie naar een innovatieve en duurzame economie. De provincie ziet welvaart niet alleen als economische bestaanszekerheid, maar ook als geluk, gezondheid en veiligheid van mensen. In dat kader stelt de provincie dat in 2050 bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost en dat het robuuste natuurnetwerk uitstekend functioneert. Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie wil de provincie zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeteren. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. Voor wat betreft de verbondenheid is het streven van de provincie dat Brabant de centrale ligging uitstekend weet te benutten door goede verbindingen op zowel fysiek als op sociaal-maatschappelijk (digitaal) gebied. Daarbij is een van de doelen dat de logistieke bedrijvigheid nog steeds een topsector is, maar dan op een schonere en slimmere manier.

Daarnaast bieden nog zichtbare historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid een verbinding met het verleden. Deze elementen dienen te blijven behouden voor een aantrekkelijke omgeving als uitloopgebied voor de inwoners van steden en dorpen en voor recreatie. Met betrekking tot het streven klimaatproof te zijn wil de provincie in 2050 geheel energieneutraal zijn. Dit willen zij bereiken door alleen nog duurzame energie te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verdere klimaatverandering tegengaan door de uitstoot van koolstofdioxide en de uitstoot van methaan uit de landbouw fors terug te dringen. Daarnaast wil de provincie goed om kunnen gaan met de klimaatverandering en de effecten daarvan. Hierbij staat duurzaam, gezond en klimaatbestendigd bouwen centraal. Daarnaast dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om water op te vangen en vast te houden in tijden van droogte en om wateroverlast te voorkomen. Op basis van deze doelstellingen heeft de provincie vier hoofdopgaven geformuleerd: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Deze opgaven worden niet los van elkaar gezien, maar zijn vanuit de basis met elkaar verbonden.

Hierbij wordt gekeken vanuit een gebiedspecifieke benadering om de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven. Bij de beëindiging van de intensieve veehouderij ter plaatse van de Weisestraat 19 zal de uitstoot van fijn stof, stikstofoxiden, koolstofdioxide en methaan afnemen. Hiermee verbeterd het woon- een leefklimaat aanziendlijk. Dit draagt bij aan de milieudoelstellingen van de provincie. Daarnaast wordt er doormiddel van energy farming duurzame energie opgewekt middels zonnepanelen op de resterende daken. Dit draagt bij aan de energietransitie doelstellingen. Door de locatie multifunctioneel in te zetten ontstaat er een duurzaam nieuw perspectief op de locatie wat van groot belang is voor de leefbaarheid en dynamiek van het buitengebied. Tevens draagt dit initiatief bij aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het gebied. Dit door de sloop van de verouderde varkensstallen en het landschappelijk inpassen van de locatie. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 15 van 47 vastgesteld

doelstellingen zoals zijn verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 15 april 2022 heeft de provincie Noord-Brabant de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant geconsolideerd vastgesteld. De omgevingsverordening bevat een vertaling van het ruimtelijke beleidskader uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant naar concrete regels, waarmee de ruimtelijke beleidsvisie van de provincie juridisch is verankerd. Vanuit de verordening is de locatie gelegen in een gebied dat nader is aangemerkt als 'Gemengd landelijk gebied' 'stalderingsgebied' . Binnen het gebied dat is aangemerkt als stalderingsgebied en gebied beperkingen veehouderij gelden aanvullende voorwaarden voor (de ontwikkeling van) veehouderijbedrijven. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen spake van een (ontwikkeling van een) veehouderijbedrijf. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied en het gebied beperkingen veehouderij zijn daarmee niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 3.54 grondgebonden teeltbedrijf in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de ontwikkeling van een teeltbedrijf op een bestaand bouwperceel of in de uitbreiding van een bouwperceel waarbij: a. de bouw of uitbreiding van een teeltondersteunende kas is toegestaan tot ten hoogste 5.000 m2; b. de bouw of uitvoering van permanente teeltondersteunende voorzieningen is toegestaan tot ten hoogste 3 hectare.

Lid 2 In afwijking van het eerste lid, onder b, kan een bestemmingsplan de bouw of uitvoering van meer dan 3 hectare permanente teeltondersteunende voorzieningen toelaten als: a. dit past bij het ontwikkelingsperspectief van het gebied, waarbij ook een mogelijke functie van het gebied voor klimaatadaptieve maatregelen is betrokken; de percelen niet in Aardkundig waardevol gebied liggen; b. de effecten van de ontwikkeling op het water- en bodemsysteem en omliggende waarden worden afgewogen; c. maatregelen worden getroffen en geborgd waardoor de ontwikkeling bijdraagt aan een waterrobuuste inrichting van het gebied en een verstoring van de hydrologische situatie ter plaatse wordt gemitigeerd; en d. juridisch en financieel is geborgd dat de voorzieningen na afloop van het gebruik worden verwijderd. Lid 3 In afwijking van artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, eerste lid, onder c, kan een bestemmingsplan dat van toepassing is op Landelijk gebied voorzien in permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwperceel van het teeltbedrijf, als: a. de voorzieningen geconcentreerd worden en aansluiten op een bouwperceel; b. dit past binnen het ontwikkelingsperspectief van het gebied, waarbij ook een mogelijke functie van het gebied voor klimaatadaptieve maatregelen is betrokken; c. is voldaan aan artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en d.

is voldaan aan de voorwaarden uit het eerste of tweede lid. Artikel 3.61 Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Gemengd landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 16 van 47 vastgesteld

een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf als: a. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving; b. de ontwikkeling niet leidt tot splitsing van het bouwperceel; c. is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. mestbewerking is uitgesloten. Lid 2 Als een binnen de omgeving passende omvang van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf geldt een bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare. Ter plaatse wordt het intensieve veehouderij bedrijf gesaneerd. De herbestemming voorziet in een grondgebonden teeltbedrijf met als nevenactiviteiten de vestiging van een agrarisch-technisch hulpbedrijf. De SRV regeling schrijft voor dat de intensieve veehouderijbestemming moet komen te vervallen. De ligging van de initiatieflocatie in de Lithse Polder, een primair agrarisch gebied, vraagt om voortgezet gebruik in de vorm van een agrarische bedrijfsvoering. Een grondgebonden teeltbedrijf sluit aan bij de beoogde bedrijfsvoering en de ligging van de locatie. Onderhavig plan voorziet in beginsel niet in de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen.

In de planregels is geborgd dat er op een later moment geen permantente teeltondersteundende voorzieningen opgericht morgen worden met een maatvoering die strijdig is met de Interim Omgevingsverordening. De nevenactiviteiten in de vorm van een loonwerkbedrijf, fouragehandel en opslag van agrarische producten voor derden worden beschouwd als activiteiten die toebehoren aan een agrarisch technisch hulpbedrijf. Aangezien het een nevenactiviteit betreft en ten hoogste 1.000 m² aan bebouwing ten behoeve van deze nevenactiviteit mag worden aangewend is, is de activiteit kleinschalig van aard en de impact op de omgeving beperkt. Hier zal in hoofdstuk 4 van deze toelichting nog nader op worden ingegaan. In hoofdstuk 2 is al aangegeven dat er geen sprake is van een splitsing van het bouwperceel en dat de niet-herbruikbare en overtollige bebouwing is gesloopt. Dit is passend binnen de regels vanuit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 17 van 47 vastgesteld

"Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2 Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie." Voor elk van de afzonderlijk genoemde onderdelen voor een goede omgevingskwaliteit zijn vervolgens aanvullende bepalingen opgenomen. Voor zorgvuldig ruimtegebruik gelden de volgende aanvullende bepalingen: "Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel." Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het beëindigen van een intensieve veehouderij, waarbij de agrarische bedrijfsvoering wordt voortgezet in de vorm van een grondgebonden teeltbedrijf. Tevens voert de initiatiefnmer agrarisch technische nevenactiviteiten uit in de vorm van een loonwerkbedrijf, fouragehandel en opslag van agrarische producten voor derden (maximaal 1000 m² tezamen, waarvan 500 m² ten behoeve van het loonwerkbedrijf en fouragehandel). Daarnaast wordt er duurzame energie middels zonnenpanelen opgewekt Hiervoor is circa 2000 m² van het dak ingezet. De voorgenomen ontwikkeling vindt geheel plaats binnen het ruimtebeslag van het bestaande bouwvlak. Overtollige bedrijfsbebouwing is gesloopt. Er is daarmee sprake van een ontwikkeling binnen het bestaande ruimtebeslag. Zoals nader is omschreven in de paragraaf "Ladder duurzame verstedelijking" (paragraaf 3.1.3) is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Alle aanwezige bebouwing wordt geconcentreerd binnen de bouwpercelen. Er is na realisatie van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bebouwing buiten het bouwperceel.

Er is daarmee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 18 van 47 vastgesteld

Voor wat betreft de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering zijn in de verordening de volgende aanvullende voorwaarden opgenomen: "Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid." Zoals nader is aangetoond en omschreven in het hoofdstuk "Ruimtelijke- en milieuaspecten" (hoofdstuk 4) is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een mogelijke aantasting van de in het gebied (mogelijk) voorkomende waarden en/of functies.

Er zal daarmee geen sprake zijn van mogelijke negatieve effecten op de genoemde lagen en/of kenmerken daarvan. Voor wat betreft de meerwaardecreatie gelden vanuit de verordening de volgende aanvullende bepalingen: "Artikel 3.8 meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie." Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan voor elk van de locaties gemaakt (zie bijlage 1 van deze toelichting), waarin een goede landschappelijke inpassing van de locatie is opgenomen. Dit draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en omgevingskwaliteit van de omgeving. Een goede landschappelijke inpassing wordt op basis van artikel 3.9 gezien als een meerwaardecreatie. Daarnaast wordt bij de voorgenomen ontwikkeling een intensieve veehouderij beëindigd.

Daarbij zal de uitstoot van geur, ammoniak, fijnstof, stikstof en van mogelijke ziektekiemen en/of zoönosen

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 19 van 47 vastgesteld

(aanzienlijk) afnemen. Daarmee zal het woon- en leefklimaat in de omgeving verbeteren, waarmee sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit. Gezien bij de voorgenomen ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, geen sprake is van een mogelijke aantasting van de functies en waarden in de verschillende lagen en/of de kenmerken daarvan en sprake is van meerwaardecreatie wordt met de voorgenomen ontwikkeling voldaan aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. "Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan voor elk van de locaties gemaakt (zie bijlage 1 van deze toelichting), waarin een goede landschappelijke inpassing van de locatie is opgenomen. Dit draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en omgevingskwaliteit van de omgeving. De uitvoering is geborgd in de regels behorende bij dit plan. De verbetering van de landschappelijke kwaliteit is toegelicht in paragraaf 2.2.2 van deze toelichting. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regels zoals zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord Brabant. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. Wij hebben voor dit initiatief de wijzigingen van de Interim Verordening doorgenomen en geconstateerd dat uitgezonderd artikel 3.54 betreffende grondgebonden teeltbedrijven in Landelijk

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 20 van 47 vastgesteld

gebied, er geen wijzigingen zijn doorgevoerd die consequenties hebben voor onderhavig initiatief.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Gemeentelijke structuurvisie

De gemeente Oss heeft op 1 april 2015 de Structuurvisie Buitengebied Oss vastgesteld. Deze structuurvisie bevat het ruimtelijk beleid van de gemeente op hoofdlijnen met een doorkijk naar de langere termijn. De structuurvisie is niet juridisch bindend, maar biedt het ruimtelijk kader bij het opstellen van bestemmingsplannen, waarin de beleidsuitgangspunten worden vastgelegd. Niet-agrarische ontwikkelingen of ontwikkelingen met verbrede landbouwactiviteiten gaan een steeds grotere rol spelen in de plattelandseconomie van de gemeente. Er wordt daarom gepaste ruimte gegeven aan dergelijke ontwikkelingen, mits deze de gebiedskwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende functies niet aantasten. Tevens is buitenopslag niet wenselijk. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal geen buitenopslag plaatsvinden. Tevens zullen, zoals nader omschreven in de paragraaf "Gemeentelijk beleid" (paragraaf 3.3), geen omliggende functies en/of bedrijven in de ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast. De locatie is gelegen in een komgebied. De kenmerkende openheid van dit gebied is uniek voor noordoost Brabant. Het gebied wordt begrensd door de oeverwallen in het noorden en het dekzandgebied in het zuiden.Het komgebied wordt gekenmerkt als open en grootschalig. Het gebied kenmerkt zich verder door grootschalig agrarisch gebruik.

Het gewenste beeld voor het gehele komgebied is een open gebied. Deze openheid is niet alleen ruimtelijk wenselijk, maar is ook voor weidevogels van levensbelang. Het contrast met de aangrenzende halfopen oeverwal en dekzandrand wordt door de openheid versterkt. Het komgebied heeft een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. Dit patroon blijft zoveel mogelijk behouden. Deze lijnen geven het landschap diepte en benadrukken de openheid. Bij de voorgenomen ontwikkeling neemt de hoeveelheid bebouwing af. De ontwikkeling heeft een positieve impact op het open landschap. De resterende bebouwing is geconcentreerd en word landschappelijk ingepast. Er is met de voorgenomen ontwikkeling daarmee geen sprake van een aantasting van de kenmerkende openheid, deze zal zelfs enigzins worden vergroot. Tevens zullen de mogelijkheden voor weidevogels niet worden beperkt. De landbouw heeft nog volop mogelijkheden in het komgebied. Het komgebied ligt voor een groot deel in primair agrarisch gebied. Het primair agrarisch gebied is het gebied waarin de veehouderij de beste groeimogelijkheden heeft. In dit gebied wordt gestreefd naar het behoud van duurzame bedrijfslocaties. De mogelijkheden voor omschakeling van agrarische bedrijven zijn beperkt.

Mogelijkheden worden geboden aan bedrijvigheid die aan het buitengebied is gebonden, recreatieve voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid die qua karakter en uitstraling past bij het gebied. Overige bedrijvigheid dient zicht te vestigen op een regulier bedrijventerrein. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een intensieve veehouderij beëindigd die zoveel geuroverlast veroorzaakte dat er deelgenomen wordt aan de SRV. Vanuit geur is deze locatie niet als een duurzame locatie te beschouwen. Vanwege de deelname aan de saneringsregeling dient de locatie een nieuwe bestemming te krijgen. De omschakeling naar een grondgebonden teeltbedrijf is het meest voor de hand liggend in een gebied waar het primaat bij de landbouw ligt. De agrarisch technische nevenactiviteiten zijn van een omvang (maximaal 1.000 m²) dat dit ook voorheen met een binnenplanse afwijking toegestaan was en deze zijn te zien als kleinschalig van aard. De voormalige varkensstallen zijn gesloopt en de locatie wordt landschappelijk ingepast. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het behoud van het agrarisch karakter.Tevens worden geen agrarische bedrijven in de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Er is daarmee sprake van een ontwikkeling die past in de omgeving en het gebied, waarmee de voorgenomen activiteiten mogelijk kunnen worden gemaakt in het komgebied.

Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 21 van 47 vastgesteld

uitgangspunten uit de Structuurvisie Buitengebied Oss van gemeente Oss.

3.3.2

Landschappelijk beleidskader gemeente

Op 17 september 2015 heeft de gemeente Oss de Nota landschapsbeleid 2015 vastgesteld, waarin het beleid ten aanzien van de bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen is opgenomen. Het plangebied is gelegen in het deelgebied 'Komgebied'. Openheid is de belangrijkste kwaliteit van het komgebied. Het behoud en versterken van een open karakter is dan ook uitgangspunt, evenals het vehoud van zichtrelaties. Erven is het komgebied vormen veelal een eiland van bebouwing en soms groen in een open, grootschalig, modern landbouwlandschap. Een ondernemer kan kiezen voor bebouwing die qua vorm. architectuur, materiaal- en kleurkeuze hoogwaardig is. Toepassing van moderne materialen en koel kleuren (grijstinten) zijn wenselijk. Deze agrarische bebouwing mag gezien worden. Er kan dan worden uitgegaan van een erf omzoomd met transparante boomrij(en), gecombineerd met een watergang. Hierdoor komet nieuw te bouwen stallen en loodsen (gedeeltijk) in het zicht te ligeen. De bebouwing op de erven met een rommelig karakter, kan wel voorzien worden van een afschermde, dichte groen rand. De bebouwing hoeft hierbij niet geheel 'ingepakt' te worden. In weidevogelgebied is toepassing van erfbeplanint over het algemeen ongewenst. Op de planlocatie zijn de bestaande varkenschuren gesloopt. De bestaande bedrijfswoning met bijbehorende gebouwen blijven behouden.

Daarnaast blijft één grote loods gehandhaafd en wordt er een nieuwe loods opgericht. Het landschappelijk inpassen van het erf is wenselijk. Vandaar dat er een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld zie paragraaf 2.2.2. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten zoals zijn verwoord in de Nota landschapsbeleid 2015 van de gemeente Oss. 3.3.3

Welstandsbeleid

Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand'. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zijn niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 22 van 47 vastgesteld

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu

4.1.1

Milieuzonering

Ruimtelijke- en milieuaspecten

Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geur, stof, geluid en gevaar. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen met daarin de aan te houden richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstand afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het zo scheiden van milieubelastende en -gevoelige functies dient twee doelen: 1. het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies (bijvoorbeeld woningen); 2. het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen. In de VNG handreiking zijn richtafstanden opgenomen op het gebied van geur, stof, geluid en gevaar. Indien niet aan de in de handreiking opgenomen afstanden wordt voldaan is mogelijk sprake van milieuhinder aan de betreffende gevoelige functies. De genoemde afstanden betreffen echter geen harde normen maar richtafstanden waarvan, mits goed gemotiveerd, kan worden afgeweken.

Dit houdt in dat wanneer niet aan de afstanden wordt voldaan een nadere motivatie noodzakelijk is waaruit blijkt dat geen onevenredige hinder wordt veroorzaakt. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een grondgebonden teeltbedrijf. Ten aanzien van de bedrijfsgebouwen van een akkerbouw en teeltbedrijf zijn in de handreiking de volgende richtafstanden opgenomen: Geur: 10 meter. Stof: 10 meter. Geluid: 30 meter. Gevaar: 10 meter. Het dichtstbijzijnde gevoelig object bevindt zich op Weisestraat 20 op een afstand van ongeveer 78 meter (gemeten van bestemmingsvlak tot bestemmingsvlak). Hiermee wordt aan de gestelde richtafstanden voldaan en zal met de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige hinder worden veroorzaakt aan gevoelige objecten in de omgeving.

Tevens vinden er enkele nevenactiviteiten plaats. Ten aanzien van een loonbedrijf zijn in de handreiking de volgende richtafstanden opgenomen: Geur: 30 meter. Stof: 10 meter. Geluid: 50 meter. Gevaar: 10 meter. Ten aanzien van een fourage bedrijf(groothandel in akkerbouwproducten en veevouders) zijn in de handreiking de volgende richtafstanden opgenomen: Geur: 30 meter. Stof: 30 meter. Geluid: 50 meter. Gevaar: 30 meter.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 23 van 47 vastgesteld

Met het dichtsbijgelegen gevoelig object op een afstand van ongeveer 78 meter (gemeten van rand bestemmingsvlak tot bestemmingsvlak) wordt aan de gestelde richtafstanden voldaan en zal met de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige hinder worden veroorzaakt aan gevoelige objecten in de omgeving.

Naast het feit dat een ruimtelijke ontwikkeling geen onevenredige hinder aan gevoelige objecten in de omgeving mag veroorzaken mag deze ook niet leiden tot beperkingen van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven, functies en bestemmingen. Dit is echter vooral van belang wanneer sprake is van het oprichten van nieuwe gevoelige objecten. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het oprichten van een nieuw gevoelig object. Hiermee zullen geen omliggende bedrijven, functies en bestemmingen in de ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. 4.1.2

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer (Wmb) goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. Met name paragraaf 5.2 uit Wmb is veranderd. Omdat paragraaf 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe paragraaf 5.2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). De Eerste Kamer is op 9 oktober 2007 akkoord gegaan met het wetsvoorstel over luchtkwaliteitseisen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per kubieke meter lucht (µg/m³) voor fijnstof en stikstofoxiden (NO2). Projecten die wel 'in betekenende mate' bijdragen, zijn vaak al opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Het NSL is erop gericht om overal de Europese grenswaarden te halen. Daarom is ook een pakket aan maatregelen opgenomen: zowel (generieke) rijksmaatregelen als locatiespecifieke maatregelen van gemeenten en provincies. Dit pakket aan maatregelen zorgt ervoor dat alle negatieve effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen ruim worden gecompenseerd. Bovendien worden alle huidige overschrijdingen tijdig opgelost. In het NSL worden de effecten van alle NIBM-projecten verdisconteerd in de autonome ontwikkeling. Het NSL omvat dus alle cumulatieve effecten van (ruimtelijke) activiteiten op de luchtkwaliteit.

4.1.2.1 Luchtkwaliteit vanuit de inrichting In de ministeriële regeling wordt de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) NIBM verder uitgewerkt. Waar mogelijk worden getalsmatige grenzen gesteld aan de omvang van nieuwe projecten. Het gaat bijvoorbeeld om een maximum aantal nieuwe woningen, kantooroppervlakte en grootte van landbouwbedrijven. Een nieuw project dat binnen deze grenzen blijft, is per definitie NIBM. Als een nieuwe ontwikkeling buiten de grenzen van de ministeriële regeling valt, kan het bevoegde gezag berekeningen maken om alsnog aannemelijk te maken dat het project minder dan 1,2 µg/m³ bijdraagt aan de luchtvervuiling. De regeling NIBM noemt de volgende subcategorieën van landbouwinrichtingen: "Voorschrift 1B.1 (Landbouwinrichtingen) Aangewezen ingevolge artikel 2, tweede lid, worden:

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 24 van 47 vastgesteld

a. akkerbouw- of tuinbouwbedrijven met open grondteelt;* b. inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor witloftrek of teelt van eetbare paddenstoelen of andere gewassen in een gebouw;* c. permanente en niet-verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen;* d. permanente en verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen, mits niet groter dan 0,7 hectare; e. kinderboerderijen. * al deze inrichtingen zijn NIBM, ongeacht de omvang van het bedrijf." Een grondgebonden teeltbedrijf is als 'niet in betekenende mate' (NIBM) aangemerkt. Hier valt onderhavige functie dus ook onder. Gezien sprake is van een NIBM-project zal bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van een onevenredige toename van de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden. Door de sanerig van de intensieve veehouderij is er sprake van een forse vermindering van de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden. De vergunde uitstoot betreft 372 kg fijnstof. Wanneer deze komt te vervallen verbetert de luchtkwaliteit aanzienlijk. 4.1.2.2 Luchtkwaliteit vanuit verkeersbewegingen Naast het feit dat geen sprake mag zijn van een onevenredige toename van fijnstof en stikstofoxiden als gevolg van wijzigingen in de inrichting dient ook de uitbreiding van het aantal verkeersbewegingen meegenomen te worden.

Zoals nader aangetoond in de paragraaf "Verkeer" (paragraaf 4.4.1) zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen. Hiermee is de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden als gevolg van het aantal verkeersbewegingen verwaarloosbaar en valt onder de noemer NIBM, waarmee geen sprake zal zijn van een onevenredige toename van de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden. 4.1.3

Geluid

De mate waarin het geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de Wgh is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. De Wgh kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen, zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.. Daarnaast kent de Wgh de volgende geluidsgevoelige terreinen: Terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg. Woonwagenstandplaatsen. Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen.

Weisestraat 19 Lithoijen - 2022 pag 25 van 47 vastgesteld

4.1.3.1 (Spoor)Wegverkeerslawaai Wanneer een woning of een andere geluidsgevoelige bestemming wordt opgericht in de zone langs een weg (behalve een 30 km/uur weg) of spoorweg is de Wgh van toepassing. Middels een akoestisch onderzoek moet in dat geval worden aangetoond dat wordt voldaan aan (in de eerste instantie) de voorkeursgrenswaarde (48 decibel). Is het niet mogelijk te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde dan biedt de Wgh de mogelijkheid af te wijken van de voorkeursgrenswaarde tot een maximale waarde (Hogere Grenswaarde). Bij burgerwoningen is ontheffing mogelijk tot 53 decibel. Bij agrarische bedrijfswoningen is zelfs ontheffing tot 58 decibel mogelijk. Bij vaststelling van het bestemmingsplan moet de voorkeursgrenswaarde, of een vastgestelde hogere waarde, in acht worden genomen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het oprichten van een woning of andere geluidsgevoelige bestemming. Hiermee kan verdere toetsing op het gebied van (spoor)wegverkeerslawaai achterwege blijven en kan worden gesteld dat met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zal zijn van een onevenredige geluidshinder als gevolg van (spoor)wegverkeerslawaai.

4.1.3.2 Industrielawaai Indien sprake is van het oprichten van een geluidshinder veroorzakende inrichting dan dient te worden aangetoond dat deze geen onevenredige geluidshinder zal veroorzaken op gevoelige objecten in de omgeving. Hierbij wordt ook een eventuele toename van het aantal verkeersbewegingen bij ontwikkelingen van een inrichting meegenomen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het oprichten van mogelijk geluidshinder veroorzakende inrichtingen of installaties.Hiermee zal geen sprake zijn van een onevenredige toename van de geluidsoverlast aan gevoelige objecten in de omgeving.

4.1.4

Geurhinder - agrarisch

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: de burger beschermen tegen geurhinder; de veehouderijen niet onnodig beperken; ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e95cbfb8-e89d-4795-8bca-eb17d44dac01