Bijlage 4A Toelichting BP Hoessenboslaan 45 Berghem.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Hoessenboslaan 45 Berghem - 2022 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 1 van 67 18 mei 2022
Bestemmingsplan Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022
Gemeente Oss, 18 mei 2022
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 2 van 67 18 mei 2022
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 11 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 11 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................
13 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 13 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 24 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 25 5.2 Natuur ......................................................................................................................................... 28 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 31 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 34 5.5 Water .......................................................................................................................................... 36 5.6 Defensie......................................................................................................................................
37 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 40 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 59 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 60 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 60 6.2 Regels......................................................................................................................................... 60 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 63 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 63 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 63 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 64 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ...........................................................................................
65 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 66 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 66 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 66 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 67 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 67
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek 1. Verkennend bodemonderzoek 2. Watertoets en samenvatting 3. Akoestisch onderzoek industrielawaai 4. Quickscan Flora en Fauna 5. Landschappelijke inpassing 6. Advies Brandweer 7. AERIUS-berekening
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 3 van 67 18 mei 2022
TOELICHTING Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 4 van 67 18 mei 2022
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Hoessenboslaan 45 te Berghem bestaat uit drie percelen. Twee percelen zijn in gebruik voor wonen en het aan huis verbonden bedrijf van de eigenaar. Er is een hoofd-, bijgebouw en tuin aanwezig. Het aan huis verbonden bedrijf bestaat uit een bedrijf in tuin- en zwembadinrichting. De activiteiten van het voormelde tuin- en zwembadinrichtingsbedrijf op deze locatie is het houden van kantoor. De overige activiteiten van het bedrijf vinden plaats op een andere locatie, nl. Broekstraat 3 te Herpen. Dit is niet praktisch en financieel/ beveiligingstechnisch niet houdbaar. De eigenaar heeft daarom besloten de activiteiten van beide locaties op één locatie, nl. Hoessenboslaan 45 te Berghem, samen te voegen. De vigerende bestemming ter plaatse is hiervoor niet passend. Daarbij komt dat ook enige extra overdekte ruimte benodigd is. Om dit mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. De toelichting van dit bestemmingsplan motiveert dat het planvoornemen getuigt van een goede ruimtelijke ordening. De regels en verbeelding vormen het nieuwe juridisch-planologische kader dat het planvoornemen mogelijk maakt. 1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom van Berghem op de hoek Hoessenboslaan/ Nieuwe Heistraat en is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie T, nummers 156, 173 en 159.
Hieronder is het plangebied met een rode lijn aangegeven op de kadastrale ondergrond. Het plangebied is in totaal circa 5080 m2 groot.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 5 van 67 18 mei 2022
1.3 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’, dat op 16 april 2020 door de gemeenteraad Oss is vastgesteld. Het plangebied heeft hierin twee bestemmingen: ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Verder zijn de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie verwachtingswaarde hoog’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beperkingen veehouderij’, ‘overige zone – dekzandrand’ en ‘overige zone – stads- en dorpsranden’ van toepassing. Hieronder zijn ter hoogte van het plangebied twee uitsneden (bestemming ‘Wonen’ en bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap) van www.ruimtelijkeplannen.nl opgenomen. Zie het rode pijltje voor de ligging van het plangebied.
Zodra het bestemmingsplan ‘Hoessenboslaan 45 Berghem 2022’ in werking is getreden verliest het bestemmingsplan buitengebied voor wat betreft onderhavig plangebied haar rechtskracht.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 6 van 67 18 mei 2022
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Bestaande situatie
Hoessenboslaan 45 te Berghem bestaat uit drie percelen. Twee percelen zijn in gebruik voor wonen en het ter plaatse gevestigde aan huis verbonden bedrijf van de eigenaar (circa 1880 m2). Er is een hoofd-, bijgebouw en tuin aanwezig. De aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten bestaan uit het houden van kantoor van het bedrijf in tuin- en zwembadinrichting dat de eigenaar voor de overige activiteiten elders (Broekstraat 3, Herpen) voert. Het andere perceel is bestemd voor agrarisch gebruik zonder bouwmogelijkheden (circa 3200 m2). Hieronder zijn de luchtfoto met kadastrale kaart en enkele straatbeelden opgenomen van de huidige situatie ter plaatse.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 7 van 67 18 mei 2022
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 8 van 67 18 mei 2022
Hoofdstuk 3 3.1
Beoogde situatie
Beoogde situatie
3.1.1 Planvoornemen In de beoogde situatie verandert er ter plaatse feitelijk niks aan de inrichting van het ‘woongedeelte’, dit is momenteel visueel afgescheiden van het beoogde bedrijfsgedeelte van de locatie en dat zal ook zo blijven. Om de bedrijfsactiviteiten van het tuin- en zwembadinrichtingsbedrijf die nu aan Broekstraat 3 in Herpen zijn gevestigd en naar onderhavige locatie worden verplaatst mogelijk te kunnen maken is een nieuw gebouw van 450 m2 benodigd (kapschuur). Ook is verharde buitenruimte nodig, zodat goed in en uit de kapschuur kan worden gereden door een bus met aanhanger. Hiervoor dient het huidige bestemmingsvlak ‘Wonen’ uitgebreid te worden zodat hiervoor ruimte komt. Het gaat hier om een bestemmingsvlakvergroting van 328 m2 (bestaande uit een strook van 7 x 46,8 m2). Het bedrijf in tuin- en zwembadinrichting is (en blijft) gezien het kleinschalige karakter namelijk een aan huis verbonden bedrijf, wat binnen de woonbestemming kan worden geëxploiteerd. Zie hierover meer onder paragraaf 3.3.3. Functionele karakteristiek. Hieronder is een situatieschets opgenomen van de beoogde situatie. Deze situatieschets is ook bijgevoegd in de bijlage van deze toelichting (bijlage bij landschappelijk inpassingsplan).
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 9 van 67 18 mei 2022
3.1.2 Landschappelijke inpassing Bijgevoegd bij deze toelichting is een landschappelijk inpassingsplan. Een afbeelding van het plan is ook opgenomen in voorgaande paragraaf. Hieronder volgt een toelichting op het landschappelijk inpassingsplan. Uitgangspunten • • • • • •
Ligging: het terrein ligt achter een aantal woonhuizen aan de Hoessenboslaan te Berghem aan de rand van het buitengebied, met agrarische bestemming zoals akkers en weide; Nota landschapsbeleid – 2015: dekzandrand; Wensen omwonenden: de omwonenden hebben aangeven dat men graag zicht wil houden op het achterliggende open landschap. Vanuit het landschap en de ecologische waarde is er gekeken naar diversiteit in laagopbouw; Inheemse soorten die niet tot overlast zijn m.b.t. allergie en dergelijke. Inpassing bebouwing: hoewel de loods deels achter de bebouwing van het woonhuis verscholen staat, is het toch de wens deze in te pakken door groene elementen. Zoals bomen en een groene gevel. Bedrijfsmatige inrichting: rondom en in de loods zal grotendeels alles verhard zijn (woonbestemming), dit voor praktisch gebruik machinepark. In het achterste deel van het terrein is minder bedrijvigheid, en zal alleen gebruikt worden als opslagplaats van plantmateriaal in de daarvoor bestemde kuilhoek (maximaal 9 kuilplaatsen van 10 x 3 m1). Deze zijn bereikbaar via grasplaten die als rijbaan om de kuilhoek gesitueerd wordt.
Landschappelijk inpassingsvoorstel De kopse gevels van de loods worden bekleed met staalkabels die in de loop der jaren zullen begroeien met klimplanten zoals de wilde bosrank en wilde kamperfoelie. Deze groene bekleding biedt nest- en schuilgelegenheid aan vogels en insecten. Naast deze oplossing bij de bebouwing is er ruimte voor landschappelijke en ecologische inrichting. Deze wordt aantrekkelijk ingericht voor omwonenden door variatie in plantensoorten en gevarieerde zichtlijnen en doorkijken naar het achterliggende landschap. Het hekwerk wat de grens van het terrein aanduidt wordt gecamoufleerd door een dubbele beukenhaag van maximaal 120 cm hoog. Tevens is deze inrichting ideaal voor flora en fauna, door verschillende vegetaties zoals grasvegetatie, ruigte en struweel met bomen aan te brengen. Zo ontstaat er een goede leefomgeving voor verschillende soorten. De grasvegetatie gaat vanaf de grasplaten helemaal naar achter in het terrein met een natuurlijke vorm. Aan de randen wordt door een ander beheer een ruigere vegetatie ontwikkeld, door verschalingsbeheer zullen er in de toekomst naar verwachting inheemse soorten terug keren. Een viertal vakken met bosplantsoen zorgt voor een hoger struweel met besrijke soorten, ideaal voor fauna. Een aantal bomen staat in het struweel en een aantal staan in de gras- en ruigte vegetatie. Dit zorgt voor diversiteit biotopen.
De verbinding tussen beide delen, van het terrein, wordt bereikt door de beukenhaag die langs heel het terrein loopt en de bomen die willekeurig in het terrein lijken te zijn geplant.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 10 van 67 18 mei 2022
3.2
Stedenbouwkundige karakteristiek
Het plangebied is gelegen op een dekzandrand. Op een dekzandrand is in geval van nieuwe ontwikkelingen het volgende van belang (bron: nota landschapsbeleid 2015): de bebouwing en de nokrichting ligt in de verkavelingsrichting van het landschap of eventueel loodrecht daarop. In gebieden waar een lange, smalle verkavelingsstructuur voorkomt, loodrecht op de dekzandrug, zal de bebouwing parallel aan deze verkavelingsstructuur, vaak loodrecht op de weg en parallel aan elkaar moeten worden gesitueerd. Ook de schaal van de bebouwing moet zich aanpassen aan het landschapstype; in dit kleinschalige gebied zal ook de bebouwing klein van schaal moeten zijn. Nieuwe stallen en schuren worden achter het woonhuis geplaatst. Grote stallen en loodsen passen hier in principe niet. Middelgrote stallen en loodsen dienen geleed te worden. Er moet zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van natuurlijke materialen (hout en steen) en van neutrale, terughoudende en gedekte kleuren. De toe te voegen bebouwing is passend in het landelijk gebied. Waarbij aansluiting is gezocht bij de uitgangspunten die voor dit gebied - gelegen op een dekzandrug – gelden. Zo is gekozen voor een beperkte massa in het type ‘open veldschuur’, is gebruik gemaakt van ingetogen kleuren, wordt de massa nabij bestaande massa gesitueerd, klopt de kap- en verkavelingsrichting en is sprake van een goede landschappelijke inpassing.
Aan de bestaande woning en het bijgebouw wijzigt qua uiterlijke verschijningsvorm niets, waardoor wordt aangenomen dat deze passend is in het landschap en geen aanvullende stedenbouwkundige randvoorwaarden van toepassing zijn.
3.3
Functionele karakteristiek
Het initiatief omvat de functie ‘Wonen’ met een bedrijf aan huis. Verder is ook de functie ‘Agrarisch’ (grondgebruik in de vorm van het opkuilen en tuinplanten) onderdeel van het planvoornemen. Dit is net als het ‘Wonen’ (en kleiner aan huis verbonden bedrijf) op dit moment reeds in het plangebied aan de orde. Het plangebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als niet-agrarisch uitloopgebied/ kernrandzone. In de omgeving zijn diverse functies aanwezig. Overwegend gaat het om wonen en agrarisch grondgebruik. Ook zijn in de omgeving een paar andere niet agrarisch bedrijven (loonbedrijf, agrarische smederij en een metaalbewerkingsbedrijf), agrarische bedrijvigheid, een manege en een bosgebied aanwezig. Onderhavig planvoornemen is passend in een omgeving zoals deze, waar functiemenging bestaande uit ‘Wonen’ en bedrijvigheid in overwegend typen die raken aan het agrarische eerder regel dan uitzondering is. Het bedrijf in tuin- en zwembadinrichting is een bedrijf dat raakt aan het agrarische en is kleinschalig. Het agrarische en de kleinschaligheid zit hem in de activiteiten die op de locatie plaatsvinden. Er is weinig klantbezoek (bedrijf gaat naar de klanten toe/ geen showroom o.i.d.), er zijn weinig leveranties (e.e.a.
gaat vanaf de leverancier rechtstreeks naar de klant) en er is alleen sprake van tijdelijke opslag van pootgoed (opkuilen) en materialen die overblijven van tuinaanleg en tijdelijk worden opgeslagen om vervolgens binnen afzienbare tijd afgevoerd te worden. De milieuhinder die het bedrijf veroorzaakt is gezien hetgeen qua activiteiten is voorgenomen passend in de omgeving (te vergelijken met milieucategorie 2).
3.4
Groen en water
Groen maakt onderdeel uit van het initiatief. Het volledige plangebied is deels al landschappelijk ingepast. Deze inpassing zal verder worden uitgebreid en versterkt. Onder paragraaf 3.1.2 Landschappelijke inpassing is de situatieschets opgenomen waarop ook de huidige en toekomstige landschappelijke inpassing weergegeven is.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 11 van 67 18 mei 2022
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 12 van 67 18 mei 2022
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. In dit geval gaat het om de uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ met 328 m2 en de toevoeging van 450 m2 aan bebouwing. Het plan is kleinschalig, omdat de functiewijziging het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders niet aantast.
Omdat het gebouw een kleinere bruto vloeroppervlakte heeft dan 500 m2 betreft het hier – ingevolge jurisprudentie – geen stedelijke ontwikkeling zoals is bedoeld in het kader van de SVIR en geformuleerd in de Bro, artikel 1.1.1 onder punt i: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of een zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. De ladder voor duurzame verstedelijking behoeft voor onderhavige ontwikkeling dan ook niet nader doorlopen te worden. Omdat het gaat om de uitbreiding van een functie buiten bestaand stedelijk gebied wordt hier nog ingegaan op de wenselijkheid van de functie op deze locatie. Gebruik wordt gemaakt van een bestaand bouwperceel dat wordt uitgebreid voor de ‘vestiging’ van een aan huis verbonden bedrijf. Het aan huis verbonden bedrijf is door de aard (agrarisch verwant) en omvang (kleinschalig) ervan meer passend op deze plek buiten het bestaand stedelijk gebied (kernrandzone) dan in bestaand stedelijk gebied (op een bedrijventerrein of iets dergelijks). 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen.
Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 13 van 67 18 mei 2022
Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavig planvoornemen is niet strijdig met De Nationale Omgevingsvisie. 4.3
Provinciaal beleid
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 14 van 67 18 mei 2022
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen.
Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd. Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 15 van 67 18 mei 2022
doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Door dit plan wordt clustering van de bedrijfsactiviteiten van één bedrijf die nu over meerdere locaties is verdeeld gerealiseerd op één plek. Het initiatief is passend in de Brabantse Omgevingsvisie.
Het draagt bij aan ‘werken aan de slimme netwerkstad’ en ‘werken aan een concurrerende, duurzame economie’. Geen sprake is van strijdigheden met de Brabantse Omgevingsvisie. 4.3.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.
Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Onderhavig initiatief ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘landelijk gebied’ heeft. Zie onderstaande uitsnede van www.ruimtelijkeplannen.nl en het daarop aangegeven rode pijltje.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 16 van 67 18 mei 2022
Daar onderhavig initiatief gaat over Wonen in Landelijk gebied zijn de regels van artikel 3.68 van toepassing. In dit artikel is het volgende geregeld. Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf (het gaat aanvullend dan o.a. om de passendheid van de functie in de ontwikkelrichting van het gebied (ook op de lange termijn), de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie/ lawaaisport/ mestbewerking); b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. In het plangebied is sprake van een bestaande burgerwoning met een bestemmingsvlak van 1880 m2 groot. Dit wordt uitgebreid tot 2208 m2. Daarbij wordt 450 m2 aan nieuwe bebouwing (bijgebouw bij de woning) toegestaan voor de vestiging van een aan huis verbonden bedrijf zijnde een bedrijf in tuin- en zwembadinrichting.
Onderhavig plangebied ligt op de rand van de door de gemeente aangeduide bebouwingsconcentratie ‘Zevenbergseweg en Heistraat’. De visie voor dit gebied sluit aan bij ‘gemengde plattelandseconomie’, wat voor dit gebied o.a. betekent dat er ruimte is voor toerisme en recreatie en wonen. Hierbij is het belangrijk dat de bestaande structuur versterkt en gehandhaafd wordt. Ontwikkeling van nieuwe bebouwing kan zeer beperkt plaatsvinden in de linten. Het gaat hier om toevoeging van bebouwing die beperkt is in omvang (max. 450 m2) en uitstraling (open veldschuur). In de omgeving van het plangebied is sprake van diverse functies, o.a. bedrijvigheid en wonen. Een typische kernrandzone. Het initiatief sluit daarbij aan. Verderop in deze onderbouwing wordt aandacht besteed aan het aspect ‘verkeer’, daaruit blijkt dat dit aspect niet tot bezwaren leidt. Het gebied betreft een extensiveringsgebied dat niet meer voor de ontwikkeling van primaire agrarische doeleinden is bedoeld (agrarisch verwant juist wel!), maar juist
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 17 van 67 18 mei 2022
voor andere functies, zoals onderhavige. De leefbaarheid in het gebied wijzigt door de ontwikkeling niet. Doordat de nu over meerdere locaties verspreide bedrijfsactiviteiten op deze plek worden geclusterd neemt de omgevingskwaliteit per saldo toe. Er vindt geen splitsing van het bouwperceel plaats. Het gaat om de uitbreiding van het bestemmingsvlak en het toevoegen van een functie als aan huis verbonden bedrijf. Ter plaatse is geen sprake van overtollige bebouwing. Er is momenteel een kantoor aan huis gevestigd (reeds vergund als beroep/ bedrijf aan huis). Dit kantoor zal als onderdeel van het bedrijf blijven bestaan. Het betreft hier geen zelfstandige kantoorfunctie met baliefunctie. Er worden geen lawaaisporten of mestbewerking uitgevoerd. De totale omvang van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bedraagt in de nieuwe situatie 2208 m2. Dit is niet ongebruikelijk in het buitengebied. De specifiek toegestane bedrijvigheid aan huis is een hoveniersbedrijf met kantoor en mogelijkheid tot het opkuilen van pootgoed. Opslag vindt plaats in het voor het bedrijf aan huis op te richten gebouw van 450 m2. De aan huis verbonden bedrijvigheid is door haar omvang (kleinschalig) en aard (agrarisch verwant) passend in de omgeving (kernrandzone (op de grens tussen stad en land)). De vestiging van een bedrijf zoals onderhavige op een bedrijventerrein ligt niet in de rede.
Voor een dergelijk bedrijf als onderhavige is deze omvang voldoende groot voor een rendabele exploitatie op lange termijn. Verdere uitbreidingsmogelijkheden zijn geen onderdeel van het initiatief. Het initiatief is op basis van deze kenmerken in relatie tot het gebied waarin het is gelegen passend in het Landelijk gebied (gemengd landelijk gebied) alsook op/ binnen een woonbestemming. Gelijkwaardige sloop in het plangebied of elders is geen onderdeel van de ontwikkeling. Er zijn geen slooplocaties die op dit moment één op één gekoppeld kunnen worden aan de locatie en de gemeente Oss heeft (nog) geen sloopfonds. Met die reden is gezocht naar een passend alternatief dat is gevonden in de investering in kwaliteitsverbetering van het landschap. In paragraaf 5.1.2 van deze toelichting wordt hierop meer gedetailleerd ingegaan. Omdat het plangebied is gelegen in het Landelijk gebied en sprake is van de Vestiging van een niet agrarische functie is ook artikel 3.73 van toepassing. In dit artikel is het volgende geregeld. Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.
een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 18 van 67 18 mei 2022
d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. In het plangebied wordt een hoveniersbedrijf bij het ‘Wonen’ toegevoegd. Het hoveniersbedrijf is kleinschalig en qua functie, omdat het gaat om een aan het buitengebied verwante functie, passend in de kernrandzone waar het plangebied is gelegen. In dit gedeelte van het buitengebied van Oss is sprake van een diversiteit aan functies: buitengebied- en niet-buitengebied gebonden. Het effect van het initiatief op de omgeving is gemotiveerd in deze toelichting. Geen sprake is van onaanvaardbare effecten of leegstand elders. Reeds bij de toetsing aan artikel 3.68 is gemotiveerd hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.
Geen sprake is van splitsing van een bouwperceel, overtollige bebouwing, een kantoor met baliefunctie/ lawaaisport of mestbewerking. De ontwikkeling past ook op langere termijn binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Het is niet de bedoeling dat in dit gebied grootschalige bedrijvigheid wordt toegelaten, maar juist bedrijvigheid in kleinschalige vorm. Door de bedrijvigheid als aanverwant aan het wonen op deze plek specifiek te bestemmen wordt ervoor gezorgd dat alleen de beoogde functie is toegestaan en de functie ook kleinschalig blijft. Voor het te vestigen hoveniersbedrijf (klein tot middelgroot) is de omvang voldoende groot. Het bedrijf heeft geen ambitie om verder te groeien. Geen sprake is van buitenopslag. Mocht dit toch aan de orde zijn dan is verhuizing naar een andere meer passende locatie aan de orde. De omvang van de bedrijvigheid is kleinschalig. Met een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 450 m2 is het niet doelmatig het bedrijf op een bedrijventerrein te vestigen. In paragraaf 3.1.2. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn regels gesteld over de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap.
Met het plan wordt invulling gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. De huidig aanwezige woonfunctie wordt uitgebreid, waarbij een aan huis verbonden bedrijf dat passend is in de ontwikkelingsrichting van het gebied wordt mogelijk gemaakt. Doordat de activiteiten van het bedrijf worden geclusterd op één plek wordt kwaliteitswinst geboekt. Zorgvuldig ruimtegebruik is daarmee een feit. Veranderingen in de occupatielaag zijn op deze plek (die tevens voor duurzame verstedelijking afweegbaar wordt geacht) voorstelbaar. Omdat het initiatief is gelegen in het landelijk gebied wordt in paragraaf 5.1.2 van deze toelichting aangeven hoe het initiatief bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. In april 2022 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. Wij hebben voor dit initiatief de wijzigingen van de Interim omgevingsverordening doorgenomen en geconstateerd dat het toetsingskader hetzelfde is gebleven.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 19 van 67 18 mei 2022
Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss ernaar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Onderhavige ontwikkeling is niet strijdig met de Structuurvisie. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’.
Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie
in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 20 van 67 18 mei 2022
De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Gebiedstype: dekzandrand Uit de kaart van de structuurvisie blijkt dat onderhavige locatie is gelegen op een dekzandrand. Zie onderstaande uitsnede en de daarop aangegeven rode cirkel.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 21 van 67 18 mei 2022
Voor de dekzandrand is in de structuurvisie ‘Buitengebied Oss – 2015’ een uitgebreide visie opgesteld. Voorafgaand daaraan zijn de kwaliteiten en bedreigingen in beeld gebracht. Kwaliteiten Het contrast tussen de oude verbindingswegen en rafelige dorpsranden en de rationele lineaire elementen loodrecht op de dekzandrug is waardevol. In de bebouwingsconcentraties op de dekzandrand is het aangenaam wonen, werken en recreëren. Het gebied heeft een zelfstandige toeristisch-recreatieve waarde, maar vormt ook als ‘poort naar het buitengebied’ een verbinding tussen stedelijk en landelijk gebied. Bedreigingen De dekzandrand staat onder druk van verstedelijking Grootschalige bebouwing kan het kleinschalige karakter verstoren Buitenopslag, hekken en (schuil)hutten zorgen voor verrommeling van het landschap Visie Dekzandrand De dekzandrand is de overgangszone van het lagergelegen kleigebied naar de hoger gelegen dekzandrug. Dit overgangsgebied is van oudsher een geschikte plaats om te wonen. Er liggen dan ook enkele bebouwingsconcentraties in het gebied. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een halfopen karakter. Nabij de kernen ligt een onregelmatig verkavelingspatroon. Verder van de kernen af kenmerkt het verkavelingspatroon zich door een van oorsprong smalle slagenverkaveling. Deze verkaveling is op veel plekken grootschaliger geworden.
Het agrarische gebied op de dekzandrand bestaat vooral uit grootschalig land- en tuinbouwgebieden dat meestal een grote mate van openheid heeft. Het contrast tussen de kernen, rafelige dorpsranden en de oude verbindingswegen en de regelmatige slagenverkaveling geven dit gebied een eigen ruimtelijke karakteristiek. De overgangszone vormt een levendig landschap met een eigen dynamiek. Op de dekzandrand kan het kleinschalige en halfopen (tot besloten) karakter van het landschap weer worden teruggebracht. Verder kan het functioneel gemengde karakter van de dekzandrand verder ontwikkeld worden. Wonen, agrarische bedrijvigheid, toerisme, recreatie en overige bedrijvigheid zullen meer verweven raken. De functie als recreatief uitloopgebied kan versterkt worden. Het perspectief van de veehouderij is in dit gebied beperkt. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen bestaande bedrijven en bewoners niet belemmeren. Hieronder wordt op het thema niet-agrarische bedrijvigheid nog verder ingegaan.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 22 van 67 18 mei 2022
De mogelijkheden voor omschakeling van agrarische bedrijven worden geschetst in het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing. Op de dekzandrand worden vooral mogelijkheden voor toeristischrecreatieve bedrijven geschetst, waarbij er binnen de bebouwingsconcentraties ook mogelijkheden voor (kleinschalige) ambachtelijke bedrijvigheid liggen. Het initiatief vindt aansluiting bij de kwaliteiten van de dekzandrand. In die zin dat het er aangenaam wonen, werken en recreëren is, wat door het initiatief niet aangetast wordt. Verder is in onderhavige ontwikkeling rekening gehouden met de beschreven bedreigingen door een niet al te groot gebouw toe te voegen welke een kleinschalige uitstraling heeft en geclusterd is in de nabijheid van de reeds bestaande bebouwing. Wel vindt ook beperkte buitenopslag plaats, maar deze is landschappelijk goed ingepast. Op deze manier wordt verrommeling van het landschap voorkomen. Niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied In de structuurvisie is ook op hoofdlijnen opgenomen hoe men tegenover niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied staat. Onderhavig aan huis verbonden bedrijf wordt in de structuurvisie getypeerd als een agrarisch-verwant bedrijf (hovenier). Voor dergelijke bedrijven is zeker plek in het buitengebied van Oss, maar hiermee moet wel terughoudend omgegaan worden. Nieuwvestiging is niet zondermeer de bedoeling.
Daar het hier gaat om het in een functiegemengd gebied (kernrandzone) toestaan van een aan huis verbonden bedrijf (kleinschalige omvang) dat binnen de voor het gebied ‘gewenste categorie bedrijvigheid’ (aard) past kan medewerking worden verleend. Bebouwingsconcentratie ‘Zevenbergseweg en Heistraat’ Onderhavig plangebied is gelegen op de rand van de bebouwingsconcentratie ‘Zevenbergseweg en Heistraat’ (zie onderstaande afbeelding en de rode cirkel daarop).
De visie voor de bebouwingsconcentratie ‘Zevenbergseweg en Heistraat’ is als volgt. De bebouwingsconcentratie ligt in een gebied met hoge landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten. Bosgebied Maashorst/ Herperduin ligt vlakbij en biedt kansen voor de ontwikkeling van toerisme en recreatie. Het is een gewilde plek om te wonen. Landelijk wonen en toch dicht bij voorzieningen. Ontwikkeling van nieuwe bebouwing kan zeer beperkt plaats vinden binnen de linten, om zo de bestaande structuur te kunnen versterken en te handhaven. De oude verkavelingsstructuur moet behouden blijven en versterkt worden door de aanleg van houtsingels en het aanbrengen van laanbeplanting waar deze ontbreekt. Storende hekwerken en met name hekwerken die houtwallen vervangen zouden verwijderd moeten worden. Het initiatief draagt bij aan en past binnen de visie voor de
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 23 van 67 18 mei 2022
bebouwingsconcentratie ‘Zevenbergseweg en Heistraat’. Het gaat hier om toevoeging van bebouwing die beperkt is in omvang (max. 450 m2) en uitstraling (open veldschuur). Het initiatief past door haar kleinschaligheid in omvang en uitstraling én agrarische verwantschap binnen het beleid. 4.4.3 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument.
Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.4 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is erop gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan.
Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage of bij de regels opgenomen. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 24 van 67 18 mei 2022
Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen. In onderhavige situatie wordt een aan huis verbonden bedrijf toegelaten dat qua aard en omvang groter is dan rechtstreeks op basis van het beleid aan huis gebonden activiteiten of de afwijkingsmogelijkheid ervan is toegelaten. Omdat het initiatief toch wenselijk is (passend in het beleid (o.a. structuurvisie buitengebied – 2015) en bestemming technisch het meest wenselijk is te regelen door de bestemming ‘Wonen’ uit te breiden is ervoor gekozen voor onderhavige planvoornemen het bestemmingsplan te herzien.
Hoessenboslaan 45, Berghem – 2022, pag. 25 van 67 18 mei 2022
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Onderhavig plangebied is gelegen op de dekzandrand.
Hieronder is e.e.a. daarover opgenomen. Landschappelijke kwaliteiten De dekzandrand is een overgangszone van het lager gelegen kleigebied naar de hogergelegen dekzandrug. De dekzandgebieden zijn van oudsher de meest geschikte bewoningsplaatsen. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een half-open tot besloten karakter en met nabij de kernen een onregelmatig verkavelingspatroon. Het contrast tussen de historisch gegroeide patronen van de oude verbindingswegen en rafelige dorpsranden en de rationele lineaire elementen van de grootschalige ontginningen geven dit gebied een eigen ruimtelijke karakteristiek. Ontwikkelingsvisie De gebieden op de dekzandrand kunnen een transformatie aan. Verandering van het landschap is hier mogelijk. Hieronder de onderdelen uit de visie die een relatie (kunnen) hebben met onderhavig plangebied. Op de dekzandrand kan een afwisselend en groen beeld worden gerealiseerd. Zo kan het kleinschalige en halfopen (tot besloten) karakter weer worden teruggebracht. Het terugbrengen van de kleinschaligheid kan plaatsvinden door de aanplant van opgaand groen. Voor het verkavelingspatroon in deze overgangszone geldt dat gestreefd moet worden om bij de kernen en clusters de onregelmatige blokverkaveling te behouden en versterken.