Bijlage 4 Veiligheids- en Agressieprotocol voor bestuurders 2026
Tekst van het document
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders [Onderwerp]
Inleiding We willen een weerbare organisatie én een gastvrije, veilige gemeente zijn. Daarom maken we met elkaar en met onze inwoners goede afspraken. We zwichten nooit voor ongewenst, intimiderend of dreigend gedrag. Als alle afspraken voor iedereen duidelijk zijn en als iedereen weet wat hij of zij moet doen, kunnen we dit gedrag voorkomen. Is er toch een incident? Dan melden en registeren we het incident en leren we ervan. Zo zijn we een weerbare organisatie. Al deze afspraken hierover vind je in dit protocol. Dit protocol is bedoeld voor raadsleden, commissieleden en collegeleden. Dit protocol bevat spelregels en werkafspraken hoe bestuurders moeten handelen als zij te maken krijgen met veiligheidsrisico’s en/ of vormen van agressie. Het werkproces, met daarin een praktisch stappenplan hoe om te gaan met degene die de normen heeft overschreden, is geen onderdeel van dit protocol. We sluiten voor dit werkproces aan bij het agressieprotocol voor de ambtelijke organisatie. Uitgangspunt is dat bestuurders hun werk veilig kunnen doen. Bestuurders zijn publieke figuren. Hun werk beperkt zich niet tot het gemeentehuis. Ze worden ook buiten en in de privésfeer aangesproken op hun werk. Dit protocol bevat ook werkafspraken voor het omgaan met incidenten buiten en in de privésfeer.
Agressie De landelijke trend is dat bestuurders steeds vaker te maken krijgen met intimidatie, bedreiging of zelfs geweld. Dit blijkt uit de monitor integriteit en Veiligheid 2024 die in opdracht van ministerie van BZK is uitgevoerd. We zien in het algemeen dat het maatschappelijk debat verhardt. Lokaal zie je dat bij sommige onderwerpen de emoties hoog oplopen. Gevoelens van onmacht of frustratie komen naar boven. Voor bestuurders is het belangrijk dat zij gemakkelijk benaderbaar zijn, open in de samenleving kunnen staan, het politieke debat vrij kunnen voeren, publieke taken vrij van dwang en drang kunnen uitoefenen en dat besluiten zonder druk kunnen worden genomen. Bestuurders worden soms omdat zij een publieke taak vervullen, geconfronteerd met normoverschrijdend gedrag van burgers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan belediging, persoonlijke bedreiging of bedreiging richting familie, stalken, fysiek geweld of vernieling. Normoverschrijdend gedrag kan de besluitvorming beïnvloeden. Dat raakt dan aan de integriteit van het lokale bestuur en is ondermijnend voor de democratie. Bestuurders werken in een aantal gevallen samen met de ambtelijke organisatie, het handelen van bestuurders beïnvloedt de ambtelijke organisatie ook. In relatie tot het voorkomen van en reageren op normoverschrijdend gedrag werken bestuurders en ambtenaren daarom vanuit gezamenlijke
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 2
uitgangspunten. Er is sprake van onderlinge afhankelijkheid en er is daarmee ook gezamenlijke verantwoordelijkheid. Goed samenspel is cruciaal. De organisatienorm zoals die wordt gehanteerd voor de ambtenaren geldt ook voor bestuurders. Wat is de organisatienorm?
Organisatienorm Nultolerantie: Emotie mag, agressie niet! We zwichten nooit voor ongewenst, intimiderend of dreigend gedrag. Dat is onze norm. Die norm geldt voor alle bestuurders, altijd. Dat kan alleen als we op elkaar kunnen rekenen.
Wat is normoverschrijdend gedrag? Emotioneel mag, agressie niet. Dat is onze norm. Overschrijdt iemand deze norm dan volgt een passende reactie vanuit de gemeente. Emotioneel gedrag is niet altijd normoverschrijdend. Je mag boosheid uiten zolang het van korte duur is en zich laat corrigeren. Normoverschrijdend gedrag is: aanhoudend emotioneel gedrag, aanhoudende boosheid of het aanhoudend uiten van beledigingen en gedrag dat (nadat de persoon in kwestie erop is aangesproken) niet verandert of juist verergert. Het gedrag is gericht op •
Het opwekken van onrustgevoelens, bijvoorbeeld door belediging, bedreigingen en intimidaties en impliciete uitspraken; Het verstoren van de orde of op ontoelaatbare wijze beïnvloeden van de taakuitoefening;
• •
Het veroorzaken van pijn, letsel Het verkrijgen van iets dat men graag wil.
Uitgangspunt is dat agressie een ‘vorm van gedrag is’. Bestuurders handelen op basis van dit feitelijke gedrag en niet op basis van hun persoonlijke beleving We accepteren agressief gedrag niet, ook al heb je er zelf geen last van. Dit uitgangspunt zorgt voor een eenduidige reactie richting onze inwoners.
Op de volgende pagina staat hoe je het gedrag kunt herkennen.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 3
Gedrag herkennen; weten wat je moet doen Wat acceptabel en onacceptabel gedrag is, ligt voor iedereen persoonlijk anders. In Oss willen we één norm houden. Om te kunnen handelen op basis van dit feitelijke gedrag moet je kunnen herkennen om welk gedrag het gaat, zodat ook voor de inwoner duidelijk wordt wat we wel en niet accepteren. EMOTIE MAG, AGRESSIE NIET Acceptabel gedrag duiden we aan met de kleur GROEN • Onacceptabel gedrag duiden we aan met de kleur ROOD. GROEN GEDRAG: Emotioneel gedrag. Gedrag uit irritatie, ontevredenheid, frustratie, boosheid, onmacht. Hier is nog met rede en begrip mee om te gaan. Het gedrag is niet op de persoon gericht. De emotie is echt. Als een inwoner groen gedrag vertoont, vraagt dit om de-escalerende vaardigheden. Vormen en uitingen van groen gedrag: Niet op de persoon gericht. De emotie is echt. Gedrag gericht op zichzelf en de eigen situatie of kritiek op regels, beleid en/of bestuurlijk orgaan. Te herkennen aan het woordje ik of jullie. “Ja maar “, fysieke gespannenheid, irritatie, fronsen, mopperen, klagen, “jullie (ambtenaren)”, “zij wel, ik niet”, verontwaardiging, klagen, onderbreken, zuchten, stemverheffing, onredelijk, grover ongericht taalgebruik , huilen. Aanpak bestuurder: Stoom af laten blazen, houd altijd de regie. Toon begrip, luister actief, erken de emotie.
Laat de inhoud en de oplossingen even achterwege tot de emotie gezakt is. De kans is groot dat de p rustiger wordt en je weer over kunt gaan tot de orde van de dag. ROOD GEDRAG: Agressie in al haar vormen (non)verbale agressie, bedreiging, intimidatie en fysiek geweld. Rood gedrag komt ook voort uit onmacht, maar wordt geuit als overmacht, is dus instrumenteel. Het overschrijdt de norm, zet de bestuurder onder druk. Daarom zien wij dit gedrag als onacceptabel. Als een inwoner dit gedrag vertoont, vraagt dit onmiddellijk om het stellen van een grens door de bestuurder, gevolgd door een nultolerantiebeleid als de inwoner doorgaat. Vormen en uitingen van rood gedrag: Op de persoon of op zaken gericht, ingezet om druk uit te oefenen Mede te herkennen aan gebruik van het woord jij. Schelden op of over de organisatie, uitschelden, beledigen, roddelen, hard schreeuwen, herhaaldelijk vloeken, grof kwetsend taalgebruik, kleineren, dwingen, manipuleren, ondermijnen, dreigen, pesten, stalken, liegen, intimideren, provoceren, marchanderen, discrimineren, obscene gebaren, aanraken, fysiek worden naar personen en/of zaken. Aanpak bestuurder: NULTOLERANTIE STOP met de inhoud/dienstverlening en stel onmiddellijk een grens. Sla alarm als het escaleert. Tijdens openingsuren van het publiekscentrum is een interventieteam aanwezig in het gemeentehuis.
Zorg dat je zelf uit beeld verdwijnt en vraag een collega of gastheer/gastvrouw om je af te wisselen. Bij dreiging, intimidatie en discriminatie: ALTIJD melding doen. Strafbare feiten worden zonder uitzondering aangegeven bij de politie Als de inwoner, na te zijn aangesproken, de grens WEL respecteert, schakel dan over naar deescalatie van de boosheid. Stoom af laten blazen dus. Als de emotie volledig is gezakt, kun je verder met de inhoud of een nieuwe afspraak maken. Incidenten waarbij de burger zich corrigeert na te zijn aangesproken worden niet gemeld.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 4
Voorkomen van normoverschrijdend gedag Er zijn verschillende manieren om bestuurders preventief te ondersteunen om hun functie veilig te kunnen uitvoeren. In dit hoofdstuk staan een aantal manieren.
Duidelijke communicatie; Normoverschrijdend gedrag kan soms voorkomen worden door duidelijk te communiceren met de inwoners. Zo werk je aan een realistische verwachtingen bij inwoners. Goede en duidelijke communicatie bereiken we door de website, social media en Oss actueel optimaal te gebruiken. Maar ook door in brieven in heldere taal de boodschap te brengen.
Organisatorische maatregelen in het gemeentehuis: o
Bestuurders kunnen, tijdens de openingstijden van de publiekscentrum, een beroep doen op het interventieteam, als zij een gesprek voeren met een inwoner
o
Als vooraf duidelijk is dat er een risicogesprek komt, meld dit dan tijdig bij Arbo & Veiligheid. Zij kunnen passende maatregelen nemen. Ga een risicogesprek niet in je eentje aan, maar neem een collega-bestuurder mee.
o
Bij het organiseren van bijeenkomsten en vergaderingen maakt de organisatie vooraf een inschatting van de risico’s. Op basis van deze inschatting kunnen er maatregelen genomen worden.
Dialoog en training Bestuurders moeten weten waar ze terecht kunnen bij situaties van normoverschrijdend of agressief gedrag en deze leren te herkennen. Regelmatige aandacht voor dit onderwerp is belangrijk. Dit kan o.a. door: o
Bij het inwerkprogramma aandacht te hebben voor veilig en integer werken.
o
Jaarlijks een gesprek tussen college en raad te voeren over ervaringen en dilemma’s naar aanleiding van casuïstiek.
o
Door elke raadsperiode te oefenen met een ordeverstoring in de raadzaal.
o
Door het aanbieden van vaardigheidstrainingen.
Situaties waarin incidenten kunnen voorkomen. Veiligheid in het gemeentehuis De gemeenteraad en de commissies vergaderen in principe in de openbaarheid. Soms gelden voor bijeenkomsten en vergaderingen andere afspraken. De openbare vergaderingen en bijeenkomsten, in ons vergadercentrum, zijn toegankelijk voor iedereen. Raads-, commissie- en collegeleden zijn hier benaderbaar voor de aanwezigen. Deze benaderbaarheid van onze bestuurders is heel waardevol voor het democratisch proces. Diezelfde benaderbaarheid maakt het democratisch proces ook kwetsbaar. Verstoringen van toehoorders tijdens openbare vergaderingen en bijeenkomsten kunnen het lastig maken de bijeenkomst of vergadering door te laten gaan. De
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 5
aanwezigen bij een bijeenkomst kunnen zich door het normoverschrijdend gedrag van anderen zelfs onveilig voelen. De voorzitter van de vergadering kan ingrijpen bij ordeverstoringen of normoverschrijdend gedrag. Dit gebeurt via het volgende stappenplan: 1.
Het geven van een waarschuwing.
2.
Het zo nodig schorsen van de vergadering. De voorzitter benoemt de reden van de schorsing.
3.
Het eisen dat de ordeverstoorder(s) de vergaderruimte verlaten. Wanneer de orderverstoorder na drie keer herhaling van de eis om de ruimte te verlaten dit nog steeds weigert te doen, belt de bestuurder de politie. Er is dan sprake van huis/lokaalvredebreuk. Dat is een strafbaar feit. Ook in een één op één gesprek met een inwoner kan een bestuurder bij normoverschrijdend gedrag eisen dat de inwoner de ruimte verlaat.
4.
Waarschuwen van de politie.
De griffier en de bodes staan de voorzitter bij ordeverstoringen. Bij alle vergaderingen in het gemeentehuis gelden de huisregels van het vergadercentrum. Soms zijn er vergaderingen waarbij de inschatting is dat er veel emoties vrij kunnen komen. Dan neemt de gemeente passende maatregelen om de vergadering zonder incidenten te laten verlopen.
Veiligheid buiten de deur en in de privésfeer Door de aard van hun functie zijn bestuurders bekend bij het publiek. Bestuurders kunnen daarom ook te maken krijgen met normoverschrijdend gedrag buiten de deur en in de privésfeer. Op dat moment is er voor bestuurders geen directe hulp en steun. De bestuurder kan op verschillende manieren met het normoverschrijdendgedrag te maken krijgen.
Fysiek Als je buiten de deur of in de privésfeer te maken krijgt met agressie die gerelateerd is aan je werk als bestuurder trek je je zo veel mogelijk terug uit de onveilige situatie. Denk aan je eigen veiligheid en neem geen onnodige risico’s. Bel direct 112 bij fysiek geweld, het tonen van wapens of stalkgedrag waarbij je je niet veilig/ bedreigd voelt. Meldt het incident bij de griffier, burgemeester of secretaris
Telefonisch Wanneer je te maken krijgt met een inwoner die telefonisch via grof taalgebruik, discriminerende taal, eisen en dreigen iets voor elkaar probeert te krijgen stel dan een duidelijke grens. Geef aan dat de toonzetting niet acceptabel is. Waarschuw de persoon door aan te geven dat je het gesprek beëindigt als deze het gesprek op dezelfde manier voorzet. Als de waarschuwing niet helpt, verbreek dan de verbinding. Meldt het incident bij de griffier, burgemeester of secretaris.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 6
Schriftelijk Je kunt als bestuurder te maken krijgen met schriftelijke agressie. Hierbij komt digitale agressie het meest voor. Ook dan is het belangrijk om eenduidig op te treden. • • •
Reageer niet direct. Meld het incident bij burgemeester, griffier of secretaris. Met degene bij wie je de melding doet, overleg je over welke reactie, die past bij de situatie, het beste gegeven kan worden.
•
Reageer niet zelf. Als je via een privé-account benaderd wordt, maak dan geen contact via het online platform waar het incident plaatsvond. Als je dat wel doet, bestaat de kans dat andere mensen daarop gaan reageren en dat de agressie toeneemt. Er komt een reactie namens de gemeente/ gemeenteraad. Als het mogelijk is, komt deze reactie via een ander kanaal of een andere manier dan waarop de agressie is geuit. Zo voorkom je olievlekwerking.
•
Bewaar de brief of het bericht op social media altijd. Bijvoorbeeld door een screenshot te maken voordat je het bericht op onzichtbaar zet of de gebruiker blokkeert. Het screenshot kan als bewijs dienen bij een eventuele aangifte bij de politie.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 7
Handelingsprocedure na een incident Bestuurders melden alle voorvallen van normoverschrijdend gedrag.
Raadsleden melden incidenten bij de griffier. De griffier stelt de burgemeester op de hoogte.
Collegeleden melden incidenten bij de burgemeester. De burgemeester stelt de secretaris op de hoogte.
Voor het melden gebruiken we het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR). Dit systeem bevat het totaaloverzicht van incidenten en de veroorzakers daarvan.
Ook als de bestuurder twijfelt of er sprake is van normoverschrijdend gedrag kun je voor overleg contact opnemen met de griffier, burgemeester of secretaris.
Waarom is melden belangrijk? Het melden van intimidatie, bedreiging of andere misdragingen is het startpunt voor hulp van de bestuurder (zoals steun en nazorg). Ook helpt de melding bij het in kaart brengen van de problematiek binnen de gemeente, de strafrechtelijke vervolging van de dader (dossieropbouw) en het op gang brengen van het gesprek bij bestuurders over intimidatie en bedreiging.
Wat gebeurt er na de melding? Na de melding bespreken de griffier, burgemeester en of gemeentesecretaris met de melder welke maatregelen er genomen worden. Maatregelen die genomen kunnen worden:
De persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen
Tijdelijk de dienstverlening beperken of tijdelijk de toegang tot het gemeentehuis ontzeggen. De burgemeester besluit over de schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd. Als de persoon dit negeert is er sprake van een strafbaar feit en wordt hiervan aangifte gedaan
De persoon oproepen voor een incidentgesprek over het normoverschrijdend gedrag. Het agressieprotocol voor medewerkers bevat een stappenplan voor verder optreden door de organisatie tegen de agressor.
Als het gedrag niet strafbaar is, kan toch gekozen worden het voorval te melden bij de politie, zodat het incident en de veroorzaker bekend is bij de politie.
Normoverschrijdend gedrag kan strafbaar zijn. Belangrijk is dat van mogelijk strafbaar gedrag zo snel mogelijk aangifte wordt gedaan. Voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag die strafbaar kunnen zijn: o
Beledigingen, bedreigingen uiten (ook op social media);
o
Bedreigingen met represailles, bedreigen van familieleden en uitvoeren van dreigementen;
o
Schoppen, spugen en andere vormen van fysieke agressie;
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 8
o
Letsel toebrengen of materiele schade veroorzaken en gedrag dat anderen in gevaar brengt;
o
Het ongewenst betreden van de privésfeer van bestuurders en hun gezinsleden.
Aangifte Als er sprake is van strafbare feiten doet de bestuurder aangifte bij de politie. Het doen van aangifte gebeurt op het adres van de gemeente en niet op het privéadres. In sommige gevallen is het ook mogelijk dat de griffier of de burgemeester namens de bestuurder aangifte doen. In dit geval hoort de politie het slachtoffer wel. Bij een aangifte kan de bestuurder dus niet anoniem blijven. Bij sommige strafbare feiten moet de bestuurder zelf aangifte doen (bij de klachtdelicten). Dit is het geval bij belaging, stalking of stelselmatige intimidatie. Ook als de bestuurder zelf aangifte moet doen, kan hij worden bijgestaan door een vertegenwoordiger van de gemeente. Melden en aangifte moet zo volledig mogelijk gebeuren: wat is er gebeurd, waar en wanneer, wie heeft het gedaan of gezien? Als er een vermoeden bestaat dat er een verband bestaat tussen de agressie en een door de betrokkene of door zijn/haar partij ingenomen standpunt of besluit, wordt dit gemeld. Als sprake is van brieven, e‐mail, boodschappen op een voicemail of dreigberichten op sociale media, dan worden deze bewaard en wordt een kopie bij de melding gevoegd. Kenmerken van de dader(s) en zaken als kentekens worden zo mogelijk doorgegeven. Fotograferen van verdachten of hun voertuigen is alleen aan te raden als dat de eigen veiligheid of die van anderen niet in gevaar brengt.
Bij een aangifte verleent de bestuurder volledige medewerking aan het politieonderzoek
Schade Wanneer iemand schade heeft aangericht aan de eigendommen van de bestuurder of gemeente, wordt deze in beginsel verhaald. Van schade is, in beginsel, ook sprake als een bestuurder door het incident (tijdelijk) moet verzuimen. Ook medische kosten die men moet maken vallen in beginsel onder schade. De juridische afdeling van de gemeente Oss kan de benadeelde bijstaan bij voeging ter terechtzitting.
Advies en ondersteuning door derden Bestuurders kunnen ook behoefte hebben om een incident (vertrouwelijk) met derden te bespreken. Dit is mogelijk bij het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. •
Speciaal voor politieke gezagdragers en raadsleden is er een vertrouwenslijn (0800 2800 200) in het leven geroepen. Deze biedt zowel mentale ondersteuning na een incident als hulp bij het afwegen van de noodzaak tot melden en aangifte.
•
De burgemeester kan daarnaast 24 uur per dag contact opnemen met de crisislijn van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 9
•
Ook de wethoudersvereniging ondersteunt wethouders. De wethoudersvereniging werkt samen met de Vertrouwenslijn.
Communicatie Bij bedreiging informeert de burgemeester, met instemming van het slachtoffer, de fractievoorzitters, de fractie of de gemeenteraad en het college. Dit gebeurt vertrouwelijk. Wanneer de burgemeester zelf direct betrokken is, wordt in overleg met de burgemeester, de locoburgemeester en eventueel de commissaris van de Koning de strategie bepaald. Wanneer communicatie richting de pers wenselijk is, neemt de afdeling communicatie van de gemeente deze taak op zich. Zodra er sprake is van een strafrechtelijk onderzoek ligt de woordvoering bij het Openbaar Ministerie (OM). Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan het OM, in samenspraak met de afdeling communicatie van de gemeente.
Opvang en nazorg De impact van een incident kan groot zijn. Daarom is opvang en nazorg belangrijk. Bestuurders, maar zo nodig ook hun directe familieleden kunnen ervan uitgaan dat ze ondersteund worden na een incident en dat ze altijd kunnen vragen om deskundige hulp. De burgemeester is de aangewezen persoon om opvang en nazorg te verlenen aan de wethouders. De griffier doet dit voor de raadsleden. Afhankelijk van de aard van het incident en de benodigde (emotionele) nazorg, kan er ook voor gekozen worden om iemand anders uit de organisatie een rol te geven in de ondersteuning en nazorg of hier een externe professional bij te betrekken. Interne nazorg Bij nazorg verleend door de burgemeester of griffier bieden zij altijd minimaal drie gesprekken aan. Eerste gesprek (binnen 24 uur) Het belangrijkste direct na een incident is herstel van de veiligheid en het bieden van steun aan de betrokkene(n). De betrokkene(n) vertelt zijn/haar verhaal en we onderzoeken waar hij/zij behoefte aan heeft. Het eerst gesprek heeft als doel •
Veiligheid;
•
Bieden emotionele steun;
•
Bieden van praktische hulp;
•
Informatie geven over het verwerkingsproces;
•
Maken van vervolgafspraken.
Tweede gesprek (na een aantal dagen) In dit gesprek ligt de nadruk op het bieden van een luisterend oor en steun (emotioneel en praktisch). Ook is het belangrijk samen met de betrokkene het verloop van de afgelopen dagen in kaart te brengen en zo meer informatie te krijgen over het verwerkingsproces.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 10
Derde gesprek (na vier tot zes weken) Naast emotionele ondersteuning, blikt de griffier of burgemeester met betrokkene terug op het incident en de nasleep. Ze staan stil bij eventuele veranderingen in de kijk op het ambt en het functioneren daarbinnen, het privéleven en de persoonlijke beleving. Bij mogelijke signalen op stagnatie van het verwerkingsproces verwijst de burgemeester of griffier betrokkene door naar professionele hulpverlening. Externe nazorg De vertrouwenspersonen van het landelijk ondersteuningsteam weerbaar bestuur bieden hulp. Voor ondersteuning van het thuisfront van de bestuurder zijn er externe professionals beschikbaar, bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon van de gemeente of via onze arbodienstverlener. Bij een incident zoeken we met de betrokkenen naar een maatwerkoplossing. In geval van een aangifte biedt de politie nazorg in de vorm van slachtofferhulp.
Veiligheids- en agressieprotocol voor bestuurders 11