CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 bij toelichting rob Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Tervisielegging ontwerpbestemmingsplan Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 202124.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 Bijlage 4 bij toelichting

Elleboogstraat 3, Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg Gemeente Oss

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Gemeente Oss

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

‘Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss – 2021’

Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:

Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl

Naam document

Ruimtelijke onderbouwing ‘Elleboogstraat 3, Deursen-Dennenburg, gemeente Oss'.

Versie

15 – 02 – 2021

Auteur

drs. D.F.H. Kastelijn

-2-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Inhoud 1.

INLEIDING

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging planlocatie Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

5 6 6 6

2.

PLANBESCHRIJVING

8

2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Landschappelijke inpassing

8 8 10

3.

BELEIDSKADER

12

3.1 Wettelijk kader 3.1.1 Wet ruimtelijke ordening 3.1.2 Grondexploitatiewet 3.1.3 Wet Natuurbescherming 3.1.4 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – Partiële herziening 2014 3.3.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 3.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 3.4.3 Nota Landschapsbeleid 2015 3.4.4 Woonvisie gemeente Oss 2020 3.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten

12 12 13 13 14 15 15 17 18 18 19 23 26 26 30 31 32 33

4.

RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN

34

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid in relatie tot veehouderijen Luchtkwaliteit Geluid Bodem Water Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Spuitzones

34 36 40 41 43 44 46 50 52 55 59

-3-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

4.12 4.13 4.14 4.15

Hoogspanningslijnen Kabels en leidingen Verkeer en parkeren M.e.r.-beoordeling

59 60 60 61

5.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

63

5.1 5.2

Kostenverhaal Gemeentelijke grondexploitatie

63 63

6.

OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

64

6.1 6.2

Inspraak De omgeving

64 64

BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4:

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - TBH VERKENNEND BODEMONDERZOEK - ARCHIMILL VERKENNEND ASBEST IN BODEMONDERZOEK - ARCHIMILL UITKOMST WATERTOETS

-4-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Oss

Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Elleboogstraat 3 te DeursenDennenburg. Hij is woonachtig in de op het perceel aanwezige monumentale woonboerderij en is daarnaast reeds voor verschillende jaren met zijn ingenieursbureau met buitendienst gevestigd op deze locatie. Daar op het perceel de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ is gelegen en de bedrijfsactiviteiten van initiatiefnemer niet passen binnen deze bestemming, wordt gekozen de bestemming van het perceel te wijzigen naar ‘Wonen’ met daarbij een specifieke aanduiding die de uitoefening van de genoemde bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt. De planlocatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss 2020’ en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. De voorgenomen bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Daar er binnen het bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 geen afwijkings- dan wel wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die bovenstaande ontwikkeling mogelijk maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het initiatief maakt onderdeel uit van het door de gemeente Oss op te stellen veegplan ‘Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021’.

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de bestemmingswijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ naar ‘Wonen’ mogelijk te maken.

Figuur 1.1: Ligging planlocatie.

-5-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

1.2

Gemeente Oss

Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Oss, tussen de kernen Ravenstein en Deursen-Dennenburg. De planlocatie betreft een gedeelte van het kadastrale perceel bekend als gemeente RAVENSTEIN, sectie D, perceelnummer 202 en is ca. 7.500 m2 groot. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie weergegeven.

1.3

Vigerend bestemmingsplan Zoals aangegeven is de planlocatie gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 en heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Daarnaast is op een gedeelte van de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog’ en de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’ gelegen. Tot slot zijn op de planlocatie de gebiedsaanduidingen ‘Overige zone - bebouwingsconcentratie’, ‘Overige zone - beperking veehouderij’ en ‘Overige zone - oeverwal’ gelegen. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 met daarop het bouwvlak uitgelicht.

Figuur 1.2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt de bestaande situatie van de planlocatie en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op de planlocatie en haar directe omgeving -6-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. Hoofdstuk 5 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure. `

-7-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Gemeente Oss

In de bestaande situatie is op de planlocatie de agrarische bestemming gelegen met een bouwvlak van ca. 2.970 m2. Op het perceel is een grote monumentale woonboerderij aanwezig, die in gebruik is als (agrarische) bedrijfswoning. Initiatiefnemer is met zijn gezin woonachtig in deze woonboerderij. Bij de woonboerderij zijn een tweetal bijgebouwen aanwezig van respectievelijk 90 m2 (garage) en 43 m2 (schuurtje). Naast dat initiatiefnemer woonachtig is op de planlocatie is hij ook reeds verschillende jaren met zijn bedrijf TBH gevestigd op het perceel. Het bedrijf betreft een ingenieursbureau met buitendienst. Voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten zijn op het perceel tevens een tweetal bedrijfsgebouwen aanwezig. Het eerste gebouw is in gebruik als kantoorruimte voor het ingenieursbureau en heeft een oppervlakte van 150 m2. Het tweede gebouw heeft een oppervlakte van 250 m2 en doet dienst als opslagruimte voor materiaal en materieel van de buitendienst. In totaal bedraagt de oppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten hiermee 400 m2. Daarnaast is op de planlocatie een paardenbak gelegen, welke gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten het bouwvlak ligt. De paardenbak, inclusief bijbehorende verharding, heeft een oppervlakte van ca. 650 m2. Tot slot zijn de agrarische gronden ten westen van de bedrijfswoning in gebruik als dierenweide.

Op de dierenweide lopen verschillende soorten dieren waaronder alpaca’s, wallaby’s en geitjes. De dierenweide maakt onderdeel uit van de wandelroute die door het buitengebied van Deursen-Dennenburg loopt. De gemeente heeft enige tijd geleden een bankje geplaatst voor de dierenweide, zodat wandelaars hier kunnen pauzeren en de dieren kunnen bekijken. De dierenweide is afgezet met een transparant hekwerk van 2,00 meter hoog en heeft een schuilhut van 25 m2 (7,21 m. x 3,45 m.), zodat de dieren bij slecht weer of hitte kunnen schuilen.

2.2

Voorgenomen ontwikkeling Middels voorliggend plan wordt de agrarische bestemming van de planlocatie gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Daarnaast zal ten behoeve van de uitoefening van de aanwezige bedrijfsactiviteiten de aanduiding ‘ingenieursbureau met buitendienst’ aan de nieuwe woonbestemming worden toegevoegd. De maximale oppervlakte aan bedrijfsactiviteiten ten behoeve van het ingenieursbureau met buitendienst bedraagt 400 m2 en wordt vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Deze 400 m2 betreft het reeds bestaande kantoor (150 m2) en de bestaande opslagruimte (250 m2). De bijgebouwen (garage -8-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

en schuurtje) bij de woning met een gezamenlijke oppervlakte van 133 m2 blijven gehandhaafd.

Figuur 2.1: Toekomstige situatie planlocatie met bestemmingsvlak Wonen.

Het nieuwe bestemmingsvlak Wonen alsmede het bouwvlak worden zo strak mogelijk om de bestaande bebouwing en verharding heen gelegd. Het bouwvlak wordt hiermee met ca. 300 m2 teruggebracht ten opzichte van de huidige situatie. Het bestemmingsvlak Wonen krijgt een oppervlakte van ca. 2.700 m2. In de nieuwe situatie wordt het bestemmingsvlak Wonen zo vormgegeven dat de paardenbak aansluitend aan dit bestemmingsvlak is gelegen. De paardenbak heeft een totale oppervlakte van 450 m2 en wordt landschappelijk ingepast (zie bijlage). Hiermee wordt voldaan aan de door de gemeente Oss ge-9-

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

stelde maximale oppervlakte van 1.225 m2 voor een paardenbak zoals opgenomen in Artikel 3.5 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’. In figuur 2.1 is een situatietekening van de toekomstige situatie opgenomen met daarin het nieuwe bestemmingsvlak Wonen weergegeven.

2.3

Landschappelijke inpassing De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een herziening van het bestemmingsplan. Hierbij moet worden voldaan aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente Oss sluit aan bij de door de provincie opgestelde Handreiking Kwaliteitsverbetering. In haar Nota Landschapsbeleid 2015 heeft de gemeente Oss uitgewerkt op welke wijzen gebieden landschappelijk ingepast moeten. De verdere uitwerking van de Handreiking Kwaliteitsverbetering is opgenomen in het Regionaal Afsprakenkader. Daarnaast is in samenwerking met omliggende gemeenten de Beleidsnota uitwerking landschapsinvesteringsregeling opgesteld. In de Beleidsnota uitwerking landschapsinvesteringsregeling heeft de gemeente Oss nadere invulling gegeven aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: ➢ categorie 1: ➢ categorie 2: ➢ categorie 3:

geen inspanning; een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20 % van de grondwaardevermeerdering in primair agrarisch gebied en 25% in agrarisch gebied met waarden (landschapswaarden of natuur- en landschapswaarden).

In de nota is de volgende ontwikkeling opgenomen in categorie 2: Wijziging van de bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarischtechnisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf in bestemming wonen of wonen met VAB aanduiding mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m2 voormalige agrarische bedrijfsbebouwing resteert. Voorliggend initiatief betreft de bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen, waarbij 2.700 m2 aan bestemmingsvlak en 400 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing resteert. Hiermee valt de voorgenomen ontwikkeling in categorie 2 en is een landschappelijke inpassing vereist. De planlocatie is in de Nota Landschapsbeleid gelegen binnen het landschapstype ‘oeverwal’. Ruimtelijk gezien is het wenselijk om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk - 10 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Met name in en rond de kernen wordt gestreefd naar een verdichting met beplanting. In de kernen worden de kleinschalige elementen als hagen, boomgaarden en grote tuinen gehandhaafd en versterkt. Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. De planlocatie is wat verder van de kernen Deursen-Dennenburg en Ravenstein gelegen en kenmerkt zich dan ook meer door een halfopen beeld. Overeenkomstig de Nota Landschapsbeleid en de provinciale Handreiking Kwaliteitsverbetering wordt onderhavig initiatief landschappelijk ingepast. Door TBH is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld conform de richtlijnen uit deze beleidsdocumenten. Dit landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd aan de bijlage van voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan. Een uitsnede van deze landschappelijke inpassing is hieronder weergegeven.

Figuur 2.2: Impressie landschappelijk inpassing planlocatie – TBH

- 11 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

3.

Gemeente Oss

Beleidskader

De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging waardoor rijksbelangen niet in het geding zijn. Het Rijk gaat er vanuit dat het beleid dat provincie en gemeenten opstellen past binnen het Rijksbeleid. Het plan wordt primair getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving.

3.1

Wettelijk kader

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van de nieuwe wet zijn samengevat: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - De gemeente moet meer werk maken van de herziening van bestemmingsplannen: o Er komt een sanctie op verouderde bestemmingsplannen: geen legesheffing meer mogelijk; o Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.

- 12 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

3.1.2 Grondexploitatiewet Tegelijk met de Wet ruimtelijke Ordening is de nieuwe Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste vernieuwingen die de wet brengt, is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1.

In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. 3.1.3 Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is be- 13 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

langrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. De Wet natuurbescherming vervangt 3 wetten die tot 1 januari 2017 golden: - De Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet regelde de natuurbescherming van gebieden. - De Flora- en faunawet. Deze wet beschermde in het wild voorkomende diersoorten en plantensoorten. - De Boswet. Deze wet beschermde de Nederlandse bossen. Met één wet en minder regels wordt de regelgeving voor natuurbescherming overzichtelijker. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming, Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 3.1.4 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland.

De wet is op 1 juli 2016 in werking getreden en vervangt zes wetten en regelingen. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. De Erfgoedwet vervangt de volgende zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed: - Monumentenwet 1988 (deels); - Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten; - Wet tot behoud van cultuurbezit; - Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied; - Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 over onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen; - Regeling materieel beheer museale voorwerpen. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet - 14 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: - vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. - verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. - bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Ruimte de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: - Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. (concurrerend) - Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. (bereikbaar) - Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden zijn. (leefbaar en veilig) De SVIR vervangt onder meer de volgende nota’s: - de Nota Ruimte; - de Structuurvisie Randstad 2040; - de Nota Mobiliteit; - de MobiliteitsAanpak; - de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Verder vervallen met de SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken uit de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Oplossingsrichtingen Verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies.

Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geent op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen.

- 15 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Bij gebiedsontwikkelingen moet de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend worden. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid wordt sterk gelet op het samenspel tussen alle modaliteiten (weg, spoor, water) in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling. Er moet innovatief worden omgegaan met de benutting van de infrastructuur. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaat boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Vergroten van de concurrentiekracht van Nederland 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren. 2.

Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie. 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond. Verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid. 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem. 7. Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. Waarborgen kwaliteit leefomgeving 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten.

- 16 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Overkoepelend 13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: • Rijksvaarwegen • Grote rivieren • Defensie • Hoofdwegen en hoofdspoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen • Ecologische hoofdstructuur • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.

Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 3.2.3 Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun - 17 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.d). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Tot 1 juli 2017 dienden overheden nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met drie voorgeschreven, opeenvolgende trappen (de treden van de ladder). Omdat de ladder als te ingewikkeld werd ervaren en voor veel onderzoekslasten zorgde, is de regeling per 1 juli 2017 gewijzigd. In de nieuwe regeling is de tekst teruggebracht tot de essentie: de drie treden worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.

Als er sprake is van een wijzigings- of uitwerkingsplan, geldt het volgende (artikel 3.1.6 lid 3 Besluit ruimtelijke ordening): “Indien in een bestemmingsplan een wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid is opgenomen, dan kan in dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de motivering daarvan (als bedoeld in artikel 3.1.6. lid 2 Bro) wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel”. Onderhavig initiatief betreft een bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) heeft uitgewezen dat de toevoeging van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, echter de toevoeging van 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 953). Bij de voorgenomen bestemmingwijziging worden geen woningen toegevoegd, waarmee geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciaal bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen.

- 18 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

De Omgevingsvisie kent één basisopgave: ‘’werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’’. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet – ongeacht de omvang – hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Middels de bestemmingswijziging wordt verzekerd dat op de planlocatie zich geen agrarisch bedrijf meer kan vestigen wat de gezondheid en de omgevingskwaliteit ten goede komt. Er vindt daarnaast als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling geen uitbreiding van bebouwing plaats. 3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – Partiële herziening 2014 Op 19 maart 2014 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie NoordBrabant de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 vastgesteld. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Met deze structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijke beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten die de Wet ruimtelijke ordening biedt inzet.

Naast de Structuurvisie kent de provincie een omgevingsverordening. In deze verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Aanvullend zijn ook gebiedspaspoorten opgesteld. Deze vormen een uitwerking van de visie en bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. De provincie kiest met de structuurvisie voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie af komen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. Provinciale belangen en ruimtelijke keuzes De provincie wil sturen op ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke keuzes geven inhoud aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang. De belangrijkste keuzes voor de gemeente Oss zijn: • Regionale contrasten De provincie wil de contrasten tussen klei, zand en veenontginningen versterken. • Een multifunctioneel landelijk gebied De provincie kiest voor een integrale aanpak. Waar de landbouw de drager van het landschap is wordt ruimte gegeven aan optimale en duurzame ontwikkeling van de aanwezige landbouwsector.

In de jonge - 19 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

rivierkleigebieden moet de agrarische functie (rundveehouderij) behouden blijven. Op de oeverwallen langs de rivieren wordt ruimte geboden voor menging van landbouw, natuur, landschap, recreatie, wonen, werken en zorg. Dit is van belang voor de plattelandseconomie. • Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem Het patroon van beken en kreken moet beter beleefbaar worden. De ecologische hoofdstructuur wordt versterkt door het natuursysteem nog beter aan het watersysteem te koppelen. • Een betere waterveiligheid door preventie Gestreefd wordt naar vergroting van de watervoerende capaciteit van het rivierbed in combinatie met het concept van de doorbraakvrije dijk. • Concentratie van verstedelijking Brabant heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau. De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur. • Sterk stedelijk netwerk De provincie wil een sterk stedelijk netwerk van Brabantse steden. Goede bereikbaarheid tussen de steden onderling en andere omliggende stedelijke netwerken is belangrijk. • Groene geledingszones tussen steden De provincie zet in op behoud en ontwikkeling van groene geledingszones tussen de stedelijke kernen.

• Gedifferentieerd aanbod goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen Een kwalitatief goede vrijetijdsbesteding is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van een goed leef-, werk- en vestigingsklimaat. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er een breed aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen is met een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid. Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bepaalt dat: • er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; • er rekening wordt houden met de omgeving; • de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en wordt uitgewerkt in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Nieuw ruimtebeslag moet zoveel mogelijk voorkomen worden. In eerste instantie krijgen initiatieven een plek binnen be- 20 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

staand bebouwd gebied. Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek. Naast zuinig ruimtegebruik richt de provincie zich ook op herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied en op sanering van ongewenste functies in het buitengebied. Rekening houden met de omgeving Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag “waar” en “hoe” de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek. Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur en maakt de principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat.

Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk. De ruimtelijke onderbouwing van een besluit geeft aan welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit is geborgd. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie. Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden. • De groenblauwe structuur • Het landelijk gebied • De stedelijke structuur • De infrastructuur Het plangebied is gelegen binnen het landelijk gebied zoals te zien op onderstaande structurenkaart.

- 21 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Figuur 3.1: Uitsnede structurenkaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening.

Het landelijk gebied Het landelijk gebied omvat het gebied buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte. Naast land- en tuinbouw is er ruimte voor niet-agrarische functies. Binnen het landelijk gebied wil de provincie het volgende bereiken: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; 2. Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling; 3. Versterking van het landschap. Er worden binnen het landelijk gebied twee perspectieven onderscheiden: • Gemengd landelijk gebied

•

De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. Binnen dit gebied wordt de agrarische functie vaak in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend. Hier kan worden voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie en ondernemingen in een groene setting. Daarnaast wil de provincie ook dat er ruimte beschikbaar blijft om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Dat betekent dat (stedelijke) functies die ten koste gaan van de ruimte voor agrarisch gebruik of die strijdig zijn met de landbouw in die gebieden geweerd worden. Hierdoor blijft er ruimte gereserveerd voor agrarische ontwikkelingen. De provincie vraagt aan gemeenten om deze gebieden vast te leggen en te beschermen. De landbouwontwikkelingsgebieden en de vestigingsgebieden glastuinbouw beschouwt de provincie in ieder geval als primair agrarisch gebied. Ook delen van het verwevingsgebied richten zich vaak primair op agrarische ontwikkeling. Accentgebied agrarische ontwikkeling Binnen deze gebieden ziet de provincie ruimte en kansen om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Op de structurenkaart zijn vanuit een regionaal schaalniveau vier accentgebieden agrarische ontwikkeling aangeduid.

De komgebieden van de gemeente Lith maken hiervan deel uit. Hier liggen mogelijkheden voor schaalvergroting en intensivering van de landbouw.

- 22 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

De planlocatie is gelegen in het Landelijk Gebied en meer specifiek binnen het Gemengd landelijk gebied. De voorgenomen wijziging naar ‘Wonen’ in combinatie met een kleinschalige bedrijfsmatige functie past bij uitstek binnen de door de provincie geformuleerde visie voor het gemengd landelijk gebied. Bij het initiatief wordt rekening gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik daar er geen uitbreiding van bebouwing plaatsvindt. Daarnaast sluit de bestemmingswijziging aan bij de aanwezige functies (wonen, agrarisch bedrijf, regulier bedrijf) in de directe omgeving van de planlocatie. Tot slot wordt invulling gegeven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap middels een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het initiatief zoals opgenomen in bijlage 1 van voorliggende onderbouwing. 3.3.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De meest recent geconsolideerde versie dateert van 3 januari 2020. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen.

Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dat de Verordening de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De Verordening start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Voor elke ontwikkeling geldt dat niet alleen onderbouwd moet worden hoe het plan bijdraagt aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar dat zelfs elke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiele kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.

Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. In de Interim omgevingsverordening zijn twee typen regels opgenomen. De zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten gelden voor burgers en bedrijven. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te ver- 23 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

richten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. De zogenaamde instructieregels gelden voor bestuursorganen van de overheid. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. In figuur 3.2 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie weergegeven.

Figuur 3.2: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Uit figuur 3.2 blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het Landelijk gebied en meer specifiek het Gemengd landelijk gebied. In Artikel 3.68 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie Noord-Brabant de kaders vastgelegd voor wonen in het Landelijk gebied. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat woningen in beginsel thuishoren binnen stedelijk gebied waar ook de voorzieningen aanwezig zijn. Het Landelijk gebied voorziet in een aanvulling daarop, ook in de woonbehoefte. Met de nieuwbouw van woningen wordt dan ook terughoudend omgegaan. Bovendien staat een steeds verder toenemende woonfunctie op gespannen voet met het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de agrarische sector. Daarom geldt als hoofdregel dat een bestemmingsplan alleen bestaande woningen toelaat. Hierop worden echter enkele uitzonderingen gemaakt. In de afgelopen periode zijn veel (agrarische) bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoning. Deze tendens zet zich voort. De regels uit de Interim omgevingsverordening sluiten aan op deze tendens en behoefte. Nadere invulling aan dit beleid wordt gegeven in Artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening. In lid c. van Artikel 3.69 is nadere invulling gegeven aan de omzetting van voormalige bedrijfswoningen in burgerwoningen. Dit artikel luidt als volgt:

- 24 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Art. 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: c. het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerder woonfuncties plaatsvindt; De woonboerderij wordt bij onderhavig initiatief niet gesplitst. In de bestaande en nieuwe situatie is sprake van (slechts) één woning. 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Op de planlocatie is geen voormalige bedrijfsbebouwing die gesloopt kan worden meer aanwezig. De schuur van 250 m2 blijft gehandhaafd ten behoeve van de opslag van materieel en materiaal van het ingenieursbureau met buitendienst. Daarnaast resteert de woning met bijgebouwen. De voorgenomen bestemmingswijziging ten behoeve van de omzetting van een niet-agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor burgerwoningen in het Landelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. Daarnaast blijkt uit figuur 3.2 dat de planlocatie gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij.

Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij, waardoor deze aanduiding niet van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling. Op de planlocatie is tevens de aanduiding ‘beperkingen veehouderij' gelegen. In deze gebieden heeft de provincie Noord-Brabant bepaald dat uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet is toegestaan. Doordat middels voorliggend initiatief de agrarische bestemming verdwijnt, wordt verzekerd dat op de planlocatie in de toekomst geen uitbreiding of vestiging van een agrarisch bedrijf meer mogelijk is. Hiermee sluit de ontwikkeling aan op het beleid uit de Verordening Ruimte voor dit gebied. Uit figuur 3.2 blijkt eveneens dat de aanduiding ‘norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ op de planlocatie is gelegen. Deze norm betreft een instructieregel voor het waterschap en bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. De planlocatie is echter niet gelegen in een zogenaamd ‘waterwingebied’. Voor de planlocatie is waterschap Aa en Maas de waterbeheerder. Waterschap Aa en Maas heeft in haar beleid nadere invulling aan bovengenoemde normen. In hoofdstuk 4 van voorliggende onderbouwing wordt het aspect ‘wa- 25 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

ter’ nader uitgewerkt. Hieruit blijkt dat het bebouwd oppervlak ter plaatse van de planlocatie niet toeneemt, waardoor bij onderhavig initiatief voldaan wordt aan het beleid van waterschap Aa en Maas. Tot slot is in Interim omgevingsverordening in Artikel 3.9 vastgelegd dat wanneer een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Voor onderhavig initiatief wordt voldaan aan deze kwaliteitsverbetering van het landschap. In hoofdstuk 2 van voorliggende onderbouwing alsmede in bijlage 1 is de gevraagde kwaliteitsverbetering van het landschap nader uitgewerkt. De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaders in de Interim omgevingsverordening. Er zijn hiermee vanuit provinciaal beleid geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit NieuwZevenbergen en vakantiepark Herperduin. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: • • • • • •

Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen; een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid; een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen; gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied; voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij; - 26 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

• •

•

Gemeente Oss

de instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers; nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebied met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk; het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit.

De bovenstaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: • • • • • •

Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Primair agrarisch gebied

Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwingsconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. Beschreven wordt in welke bebouwingsconcentratie de realisatie van nieuwe woningen voorstelbaar is en welke andere functies eventueel voorstelbaar zijn. De planlocatie is in de structuurvisie gelegen in het landschapstype ‘Oeverwal’. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van kaart behorende bij de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 met daarop de planlocatie aangemerkt.

Figuur 3.3: Uitsnede kaart ‘Landschapstypen ’Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015.

- 27 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Gebiedsbeschrijving De oeverwal is een hooggelegen rug, parallel aan de Maas. Van oorsprong worden de oeverwallen gekenmerkt door een relatief kleinschalig cultuurlandschap met een grote diversiteit. Door de aanwezigheid van veel landschapselementen heeft de oeverwal over het algemeen een groen en halfopen karakter. Naast de acht kleine kernen liggen op de oeverwal ook een zevental bebouwingsconcentraties. Voor deze bebouwingsconcentraties zijn aparte visies opgesteld. De planlocatie is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand Deursen-Dennenburg’. Ruimtelijke visie De oeverwal is een gemengd gebied met als hoofdfuncties wonen, toerisme, recreatie en landbouw. Het gewenste ruimtelijke beeld voor de oeverwal is een kleinschalig gebied met halfopen karakter en een veelheid aan functies. De kleinschaligheid van de oeverwal wordt behouden en versterkt door het terugbrengen van kleinschalige landschapselementen. De aanleg van nieuwe landschapselementen wordt gestimuleerd. De (agrarische) bedrijven op de oeverwal dienen in het kleinschalige landschap van de oeverwal ingepast te worden. Het gaat hierbij om maatwerk. Voor voorliggend initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie bijlage) waarbij onder meer kleinschalige landschapselementen op de planlocatie worden toegevoegd.

Hiermee wordt aangesloten bij de kaders uit de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2105. Functionele visie Het functioneel gemengde karakter van de oeverwal kan verder ontwikkeld worden. Waterveiligheid, wonen, agrarische bedrijven, natuur, toerisme en overige bedrijvigheid zullen meer verweven raken. Buiten de kernen en bebouwingsconcentraties heeft de oeverwal nog steeds een overwegend agrarische functie. Door de nabijheid van kernen en toegenomen aantal burgerwoningen op de oeverwal is het ontwikkelingsperspectief van de bestaande bedrijven vanuit milieuoogpunt beperkt. Verwacht wordt dat een aantal agrarische bedrijven omschakelt naar een andere functie. Alleen in bebouwingsconcentraties kunnen nieuwe woningen worden toegevoegd. Bij stoppende agrarische bedrijven is omschakeling van de voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning voorstelbaar. Bij voorliggend initiatief wordt een agrarische functie beëindigd. De voormalige agrarische bedrijfswoning wordt hierbij omgeschakeld naar een burgerwoning. De bedrijfsmatige functie die naast de woonfunctie wordt toegestaan is kleinschalig van aard en sluit bij op het gemengde karakter van het gebied. Voorwaarde is wel dat sprake is van een kantoor met buitendienst. Een zelfstandig kantoor, met alleen een binnendienst, is een functie die niet thuishoort in het buitengebied.

Het initiatief sluit hiermee aan bij de functionele visie voor het ‘oeverwal’ gebied zoals opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015.

- 28 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Figuur 3.3: Analysekaart Deursen-Dennenburg ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015.

Bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand Deursen-Dennenburg’ De bebouwingsconcentratie, bestaande uit de zuidelijke rand van de dubbelkern Deursen-Dennenburg, bestaat uit verspreide bebouwing waaronder landbouwbedrijven, woningen, een niet-agrarisch bedrijf en een maatschappelijke voorziening (klooster Soeterbeeck). In figuur 3.4. is de analysekaart Deursen-Dennenburg uit de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 weergegeven. Het klooster en andere bijzondere bouwkundige elementen zijn een aantrekkelijk stedenbouwkundig ensemble te midden van een fraai landschap. Het gebied kent echter weinig voorzieningen en recreatieve aanjagers. De agrarische sector heeft geen ruimte voor groei. Gestreefd moet worden naar behoud van het kleinschalig landschap en het respecteren van bestaande waarden. Versterken van boomstructuren langs de doorsneden historische wegen biedt kansen om de barrière van de Dorpenweg visueel te verkleinen. Nu er - 29 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

ten zuiden van de Dorpenweg gebouwd is, is het ruimtelijk verbinden van het noordelijk en zuidelijk bebouwd gebied belangrijk. Het stationspaadje biedt een snelle verbinding naar het station. Enige ondersteuning van de landschapsstructuur door woningbouw is ruimtelijke voorstelbaar. De voorgenomen bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ past, gelet op de beperkte ruimte voor groei van de agrarische sector in dit gebied, binnen de gemeentelijke visie voor de bebouwingsconcentratie DeursenDennenburg. Bij de landschappelijke inpassing wordt tevens aandacht besteed aan de versterking van de boomstructuur langs het stationspaadje, daar initiatiefnemer te eigenaar is van de aan het stationspaadje grenzende gronden. Conclusie De voorgenomen bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ sluit aan op de kaders zoals opgesteld door de gemeente Oss in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015. In de ruimtelijke en functionele visie voor het gehele ‘oeverwal’ gebied en specifiek voor de bebouwingsconcentratie ‘DeursenDennenburg’ wordt ruimte geboden voor wonen en de omschakeling van een (voormalige) agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De groeimogelijkheden voor agrarische functies zijn beperkt en hier wordt door de gemeente Oss dan ook niet op ingezet voor dit gebied.

Als voorwaarde aan de medewerking geldt dat er sprake moet zijn en blijven van een kantoor met buitendienst. Een zelfstandig kantoor, met alleen een binnendienst, is een functie die niet thuishoort in het buitengebied. Landschappelijke inpassing is een belangrijke randvoorwaarde bij medewerking aan nieuwe ruimtelijke initiatieven. Hieraan wordt bij voorliggend initiatief middels een landschappelijk inpassingsplan tegemoet gekomen. 3.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 De toekomstvisie ‘Oss op weg naar 2020’ is richtinggevend voor de beleidontwikkeling op langere termijn. Eén van de potenties van Oss ligt volgens deze visie in het gevarieerde landelijk gebied waarin zich tal van kleine kernen bevinden. Uitgangspunt is het werken aan het behoud van het platteland met zijn rust en ruimte, aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorzieningen en aan de ontplooiing van levenskrachtige dorpen. Een andere potentie ligt in werken aan een duurzame gemeente. Duurzame ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie draagt bij aan de leefkwaliteit. De toekomstvisie stelt dat Oss vele ‘kostbare’ plekjes kent en een groots landschap, met ruimte voor landbouw en natuur. De gemeente Oss stelt in de toekomstvisie: ‘het bewaren van dat kostbare voor de toekomst is een opdracht die we onszelf stellen’. Bij voorliggend initiatief wordt het landschap ter plaatse niet aangetast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=c7c3be98-23ca-4111-b65b-f0c7bf42d3ea