CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 (bij collegevoorstel) Bijlage 2 bij Besluit hogere waarden Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem - Nota van zienswijzen.DOCX

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente OssBij agendapunt: (OUDE STUKKEN) A Vaststelling bestemmingsplannen Bredeweg 25 Geffen-2022, Burgemeester van Erpstraat 70 Berghem–2022’ en ‘Hamelspoelweg 4 Herpen – 2022’2.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbesluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ I. INLEIDING Deze nota gaat over de volgende stukken: • het ontwerpbesluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure • een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbesluit hogere waarde • ons besluit over de zienswijzen • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het besluit • een toelichting op ons besluit • een overzicht van de wijzigingen in het besluit ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij ons besluit tot vaststellen van het besluit hogere waarde. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan.

Daarom noemen wij geen naw-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat. II. PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbesluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ‘Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss -2021’ en het ontwerpbesluit hogere waarde ‘Bredeweg 25 in Geffen’ met bijbehorende stukken van 8 april 2021 tot en met 19 mei 2021 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerpbesluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ samen met het ontwerpbestemmingsplan ‘Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021’ en het ontwerpbesluit hogere waarde ‘Bredeweg 25 in Geffen’ met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en de Staatscourant van 7 april 2021 en op www.oss.nl. De gemeente heeft 2 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen op het besluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’. III. ZIENSWIJZEN Wij vinden de zienswijzen ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan. Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen.

Daarna volgen per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het besluit hogere waarde en een toelichting daarop. Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. Burgemeester en Wethouders

IV. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze Reclamant is woonachtig aan de Hoessenboslaan 6 in Berghem, waarbij zijn voortuin grenst aan het plangebied van de ontwikkeling van de Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem. Dit plan laat de sanering van een agrarisch bedrijf toe, de omschakeling van bedrijfswoning naar burgerwoning en de bouw van een extra woning aan de Hoessenboslaan. De nog te realiseren woning is gelegen binnen de geluidbelasting van de gevel vanwege railverkeerslawaai afkomstig van de spoorlijn tussen 's-Hertogenbosch en Nijmegen. Voor de nog te realiseren woning geldt een voorkeurswaarde voor geluidsbelasting volgens Wet geluidhinder voor railverkeer van 55 dB. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De geluidsbelasting vanuit railverkeer is hoger dan de voorkeurswaarde. Hiervoor is een besluit hogere waarde genomen. Reclamant heeft hiertegen bezwaar op de volgende onderdelen: a. Reclamant vindt het besluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ onduidelijk en rechtsonzeker. In het besluit wordt alleen verwezen naar de bijlage. Dit is het akoestisch onderzoek. Daarin staat een tabel met de ambitie- en de ontheffingswaarde. Uit het besluit volgt niet dat de ontheffing ziet op de waarden uit de tabel of de waarde die voortkomt uit de aangetroffen geluidswaarden. b.

In het akoestisch onderzoek is enkel rekening gehouden met de te verwachten geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer op hoogten van 1,5 meter, 5 meter en 7,5 meter van de te realiseren woning. Gelet op het onderzoek is geen rekening gehouden met de maximale bouwhoogte van 8 meter en de te verwachten geluidsproductie van het railverkeer op deze hoogte. Hiervoor moet aanvullend onderzoek worden verricht volgens reclamant. c. Volgens reclamant hadden burgemeester en wethouders moeten afwegen of deze ontheffing verleend had moeten worden. Zeker gezien het feit dat afschermende maatregelen langs of aan het spoor of afstand tussen de spoorlijn en de woning te vergroten of door bouwkundige maatregelen aan de woning niet mogelijk zijn. d. Een besluit hogere waarden wordt genomen als bron- en overdrachtsmaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of vanwege stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard niet mogelijk zijn. Er is een besluit hogere waarden genomen, omdat bovenstaande opties niet mogelijk zijn. Reclamant is van mening dat een geluidswal wel tot de mogelijkheden behoort. Hierdoor heeft niet alleen de te realiseren woning hier baat bij, maar ook reclamant als omwonende.

Dat de maatregel niet in verhouding staat tot de kosteneffectiviteit van het plan, is niet juist volgens reclamant, omdat de gehele omgeving hierbij baat heeft. Het gaat volgens reclamant niet alleen om de economische belangen, maar ook om een goed woon- en leefklimaat. e. Reclamant benoemt dat het enkele feit dat één van de twee baanvakken van de rails bestaat uit een houten dwarsligger in de toekomst mogelijk vervangen kan worden door betonnen dwarsliggers, hetgeen maximaal (afgerond) 1 dB reductie oplevert. Dat in een actieplan niet is gekozen voor het reeds toepassen van een ander type dwarsligger, is hierbij relevant. Het gaat volgens reclamant ook om een goed onderhoud en ter voorkoming van geluidsreductie. f. Reclamant is van mening dat bouwkundige maatregelen een reële mogelijkheid bieden ter reductie van geluid. Zeker nu het gaat om een overschrijding van de voorkeurswaarde van 2 dB. De gemeente had dit moeten afwegen. g. Er is volgens reclamant onvoldoende aangetoond dat de bouwkundige maatregelen niet mogelijk zijn. Hierdoor is het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en de motiveringsplicht. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in besluit hogere waarde N.v.t.

Toelichting van Burgemeester en Wethouders Een eventueel beroep over het aspect “geluid” in het kader van het besluit hogere waarde zal volgens ons voor reclamant stranden op het relativiteitsvereiste. Strikt genomen is dit voor het

indienen van een zienswijze echter geen belemmering. Daarom behandelen wij de zienswijzen inhoudelijk hieronder. Punt a. In het besluit hogere waarde wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek. In het akoestisch onderzoek staat op pagina 7 een tabel met de voorkeurs- en grenswaarden voor weg- en railverkeerslawaai. Deze tabel zegt alleen iets over de wettelijke normen, zoals deze zijn opgenomen in het geluidsbeleid. Op pagina 9 van het akoestisch onderzoek staat geconstateerd welke waarde van toepassing is op de nieuw te bouwen woning. Vervolgens staat op pagina 13 van het akoestisch onderzoek de conclusie waaruit blijkt dat er sprake is van een geluidsbelasting van railverkeer van 57 dB. Dit is vertaald in het besluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’. Wij achten het besluit hierdoor niet onduidelijk en niet rechtsonzeker. Punt b. Het geluid wordt beoordeeld daar waar de hinder kan optreden. In de dagperiode zijn dat de woonvertrekken, in de avond- en nachtperiode de slaapvertrekken. Er moet rekening worden gehouden met het beginsel van vrije indeelbaarheid van woningen (verblijfsgebieden). In de dagperiode kan een andere beoordelingshoogte worden aangehouden dan in de avond- en nachtperiode.

Voor de reguliere grondgebonden eengezinswoningen geldt een beoordelingshoogte voor de dagperiode van 1,5 meter boven maaiveld en voor de avond- en nachtperiode een hoogte van 5 meter boven maaiveld. Veelal wordt gehanteerd het principe van 1,5 meter boven verdiepingsvloer. Dat resulteert in de volgende beoordelingshoogtes: • Begane grond + 1,5 meter • 1e verdieping (vloer 3 meter) + beoordelingshoogte van 1,5 meter = 4,5 meter. 5 meter is ook breed geaccepteerd, omdat in overeenstemming met de Handleiding meten en rekenen industrielawaai deze hoogte wordt aangehouden voor bijvoorbeeld referentiepunten in het vrije veld. • 2e verdieping (vloer 6 meter) + beoordelingshoogte van 1,5 meter = 7,5 meter. De verschillen in resultaten tussen bijvoorbeeld 4,5 en 5,0 meter of tussen 7,5 en 8,0 meter zijn verwaarloosbaar. Verschillen worden wel relevant bij de hoogte van 1,5 meter – 4,5/5,0 meter – 7,5 meter etc. Punt c. Alvorens dit ontwerpbesluit is genomen, hebben wij een principebesluit genomen over het plan aan de Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem waar de nieuw te bouwen woning aan de Hoessenboslaan een onderdeel van is. Hierin is de voorstelbaarheid en de wenselijkheid van het plan uitgesproken onder de voorwaarden dat het plan ruimtelijk onderbouwd moet worden. Dit is gebeurd in de ruimtelijke onderbouwing ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’.

In deze ruimtelijke onderbouwing zijn alle milieu hygiënische en beleidsaspecten uitgewerkt om aan te tonen dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Geluid is hier een onderdeel van. Voor geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn de wettelijke eisen uitgewerkt waaronder het bekijken of bron- of andere maatregelen toepasbaar zijn. Daarnaast is getoetst aan ons gemeentelijke geluidbeleid. De geluidsbelasting zoals staat in het besluit hogere waarde past in ons geluidsbeleid. Wij vinden het plan dus wenselijk en uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het plan ook ruimtelijk aanvaardbaar is. Hieruit komt naar voren dat voor het aspect geluid een besluit hogere waarde passend is, gezien de toetsing aan het wettelijk kader en ons gemeentelijk geluidbeleid. Daarom nemen wij het besluit hogere waarden. Deze afweging heeft weldegelijk plaatsgevonden alvorens wij een besluit hogere waarden nemen. Punt d. In het akoestisch rapport is op pagina 11 uitgewerkt dat maatregelen met betrekking tot het spoor of maatregelen in de overdracht (waaronder een geluidswal valt) niet kosteneffectief zijn, omdat het een ontwikkeling betreft van een enkele woning. Reclamant geeft aan dat reclamant hier zelf ook profijt van zal hebben. Dit laatste is in deze ruimtelijke procedure niet van belang.

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad motiveren dat het plan financieel uitvoerbaar is. Dat geldt alleen voor het plan zelf. In dit geval betreft het plan het omzetten van een agrarisch bedrijf in een woonbestemming en het toestaan van een extra woning. Door het aanleggen van een geluidswal aan het spoor zal dit bestemmingsplan financieel niet meer uitvoerbaar zijn. Daarom is deze maatregel afgewogen en niet mogelijk gebleken.

Reclamant voert aan dat niet alleen de economische uitvoerbaarheid moet worden meegewogen, maar ook het goed woon- en leefklimaat. Dit betwisten wij. In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder staat namelijk dat een ontheffing voor een hogere geluidswaarde alleen mag worden verleend tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen onvoldoende doeltreffend zullen zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Een goed woon- en leefklimaat in zijn geheel is hierbij geen afwegingskader. Punt e. In het akoestisch onderzoek wordt het volgende vermeld over de houten dwarsliggers: Eén van de twee baanvakken bestaat uit houten dwarsliggers. Bij een toekomstig onderhoud worden deze mogelijk vervangen door betonnen dwarsliggers, hetgeen maximaal (afgerond) 1 dB reductie oplevert. Reclamant geeft aan dat in een actieplan niet is gekozen voor het reeds toepassen van een andere type dwarsligger. Actieplannen voor het onderhoud van het spoor worden opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze actieplannen maken geen onderdeel uit van deze procedure en deze actieplannen liggen tevens buiten de bevoegdheid van het gemeentebestuur. Daarom nemen wij deze zienswijze voor kennisgeving aan. Punt f.

Op pagina 11 van het akoestisch onderzoek staat het volgende beschreven: Wanneer de woning dusdanig gesitueerd wordt dat de gevels van de woning verder dan 6 meter van de westelijke kavelgrens komen te liggen (en daarmee 13 meter van de as van de weg), is de geluidsbelasting maximaal 48 dB na aftrek. Als zou worden getoetst aan de Wet geluidhinder, voldoet de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde. Deze 6 metergrens is in de voorgaande figuur met rood aangegeven. Cumulatie van geluid is dan niet meer aanwezig. In artikel 18.4 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan (artikel 8.4 van het vastgestelde bestemmingsplan) staat dat de afstand van bouwwerken tot de as van de weg ten minste 20 m dient te bedragen. In de planregels is dus geborgd dat de woning minimaal 6 meter van de westelijke kavelgrens komt te liggen. Hierdoor is cumulatie van geluid niet meer aanwezig. Daarnaast staat in het akoestisch rapport dat het geluidbeleid als voorwaarde stelt dat de nieuwe woning een geluidluwe gevel en –buitenruimte heeft. De exacte details over plaatsing en vorm van de woning in de kavel zijn nog niet bekend. We verwachten dat de noordgevel van de woning in ieder geval geluidluw wordt. Om een zo groot mogelijke geluidluwe gevellengte te krijgen, adviseren wij om de woning haaks op de westelijke kavelgrens te plaatsen.

Vervolgens wordt bij de conclusie het volgende vermeld: bij de aanvraag tot omgevingsvergunning toont de ontwikkelaar aan dat de woning een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte heeft. Een onderzoek naar gevelmaatregelen om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012 is voor de woning nodig. Bovenstaande toetsing zal bij de omgevingsvergunning plaatsvinden. Er zijn geen aanvullende planregels nodig om de binnenwaarde van 33 dB te borgen. Dit is voldoende geborgd in artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012. Punt g. Wij verwijzen voor de beantwoording van deze zienswijze naar punt f. Door het bovenstaande achten wij het besluit hogere waarde ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en de motiveringsplicht.

Zienswijze 2 Samenvatting zienswijze Reclamant is woonachtig aan de Hoessenboslaan 14 in Berghem, waarbij zijn voortuin grenst ten noorden en noordwesten van het plangebied aan de ontwikkeling van de Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem. Dit plan laat de sanering van een agrarisch bedrijf toe, de omschakeling van bedrijfswoning naar burgerwoning en de bouw van een extra woning aan de Hoessenboslaan. De nog te realiseren woning is gelegen binnen de geluidbelasting van de gevel vanwege railverkeerslawaai afkomstig van de spoorlijn tussen 's-Hertogenbosch en Nijmegen. Voor de nog te realiseren woning geldt een voorkeurswaarde voor geluidsbelasting volgens Wet geluidhinder voor railverkeer van 55 dB. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De geluidsbelasting vanuit railverkeer is hoger dan de voorkeurswaarde. Hiervoor is een besluit hogere waarden genomen. Reclamant heeft hiertegen bezwaar op de volgende onderdelen: a. Reclamant vindt het besluit hogere waarden ‘Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem’ onduidelijk en rechtsonzeker. In het besluit wordt alleen verwezen naar de bijlage. Dit is het akoestisch onderzoek. Daarin staat een tabel met de ambitie- en de ontheffingswaarde. Uit het besluit volgt niet dat de ontheffing ziet op de waarden uit de tabel of de waarde die voortkomt uit de aangetroffen geluidswaarden. b.

In het akoestisch onderzoek is enkel rekening gehouden met het te verwachten geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer op hoogten van 1,5 meter, 5 meter en 7,5 meter van de te realiseren woning. Gelet op het onderzoek is geen rekening gehouden met de maximale bouwhoogte van 8 meter en de te verwachten geluidsproductie van het railverkeer op deze hoogte. Hiervoor moet aanvullend onderzoek worden verricht volgens reclamant. c. Volgens reclamant hadden burgemeester en wethouders moeten afwegen of deze ontheffing verleend had moeten worden. Zeker gezien het feit dat afschermende maatregelen langs of aan het spoor of afstand tussen de spoorlijn en de woning te vergroten of door bouwkundige maatregelen aan de woning niet mogelijk zijn. d. Een besluit hogere waarden wordt genomen als bron- en overdrachtsmaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of vanwege stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundig, landschappelijke of financiële aard niet mogelijk zijn. Er is een besluit hogere waarden genomen, omdat bovenstaande opties niet mogelijk zijn. Reclamant is van mening dat een geluidswal wel tot de mogelijkheden behoort. Hierdoor heeft niet alleen de te realiseren woning hier baat bij, maar ook reclamant als omwonende.

Dat de maatregel niet in verhouding staat tot de kosteneffectiviteit van het plan, is niet juist volgens reclamant, omdat de gehele omgeving hierbij baat heeft. Het gaat volgens reclamant niet alleen om de economische belangen, maar ook om een goed woon- en leefklimaat. e. Reclamant benoemt dat het enkele feit dat één van de twee baanvakken van de rails bestaat uit een houten dwarsligger in de toekomst mogelijk vervangen kan worden door betonnen dwarsliggers, hetgeen maximaal (afgerond) 1 dB reductie oplevert. Dat in een actieplan niet is gekozen voor het reeds toepassen van een ander type dwarsligger, is hierbij relevant. Het gaat volgens reclamant ook om een goed onderhoud en ter voorkoming van geluidsreductie. f. Reclamant is van mening dat bouwkundige maatregelen een reële mogelijkheid biedt ter reductie van geluid. Zeker nu het gaat om een overschrijding van de voorkeurswaarde van 2 dB. De gemeente had dit moeten afwegen. g. Er is volgens reclamant onvoldoende aangetoond dat de bouwkundige maatregelen niet mogelijk zijn. Hierdoor is het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en de motiveringsplicht. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in het besluit hogere waarde N.v.t. Toelichting van Burgemeester en Wethouders Een eventueel beroep over het aspect “geluid” zal volgens ons voor reclamant stranden op het relativiteitsvereiste.

Strikt genomen is dit voor het indienen van een zienswijze echter geen belemmering. Daarom behandelen wij de zienswijzen inhoudelijk hieronder.

Punt a. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt a. van zienswijze 1. Punt b. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt b. van zienswijze 1. Punt c. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt c. van zienswijze 1. Punt d. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt d. van zienswijze 1. Punt e. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt e. van zienswijze 1. Punt f. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt f. van zienswijze 1. Punt g. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van punt g. van zienswijze 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=531e39a6-75e4-4cc6-a81c-d4bec03955ea