CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3D Bijlagen bij toelichting BP Hazenakkerstraat 30 Oss - 2023.PDF

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 7 bestemmingsplannen, gebundelde procedure20.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omschrijving Bebouwing Verharding (globaal) Onverhard Totaal

Bestaand 100 m² 0 m² 495 m² 595 m²

Toekomstig 195 m² 130 m² 270 m² 595 m²

Met de realisatie van de nieuwe woningen, neemt het verhard oppervlak met ca. 225 m² toe.

1 Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater

1

De eenvoudige rekenregel uit de Algemene regel (Artikel 15 Afvoer hemelwater door verhard oppervlak), behorend bij de keuren van de drie Brabantse waterschappen, is alleen van toepassing indien een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m² en maximaal 10.000 m² aanwezig is. Nu dit niet het geval is, wordt door de gemeente Oss de eis gehanteerd om minimaal 25 mm van het aangesloten verhard (dak) oppervlak te bergen op eigen terrein (ongeacht het type verharding). De benodigde compensatie voor de verharding komt hierdoor op (325 m²x 10 mm) 8,13 m³. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning, activiteit bouwen, zal een definitieve systeemkeuze en berekening overlegd dienen te worden. Vooralsnog is een logisch keuze om in de voortuin een wadi met de omvang van ca. 30 m² aan te leggen. Met deze omvang dient de wadi een diepte van ten minste 27-30 cm nodig. Dit is binnen het projectgebied zonder problemen te realiseren. Op de volgende afbeelding is de locatie van de wadi geprojecteerd.

projectlocatie

Afbeelding 1: locatie wadi

Afvalwater In de openbare weg ten westen van het plangebied ligt het gemeentelijk rioolstelsel. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De nieuwe woning zal hierop aangesloten moeten worden middels nieuwe uitleggers. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning, activiteit bouwen dient de afvalwaterriolering en locatie van aansluiting op het gemeentelijk riool duidelijk aangegeven én aangevraagd te worden. Conclusie De waterhuishouding vormt geen belemmering voor het initiatief.

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023 pag 62 van 117 vastgesteld

Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

colofon

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

bron Kaft NLu

interne controle RdM

opgesteld door NLu

BRO projectleider JRi

opdrachtgever Particulier

projectnummer P05497

datum 25 april 2022

titel rapport Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

13 14

12

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

12

Aanbevelingen

9 9 9 10 10 10 10 11

8

6 6 6 7

Conclusie

maandag 25 april 2022

6

5

Toetsing soortenbescherming

4

Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

3

4 4 4

3

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

3

Inleiding

2

1

Inhoudsopgave

2

Inleiding

Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 12 april 2022 tussen 12.00 – 13.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 16°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidoostenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016.

Werkwijze quickscan flora en fauna

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

maandag 25 april 2022

1

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woning, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.

1

1 Inleiding

3

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Planbeschrijving

maandag 25 april 2022

De initiatiefnemer is voornemens om binnen het plangebied de bebouwing te slopen en een woning te realiseren. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Toekomstige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit de achtertuin / geitenweide van Hazenakkerstraat 30. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in een woonwijk ten zuiden van de kern van Oss. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door vrijstaande woningen met veel groen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

2 Planbeschrijving

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

4

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Figuur 9: Plangebied gezien vanaf oostkant

Figuur 7: Plangebied gezien vanaf Hazenakkerstraat

maandag 25 april 2022

Figuur 6: Schuur in noordoosten plangebied

Figuur 5: Detail schuur in noordoosten plangebied

Figuur 4: Plangebied gezien vanaf Hazenakkerstraat

Figuur 8: Detail geitenhok

2 Planbeschrijving

5

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Toetsing gebiedsbescherming

maandag 25 april 2022

Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven.

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Rijntakken”, bevindt zich op circa 12,3 kilometer afstand ten noordwesten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

Wettelijke gebiedsbescherming

3

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 399 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een woning betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten.

3 Toetsing gebiedsbescherming

redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Figuur 10: Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

6

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

maandag 25 april 2022

Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.

Toetsing beschermde houtopstanden

3 Toetsing gebiedsbescherming

7

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Toetsing soortenbescherming

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

maandag 25 april 2022

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

  

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

4

-

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort -

-

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

8

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Tabel 1

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

maandag 25 april 2022

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

Vogels

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

Op het terrein is geen geschikte bebouwing aanwezig. Er zijn geen geschikte invliegopeningen, dan wel locaties onder het dak aanwezig welke gebruikt kunnen worden als nestlocatie. Daarnaast zijn er tijdens de interne controle geen nesten in de schuren gevonden. Nagenoeg het gehele dakbeschot ontbreekt, waardoor er geen ruimten onder het dak aanwezig zijn om binnen te broeden. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.

4 Toetsing soortenbescherming

Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft

Grondgebonden zoogdieren

Het gebouw en de bomen bevatten geen geschikte doorgangen naar potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.

Toetsing

9

Het geitenhok bevat geen geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort. Alle gevels van het geitenhok bestaan uit hout en er zijn geen openingen naar achterliggende ruimten aanwezig. Er is geen dakbeschot aanwezig in het geitenhok, waardoor de schuur geen geschikte plekken onder het dak bevat die zouden kunnen dienen als verblijfplaats voor een gebouwbewonende vleermuissoort. De bomen binnen het plangebied bevatten geen holtes of loshangend schors welke door boombewonende vleermuizen gebruikt kan worden als verblijfplaats. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.

Vleermuizen

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

maandag 25 april 2022

Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, steenmarter, eekhoorn, das en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het relatief kale habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten in het geitenhok, in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor een steenmarter. Er zijn bij de interne controles tevens geen sporen van steenmarter aangetroffen. Binnen het plangebied ontbreekt tevens geschikt habitat voor eekhoorn, das en bever. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde knoflookpad, rugstreeppad, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Amfibieën

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Reptielen

zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

4 Toetsing soortenbescherming

10

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

Ongewervelde diersoorten

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Vissen

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

maandag 25 april 2022

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten vaatplanten. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.

Vaatplanten

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

4 Toetsing soortenbescherming

11

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Conclusie

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

maandag 25 april 2022

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:

5

Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nesten verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort.

Aanbevelingen

5 Conclusie

12

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Samenvatting

Ja

Nee

Nee

Nee

Amfibieën

Vissen

Ongewervelden

Vaatplanten

maandag 25 april 2022

Nee

Reptielen

Nee

Vliegroutes

Ja

Nee

Nee

Verblijfplaatsen

Foerageerhabitat

Nee

Ja

Jaarrond beschermd

Algemeen

Potentieel aanwezig

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

Broedvogels

Ca. 12,3 km Ca. 399 m

-

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden

Nee

Nee

Nee

Te voorkomen

Nee

Te voorkomen

Nee

Nee

Nee

Nee

Te voorkomen

Sprake van overtreding

Nee

Nee

Nee

Sprake van aantasting

-

-

-

Zorgplicht afdoende

-

Zorgplicht afdoende

-

-

-

-

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Vervolgtraject / maatregelen

Afstand tot gebied

Niet van toepassing

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Geen externe verstorende factoren

Bijzonderheden / opmerkingen

-

-

-

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

-

-

-

-

-

-

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Bijzonderheden / opmerkingen

-

-

-

Vervolgtraject

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Tabel 2

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Tabel 3

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

6

6 Samenvatting

13

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

maandag 25 april 2022

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.

Geraadpleegde bronnen Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

6 Samenvatting

14

Quickscan flora en fauna Hazenakkerstraat 30 te Oss

www.bro.nl | info@bro.nl

T +31 (0)77 373 06 01

5931 PK Tegelen

Industriestraat 94

Vestiging Venlo

T +31 (0)20 506 19 99

1018 TX Amsterdam

Rhijnspoorplein 38

Vestiging Amsterdam

T +31 (0)411 850 400

5282 WV Boxtel

Bosscheweg 107

Hoofdvestiging Boxtel

Hazenakkerstraat 30 Oss - 2023 pag 79 van 117 vastgesteld

Bijlage 4 Historisch bodemonderzoek

adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl

IBAN NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015 datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: i

HISTORISCH BODEMONDERZOEK (conform NEN5725)

Project: Hazenakkerstraat ong. te Oss

© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

- -.

Am1tec

ONDERZOEK voor

,

Opdrachtgever

: :

Hazenakkerstraat ong. 5343 EA Oss

Auteur

:

M.R.T. Hooghof

Gecontroleerd door

:

ing. J.M.A. Clemens

Omgevingsvergunning

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: ii

,

Bestemmingsp1anadv1es

,

Bodemorderzoek

tt Geluidadvies

,

Luchtonderzoek

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: iii

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ................................................................................................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

VOORONDERZOEK CONFORM NEN 5725 .................................................................................................. 3 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3

INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 VOORMALIG BODEMGEBRUIK ......................................................................................................................... 3 HUIDIG BODEMGEBRUIK ................................................................................................................................ 4 TOEKOMSTIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................................................ 6 BODEMOPBOUW / GEOHYDROLOGIE ................................................................................................................ 7 (FINANCIEEL) JURIDISCHE SITUATIE.............................................................................................................................................. 7

CONCLUSIES ............................................................................................................................................. 8 3.1 3.2

4

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 1 AANLEIDING................................................................................................................................................ 1 DOELSTELLING ............................................................................................................................................. 1 UITVOERING WERKZAAMHEDEN ...................................................................................................................... 1 LIGGING LOCATIE ......................................................................................................................................... 1 LUCHTFOTO ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................................................... 2

CONCLUSIES ................................................................................................................................................ 8 UITVOERING BODEMONDERZOEK ..................................................................................................................... 9

BETROUWBAARHEID VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................... 10

BIJLAGEN: 1. Locatie, ligging object 2. Situatietekening 3. Informatiebronnen / Literatuurlijst

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 1

1 INLEIDING 1.1 Algemeen Op verzoek van de opdrachtgever is, door milieuadviesbureau Amitec BV te Uden, een HISTORISCH BODEMONDERZOEK uitgevoerd ter plaatse van Hazenakkerstraat ong. te Oss. Onder verwijzing naar de verplichte functiescheiding tussen opdrachtgever en adviseur zoals bedoeld in de Kwalibo-regeling (zie http://www.vrom.nl/kwalibo), verklaren wij hierbij dat tussen Amitec BV en de opdrachtgever, geen sprake is van enige relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van de werkzaamheden van Amitec BV zou kunnen beïnvloeden.

1.2 Aanleiding Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van een nieuwe woning, waarvoor de gemeente Oss inzicht in de verwachte bodemkwaliteit wenst.

1.3 Doelstelling Doel van het bodemonderzoek is het onderzoek is het, nagaan of de aanwezige bodemkwaliteit geschikt is voor het huidig of toekomstig gebruik van de bodem. Als uitgangspunt geldt dat een, eventuele, aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

1.4 Uitvoering werkzaamheden Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 57251, zoals uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut te Delft. Het interview met de opdrachtgever heeft op 23 april 2021 plaatsgevonden en een terreininspectie heeft op 25 april 2022 plaatsgevonden. In dit rapport wordt verslag gedaan van de verrichtte werkzaamheden en worden de resultaten van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd.

1.5 Ligging locatie Het perceel staat kadastraal bekend als: Gemeente : Oss Sectie : C Nummer(s) : 7057 RD-coördinaten : 164807,417972 De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hazenakkerstraat, binnen de bebouwde kom van Oss. Het perceel beslaat een totale oppervlakte van ca. 595 m2, waarvan ca. 100 m2 bebouwd is.

1

Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN, oktober 2017)

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 2

Op de onderzoekslocatie zijn klinkers en tegels als verharding aanwezig. De ligging van de locatie is weergegeven op bijlage 1. In bijlage 2 is een situatietekening toegevoegd.

1.6 Luchtfoto onderzoekslocatie

onderzoekslocatie

(bron: PDOK)

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 3

2 VOORONDERZOEK CONFORM NEN 5725 2.1 Inleiding Het vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspectie) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op het perceel hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de verrichte werkzaamheden en wordt de ingewonnen informatie van het uitgevoerde vooronderzoek gepresenteerd. Voor de geraadpleegde bronnen zie bijlage 3.

2.2 Voormalig bodemgebruik Tot de jaren 30 was de onderzoekslocatie in gebruik als onbebouwd terrein, met een agrarische bestemming.

Topografische kaart uit 1905

(bron: Kadaster)

In 1930 wordt ten noorden van de onderzoekslocatie een boerderij opgericht. Ten behoeve van de bedrijfsvoering wordt er een schuur/stal op de onderzoekslocatie opgericht.

Topografische kaart uit 1930

(bron: Kadaster)

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 4

Met de uitbreiding van Oss en medio jaren ’70. worden met de ontwikkeling van de wijk ‘Witte Hoef’, westelijk van de onderzoekslocatie, woningen opgericht. Medio jaren ’80 worden er zuidelijk van de onderzoekslocatie, langs de Cesar Francklaan, woningen gebouwd.

Topografische kaart uit 1995

(bron: Kadaster)

Eind jaren ’90 wordt de bedrijfsactiviteiten van de boerderij beëindigd en veranderd de bestemming van de onderzoeklocatie in ‘wonen’ en wordt de onderzoekslocatie gebruikt als siertuin. Medio december 2021 is de onderzoekslocatie, in het kader van de voorgenomen ontwikkeling gesplitst van het perceel aan de Hazenakkerstraat 30. Bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een omgevingsrapportage van de onderzoekslocatie opgevraagd. Tevens zijn bij het bodemloket, de provincie Noord-Brabant, het Brabants Historisch Informatie Centrum en bij de opdrachtgever informatie over de onderzoekslocatie opgevraagd. Hierbij zijn de volgende gegevens naar voren gekomen. Hazenakkerstraat 30 Bodemonderzoek  Op 1 september 1996 is door Van Schaijk Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek, conform NVN5740, op de locatie uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerde in het kader van voorgenomen bestemmingsplan wijziging van het perceel. Conclusie: In zowel de onderzochte boven- als ondergrond zijn geen overschrijdingen van de geanalyseerde parameters aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht. Geconcludeerd wordt dat de bodemkwaliteit geen belemmering hoeft te vormen voor de geplande bestemming.

Op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving zijn geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig.

2.3 Huidig bodemgebruik De onderzoeklocatie is in de woonwijk ‘Witte Hoef’, binnen de bebouwde kom van Oss gelegen. Westelijk van de onderzoekslocatie is de Hazenakkerstraat gelegen. Ten noorden, oosten en zuiden zijn woonhuizen gelegen. Ten westen van de onderzoekslocatie is een park gelegen. De onderzoekslocatie is in gebruik als siertuin en dierenweide. De voormalige schuur wordt gebruikt als opslagruimte voor het woonhuis aan de Hazenakkerstraat 30.

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 5

foto 1: onderzoekslocatie

Tijdens de terreininspectie van de onderzoekslocatie zijn geen bouwwerken aangetroffen, waarop asbestverdachte golfplaten liggen.

foto 2: onderzoekslocatie

Uit het interview met de opdrachtgever blijkt dat de er in het verleden op het perceel geen grondroerende werkzaamheden zoals slootdempingen, ophogingen met puin /grond hebben plaatsgevonden. Bij de gemeente Oss zijn gegevens over niet gesprongen munitie en archeologische verwachtingswaarden (zie onderstaande afbeelding) van op en rondom de onderzoekslocatie opgevraagd.

(bron: gemeente Oss)

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 6

Naar aanleiding van de gevonden informatie zijn de verwachtingswaarden van de onderstaande parameters opgesteld: Tabel 3: verwachtingswaarden aantreffen asbestresten, archeologische waarden en niet gesprongen explosieven

verwachtingswaarde aantreffen van:

Laag

asbestresten in gebouwen en/of grond archeologische waarden niet gesprongen explosieven

Gemiddeld

Hoog

x x x

Nota Bodembeheer Oss Op 8 februari 2018 heeft de gemeente Oss in de ‘Nota Bodembeheer Oss’ aanvullend beleid ten aanzien van het voorkomen van OCB’s vastgesteld. Uit de onderstaande afbeelding kan worden opgemaakt dat de onderzoekslocatie in ‘zone A’ is gelegen.

(bron: gemeente Oss)

2.4 Toekomstig bodemgebruik De aanleiding van dit onderzoek is de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op het perceel, hiermee zal de bestemming (bouwrecht) worden gewijzigd.

(bron: ruimtelijkeplannen.nl)

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 7

2.5 Bodemopbouw / Geohydrologie De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw zijn ontleend aan de bodemkaart van Nederland, afkomstig van TNO, Geologische Dienst Nederland. Tabel 4: bodemopbouw

Dikte (in meters) Ca. 10 m

Samenstelling Formatie van Boxtel: Lichtgeel tot donkerbruin zeer tot matig fijn zand (105-300 µm), siltig. Grijsbruine tot donkergrijze leem, zandig. Dunne veen- en gyttjalagen, veelal zandig, deels detritisch.

Geohydrologische eenheid Deklaag

Ca. 10 m

Formaties van Beegden: Matig tot uiterst grof zand (210-2000 µm), grindhoudend, overwegend kalkloos. Groengrijs tot blauwgrijs grind, fijn tot zeer grof (2-63 mm), zandig, overwegend kalkloos.

Eerste watervoerende pakket

Ca. 30 m

Formaties van Waalre: Grijs to grijswit uiterst fijn tot uiterst grof zand (63-2000 µm), glimmerhoudend, deels bont met rode korrels in grove fractie, plaatselijk sterk grindig.

De regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is volgens de grondwaterkaart (TNO/DGV) overwegend zuidoostelijk gericht. De verwachting is dat het freatisch grondwater zich op een diepte tussen 1,00 – 1,50 m-mv bevindt.

(bron: grondwatertools) In het onderzoeksgebied komt geen brak/zout freatisch grondwater voor en bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig.

2.6 (financieel) juridische situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hazenakkerstraat, buiten de bebouwde kom van Oss. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie C, nummer 7057. Uit gegevens van het kadaster blijkt dat de opdrachtgever als eigenaar van het perceel geregistreerd staat. Uit informatie van de omgevingsdienst en de opdrachtgever blijkt dat er in het verleden geen bodemrelevante calamiteiten hebben plaatsgevonden.

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 8

3 CONCLUSIES Op verzoek van de opdrachtgever is, door milieuadviesbureau Amitec BV te Uden, een HISTORISCH BODEMONDERZOEK uitgevoerd ter plaatse van Hazenakkerstraat ong. te Oss. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen realisatie van een nieuwe woning, waarvoor de gemeente Oss inzicht in de verwachte bodemkwaliteit wenst.

3.1 Conclusies De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hazenakkerstraat, binnen de bebouwde kom van Oss. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie C, nummer 7057 en beslaat een totale oppervlakte van ca. 595 m2, waarvan ca. 100 m2 bebouwd is. Tot de jaren ‘30 was de onderzoekslocatie in gebruik als onbebouwd terrein, met een agrarische bestemming. In 1930 wordt ter plaatse van de Hazenakkerstraat 30 een boerderij opgericht. Ten behoeve van de bedrijfsvoering wordt er een schuur/stal op de onderzoekslocatie opgericht. Met de uitbreiding van Oss vanaf de jaren ’70, worden met de ontwikkeling van de wijk ‘Witte Hoef’ rondom de onderzoekslocatie woningen opgericht. Eind jaren ’90 wordt de bedrijfsactiviteiten van de boerderij beëindigd en veranderd de bestemming van de onderzoeklocatie in ‘wonen’ en wordt de onderzoekslocatie gebruikt als siertuin /dierenweide. Medio december 2021 is de onderzoekslocatie, in het kader van de voorgenomen ontwikkeling gesplitst van het perceel aan de Hazenakkerstraat 30. In september 1996 is een verkennend bodemonderzoek in het kader van voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het perceel uitgevoerd. In zowel de onderzochte boven- als ondergrond zijn geen overschrijdingen van de geanalyseerde parameters aangetroffen. Het grondwater is tijdens dit onderzoek niet onderzocht.

Tijdens het historisch onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden welke erop duiden dat er op de onderzoekslocatie een ‘potentiële verdachte locatie’ aanwezig is. Uit het interview met de opdrachtgever blijkt dat de er in het verleden op het perceel geen grondroerende werkzaamheden zoals slootdempingen, ophogingen met puin /grond hebben plaatsgevonden. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er in het verleden met bestrijdingsmiddelen verontreinigd slib op de onderzoekslocatie is toegepast. Er zijn op onderzoekslocatie of in de directe omgeving zijn geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig. Tijdens de locatie inspectie zijn geen bouwwerken aangetroffen, waarop asbestverdachte golfplaten liggen. Het erf van een boerderij dient, formeel, als een ‘verdachte locatie’ te worden beschouwd, omdat daar in verleden (agrarische-) bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Door het intensiever gebruik van de bodem in het verleden bestaat een kans van de aanwezigheid van een bodemverontreiniging, zoals bestrijdingsmiddelen, als gevolg van deze activiteiten. Derhalve dient in het kader van de voorgenomen functiewijziging met een bodemonderzoek aangetoond worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige situatie.

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 9

Grondwater In provincie Noord-Brabant komen van nature verhoogde achtergrondwaarden in het freatisch grondwater voor. Het betreft verhogingen van zware metalen. Deze kunnen per regio en in de tijd sterk fluctueren. Dit wordt veroorzaakt door de combinatie van de Peelrandbreuk en de agrarische activiteiten binnen de regio.

3.2 Uitvoering bodemonderzoek Ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Het bodemonderzoek zal worden uitgevoerd nadat de sloopwerkzaamheden op het perceel zijn afgerond. Het bodemonderzoek richt zicht op het perceeldeel wat zal worden gebruikt voor de functie ‘wonen’. Dit perceeldeel dient als een verdachte locatie te worden beschouwd en te worden onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Hierbij dient de bovengrond aanvullend te worden onderzocht op het voorkomen van OCB’s (bestrijdingsmiddelen). Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan worden aangetoond of de bodemkwaliteit voldoet aan de beoogde functie (wonen), danwel er aanvullende activiteiten moeten worden uitgevoerd om te kunnen voldoen aan de beoogde functie.

datum: 27 september 2022 kenmerk: 21.713-NEN.01a pagina: 10

4 BETROUWBAARHEID VAN HET ONDERZOEK Volgens het algemeen gebruikelijke inzichten en methoden is het in dit rapport beschreven onderzoek op zorgvuldige wijze verricht. Amitec BV streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Hoewel het bodemonderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde gegevens. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekmonsters, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten. Amitec BV is voor de hieruit voortvloeiende schade of gevolgen, van welke aard dan ook, niet aansprakelijk. Het uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit kan ook Plaatsvinden na uitvoering van dit onderzoek (bijv. bouwrijp maken/aanvoer grond van elders). Er dient meer voorzichtigheid/reserves te worden betracht bij het hanteren van de onderzoeksresultaten, naarmate er een langere tijd verlopen is na uitvoering van het onderzoek. Amitec BV is een gerenommeerd adviesbureau met een kwaliteitssysteem conform ISO 9001:2015.

- -.

datum: 27 september 2022 kenmerk:: 21.713-NEN.01a Bijlage - 1 -

Am1tec

BIJLAGE 1 Locatie, ligging object

tt Omgevingsvergunning

tt Bestemm1ngsplanadv1es

tt Bodemorderzoek

tt Geluidadvies

tt LJchtonderzoek

= Ligging locatie

- -.

datum: 27 september 2022 kenmerk:: 21.713-NEN.01a Bijlage - 2 -

Am1tec BIJLAGE 2 Situatietekening

tt Omgevingsvergunning

tt Bestemm1ngsplanadv1es

tt Bodemorderzoek

tt Geluidadvies

tt LJchtonderzoek

22.713 Bijlage 2: Stuatietekening

Hobostraat 1E • 5 4 0 2 C B • Uden T. 0 4 1 3 - 2 6 9 0 9 1 • F. 0 4 1 3 - 2 5 2 5 1 3 info@amitec.nl • www.amitec.nl Amitec bv is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d9a283fd-c0ac-46de-94ce-ea6e8951a497