CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3C Bijlagen Binnenstraat ongenummerd in Herpen.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 januari 2022, gemeente OssBij agendapunt: BI Gebundelde procedure ontwerpbestemmingsplannen Binnenstraat ong. Herpen-2022, Polderstraat 12 Macharen 2022, Wilgenstraat 8 Geffen 2022, Berghemseweg 7 Herpen 202219.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens

3.3.1

Lithologie en geologie

Onder een antropogeen dek van matig siltig zeer fijn en vaak goed gesorteerd en goed afgerond zand van ca. 70 à 100 cm is (mogelijk) natuurlijke sediment aangetroffen. In het noorden (boringen 1, 3 en 4) kwam daaronder een egaal (donker)grijs humeus pakket zand voor tot 165, 175 of meer dan 180 cm-mv. Daaronder is bij boringen 3 en 4 een dun laagje matig grof zand aangetroffen dat als rivierafzettingen van de Maas is geïnterpreteerd (Formatie van Beegden). Bij boring 1 was het sediment te nat om nog naar boven te halen. Het humeuze pakket is geïnterpreteerd als een opvulling van een waterloop. Dit zou een vergelijkbare waterloop kunnen zijn als de fossiele kreekloop

KSP Archeologie

23

van Ball & Jansen (2002) of de door Jan van Erp waargenomen voormalige Maaslopen in de Rogstraat. De zandige afzettingen van de deze waterlopen zijn veelal matig fijn qua textuur. In boring 3 is tevens een veenlaagje aangetroffen, wat ook aansluit bij Ball & Jansen (2002). In de drie meer zuidelijke gelegen boringen (boringen 2, 5 en 6) is goed gesorteerd, matig afgerond zwak siltig zeer fijn zand aanwezig vanaf respectievelijk 130, 130 en 100 cm-mv. Dit is geïnterpreteerd als dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel).

3.3.2

Bodem

Het antropogene dek bestaat uit een egaal donker(grijs)bruin humeus pakket van 40 à 70 cm, daaronder komt veelal een gerommeld pakket voor, veelal tot ca. 90 cm-mv. (Figuur 10). Deze grondroering sluit goed aan bij de melding van de eigenaar dat de moestuin met een graafmachine is omgewerkt tot 80 cm-mv. De geroerde laag is een menglaag van humeus zand met lichter zand. Op basis van de losse pakking in boring 4 zou dit stuifzand geweest kunnen zijn. Het kan ook een andere ophoging zijn geweest.

Figuur 10: Profielputje bij boring 2

Onder de geroerde laag komt een dik pakket grijze humeus zand (en veen) voor in boringen 1, 3 en 4, dat als een vulling van een waterloop is geïnterpreteerd. In de andere boringen is een lichtgrijze laag zand waargenomen met daaronder een donkergrijze humeuze laag zand met rond 100 à 130 cm-mv het gele dekzand. In boring 5 was boven de lichtgrijze laag ook een donker(bruin)grijze laag aanwezig (Figuur 11). Dit kleurverloop past enigszins bij een kleurverloop van een podzolbodem. De donkerbruingrijze laag in boring 5 zou dan de oorspronkelijke bouwvoor (Ab) kunnen zijn geweest, de lichtgrijze laag de uitspoelingshorizont (E-horizont) en de daaronder gelegen donkergrijze laag de B-horizont. Veelal is de B-horizont echter bruiner van kleur. Verder is het afwijkend dat de E-horizont een slag grover qua materiaal is dan de boven- en onderliggende lagen.

KSP Archeologie

24

Het is niet uit te sluiten dat de gelaagde licht en donkergrijze lagen een zone vormen waar een soort ‘oeverafzetting’ is afgezet naast de geul.

Figuur 11: Boring 5 v.r.n.l. (0-50, 50-100, 100-150 en 150-180 cm-mv)

3.4

Archeologische indicatoren

Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Het booronderzoek had overigens een verkennend karakter. De afwezigheid van archeologische indicatoren zegt dan ook niets over de kans dat een vindplaats binnen het plangebied aanwezig is. 3.5

Toetsing van de archeologische verwachting

In het plangebied is zoals verwacht een humeus dek aangetroffen. Daaronder werd een podzolbodem verwacht, maar deze is niet of niet overal in het plangebied aanwezig. In het zuiden van het plangebied is mogelijk een podzolbodem aanwezig. In het noorden lijkt een opvulling van een geul aanwezig te zijn, mogelijk is dit een opgevulde geul van de vlechtende Maas uit het Pleistoceen. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. In het zuiden is een gelaagdheid aanwezig die enigszins past bij een podzolbodem. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum was gebaseerd op de mogelijke nabije ligging van een waterloop. Op basis van het bureauonderzoek ligt een deel van het plangebied op de rand van de waterloop. De middelhoge verwachting kan daar verhoogd worden naar een hoge verwachting. In de meeste boringen is de vermoedelijke oorspronkelijke bouwvoor verdwenen. De top van de mogelijke podzolbodem is waargenomen vanaf 70 à 80 cm-mv.

KSP Archeologie

25

Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. Als de bodemopbouw in het zuiden inderdaad een podzolbodem is dan is het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont intact aangetroffen en blijft de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen voor het plangebied gehandhaafd in het zuiden. Op basis van de boorresultaten kunnen de archeologische resten uit de periode Neolithicum tot en met Volle Middeleeuwen vanaf 1,0 m (maar veelal 1,3 m) beneden maaiveld worden aangetroffen. Bovenstaande verwachting geldt met name voor het zuiden van het plangebied. In het noorden van het plangebied is de kans op resten van nederzettingen klein. Hier kunnen in de geulopvulling echter wel vondsten aangetroffen worden. De top van de geulopvulling is waargenomen vanaf 80 à 100 cm-mv. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage 4 verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen, zowel voor resten van een kasteelterrein als huisplaatsen.

De antropogene lagen bevatten geen baksteenpuin of andere resten die de verwachting zouden verhogen.

4 Bij toetsing heeft de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat de gemeente de verwachting op kasteelresten als laag tot middelhoog

inschat.

KSP Archeologie

26

4

Conclusie en advies

4.1

Conclusie

Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een dekzandwelving en de mogelijk nabije ligging van een Laat-Glaciale beekloop heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum. Door de ligging in een zone met dekzandwelvingen heeft het plangebied een hoge verwachting voor nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen. In de Volle Middeleeuwen heeft tot ca. 1360 in Herpen een kasteel gestaan. Rondom het plangebied zijn meldingen van dit kasteel bekend, maar op basis van recente waarnemingen van de archeologische werkgroep en een getuige van de opgraving van een deel van het kasteel lijkt het kasteelterrein ten zuidwesten van het plangebied gelegen te hebben. Op basis van historisch kaartmateriaal lijkt de kans klein dat in het plangebied een huisplaats uit de Nieuwe tijd aanwezig is geweest door de ligging buiten de dorpskern. Ook archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog worden niet verwacht. Er zijn een aanwijzingen voor diepe verstoringen in het plangebied. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase.

Uit het booronderzoek is gebleken dat er zoals verwacht een humeus dek aanwezig is. Daaronder werd een podzolbodem verwacht, maar deze is niet of niet overal in het plangebied aanwezig. In het zuiden van het plangebied is mogelijk een podzolbodem aanwezig. In het noorden lijkt een opvulling van een geul aanwezig te zijn, mogelijk is dit een opgevulde geul van de vlechtende Maas uit het Pleistoceen. In het bureauonderzoek was een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen opgesteld, omdat er mogelijk een waterloop in de omgeving was gelegen. De waterloop is bevestigd waardoor de verwachting voor een vuursteenvindplaats in het zuiden van het plangebied verhoogd kan worden naar een hoge verwachting. De top van de mogelijke podzolbodem is waargenomen vanaf 70 cm-mv. In het noorden is een ca. 1 m dikke geulopvulling aanwezig vanaf 80 cm -mv. In de vulling kan vondstmateriaal voorkomen. Resten uit de steentijd worden aan de onderzijde verwacht van deze geulopvulling. In het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor nederzettingen vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen. In het zuiden van het plangebied kan deze verwachting worden behouden. De sporen worden in de top van het dekzand verwacht, vanaf 100 cm-mv. Ook in de top van de geulvulling het noorden van het plangebied kunnen vondsten uit deze periode worden aangetroffen (vanaf 80 cm-mv).

De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage5 verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen •

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

Uit het booronderzoek is gebleken dat er zoals verwacht een humeus dek aanwezig is. Daaronder werd een podzolbodem verwacht, maar deze is niet of niet overal in het plangebied aanwezig. In het zuiden van het plangebied is mogelijk een podzolbodem aanwezig. In het noorden lijkt een opvulling van een geul aanwezig te zijn, mogelijk is dit een opgevulde geul van de vlechtende Maas uit het Pleistoceen.

5 Bij toetsing heeft de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat de gemeente de verwachting op kasteelresten als laag tot middelhoog

inschat.

KSP Archeologie

27

•

Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd?

In het bureauonderzoek was een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen opgesteld, omdat er mogelijk een waterloop in de omgeving was gelegen. De waterloop is bevestigd waardoor de verwachting voor een vuursteenvindplaats in het zuiden van het plangebied verhoogd kan worden naar een hoge verwachting. De top van de podzolbodem is waargenomen vanaf 70 cm-mv. In het noorden is een ca. 1 m dikke geulopvulling aanwezig vanaf 80 cm -mv. In de vulling kan vondstmateriaal voorkomen. Resten uit de steentijd worden aan de onderzijde verwacht van deze geulopvulling. In het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor nederzettingen vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen. In het zuiden van het plangebied kan deze verwachting worden behouden. De sporen worden in de top van het dekzand verwacht, vanaf 100 cm-mv. Ook in de top van de geulvulling het noorden van het plangebied kunnen vondsten uit deze periode worden aangetroffen (vanaf 80 cm-mv). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting 6 voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. •

In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

Aangezien de kans dat een vindplaats binnen het plangebied aanwezig is hoog wordt ingeschat, vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden mogelijk een bedreiging voor het archeologische bodemarchief. Of eventuele archeologische resten bedreigd worden is afhankelijk van de bouwwijze en diepte van de graafwerkzaamheden. 4.3

Selectieadvies

Op basis van de intactheid van de bodem in het plangebied kan een archeologische vindplaats aanwezig zijn. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 70 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk. De bovengrond is echter geroerd, KSP Archeologie adviseert daarom om de huidige archeologische dubbelbestemming te behouden, maar werkzaamheden tot 70 cm -mv i.p.v. 30 cm-mv toe te staan. Gezien de diepe ligging van de potentiële archeologische niveaus zal de aanleg van een tuin en ondiep gefundeerde bijgebouwen geen bedreiging vormen voor eventuele archeologische resten. Gezien het voorkomen van relatief dikke humeuze afzettingen en het ondiep voorkomen van grondwater is het niet uitgesloten dat de nieuwe woningen op palen moet worden gefundeerd. Een dicht palengrid zal een eventuele archeologisch vindplaats aantasten of eventueel toekomstig onderzoek bemoeilijken. Als echter tussen de palenrijen een afstand van ca. 4 m wordt aangehouden adviseert KSP Archeologie op basis van Handreiking Archeologievriendelijk bouwen (Roorda e.a. 2016) geen vervolgonderzoek.

Indien grondroeringen dieper dan 70 cm nodig zijn over een oppervlak meer dan 100 m² of palenrijen met minder dan 4 m afstand nodig zijn adviseert KSP Archeologie vanwege de beperkte omvang van de ingrepen en het hoge grondwater een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving ter hoogte van het bouwblok. Gezien het ondiepe voorkomen van grondwater is de kans groot dat er een vorm van bemaling nodig zal zijn om een archeologisch vlak aan te leggen. Het is dan gezien de beperkte omvang van de bodemingreep niet kosteneffectief om eerst een proefsleuvenonderzoek uit te voeren en later een opgraving.

6 Bij toetsing heeft de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat de gemeente de verwachting op kasteelresten als laag tot middelhoog

inschat.

KSP Archeologie

28

Als de palenfundering op een archeologievriendelijke wijze wordt ingestoken, conform Roorda e.a. (2016), zou de opgraving als archeologische begeleiding uitgevoerd kunnen worden. Voor dit gravende onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. Als alternatief zou nog een karterend booronderzoek uitgevoerd kunnen worden om op deze wijze de aanwezigheid van een vindplaats in te schatten. De gemeente heeft echter bij eerdere projecten aangegeven dat vondststrooiingen van vindplaatsen in de gemeente een dermate lage vondstdichtheid / hoge fragmentatiegraad kennen dat deze enkel met gravend onderzoek opgespoord kunnen worden. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zijn inmiddels beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oss), die binnenkort een selectiebesluit zal nemen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.

Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

KSP Archeologie

29

Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Ball. E.A.G / Jansen R. (2002). Van steentijd tot middeleeuwen: archeologisch onderzoek rond een fossiele beekloop te Herpen-Wilgendaal, Archol-rapport 11 Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Berkmortel, B.J.H.M. (2010). Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Kruisstraat 2 te Herpen, Synthegra rapport S100187 (2012). Inventariserend Veldonderzoek, booronderzoek, Broekstraat 18 te Herpen, Synthegra rapport S100204

Berkmortel,

B.J.H.M.

&

Koeman

S.M.

verkennend

Botman, A./A, S. van der/Moor J. de (2009). Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Oss. ADC Heritage rapport H030 Brandhoff W. van den (2016). Vooronderzoek Gemeente Oss & Voormalige gemeente Maasdonk , AVG Explosieven Opsporing Nederland-rapport 1562043-VO-01 Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Goddijn, M.A (2012). Actualisatie Archeologiebeleid gemeente Oss, Een herziene archeologische beleidsadvieskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss. Archol-rapport 183 Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Noord-Brabant. Bureau Lantschap. Linde, C.M. van der (2008). Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen in plangebied Wilgendaal te Herpen, Archol-rapport 106 Linde, C.M. van der & Zon, M. van (2014) Middeleeuwse bewoning en kleiwinning aan de Sint Sebastianusstraat. Een opgraving in Herpen. Archol-rapport 193 Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.

Nederlands

NL, Classificatie van onverharde

Nillesen, R. (2010). Bureauonderzoek, Kruisstraat 2 te Herpen, Synthegra rapport S100082. Putten, M.J. van (2009). Gemeente Oss, plangebied percelen G887 en G888 achter Molenstraat 31 te Herpen. Bureauonderzoek. BAAC-rapport V-09.0324 Roorda, I./Stöver J. met bijdragen van R. Kroes (2016): Handreiking Archeologievriendelijk bouwen, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

KSP Archeologie

30

Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Winter, J. de (2011). Herpen Waterstraat/Sint Sebastianusstraat Inventariserend veldonderzoek door

middel van proefsleuven. BAAC-rapport A-10.0013

Wijk, I.M van & Beek, R van (2004). Aanvullend archeologisch onderzoek in Herpen-Buitenstraat, gemeente Oss, Archol-rapport 30 Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/ahn3/extract/ Archeologische Monumenten Kaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond december 2019). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/v1_0/bro-bodemkaart.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen.

Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336.

Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331. Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via https://www.grondwatertools.nl/geologische-overzichtskaart. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten.

KSP Archeologie

31

Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond maart 2020). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/brogmm/atom/v1_0/index.xmlLegenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB via WMTS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/rgb/wmts?request=GetCapabilities&service=wmt s Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Rijksmonumenten (2019): Geraadpleegd via openbaar/wfs

WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/

Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl Websites Geologische eenheden (formaties): www.dinoloket.nl/nomenclator

KSP Archeologie

32

Bijlage 1

KSP Archeologie

Geomorfologische kaart

Bijlage 2

KSP Archeologie

Bodemkaart

Bijlage 3

KSP Archeologie

Archeologische gegevens

Bijlage 4

KSP Archeologie

Boorpuntenkaart

KSP Archeologie

Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Boring

: 20818

Project

: Herpen Binnenstraat BO+IVO-V

1

172721

420428

7,30

Datum

: 24-09-2020

2

172728

420421

7,42

Beschrijver

: Erwin van der Klooster

3

172732

420431

7,16

Type grond

: Zandgrond

4

172739

420427

7,22

Boordiameter

5

172736

420421

7,31

Bijzonderheden

: 7 cm : Grondwater rond 80 à 110 cm, eigenaar melde omwoelen tot ca. 80 cm

6

172727

420409

7,25

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

1

60

Z2s2

h2

dbr

Aap

90

Z3s2

h1

dbr/gr

A/C

180

Z4s2

h1

gr

Cr

geroerd matig afgerond (ma); waterloop?

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

2

30

Z2s2g2

h2

dbr

wortels3

Aa1

putje tot 1 m-mv

58

Z2s2

h2

dbr

Aap

88

Z2s2

h1

dbr/ge

A/C

110

Z3s1

130

Z3s1

150

Z3s1

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

3

60

Z2s2

h2

dbr

70

Z2s2

brge

80

Z2s2

grge

140

Z2s3

165

Vk1

dgrbr

170

Z4s1

ge

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

4

40

Z2s2

h2

brgr

100

Z2s1

175

Z3s1

180

Z4s1

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

5

70

Z2s2

h2

brgr

Aap

80

Z2s2

brgr/gr

A/C

95

Z2s3

dbrgr

X of Ab?

110

Z4s1

lgr

X of E?

130

Z2s2

dgr

X of Bh?

ma, verspoeling of podzol ma, verspoeling of podzol ma, verspoeling of podzol

180

Z2s2

ge

3C

ma dekzand

Boring

Diepte in cm

Textuur

6

10

Z3s1

40

Z2s2

60

Z2s2

70

Z2s2

90

Z3s2

100

Z2s2

160

Z2s2

dgr

Z of Br?

ma, verspoeling of podzol ma, verspoeling of podzol

ge

3Cr

ma dekzand

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

bst1

Aap

lgr h1

h2

h2

h3

h2

X (m RD)

Y (m RD) Z (m+NAP) via AHN3

Projectnummer

gele banen in boor

X of E?

X

opgebracht, ga

Xg

opgebracht, ga

Cr

humeuze laag, ma

Cr

Veen

2C

Beegden

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

wortels3

Ap

fe2

dgr geen plantenresten

br/ge

1Cx

zeer los

dgr

Cr

waterloop?

ge

2C

Beegden

Horizont

Opmerkingen

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

ge

X

bouwzand

h3

dbr

Aa

h2

br/gr

Ax

licht verrommeld

h1

gr/br

A/C

lgr

X of E?

dgr

X of Bh?

sterk verommeld ma, verspoeling of podzol ma, verspoeling of podzol

ge

3C

ma dekzand

Humus

h2

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Pagina 1 van 1

Vondsten

Vondsten

Vondsten

Vondsten

Vondsten

Vondsten

KSP Archeologie

Bijlage 6

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.

KSP Archeologie

KSP Archeologie

Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

KSP Archeologie

Bijlage 3

- Bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

Project BST.314220

Oktober 2020 Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

Opdrachtgever Contactpersoon

: Mw. N. van de Goor : Zie opdrachtgever

Projectnummer Rapportagedatum

: BST.314220 : 06-10-2020

Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd onder de ‘Algemene voorwaarden Van Oort Bodemonderzoek BV’ die ter inzage liggen op het kantoor aan de Zoggelsestraat 15a te Heesch en de Kamer van Koophandel te ’s-Hertogenbosch. Van Oort Bodemonderzoek BV is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 (EC-SIK-20257) en beschikt over een kwalibo-erkenning (mem-27581-04212).

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

1

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

Project BST.314220

Inhoudsopgave

Blz

1.

Inleiding

3

2.

Vooronderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Onderzoeksvragen 2.3 Afbakening en locatiegegevens 2.4 Terreingebruik onderzoekslocatie 2.5 Voorgaande onderzoeken en saneringen 2.6 Omgeving locatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie

4 4 4 5 6 7 7 8

3.

Hypothese en onderzoeksopzet

9

4.

Uitgevoerd onderzoek 4.1 Veldonderzoek 4.2 Laboratoriumonderzoek

10 10 11

5.

Resultaten veldonderzoek

12

6.

Resultaten laboratoriumonderzoek 6.1 Algemeen bodembeleid en toetsingskader 6.2 Toetsing analyseresultaten

13 13 14

7.

Conclusies 7.1 Grond 7.2 Grondwater 7.3 Hypothese

15 15 15 15

8.

Samenvatting en advies

16

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Kadastrale kaart Informatie vooronderzoek Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten laboratorium

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

2

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

1.

Project BST.314220

Inleiding

In opdracht van mevrouw N. van de Goor is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Binnenstraat (ong) te Herpen. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Ravenstein, sectie I, nummers 458 en 459. Het betreft een inbreidingslocatie. Aanleiding tot het bodemonderzoek is het wijzigen van de bestemming en de nieuwbouw van een tweetal woningen. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. De uitvoering van het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de NEN 5740 (Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoekOnderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009). In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde; het vooronderzoek, de onderzoeksopzet, het uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek, de onderzoeksresultaten, de conclusies en een samenvatting met advies. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring zoals bedoeld in het kader van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit. Er is in dat verband ook geen onderzoek gedaan naar PFAS. Bij eventueel vrijkomende grond zijn de resultaten van het onderzoek wel geschikt om een inschatting te maken van de toepassingsmogelijkheden.

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. Van Oort Bodemonderzoek BV is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever.

Betrouwbaarheid en aansprakelijkheid Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van grond en grondwater. Deze in wet- en regelgeving vastgestelde benadering maakt het onmogelijk om op basis van de resultaten van een onderzoek garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie te geven. Aan de hand van een bodemonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van een later aan te treffen bodemverontreiniging tot een minimum beperkt. Van Oort Bodemonderzoek BV accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die opdrachtgever of derden nemen naar aanleiding van het uitgevoerd onderzoek. Een vooronderzoek is sterk afhankelijk van de bronnen en (historische) gegevens die aangeleverd worden. Van Oort Bodemonderzoek BV kan niet instaan voor de volledigheid van de ontvangen informatie en gegevens van derden.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

3

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

2.

Vooronderzoek

2.1.

Algemeen, aanleiding en doel

Project BST.314220

Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (BodemLandbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie.

2.2.

Onderzoeksvragen

De aanleiding voor het vooronderzoek is in dit geval het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek. Hieronder staan de onderzoeksvragen opgesomd zoals geformuleerd in de NEN 5725. Dit met een verwijzing naar de paragraaf of hoofdstuk waarin deze gemotiveerd wordt beantwoord. • • • •

• • • •

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (2.3) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze en waar liggen ze? (2.4) Is de bodem asbestverdacht? Zo ja, wat zijn de mogelijke bronnen en verdachte terreindelen? (2.4) Heeft er in het verleden bodemonderzoek plaatsgevonden? Zo ja, welke en wat zijn de resultaten. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Zo ja, waar bevindt deze zich? (2.5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke en waar bevinden deze zich? (2.6) Is er sprake van een bodemkwaliteitskaart? Zo ja, welke kwaliteitsklasse is voor de locatie toegekend en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? (2.6) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? (2.7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht? Motiveer het antwoord (H3)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

4

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

Project BST.314220

Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Kadaster - Informatie opdrachtgever en eigenaar - Landelijk bodemloket - Gemeentelijke informatie (regionaal loket omgevingsdienst en bouw- en milieuarchief) - Historische kaarten en registratiekaart gebouwen (topotijdreis.nl, BAG-viewer) - Actuele luchtfoto’s (google earth) - Grondwaterkaart van Nederland (TNO, Dino-loket)

2.3.

Afbakening en locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich in de dorpskern van Herpen. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Ravenstein, sectie I, nummers 458 en 459. In bijlage 1 is een kadastrale kaart bijgevoegd. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 550 m2. Het onderzoeksgebied van het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en tot 25 meter in de aangrenzende percelen. Gezien de ligging en gebruik van de locatie is deze afbakening als voldoende beschouwd. Hieronder is een luchtfoto bijgevoegd met de globale begrenzing van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

5

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

2.4.

Project BST.314220

Terreingebruik onderzoekslocatie

Historisch gebruik De onderzoekslocatie bestaat uit de achtertuinen van de woningen aan de Molenstraat 3 en 5 die opgericht zijn in 1975 (nr 3) en 1937 (nr 5). Langs de Molenstraat is al vanaf begin vorige eeuw sprake van woningbouw. De woonwijk oostelijk daarvan is pas ontwikkeld in de jaren tachtig. Daarvóór was sprake van agrarisch gebruik. Hieronder is een historische kaart uit 1978 bijgevoegd. Destijds grensden de percelen aan de achterzijde aan weilanden.

Figuur 2.2: Historische kaart 1978

De percelen hebben zover bekend altijd een woonfunctie gehad. Sinds de ontwikkeling van de woonwijk aan de achterzijde heeft het perceel aan de Molenstraat 5 een ontsluiting aan de achterzijde en is aldaar een garage gebouwd. Op de locatie hebben voor zover bekend geen bodembedreigende (bedrijfs-) activiteiten of calamiteiten plaatsgevonden. Daarnaast zijn er voor zover bekend ook geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. De locatie staat verder niet geregistreerd in het regionaal bodemloket. In bijlage 2 is de bodeminformatie bijgevoegd zoals ontvangen van het regionaal bodemloket van de omgevingsdienst Brabant Noord.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

6

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

Project BST.314220

Huidig gebruik Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden. In bijlage 3 zijn een situatietekening en een aantal terreinfoto’s bijgevoegd waarop de bevindingen staan aangegeven. Op de locatie staat een met pannen gedekte garage. In westelijke richting loopt deze over in een overkapping van asbestgolfplaten die eveneens in westelijke richting aflopen. De drupzone bevindt zich boven een gerioleerde tegelverharding. Vrijwel de gehele locatie is in gebruik als moestuin. De toerit naar de garage is verhard met betonklinkers en de overige wandelpaden met betontegels. Tijdens de terreininspectie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging waargenomen. Toekomstig gebruik De locatie wordt gesplitst van de percelen aan de Molenstraat 3 en 5. Ter plaatse van de inbreidingslocatie zijn twee woningen gepland (tweekapper).

2.5.

Voorgaande onderzoeken en saneringen

Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bodemonderzoeken of bodemsaneringen uitgevoerd.

2.6.

Omgeving locatie

De locatie ligt in de dorpskern van Herpen in een woonomgeving. Alle aangrenzende percelen zijn in gebruik voor wonen. Binnen een straal van 25 meter uit de onderzoekslocatie is in het regionaal loket van de omgevingsdienst de volgende bodeminformatie aangetroffen: • Alard van Herpenplein (NB082833587); Deze locatie ligt westelijk van de onderzoekslocatie. Hier is onlangs in mei 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de bovengrond werd een sterke verontreiniging met koper en een lichte verontreiniging met lood en chroom aangetoond. De ondergrond was niet verontreinigd en het grondwater licht verontreinigd met koper. • Molenstraat 1 (NB082800559); Deze locatie ligt noordwestelijk van de onderzoekslocatie. Hier zou in het verre verleden sprake zijn geweest van een broodfabriek. Verdere gegevens ontbreken. Aangenomen is dat er in de nabijheid van de locatie geen (grootschalige) gevallen van verontreinigingen bekend zijn die mogelijk van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

7

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

Project BST.314220

De gemeente Oss beschikt over een bodemkwaliteitskaart (juni 2013). Voor ontgraving en toepassing zijn kaarten van boven- en ondergrond onderscheiden. De kaart sluit aan op het landelijk bodembeleid waarbij onderscheid is gemaakt tussen natuur en landbouw, wonen en industrie. Het onderzoeksgebied is op de bodemfunctiekaart van januari 2015 ingedeeld in de zone ‘Wonen kerkdorpen’. In het algemeen is in de regio bekend dat verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater voor kunnen komen. De verhoogde concentraties worden vaak zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen, fluctueren sterk en kunnen veelal als lokaal (natuurlijke) verhoogde achtergrondwaarden worden beschouwd.

2.7.

Bodemopbouw en geohydrologie

De gegevens van de bodemopbouw en geohydrologie zijn verkregen van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO) en het DINO-loket. In de tabel op de volgende pagina is de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. De locatie ligt in de geologisch hoger gelegen Peelhorst. Schematische bodemopbouw Globale diepte (m-mv)

Geohydrologische

Lithostratigrafische

eenheid

eenheid

Lithologie

0-5

Deklaag

Nuenengroep en Holoceen

Fijne (soms lemige) zanden

5-15

1e watervoerende pakket

Formaties van Veghel en

Fijne en grove grindrijke

Kreftenheye

zanden

De stromingsrichting van het freatisch grondwater is ter plaatse noordoost gericht. De grondwaterstand is voorafgaand aan het onderzoek ingeschat op een diepte van 1,2 tot 1,8 m-mv. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied van een waterpompstation. Verder is niet onderzocht of er op korte afstand industriële grondwateronttrekkingen aanwezig zijn met een invloedssfeer reikend tot aan de onderzoekslocatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

8

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

3.

Project BST.314220

Hypothese en onderzoeksopzet

De NEN 5740 beschrijft voor verschillende situaties de te hanteren onderzoeksstrategie. Verdachte en niet-verdachte locaties worden daarbij onderscheiden. Voor asbest in bodem is de NEN 5707 van toepassing. Bij een bestemmingswijziging en/of aanvraag van een omgevingsvergunning is alleen een asbestonderzoek noodzakelijk wanneer sprake is van een asbestverdachte situatie. Op basis van het uitgevoerd vooronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: • Vanwege het ontbreken van een mogelijke oorzaak van bodemverontreiniging is de onderzoekshypothese voor de onderzoekslocatie ‘niet verdacht’. • Er zijn geen vermoedens van de aanwezigheid van asbest in de bodem; - geen voormalige gebouwen met asbesttoepassingen - geen daken van asbestverdachte golfplaten met onbedekte drupzones - geen aanwezige puinverhardingen - voor zover bekend bevinden zich in de bodem geen puinresten In overleg met de opdrachtgever is op basis van de bovenstaande conclusies de onderstaande onderzoeksopzet vastgesteld. NEN 5740: onderzoeksstrategie, veldwerk en laboratoriumonderzoek Locatie

Bouwlocatie

Opp. (m2)

Strategie 1)

550

ONV-NL

Veldwerkzaamheden Grond Grondwater Aantal boringen Aantal peilbuizen (diepte in m-mv) (filterdiepte m-mv)

Laboratoriumonderzoek Grond Grondwater (NEN-pakket 2)) (NEN-pakket 3)

4x 0,5 1x 2,0

1x bgr 1x ogr

1x (ca. 2,5-3,5)

1x grw

1) ONV-NL: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie 2) Standaardpakket grond: zware metalen (9), PCB (7), PAK 10, minerale olie (GC), organische stof en lutum 3) Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), aromaten (BTEXN), chloorkoolwaterstoffen (17) en minerale olie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

9

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

4.

Uitgevoerd onderzoek

4.1.

Veldonderzoek

Project BST.314220

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de van toepassing zijnde NEN-normen (NPR 5741 en NEN 5742 t/m NEN 5744). Het veldwerk is uitgevoerd door de heer M.W.T. van Oort. Een erkend en ervaren veldwerker die geregistreerd staat onder de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden hebben plaats gevonden op 22 en 29 september 2020. Een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden is weergegeven in tabel 4.1. De locaties van de boringen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 3. Tabel 4.1: Uitgevoerde werkzaamheden Aantal boringen met boordiepte Ondiep tot ca. 0,5 m-mv Diep tot 2,0 m-mv

met peilbuis

4 (02, 03, 04, 05)

1 (P06)

1 (01)

Opmerking

De boringen zijn gelijkmatig verdeeld over de onderzoekslocatie. Peilbuis P06 is stroomafwaarts van de stromingsrichting van het freatisch grondwater geplaatst. De bovenkant van het filter van de peilbuis is aangebracht op een diepte van 0,5 tot 1,0 meter beneden de aangetroffen grondwaterspiegel. De peilbuis steekt ongeveer 0,5 meter boven maaiveld uit. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd volgens NEN 5104 en zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Van de grond zijn monsters genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter. Bodemlagen met kenmerken van verontreinigingen of een afwijkende textuur zijn separaat bemonsterd. De peilbuis is ná minstens een wachttijd van zeven dagen bemonsterd met behulp van een slangenpomp. Ná het vaststellen van de grondwaterstand is de peilbuis afgepompt waarna de zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) zijn gemeten. Ten behoeve van een analyse op zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd met een wegwerpfilter (0,45 µm). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van protocol 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

10

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

4.2.

Project BST.314220

Laboratoriumonderzoek

Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Synlab Analytics & Services BV te Rotterdam. Een geaccrediteerde (ISO/IEC 17025) en AS3000-erkend laboratorium voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Op basis van het veldwerk en de zintuiglijke waarnemingen heeft een selectie plaats gevonden van de te analyseren mengmonsters (zie tabel 4.2). De mengmonsters zijn niet in het veld maar in het laboratorium samengesteld. Het zogenaamd standaard NEN-pakket bevat een analyse van de volgende parameters. Grond ; droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK en minerale olie. Grondwater ; zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), aromatische koolwaterstoffen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. Tabel 4.2: Laboratoriumonderzoek Mengmonster (traject m-mv) Grond MMB1 (0,00-0,50) MMO2 (0,50-2,00) Grondwater GRW (2,30-3,30)

Deelmonsters (traject m-mv)

Analyses

1.2 (0,20-0,60); 2.2 (0,15-0,60); 5.1 (0,00-0,50); 6.1 (0,00-0,50)

NEN-pakket

1.3 (0,60-1,10); 1.4 (1,10-1,60); 1.5 (1,60-2,00); 6.2 (0,50-0,90); 6.3 (0,90-1,40); 6.4 (1,40-1,90)

NEN-pakket

P06

NEN-pakket

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

11

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

5.

Project BST.314220

Resultaten veldonderzoek

Het opgeboord materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmengingen en verontreinigingen. De profielbeschrijvingen van de uitgevoerde grondboringen zijn opgenomen in bijlage 4. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit zand. De humushoudende bovenlaag is aangetroffen tot een diepte van 0,9 á 1,1 m-mv. Het grondwater bevond zich op een diepte van afgerond 1,5 m-mv. In tabel 5.1 zijn de veldwaarnemingen opgesomd die duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Tabel 5.1: Veldwaarnemingen Boring

Einddiepte (m-mv)

Veldwaarnemingen

01

2,00

Diepte (m-mv) 0,20-0,60

Waarneming Zwak baksteen (rood)

02 05

0,60 0,50

0,15-0,60 0,00-0,50

Zwak baksteen (rood) Sporen baksteen (rood)

P06

3,30

0,00-0,50

Sporen baksteen (rood)

In de bovengrond zijn sporen/resten van (rode) baksteen waargenomen. De bijmengingen zijn beoordeeld als eenduidig materiaal. Er is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De resultaten van het grondwateronderzoek zijn in tabel 5.2 opgenomen. Tabel 5.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis (filter, m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Overig*

P06 1,35 6,5 640 2,67 Goedlopende peilbuis, niet belucht (2,30-3,30) *) Bij een slechtlopende peilbuis waarbij het filter gedeeltelijk droog is gevallen zijn de analyseresultaten indicatief. Wanneer bij goedlopende peilbuizen het filter snijdend staat met de grondwaterspiegel (belucht) zijn de analyseresultaten voor vluchtige verbindingen indicatief.

Er zijn geen indicaties voor een afwijkende situatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

12

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

6.

Resultaten laboratoriumonderzoek

6.1.

Algemeen bodembeleid en toetsingskader

Project BST.314220

De analyseresultaten zijn getoetst aan het landelijk referentiekader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee toetsingsniveaus: •

Achtergrondwaarde (Aw) en streefwaarde (Sw) Het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige humane en ecologische risico’s bestaan. Bij geen overschrijding van de Aw en/of Sw is geen sprake van een verontreiniging.

•

Interventiewaarde (Iw) Het toetsingsniveau waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de Iw is sprake van een sterke verontreiniging.

De achtergrondwaarde en streefwaarde worden regelmatig overschreden als gevolg van lokaal verhoogde achtergrondwaarden of diffuse belasting. Om vast te kunnen stellen wanneer aanvullend onderzoek gewenst of noodzakelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een derde toetsingsniveau, de tussenwaarde; • Tussenwaarde (Tw) De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (Tw=Aw/Sw+Iw/2). Bij een overschrijding bestaat er een vermoeden dat een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en dient veelal een aanvullend onderzoek te worden aanbevolen. De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. Gebruik is gemaakt van de applicatie @mis van laboratorium Synlab Analytics & Services BV. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de (meng)monsters van het onderzoek zijn tevens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader, toepassing als landbodem).

PFAS In het kader van het Besluit bodemkwaliteit geldt bij grondverzet (grondtoepassing) het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (sinds 01-10-2019). Er is geen onderzoek gedaan naar PFAS.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

13

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

6.2.

Project BST.314220

Toetsing analyseresultaten

In bijlage 5 zijn de toetsingstabellen bijgevoegd waarin de analyses zijn getoetst aan de genoemde toetsingsniveaus. Voor grond zijn de meetwaarden (or) op basis van organische stof en lutum zijn omgerekend naar een standaardbodem (br). In de tabellen 6.1 en 6.2 is van de grond- en grondwatermonsters een overzicht opgenomen waarin uitsluitend de verhoogde parameters staan aangegeven. In de laatste kolom staat voor grond het resultaat van de indicatieve toetsing aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Tabel 6.1: Overschrijdingstabel grond Monster (m-mv)

Boringen

Bijzonderheden

Overschrijdingen > Aw > Tw Licht Matig Zink -

Toetsing Bbk > Iw sterk -

MMB1 1, 2, 5, 6 Puinresten AW (0,00-0,50) MMO2 1, 6 AW (0,50-2,00) Betekenis AW= Achtergrondwaarde-kwaliteit, NT= Niet Toepasbaar > Aw en <=Tw : Concentratie is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] > Tw en <= Iw : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] > Iw : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Tabel 6.2: Overschrijdingstabel grondwater Monster

GRW Betekenis > Sw en <=Tw > Tw en <= Iw > Iw

Peilbuis (filter m-mv) P06 (2,30-3,30)

Overschrijdingen > Sw Licht -

> Tw Matig -

> Iw sterk -

: Concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

14

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

7.

Conclusies

7.1.

Grond

Project BST.314220

Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen waargenomen. Bij een aantal boringen zijn bijmengingen van rode baksteen aangetroffen. Deze zijn eenduidig en niet asbestverdacht. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het mengmonster van de bovengrond is ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd zinkgehalte aangetoond. • In het mengmonster van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes gemeten. De bovengrond is licht verontreinigd met zink. Mogelijk is dit het gevolg van de aangetroffen puinresten. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is zowel de boven- als ondergrond beoordeeld als achtergrondwaarde-grond. 7.2.

Grondwater

Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het grondwater zijn ten opzichte van de streefwaarde geen verhoogde gehaltes aangetoond. Het grondwater is niet verontreinigd.

7.3.

Hypothese

Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘niet verdacht’ te worden verworpen. In de bovengrond is een lichte verontreiniging aangetoond. Er zijn geen meetwaarden waargenomen tot boven de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

15

Verkennend bodemonderzoek Binnenstraat (ong) te Herpen

8.

Project BST.314220

Samenvatting en advies

Op een locatie aan de Binnenstraat (ong) te Herpen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en de nieuwbouw van twee woningen. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Ravenstein, sectie I, nummers 458 en 459. De oppervlakte van de locatie bedraagt circa 550 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door Synlab Analytics & Services BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. De in lichte vorm aangetroffen baksteenresten in de bovengrond zijn eenduidig en niet asbestverdacht. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht verontreinigd is met zink (>Aw). De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd (<Aw/<Sw).

Op basis van het totaal aan onderzoeksresultaten behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een woonbestemming en nieuwbouw. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Oss. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

16

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 1

Kadastrale kaart

Uw referentie: Binnenstraat Herpen

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Ravenstein I 458

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 september 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 2

Binnenstraat (ong) Herpen Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 14

-

16-09-2020

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Alard van Herpenplein Herpen Molenstraat 1 te Herpen Kaarten Disclaimer Toelichng

Pagina 2 van 14

-

16-09-2020

Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de locae op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminformaesysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een uireksel hiervan.

Welke informae bevat het bodeminformaesysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransaces en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.

Geen informae aanwezig Indien er in het bis geen informae over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecerficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecerficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.

Locaes met historisch bodembedreigende acviteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de locaes met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a"omsg uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informae zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze locaes zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van locaes met de meest verdachte bodembedreigende acviteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 14

-

16-09-2020

bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.

Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van soware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa"e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa"e over de milieukwaliteit op de loca"e: Overzicht loca"egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac"viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa"e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa"e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca"e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca"egegevens, de historische bodembedreigende ac"viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.

Toelichng bij informae over de bodemkwaliteit op de locae Overzicht locaegegevens Onder deze paragraaf worden de loca"egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca"egegevens worden ook de status van de bodemloca"e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac"e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca"e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende acviteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac"viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.

Pagina 4 van 14

-

16-09-2020

Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informae over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de locae Idem als informa!e over de bodemkwaliteit op de loca!e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca!e.

Pagina 5 van 14

-

16-09-2020

Locae: Alard van Herpenplein Herpen Locae Adres

Alard van Herpenplein Herpen

Locaecode

AA082833587

Locaenaam

Alard van Herpenplein Herpen

Plaats

Oss

Locaecode bevoegd gezag WBB

NB082833587

Status Vervolg WBB

Starten sanering

Beoordeling

Status rapporten

Verkennend onderzoek NEN 5740

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Niet onderzocht

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Verkennend 20-05-2020 onderzoek NEN 5740

Naam

Alard van Herpenplein Herpen

Referene Archief

Auteur

NIPA Milieutechniek 18160 BV

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende acviteiten Geen gegevens beschikbaar

Pagina 6 van 14

-

16-09-2020

Conclusie overheid BG: Pb, Chroom > Aw Cu > I OG: - GW: Cu >S

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 7 van 14

-

16-09-2020

Locae: Molenstraat 1 te Herpen Locae Adres

Molenstraat 1 5373AL HERPEN

Locaecode

AA082801660

Locaenaam

Molenstraat 1 te Herpen

Plaats

Oss

Locaecode bevoegd gezag WBB

NB082800559

Status Uitvoeren historisch onderzoek

Vervolg WBB

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Is van voor 1987

Ja

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende acviteiten Acviteit

Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed

broodfabriek 9999 9999 Nee

Nee

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 8 van 14

-

16-09-2020

Voldoende onderzocht Nee

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 9 van 14

-

16-09-2020

De informae die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inschang van de situae. Aangezien de informae is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prakjk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij aenderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekomsg eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandstoanks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f69a2369-9fde-4e3b-85b5-d747e22bef0e