CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3A Toelichting BP Hazenakkerstraat 30 Oss - 2023.PDF

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 7 bestemmingsplannen, gebundelde procedure17.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Hazenakkerstraat 30 Oss - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Bestemmingsplan

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023 Toelichting

1

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding................................................................................................................................... 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 1.3 Geldende bestemmingsplannen....................................................................................................... Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ...................................................................................................................... Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................... 4.1 Wettelijk kader ................................................................................................................................ 4.2 Rijksbeleid....................................................................................................................................... 4.3 Provinciaal beleid ............................................................................................................................

4.4 Gemeentelijk beleid......................................................................................................................... Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ............................................................................................................... 5.1 Landschap ...................................................................................................................................... 5.2 Natuur ............................................................................................................................................. 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ........................................................................................................ 5.4 Mobiliteit en parkeren ...................................................................................................................... 5.5 Water .............................................................................................................................................. 5.6 Defensie .......................................................................................................................................... 5.7 Milieuaspecten ................................................................................................................................

5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ........................................................................................................ Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ......................................................................................................... 6.1 Algemeen ........................................................................................................................................ 6.2 Regels ............................................................................................................................................. Hoofdstuk 7 Handhaving ............................................................................................................................ 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................... 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma .................................................................. 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ............................................................... Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................ Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................

9.1 Omgevingsdialoog .......................................................................................................................... 9.2 Vooroverleg..................................................................................................................................... 9.3 Zienswijzen .....................................................................................................................................

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek

2

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

TOELICHTING Bestemmingsplan Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

3

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Hazenakkerstraat 30 te Oss is momenteel één woning gevestigd. Het voornemen bestaat om in de huidige achtertuin / geitenweide een tweede woning te realiseren. Conform het geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Ruwaard Oss 2010’ ligt er reeds een woonbestemming over de gronden, maar mogen woningen enkel binnen een bouwvlak worden opgericht. Op de gronden is geen bouwvlak gelegen en het vigerende bestemmingsplan dient dan ook te worden gewijzigd. Hiervoor is echter wel een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk, want het huidige geldende bestemmingsplan laat de bouw van een tweede woning op dit perceel niet toe. Het bestemmingsplan dient om die reden te worden herzien. De gemeente Oss heeft aangegeven dat meegelopen kan worden in een gebundelde bestemmingsplanprocedure. Onderhavige ontwikkeling zal dan ook middels een ‘veegplan’ juridisch-planologisch worden verankerd. Voorliggende toelichting voorziet in de ruimtelijke onderbouwing van de gewenste ontwikkeling. 1.2

Plangebied

Het plangebied betreft het perceel Hazenakkerstraat 30, kadastraal bekend als ‘Gemeente Oss, sectie C, nummer 7057’. De Hazenakkerstraat is gelegen in een woonwijk ten zuiden van de kern van Oss. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door vrijstaande woningen met veel groen. Op de afbeeldingen op de volgende pagina is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (rood omcirkeld, bron: PDOK Viewer)

4

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Figuur 1.2 Begrenzing plangebied (rood omkaderd; bron PDOK Viewer)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan “Hazenakkerstraat 30 Oss - 2023” geldt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Ruwaard Oss 2010’, vastgesteld door de gemeenteraad van Oss in op 22 februari 2012. In figuur 1.3 is een uitsnede van dit bestemmingsplan weergegeven. Op basis van dit bestemmingsplan heeft de planlocatie weliswaar een woonbestemming, maar geen twee bouwvlakken. Woningen mogen enkel binnen het bouwvlak worden opgericht. De ontwikkeling van de woning is op basis van het huidige bestemmingsplan dan ook niet mogelijk. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

5

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Bestemmingsplan Ruwaard Oss 2010” (plangebied rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis Oss is flink uitgebreid na de industriële- en bevolkingsgroei die eind jaren ’50 door werd gemaakt. Ruwaard is één van de uitbreidingen waarmee Oss tot ontwikkeling is gekomen. Principe voor de opzet van de wijk betreft het ontwikkelen van de wijk tot één samenhangend geheel van woningen, wegen, wijkvoorzieningen en groenstructuur. De hoofdrichting in de verkaveling van de Ruwaard wordt bepaald door de spoorlijn en de daarop haaks geplaatste straten. De stedenbouwkundige structuur van de wijk Ruwaard wordt bepaald door planmatig opgezette buurten. Binnen de woonbuurten komen naast rijtjeswoningen ook hoogbouw en bungalows voor, er is relatief weinig verschil in bebouwingskarakteristiek. Binnen de wijk Ruwaard is grofweg een drietal woonbuurten te onderscheiden, waarbij het plangebied is gelegen binnen de buurt de Witte Hoef. Omgeving De buurt de Witte Hoef heeft in tegenstelling tot de rest van de wijk een minder planmatig karakter en wordt gekenmerkt door vrijstaande woningen op relatief ruime percelen. De woningen zijn opgericht na de jaren ‘30. De panden bestaan voornamelijk uit éénlaagse of tweelaagse bebouwing met kap. Tussen de bebouwing bevindt zich veel groen. De Hazenakkerstraat is een ouder noord-zuid lopend bebouwingslint wat onderdeel uitmaakte van een oude verbinding Suggelaarstraat – Ruwerd.

Aan dit oude bebouwingslint zal de nieuwe woning komen te staan.

7

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Stedenbouwkundige en functionele karakteristiek De wijk Witte Hoef is een woonwijk en er komen dan ook nagenoeg geen andere functies dan wonen voor. De woningen worden afgewisseld met groenstroken. Wel zijn er enkele voorzieningenstroken met detailhandelsfuncties, maatschappelijke dienstverlening en sociaal-culturele voorzieningen.

Figuur 2.1 Omgeving van het plangebied (boven) en plangebied zelf (beneden) (bron: Google Streetview)

8

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Hoofdstuk 3

Beoogde situatie

Met onderhavige ontwikkeling wordt een woning opgericht in de achtertuin behorende bij de bestaande woning gelegen aan de Hazenakkerstraat 30 te Oss, ter plaatse van het kadastrale perceel Oss, sectie C, nummer 7057. Om in deze ontwikkeling te voorzien wordt de meest zuidoostelijk gelegen schuur binnen het perceel geamoveerd. Momenteel zijn er reeds een woonbestemming en een tuinbestemming gelegen op het perceel. De tuinen woonfunctie worden gehandhaafd. Er wordt een bouwvlak toegevoegd binnen de bestaande woonbestemming. Het bouwvlak is in onderstaande afbeelding weergegeven. Hierin staan ook de randvoorwaarden op basis waarvan het bouwvlak is gepositioneerd en de randvoorwaarden voor het profiel van het hoofdgebouw. Het perceel met nummer 7057 biedt genoeg ruimte voor het oprichten van een woning. De ontwikkeling (het mogelijk maken van een woning) past in de omgeving, aangezien er zich in de directe omgeving met name woonfuncties bevinden. Daarnaast sluit de woning (op basis van de randvoorwaarden zoals gesteld in afbeelding 3.1) ook qua stedenbouw goed aan op de omgeving. De woning krijgt dezelfde oriëntatie als de woning gelegen aan de Hazenakkerstraat 30, waarbij de voorgevel gericht is op de Hazenakkerstraat en de parkachtige, groene ruimte ingeklemd tussen de Hazenakkerstraat, Cesar Francklaan en Bachlaan.

De bestaande woningen aan deze straten zijn ook georiënteerd op deze groene ruimte. Met de realisatie van de woning worden slechts enkele verkeersbewegingen gegenereerd en het parkeren – afgezien van het bezoekersparkeren - wordt op eigen terrein opgelost (zie ook 5.4 Verkeer en parkeren). Wel zal het bestaand onverhard oppervlak afnemen, wat gevolgen heeft voor de waterhuishouding binnen het plangebied (zie paragraaf 5.5).

Figuur 3.1 Toekomstige situatie

9

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: − Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; − Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; − Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; − Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; − De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; − Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; − Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; − Er is een drempel voor planschade van 2%; − De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; − Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die

10

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het plan “Hazenakkerstraat 30 Oss - 2023” maakt de realisering van 1 woning mogelijk. Het voorliggende plan is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en er is dus geen sprake van een verantwoording in het kader van de Ladder. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: − Rijksvaarwegen − Grote rivieren − Defensie − Hoofdwegen en landelijke spoorwegen − Elektriciteitsvoorziening − Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen − Natuurnetwerk Nederland − Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren.

Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Geen van de bovengenoemde belangen is bij de ontwikkeling in het plangebied in het geding. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

11

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: − Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; − De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; − De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; − De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; − Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; − Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van nationale belangen waarmee in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden. Wel wordt de nieuwe woning conform de BENG-eisen opgeleverd en wordt dusdanig invulling gegeven aan de verandering in de energievoorziening. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen.

12

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: − Werken aan de Brabantse energietransitie − Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant − Werken aan de slimme netwerkstad − Werken aan een concurrerende, duurzame economie Middels onderhavig plan wordt een bouwvlak toegevoegd ter plaatse van het perceel Hazenakkerstraat 30 te Oss voor het realiseren van een woning. Het initiatief is in lijn met de basisopgave waarin een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit centraal staat. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4. 4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: − Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. − Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.

Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het perceel Hazenakkerstraat 30 ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de aanduiding ‘stedelijk gebied heeft’. Voor onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 ‘Duurzame stedelijke ontwikkeling’ van belang. Hierin wordt het volgende gesteld:

13

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de trans-formatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f) draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Doorwerking projectgebied Er wordt voldaan aan de voorwaarden als gesteld in artikel 3.42. In hoofdstuk 4 wordt toegelicht dat er sprake is van een veilige en gezonde leefomgeving. Daarnaast betreft het hier een perceel met bestaande bebouwing. De nieuw te realiseren woning zal in de achtertuin van deze woning komen, waarmee het principe van zorgvuldig ruimtegebruik in acht wordt genomen.

Tevens wordt in paragraaf 4.9 ‘water’ toegelicht dat de ontwikkeling hydrologisch neutraal is. Ook zal de woning conform de bijna energieneutraal worden opgeleverd (conform de BENG-eisen). Het plan is hiermee in lijn met de Interim Omgevingsverordening. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. De gemeente benoemt onderstaande doelen en overwegingen met betrekking tot de kwaliteiten van Oss als woonstad: Kerndoel Het opvangen van de groei van de woningbehoefte en het versterken van de kwaliteit en diversiteit aan woonmilieus in de gemeente Oss. Enerzijds door intensivering (inbreiding, herstructurering en transformatie) op strategisch gelegen locaties, en anderzijds door uitbreiding van woonmilieus gekoppeld aan infrastructuur en aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied met oog voor het onderliggende landschap. De positie van de stad Oss als compacte woonstad wordt versterkt. Overwegingen Oss is een ontspannen woonplaats met een diversiteit aan wijken en woonmilieus. De waardering voor de ruim opgezette stad in een groene setting is groot. Ook de korte afstand tot het omliggende aantrekkelijke landschap wordt in Oss gewaardeerd. De woningbehoefte op de lange termijn wordt met het oog op deze kwaliteiten zorgvuldig in en om Oss ingepast. Het versterken van de diversiteit staat daarbij voorop.

Enerzijds door woonwijken in het groen aan de rand van de stad te ontwikkelingen, anderzijds door op goed toegankelijke locaties de intensiteit van de bebouwing te vergroten. Herstructurering en verbetering van de woonkwaliteit in de bestaande wijken speelt daarbij een

14

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

belangrijke rol. In het bijzonder zal aandacht zijn voor de herstructurering van de oudere wijken en delen van de Ruwaard. Doorwerking plangebied De gemeente onderschrijft het belang van het opvangen van de groei van de woningbehoefte door onder andere bestaande woonmilieus te intensiveren. Met onderhavige ontwikkeling wordt een woning mogelijk gemaakt binnen bestaand bebouwd gebied, in de achtertuin van de bestaande woning aan de Hazenakkerstraat 30. Tevens ligt het plangebied op basis van de kaart ‘Ruimtelijke Hoofdstructuur’ (zie figuur 4.1) binnen woongebied waarin mogelijk inbreidingen kunnen plaatsvinden.

Figuur 4.1 Uitsnede structuurvisiekaart ‘Ruimtelijke hoofdstructuur’ (plangebied zwart omcirkeld)

4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.

15

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Tevens worden in de Woonvisie vier actuele thema’s met betrekking tot wonen benoemd. Het gaat hier om: 1) Wonen, welzijn en zorg: vergrijzing en bijzondere doelgroepen in samenhang met leefbaarheid; 2) Programmering woningbouw en vraaggericht ontwikkelen; 3) Duurzaamheid en betaalbaarheid: zowel energetisch als in toekomstgeschiktheid; 4) Vernieuwing bestaande woningvoorraad en omgeving. Wonen, welzijn en zorg: vergrijzing en bijzondere doelgroepen in samenhang met leefbaarheid De gemeente heeft als doelstelling bestaande woningen geschikt te maken tot levensloopbestendige woningen en meer mogelijkheden voor mantel(zorg)woningen te creëren. Ook wil de gemeente experimenteren met woon-zorginitiatieven, waarbij wonen met ondersteuning en zelfstandig wonen geclusterd worden. Programmering woningbouw en vraaggericht ontwikkelen De gemeente is van plan een compleet bouwprogramma te realiseren voor alle soorten woningbehoefte met ruimte voor flexibiliteit. De plannen moeten duurzaam, flexibel en toekomstbestendig zijn en ‘nieuwe woonoplossingen’ (zoals vrijstaande woningen in de kern of tijdelijk wonen) zijn ook denkbaar. Duurzaamheid en betaalbaarheid: zowel energetisch als in toekomstgeschiktheid Nieuwbouw dient duurzaam te worden gerealiseerd. Ook de bestaande voorraad behoeft wat dit aspect betreft aandacht.

Vernieuwing bestaande woningvoorraad en woonomgeving Omdat de woonwensen en –behoeften veranderen moet de bestaande woningvoorraad daar deels op aangepast worden. 4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021).

De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het

16

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

•

•

•

Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone OssBerghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid.

De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied -landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.

Doorwerking plangebied Wonen De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Zoals onderbouwd in hoofdstuk 3 ‘Beoogde situatie’ past de ontwikkeling ruimtelijk en stedenbouwkundig (rekening houdend met de hiertoe gestelde voorwaarden) goed in de directe omgeving. De woning wordt op een logische plek in de bebouwingsstructuur opgericht en vormt een goede afronding van de hoek op de Hazenakkerstraat 30. De voorgevel is georiënteerd op de groene ruimte ten oosten van de Hazenakkerstraat, net als andere woningen gelegen aan deze groene ruimte. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: • bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten;

1 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale

Woningmarktonderzoek (2019).

17

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); • bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. •

In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst.

18

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: − Uiterwaarden − Oeverwal − Komgebied − Dekzandrand − Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

In onderstaande afbeelding is weergegeven dat het plangebied zich niet binnen een landschappelijk deelgebied zoals opgenomen in het Landschapsbeleid bevindt. Het plangebied bevindt zich wel zeer nabij dekzandruggen. Dit zijn hoger gelegen zandige afzettingen. Van oorsprong zijn deze gebieden begroeid met bos. De dekzandrug in de gemeente Oss is onder te verdelen in een gebied dat voor een groot deel bosbouwkundig in gebruik is (het stuifduinen- en boscomplex) en een deel dat agrarisch in gebruik is genomen (de kamp- en heideontginningen).Onderhavige ontwikkeling zal geen afbreuk doen aan de bestaande waarden van dit landschap.

19

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Figuur 5.1 Uitsnede Landschapsbeleid (plangebied rood omcirkeld)

5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

20

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: − Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. − Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. − Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. − Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. − Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”.

In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Binnen het projectgebied of in de directe omgeving hiervan zijn geen bomen gelegen die zijn opgenomen op de kaart met bijzondere bomen. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden.

Stikstof Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

21

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Verder geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming). Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. 5.2.3.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden.

Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. Toets wettelijke gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is “Rijntakken” op circa 12 km afstand. Vanwege de realisatie van een vrijstaande woning zijn eventuele effecten vanwege stikstof niet uit te sluiten. Er is daarom een stikstofonderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen. Hierin is zowel de gebruiksfase als de bouwfase onderzocht. Voor de invoergegevens wordt verwezen naar de notitie in de bijlagen. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol / ha / jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.

Toets gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB.

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 399 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

22

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

5.2.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Toets soortenbescherming In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 5.1 Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermende soorten en te nemen vervolgstappen

Conclusie Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: • Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; • In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Met in achtneming van bovenstaande voorwaarden, zijn er geen belemmeringen op het gebied van flora en fauna te verwachten. 5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt.

23

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld.

Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

24

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

5.3.3 Archeologietoets Het plangebied is ingedeeld in beleidscategorie verwachtingswaarde hoog, bebouwing Oss. Voor deze gebieden geldt een archeologische onderzoeksplicht indien de bodemverstoring dieper gaat dan 30 cm – mv en de bodemverstoring groter is dan 100 m². Toetsing van de plannen Volgens het beleid van de gemeente Oss moet er – binnen het bebouwd gebied, overig stedelijk – wel sprake zijn van een groter aaneengesloten onverstoord gebied. In het vigerende bestemmingsplan is aan het plangebied geen dubbelbestemming Waarde-Archeologie toegekend. Hoewel op basis van het beleid een archeologisch onderzoek kan worden gevraagd, wordt onderzoek in dit geval niet noodzakelijk geacht. Dit mede omdat er geen sprake is van een groter aaneengesloten onverstoord gebied. Een deel van het gebied dat nu bebouwd gaat worden is immers al eerder bebouwd geweest en bovendien ligt het plangebied omringd door bestaande bebouwing. Daarnaast is het gebied dat verstoord wordt relatief beperkt van omvang (maximaal een paar honderd vierkante meter). De werkzaamheden kunnen dan ook plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek. Wel geldt er ten alle tijden een meldingsplicht. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels.

Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Aan het plangebied is mede gezien de verwachte verstoring, het beperkte te verstoren oppervlak en het feit dat geen sprake is van een groter aaneengesloten onverstoord gebied, geen dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ toegekend. 5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt.

Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde

25

Hazenakkerstraat 30 Oss – 2023

kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019.

Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant bevindt het projectgebied zich in de cultuurhistorisch waardevolle regio de Peelrand. De Peelrand is een zwak golvend dekzandlandschap dat als een hoefijzer rond het voormalige veengebied van de Peel ligt. Door het westelijk gedeelte loopt de Peelrandbreuk, die de Centrale Slenk en de Peelhorst van elkaar scheidt. Langs de breuk vindt nog steeds beweging plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8bbe1925-e537-481b-a60d-a4d49c85669f