bijlage 3 - verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek, indicatief asbestonderzoek en infiltratieonderzoek Walkwartier te Oss Kadastrale gegevens: gemeente Oss, sectie E, nummers 4077, 4094, 5416 en 7910
Verkennend bodemonderzoek, indicatief asbestonderzoek en infiltratieonderzoek Walkwartier te Oss Kadastrale gegevens: gemeente Oss, sectie E, nummers 4077, 4094, 5416 en 7910
Opdrachtgever Gemeente Oss Raadhuislaan 2 5341 GM Oss Adviesbureau
Auteur
MILON bv
ing. Jos van Gemert
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 – 5477253 Status
Versie
Kwaliteitscontrole/Projectleider
definitief
1
ing. Raoul Hagenbeek
Datum 17 november 2023 Projectnummer 20231490
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 3 1.2 Opbouw van het rapport ................................................................................................ 3 1.3 Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid .................................................................... 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................................................................. 4 2.1 Afbakening en locatiegegevens ................................................................................... 4 2.2 Gebruik en potentiële bronnen .................................................................................... 6 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................... 6 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie ................................ 9 2.5 Terreininspectie ................................................................................................................. 11 2.6 Hypothese en onderzoeksstrategie ..........................................................................
11 3 Verkennend bodemonderzoek ................................................................................................ 12 3.1 Onderzoeksstrategie ....................................................................................................... 12 3.2 Veldwerkzaamheden....................................................................................................... 12 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................... 13 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden .................................................................................... 14 3.5 Analyseresultaten ............................................................................................................. 15 3.6 Aanvullend bodemonderzoek ..................................................................................... 17 3.7 Bespreken resultaten ...................................................................................................... 17 4 Uitvoering indicatief asbestonderzoek ................................................................................. 19 4.1 Onderzoeksstrategie ....................................................................................................... 19 4.2 Veldwerkzaamheden.......................................................................................................
19 4.3 Laboratoriumwerkzaamheden .................................................................................... 20 4.4 Interpretatie en toetsing ............................................................................................... 20 4.5 Bespreking van de resultaten ...................................................................................... 21 5. Uitvoering oriënterend doorlatendheidsonderzoek ....................................................... 22 5.1 Aanleiding en doel ........................................................................................................... 22 5.2 Uitgevoerde werkzaamheden ..................................................................................... 22 5.3 Resultaten............................................................................................................................ 23 6 Conclusie........................................................................................................................................... 26 Bijlagen Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Foto’s Bijlage 4: Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: Toetsing analyseresultaten Bijlage 7: Toetsingskader Bijlage 8: Metingen doorlatendheid
1
Inleiding
MILON bv te Veghel (hierna te noemen MILON) heeft in opdracht van Gemeente Oss een verkennend bodemonderzoek en infiltratieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Walkwartier te Oss. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725 en NEN 5740. Het doorlatendheidsonderzoek is niet uitgevoerd conform de Module C2510 van de Leidraad Riolering. 1.1
Aanleiding en doel
De diverse onderzoeken zijn uitgevoerd in verband met de voorgenomen herinrichting van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het oriënterend doorlatendheidsonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en het bepalen van de k-waarde van de bodem. 1.2
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: - resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); - resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); - resultaten van het indicatief asbestonderzoek (hoofdstuk 4); - resultaten van het oriënterend doorlatendheidsonderzoek (hoofdstuk 5); - conclusies (hoofdstuk 6). De bijbehorende topografische overzichtskaart, tekening(en), foto’s, profielbeschrijvingen, analysecertificaten, toetsingstabellen en het toetsingskader zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen. 1.3
Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid
Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is, met uitzondering van de uitvoering van het onderzoek, financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetoond. MILON acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 3 van 27
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse NEN 5725. De aanleiding van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Bodemloket; Historisch topografisch kaartmateriaal, topotijdreis; Actuele luchtfoto’s (Google Earth); Grondwaterkaart van Nederland/Atlas leefomgeving; Kadaster; DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd.
De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in hoofdstuk 2.5. 2.1
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Oss en betreft het gebied rondom het oude V&D gebouw, de bestaande school incl. sportvelden en de omliggende straten. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 4 van 27
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Walkwartier te Oss
Kadastrale gegevens locatie
Gemeente Oss, sectie E, perceelnummers 4077, 4094, 5416 en 7910
Bebouwing
-
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte locatie (in m )
Circa 28.000
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
-
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
Openbaar terrein, infrastructuur en schoolterrein
Verhardingen
Klinkerverharding, braakliggend
2
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (geel omrand).
Bron: Google Maps
In overleg met gemeente Oss is besloten om het onderzoek in drie aparte locaties te verdelen, te weten: Deellocatie 1: De locatie rondom het voormalige V&D pand, waarbij een infiltratieriool en een infiltratiekelder worden gerealiseerd (deellocatie 1 in offerte, derhalve wordt deze nummering aangehouden); Deellocatie 2: Onder alle rijbanen in het gebied wordt een waterbergend cunet aangelegd, waarbij de oorspronkelijke laag tot 1,25 m-mv wordt onderzocht (deellocatie 2 in offerte, derhalve wordt deze nummering aangehouden); Deellocatie 5: De locatie rondom het grasveld van de bestaande school, waarbij de locatie herontwikkeld zal worden met de aanleg van een park en kunstgrasvelden. Een deel van de locatie zal eigendom worden van de gemeente (deellocatie 5 in offerte, derhalve wordt deze nummering aangehouden). Gezien de duur van het project en realisatie van het pand op deellocatie 1 is besloten om vooralsnog alleen het onderzoek ter plaatse van deellocaties 2 en 5 uit te voeren.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 5 van 27
2.2
Gebruik en potentiële bronnen
Volgens historisch topografisch kaartmateriaal bestaat het centrum van Oss al ruim voor de 1900. In deze tijd bestond het centrum voor een groot deel uit onverharde delen. Vermoedelijk werden deze stukken grond gebruikt voor agrarische doeleinden. Het reeds aanwezige schoolterrein werd rond de jaren ’50 van de vorige eeuw onder andere gebruikt als boomgaard. Door de jaren heen zijn een groot aantal verdachte activiteiten uitgevoerd op de onderzoekslocatie. In het centrum zijn diverse pompinstallaties aanwezig geweest. Uit onderzoek blijkt dat hier ook verontreinigingen zijn ontstaan. Op diverse plekken verspreid over de onderzoekslocatie zijn in het verleden ondergrondse tanks aanwezig geweest. Tevens zijn activiteiten ten behoeve van chemische wasserijen, schilderbedrijven, munitieopslag, textielindustrie, verbandmiddelenfabriek, brandstoffendetailhandel, benzine-servicestation en dergelijke uitgevoerd. Door het jarenlang toepassen van verontreinigd slib als ophoging in de gemeente Oss, is de bovengrond plaatselijk verdacht op de aanwezigheid van DDD en DDT. 2.3
Uitgevoerde bodemonderzoeken
Binnen de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De meest relevante en recente onderzoeken staan hieronder beschreven: Bouwvlak ter plaatse van het voormalig V&D pand: 1.
Verkennend bodemonderzoek Walstraat 1 te Oss (NIPA Milieutechniek, projectnummer 16311, d.d. 1 november 2017): In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten koper, lood, kwik, PAK, PCB en minerale olie gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, dichlooretheen en tetrachlooretheen aangetoond.
Schoolterrein: 2.
Verkennend bodemonderzoek Molenstraat 30 te Oss (MILON bv, projectnummer 20231038, d.d. 2 februari 2023): Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw van een gymzaal ter plaatse van het schoolterrein. Tijdens de werkzaamheden zijn zeer zwakke tot zwakke bijmengingen van slakken en metselpuin waargenomen. Analytisch is in de bovengrond een matig verhoogd gehalte lood (in een separaat monster) en licht verhoogde gehalten koper, lood, kwik, PAK en PCB aangetoond. Uit een risicoanalyse voor lood blijkt dat er geen sprake is van noemenswaardige risico’s en is geen saneringsnoodzaak. Specifiek wordt vermeld dat geen gehalten organochloorbestrijdingsmiddelen zijn gemeten boven de achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium aangetoond. Vermoedelijk betreft dit een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde.
3.
Verkennend bodemonderzoek Carmelietenstraat te Oss (NIPA Milieutechniek, projectnummer onbekend, d.d. 19 november 2009): Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het herinrichtingsplan. Het onderzoek is deels uitgevoerd op het schoolterrein. Het overige deel is uitgevoerd op het bouwvlak ter plaatse van het voormalige V&D pand. Ter plaatse van het bouwvlak
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 6 van 27
zijn zintuiglijk zwakke bijmengingen van puin waargenomen. Analytisch zijn licht verhoogde gehalten lood en PAK aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium gemeten. Ter plaatse van het sportveld op het schoolterrein zijn zintuiglijk zwakke bijmengingen van kooldeeltjes waargenomen. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten barium, koper, kwik, lood, zink en plaatselijk bestrijdingsmiddelen aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten kwik gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium en zink aangetoond. Molenstraat 25: 4.
Oriënterend bodemonderzoek Molenstraat 25 te Oss (NIPA Milieutechniek, projectnummer 09.11442, d.d. 27 november 2009): Uit historisch onderzoek blijkt dat in het verleden op de locatie vier ondergrondse benzinetanks met een benzinepompinstallatie aanwezig waren. Analytisch is in de ondergrond (2,8 tot 3,3 m-mv) een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie minerale olie gemeten.
5.
Verkennend bodemonderzoek Molenstraat 25 te Oss (Van Oort, projectnummer MST.321821, d.d. 26 juli 2021): Aanleiding tot het bodemonderzoek is de verbouw en uitbreiding van het bestaand winkelpand. Tijdens de werkzaamheden zijn zintuiglijk zwakke bijmengingen van baksteen waargenomen. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten kwik en lood gemeten. In het grondwater zijn sterk verhoogde concentraties naftaleen, xyleen en minerale olie aangetoond. Ethylbenzeen overschrijdt de streefwaarde. Het grondwater is sterk verontreinigd met minerale olie en aromatische verbindingen. Gezien de vluchtigheid van de waargenomen verbindingen gaat het om benzine. Aangenomen mag worden dat de verontreiniging het gevolg is van de voormalige ondergrondse brandstofopslagen van vóór 1981.
Molenstraat 28: 6.
Oriënterend bodemonderzoek Molenstraat 28 te Oss (NIPA Milieutechniek, d.d. 4 november 2009): Op de locatie was tot 1972 een benzinestation aanwezig. Er is onderzoek verricht naar de twee voormalige tanks aan de voorzijde van het pand. Vermoedelijk is dit ter plaatse van de huidige winkelstraat. Tijdens de werkzaamheden zijn matige bijmengingen van puin waargenomen. Analytisch zijn in de ondergrond en het grondwater geen verhoogde waarden aan minerale olie aangetoond.
Molenstraat 30: 7.
Verkennend bodemonderzoek Molenstraat 30 te Oss (Inpijn-Blokpoel, projectnummer MB-4750, d.d. 13 november 2002): Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen uitbreiding van het Hooghuis Lyceum. In de bovengrond zijn een sterk verhoogd gehalte PAK en licht verhoogde gehalten zink, koper en minerale olie aangetoond. Omvang is niet bepaald. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties cadmium en tetrachlooretheen aangetoond.
8.
Nader bodemonderzoek fase 3 (Inpijn-Blokpoel, projectnummer MB-4750-D, d.d. 17 maart 2003): Aanleiding voor het onderzoek zijn de resultaten van voorgaand onderzoek, waarbij een sterk
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 7 van 27
verhoogde gehalte PAK is aangetoond. De totale verontreiniging heeft een geschatte omvang van 270 m3, verdeeld over twee locaties. 9.
Saneringsevaluatie Molenstraat 30 te Oss (Inpijn-Blokpoel, projectnummer MB-4750-E, d.d. 2 november 2004): In verband met de voorgenomen uitbreidingen van het Hooghuis Lyceum en de resultaten van voorgaand onderzoek is een sanering uitgevoerd. In totaal is circa 63 ton verontreinigde grond afgevoerd. Hierna is op de locatie schone grond toegepast.
Molenstraat 37: 10. Oriënterend bodemonderzoek Haarviltstraat-Molenstraat 33-35 te Oss (Verhoeven Milieutechniek, d.d. 21 januari 2013): Tijdens de werkzaamheden zijn zintuiglijk geen bijmengingen of bijzonderheden waargenomen. Voor de boven- en ondergrond zijn geen analyses uitgevoerd. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties naftaleen en minerale olie aangetoond. 11. Verkennend bodemonderzoek Molenstraat 33-37 te Oss (NIPA Milieutechniek, d.d. 7 januari 2014): Zintuiglijk zijn zwakke bijmengingen van baksteen in de boven- en ondergrond waargenomen. Analytisch zijn in de bovengrond een sterk verhoogd gehalte zink, matig verhoogde gehalten lood en PAK en licht verhoogde gehalten cadmium, koper en kwik aangetoond. Vermoedelijk zijn deze verhogingen veroorzaakt door heterogeen gebruik van de locatie in het verleden. In de ondergrond zijn geen verhogingen gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, zink en minerale olie aangetoond. De voormalige tank op de locatie heeft geen verontreiniging met minerale olie veroorzaakt. 12. Aanvullend rapport Molenstraat 33-37 te Oss (NIPA Milieutechniek, d.d. 13 april 2018): Tijdens de werkzaamheden zijn in de bovengrond bijmengingen met baksteen, puin en kooldeeltjes waargenomen.
Analytisch zijn licht tot sterk verhoogde gehalten lood en zink en licht tot matig verhoogde gehalten PAK in de bovengrond aangetoond. De omvang van de sterke verontreiniging wordt kleiner dan 25 m3 geschat. Analytisch zijn asbestgehalten onder de grenswaarde voor nader asbestonderzoek aangetoond. Op 2 oktober 2020 is het evaluatieverslag van de sanering door Enviroplan ingediend. Op basis van de omgevingsrapportage blijkt dat een verhardingslaag is aangebracht. 13. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Molenstraat 35-37 te Oss (Anteagroup, projectnummer 0466565.124, d.d. 26 januari 2021): Het onderzoek is uitgevoerd in de Haarviltstraat, ter hoogte van Molenstraat 35. Het voornemen bestaat om kabels en leidingen aan te leggen. Analytisch zijn geen verhoogde gehalten/concentraties aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetoond. Molenstraat 39: 14. Verkennend bodemonderzoek Molenstraat 39 te Oss (Van Vleuten Consult, d.d. 4 juni 2013): De bovengrond is zwak puinhoudend. In de ondergrond is plaatselijk een uiterst puinhoudende laag waargenomen. Analytisch is in de bovengrond een sterk verhoogd gehalte PAK aangetoond. Vermoedelijk zijn deze veroorzaakt door de waargenomen bijmengingen van puin. Na onderzoek Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 8 van 27
blijkt circa 100 m3 (tot 0,5 m-mv) verontreinigd te zijn. Voor het overige zijn maximaal licht verhoogde gehalten en concentraties gemeten. 15. Evaluatieverslag BUS Molenstraat 39 te Oss (Koenders en Partners, d.d. 28 oktober 2014): Uit de gegevens blijkt dat de sanering succesvol is afgerond. In totaal is circa 570 m 3 ontgraven. . Burgwal 29: 16. Grondwateronderzoek Burgwal 29 (NIPA Milieutechniek, kenmerk 13463-JvdS-1212294, d.d. 11 maart 2013): Op de locatie was in het verleden een chemische wasserij gevestigd. Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten is een grondwaterverontreiniging van vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (per en tri) veroorzaakt. Op basis van het onderzoek (en de onderzoeksresultaten van het onderzoek uit 1998) lijkt de verontreiniging in noordwestelijke richting te zijn verspreid. 17. Bodemonderzoek Burgwal 29 (NIPA Milieutechniek, kenmerk 16523-JvdS-1217419, d.d. 9 april 2018): Omdat uit onderzoek blijkt dat sinds ’98 geen bodemonderzoek meer op de locatie is uitgevoerd is besloten om, naast de monitoring, een bodemonderzoek uit te voeren. In boring 201 is een sterk verhoogd gehalte tetrachlooretheen aangetoond. Vermoedelijk is de verontreinigingsspot zeer beperkt. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 304 is een sterk verhoogde concentratie tetrachlooretheen en een matig verhoogde concentratie dichlooretheen gemeten.
Aangezien geen vinylchloride is aangetoond is vermoedelijk nauwelijks sprake van een natuurlijke afbraak. In andere peilbuizen lijken de concentraties af te nemen. 2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging tussen de 7,0 en 7,6 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 2,8 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, klei). Hieronder is tot circa 7,2 m-mv de formatie van Kreftenheye (zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus) aanwezig. Hieronder is tot een diepte van circa 13,1 de formatie van Beegden (zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, fijn tot grof, lokaal zandig; stenen; keien; blokken; klei, lokaal siltig tot zandig) aanwezig. Uit de bodemkwaliteitskaart van gemeente Oss blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit naar verwachting voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse Wonen. Uit de bodemkwaliteitskaart PFAS van Noord-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen is in zone 5. Op basis van de PFAS-gehalten voldoet de ontgravingsklasse naar verwachting aan Landbouw/natuur.
Volgens opgave van de Provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 9 van 27
Op basis van gegevens uit DINOloket kan een overzicht van de bodemopbouw worden verkregen. Uit dit overzicht blijkt dat geen scheidende lagen aanwezig is. Een overzicht van de bodemopbouw tot circa 100 m-mv is opgenomen in onderstaande figuur 2.
Figuur 2: Overzicht van de bodemopbouw
Bron: DINOloket
Aan de hand van informatie van Magnet4Water van ontwikkelaar HydroSimulAtics kan een inschatting worden gemaakt van de vermoedelijke stromingsrichting in het gebied. Deze gegevens zijn gebaseerd op de hoogte van het gebied en, indien bekend, grondwaterstanden op basis van voorgaande grondwatermonitoringen. In figuur 3 is een overzicht van de vermoedelijke stromingsrichting weergegeven.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 10 van 27
Figuur 3: Overzicht vermoedelijke stromingsrichting
Bron: Magnet4Water
Uit de gegevens van Magnet4Water kan geconcludeerd worden dat er waarschijnlijk sprake is van een zuidelijke stromingsrichting. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is een situatie van inzijging zichtbaar (blauwe vlek op onderstaande figuur). 2.5
Terreininspectie
Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2 en de locatiefoto’s in bijlage 3. 2.6
Hypothese en onderzoeksstrategie
Deellocatie 2: De onderzoekslocatie onder de wegen is, gezien het verleden van de locatie, verdacht op het voorkomen van verontreinigingen. De gekozen onderzoeksstrategie voor de locatie is “verdachte locatie, heterogeen verontreinigd” (VED-HE). De bovengrond wordt niet aanvullend onderzoek op OCB, daar de bovengrond bestaat uit cunetzand. Naast de parameters uit het standaardpakket wordt de bovengrond ook onderzocht op PFAS. In paragraaf 3.1 wordt de strategie verder uitgewerkt. Deellocatie 5: De hypothese voor het onderzoek is dat bodem ter plaatse van het schoolterrein met de sportvelden niet direct verdacht zijn op het voorkomen van verontreinigingen. De gekozen onderzoeksstrategie voor de locatie is “onverdachte locatie, niet lijnvormig” (ONV-NL). Als aanvulling op het analysepakket wordt onderzoek verricht naar de aanwezigheid van OCB en PFAS in de bovengrond.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 11 van 27
3 3.1
Verkennend bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740+A1:2016- Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de oppervlakte van de onderzoekslocatie. Een overzicht hiervan is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Deellocatie en oppervlakte
Onderzoeksstrategie en oppervlakte
Boringen
Peilbuis bovengrond
aantal analyses
2. Onder de wegen
VED-HE 11150 m2
19x1,25 m-mv 2x 2,0 m-mv
2
5. Sportvelden en park
ONV-NL 6.000 m2
12x 0,5 m-mv 3x 2,0 m-mv
1
Ondergrond
grondwater
4x standaardpakket1) 2x PFAS3) + lu/os
1x standaardpakket1) 1x PFAS3) + lu/os
2x standaardpakket2)
2x standaardpakket1) 2x OCB 1x PFAS3) + lu/os
2x standaardpakket1)
1x standaardpakket2)
1
Het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. 2
Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale
olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. 3
Analyse van 30 PFAS-verbindingen volgens advieslijst voor PFAS, versie 12 juli 2019.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000, volgens protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". MILON is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De werkzaamheden zijn in diverse fases uitgevoerd. Op 12 juli 2023 zijn de veldwerkzaamheden ter plaatse van de school, sportvelden en toekomstig park uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox. De werkzaamheden rondom de openbare wegen zijn uitgevoerd op 2 oktober en 1 november 2023 door de heren N.A.P. (Niels) de Rooij en W. (Wesley) Deenen. De veldwerkers van MILON zijn erkend en ervaren, staan geregistreerd bij Rijkswaterstaat Bodem+ en zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. De volgende veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd: verrichten van boringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 12 van 27
Op 19 juli 2023 is de grondwaterbemonstering ter plaatse van de school, sportvelden en toekomstig park uitgevoerd door de heer W. (Wesley) Deenen, erkend en ervaren veldwerker van MILON. De grondwaterbemonstering rondom de openbare wegen is uitgevoerd op 12 oktober 2023 door de heer R.C.J. (Reinoud) de Jong. De volgende veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd: bepalen van de grondwaterstand; afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; bemonsteren van het grondwater. 3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Deellocatie 2: Tijdens de werkzaamheden is onder de Walstraat en onder een deel van de Molenstraat een verhardingslaag van menggranulaat aangetroffen. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit zwak siltig, zwak tot matig humeus, of zwak grindig, matig fijn zand. In de bodem zijn zwakke tot sterke bijmengingen met baksteen en zwakke bijmengingen van beton en kolengruis waargenomen. Naast de aanwezigheid van de funderingslaag zijn geen asbestverdachte bijmengingen of overige bijzonderheden waargenomen. Deellocatie 5: De locatie is volledig onverhard. De bovengrond bestaat overwegend uit zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zand. De ondergrond bestaat overwegend uit zwak siltig, matig fijn zand. Tijdens de werkzaamheden zijn sporen/resten van sintels, baksteen en metaal waargenomen. In één van de boringen is een matige bijmenging met sintels waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte bijmengingen of overige bijzonderheden waargenomen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 4. De ligging van de boorpunten is weergeven op de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven.
Tijdens de bemonstering zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterstelling Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 2. Onder de wegen 201 2,50 - 3,50 1,93 Bestaande 2,70 - 3,70 1,94 pb 202 5. School, sportvelden en toekomstig park 501 2,20 - 3,20 1,71
pH (-)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
6,2 6,4
673 482
6,2 2,4
6,6
415
14,8
De gemeten zuurgraad (pH) en het geleidingsvermogen (EGV) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. De troebelheid in het grondwater ter plaatse van peilbuis 501 is hoger dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 13 van 27
3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd op basis van de internationale norm(en). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters, zintuiglijke waarnemingen en aangevraagde analyses weergegeven. Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen AnalyseMonstertraject monster (m -mv) 2. Onder de wegen 2.1MM1 0,40 - 1,00
2.1MM2
0,60 - 1,00
2.2MM1
0,08 - 0,80
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
212 (0,50 - 1,00) 213 (0,50 - 0,70) 216 (0,40 - 0,90) 217 (0,60 - 1,00) 215 (0,60 - 1,00)
zwak baksteenhoudend, sporen beton, zwak betonhoudend, sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis
Standaardpakket en PFAS
sterk baksteenhoudend, sporen kolengruis sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen beton
Standaardpakket
zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen baksteen
Standaardpakket en PFAS
zwak kolengruishoudend, sterk baksteenhoudend sporen baksteen
Standaardpakket
sporen baksteen, zwak baksteenhoudend
Standaardpakket en PFAS
sporen baksteen
Standaardpakket
resten sintels, resten baksteen, sporen metaal, sporen sintels
Standaardpakket + OCB
sporen baksteen
Standaardpakket + OCB
-
Standaardpakket + OCB + PFAS
-
Standaardpakket
208 (0,08 - 0,50) 209 (0,08 - 0,50) 211 (0,40 - 0,80) 2.2MM2 0,08 - 1,00 218 (0,40 - 0,90) 219 (0,40 - 0,90) 220 (0,50 - 1,00) 221 (0,08 - 0,50) 2.3MM1 0,20 - 0,80 203 (0,30 - 0,80) 222 (0,20 - 0,50) 2.3MM2 0,05 - 0,30 222 (0,05 - 0,20) 223 (0,05 - 0,30) 2.4MM1 0,08 - 0,50 204 (0,20 - 0,50) 206 (0,08 - 0,50) 207 (0,20 - 0,50) MMOG01 0,80 - 1,25 204 (1,00 - 1,25) 208 (1,00 - 1,25) 211 (0,80 - 1,25) 219 (0,90 - 1,25) 5. School, sportvelden en toekomstig park 5-MM1 0,00 - 0,50 501 (0,00 - 0,40) 502 (0,00 - 0,50) 512 (0,00 - 0,50) 515 (0,00 - 0,50) 5-MM2 0,00 - 0,50 504 (0,00 - 0,50) 513 (0,00 - 0,50) 516 (0,00 - 0,50) 5-MM3 0,00 - 0,50 503 (0,00 - 0,50) 505 (0,00 - 0,50) 506 (0,00 - 0,50) 510 (0,00 - 0,50) 511 (0,00 - 0,50) 5-MM4 0,50 - 1,20 502 (0,50 - 0,70) 504 (0,70 - 1,20) 510 (0,50 - 0,80) Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Standaardpakket
Standaardpakket
Pagina 14 van 27
AnalyseMonstertraject Deelmonsters monster (m -mv) 5-501-2 0,40 - 0,60 501 (0,40 - 0,60) 5-501-3 0,60 - 0,80 501 (0,60 - 0,80) -: geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-10% antropogene bijmenging; sterk: 10%-50% antropogene bijmenging.
3.5
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
matig sintelhoudend sporen sintels
Standaardpakket Standaardpakket
Analyseresultaten
Toetsing Wet Bodembescherming De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 5 en 6. In de tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. In bijlage 7 is de beschrijving van het gehanteerde toetsingskader bijgevoegd. Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject monster (m -mv) 2. Onder de wegen 2.1MM1 0,40 - 1,00
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
> AW
Index >0,5
>I
212 (0,50 - 1,00) 213 (0,50 - 0,70) 216 (0,40 - 0,90) 217 (0,60 - 1,00)
-
0,60 - 1,00
215 (0,60 - 1,00)
-
zink (1,06) PAK (5,58)
2.2MM1
0,08 - 0,80
sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen beton
-
-
2.2MM2
0,08 - 1,00
zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen baksteen
lood (-)
-
-
2.3MM1
0,20 - 0,80
208 (0,08 - 0,50) 209 (0,08 - 0,50) 211 (0,40 - 0,80) 218 (0,40 - 0,90) 219 (0,40 - 0,90) 220 (0,50 - 1,00) 221 (0,08 - 0,50) 203 (0,30 - 0,80) 222 (0,20 - 0,50)
koper (0,1) zink (0,06) kwik (0,01) lood (0,23) PAK (0,11) PCB (som 7) (0,03) minerale olie (0,38) koper (0,1) cadmium (0,02) kwik (-) lood (0,36) -
-
2.1MM2
zwak baksteenhoudend, sporen beton, zwak betonhoudend, sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis sterk baksteenhoudend, sporen kolengruis
zwak kolengruishoudend, sterk baksteenhoudend
-
-
2.3MM2
0,05 - 0,30
sporen baksteen
-
-
2.4MM1
0,08 - 0,50
222 (0,05 - 0,20) 223 (0,05 - 0,30) 204 (0,20 - 0,50) 206 (0,08 - 0,50) 207 (0,20 - 0,50) 204 (1,00 - 1,25) 208 (1,00 - 1,25) 211 (0,80 - 1,25) 219 (0,90 - 1,25)
nikkel (0,05) zink (0,2) kwik (0,01) lood (0,2) PAK (0,03) PCB (som 7) (0,14)
sporen baksteen, zwak baksteenhoudend
lood (0,01)
-
-
sporen baksteen
minerale olie (0,07)
-
-
MMOG01 0,80 - 1,25
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 15 van 27
Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) 5. School, sportvelden en toekomstig park 5-MM1 0,00 - 0,50 501 (0,00 - 0,40) 502 (0,00 - 0,50) 512 (0,00 - 0,50) 515 (0,00 - 0,50) 5-MM2 0,00 - 0,50 504 (0,00 - 0,50) 513 (0,00 - 0,50) 516 (0,00 - 0,50)
Zintuiglijke waarnemingen
> AW
Index >0,5
>I
resten sintels, resten baksteen, sporen metaal, sporen sintels
lood (0,01) hexachloorbenzeen (HCB) (-)
-
-
sporen baksteen
-
-
5-MM3
0,00 - 0,50
~
zink (0,02) kwik (-) lood (0,07) hexachloorbenzeen (HCB) (-) kwik (-) lood (0,09) hexachloorbenzeen (HCB) (0,03)
-
-
5-MM4
0,50 - 1,20
~
-
-
-
5-501-2
0,40 - 0,60
matig sintelhoudend
kobalt (-) zink (0,25) cadmium (-) lood (0,01) -
-
-
503 (0,00 - 0,50) 505 (0,00 - 0,50) 506 (0,00 - 0,50) 510 (0,00 - 0,50) 511 (0,00 - 0,50) 502 (0,50 - 0,70) 504 (0,70 - 1,20) 510 (0,50 - 0,80) 501 (0,40 - 0,60)
5-501-3 0,60 - 0,80 501 (0,60 - 0,80) sporen sintels ~: zintuiglijk zijn geen bijmengingen of bijzonderheden waargenomen; -: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan de tussenwaarde (licht verhoogd); >index >0,5: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de tussenwaarde en lager dan de interventiewaarde (matig verhoogd); >I: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de interventiewaarde (sterk verhoogd).
Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) AnalyseFilterstelling monster (m -mv) 2. Onder de wegen 201-1-1 2,50 - 3,50
> S (+index)
Index >0,5
molybdeen (0,02) cis + trans-1,2-dichlooretheen (0,02) tetrachlooretheen (Per) (0,06) -
>I
-
Bestaande 2,70 - 3,70 pb 202-1-1 5. School, sportvelden en toekomstig park 501-1-1 2,20 - 3,20 molybdeen (0,03) naftaleen (-) -: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is gelijk aan of hoger dan de streefwaarde en lager dan de tussenwaarde (licht verhoogd); >Index >0,5: de concentratie is gelijk aan of hoger dan de tussenwaarde en lager dan de interventiewaarde (matig verhoogd); >I: de concentratie is gelijk aan of hoger dan de interventiewaarde (sterk verhoogd).
PFAS De toetsing van de analyseresultaten voor PFAS is weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 7. In deze tabel zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. In bijlage 7 is de beschrijving van het gehanteerde toetsingskader bijgevoegd.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 16 van 27
Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten (PFAS) AnalyseMonstertraject monster (m -mv) 2. Onder de wegen 2.2MM2 0,08 - 1,00
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Bodemfunctieklasse op landbodem
218 (0,40 - 0,90) zwak baksteenhoudend, sporen Wonen 219 (0,40 - 0,90) beton, sporen baksteen 220 (0,50 - 1,00) 221 (0,08 - 0,50) 5. School, sportvelden en toekomstig park 5-MM3 0,00 - 0,50 503 (0,00 - 0,50) Landbouw / Natuur 505 (0,00 - 0,50) 506 (0,00 - 0,50) 510 (0,00 - 0,50) 511 (0,00 - 0,50) -: zintuiglijk zijn geen bijmengingen of bijzonderheden waargenomen. sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging;
3.6
Aanvullend bodemonderzoek
In verband met het aantonen van een sterk verhoogd gehalte PAK in boring 215 is besloten om aanvullend onderzoek naar de omvang van de verontreiniging uit te voeren. Hierbij is de zintuiglijk schone bodemlaag onder de reeds onderzochte laag van boring 215 geanalyseerd in verband met de verticale afperking. Tevens zijn vier nieuwe boringen verricht en geanalyseerd ten behoeve van de horizontale afperking. Deze boringen zijn op circa 2,5 meter afstand van de oorspronkelijke boring 215 verricht. In tabel 8 zijn de analyseresultaten van het aanvullend onderzoek beschreven. Tabel 8: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject monster (m -mv) Verticale afperking PAK 215.2-3 1,20 - 1,70 Horizontale afperking PAK 224-1 0,50 - 1,00 225-2 0,50 - 0,80
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
> AW
Index >0,5
>I
215.2 (1,20 - 1,70)
~
-
-
-
224 (0,50 - 1,00) 225 (0,50 - 0,80)
~ zwak puinhoudend
zink (0,18) PAK (0,48) PAK (0,01)
-
-
226-3 0,60 - 1,00 226 (0,60 - 1,00) ~ 227-2 0,50 - 1,00 227 (0,50 - 1,00) ~ ~: zintuiglijk zijn geen bijmengingen of bijzonderheden waargenomen; -: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan de tussenwaarde (licht verhoogd); >index >0,5: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de tussenwaarde en lager dan de interventiewaarde (matig verhoogd); >I: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de interventiewaarde (sterk verhoogd).
3.7
Bespreken resultaten
Deellocatie 2: Tijdens de werkzaamheden is onder de Walstraat en onder een deel van de Molenstraat een verhardingslaag van menggranulaat aangetroffen. Tijdens de graafwerkzaamheden zijn in de bodem zeer zwakke tot sterke bijmengingen van baksteen en zeer zwakke tot zwakke bijmengingen van beton en kolengruis waargenomen. Analytisch zijn over het Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 17 van 27
algemeen maximaal licht verhoogde gehalten koper, nikkel, zink, kwik, lood, cadmium, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. Op basis van de PFAS-gehalten voldoet de bodem aan de bodemfunctieklasse wonen. Ter plaatse van boring 215, aan de noordzijde van de onderzoekslocatie, zijn sterk verhoogde gehalten zink en PAK in de bodemlaag van 0,6 tot 1,0 m-mv gemeten. Na aanvullend onderzoek, waarbij afperkende boringen zijn verricht, blijkt dat maximaal licht verhoogde gehalten zink en PAK zijn aangetoond. De geschatte omvang van de sterke verontreiniging wordt geschat op maximaal 17,5 m 3 (25 m2 x 0,70 m). Hierdoor is sprake van een verontreinigingsspot welke ruim kleiner is dan 25 m 3 en waardoor dus geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In het grondwater zijn aan de noordzijde van de onderzoekslocatie licht verhoogde concentraties molybdeen, dichlooretheen en tetrachlooretheen aangetoond. Vermoedelijk zijn deze veroorzaakt door antropogene invloeden vanuit de omgeving. In de bestaande peilbuis aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie zijn geen verhoogde concentraties gemeten. Deellocatie 5: Ter plaatse van het sportveld van de school zijn tijdens de werkzaamheden sporen/resten van sintels, baksteen en metaal waargenomen. In één van de boringen is een matige bijmenging van sintels waargenomen.
Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten zink, kwik, lood en hexachloorbenzeen aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten kobalt, zink, cadmium en lood gemeten. Vermoedelijk zijn deze gehalten veroorzaakt door jarenlang binnenstedelijk gebruik van de omgeving en andere antropogene invloeden vanuit de omgeving. De bodem voldoet op basis van de PFAS-gehalten aan de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties molybdeen en naftaleen aangetoond. Toetsing hypothese Deellocatie 2: Voor de locatie was voorafgaand aan het bodemonderzoek de hypothese gesteld dat de locatie verdacht was. Op basis van de onderzoeksresultaten mag de opgestelde hypothese aanvaard te worden. Op basis van de resultaten is een aanvullend onderzoek met een aangepaste hypothese niet nodig. Deellocatie 5: Voor de locatie was voorafgaand aan het bodemonderzoek de hypothese gesteld dat de locatie onverdacht was. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de opgestelde hypothese verworpen te worden. Op basis van de resultaten is een aanvullend onderzoek met een aangepaste hypothese niet nodig.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 18 van 27
4
Uitvoering indicatief asbestonderzoek
4.1
Onderzoeksstrategie
In verband met het aantreffen van een asbestverdachte verhardingslaag tijdens de veldwerkzaamheden wordt een deel van de locatie als verdacht op het voorkomen van asbest beschouwd. Het verkennend asbestonderzoek is niet uitgevoerd conform de NEN 5897, derhalve is sprake van een indicatief onderzoek. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbestonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een kleinschalige, afgedekte fundering. Omdat de funderingslaag is afgedekt met een verharding van klinkers is een maaiveldinspectie niet mogelijk of zinvol. De veldwerkzaamheden en de te analyseren grondmonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 9. Tabel 9: Veldwerkzaamheden en analyses locatie
NEN 5897
Winkelstraat
4.2
veldwerkzaamheden
laboratorium
strategie
oppervlakte (m2)
aantal proefgaten
aantal te onderzoeken verzamelmonsters
NEN 5897, afgeleid van kleinschalig afgedekte fundering
500
3
1x asbest in puin
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door MILON. Op 1 november 2023 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heren N.A.P. (Niels) van Rooij en W. (Wesley) Deenen, erkende en ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON. Veldwerkers van MILON zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; graven van drie inspectiegaten; zeven en inspecteren van het uitgegraven materiaal; verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm).
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 19 van 27
Inspectie en monsterneming bodem Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen in de bodem aangetroffen. De inspectiegaten bestonden volledig uit menggranulaat met daarboven een dun laagje brekerzand. De inspectiegaten zijn doorgezet tot de onderzijde van het menggranulaat. Al het ontgraven materiaal is geïnspecteerd waarbij, buiten de verhardingslaag, geen asbestverdacht materiaal is waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is door de monsternemer in het veld een mengmonster samengesteld. Het monster staat weergegeven in tabel 10. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 4. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
4.3
Laboratoriumwerkzaamheden
Het verzamelmonster is ter analyse aangeboden aan SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het monster is in het laboratorium geanalyseerd op asbest. In tabel 10 is het monster en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 10: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster
Proefgaten (traject, cm-mv)
Opmerkingen / veldwaarnemingen
mmasbpuin
A201 (0,15 - 0,40) A202 (0,15 - 0,40) A203 (0,15 - 0,40)
Volledig menggranulaat
4.4
Interpretatie en toetsing
De analyseresultaten worden geïnterpreteerd conform de NEN 5897. Bij een verkennend asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in puin groter is dan 0,5 x interventiewaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5897. Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 11. Tabel 11: Toetsing van de berekende (indicatieve) asbestgehalten Monster
Proefgat (m-mv)
Toetsing van de analyseresultaten Gemeten asbestgehalte >20 mm
mmasbpuin
A201 (0,15 - 0,40) A202 (0,15 - 0,40) A203 (0,15 - 0,40)
-
< 20 mm <2
totaal <2
Gewogen asbestgehalte <2
Toetsing
-
-: gehalte <0,5 x interventiewaarde; >½ I : gehalte >0,5 x interventiewaarde. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk; <½ I : gehalte <0,5 x grenswaarde. Een nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 20 van 27
4.5
Bespreking van de resultaten
Al het ontgraven materiaal is geïnspecteerd, waarbij in geen van de proefgaten asbestverdachte plaatmaterialen zijn aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie van het mengmonster geen asbestgehalte boven de detectielimiet aangetoond. Toetsing hypothese Doordat het indicatieve gehalte asbest in puin lager is dan de norm voor een nader asbestonderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ verworpen te worden. Er wordt niet gesproken van een verontreiniging met asbest. Een volledig verkennend asbestonderzoek conform de NEN5897 achten wij op basis van het indicatief analyseresultaat niet doelmatig.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 21 van 27
5. Uitvoering oriënterend doorlatendheidsonderzoek 5.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het uitvoeren van het infiltratieonderzoek is de geplande aanleg van een waterbergings- en infiltratiesysteem. Het doel van het onderzoek is het vaststellen of de locatie geschikt is voor de infiltratie van hemelwater met boven- en/of ondergrondse voorzieningen. Onderzoeksopzet Het Oriënterend Doorlatendheidsonderzoek (ODO) is uitgevoerd conform de Module C2510 van de Leidraad Riolering ‘Doorlatendheidsonderzoek voor Filtratie en Drainage’. Het doel van het vooronderzoek is om de uitgangspunten voor de onderzoeksopzet te kunnen bepalen. De locatie is circa 8.000 m² groot en is gelegen op circa 12,2 m+NAP. Op basis van grondwatergegevens van de omgeving is bepaald dat de grondwaterstand zich op een diepte van circa 4,3 m-mv bevindt. De onderzoeksopzet is gebaseerd op een locatie met een GHG dieper dan 1,5 m-mv. Er zijn geen overige infiltratievoorzieningen aanwezig. Toelichting werkzaamheden De veldwerkzaamheden worden onder certificaat uitgevoerd op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”. 5.2
Uitgevoerde werkzaamheden
In onderstaande tabel 12 zijn de uitgevoerde werkzaamheden samengevat. Tabel 12: Veldwerkzaamheden en analyses Deellocatie
Sportvelden
Veldwerkzaamheden Boringen tot 4,0 m-mv
Plaatsen van peilbuizen
6
4
Laboratorium analyse Metingen
4x Falling Head meting onverzadigde zone
1x korrelgrootteverdelingsanalyse incl. M63-getal
Op 12 juli 2023 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heren W. (Wesley) Deenen en J.F.J. (Joost) Cox van MILON bv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; • het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; • het verrichten van de doorlatendheidsmetingen conform tabel 2. Bodemkenmerken De bovengrond bestaat overwegend uit zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zand. De ondergrond bestaat overwegend uit zak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand met plaatselijk zwak grindige bijmengingen.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 22 van 27
Grondwater is op een diepte van circa 1,50 m-mv aangetroffen. Voor meer informatie over de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage 3. Doorlatendheidsonderzoek Om de doorlatendheid te bepalen van de onverzadigde zone zijn met de Falling Head methode de doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Bij deze proef wordt de grondwaterstand in de peilbuis verhoogd door het opgieten van water in de peilbuis/boorgat en wordt de verlaging in de tijd gemeten. De proef wordt per peilbuis/boorgat in drievoud uitgevoerd. De doorlatendheid van de bodem wordt uitgedrukt als ‘k-waarde’, in meter per dag. De formule die voor de berekening is gebruik is:
k = 1,15 * R *
(log(h0+R/2) – log(ht+R/2)) t
Bepaling korrelverdeling Een korrelverdeling geeft de exacte opbouw van een grondmonster weer. Hiermee zijn verschillende aspecten van de bodem te bepalen, zoals grondsoort en doorlatendheid. Met de gegevens uit de korrelverdelingsanalyse is de doorlatendheid van de bodem in te schatten. Deze gegevens worden ter controle op de doorlatendheidsmetingen toegepast. Tevens kunnen met de gegevens uit de zeefkrommes meer exact de grondtyperingen bepaald worden, ter controle op de zintuiglijke waarnemingen tijdens het veldwerk. Met het bepalen van de zandmediaan, wordt tevens een inschatting gegevens van de k-waarde voor een standaardbodem. 5.3
Resultaten
Resultaten metingen: Voor de bepaling van de doorlatendheid van de bodem is een Falling Head test uitgevoerd ter plaatse van de peilbuizen 504, 511, 513 en 515. De metingen zijn in enkelvoud uitgevoerd. Voor nadere en specifieke informatie over de individuele metingen wordt verwezen naar bijlage 5. De meetgegevens zijn per peilbuis in een grafiek weergeven, waarbij de daling van het waterpeil ten opzichte van de tijd is aangegeven. De grafieken zijn opgenomen in bijlage 5. De berekende K-waarde is weergegeven in tabel 13. Tabel 13: Resultaten doorlatendheid (k-waarde) Meetpunt
Onderzochte zone
Meetdiepte in cm-mv (filtertraject)
Doorlatendheid (k-waarde in m/d)
Peilbuis 504
Onverzadigd
90 tot 140
4,2
Peilbuis 511
Onverzadigd
50 tot 100
6,3
Peilbuis 513
Onverzadigd
66 tot 116
0,4
Peilbuis 516
Onverzadigd
56 tot 106
5,3
Een kwalificatie van deze doorlatendheid is weergegeven in tabel 14. Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 23 van 27
Tabel 14: Kwalificatie k-waarde k-waarde in m/d
Kwalificatie
< 0,01
Zeer slecht
0,01 – 0,1
Slecht
0,1 – 0,5
Matig
0,5 – 1,0
Vrij goed
1,0 - 10
Goed
> 10
Zeer goed
Bron: Cultuurtechnisch Vademecum
De doorlatendheid van alle onderzochte bodemlagen wordt als ‘matig’ tot ‘goed’ beoordeeld. De bodemlaag 0,66 tot 1,16 m-mv van peilbuis 513 wijkt af van de van de overige aangetoonde k-waarden, echter wordt een k-waarde van 0,4 m/d als voldoende beschouwd voor het toepassen van infiltratievoorzieningen. Resultaten bepalen korrelverdeling Er is één monster geselecteerd op basis van de bodemkarakteristieken. De zeefkromme en het M63-getal is bepaald van boring 503 uit het dieptetraject van 0,70 tot 1,20 m-mv. De korrelgrootteverdeling wordt gedefinieerd als de verhouding van de massa’s per korrelgrootteklasse over de totale massa. De fracties van de verschillende korrelgrootte-klassen worden, conform de NEN 5104, zijn weergegeven in tabel 15. Tabel 15: Indeling naar de grofheid van zand gebaseerd op de mediaan M63 M63 (µm) tussen
Doorlatendheid (k)
63 – 106
Benaming van zand naar grofheid van de fractie 63 - 2.000 µm Uiterst fijn
Matig
Doorlatendheid (k) uitgedrukt in m/dag 0,2-0,5
106 – 150
Zeer fijn
Matig
0,5-1
150 – 212
Matig fijn
Goed
1-5
212 – 300
Matig grof
Zeer goed
10-50
300 – 425
Zeer grof
Zeer goed
50-80
425 – 2000
Uiterst grof
Zeer goed
80-200
Bron: ‘beter bouw- en woonrijp maken’, ir. D.J. Biron, 2004
Op basis van de zeefkrommes wordt de zandmediaan (M63) vastgesteld. De zandmediaan is díe korrelgrootte waarboven en waaronder de helft van de massa van de deeltjes tussen 63 en 2.000 µm ligt. Het onderzochte traject van boring 503 is te classificeren als matig fijn zand. Dit houdt in dat de indicatieve doorlatendheid tussen de 1 en 5 m/dag ligt. Een samenvatting is gegeven in tabel 16. Tabel 16: Bepaling zandmediaan onderhavig onderzoek Meetpunt 503 (0,70 - 1,20 m-mv)
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
M63 (µm) 190
Pagina 24 van 27
Doorlatendheid op basis van de korrelverdelingsanalyse De formule van ‘Grontmij’ wordt toegepast, omdat sprake is van zand en/of sterk zandige klei/leem met een lutumgehalte kleiner dan 12%. De toegepaste formule is:
k=( M63/60)2 * 10-0,2*L Hierbij geldt dat K de doorlatendheid in meters per dag is. L staat voor het lutumgehalte. Voor de laag 0,70 tot 1,20 m-mv van boring 503 is berekend dat de k-waarde 1,83 m/dag is. Hierbij is gerekend met een lutumgehalte van 3,7, afkomstig van mengmonster 5-MM3 van het bodemonderzoek. Dit houdt in dat de doorlatendheid van de bodem op een diepte van 0,70 tot 1,20 m-mv 1,83 meter per dag bedraagt. De resultaten van de formule van ‘Grontmij’ zijn samengevat in tabel 17. Tabel 17: bepaling k-waarde op basis van de formule van ‘Grontmij’ meetpunt 503 (0,70 - 1,20 m-mv)
M63 (µm)
k in m/dag
190
1,83
Conclusies en aanbevelingen Tijdens het onderhavige indicatief doorlatendheidsonderzoek is de k-waarde bepaald en zijn verschillende bodemlagen beoordeeld. Hierbij valt op te maken dat de k-waarden in de verschillende lagen vergelijkbaar zijn. De doorlatendheid van de onderzochte bodemlagen wordt beoordeeld als matig tot goed doorlatend.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 25 van 27
6
Conclusie
Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herinrichting van de locatie. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie opgesplitst in drie deellocaties. Deellocatie 1: Het bouwvlak rondom het voormalige V&D pand; Deellocatie 2: Onder de rijbanen; Deellocatie 5: De locatie rondom het grasveld van de bestaande school (deellocatie 5 in offerte, derhalve wordt deze nummering aangehouden). Gezien de duur van het project en realisatie van het pand op deellocatie 1 is besloten om vooralsnog alleen het onderzoek ter plaatse van deellocaties 2 en 5 uit te voeren. Deellocatie 2: Tijdens de werkzaamheden is onder de Walstraat en onder een deel van de Molenstraat een verhardingslaag van menggranulaat aangetroffen. Tijdens de graafwerkzaamheden zijn in de bodem bijmengingen van baksteen, beton en kolengruis waargenomen. Analytisch zijn over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van de PFAS-gehalten voldoet de bodem aan de bodemfunctieklasse wonen. Ter plaatse van boring 215, aan de noordzijde van de onderzoekslocatie, zijn sterk verhoogde gehalten zink en PAK in de bodemlaag van 0,6 tot 1,0 m-mv gemeten. Na aanvullend onderzoek wordt geacht dat sprake is van sterke verontreiniging met een geschatte omvang van maximaal 17,5 m3 (25 m2 x 0,70 m).
Hierdoor is sprake van een verontreinigingsspot welke ruim kleiner is dan 25 m 3 en waardoor dus geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In het grondwater zijn aan de noordzijde van de onderzoekslocatie maximaal licht verhoogde concentraties aangetoond. Aangezien een deel van de Walstraat en Molenstraat in gebruik zijn als rijbaan is besloten om het asbestonderzoek alleen uit te voeren ter plaatse van de winkelstraat. Hierdoor is sprake van een indicatief asbestonderzoek. Uit de resultaten van het asbestonderzoek blijkt dat geen gehalten aan asbest boven de detectielimiet zijn aangetoond. Deellocatie 5: Ter plaatse van het sportveld van de school zijn tijdens de werkzaamheden bijmengingen van sintels, baksteen en metaal waargenomen. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. De bodem voldoet op basis van de PFAS-gehalten aan de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties molybdeen en naftaleen aangetoond. De doorlatendheid van de onderzochte bodemlagen wordt beoordeeld als matig tot goed doorlatend.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 26 van 27
Conclusie Geconcludeerd wordt dat over het algemeen geen beperkingen zijn voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Ter plaatse van boring 215 is een kleine, sterke verontreiniging met zink en PAK (<25 m3) is aangetoond. Indien grond uitgenomen wordt, dient rekening worden gehouden met aanvullende veiligheidsmaatregelen. De funderingslaag ter plaatse van de Molenstraat-Walstraat kan zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen uitgenomen worden tijdens de werkzaamheden. Ter plaatse van het bestaande sportveld kan geconcludeerd worden dat de bodem geschikt is voor infiltratie van hemelwater.
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Pagina 27 van 27
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2: Situatietekening
Projectnummer: 20231490 Datum: 17 november 2023
20
19
1A
3
7-7A
9-15B
5
17A-17B
7
1
4868 759-A-4868
21
4878
759-A-4875
759-A-4878
15 9-11A
4876
4879
4875
13-13A
759-A-4876
759-A-4879
25-25A
4252
759-A-4877
27-27A
759-A-4252
33
4877 29-33
2-2A
212 3897
4086
759-A-3897
3918
759-A-4086
4867
759-A-3883
759-A-4867
18
195-209
4809 17C
759-A-4809
20A-20C
22
210
759-A-3918
3883
10-10A
12 14-14B 16-18
25
4278
3808
759-A-4278
4050 759-A-4050 759-A-4007
3887
3884
759-A-3887
759-A-3884
4811
759-A-4323
759-A-4811
16-16A
2374
4277 759-A-4277
4053 759-A-4053
201