CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - RIB Duurzame Polder Clustering van windmolens (1).DOCX

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: B Duurzame Polder - Nadere informatie + voorstel College871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3: Clustering van windmolens In deze bijlage wordt informatie gegeven over de clustering van windmolens aan de hand van provinciaal beleid en onderzoek van Bosch Slabbers dat door de gemeente Oss in 2017 is besproken in de gemeenteraad. Provinciaal Beleid De provincie Noord-Brabant heeft beleid vastgesteld voor de clustering van windmolens. Van het woord ‘Cluster’ is geen definitie bekend. De gemeente heeft beoordelingsruimte om te bepalen of er sprake is van een cluster aan de hand van de situatie in het gebied en de feitelijke situatie ter plaatse. De provincie schrijft in haar Interim Omgevingsverordening voor dat gemeenten alleen via een omgevingsvergunning voor maximaal 25 jaar windturbines in landelijk gebied mogen toestaan. Nieuwvestiging is alleen toegestaan als er sprake is van minimaal 3 windturbines in een lijn- of clusteropstelling. De provincie motiveert dit met het tegengaan van verrommeling. Daarom zijn solitaire windturbines niet toegestaan. Dit staat in artikel 3.37 van de verordening en de toelichting bij dat artikel. De clustering van minimaal 3 windmolens is in provinciaal beleid opgenomen om versnippering van meerdere kleinere initiatieven tegen te gaan. Daarbij wordt er uitgegaan van plaatsing van windmolens in landschappen die daarvoor wat betreft schaal en maat geschikt zijn.

Bijvoorbeeld wel in de open kleigebieden en niet in de kleinschalige cultuurlandschappen. Rapport Bosch Slabbers Het rapport ‘Energie & Ruimte: Kansen voor opwekking duurzame energie in Oss’ van Bosch en Slabbers van april 2017 geeft aan dat zij voorstander zijn van de clustering van windmolens. Voor situaties waarin een directe koppeling tussen energieproductie en energie-afname aanwezig is, achten zij het voorstelbaar van clustering af te wijken. NOVI Op rijksniveau zijn in aanvulling op de ruimtelijke principes een aantal beleidskeuzes gemaakt in de ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI). 1. De energie-infrastructuur moet geschikt zijn voor duurzame energiebronnen en daarvoor moet ruimte gereserveerd worden. De transitie naar hernieuwbare energie vraagt meer ruimte voor transport, distributie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds. In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, winden bodeme- nergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Ook wordt opslag/ conversie van energie belangrijker en zal daar meer (en ook meer verspreide) ruimte voor nodig zijn. 2.

We realiseren de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies.

3. Voor de inpassing op land van de opgave voor duurzame energie worden regionale energiestrategieën opgesteld. Beleidskeuze NOVI richtinggevend voor RES De NOVI geeft drie richtinggevende kaders mee voor de RES: 1.

Voorkeur voor grootschalige clustering Grootschalige clustering van de productie van duurzame energie (door windmolens, eventueel in combinatie met zonnevelden) vermindert de ruimtelijke afwenteling en draagt bij aan kostenreductie. Waar mogelijk heeft dit de voorkeur. Hier ligt echter wel een expliciete afweging tegenover andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en maat schappelijk en bestuurlijk draagvlak. Voorwaarde is dat bewoners echt goed betrokken zijn, invloed hebben op het gebruik van en, waar dat kan, meeprofiteren in de opbrengsten. Het is van belang aandacht te besteden aan natuurinclusief ontwerp en beheer bij duurzame energieprojecten om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden natuur te versterken, door bijvoorbeeld onderwaternatuur te realiseren bij windprojecten op water.

2.

Voorkeursvolgorde voor zon pv Op dit moment worden in toenemende mate zonneparken in veldopstelling ontwikkeld, soms ten koste van de kwaliteit van het landelijk gebied. Om te stimuleren dat locaties zorgvuldig worden uitgekozen, heeft het Rijk in samenwerking met medeoverheden en andere stakeholders een voorkeursvolgorde uitgewerkt. Zie de bijgevoegde link www.tweedekamer.nl/ kamerstukken/amendementen/detail?id=2019Z15975&- did=2019D33080. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Het inpassen op daken en gevels draagt niet alleen bij aan het combineren van functies. Omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties.

Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan land- bouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of areaal in beheer van het Rijk (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer), waaronder waar mogelijk bermen van spoor- en autowegen. Deze voorkeursvolgorde houdt geen volg- tijdelijkheid in. Na het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zon-PV kan gestart worden met het gelijktijdig benutten

van gekozen mogelijkheden. Als onderdeel van het RES-proces zullen deze kwalitatief gewaardeerd worden in het Nationaal Programma RES. In deze waardering wordt gekeken hoe ruimtelijke belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Daarbij zal voor zon-PV worden nagegaan of de voorkeursvolgorde uit de NOVI in deze afweging goed is betrokken. Dit verschilt per locatie. In historische stads- en dorpskernen wordt hier doorgaans ook al rekening mee gehouden vanuit het belang van erfgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=6348ddfb-e078-40e4-a761-d0678b76e427