CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Natuurtoets.pdf

Adviescommissie Ruimte 14 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Ontwerp bestemmingsplan en MER Herinrichting uiterwaarden Demen-Dieden16.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

24 / 35

7

Effectbeoordeling gebiedenbescherming

7.1

Natura 2000

7.1.1

Inleiding Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb voorziet in de bescherming van natuurgebieden van Europees belang welke behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten (habitatrichtlijnsoorten) te behouden en waar nodig te herstellen. De basis wordt gevormd door de zorgplicht (artikel 1.11) waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Bij ontwikkelingen binnen de door de Wnb beschermde gebieden, kunnen negatieve effecten optreden. Ook kunnen effecten optreden wanneer een ontwikkeling in de omgeving van een beschermd gebied plaatsvindt en het gebied daarbij beïnvloedt (externe werking). Daarnaast is het mogelijk dat gebieden, die een belangrijke relatie hebben met een beschermd gebied, beïnvloed worden en zo een indirect effect hebben op het beschermde gebied.

7.1.2

Natuurdoelen Natura 2000-gebied Het plangebied is gesitueerd op circa 7 kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (figuur 7.1). De effecten op dit gebied worden als maatgevend beschouwd voor deze toetsing. De concrete instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied zijn in 2017 vastgelegd in het gewijzigde aanwijzingsbesluit (Ministerie van EZ, 2017).

Figuur 7.1: Situering van het plangebied (rode contour) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (gele arcering).

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

25 / 35

7.1.3

Algemene doelen Voor alle Natura 2000-gebieden zijn algemene doelen geformuleerd die betrekking hebben op behoud van de bijdrage aan de biologische diversiteit en de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie (EU). Deze algemene doelen staan voor behoud en, indien van toepassing, herstel van: 1. De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; 2. De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de EU, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aanwezen; 3. De natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 4. De op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aanwezen.

7.1.4

Instandhoudingsdoelstellingen De algemene doelen en kernopgaven zijn per Natura 2000-gebied nader uitgewerkt in specifieke instandhoudingsdoelen. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. De specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor dit Natura 2000-gebied zijn opgenomen in tabel 7.1. Tabel 7.1: Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-gebied Rijntakken Habitattypen

SVI

Doel

Doel

Doel

Landelijk

oppervlakte

kwaliteit

populatie

H3150

Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden

-

>

>

n.v.t.

H3260B

Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden)

-

>

=

n.v.t.

H3270

Slikkige rivieroevers

-

>

>

n.v.t.

H6120

Stroomdalgraslanden

--

>

>

n.v.t.

H6430A

Ruigten en zomen (moerasspirea)

+

=

=

n.v.t.

H6430B

Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)

-

=

=

n.v.t.

H6430C

Ruigten en zomen (droge bosranden)

-

>

>

n.v.t.

H6510A

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

-

>

>

n.v.t.

H6510B

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

--

>

>

n.v.t.

H9120

Beuken-eikenbossen met hulst

-

>

>

n.v.t.

H91E0A

Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

-

=

>

n.v.t.

H91E0B

Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)

--

>

>

n.v.t.

H91E0C

Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

-

=

=

n.v.t.

H91F0

Droge hardhoutooibossen

--

>

>

n.v.t.

Habitatsoorten H1095

Zeeprik

-

>

>

>

H1099

Rivierprik

-

>

>

>

H1102

Elft

--

=

=

>

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

26 / 35

H1106

Zalm

--

=

=

>

H1134

Bittervoorn

-

=

=

=

H1145

Grote modderkruiper

-

>

>

>

H1149

Kleine modderkruiper

+

=

=

=

H1163

Rivierdonderpad

-

=

=

=

H1166

Kamsalamander

-

>

>

>

H1318

Meervleermuis

-

=

=

=

H1337

Bever

-

=

>

>

Broedvogelsoorten A004

Dodaars

+

=

=

45

A017

Aalscholver

+

=

=

660

A021

Roerdomp

--

>

>

20

A022

Woudaapje

--

>

>

20

A119

Porseleinhoen

--

>

>

40

A122

Kwartelkoning

-

>

>

160

A153

Watersnip

--

=

=

17

A197

Zwarte stern

--

=

=

240

A229

IJsvogel

+

=

=

25

A249

Oeverzwaluw

+

=

=

680

A272

Blauwborst

+

=

=

95

A098

Grote karekiet

--

>

>

70

Niet-broedvogelsoorten A005

Fuut

-

=

=

570

A017

Aalscholver

+

=

=

1300

A037

Kleine zwaan

-

=

=

100

A038

Wilde zwaan

-

=

=

30

A039

Toendrarietgans (foerageerfunctie)

+

=

=

125

A039

Toendrarietgans (slaapplaatsfunctie)

+

=

=

2800

A041

Kolgans (foerageerfunctie)

+

=

=

35400

A041

Kolgans (slaapplaatsfunctie)

+

=

=

180100

A043

Grauwe gans (foerageerfunctie)

+

=

=

8300

A043

Grauwe gans (slaapplaatsfunctie)

+

=

=

21500

A045

Brandgans (foerageerfunctie)

+

=

=

920

A045

Brandgans (slaapplaatsfunctie)

+

=

=

5200

A048

Bergeend

+

=

=

120

A050

Smient

+

=

=

17900

A051

Krakeend

+

=

=

340

A052

Wintertaling

-

=

=

100

A053

Wilde eend

+

=

=

6100

A054

Pijlstaart

-

=

=

130

A056

Slobeend

+

=

=

400

A059

Tafeleend

--

=

=

990

A061

Kuifeend

-

=

=

2300

A068

Nonnetje

-

=

=

40

A125

Meerkoet

-

=

=

8100

A130

Scholekster

--

=

=

340

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

27 / 35

A140

Goudplevier

--

=

=

140

A142

Kievit

-

=

=

8100

A151

Kemphaan

-

=

=

1000

A156

Grutto

--

=

=

690

A160

Wulp

+

=

=

850

A162

7.1.5

Tureluur = = SVI landelijk Landelijke Staat van Instandhouding (‐‐ zeer ongunstig; ‐ matig ongunstig, + gunstig); = behoudsdoelstelling; > verbeter‐ of uitbreidingsdoelstelling; =(<) achteruitgang ten gunste van ander habitattype of soort toegestaan.

65

Selectie van effecten Verschillende elementen van de planontwikkeling kunnen leiden tot effecten op de aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. De overheid heeft in de vorm van de effectenindicator ‘Natura 2000 – ecologische randvoorwaarden en storende factoren’ (Broekmeyer, 2005 & Aanvulling uit 2008) een instrument ontwikkeld waarmee mogelijk schadelijke effecten als gevolg van een voornemen kunnen worden verkend. In de effectenindicator zijn de negentien meest voorkomende storende factoren beschreven. Een soort of habitattype is gevoelig voor een storende factor als ‘in zijn algemeenheid’ het voorkomen van de storende factor leidt tot negatieve effecten op een soort of habitattype. Negatieve effecten kunnen weer de gunstige staat van instandhouding beïnvloeden. Het plangebied is buiten het Natura 2000-gebied gelegen. In dit hoofdstuk wordt nagegaan of er sprake is van externe werking als gevolg van de evenementen. De mogelijke effecten van de geselecteerde storingsfactoren, op de door de Wnb beschermde soorten en habitattypen, worden hieronder besproken. Selectie van relevante storingsfactoren Uit een analyse van de storingsfactoren volgt dat mogelijke effecten beperkt zijn tot chemische effecten in de vorm van verzuring (3) of vermesting (4).

Effecten als gevolg van oppervlakteverlies (1) en versnippering (2) zijn niet aan de orde omdat er geen ingrepen in het Natura 2000-gebied zijn voorzien. Door de aard van de ingreep zijn ook effecten als gevolg van verzoeting (5), verzilting (6), verdroging (8), vernatting (9), veranderingen in stroomsnelheid (10), veranderingen in overstromingsfrequentie (11) en veranderingen in dynamiek substraat (12, mechanische effecten (17), veranderingen in populatie dynamiek (18) en bewust veranderingen in soortensamenstelling (19) uit te sluiten. Effecten als gevolg van verstoring door geluid (storingsfactornummer 13), licht (14), trillingen (15) optische verstoring (16) worden uitgesloten op basis van de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Niet alle beschermde soorten en habitats zijn even gevoelig voor de betreffende storingsfactoren (bijlage 5). Een soort is gevoelig voor een storende factor als ‘in zijn algemeenheid’ het voorkomen van de storende factor leidt tot negatieve effecten. Deze negatieve effecten kunnen op hun beurt weer de gunstige staat van instandhouding beïnvloeden. De gevoeligheid van de soort wordt in de effectenindicator ingeschaald als zeer gevoelig (rood), gevoelig (oranje) of niet gevoelig (groen). Voor sommige soorten is onvoldoende literatuur beschikbaar om de gevoeligheid voor een bepaalde storingsfactor te kunnen bepalen.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

28 / 35

7.1.6

Effectbeoordeling verzuring en vermesting Actualisatie stikstofdepositie (jan. 2020) Als gevolg van de werkzaamheden tijdens de uitvoering is mogelijk een (tijdelijk) verhoogde waarde van stikstof aanwezig. Deze extra uitstoot kan een negatief effect hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. In oktober 2019 is de netto stikstofdepositie berekend8 door de depositie die door het huidige (intensieve) agrarische gebruik is veroorzaakt, af te trekken van de depositie die de uitvoering van het plan veroorzaakt. Door het verdwijnen van landbouwgronden daalt de netto stikstofdepositie. Overal buiten het plangebied, ter hoogte van de stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000-gebieden, neemt de stikstofdepositie als gevolg van de totale planvorming ook af in de orde grootte van 0,1 tot 1 mol N/ha/jaar. Significant negatieve effecten door stikstofdepositie door uitvoering van het plan zijn daarmee uitgesloten.

7.1.7

Conclusie Het plangebied ligt op grote afstand buiten het Natura 2000-gebied 'Rijntakken’. Van directe aantasting van het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelstellingen in de vorm van ruimtebeslag is geen sprake. Ook effecten als gevolg van extra verstoring (licht, geluid, trillingen of optische verstoring), vernatting/verdroging, verontreiniging of chemische effecten (verzuring of vermesting) zijn er niet te verwachten. De realisatie van het voornemen heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Een nadere toetsing of vergunning is niet nodig.

7.2

Natuurnetwerk Nederland / Natuurnetwerk Brabant

7.2.1

Inleiding Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologisch vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. De bescherming van de NNN is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro: Stb 2016 nr. 351) en uitgewerkt in provinciale verordeningen en bestemmingsplannen. De bescherming van het NNN staat geheel los van de Wet natuurbescherming. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt vastgelegd op kaart. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN Niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. 8

Rapportage Stikstofdepositie, 8 oktober 2019, LBP Sight, kenmerk V087238aa.19EFH7C.djs

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

29 / 35

In de provincie Noord-Brabant is het beleid ten aanzien van het NNN vastgelegd in de Verordening ruimte 2014 (Provincie Noord-Brabant, 2018). Het NNN heet hier Natuurnetwerk Brabant (NNB). In de omgevingsverordening is opgenomen dat een ruimtelijk plan, welke betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van het NNB, geen nieuwe ruimtelijke activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. 7.2.2

Situering Het plangebied valt binnen geheel binnen het Provinciale deel van het Natuurnetwerk Brabant (Figuur 7.2). Binnen het NBB dient de hoofdbestemming regels te stellen ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van het plangebied, waarbij rekening gehouden dient te worden met de overige aanwezige waarden en kenmerken (o.a. cultuurhistorie).

Figuur 7.2: Natuurnetwerk Brabant. Bron: Provincie Noord-Brabant, 16-08-2018.

7.2.3

Effectbeoordeling In Verordening ruimte is de algemene regel opgenomen dat ontwikkelingen die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten, niet zijn toegestaan. Een ruimtelijke activiteit waarvoor een bestemmingswijziging binnen het NNB nodig is, is niet toegestaan als daarmee de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant worden aangetast, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. Door het voornemen wordt de inrichting binnen het NNB aangepast, waarbij ook het bestemmingsplan aangepast dient te worden. Op basis hiervan is een beoordeling van de effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB nodig. NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

30 / 35

7.2.4

Wezenlijke kenmerken en waarden Provincie Noord-Brabant heeft de invulling van wezenlijke kenmerken en waarden binnen het NNB uitgewerkt in het natuurbeheerplan (Provincie Noord-Brabant, 2018). Het gaat hier om de binnen deze zone aanwezige actuele (beheertypenkaart) èn potentiële (ambitiekaart) natuurwaarden. De wezenlijke actuele en potentiële waarden van het gebied zijn in het licht van natuurdoelen en -kwaliteit bijvoorbeeld: de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, openheid of juist geslotenheid van de landschapsstructuur.

7.2.5

Beheertypenkaart Binnen het plangebied bestaat een groot deel van het gebied uit nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (N00.01) (figuur 7.3). Hiernaast zijn de beheertypes N01.03 Rivier- en moeraslandschap en N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland aanwezig.

Figuur 7.3. Natuurbeheertypen binnen het plangebied (rood omlijnd), met in roze N00.01, in groen N12.04 en in blauw N01.03. Bron: Provincie Noord-Brabant 16-08-2018.

Nog om te vormen Het beheertype N00.01 omvat gronden die niet zijn omgevormd naar natuur, over het algemeen nog agrarische grond zijn en waarvoor nog geen concreet natuurbeheertype als doelstelling is bepaald. Rivier- en moeraslandschap Rivier- en moeraslandschap omvat enerzijds de gebieden langs rivieren waar de waterdynamiek van de rivieren en successie in combinatie met integrale begrazing door grote grazers het landschap bepalen en anderzijds veen- en kleigebieden waar waterstandfluctuaties, hoogteverschillen, successie en integrale begrazing het landschap bepalen. Langs de rivieren gaat het ook om kleine in het overstromingsbereik van de rivier NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

31 / 35

liggende gebieden die tezamen langs een rivier een landschappelijke eenheid vormen. Al naar gelang de ligging van het gebied bestaat het uit een groot scala van andere in rivier- en veen- en kleigebieden voorkomende beheertypen (zoals rivier, zoete plas, moeras, droog schraalland, zilt grasland en overstromingsgrasland, ruigteveld, rivier en beekbegeleidend bos of hoog- en laagveenbos) die echter vanwege het veranderlijke landschap niet in omvang en ligging apart in het beheer worden vastgelegd. De overstromingsdynamiek is langs de rivieren een belangrijke factor. Deze is echter door allerlei ingrepen bovenstrooms en door het dieper komen te liggen van de rivier veranderd van bijna jaarlijkse lage overstromingen tot onvoorspelbare hoge overstromingen. Hierdoor hebben concurrentiekrachtige soorten van storingsmilieus een groot aandeel gekregen en is begrazing belangrijk om ook andere soorten nog kansen te geven. Zilt- en overstromingsgrasland Zilt- en overstromingsgrasland bestaat uit vegetaties met grassen, russen en kruiden op vochtige zand- veen of kleigronden. Overstromingsgrasland kent in de winter en voorjaar vrijwel jaarlijks een periode dat het overstroomd is door water. In het rivierengebied komt overstromingsweiland voor in kommen, oude verlandde lopen van de rivier en laagten tussen oeverwallen en rivierduinen.

Het beheertype is op Europees niveau van belang voor noordse woelmuis en kruipen moerasscherm, Zilt- en overstromingsgrasland is verder van nationaal belang als leefgebied voor haften en bedreigde broedvogels, zoals kluut, tureluur, grutto en visdief en verder voor moeraspaardebloem, Platte bies, Polei, Rode ogentroost, Stekende bies en Voszegge. De graslanden worden doorgaans niet bemest tenzij sprake is van zodanige aantallen broedende weidevogels dat ook rangschikking onder vochtig weidevogelgrasland gerechtvaardigd is. 7.2.6

Ambitiekaart De ambitie voor het plangebied (figuur 7.4) bestaat uit de omvorming van het agrarische landschap naar N01.03 Rivier- en moeraslandschap, omvorming van het overstromingsgrasland naar N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland waarbij de rivier (N02.01) als afzonderlijk beheer/ambitie type wordt genoemd. De ambitie wordt daarmee gekenmerkt door de natuurlijke ontwikkeling van het plangebied. Kruiden- en faunarijkgrasland Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; zoals kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

32 / 35

Figuur 7.4 Ambitiekaart voor het NNB binnen het plangebied (rood omlijnd). Met in lichtblauw N01.03, in groen N12.02 en in donkerblauw N02.01. Bron: Provincie Noord-Brabant 16-08-2018.

Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoogproductieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overhoeken van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden. Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen. Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren De graslanden worden doorgaans niet bemest.

Om verzuring tegen te gaan kan, bij uitzondering, ruige stalmest of bekalking toegepast worden.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

33 / 35

7.2.7

Beoordeling van de effecten Door de het voornemen wordt het plangebied van opnieuw ingericht waardoor natuur zich kan ontwikkelen en de waterveiligheid wordt vergroot. Hiermee wordt het ambitieniveau vanuit het natuurbeheerplan ingevuld. De herinrichting draagt daarbij aan de ontwikkeling van de doelen (wezenlijke kenmerken en waarden) voor dit gebied bij. De actuele natuurwaarden (zie hoofdstuk 6) worden zoveel mogelijk behouden, waarbij de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, en landschapsstructuur benadrukt en/of verbeterd. Negatieve gevolgen op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB worden uitgesloten.

7.3

Conclusie Het voornemen heeft geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Omdat effecten niet aan de orde zijn en de ambitie voor dit gebied gerealiseerd wordt zijn (andere dan de plan-inclusieve maatregelen) geen mitigerende maatregelen nodig.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

34 / 35

8

Eindconclusie In deze natuurtoets wordt het volgende geconcludeerd dat de planontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor beschermde Natura 2000-gebieden. Een nadere toetsing (voortoets / passende beoordeling) of vergunning is niet nodig. De planontwikkeling heeft eveneens geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN / NNB. Een nadere toetsing is niet nodig. De planontwikkeling leidt niet tot ontheffingen voor specifieke soorten danwel nader onderzoek naar deze soorten. Tabel 8.1: Overzicht van (potentiele) effecten op beschermde soorten Zoogdieren Bever

Das

Marterachtigen

Mogelijk effect Kans op tijdelijke verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied Kans op tijdelijke verstoring van leefgebied Kans op tijdelijke verstoring van leefgebied

Nader onderzoek

Ontheffing

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing nodig

Nee

Geen ontheffing mogelijk

Nee

Geen ontheffing nodig

Vleermuizen Vliegroutes en foerageergebied

Geen negatieve gevolgen

Verblijfplaatsen in

Kans op aantasting van verblijfplaatsen

bomen

in de te kappen bomen

Amfibieën Kamsalamander

Kans op aantasting leefgebied en verblijfplaatsen

Vissen Grote modderkruiper

Kans op aantasting leefgebied en verblijfplaatsen

Broedvogels Algemeen beschermd Jaarrond beschermd

Aantasting van verblijfplaatsen in het broedseizoen niet toegestaan Geen negatieve gevolgen

De planontwikkeling heeft naar verwachting geen negatieve effecten op beschermde planten, reptielen, libellen, dagvlinders en ongewervelden. Voor deze soortgroepen behoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb niet aan de orde. Het opvolgen van de beschikbare gedragscodes en inzetten van ecologische begeleiding zorgt ervoor dat aan deze zorgplicht wordt voldaan.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

35 / 35

Bijlagen

Bijlage 1

Wetgeving en beleid

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) vervangt sinds 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet en voorziet hiermee in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wnb richt zich in basis op: - Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, - Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en - Het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De wet geeft ook invulling aan de in het bestuursakkoord natuur gemaakte afspraken over decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies.

De instrumenten en begrippenkaders van de Wnb zijn zo goed mogelijk afgestemd op andere onderdelen van het omgevingsrecht, in het bijzonder de toekomstige Omgevingswet. In de Wnb zijn, behalve meer algemene bepalingen over bevoegdheden, natuur- en landschapsbeleid, beleidsmonitoring en instrumenten ter bescherming van natuur en landschap ook specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzonder natuurwaarden. Het gaat dan in het bijzonder om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang (Natura 2000-gebieden) en de bescherming van soorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen die een specifieke bescherming behoeven. Deze onderwerpen zullen hieronder worden toegelicht. Zorgplicht Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11) waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: - Dergelijke handelingen achterwege laat dan wel - Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of - Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (mitigatie).

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Gebiedsbescherming In de Wnb zijn regels opgenomen die de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Voor plannen of projecten met mogelijke schadelijke handelingen is in de Wnb een vergunningensysteem opgenomen. Hieraan gekoppeld kan het bevoegd gezag preventieve dwingende maatregelen opleggen om schadelijke effecten te voorkomen. Op basis van de Wnb wordt alleen nog bescherming geboden aan de zogenaamde Natura 2000-gebieden, welke onderdeel zijn van het Europese netwerk van natuurgebieden. De eerder nationaal beschermde natuurmonumenten worden niet meer beschermd op grond van nationale wetgeving. Wel kunnen provincies ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en bijzondere provinciale landschappen’ aanwijzen. Provincies kunnen eventueel zelf regelgeving opstellen voor deze gebieden. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van aangewezen habitats en soorten binnen de gebieden. Significant negatieve effecten op het beschermde gebied zijn niet toegestaan, tenzij sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, er geen alternatieven voorhanden zijn en alle schade wordt gecompenseerd.

De wet voorziet eveneens in het beschermen van het gebied tegen handelingen buiten het Natura 2000gebied met een mogelijk negatief effect op de beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. Dit is geregeld op basis van de zogenaamde externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden komen de uitvoeringsbevoegdheden voor het overgrote deel bij de provincies te liggen, met uitzondering van het aanwijzen van Natura 2000-gebieden en het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ten aanzien van de uitvoering is de provincie waarin een ingreep plaatsvindt, bevoegd. Voor rijkswateren blijft de rijksoverheid bevoegd. Soortenbescherming De in de Wnb gestelde regels ter bescherming van soorten voorzien in voorschriften ter bescherming van de van nature in het wild levende planten- en diersoorten. In dit deel staan de verplichte instrumenten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern, Bonn en het biodiversiteitsverdrag centraal. Het is erop gericht om voor de beschermde soorten een gunstige staat van instandhouding te bereiken of te herstellen. Verbodsbepalingen De verboden, afwijkingsmogelijkheden en andere beschermingsmiddelen zijn direct overgenomen uit deze richtlijnen en verdragen en worden in de Wnb opgedeeld in drie beschermingsregimes.

Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Vogelrichtlijnsoorten: De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (artikel 3.1; zie bijlage 1). Voor deze soorten gelden de volgende verboden: lid 1: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3: Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijnsoorten: De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU (zie bijlage 1) op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en soorten van de Conventie van Bern Appendix II en de Conventie van Bonn Appendix I (art. 3.5; zie bijlage 1).

Voor deze soorten zijn in de Wnb de volgende verboden opgenomen: lid 1: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3: Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5: Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten: De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wnb (art. 3.10; zie bijlage 2).

Voor deze soorten is onverminderd artikel 3.5 eerste, vierde en vijfde lid het verboden om: lid 1a: In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. lid 1b: De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. lid 1c: Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Voor de zoogdier-, amfibie- en reptielsoorten opgenomen in de bijlage van artikel 3.10 geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege ecologische redenen of de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Houtopstanden Het doel van in de Wnb opgenomen de regels ten aanzien van houtopstanden blijft de blijft de instandhouding van het bosareaal. De kern wordt gevormd door een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze regels vloeien als zodanig niet onmiddellijk voort uit internationale verplichtingen, maar is van wezenlijk belang in het licht van nationale èn internationale natuur-, landschaps- en milieudoelstellingen. De regels met betrekking tot houtopstanden zijn van toepassing op alle bossen en houtopstanden buiten de ‘bebouwde kom Wnb’ groter dan 1.000 m2 en rijbeplantingen van meer dan 20 bomen. De wet verplicht om de grond waarop het bos heeft gestaan binnen 3 jaar opnieuw in te planten met bomen. Indien mogelijk is herplanting door natuurlijke verjonging ook toegestaan.

Waar natuurlijke verjonging niet mogelijk of te verwachten is, bijvoorbeeld bij lintbeplantingen minder dan 30 meter breed, moet geplant worden met boomsoorten die aansluiten bij de groeiplaats. De begrenzing ‘bebouwde kom Wnb’ wordt door de gemeente vastgesteld, maar hoeft niet samen te vallen met de bebouwde kom in het kader van de wegenverkeerswet. In geval een boom/bomen of andere houtopstanden binnen de bebouwde kom worden gekapt, dan kan een gemeentelijke (omgevings)vergunning nodig zijn. Dit zal specifiek bij de betreffende gemeente moeten worden nagegaan. Struikbeplantingen groter dan 1.000 m2 vallen onder de wet, met uitzondering van éénrijige geschoren meidoornheggen die als zodanig zijn aangelegd en worden beheerd. Spontane bosopslag langs sloten, op natuurterreinen en braakliggende terreinen valt onder de Boswet, zodra sprake is van een bedekkings-percentage van 60% en een opslag van vijf jaar of ouder. De Boswet is niet van toepassing op: erven en tuinen, windschermen van bomen langs boomgaarden, éénrijige beplanting van populier of wilg op of langs landbouwgronden, Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg, vruchtbomen, kerstsparren en kweekgoed. Ook bevat de Wnb een basis om regels te stellen ter uitvoering van Europese regels die beogen te verzekeren dat in internationaal verband verhandeld hout en verhandelde houtproducten duurzaam zijn.

Nesten De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels. Het gaat erom of er een broedgeval is. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb. U heeft voor deze soorten geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. En ook niet als u maatregelen treft die voorkomen dat deze soorten zich op de bouwplaats vestigen tijdens het broedseizoen. U mag dus buiten het broedseizoen nesten verplaatsen of verwijderen, maar daar zijn uitzonderingen op. Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Deze categorieën zijn terug te vinden in de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’. Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten De aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten is indicatief en niet uitputtend. Als aanvulling op de vorige lijst zijn ook vogelsoorten opgenomen met niet jaarrond beschermde nesten. De soorten uit bovenstaande categorie 5 vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5-soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voormalige ecologische hoofdstructuur, EHS) is een netwerk van beschermde natuurgebieden, dat in de basis gevormd wordt door de al bestaande natuur, zoals duinen, heiden, bossen, meren en landgoederen. Aanvullend hierop worden nieuwe natuurgebieden ontwikkeld, bijvoorbeeld op gronden die eerst voor landbouw gebruikt werden. Ecologische natuurverbindingen verbinden deze gebieden met elkaar. In het NNN liggen:

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

• • • • •

Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 nationale parken; Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden.

Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling (spelregels EHS) van de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom geldt in deze gebieden het ‘nee, tenzij’-regime. Indien een voorgenomen ingreep de ‘nee, tenzij’-afweging met positief gevolg doorloopt kan de ingreep plaatsvinden, mits de eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Indien de voorgenomen planontwikkeling met bijbehorende ingreep/ingrepen niet voldoet aan de voorwaarden uit het ‘nee, tenzij’-regime dan kan de ingreep niet plaatsvinden, tenzij het onderstaande van toepassing is. Saldobenadering In die gevallen waarbij het instrument saldobenadering van toepassing is hoeft het ’nee, tenzij’-afwegingskader niet doorlopen te worden en is ook geen sprake van compensatie, zoals bij ingrepen onder het ’nee, tenzij’-regime. Harde eis hierbij is wel dat aan alle voorwaarden voor het toepassen van de saldobenadering wordt voldaan. Alleen dan is immers per saldo winst voor het NNN gegarandeerd. Is dit niet het geval dan geldt onverkort het ‘nee, tenzij’-regime.

Beoordeling van effecten van een ingreep op het NNN Voor de beoordeling van de effecten van een ingreep en bij het nader invullen van de begrippen: ‘geen nettoverlies’, ‘behoud van ambitie’, ’versterking van het NNN’ en ’kwaliteitsslag’ zijn de volgende aandachtspunten ten aanzien van natuurkwaliteit belangrijk: • Zowel de actuele natuurwaarden als het vastgelegde natuurdoel zijn relevant; • Natuurwaarden worden primair afgemeten aan doelsoorten en natuurlijkheid (de kwaliteitscriteria van natuurdoeltypen); • Behoud en ontwikkeling van natuurwaarden zijn afhankelijk van het voldoen aan een reeks van randvoorwaarden (met name bodemgesteldheid, waterkwaliteit, processen in de omgeving, minimumoppervlakte en beheer). • Significant negatieve effecten betreffen zowel natuur- als hun randvoorwaarden; • Lokale ingrepen kunnen (negatieve) effecten hebben op drie schaalniveaus: lokaal, regionaal (kerngebied van het NNN) en landelijk (hele NNN). De vervangbaarheid van natuur hangt af van meerdere ecologische aspecten alsmede relevante nationale beleidsambities.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Bijlage 2

Literatuur

Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, De Dagvlinders van Nederland, 2006, Odonata, KNNV, Utrecht. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. 2016, Atlas van de Nederlandse zoogdieren, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Creemers, R.C.M., & Delft, J.J.C.W. van, (RAVON) (redactie) 2009 De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorische Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Greenhouse Advies B.V. 2018 Archeologisch onderzoek. Gebiedsontwikkeling Demen-Dieden. Inventariserend veldonderzoek (IVO-O). GRA-rapport 2018.19 Greenhouse Advies B.V. Huissen. NDFF, 2018, Bekende verspreidingsgegevens van soorten ten opzichte van het plangebied, levering vanuit https://ndff-ecogrid.nl/ Provincie Noord-Brabant, 2016, Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. 31 december 2016. Kenmerk 4098843. Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch. Provincie Noord-Brabant, 2017 Verordening Ruimte 2014. Geconsolideerde versie per 31-07-2018. Provincie Noord-Brabant. Den Bosch. RAVON, 2016, Ravon no. 63, bijlage, Waarnemingenoverzicht 2015, RAVON, Nijmegen.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Bijlage 3

Verspreidingskaarten grondgebonden zoogdieren

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Legenda

Invloedsgebied

Plangebied Grondgebonden zoogdieren ! Bever 189

! !! !

!!

! ! ! ! ! !!

!

188

!

187 186

!

!

!

185 !

184

! Titel

! ! ! ! !!! !

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

!

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-003_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied

Plangebied Grondgebonden zoogdieren ! Das 189

!

! !

188

! ! ! !!

!

!

187 186

! 185

!

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-003_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied

!

189

!

Plangebied Grondgebonden zoogdieren ! Egel

!

188

187

! ! !! ! !

!

186

!

185

!

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-003_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied

Plangebied Grondgebonden zoogdieren ! Haas 189 188

! !

!

!

!

!

187

!

!

! ! !! !

!

!

!

!

! !

!!

186

!! !

!!

!

!! !! !!

! !! !!

185

!!! ! ! ! !

!

!! ! !! ! ! ! ! !

! !

!

!

!

!

! ! ! !!! ! !

184!

!

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

!

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-003_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied

Plangebied Grondgebonden zoogdieren ! Ree 189

!

188

! ! !

! ! 187

! !

186

!

!

! 185

!

! !

!

184

! Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-003_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Bijlage 4

Verspreidingskaarten vleermuizen

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vleermuizen !

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

189 188

!

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-004_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vleermuizen ! !

Gewone dwergvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

189 188

!

187

!!

186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-004_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vleermuizen ! !

Gewone grootoorvleermuis

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

189 188

!

187

!

186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-004_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vleermuizen !

Laatvlieger

189 188

187

!

186

!

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-004_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Bijlage 5

Verspreidingskaarten amfibieën

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Amfibieën !

Bruine kikker

189 188

! !

187 186

!

185

!

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-005_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Amfibieën !

Gewone pad

189 188

187

! ! ! ! !

186

185

!

!!

!

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-005_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Amfibieën !

Kamsalamander

189 188

187 186

185

! !

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-005_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Amfibieën !

Kleine watersalamander

189 188

187

! 186

!

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-005_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Bijlage 6

Verspreidingskaarten vissen

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vissen !

Grote modderkruiper

189 188

!

187 186

! !

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-006_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Bijlage 7

Verspreidingskaarten jaarrond beschermde broedvogels

In de gegevens van het NDFF is niet geselecteerd op type waarnemingen zoals, bijvoorbeeld enkel broedvogeltellingen voor de vogels. De waarnemingen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie betreffen een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen en niet alleen broedgevallen.

NATUURTOETS DEMEN-DIEDEN | BEOORDELING VAN HET VOORKEURSALTERNATIEF IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING EN HET NATUURNETWERK BRABANT (NNB) | DOCUMENTCODE: 17M7013.RAP.NT-V2

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Boomvalk

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Buizerd

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Gierzwaluw

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Havik

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Huismus

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Ooievaar

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Ransuil

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Roek

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Sperwer

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

Legenda

Invloedsgebied Plangebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Steenuil

189 188

187 186

185

184

Titel

Verspreidingsgegevens NDFF 1-1-2008 t/m 15-06-2018

Project

183

Natuurtoets Salmsteke

Opdrachtgever

K3Delta

Kaartnr.

Datum

aug 2018

17M7013-T-007_v1

0

Esri Nederland, Community Map Contributors

165

330

m 660

Versie

Definitief

Auteur

Schaal

R. Hoendervoogt 1:25.000 (A4)

Akkoord

J. van Mil

´

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f9cbff23-616c-443e-be46-cbf565eda246