CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 D - Bijlagen bij de toelichting Hamelspoelweg 4 Herpen.PDF

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente OssBij agendapunt: (OUDE STUKKEN) A Vaststelling bestemmingsplannen Bredeweg 25 Geffen-2022, Burgemeester van Erpstraat 70 Berghem–2022’ en ‘Hamelspoelweg 4 Herpen – 2022’27.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 56 van 77 April 2022

Voorgrondbelasting (geurcontouren) Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele intensieve veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen: de dominante veehouderij. Wooijstraat 9 te Herpen is een geitenhouderij die gelegen is in de nabijheid van het plangebied. Door De Omgevingsadviseurs Zwolle is een V-stacks berekening gemaakt van de voorgrondbelasting van dit bedrijf op de woningen Molenstraat ong. en Hamelspoelweg 4 te Herpen. Voor beide woningen geldt dat voldaan wordt aan de geurnormen. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 3 van deze toelichting. Achtergrondbelasting De achtergrond belasting wordt veroorzaakt door alle omliggende veehouderijen in een straal van 2 kilometer om de locatie aan Molenstraat/Hamelspoelweg Om te bezien of er iemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad (belangen veehouderij en derden) en of dat er ter plaatse van het initiatief een goed woon- en leefklimaat geldt (belangen geurgevoelig object) is de gebiedsvisie van de gemeente Oss geraadpleegd. De gemeenteraad van Oss heeft op 13 december 2012 het agrarisch geurbeleid vastgesteld. Het gaat hierbij om geur door het houden van dieren in een veehouderij.

Het nieuwe geurbeleid is afgestemd op de aard en het gebruik van onze gebieden. Ook de mogelijke groei van veehouderijen is meegewogen in het beleid. Het geurbeleid biedt bescherming tegen de overlast van geur op de plaatsen waar de meeste burgers zijn. Het geeft ook groeimogelijkheden voor veehouderijen waar er ruimte is. Met het nieuwe geurbeleid probeert de gemeente Oss (kleine) bedrijven met weinig geuruitstoot zo min mogelijk te beperken. Ook ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, worden mogelijk gemaakt. In deze visie/regels zijn berekeningen uitgevoerd om beleid te kunnen bepalen in het kader van de ruimtelijke ordening, wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Deze berekeningen zijn verwerkt in kaarten. Een passage van de kaart voor de omgeving Hamelspoelweg is hieronder weergegeven.

Uit het bovenstaande blijkt dat ter plaatse de achtergrondbelasting redelijk goed is. In de Agrarische geurgebiedsvisie Oss 2013 is aangegeven dat als de achtergrondbelasting aangemerkt kan worden als “voldoende” of “goed”, er vanuit het deelaspect ‘achtergrondbelasting geurhinder voor veehouderijen’ geen belemmeringen zijn om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Bij de motivering kan volstaan worden met een verwijzing naar deze gebiedsvisie en de verordening 2013.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 57 van 77 April 2022

5.1.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. In de omgeving van de woningen zijn echter geen bedrijven aanwezig.

Uit onderstaande uitsnede van de verbeelding is te zien dat eerst nabij de bebouwde kom een bestemming Bedrijf te zien is. Ingevolge het bestemmingsplan Kom Herpen kunnen op deze bedrijfslocatie nabij de Molenstraat uitsluitend bedrijven toegestaan worden die voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de milieuzoneringslijst. Voor een categorie 2 bedrijf geldt volgens de Brochure Bedrijven en milieuzonering een afstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Op de achterzijde van het perceel toegestane bedrijfsbestemming is een carnavalsopbouwloods. Door de aanwezigheid van andere woningen tussen de hierboven bedoelde bestemming Bedrijf en de nieuwe woning , kan de nieuwe woning geen verdere belemmering zijn voor de ontwikkelingen van dit bedrijf.

5.1.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 58 van 77 April 2022

bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM- project is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen.

Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal bloot gestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.

De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien het initiatief Erfdijk - Hamelspoelweg slechts de bouw van één woning mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip ‘niet in betekende mate’ valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit. De locatie aan de Hamelspoelweg 4 is thans bestemd als Agrarisch bedrijf. Met dit initiatief verdwijnt een agrarische bestemming waardoor de luchtkwaliteit zeker niet verslechterd. Het aspect stikstof wordt uiteengezet in paragraaf 5.2.2.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 59 van 77 April 2022

5.1.8 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van bovengrondse hoogspanningsleidingen, met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat het hart van hoogspanningsverbindingen op een afstand van minimaal 80 m ten opzichte van de bestemmingsgrens gesitueerd dient te zijn. In de omgeving van de projectlocatie zijn geen hoogspanningsleidingen aanwezig, binnen een straal van 80 meter zeker niet.

Dit blijkt ook uit het gegeven dat de locatie in het vigerend bestemmingsplan niet nader is aangeduid met de bestemming Hoogspanningsverbinding Dit aspect levert geen belemmeringen op voor de realisering van dit project. 5.1.9 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte.

Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod.

Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant Op grond van de Interimverordening wordt de locatie niet beschermd ten behoeve van waterdoelen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 60 van 77 April 2022

Conclusie De Interimverordening behoeft dan ook niet nader bezien te worden. Water technische aspecten van de locatie 1. Grondwaterstand GHG De gemiddelde hoogste grondwaterstand gekarteerd, het gebied heeft een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 80 - 100 (cm-mv) bij de Molenstraat.

Uitsnede kaart wateratlas.

Bron : provincie Noord-Brabant

Bij de Hamelspoelweg is dit niet weer gegeven/gemeten. Daar is sprake van een bestaande situatie.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 61 van 77 April 2022

2. Bodemtype

Uitsnede kaart wateratlas. Bron : provincie Noord-Brabant

Deze locatie bestaat uit eerdgronden, voedselrijk en vochtig tot droog 3. Aanwezigheid Oppervlaktewater In de directe nabijheid ligt een sloot en de Artjeswiel.

Uitsnede kaart wateratlas. Bron : provincie Noord-Brabant

Afwatering in de bodem van deze locatie zoals hierboven weergegeven behoort tot de mogelijkheden zoals in de vigerende situatie ook aan de orde is. Deze grond is geschikt voor het infiltreren van water in de bodem. Daarnaast kan het water van de Erfdijk afwateren in de Artjeswiel. De gronden in de Erfdijk kunnen ook water opnemen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 62 van 77 April 2022

Voor de nieuwe woning kan gesteld worden dat deze wordt gesitueerd in een open omgeving. Naast de woning komt bloemrijk grasland en om de woning wordt een groensingel gesitueerd waarnaar het water kan aflopen. Waterschap Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: • • Veilig en bewoonbaar; • • Voldoende water en robuust watersysteem; • • Schoon water; • • Gezond en natuurlijk water; • • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels.

Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Keur Waterschap Aa en Maas Zoals aangegeven is waterschap Aa en Maas de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het gronden oppervlaktewater binnen het plangebied. Middels de Keur van Waterschap Aa en Maas, welke in werking is getreden op 1 april 2021, is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap Aa en Maas schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn wel van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. De planlocatie is niet gelegen in een keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied, beschermd gebied waterhuishouding.

Keur waterschap Aa en Maas

Bron: Waterschap Aa en Maas

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 63 van 77 April 2022

Door deze wijziging van het bestemmingsplan voor de locatie Erfdijk-Hamelspoelweg wordt de toename van verhard oppervlak definitief verboden, de agrarische bestemming met de mogelijkheid tot het bouwen van bedrijfsgebouwen wordt verwijderd. De nieuwe bestemming, de woonbestemming met bijbehorende bijgebouwen is gemaximaliseerd.. Bovendien wordt een ecologische verbindingszone aangelegd, een gedeeltelijke herstel van de Erfdijk. De Erfdijk wordt aangemerkt als een beschermingsgebied. Door de ontwikkeling van dit project kan een extra gebied worden aangemerkt als beschermingsgebied. Voor de nieuwe woning wordt wel een onverhard gedeelte agrarische grond verhard. Doch in totaliteit in dit project is sprake van een verkleining van de mogelijkheid van het verhard oppervlak. De kwaliteit en kwantiteit van het water ondervindt geen wijzigingen. Ook de verwerking van hemelwater en afvalwater blijft overeenkomstig de bestaande situatie, geïnfiltreerd in de bodem. Hydrologisch neutraal bouwen Het Waterschap heeft het Beleid hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) en de bijbehorende HNO-tool vastgesteld. Uitgangspunt is dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. De grondwaterstand mag niet worden verlaagd. Bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied mag de oorspronkelijke landelijke afvoer niet overschrijden.

Het waterpeil moet aansluiten bij de optimale grondwaterstanden. In poldergebieden staan we seizoenfluctuaties toe. Om hydrologisch neutraal te kunnen ontwikkelen heeft het waterschap de HNO-tool ontwikkeld. Omdat echter sprake is van een afname van de mogelijkheden tot verharding van oppervlak is dit onderzoek niet uitgevoerd. De locatie waar de woning is gesitueerd levert een toename op van 400 m2 verharding. 200 m2 voor de woning, 100 m2 voor het bijgebouw alsmede 100 m2 voor terras/verharding De locatie heeft een gevoeligheidsfactor van ½

Voor de locatie geldt de gevoeligheidsfactor van ½ op grond van de Algemene regels verhard oppervlak van het Waterschap en behoeft dus maar ½ x 60 mm = 30 mm per m2 toegenomen verhard oppervlak gecompenseerd te worden. Het aantal m3 op te vangen water zal zijn: 400 x 0.03 = 12 m3. Het regenwater wordt binnen dit project geborgen door het infiltreren van dit water in de bodem en eventueel overtollig hemelwater op de aanwezige wiel te lozen. Deze geringe hoeveelheid van toename van verhard oppervlak weegt niet op tegen het saneren van de mogelijkheden van het realiseren van verhard oppervlak van een agrarisch bedrijf met een bouwblok van ruim 1 hectare. 4. Riolering De volgende eisen voor verwerking van afvalwater in de buitengebieden van Oss zijn van toepassing. In de zogenaamde buitengebieden wordt gebruik gemaakt van mechanische riolering. Deze wordt aangelegd voor het inzamelen en transport van huishoudelijk afvalwater (of wat daar naar aard en omvang gelijk aan is) en niet voor de afvoer van afstromend hemelwater! Uitgangspunt hierbij is de capaciteit die gelijk wordt gesteld aan een maximaal debiet van 0,36 m3/h en dat vervolgens 10 uur per dag. Dit geeft een debiet van 3,6 m3/dag .

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 64 van 77 April 2022

Voor de juiste afvoer van afvalwater zal een nieuwe pompput moeten worden aangelegd. De kosten voor de aanleg / aanschaf van deze pompput zijn voor rekening van de initiatiefnemer Bedrijfsmatige lozingen op deze mechanische riolering moeten altijd in overleg met de beheergroep riolering aangevraagd en besproken worden. Deze beperking is noodzakelijk om het risico van disfunctioneren te verkleinen (samenloop, overcapaciteit, weinig tot geen berging in het systeem, enz.) en een goed functioneren van het systeem te waarborgen In casu is geen sprake van een bedrijfsmatige lozing; deze wordt gesaneerd. Onderhavige lozingen behoeven dan ook niet aangevraagd en besproken te worden. Conclusie Het aspect water levert geen beperkingen op dit project 5.1.10 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen.

De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie.

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 65 van 77 April 2022

Wegverkeer Molenstraat

Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai 48 dB (Lden) (Artikel 82 lid 1 Wgh). Indien de geluidsbelasting op de gevel van de geprojecteerde woning uitkomt boven de 48 dB (Lden) kan er op bepaalde gronden ontheffing van de wettelijke voorkeursgrenswaarde verkregen worden tot 63 dB (Lden) (Artikel 83 lid 2 Wgh). De Molenstraat is een 60 km weg. Nabij de nieuwe woning aan de Molenstraat zijn zeer recent geluidsonderzoeken uitgevoerd. Bij deze ontwikkeling zijn twee woningen gerealiseerd. Bij deze woningen moest ook rekening worden gehouden met het verkeer uit de Hoogmolenveld. Ten behoeve van het akoestisch rapport bij deze twee nieuwe woningen zijn de verkeersgegevens van de Molenstraat aangeleverd door de Gemeente Oss. Bij de berekeningen is rekening gehouden met een jaarlijkse groei van 1,5%. Het prognosejaar is 2022. De gegevens zijn in casu ook van toepassing.

De conclusie bij de twee woningen aan de Molenstraat/Hoogmolenveld was: “

“ Conclusie Akoestisch rapport

Bron: Amitec

Snelweg De locatie ligt in de omgeving van de A50. In art. 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) is aangegeven hoe breed de geluidszone (het onderzoeksgebied) langs wegen is. Deze breedte hangt af van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied ligt.

De definitie van stedelijk gebied en buitenstedelijk gebied is te vinden in art. 1 Wgh. Hieruit blijkt dat een autoweg of autosnelweg per definitie in buitenstedelijk gebied ligt. Uit art. 74 Wgh volgt dan dat de zone van een autoweg of autosnelweg zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg: •

vijf of meer rijstroken: 600 meter

•

drie of vier rijstroken: 400 meter

•

een of twee rijstroken: 250 meter. De afstand tussen de nieuwe woning en de A 50 bedraagt 800 meter zodat deze snelweg de realisering van deze woning niet belemmerd

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 66 van 77 April 2022

Spoorweglawaai Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai 55 dB (Lden) (4.9 lid 1 Bgh). Indien de geluidsbelasting op de gevel van de geprojecteerde woning uitkomt boven de 55 dB (Lden) kan er op bepaalde gronden ontheffing van de wettelijke voorkeursgrenswaarde verkregen worden tot 68 dB (Lden) (Artikel 4.10 Bgh). Het totale binnenniveau van de woningen moet voldoen aan het Bouwbesluit en bedraagt maximaal 33 dB (Lden) De nieuw te bouwen woning is geprojecteerd binnen de geluidzone van de spoorlijn ’sHertogenbosch-Nijmegen. De gemeente Oss heeft een eigen geluidbeleid vastgesteld. In dat kader heeft de gemeenteraad van Oss op 20 mei 2010 de zogenaamde Geluidsnota Oss vastgesteld. In deze geluidsnota zijn onder meer gebiedsindelingen met de bijbehorende geluidsambities opgenomen.

De onderwerpelijke planlocatie valt in het gebied ‘kernen en bebouwingsclusters’. In dit gebied zijn hogere grenswaarden toegestaan. De nieuw te bouwen woning is niet gelegen binnen de geluidszone van de spoorlijn ’sHertogenbosch-Nijmegen. Het plangebied ligt op 3,5 kilometer van de spoorlijn Geconcludeerd kan worden dat voor onderhavige woning geen verzoek tot vaststelling van hogere grenswaarden noodzakelijk is. Industrielawaai Nabij de nieuwe woning aan de Molenstraat te Herpen zijn in de omgeving geen bedrijven aanwezig. Het dichtst bijgelegen bedrijf voor de nieuwe woonbestemming aan de Hamelspoelweg 4 is de rundveehouderij aan de Hamelspoelweg 6. Voor een dergelijk bedrijf geldt in het kader van geluid volgens de handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG) een richtafstand van 30 meter. De werkelijke afstand van dit bedrijf tot de voormalige bedrijfswoning bedraagt 64 meter. Aan deze afstandseis wordt voldaan.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 67 van 77 April 2022

Het projectgebied is niet gelegen binnen een zone vanwege industrielawaai, niet binnen de geluidsinvloedssfeer van bedrijven. Een akoestische rapportage is derhalve niet uitgevoerd

5.1.11 Volksgezondheid in relatie tot veehouderij Op basis van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0 versie mei 2018 opgesteld door het ondersteuningsteam BPO speerpunt veehouderij kan worden afgewogen of een advies van de GGD nodig is voor het plan. In het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) is gesteld dat er gezondheidsrisico’s zijn vastgesteld voor omwonenden van intensieve veehouderijen. Uit het rapport komt naar voren dat omwonenden van, met name, pluimveehouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van longontsteking. In stap 1 van de handreiking worst getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen.. Het plangebied ligt aan de Molenstraat. Aan de Molenstraat/Hamelspoelweg liggen enkel bedrijven met melkrundvee en paarden. Aan de Wooijstraat 9 ligt een geitenhouderij, daarop wordt in de volgende paragraaf ingegaan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

Geitenhouderijen Voor Q koorts worden alle geiten in Nederland ingeënt. Rondom geitenhouderij hebben mensen een grotere kans op longontsteking. Eerder zijn hiervoor al aanwijzingen gevonden die nu nadere onderbouwd zijn voor een langere perioden. In casu is sprake van een bestaande woning, daar wordt geen nieuw gevoelig object gerealiseerd. Aan de Molenstraat wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk worden ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij toegestaan. In casu wordt ligt het plangebied voor een nieuwe woning binnen de invloedgebieden van verschillende geitenhouderijen. Het ligt in ieder geval op ongeveer 300 meter van de geitenhouderij aan de Wooijstraat 9 te Herpen. Voor deze ontwikkeling heeft de gemeente Oss gesteld dat: • de aanvrager moet op de hoogte worden gesteld dat dit risico bestaat • de op de locatie te realiseren woning is niet bedoeld voor de huisvesting van een kwetsbare groep.

• Het onderwerp moet in de ruimtelijke onderbouwing aan de orde komen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 68 van 77 April 2022

Aan de door de gemeente Oss gestelde voorwaarden wordt voldaan. In de bestemmingsplanregels wordt opgenomen dat huisvesting of opvang van kinderen, gastouderbureau, niet tot de mogelijkheden behoort.

5.2 Waarden Binnen het plangebied voorkomende waarden op het vlak van natuur, archeologie of cultuurhistorie dienen te worden gerespecteerd en beschermd, mogelijk zelfs bevorderd. Bij ontwikkelingen moet proactief rekening worden gehouden met de aanwezige waarden. Achtereenvolgens komen aan bod: -

Archeologie en cultuurhistorie (5.2.1) Natuur (5.2.2) Kwaliteitsverbetering van het landschap ( 5.2.3)

5.2.1 Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1.1 Archeologie Het plangebied ligt op de oostelijke rand van de dekzandrug die zich uitstrekt van Rosmalen tot aan Herpen. Het betreft een archeologisch interessant gebied. In het plangebied zelf zijn geen archeologische vondstlocaties bekend. Direct westelijk van het plangebied, op een afstand van circa 75 meter, wel. Volgens Archis zijn hier (bewonings)resten aangetroffen uit het Neolithicum, de Brons-IJzertijd, de Romeinse tijd, de Vroege middeleeuwen en de Late middeleeuwen (vondstlocaties met zaakid.nr. 3233782100, 2769556100 en 3128288100). Rond 1900 werd het gebied doorsneden door een dijk. Ten noorden van deze dijk was historische bebouwing aanwezig. Uit deze gegevens kan worden opgemaakt dat het plangebied en zijn directe omgeving reeds sinds lange tijd in gebruik is.

Archeologiebeleid gemeente Oss

Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het gebied een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. Toetsing van de plannen Het voornemen is om in het plangebied een nieuwe woning te bouwen. Bovendien wordt de (historische) dijk opnieuw gereconstrueerd en wordt beplanting aangelegd. De bodemingrepen hebben waarschijnlijk een oppervlakte die groter is dan 100 m2 zodat bij de aanvraag om omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek overlegd zal worden.

Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd voorafgaand aan de vergunningverlening en dient het gehele gebied, waar bodemingrepen zijn voorzien die dieper gaan dan 30 cm beneden huidig maaiveld, te bevatten (dus ook de aanleg van kabels, leidingen, groenaanplant en verhardingen).

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 69 van 77 April 2022

Het archeologisch onderzoek dient zich bovendien ook te richten op effecten door de aanleg van de nieuwe dijk. Het is namelijk de vraag of extra (mechanische) belasting goed is voor eventuele archeologische sporen (naast het gewicht van het dijklichaam, wordt een nieuw dijklichaam vaak machinaal aangedrukt met een graafmachine of loader/shovel om de grond te verdichten). Het archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een bureauonderzoek, aangevuld met verkennende boringen. Op basis van dit onderzoek kan vervolgens worden bepaald of verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Echter, er is sprake van een verstoorde locatie. Archeologiebeleid Oss. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘Archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid (opnieuw) vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel).

In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.

Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Geen onderzoeksplicht

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 70 van 77 April 2022

In het kader van dit beleid heeft de locatie een hoge verwachtingswaarde. Deze waarde is overgenomen in het vigerend bestemmingsplan Echter in het verleden hebben op deze locatie varkensstallen gestaan. Onder deze varkensstallen waren mestputten aanwezig. Op onderstaande uitbeelding is te zien waar de stallen gestaan hebben.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 71 van 77 April 2022

Als blijkt dat op bepaalde locaties de bodem al verstoord is, bijvoorbeeld door mestkelders, is volgens het gemeentelijke beleid op die locatie geen onderzoek nodig. Deze verstoring wordt in bijlage 6 aangetoond. Hierop is te zien waar de varkensstallen gebouwd zijn geweest. 5.2.1.2 Erfgoedbeleid 2006-2011 “Op gemengde bodem” Een veranderende visie De noodzaak een nieuw monumentenbeleid voor de gehele gemeente Oss te ontwikkelen biedt tevens de gelegenheid nieuwe inzichten te kunnen verwerken. Allereerst de opvatting monumentenzorg en archeologie in samenhang te willen beschouwen, overeenkomstig internationale (Verdrag van Valletta, 1992) en landelijke ontwikkelingen, maar tevens ook een bredere, integrale benadering van het erfgoed, gebaseerd op monumenten, archeologische en cultuurhistorische landschappelijke waarden. In schema weergegeven: Het Erfgoedplan, dat in 2004-2005 is ontwikkeld, levert voor deze nieuwe beleidsvisie belangrijke informatie ten aanzien van monumentale, archeologische en cultuurhistorische landschappelijke waarden in de gemeente. Het resultaat is een beleidsvisie op het Erfgoed in de gemeente waarin de integrale benadering van het erfgoed het duidelijke uitgangspunt is en factor wordt in de ruimtelijke ontwikkelingen. Reeds hierboven is weergegeven wat ter plaatse de archeologische waarde is, van een Monument is geen sprake.

Wel is de locatie aangewezen als cultuurhistorisch landschap. Door het herstel van de cultuurhistorische Erfdijk wordt een erfgoed in ere hersteld. 5.2.1.3 Monumentenlijst 2009 Door de gemeente Oss is in 2009 een Monumentenlijst opgesteld. Deze lijst is geraadpleegd. De woning Hamelspoelweg 4 te Herpen staat niet op deze lijst, maar blijft in stand en voor de woning aan de Molenstraat geldt dat dit een nieuwe woning is. Dit aspect is derhalve niet aan de orde.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 72 van 77 April 2022

5.2.1.4 Cultuurhistorische waardenkaart 2010 Op deze waardenkaart van de provincie Noord-Brabant staat onderhavige locatie wel aangewezen als cultuurhistorisch landschap. Zie hieronder Historisch gezien behoorde op onderhavige locatie een Erfdijk. Deze Erfdijk is in het verleden onderbroken. Thans wordt een gedeelte van de Erfdijk weer in ere hersteld. De Erfdijk is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Het herstel van een cultuurhistorisch landschapselement past binnen de aanduiding Cultuurhistorisch landschap. Het toevoegen van 1 individuele woning wijzigt het cultuurhistorisch landschap niet.

Cultuurhistorische waardenkaart

5.2.1.5 Historisch topografische kaarten provincie Noord-Brabant (periode 1860-1950) De provincie Noord-Brabant heeft historische topografische kaarten. Uit deze kaarten blijkt ook dat hier in een tijdreis van 200 jaar altijd een Erfdijk heeft gelegen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 73 van 77 April 2022

Uit onderstaande kaarten; 1860 en 1950 is de Erfdijk dan ook duidelijk zichtbaar. 1860

1950

5.2.1.6 Molenbiotoop De biotoop is belangrijk om de molen op de juiste wijze te laten functioneren. Obstakels mogen niet voor de windrichting liggen. In Herpen zijn echter geen molens aanwezig volgens het stadsarchief Oss. Ten opzichte van andere molens kan gesteld worden dat te allen tijde andere bouwwerken tussen de molen en de nieuwe woning/ Erfdijk zijn gelegen. Onderhavig project kan het juiste functioneren van de molen niet beperken.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 74 van 77 April 2022

5.2.2 Natuur Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten flora en fauna en waardevolle gebieden niet in gevaar komt. Tegenwoordig is deze bescherming verankerd in één wet. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. De Wet natuurbescherming vervangt 3 wetten die tot 1 januari 2017 golden: − De Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet regelde de natuurbescherming van gebieden. − De Flora- en faunawet. Deze wet beschermde in het wild voorkomende diersoorten en plantensoorten. − De Boswet. Deze wet beschermde de Nederlandse bossen. Met één wet en minder regels wordt de regelgeving voor natuurbescherming overzichtelijker.

Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming, Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. Meer informatie over vergunningen en ontheffingen Wet natuurbescherming staat op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 5.2.2.1 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in Noord-Brabant betreft het natuurgebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Dit gebied is op een zeer geruim afstand van het plangebied gelegen.

De beoogde herontwikkeling heeft op een dergelijke afstand geen invloed op het natuurgebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Bovendien wordt een agrarische bestemming gesaneerd waardoor effecten naar het milieu vanuit dit bedrijf definitief worden voorkomen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 75 van 77 April 2022

Sinds maart 2020 heeft de gemeente Oss een gedragsrichtlijn voor het vragen van een stikstofonderzoek in gebruik genomen. Het betreft een gedragsrichtlijn en deze heeft dus relatief weinig (juridische) status. Hier is bewust voor gekozen op advies van de juristen van de omgevingsdienst Brabant-Noord. Deze gedragsrichtlijn geeft echter wel voldoende uitgangspunten om met relatieve zekerheid te bepalen of de Wet natuurbescherming wel (stikstofeffect project >0,00 mol/ha/jaar op een natura2000 gebied) of niet (stikstofeffect project minder dan of 0,00 mol/ha/jaar op een natura2000 gebied) aanhaakt. De gedragsrichtlijn richt zich hoofdzakelijk op de Wabo procedure, maar is ook voor RO prima toepasbaar De werkwijze (gedragsrichtlijn) is als volgt: Een AERIUS berekening in de aanvraag voor Wabo vergunning woningbouw hoeft niet overlegd te worden als:  De bouw van de woningen op zandgrond gebeurt én het maximaal aantal woningen 50 bedraagt. Zie kaart in bijlage 1 voor de gebieden met zandgrond (= stad Oss-Berghem, Dekzandrand en Dekzandrugkamp&heide ontginning en stuifduinen& boscomplex); - of –  De bouw van de woningen op de andere gronden én het maximaal aantal woningen 5 bedraagt.

Een AERIUS berekening in de aanvraag voor Wabo vergunning woningbouw dient wél overlegd te worden als: - De bouw van de woning(en) plaatsvindt in Maren-Kessel; - In alle andere gevallen dan hierboven geschetst. De berekening is dan nodig om te kunnen vaststellen of er wel/geen sprake is van stikstofdepositie en dus of er wel/geen sprake is van aanhaakplicht Wet natuurbescherming. Gedragsrichtlijn i.r.t. het initiatief Bij de situatie zoals aangevraagd in het initiatief gaat het om: - het ‘oprichten’ van één woning (zonder bouwactiviteiten) en veranderen van de bestemming van een bestaande woning; - nabij de kern Herpen (dekzandrand / dekzandrug); Gezien het op zandgrond plaats vindt, op meer dan 7 km van een natura-2000 gebied én minder dan 50 woningen betreft is de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid van toepassing. We kunnen voor dit project op voorhand met relatieve zekerheid zeggen dat geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar zal plaats vinden op een natura 2000 gebied. Een stikstofonderzoek is niet noodzakelijk.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 76 van 77 April 2022

Interim Omgevingsverordening Natuur en stiltegebied.

De locatie niet direct gelegen in de Brabantse Natuur. Een uitsnede van de kaart natuur en stiltegebieden hieronder maakt duidelijk waar de locatie is gelegen ten opzichte van de natuur. Dit aspect is niet van toepassing Onderhavige ontwikkeling betekent wel de aanleg van Natuur, een Erfdijk wordt aangelegd en voorzien van de bestemming Natuur. Deze Erfdijk sluit aan op de bestaande Natuur bij Artjeswiel. De mogelijkheid bestaat deze nieuwe Erfdijk aan te wijzen als NNB. In dit project worden op de Erfdijk en nabij de nieuwe woning nieuwe landschapselementen aangebracht hetgeen de leefomgeving voor flora en fauna verbeterd.

Interimverordening: kaart Natuur en stiltegebied.

Op onderhavige locatie wordt door het verwijderen van een agrarisch bouwblok voor een agrarisch bedrijf negatieve effecten van een veehouderij, zoals de uitstoot van fijn stof, ammoniak definitief onmogelijk gemaakt. Een woning levert geen negatieve effecten op voor de Natuur.

5.2.2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 77 van 77 April 2022

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Bij het natuurloket is informatie aangevraagd. Uit onderzoek blijkt dat 1 landzoogdier en 4 broedvogels van de rode lijst aanwezig zijn binnen dit kilometerhok. De gronden waarop de woning en De Erfdijk worden gerealiseerd zijn thans in gebruik voor landbouwkundige doeleinden. Ten behoeve van deze doelstelling worden de gronden jaarlijks machinaal bewerkt tot een diepte van 40 centimeter. Met enige stelligheid kan gesteld worden dat deze fauna niet aanwezig is op de agrarische landbouwgronden. Fauna kiest zijn leefomgeving. De Artjeswiel en omgeving zijn een geschikte leefomgeving voor deze dieren. Daarnaast wordt er binnen dit project landschapselementen aangelegd waardoor de leefomgeving van flora en fauna aanzienlijk wordt verbeterd.

5.2.3

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ In 2010 is de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte (destijds art. 2.2, artikel 3.2, en nu 3.9) in werking getreden. In het RRO van januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. In 2014 – 2015 is de regeling geëvalueerd en zijn aanbevelingen opgesteld voor bijstelling van het afsprakenkader. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is art. 3.9. altijd van toepassing. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die we regionaal hebben afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 78 van 77 April 2022

Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Kwaliteitsverbetering Binnen de regio is geen unaniem beeld over de toepassing van de landschappelijke tegenprestatie die geleverd moet worden. Er wordt ingezet op keuzevrijheid voor de afzonderlijke gemeenten. Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds.

Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen De regio vindt het belangrijk dat er ruimte is voor lokaal maatwerk. Uitgangspunt is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van grondwaardevermeerdering (bestemmingswinst). Afspraken methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen - berekening van een vorm van forfaitair bedrag gebaseerd op een percentage van de grondwaardeverandering (bestemmingswinst). Dit berekende forfaitair bedrag bepaalt de omvang van de te leveren prestatie; - gedifferentieerd systeem van functies, inspanningen en (grond)waarden; - een minimale basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering, gemeenten kunnen een hogere inspanning vragen; - duidelijkheid aan initiatiefnemers bij start planontwikkeling. Basisinspanning De notitie Toepassingsbereik is het vertrekpunt voor bepalen van de basisinspanning die bij de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorgestaan. Voor planmatige (stedelijke) ontwikkelingen wordt aangesloten bij de eerdere afspraken voor rood-voor-groenkoppeling bij stedelijke uitbreidingen en het voorstel uit de handreiking.

Afspraken basisinspanning Voor niet-planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - categorie 1: geen inspanning; - categorie 2: een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; - categorie 3: de beschreven forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van minimaal 20% van de grondwaardevermeerdering.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 79 van 77 April 2022

Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: -

Stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, in zoekgebied voor verstedelijking: Vaste afdracht per m2, te stellen op 1% van de uitgifteprijs; Infrastructuur: Maatwerk waarbij kwaliteitsverbetering integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling; Overige (planmatige) ontwikkelingen zoals windturbines, reclamemasten, zendmasten voor telecommunicatie: Maatwerk aanpak.

Maatregelen kwaliteitsverbetering landschap In de evaluatie kwam onduidelijkheid over de maatregelen en kosten die kunnen worden ingebracht voor kwaliteitsverbetering van het landschap naar voren. Om de aanpak voor kwaliteitsverbetering binnen de regio gelijk te schakelen zijn de richtlijnen hieronder kort samengevat. Fysieke maatregelen Op basis van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Verordening ruimte is voorwaarde dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap.

Richtlijn inbreng kosten kwaliteitsverbetering landschap: Inrichting- en beheerkosten voor aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen baseren/ relateren aan gegevens (prijzen, minimale oppervlakten, soorten) die beschikbaar zijn vanuit STIKA dan wel andere gestandaardiseerde normbedragen voor maatregelen. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Bij de gemeenten in de regio Noordoost is voldoende beleidskader voor de beoordeling en sturing van ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee verbonden kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit betekent dat gemeenten in de regio beschikken over: - een structuurvisie of voornemens zijn deze op te stellen/ te actualiseren; - een actueel beleidskader en/ of parate gebiedskennis om de inrichtingsvoorstellen voor kwaliteitsverbetering te beoordelen en aan te sturen. - een ambitiekaart met regionale landschapsopgaven voor investering in (sub)regionale landschapsversterkende projecten. Afspraak ruimtelijk kwaliteitsbeleid 1. Gemeenten dragen zelf zorg voor het benodigde ruimtelijk kwaliteitskader. 2. Gemeenten hebben regierol voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Verantwoording en monitoring In de Verordening Ruimte, thans Interimverordening is opgenomen dat van de kwaliteitsverbetering die is verzekerd via een financiële bijdrage in een landschapsfonds regelmatig verslag moet worden gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg.

Voor de kwaliteitsverbetering via een bestemmingsplan zijn geen nadere vereiste voor de verantwoording opgenomen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de kwaliteitsverbetering.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 80 van 77 April 2022

Afspraken verantwoording en monitoring 1. Regelmatig wordt in het kader van de Monitor Verordening ruimte verslag gedaan van de financiële bijdrage aan en besteding van het landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap. 2. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving van de kwaliteitsverbetering. 3. Initiatieven om kennis en kunde over kwaliteitsverbetering te delen, worden in principe door regio /provincie ondersteund. In de Notitie Toepassingsbereik is een uitzondering gemaakt ten aanzien van woningen via art. 8.2 / art. 9.2 Verordening ruimte (thans artikel 3.78 van de Interimverordening) Het realiseren van een woning op basis van artikel 8.2 en artikel 9.2 uit de Verordening ruimte (thans artikel 3.87 van de Interimverordening) , kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking, is slechts toegestaan bij een kwaliteitsverbetering die gelijkwaardig is met de aanschaf van een ruimte-voor-ruimte titel. De benodigde kwaliteitsverbetering kan op basis van de Verordening ruimte niet worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst.

Bij de realisering van een Ecologische verbindingszone, De nieuwe Erfdijk met een kleinschalige recreatieve voorziening in de vorm van een wandelpad, is sprake van een enorme ruimtelijke, ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarde. Voor de initiatiefnemer betekent dit echter een afwaardering van een agrarische bouwblok en agrarische gronden naar Natuur. De overige gronden worden voorzien van landschapselementen. Deze afwaardering wordt gecompenseerd met een woning. Volgens de regels van de Interimverordening moet deze woning voldoen aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Middels de financiële onderbouwing, toegevoegd in bijlage 1, wordt onderbouwd dat de tegenprestatie voor deze woning nagenoeg vergelijkbaar is met de aankoopwaarde van een “ruimtevoor-ruimte” woningbouwrecht van € 125.000,--. (€ 110.071). De overige financiële bijdrage zal worden gestort in het groenfonds

5.3

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit initiatief voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit project voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling.

Erfdijk Hamelspoel – 2022, pag. 81 van 77 April 2022

Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 5.4

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een planm.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de Cof D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht.

Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Een enkele woning en de realisering van een ecologische verbindingszone staan niet genoemd in deze lijsten. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Desondanks dient een vormvrije m.e.r. beoordeling te worden gedaan. Hierin wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: - Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; - Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=89c9f6b1-c52e-454a-ac34-715dc3816223