Bijlage 3 - Bijlage IV planMER - Quickscan milieu
Tekst van het document
6.1
Vergelijking varianten op belemmeringen vanuit milieu
Uit de vergelijking van varianten op milieueffecten in hoofdstuk 5, volgt dat met name belemmeringen vanuit geluid relevant zijn voor meerdere varianten. Daarnaast kent één variant binnen een belemmering vanuit externe veiligheid. Onderstaand wordt een toelichting gegeven op deze belemmeringen. Voor alle varianten geldt dat deze niet overlappen met overige belemmeringen, zoals ligging in waterwingebieden of overlap met een archeologisch monument. Belemmeringen vanuit geluid: 47 dB Lden geluidcontour Zonder toepassing van geluidmitigerende maatregelen, overlappen binnen alle varianten meerdere turbineposities met de 47 dB Lden geluidcontouren rondom geluidgevoelig objecten. Dit betekent dat geen van de varianten op voorhand haalbaar is zonder toepassing van een regulier toegepaste geluidmitigatie van 3 dB. Bij toepassing van de regulier toegepaste geluidmitigatie, geldt dat 13 turbines uit variant 4 van denkrichting 1 overlappen met de 47 dB Lden geluidcontouren rondom gevoelige bestemmingen. Als de 47 dB contour uit het Activiteitenbesluit wordt herbevestigd, is deze variant niet haalbaar. Voor de overige varianten geldt dat geen van de turbines binnen de 47 dB geluidscontour rondom gevoelige objecten liggen. Als de 47 dB contour uit het Activiteitenbesluit wordt herbevestigd, zijn deze varianten met toepassing van mitigatie, uitvoerbaar.
Indien de 45 dB richtlijn van de WHO of een 42 dB richtlijn zou worden toegepast, neemt de overlap aanzienlijk toe. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 6.2. Belemmeringen vanuit externe veiligheid Variant 4 binnen denkrichting 1 overlapt met de externe veiligheidscontour rondom kwetsbaar object, omdat één turbinepositie te dicht bij een kwetsbaar object staat. Daarnaast ligt 1 turbine binnen de veiligheidscontour rondom een beperkt kwetsbaar object. Dit zijn belemmeringen vanuit externe veiligheid. Deze variant is daarom zonder maatregelen niet uitvoerbaar. Met schuifruimte is de overlap te vermijden, zonder daarbij afbreuk te hoeven doen het ruimtelijk principe van de denkrichting. Variant 4 binnen denkrichting 1 is daarom enkel uitvoerbaar met toepassing van schuifruimte. De overige varianten en denkrichtingen kennen op dit punt geen belemmeringen.
59 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
6.2
Vergelijking varianten op aandachtspunten
Uit de vergelijking van varianten op milieueffecten in hoofdstuk 5, volgt dat vanuit alle thema’s aandachtspunten relevant zijn voor de varianten. Voor een aantal van deze aandachtspunten geldt dat de varianten zich hierop onderscheiden (zie paragraaf 6.2.1). De andere aandachtspunten die in hoofdstuk 5 zijn beschreven, zijn relevant voor alle varianten en gelden daarom als algemene aandachtspunten voor het vervolg. Deze algemene aandachtspunten zijn toegelicht in paragraaf 6.2.2
6.2.1
Onderscheidende aandachtspunten
Tabel 6.1 laat een overzicht zien van de onderscheidende aandachtspunten per milieuaspect. Onder de tabel wordt kort een toelichting geven per milieuaspect waarop de varianten zich onderscheiden. Voor slagschaduw is een aparte tabel 6.2 opgenomen, omdat deze tabel een andere insteek heeft.
Tabel 6.1 Overzicht onderscheidende aandachtspunten per variant, met overlap aantal turbineposities per variant per denkrichting met milieuaspect. In groen gemarkeerd de cellen die zich onderscheiden door geen overlap te hebben met dat aspect. Voor slagschaduw is het aantal gevoelige bestemmingen binnen de slagschaduwcontouren opgenomen Aspect
Denkrichting 1
Variant
Denkrichting 2
Denkrichting 3
Denkrichting 4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
45 dB met mit.
7
12
14
22
2
12
16
17
1
12
17
20
0
12
17
15
45 dB zonder mit en 42 dB contour met mit..
19
18
22
30
20
16
20
26
16
16
21
25
16
15
22
19
42 dB zonder mit.
26
18
22
30
25
16
20
26
22
16
21
25
21
15
22
19
bufferafstand bebouwde kom
0
0
0
3
0
0
0
6
0
0
0
6
0
0
0
4
ligging in NNB
3
2
2
2
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
½ rotordiameter tot NNB
7
3
4
4
0
0
0
1
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
3
3
0
0
0
0
0
0
2
1
4
2
3
3
gebied met hoge verwachtingswaarde
1
1
1
1
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
gebied met middelhoge verwachtingswaarde
1
0
0
1
1
0
1
1
2
1
1
1
0
0
0
1
80
94
188
50
65
91
89
Geluid
Natuur
Water grondwaterbeschermingsgebied Archeologie
Slagschaduw (aantal gevoelige bestemmingen i.p.v. aantal turbineposities) gevoelige bestemmingen
60 | 74
43
64
68
92
58
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
60
86
111
56
Onderscheidende aandachtspunten vanuit geluid Vanuit geluid gelden aandachtspunten vanuit het al dan niet toepassen van de strengere 45 of 42 dBgeluidnorm (zie 3.1) en het hanteren van de gemeentelijk vastgestelde bufferafstanden rondom de woonkernen. Toepassing strengere geluidnorm Zonder toepassing van mitigatie liggen vrijwel alle turbineposities van de varianten binnen de 45 en 42 dB geluidcontouren. Met toepassing van mitigatie geldt voor elke denkrichting dat variant 1 het minste overlap kent met de 45 dB contouren, waaruit volgt dat hiervoor de minste aandachtspunten en risico’s gelden als door het Rijk een strengere geluidsnorm wordt vastgesteld. Variant 1 van denkrichting 4 onderscheidt zich hierin van de andere varianten, door geen overlap te hebben met de 45 dB-geluidcontouren (met mitigatie). Mogelijk dat aanvullende maatregelen (schuifruimte of aanwijzen molenaarswoning) ertoe leidt dat dit ook het geval gaat zijn voor variant 1 binnen denkrichting 2 en 3. Variant 1 binnen denkrichting 1 onderscheidt zich van de andere varianten, omdat 7 van de 26 turbineposities binnen de 45 dB geluidcontouren liggen, ondanks toepassen van mitigatie. Gemeentelijke bufferafstanden tot woonkernen Tabel 6.1 laat zien dat varianten 1 t/m 3 van alle denkrichtingen buiten de gemeentelijk bepaalde bufferafstanden tot woonkernen liggen.
Voor alle denkrichtingen geldt dat variant 4 met meerdere turbineposities overlapt met deze contour. Voor deze varianten geldt dat schuifruimte mogelijk uitkomst biedt om de afstand tot woonkernen te vergroten. Vooralsnog geldt dat deze varianten niet uitvoerbaar zijn als de gemeenten vasthouden aan de door hen bepaalde bufferstanden tot woonkernen. Onderscheidende aandachtspunten vanuit natuur De varianten binnen denkrichting 1 onderscheiden zich van de andere varianten door ligging van meerdere turbineposities in of nabij NNB-gebied. Het risico op aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden is groter voor de turbineposities binnen dit gebied, dan voor de turbineposities daarbuiten. Hetzelfde geldt voor turbineposities nabij NNB-gebied, wat ook relevant is voor variant 4 (denkrichting 2) en variant 1 (denkrichting 4). Algemeen geldt dat het risico op negatieve effecten afneemt naarmate de afstand tot het NNB-gebied toeneemt. Voor alle varianten is overigens nader onderzoek nodig om uit te wijzen of en in welke mate de aanleg en het gebruik van windturbines een mogelijk significant negatief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Onderscheidende aandachtspunten vanuit water Tabel 6.1 laat zien dat geen van de varianten binnen denkrichting 2 overlapt met het grondwaterbeschermingsgebied.
Daarmee onderscheidt deze denkrichting met bijbehorende varianten zich van de andere denkrichtingen. Voor de varianten 1 en 2 binnen de denkrichtingen 1 en 3 geldt hetzelfde, omdat ook hier geen turbineposities binnen het grondwaterbeschermingsgebied liggen. De varianten 3 en 4 binnen denkrichtingen 1 en 3 en de varianten binnen denkrichting 4 liggen binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Dit is een aandachtspunt, omdat activiteiten in de bodem binnen dit gebied gebonden zijn aan voorwaarden. Deze varianten onderscheiden zich daarmee van de bovengenoemde varianten. Onderscheidende aandachtspunten vanuit archeologie Tabel 6.1 laat zien dat vijf varianten vanuit verschillende denkrichtingen binnen gebieden met een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde liggen. De kans op het aantreffen van archeologische waarden is binnen deze gebieden hoger dan in gebieden met een lage(re) verwachtingswaarde. Daarmee onderscheiden deze varianten zich van de overige varianten. Voor alle varianten is overigens nader onderzoek nodig om uit te wijzen of en in hoeverre nader (veld)onderzoek nodig is om effecten op archeologische waarden te voorkomen. Onderscheidende aandachtspunten vanuit slagschaduw Tabel 6.1 laat zien dat alle varianten een slagschaduwcontour veroorzaken waarbinnen gevoelige bestemmingen liggen.
Dit betekent dat voor alle varianten mitigerende maatregelen toegepast moeten worden om te kunnen voldoen aan de maximale slagschaduwduur die volgt uit het Activiteitenbesluit.
61 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Hiervoor is voor elk van de varianten nader onderzoek nodig naar de mate waarin slagschaduw optreedt en de mate waarin mitigerende maatregelen (stilstandvoorziening) moet worden toegepast. Voor alle varianten geldt dat deze zonder mitigatie niet voldoen aan de slagschaduwnorm (05.40 uur) uit het Activiteitenbesluit. Wel zit er verschil in het aantal woningen dat binnen de slagschaduwcontouren van de verschillende varianten ligt. Bij variant 1 van denkrichting 1 zijn dat 43 woningen, en bij variant 4 van denkrichting 3 zijn dat 188 woningen.
6.2.2
Algemene aandachtspunten voor alle varianten
Naast onderscheidende aandachtspunten, gelden ook een aantal algemene aandachtspunten voor alle varianten. Deze zijn opgenomen in tabel 6.2.
Tabel 6.2 Algemene aandachtspunten vanuit milieu voor alle varianten Thema
Aspect
Toelichting
natuur
beschermde gebieden
-
nader onderzoek nodig naar de mate van aantasting en/of verstoring van Natura 2000-gebieden; nader onderzoek nodig naar de stikstofbijdrage op omliggende Natura 2000-gebieden; nader onderzoek nodig naar de mate van aantasting en/of verstoring van NNB-gebieden; nader onderzoek nodig naar de mate van aantasting en/of verstoring van rust- en foerageergebied ganzen en smienten
beschermde soorten
nader onderzoek nodig naar de mate waarin vogels, vleermuizen en overige soorten worden verstoord of gedood als gevolg van aanleg en gebruik van de windturbines
veiligheid
defensie: laagvlieggebied, laagvliegroute, radargebieden
nader onderzoek nodig naar de effecten van windturbines op het laagvlieggebied en de laagvliegroute. Hetzelfde geldt voor radargebieden
landschap
algemeen
nader landschappelijk onderzoek nodig naar de effecten op o.a. ruimtelijk-visuele kenmerken
archeologie
algemeen
nader onderzoek nodig naar ligging van- en de trefkans op archeologische waarden op en nabij de turbineposities
62 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
DEEL 4 - VERGELIJKING EXTRA VARIANTEN
63 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
7 BESCHRIJVING EXTRA VARIANTEN Deel 4 van deze quickscan beschrijft 8 aanvullende varianten die in het ontwerpproces zijn ontwikkeld. De aanleiding voor het ontwerpen van de extra varianten is toegelicht in paragraaf 7.1. Deze extra varianten worden in paragraaf 7.2 toegelicht. Daarna worden de extra varianten in hoofdstuk 8 vergeleken op milieueffecten, en vergeleken met de oorspronkelijke varianten uit deel 2 van deze quickscan.
7.1
Aanleiding extra varianten
In navolging van het participatieproces en de eerste inzichten uit deel 3 van deze quickscan, zijn acht extra varianten ontwikkeld. De aanleiding voor het ontwikkelen van de extra varianten in het ontwerpspoor komt voort uit twee ontwikkelingen: 1 inzichten vanuit het participatietraject; 2 inzichten vanuit voorliggende quickscan. Inzichten vanuit het participatietraject In het participatietraject zijn wensen geuit om een aantal aanvullende varianten in beeld te brengen. Deze wensen hebben betrekking op landschap, hinder en energiedoelstellingen. De volgende wensen zijn meegenomen in het ontwikkelen van extra varianten: - de wens om een variant te ontwikkelen met turbineposities op een grotere afstand van de 1 en 2 kilometer-grens die het zoekgebied afbakent.
Dit heeft met name betrekking op windturbineposities nabij de Maasdorpen (Lith, Lithoijen) in het noorden, de Kruisstraat/Heeseind in het zuiden en de Grintweg in het westen van het plangebied; - de wens om een variant te ontwikkelen waarbij de windturbineposities uit de denkrichting ‘lange lijnen van oost naar west’ zich in twee (in plaats van drie) lijnen concentreren langs de Hertogswetering; - de wens om varianten te ontwikkelen met ‘meer orde’, waarbij een rommelig beeld voorkomen wordt en de windturbineposities meer in rij-opstellingen worden ingetekend; - de wens om de RES-opgave, de energiedoelstelling of een maximale energieproductie leidend te maken, en niet het plaatsen van 16 turbines als harde eis te hanteren. Daarnaast is de voorkeur geuit voor een kleiner aantal grotere turbines, in plaats van een groter aantal kleinere turbines. Dit sluit aan bij de wens om de eis van 16 turbines niet als leidend te hanteren; - de wens om een variant te ontwikkelen die rekening houdt met de kooicirkels rondom de eendenkooien in het plangebied. Inzicht vanuit de quickscan In voorliggende quickscan zijn de geluidcontouren en bufferafstanden inzichtelijk gemaakt die volgen uit de specificaties van specifieke turbinetypen. Daarmee is een stap verder gegaan dan initieel gedaan is in het ontwerpspoor.
In het ontwerpspoor zijn varianten ontwikkeld aan de hand van algemene afstandscontouren voor geluid. Bij het ontwikkelen van de extra varianten is rekening gehouden met de bufferafstanden die volgen uit de geluidsberekeningen van deze quickscan. Dit past bij het proces wat doorlopen wordt, namelijk van een zo breed mogelijk beeld naar (meer) realistische varianten voor onderzoeken in het plan-MER.
64 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
7.2
Beschrijving extra varianten
De acht extra varianten zijn ontwikkeld vanuit een wens vanuit de omgeving of inzicht vanuit de quickscan zoals beschreven in paragraaf 7.1. Deze paragraaf geeft een beknopte toelichting op de extra varianten. Alle extra varianten zijn ontwikkeld met het windturbinetype dat de bovengrens van de bandbreedte representeert, namelijk de windturbine met een tiphoogte van 260 m (zie ook paragraaf 2.3).
7.2.1
Toelichting extra varianten 1 tot en met 4
Afbeelding 7.1 laat de windturbineposities van de extra varianten 1 tot en met 4 zien. Deze varianten zijn ontwikkeld vanuit uitgangspunten vanuit geluid, maximale invulling en/of een grotere afstand tot woonkernen. Onder de afbeelding worden de afgebeelde extra varianten kort toegelicht.
Afbeelding 7.1 Overzicht extra varianten 1 tot en met 4
Extra variant 1: Geluid 47 dB Lden zonder mitigatie Extra variant 1 brengt een opstelling in beeld waarbij rekening is gehouden met de 47 dB Lden geluidcontouren rondom woningen, zonder toepassing van mitigatie. Hierbinnen is de maximale hoeveelheid windturbines ingetekend. Argumenten als een ‘opstelling met meer landschappelijke orde’ zijn hierbij niet meegenomen. De beperkt beschikbare ruimte in deze variant maakt maximaal acht turbines mogelijk op het grondgebied van Oss en zes op het grondgebied van ’s-Hertogenbosch. Verwacht wordt dat de efficiëntie per windturbine hoger is omdat er geen geluidsmitigatie (periodieke stilstand) nodig is. Extra variant 2: Geluid 45 dB Lden met mitigatie, max. energie-opwek met minder geluid Extra variant 2 brengt een opstelling in beeld waarbij rekening is gehouden met de 45 dB Lden geluidcontouren rondom woningen, met toepassing van mitigatie. Hierbinnen is de maximale hoeveelheid windturbines ingetekend, wat neerkomt op 13 turbines op het grondgebied van Oss en acht op het grondgebied van ’s-Hertogenbosch. Ook hierbij is geen rekening gehouden met een ‘opstelling met meer
65 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
landschappelijke orde’. Daarnaast kan de efficiëntie per windturbine lager zijn door toepassing van geluidsmitigatie. Extra variant 3: Geluid 45 dB Lden met mitigatie, minder geluid en extra afstand tot de kernen (Groote Wielen, Kruisstraat / Nuland) Extra variant 3 brengt een opstelling in beeld waarbij rekening is gehouden met de 45 dB Lden geluidcontouren rondom woningen, met toepassing van mitigatie. Daarnaast is hierbij extra afstand aangehouden tot de woonkernen, aanvullend op de gemeentelijk bepaalde bufferafstanden van 1 en 2 km. Deze variant omvat zeven windturbines op het grondgebied van de gemeente Oss en vijf op het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De opgave van 16 windturbines voor de Duurzame Polder wordt hiermee niet gehaald. Extra variant 4: meer afstand tot de Maasdorpen Extra variant 4 brengt een opstelling in beeld waarbij rekening is gehouden met een contour van 400 m rondom woningen, gelijk aan het uitgangspunt voor de oorspronkelijk varianten. Hierbij zijn windturbines op een zo groot mogelijke afstand tot de Maasdorpen ingetekend. Dit resulteert in zes windturbines in Oss en 12 in ’s-Hertogenbosch. De verwachte opbrengst van de windturbines hangt sterk samen met de benodigde hoeveelheid geluidsmitigatie, wat een eventuele inschatting in deze fase niet realistisch maakt.
7.2.2
Toelichting extra varianten 5 tot en met 8
Afbeelding 7.2 laat de windturbineposities van de extra varianten 5 tot en met 8 zien. Deze varianten zijn ontwikkeld vanuit uitgangspunten vanuit landschap (meer orde), meer afstand tot woonkernen, het vermijden van kooicirkels en/of vanuit wensen vanuit een potentiële initiatiefnemer. Onder de afbeelding worden de afgebeelde extra varianten kort toegelicht.
Afbeelding 7.2 Overzicht extra varianten 5 tot en met 8
66 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Extra variant 5: meer orde, zichtlijnen Extra variant 5 brengt een opstelling in beeld waarbij meer orde is aangebracht in de positionering van de windturbines. Aan de zuidzijde van de Hertogswetering is een lijnopstelling van vijf windturbines op het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch ingetekend. Op het grondgebied van de gemeente Oss zijn zes windturbines ingetekend, in twee rijen van drie. Bij deze variant is rekening gehouden met een contour van 400 m rondom woningen, gelijk aan het uitgangspunt voor de oorspronkelijk varianten. Ook hier kan geluidsmitigatie effect hebben op de efficiëntie van de windturbines. Extra variant 6: meer orde, onregelmatig grid Extra variant 6 brengt een opstelling in beeld met drie lijnenopstellingen van west naar oost. Hiermee wordt beoogd meer orde aan te brengen in de opstelling van windturbines. Daarnaast is hiermee meer afstand aangehouden tot de woonkernen. Totaal kent de variant vijf windturbines in Oss en acht in ’sHertogenbosch. Gelijk aan extra variant 5, is ook hier rekening gehouden met een contour van 400 m rondom woningen en kan geluidsmitigatie effect hebben op de efficiëntie van de windturbines. Extra variant 7: geen windturbines in de kooicirkels Extra variant 7 brengt een opstelling in beeld waarbij geen windturbines in of op korte afstand tot eendenkooien of kooicirkels zijn geplaatst.
Eendenkooien hebben een cultuurhistorische waarde. De kooicirkels hebben als doel om verstoring van de eendenkooien tegen te gaan. De variant omvat twaalf windturbines in de gemeente ’s-Hertogenbosch en zes windturbines in de gemeente Oss. Ook hier is rekening gehouden met een contour van 400 m rondom woningen en kan geluidsmitigatie effect hebben op de efficiëntie van de windturbines. Extra variant 8: efficiënte benutting van de beschikbare ruimte Extra variant 8 ziet op het zo efficiënt mogelijk benutten van de beschikbare ruimte. De variant laat zien hoeveel turbines mogelijk zijn binnen het gebied, rekening houdend met wettelijke belemmeringen en een zo groot mogelijke energie-opwek. Deze variant gaat uit van 15 windturbines in de gemeente Oss en 14 windturbines in de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Ook hier is rekening gehouden met een contour van 400 m rondom woningen en kan geluidsmitigatie effect hebben op de efficiëntie van de windturbines.
67 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
8 VERGELIJKING EXTRA VARIANTEN Dit hoofdstuk laat de beoordeling van de extra varianten op milieueffecten zien. De extra varianten, zoals beschreven in hoofdstuk 7, worden hierbij geprojecteerd op de milieu-informatie zoals gepresenteerd in hoofdstuk 3 (zie deel 2 van deze quickscan). Voor elk van de milieuthema’s is onderscheid te maken in belemmeringen (uitsluitingscriteria) en aandachtspunten. Paragraaf 8.1 beschrijft eventuele overlap van de windturbineposities binnen de extra varianten met belemmeringen en aandachtspunten in de Duurzame Polder. De vergelijking op milieueffecten is voornamelijk gepresenteerd in tabellen. Voor enkele situaties is een afbeelding opgenomen die de overlap tussen windturbineposities en een belemmering of aandachtspunt illustreert. Paragraaf 8.2 biedt inzicht in het verschil tussen de extra varianten en de oorspronkelijke varianten zoals gepresenteerd in deel 3 van deze quickscan.
8.1
Vergelijking extra varianten op milieueffecten
Deze paragraaf laat zien of en in welke mate de windturbineposities binnen de acht extra varianten overlappen met belemmeringen (uitsluitingen) of aandachtspunten. Hierbij is -gelijk aan de rest van deze quickscan- de volgende definitie van belemmeringen en aandachtspunten gehanteerd: - belemmeringen: dit zijn fysieke beperkingen, of beperkingen vanuit wet- en regelgeving, die de ontwikkeling van windenergie en bijbehorende infrastructuur op een bepaalde locatie onmogelijk maakt; - aandachtspunten: gebieden waarvoor vanuit beleid en/of de aard en omvang van effecten beperkingen of aandachtspunten gelden. Het beleid maakt afwijking van de regels echter mogelijk, bijvoorbeeld met ‘nee-tenzij’ of ‘ja-mits’-voorwaarden.
8.1.1
Belemmeringen voor de extra varianten
De extra varianten kennen, op één uitzondering na, geen overlap met belemmeringen binnen de Duurzame Polder. Geen van de varianten wordt belemmerd door belemmeringen vanuit externe veiligheid, een waterwingebied of een archeologisch monument. Deze aspecten - zie deel 2 en 3 voor een toelichting hierop en komen verder niet aan bod in deze paragraaf. Vanuit geluid gelden wel belemmeringen die van invloed zijn op de haalbaarheid van de extra varianten. Voor extra variant 6 is sprake van een belemmering, omdat twee turbines, ook met toepassing van mitigerende maatregelen, binnen de 47 dB contour tot woningen liggen. Zonder toepassing van mitigerende maatregelen overlappen, op extra variant 1 na, alle varianten met meerdere turbineposities met de 47 dB Lden geluidcontouren. Tabel 8.1 laat dit zien.
68 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Tabel 8.1 Overlap aspecten milieuthema geluid (belemmeringen) met aantal turbineposities per extra variant Extra varianten Aspect (belemmering)
1
2
3
4
5
6
7
8
Aantal turbines
14
21
12
18
11
13
18
29
47 dB met mitigatie
0
0
0
0
0
2
0
0
47 dB zonder mitigatie
0
19
11
16
8
11
15
20
Tabel 8.1 laat zien dat binnen extra variant 6 (meer orde met meer afstand tot woonkernen) twee turbineposities overlappen met de 47 dB Lden geluidcontouren, ondanks toepassing van mitigerende maatregelen. Afbeelding 8.1 laat dit zien.
Afbeelding 8.1 Extra variant 6 en de 47 dB Lden geluidcontouren (met en zonder mitigatie).
De overige varianten kennen met toepassing van mitigerende maatregelen geen overlap met de 47 dB Lden geluidcontour. Zonder toepassing van mitigerende maatregelen liggen binnen alle opstellingsvarianten meerdere turbineposities binnen de 47 dB Lden geluidcontour, met uitzondering van variant 1. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de norm, tenzij maatregelen worden doorgevoerd. Variant 1 kent zowel met als zonder toepassing van mitigerende maatregelen geen overlap met de 47 dB Lden geluidcontour. Daarnaast kent deze variant geen overlap met de 45 dB Lden geluidcontour met toepassing van mitigerende maatregelen. Afbeelding 8.2 laat dit zien.
69 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Afbeelding 8.2 Extra variant 1 en de 47 dB (links) en 45 dB (rechts) Lden geluidcontouren (met en zonder mitigatie).
8.1.2
Aandachtspunten voor de extra varianten
Uit de vergelijking van de extra varianten op milieueffecten volgt dat voor alle extra varianten aandachtspunten relevant zijn vanuit meerdere milieuaspecten. Hoewel de extra varianten niet overlappen met belemmeringen vanuit veiligheid, water en archeologie, volgen wel aandachtspunten vanuit deze aspecten. Tabel 8.2 laat dit zien. Onder de tabel worden de aandachtspunten per milieuthema kort toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting op de aandachtspunten wordt verwezen naar deel 3 van deze quickscan.
Tabel 8.2 Overlap aspecten milieuthema’s (aandachtspunten) met aantal turbineposities per extra variant Extra varianten Milieuthema
Aspect (aandachtspunt)
1
2
3
4
5
6
7
8
14
21
12
18
11
13
18
29
45 dB met mitigatie
0
0
0
14
4
10
14
11
45 dB zonder mit en 42 dB contour met mitigatie
14
21
12
18
11
13
18
23
42 dB zonder mitigatie
14
21
12
18
11
13
18
23
bufferafstand bebouwde kom
0
0
0
0
0
0
0
0
ligging in NNB
0
0
0
0
0
0
0
0
NNB binnen ½ rotordiameter
1
0
0
1
1
2
0
0
Ligging in rustgebied
5
10
9
7
7
6
6
9
veiligheid
Laagvlieggebied of -route
13
20
12
15
11
13
15
22
water
Grondwaterbeschermingsgebied
3
3
2
0
1
0
2
3
archeologie
Hoge verwachtingswaarde
0
1
1
1
0
0
0
0
slagschaduw
Aantal gevoelige bestemmingen (i.p.v. aantal turbineposities)
71
82
42
143
46
48
160
176
Aantal turbines geluid
natuur
Toelichting aandachtspunten extra varianten vanuit geluid De extra varianten 1, 2 en 3 overlappen niet met de 45 dB Lden geluidcontouren bij toepassing van mitigerende maatregelen. Dit sluit aan bij de uitgangspunten bij de ontwikkeling van deze extra varianten, waarbij rekening is gehouden met de 45 dB Lden geluidcontouren. Voor de overige extra varianten geldt dat meerdere turbineposities overlappen met de 45 dB Lden geluidcontouren, ondanks toepassing van
70 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
mitigerende maatregelen. Dit kan voortkomen uit het hanteren van een grotere afstand tot de woonkernen, waardoor de windturbines meer geconcentreerd worden in het midden van de Duurzame Polder op relatief korte afstand tot de daar aanwezige woningen. Zonder toepassing van mitigatie liggen alle extra turbineposities van de varianten binnen de 45 en 42 dB Lden geluidcontouren. Dit vormt een aandachtspunt en mogelijk risico indien door het Rijk een strengere geluidsnorm wordt vastgesteld. Geen van de extra varianten ligt binnen de gemeentelijk bepaalde bufferafstanden tot de bebouwde kom, in lijn met de gehanteerde uitgangspunten bij de ontwikkeling van deze extra varianten. Toelichting aandachtspunten extra varianten vanuit natuur Geen van de extra varianten ligt binnen NNB-gebied. Doordat geen werkzaamheden binnen NNB-gebied hoeven plaats te vinden, neemt het risico op aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden af ten opzichte van wanneer dit wel het geval zou zijn. Wel liggen meerdere extra varianten op korte afstand tot NNB-gebied (zie tabel 8.2). Algemeen geldt dat het risico op negatieve effecten afneemt naarmate de afstand tot het NNB-gebied toeneemt. Daarom is voor deze varianten het risico op aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden groter dan voor de varianten die op grotere afstand tot NNB-gebied liggen.
Voor alle extra varianten is overigens nader onderzoek nodig om uit te wijzen of en in welke mate de aanleg en het gebruik van windturbines een mogelijk significant negatief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Alle extra varianten liggen met meerdere turbineposities binnen het rustgebied- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Hiervoor geldt dat nader onderzoek nodig is naar de mate van aantasting en/of verstoring van rust- en foerageergebied ganzen en smienten. Voor het aspect beschermde soorten geldt voor alle extra varianten dat nader onderzoek nodig is naar de mate waarin vogels, vleermuizen en overige soorten worden verstoord of gedood als gevolg van aanleg en gebruik van de windturbines. Toelichting aandachtspunten extra varianten vanuit water Op extra variant 4 en 6 na, liggen binnen alle varianten één of meerdere turbineposities binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Dit is een aandachtspunt, omdat activiteiten in de bodem binnen dit gebied gebonden zijn aan voorwaarden. Deze varianten onderscheiden zich daarmee van de bovengenoemde varianten. Toelichting aandachtspunten extra varianten vanuit archeologie Tabel 8.2 laat zien dat extra varianten 2, 3 en 4 binnen een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde liggen.
De kans op het aantreffen van archeologische waarden is binnen deze gebieden hoger dan in gebieden met een lage(re) verwachtingswaarde. Voor alle varianten is overigens nader onderzoek nodig om uit te wijzen of en in hoeverre nader (veld)onderzoek nodig is om effecten op archeologische waarden te voorkomen. Toelichting aandachtspunten extra varianten vanuit slagschaduw Tabel 8.2 laat zien dat alle varianten een slagschaduwcontour veroorzaken waarbinnen gevoelige bestemmingen liggen. Dit betekent dat voor alle varianten mitigerende maatregelen toegepast moeten worden om te kunnen voldoen aan de maximale slagschaduwduur die volgt uit het Activiteitenbesluit (zie kader in 3.1 voor de status hiervan). Hiervoor is voor elk van de varianten nader onderzoek nodig naar de mate waarin slagschaduw optreedt en de mate waarin mitigerende maatregelen (stilstandvoorziening) moet worden toegepast. Voor alle varianten geldt dat deze zonder mitigatie niet voldoen aan de slagschaduwnorm (05.40 uur) uit het Activiteitenbesluit. Wel zit er verschil in het aantal woningen dat binnen de slagschaduwcontouren van de verschillende varianten ligt, zoals tabel 8.2 laat zien.
8.2
Vergelijking extra varianten met oorspronkelijke varianten
De extra varianten zijn ontwikkeld vanuit inzichten vanuit de quickscan of wensen vanuit de omgeving. De extra varianten leiden niet tot andere typen milieueffecten dan de oorspronkelijke varianten, maar eventueel wel tot een verschil in de mate waarin overlap optreedt met belemmeringen of aandachtspunten in de
71 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Duurzame Polder. Deze paragraaf maakt inzichtelijk of deze extra varianten tot andere maten van milieueffecten leiden dan de oorspronkelijke varianten. Op één uitzondering na, overlapt geen van de extra varianten met belemmeringen die de ontwikkeling van de varianten op voorhand niet haalbaar maken. Dit komt overeen met de oorspronkelijke varianten, waarbij ook één variant risico’s kent voor de haalbaarheid. De uitzonderingen betreffen oorspronkelijke variant 4 vanuit denkrichting 1 en extra variant 6. In extra variant 6 overlappen twee turbineposities met de 47 dB Lden geluidcontouren met toepassing van mitigerende maatregelen. Mogelijk dat schuifruimte mogelijkheden biedt om deze overlap te voorkomen. Vanuit de oorspronkelijke varianten geldt dat variant 4 met 13 turbines binnen de 47 dB Lden geluidcontouren rondom gevoelige objecten ligt (met toepassing van mitigerende maatregelen), met één turbine binnen de veiligheidscontour rondom een kwetsbaar object ligt en met 1 turbine binnen de veiligheidscontour rondom een beperkt kwetsbaar object ligt. Voor beide varianten geldt dat deze niet op voorhand haalbaar zijn. Zowel de extra varianten als de oorspronkelijke varianten liggen niet in of binnen 1,5 km van een Natura 2000-gebied. Hetzelfde geldt voor ligging binnen een waterwingebied en overlap met een archeologisch monument.
Voor alle varianten geldt dat ligging binnen het laagvlieggebied en de laagvliegroute een aandachtspunt is voor de vervolgfase. Ook hierin onderscheiden de extra varianten zich niet van de oorspronkelijke varianten. Omdat de (extra) varianten zich niet onderscheiden op bovenstaande aspecten, zijn deze niet opgenomen in onderstaand overzicht. In generieke zin kan gesteld worden dat extra variant 1 zich positief onderscheid van de andere varianten op het aspect geluid door ligging buiten de 47 dB Lden geluidcontouren (met en zonder mitigatie), buiten de 45 dB Lden geluidcontouren (met toepassing van mitigatie) en buiten de gemeentelijk bepaalde bufferafstanden tot woonkernen. Hiermee sorteert deze variant voor op een eventueel strengere norm of het aanhouden van de gemeentelijk bepaalde bufferafstanden. Dit sluit aan bij de ontwerpuitgangspunten van deze extra variant. De extra varianten 5 en 6 kunnen zich mogelijk positief onderscheiden op landschap. Dit volgt vanuit de aanpassingen in de opstelling van windturbines binnen de extra varianten. Vanuit de omgeving zijn wensen geuit de windturbines in ‘meer orde’ in te tekenen. De extra varianten 5 en 6 geven hier invulling aan door de windturbines in aaneengesloten lijnopstellingen in te tekenen. Of deze extra varianten zich eventueel positief onderscheiden op andere aspecten volgt uit de milieuonderzoeken in het MER.
Tabel 8.3 laat de overlap met de onderscheidende aandachtspunten zien van turbineposities van de oorspronkelijke en ten opzichte van de extra varianten. De belemmeringen en aandachtspunten waarop de (extra) varianten zich niet onderscheiden (zie bovenstaand) zijn niet opgenomen in deze tabel. Daarnaast zijn effecten op beschermde soorten niet opgenomen in tabel 8.3. Dit omdat deze effecten niet kwantificeerbaar zijn in deze fase. Voor alle varianten geldt effecten op beschermde soorten daarom als aandachtspunt.
72 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Tabel 8.3 Overzicht onderscheidende belemmeringen (van toepassing op geluid en veiligheid) en aandachtspunten per variant, met overlap aantal turbineposities per variant per denkrichting met milieuaspect. Een 0 geeft aan dat geen van de turbineposities binnen deze (extra) variant overlapt met de belemmering of het aandachtspunt vanuit het betreffende milieuaspect. Voor slagschaduw is het aantal gevoelige bestemmingen binnen de slagschaduwcontouren opgenomen Oorspronkelijke varianten Aspect
Denkrichting 1
Denkrichting 2
Extra varianten
Denkrichting 3
Denkrichting 4
Variant
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
5
6
7
8
Totaal aantal turbines
26
18
22
30
25
16
20
26
22
16
21
25
21
15
22
19
14
21
12
18
11
13
18
29
47 dB met mitigatie (belemmering)
0
0
0
13
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
47 dB zonder mitigatie (belemmering)
10
13
16
25
8
13
17
22
11
13
18
22
9
14
19
18
0
19
11
16
8
11
15
26
45 dB met mitigatie
7
12
14
22
2
12
16
17
1
12
17
20
0
12
17
15
0
0
0
14
4
10
14
21
45 dB zonder mitigatie en 42 dB contour met mitigatie
19
18
22
30
20
16
20
26
16
16
21
25
16
15
22
19
14
21
12
18
11
13
18
29
42 dB zonder mitigatie
26
18
22
30
25
16
20
26
22
16
21
25
21
15
22
19
14
21
12
18
11
13
18
29
bufferafstand bebouwde kom
0
0
0
3
0
0
0
6
0
0
0
6
0
0
0
4
0
0
0
0
0
0
0
0
ligging in NNB
3
2
2
2
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
½ rotordiameter tot NNB
7
3
4
4
0
0
0
1
0
0
0
0
1
0
0
0
1
0
0
1
1
2
0
0
in rustgebied ganzen en smienten
13
10
13
17
8
6
6
6
8
4
8
6
11
6
9
6
5
10
9
7
7
6
6
11
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geluid
Natuur
Veiligheid ligging binnen externe veiligheidscontour kwetsbaar object (belemmering)
73 | 74
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
Oorspronkelijke varianten Aspect
Denkrichting 1
Denkrichting 2
Extra varianten
Denkrichting 3
Denkrichting 4
Variant
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
5
6
7
8
Totaal aantal turbines
26
18
22
30
25
16
20
26
22
16
21
25
21
15
22
19
14
21
12
18
11
13
18
29
ligging binnen externe veiligheidscontour beperkt kwetsbaar object (belemmering)
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3
3
0
0
0
0
0
0
2
1
4
2
3
3
3
3
2
0
1
0
2
3
gebied met hoge verwachtingswaarde
1
1
1
1
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
1
1
1
0
0
0
0
gebied met middelhoge verwachtingswaarde
1
0
0
1
1
0
1
1
2
1
1
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
1
111
56
80
94
188
50
65
91
89
71
82
42
143
46
48
160
176
Water grondwaterbeschermingsgebied Archeologie
Slagschaduw (aantal gevoelige bestemmingen i.p.v. aantal turbineposities) gevoelige bestemmingen
74 | 74
43
64
68
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Definitief
92
58
60
86
Bijlage(n)
I BIJLAGE: ECOLOGISCHE RISICO-ANALYSE
Witteveen+Bos | 134741/23-005.817 | Bijlage I | Definitief
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Datum Status Referentie Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Grip op locatie Duurzame Polder Deel 2 Duurzame Polder Gemeente Oss 134741 7 Maart 2023 Definitief 134741/23-004.068 S.F. Apperloo MSc, V. van Os MSc M.M.K. Vanderschuren Msc M.M.K. Vanderschuren Msc.
Paraaf
I Kenschets en Instandhoudingsdoelstellingen (IHD) relevante Natura 2000 gebieden II Beschermingsregimes soorten
Bijlage(n)
Gemeente Oss -
Aan Kopie
1
CONTEXT
De gemeente Oss en de gemeente ’s-Hertogenbosch hebben het voornemen om een groot deel van beider duurzame energie-opgaven te realiseren in de polder tussen beide gemeentes: de Duurzame Polder. Het betreft primair de ontwikkeling van windenergie, maar beide gemeenten willen nadrukkelijk ook ontwikkelkansen benutten voor onder andere wonen, gezondheid, landbouw, natuur, water, bodem, klimaatadaptatie, cultuurhistorie en recreatie. Het verkenningsgebied Duurzame Polder wordt globaal begrensd door de kernen Rosmalen (zuidwestzijde), Kruisstraat en Geffen (zuidzijde), Oss (zuidoostzijde), de N625 (oostzijde) en de Maas (noord- en noordoostzijde). De Duurzame Polder is een grootschalig verkaveld komgebied en kent in de huidige situatie vooral een agrarisch gebruik. Afbeelding 1.1 toont de afbakening van het verkenningsgebied de Duurzame Polder. Deze notitie is onderdeel van de QuickScan Duurzame Polder en is ecologische risicoanalyse die inzicht geeft in de haalbaarheid van verschillende windpark varianten en mogelijke knelpunten en aandachtspunten vanuit ecologie, met name voor wat betreft beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) en beschermde soorten van de Wet natuurbescherming (Wnb). Er zijn in totaal vier denkrichtingen ontworpen met ieder vier varianten en met verschillende aantallen windturbines.
Het gaat om de volgende denkrichtingen, varianten en turbine-aantallen (die staan hieronder tussen haakjes): -
denkrichting 1: ‘Een grootschalig hart’:
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
-
· variant 1 (26), variant 2 (18), variant 3 (22), variant 4 (30); denkrichting 2: ‘Het wijde westen’: · variant 5 (25), variant 6 (16), variant 7 (20), variant 8 (26); denkrichting 3: ‘Een veelkleurig mozaïek’: · variant 9 (23), variant 10 (16), variant 11 (21), variant 12 (25); denkrichting 4: ‘Lange lijnen van oost naar west’: · variant 13 (23), variant 14 (15), variant 15 (22), variant 16 (19).
Voor alle denkrichtingen wordt bekeken welke varianten mogelijk een knelpunt/aandachtspunt vormen vanuit ecologie. De informatie uit deze notitie dient ter onderbouwing van de trechtering van de 16 varianten naar circa 5 varianten die nader onderzocht worden in het MER. Hoofdstuk 4 geeft de conclusie en doorzicht vervolg en een samenvattende tabel van de resultaten uit deze notitie.
Afbeelding 1.1 Verkenningsgebied (zwarte contour) Duurzame Polder
2
BESCHERMDE GEBIEDEN
Voor de realisatie van het windpark dient rekening te worden gehouden met beschermde natuurgebieden binnen en nabij het verkenningsgebied.
2.1
Natura 2000
Gebiedsanalyse Binnen het verkenningsgebied bevinden zich geen Natura 2000-gebieden. Wel bevinden zich enkele Natura 2000-gebieden op relatief korte afstand van het verkenningsgebied. Het betreft Vogel- en Habitatrichtlijngebied ‘Rijntakken’, op circa 700 meter afstand ten noorden en het Habitatrichtlijngebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ (op circa 6,5 km), ten zuidwesten (afbeelding 2.1). In bijlage I
2 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
van deze notitie is een korte kenschets van deze gebieden en een overzicht van de instandhoudingsdoelen (IHD) die hierbinnen gelden opgenomen. Bij ingrepen in het gebied kan sprake zijn van (indirecte) effecten op één of meerdere van deze Natura 2000-gebieden. Fysieke effecten op Natura 2000 Fysieke effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering of verstoring (door geluid, licht, trillingen) zijn relevant als er werkzaamheden in of direct nabij een Natura 2000-gebied worden uitgevoerd. Een maatstaf die vaak gebruikt wordt als afstand voor fysieke effecten is ≤1,5km (zie afbeelding 2.1). Echter, kunnen fysieke effecten ook buiten deze contour optreden, wanneer soorten met een instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden, voor hun instandhouding afhankelijk zijn van het projectgebied. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor vogels die over het projectgebied heenvliegen tussen slaap- en foerageergebieden. Voor alle windturbinelocaties dient daarom te worden nagegaan, in welke mate de werkzaamheden zorgen voor een aantasting/verstoring van de aangewezen habitattypen of (leefgebieden van) aangewezen soorten.
Wanneer effecten op de aangewezen habitattypen of soorten kunnen leiden tot het potentieel niet behalen van de IHD van het betreffend Natura 2000-gebied is voor het voornemen op deze locaties nader onderzoek in de vorm van een Passende Beoordeling en een vergunning Wnb nodig. In het geval de Passende Beoordeling niet de zekerheid verschaft dat er geen sprake is van een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, moet de vergunning worden geweigerd (tenzij aan de ‘ADC-criteria’1 voldaan wordt). Stikstofeffecten op Natura 2000 Naast fysieke effecten kunnen werkzaamheden een effect veroorzaken op de kwaliteit van habitattypen/leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden als gevolg van een (tijdelijke) stikstofdepositietoename in de uitvoeringsfase (gebruik van stikstof emitterend materieel). Dit kan ook het geval zijn tijdens de gebruiksfase (bijvoorbeeld door veranderde verkeerssituatie, intensiever gebruik, et cetera). Zo is er binnen de Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken’, ‘Vlijmens Ven-Moerputten & Bossche Broek’, sprake van stikstofgevoelige habitattypen die in de huidige situatie reeds te kampen hebben met een (sterke) overbelasting door stikstof. Bij een (tijdelijke) toename in stikstofdepositie kan al snel sprake zijn van significante negatieve effecten op de kwaliteit van de habitattypen.
Gezien stikstofeffecten ver kunnen reiken (>10 km), is dit effect relevant voor alle windturbinelocaties. Voor alle windturbinelocaties geldt daarom dat onderzocht dient te worden of er sprake is van een juridisch relevante stikstofbijdrage en wat de consequenties hiervan zijn. Er wordt aanbevolen om: - een verkennende stikstofberekening met AERIUS uit te voeren (voor zowel de aanlegfase als de toekomstige gebruiksfase). Op basis van deze rekenresultaten kan worden beoordeeld of en welke vervolgstappen ten aanzien van stikstof nodig zijn. De conclusie van deze stap is een van de volgende adviezen: · advies dat geen vervolgstappen nodig zijn; · advies dat het opstellen van een Wnb Voortoets (in plaats van Passende Beoordeling) afdoende is; · advies dat verder gezocht moet worden naar oplossingen: verkennen aanpassing werkwijze/werkplanning/materieel, verkennen intern en extern salderen, Passende beoordeling, ADCtoets, inclusief verwachte kosten en termijn besluitvorming.
1
Dit betekent dat er geen alternatieven zijn (A), er sprake is van bij de wet genoemd dwingende redenen van groot openbaar belang (D) en dat de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 gewaarborgd blijft (C).
3 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Afbeelding 2.1 Ligging verkenningsgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.
Beoordeling Tabel 2.1 geeft een overzicht van het aantal windturbines per variant in- of nabij (≤1,5km) een Natura 2000gebied. Geen van de varianten heeft windturbines in- of op minder dan ≤1,5km afstand van een Natura 2000-gebied. Dit betekent dat de kans op fysieke effecten op Natura 2000-gebieden klein is, maar niet dat deze bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Soorten met een instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000gebieden, kunnen voor hun instandhouding afhankelijk zijn van de duurzame polder (bijvoorbeeld vogels die over het projectgebied heenvliegen tussen slaap-en foerageergebieden). Daarom dient voor alle windturbinelocaties te worden nagegaan, in welke mate de werkzaamheden zorgen voor een aantasting/verstoring van de aangewezen habitattypen of (leefgebieden van) aangewezen soorten. Dit betekent dat er op voorhand geen verschillen zijn tussen de varianten en aanvullend onderzoek uitgevoerd dient te worden. Er is mogelijk ook sprake van stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden. Gezien stikstofeffecten ver kunnen reiken (>10km) en het een relatief grote ruimtelijke ontwikkeling betreft dient voor alle windturbinelocaties onderzocht te worden of er sprake is van een juridisch relevante stikstofbijdrage. Hierdoor kan op voorhand geen onderscheid gemaakt worden tussen de varianten en zijn stikstofeffecten niet meegenomen in tabel 2.1.
Tabel 2.1 Aantal windturbines per variant binnen of nabij (≤1,5km) Natura 2000-gebieden. Denkrichting 1
Denkrichting 2
Denkrichting 3
Denkrichting 4
Variant
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Aantal turbines binnen Natura 2000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
4 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Denkrichting 1
Denkrichting 2
Denkrichting 3
Denkrichting 4
Variant
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Aantal turbines binnen <1,5km
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2.2
Natuurnetwerk Brabant (NNB)
Gebiedsanalyse Langs de Maas en Hertogswetering en verspreid in het verkenningsgebied zijn enkele percelen van het NNN-netwerk van de provincie Brabant aanwezig (ook wel Natuurnetwerk Brabant/NNB) (zie afbeelding 2.2). De Hertogswetering is aangeduid als ecologische verbindingszone (EVZ). Bij werkzaamheden in/aan onderdelen van dit NNB (inclusief de EVZ), is nader onderzoek in de vorm van een ‘nee, tenzij’-toets noodzakelijk, waarin wordt nagegaan of en in welke mate het voornemen een mogelijk significant negatief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Ook dient bij werkzaamheden nabij het NNB erop te worden gelet dat ook eventuele werkterreinen/transportroutes nodig voor de aanlegfase buiten de grenzen van dit NNB worden opgezet. Wanneer negatieve effecten niet zijn uit te sluiten kunnen de werkzaamheden geen doorgang vinden, tenzij daarmee een groot openbaar belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Tevens is in de provincie Noord-Brabant externe werking ten aanzien van het NNB een toetcriterium. Dit houdt in dat voor projecten binnen de invloedssfeer van het NNB moet worden nagegaan in welke mate deze de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB beïnvloeden.
De ecologische waarden van het NNB kunnen indirect worden aangetast als gevolg van geluid, licht, betreding, schaduwwerking, windturbulentie, et cetera Hoe groot de verstoringscontour is waarbinnen dergelijke effecten kunnen optreden is van verschillende factoren afhankelijk (beheertype, tussenliggende landschapselementen en barrières, et cetera). In het algemeen geldt echter dat hoe verder van het NNB windturbines worden gerealiseerd, hoe kleiner de kans dat sprake is negatieve effecten als gevolg van externe werking.
5 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Afbeelding 2.2 Ligging van het plan gebied ten opzichte van het NNB
Beoordeling Bij de beoordeling van het NNB is gekozen voor contour van ½ rotordiameter om een eerste vergelijking te maken tussen de varianten. Voor de varianten die binnen het NNB en deze contour vallen is er een hoger risico op negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Dit betekent echter niet dat er geen effecten zijn op het NNB buiten deze contour. Tabel 2.2. geeft een overzicht van het aantal windturbines per variant dat zich in- of ½ rotordiameter van een NNB gebied bevindt. Een aantal windturbines van denkrichting 1 vallen binnen de contouren van het NNB. Dit zijn drie windturbines van variant 1, en twee windturbines van variant 2, 3 en 4. Dit betekent dat voor deze windturbinelocaties mogelijk een hoger risico is op aantasting van het NNB. De varianten van denkrichtingen 2, 3 en 4 hebben geen windturbines in het NNB. Er zijn ook een aantal windturbines van denkrichting 1, 2 en 4 die zich binnen de contouren van ½ rotordiameter van het NNB bevinden. Variant 1 heeft het hoogste aantal windturbines binnen deze contour en de varianten van denkrichting 3 hebben geen windturbines binnen deze contour. Voor de windturbinelocaties binnen de ½ rotordiameter is er ook een hoger risico op negatieve effecten op het NNB.
Echter kunnen er ook buiten deze contour negatieve effecten optreden, omdat er op voorhand geen vaste verstoringscontour kan worden bepaald. Daarom is voor alle windturbinelocaties nader onderzoek nodig in de vorm van een ‘nee, tenzij’-toets, waarin wordt nagegaan of en in welke mate het voornemen een mogelijk significant negatief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Afbeelding 2.3 geeft per denkrichting de variant met het hoogste aantal windturbines in het NNB of binnen de ½ rotordiameter van het NNB.
6 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Tabel 2.2 Aantal windturbines per variant in het NNB en binnen ½ rotordiameter van het NNB. Blauwe vakjes geven hoogste aantal windturbines per denkrichting weer. Denkrichting 1
Denkrichting 2
Denkrichting 3
Denkrichting 4
Variant
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Aantal turbines in NNB
3
2
2
2
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantal turbines binnen ½ rotordiameter NNB
7
3
4
4
0
0
0
1
0
0
0
0
1
0
0
0
Afbeelding 2.3 Variant per denk richting met het hoogste aantal windturbines binnen het NNB of ½ rotordiameter van het NNB.
2.3
Groenblauwe mantel
Gebiedsanalyse Naast het NNB zijn er in de interim omgevingsverordening van Noord-Brabant gebieden opgenomen als verbinding tussen het NNB en landelijk gebied: de Groenblauwe mantel (zie afbeelding 2.4). De waarden in de Groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van kwel, beekdalen), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Daarom vormt de ontwikkeling van windturbines binnen de groenblauwe mantel een aandachtspunt.
7 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Afbeelding 2.4 Ligging van het plan gebied ten opzichte van de Groenblauwe mantel.
Beoordeling Het overgrote deel van de varianten vallen buiten de groenblauwe mantel. Er zijn een aantal windturbines van varianten die wel in de groenblauwe mantel vallen. Echter bevinden de meeste van deze windturbines zich ook in het NNB of de ½ rotordiameter contour van het NNB. De windturbines die in de groenblauwe mantel vallen en niet in het NNB of de ½ rotordiameter van het NNB vormen een aandachtspunt vanuit provinciaal beleid. Aangezien de groenblauwe mantel dient als versteking van leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB zijn windturbines binnen de groenblauwe mantel niet wenselijk. Mogelijk bied schuifruimte een alternatief voor de enkele windturbines binnen de groenblauwe mantel en buiten het NNB en de ½ rotordiameter van het NNB.
2.4
Rust- en foerageergebied ganzen en smienten
Gebiedsanalyse Een deel van de Duurzame Polder is in de Interim Omgevingsverordening van Noord-Brabant aangewezen als rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. In deze gebieden waarborgt de provincie de noodzakelijke rust voor ganzen en smienten. Binnen de aangewezen gebieden moet zoveel mogelijk rust heersen en mogen de daar aanwezige ganzen niet worden verjaagd, gevangen of geschoten. Deze gebieden situeren zich in het midden en ten noordoosten van het verkenningsgebied (zie afbeelding 2.5). In ganzenrustgebieden geldt een 'nee, tenzij'-beleid. Windparken zijn hier niet toegestaan (artikel 2.60) tenzij: In de periode 1 november tot 1 april, de volgende soorten niet opzettelijk worden verontrust: - brandganzen; - grauwe ganzen; - kolganzen;
8 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
-
rotganzen; taigarietganzen; toendrarietganzen; smienten (Interim Omgevingsverordening, 2022).
Afbeelding 2.5 Ligging van het verkenningsgebied ten opzichte van rust- en foerageergebieden ganzen en smienten
Beoordeling Tabel 2.3 geeft een overzicht van het aantal windturbines per variant dat zich binnen het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten bevindt. Van alle varianten bevinden zich meerdere windturbines binnen de contouren van het rust- en foerageergebied. Denkrichting 1 variant 4 heeft het hoogste aantal windturbines binnen het gebied. Aangezien van iedere variant windturbines binnen het rust- en foerageer gebied vallen geldt voor alle varianten een ‘nee, tenzij’-beleid en zal nader onderzocht moeten worden wat de effecten van een windpark in en buiten het gebied zijn. Dit is afhankelijk van het voorkomen (onder andere periode van voorkomen en vliegroutes) van verschillende ganzen en smienten. Er is daarom op voorhand ook geen rekening gehouden met een verstoringscontour rondom het rust- en foerageergebied, omdat de verstoringscontour verschillend kan zijn per vogelsoort (A&W, 2021). Afbeelding 2.6 geeft van iedere denkrichting de variant met het hoogste aantal windturbines binnen het rust- en foerageergebied.
9 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Tabel 2.3 Aantal windturbines per variant in het rust- en foerageergebied. Blauwe vakjes geven hoogste aantal windturbines per denkrichting weer. Denkrichting 1
Denkrichting 2
Denkrichting 3
Denkrichting 4
Variant
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Aantal turbines in rust- en foerageergebied
13
10
13
17
8
6
6
6
8
4
8
6
11
6
9
6
Afbeelding 2.6 Variant per denk richting met het hoogste aantal windturbines binnen het rust- en foerageergebied.
2.5
Weidevogelgebieden
De Duurzame Polder is onderdeel van de Beerse Overlaat1, een belangrijk gebied voor weidevogels. Eerder is door SOVON onderzoek gedaan naar vogels van de Beerse Overlaat en verstoring van vogels door windturbines in het gebied (SOVON, 2019). Uit het onderzoek lijken broedende weidevogels en overwinterende zwanen met name gevoelig voor de plaatsing van windturbines in het gebied. Vanuit de gemeente Oss zijn in het bestemmingsplan de komgebieden aangewezen als weidevogelgebieden. Echter, worden vanuit de Provincie Noord-Brabant in de Interim Omgevingsverordening geen beschermde weidevogelgebieden aangewezen. Daarom wordt de bescherming
1
De Beerse Overlaat is een vroegere verlaging in de dijk van de linkeroever van de maas tussen de dorpen Gassel en Lienden, in de voormalige gemeente Beers. In de middeleeuwen mocht de Beerse Overlaat overstromen. In 1942 werd de overlaat gesloten. Het gebied is een belangrijk gebied voor vogels van open agrarisch gebied.
10 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
van weidevogels niet meegenomen onder gebiedsbescherming, maar onder soortenbescherming in deze notitie.
3
BESCHERMDE SOORTEN
Gezien de grote omvang van het verkenningsgebied is het niet mogelijk om op niveau van individuele soorten een beoordeling te doen van het potentieel voorkomen. Wel is in voorliggend hoofdstuk een overzicht gegeven van waar er ‘hotspots’ van beschermde soorten aanwezig zijn of worden verwacht. Hiervoor is beroep gedaan op bekende waarnemingsgegevens en verspreidingskaarten (NDFF), gevoeligheidskaarten voor vogels (SOVON) en luchtfoto’s. Bijzondere aandacht is hierbij besteed aan de (mogelijke) aanwezigheid van vogels en vleermuizen. Dit in verband met het verhoogd risico op sterfte van deze soorten bij het in werking treden van windturbines.
3.1
Vogels
Eén van de soortgroepen die het meeste aandacht vereist bij windturbineprojecten is de groep vogels. Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) onder het beschermingsregime ‘Vogelrichtlijn’. Er geldt een algemeen verbod op het opzettelijk verstoren/doden van individuen of het vernielen van nestplaatsen (zie ook bijlage II). Bij het plaatsen van windturbines bestaat de kans op een overtreding van één of meer van deze verbodsbepalingen, zowel in de aanlegfase (verstoren broedende vogels, aantasten/vernietigen nesten, et cetera) als in de gebruiksfase (doden individuen door aanvaring, verstoren). De gevoeligheidskaart vogels van SOVON (zie afbeelding 3.1) geeft in kleuren het relatieve verschil weer tussen gebieden van de kans dat windturbines een negatief effect zullen hebben op zowel broed− als niet−broedvogelpopulaties. In roodtinten de gebieden met de hoogste kans, in blauw en wit de gebieden met de laagste kans. Het verkenningsgebied bevindt zich globaal in een oranje-rode zone. Dit betekent dat de kans op negatieve effecten op vogels in het gehele gebied relatief hoog is. Dit heeft met name te maken met het hoog aantal (niet-)broedvogels dat in deze omgeving wordt verwacht (zie linkse kaart). De kans op belangrijke trekroutes in dit gebied is volgens de kaart laag (zie rechtse kaart).
Afbeelding 3.1 Gevoeligheidskaart vogels in het kader van windenergie. Links: Gevoeligheidskaart (niet-)broedvogels, Rechts: Gevoeligheidskaart vogeltrek; met globale aanduiding van het verkenningsgebied (zwarte cirkel) [bron: SOVON.nl]
11 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Om een beter beeld te krijgen van de aanwezigheid van vogels en de verdeling hiervan binnen het verkenningsgebied zelf, zijn waarnemingsdata van de afgelopen 3 jaar opgevraagd (NDFF). Op basis van deze gegevens is een heatmap gemaakt (afbeelding 3.2). Hieruit blijkt dat de meeste waarnemingen van vogels worden gedaan in het centrale gedeelte van het verkenningsgebied. De plekken waar de vogelwaarnemingen sterk geconcentreerd zijn lijken een natuurlijkere inrichting te hebben (bijvoorbeeld natte gebieden, natuurvriendelijke akkerranden en eendenkooien met kwelders (zie afbeelding 3.3)). Daarnaast worden ook langs de noordelijke rand van het verkenningsgebied relatief veel vogels waargenomen. Let wel, deze kaart is enkel indicatief en er kan hier sprake zijn van een waarnemerseffect: op locaties waar meer mensen komen worden ook meer waarnemingen gedaan, waardoor de hoeveelheid waarnemingen niet representatief is voor de daadwerkelijke dichtheid van vogels. Het is dan ook niet mogelijk om op voorhand uitspraken te doen over het verwachte aantal en soortensamenstelling van vogels in de omgeving en de verschillen hierin tussen verschillende gedeelten van het verkenningsgebied te kwantificeren. In ieder geval zijn voor alle windturbinelocaties negatieve effecten op vogels te verwachten.
Dit geldt met name in de gebruiksfase, wanneer er de kans bestaat op aanvaringsslachtoffers als gevolg van de windturbines. Ongeacht de uiteindelijke locatiekeuze zal aanvullend onderzoek naar deze soortgroep noodzakelijk zijn. Verspreid over het verkenningsgebied zijn verder nest-indicerende waarnemingen bekend van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is onder de Wnb (afbeelding 3.4). Het gaat daarbij verspreid over de polders voornamelijk om buizerd, maar ook boomvalk en roek. Andere soorten als huismus, ooievaar en steenuil zijn voornamelijk nabij de randen van het verkenningsgebied waargenomen, in de nabijheid van menselijke bebouwing. Echter, ook in gedeelten van het gebied waar geen bekende (recente) waarnemingen zijn van jaarrond beschermde nesten, kunnen deze wel voorkomen, met name in grotere bomen (bijvoorbeeld buizerd, sperwer, ransuil) en in woonhuizen en boerderijen (bijvoorbeeld huismus, gierzwaluw, steenuil). Indien bomen worden gekapt of in deze omgeving trilling veroorzakende werkzaamheden worden uitgevoerd (bijvoorbeeld door heien voor het aanbrengen van de fundering van windturbines), is mogelijk een nader soortenonderzoek naar jaarrond beschermde nesten nodig binnen de verstoringscontour van de werkzaamheden. Dit geldt dus voor alle windturbinelocaties van verschillende varianten.
Indien uit het onderzoek blijkt dat jaarrond beschermde nesten vernietigd of verstoord worden, is een ontheffing nodig en maatregelen om verstoring en/of vernietiging te voorkomen.
12 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Afbeelding 3.2 Waarnemingen van vogels in het verkenningsgebied in de periode 2020 - 2023.
Afbeelding 3.3 Aanduiding eendenkooien met kwel. (bron: Het Verhaal van de Polder, bijlage bij het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder)
13 | 26
Witteveen+Bos | 134741/23-004.068 | Definitief
Afbeelding 3.4 Nest-indicerende waarnemingen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen het verkenningsgebied in de periode 2020 - 2023.
Beoordeling Vogels komen verspreid over het gebied voor. Echter, lijken de plekken waar de vogelwaarnemingen sterk geconcentreerd zijn een natuurlijkere inrichting te hebben (bijvoorbeeld natte gebieden, natuurvriendelijke akkerranden en eendenkooien met kwelders). Windturbines in deze gebieden vormen voor vogels waarschijnlijk een hoger risico op verstoring en/of sterfte. Van alle varianten zijn er windturbines die in of nabij de concentratiegebieden van vogels vallen. Ook zijn er waarnemingen van jaarrond beschermde nesten nabij windturbinelocaties van verschillende varianten. Voor het voorkomen vogels en jaarrond beschermde nesten moet aanvullend onderzoek verricht worden en kan er op voorhand geen onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende varianten.