CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bij toelichting - Nader onderzoek vleermuizen

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Osseweg 38A, Berghem1.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten nader onderzoek vleermuizen Osseweg 38a Berghem Datum Opgesteld door Kwaliteitscontrole Versie Projectnummer

: 14-8-2024 : J. van Hout : I.J.J. Vleut :1 : P2023-0189

Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing aan de Osseweg 38A te Berghem te slopen en nieuwbouw te realiseren, zie figuur 1. Uit de quickscan flora en fauna (Aeres Milieu AM21549) is gebleken dat verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten in de te slopen gebouwen niet kan worden uitgesloten en dat nader onderzoek noodzakelijk is. Indien verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, kunnen de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten tot gevolg hebben. Indien uit nader onderzoek blijkt dat voornoemde functies aanwezig zijn, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een vergunning te worden verkregen om de verbodsbepalingen van de Omgevingswet te overtreden. In deze rapportage worden de methode en de bevindingen van het nader onderzoek nader omschreven. Ook worden eventuele verder te ondernemen stappen beschreven.

Figuur 1. Globale begrenzing van het plangebied (geel omlijnd)

1

Methoden Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol van 2021. Het onderzoek naar vleermuizen richt zich op het vaststellen van de functies van het gebied voor vleermuissoorten. De volgende functies voor vleermuizen zijn mogelijk aanwezig binnen het plangebied en de directe omgeving, en zijn onderzocht: • • •

Zomerverblijfplaats Kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats en zwermgedrag dat een winterverblijfplaats kan indiceren

Gezien de verspreiding van de vleermuissoorten in Nederland en de beschikbare functies voor vleermuizen binnen het plangebied, zijn de volgende vleermuissoorten binnen en in de omgeving van het plangebied te verwachten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Op basis van de functies van het gebied voor vleermuizen en de te verwachten soorten binnen het plangebied is de inspanning en tijdsperiode van het onderzoek vastgesteld. Tabel 1 geeft een overzicht van de bezoekdata, de onderzoeker(s), de onderzochte functie en het moment op de dag en de weersomstandigheden. Tabel 1. Uitgevoerde onderzoeksrondes. PV = paarverblijfplaats en zwermgedrag, KV = kraamverblijfplaats, ZV = zomerverblijfplaats; ECM = zonsopkomst, BCAS = zonsondergang Ronde Functie

Datum

Starttijd Eindtijd BCAS/ECMS Onderzoeker

Bewolking

Temp (°C)

1

PV

21-8-2023

22:00

00:00

06:32 / 20:52

2

Helder

18

Neerslag Wind (Bft) Geen

1

2 3

PV KV/ZV

11-9-2023 23-5-2024

22:00 21:35

00:00 0:10

07:07 / 20:05 05:34 / 21:39

2 5

Helder Licht bewolkt

19 16

Geen Geen

1 0

4

KV/ZV

28-5-2024

2:30

5:30

05:28 / 21:45

2

Helder

12

Geen

1

5

KV/ZV

19-6-2024

21:55

0:35

05:19 / 22:03

5

Helder

16

Geen

2

Het onderzoek is in 2023 en 2024 uitgevoerd. In 2023 zijn twee onderzoeksrondes uitgevoerd in het najaar naar paarverblijfplaatsen en zwermgedrag dat een winterverblijfplaats kan indiceren. De onderzoeksrondes tijdens het najaar zijn uitgevoerd door twee deskundigen. Tijdens het onderzoek naar mogelijke paarverblijfplaatsen en zwermgedrag van vleermuizen is het mogelijk een relatief groot gebied te overzien. In 2024 is het onderzoek uitgevoerd naar mogelijke zomer- en kraamverblijfplaatsen. Het onderzoek naar verblijfplaatsen in de ochtend tijdens de kraamperiode is uitgevoerd met twee personen, conform het vleermuisprotocol 2021; “doordat het zwermen 's ochtends meer tijd in beslag neemt dan het uitvliegen 's avonds, kan een waarnemer in de nanacht een groter gebied overzien door rond te lopen of te fietsen”. De gewone dwergvleermuis gebruikt in de winter massale gebouwen als massale winterverblijfplaats. De gebouwen kenmerken zich vooral door een robuuste bouwstijl, de aanwezigheid van diepe spleetvormige ruimten (spouw, dilatatievoeg, holle vloerelementen etc.) en een ruimte met een dusdanig grote oppervlakte dat er meer dan honderden tot duizenden vleermuizen in kunnen verblijven.

In dit geval is ervoor gekozen om geen onderzoek uit te voeren naar massale winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen gedurende de nacht, omdat de gebouwen in het plangebied niet voldoen aan de specificaties van een mogelijke massawinterverblijfplaats. In het gebouw is niet voldoende oppervlakte beschikbaar waarin een grote hoeveelheid aan gewone dwergvleermuizen in kan verblijven. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van verschillende batdetectors (Pettersson D240x en Anabat Walkabout). Vleermuizen maken ultrasoon geluid en met de echo daarvan krijgen ze een 2

geluidsbeeld van de omgeving. Wij kunnen dat geluid met het blote oor niet of nauwelijks horen, maar een batdetector zet het ultrasone geluid om naar een geluidsfrequentie die wij wel kunnen horen. Met de batdetectors die gebruikt zijn tijdens het vleermuisonderzoek is het mogelijk om opnames te maken van de geluiden.

3

Resultaten De resultaten van de verschillende rondes zijn opgenomen en weergeven in de kaarten in bijlage 1. Foerageergebied Gedurende het onderzoek zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen in de omgeving van het gebouw. In het voorjaar is een foerageergebied aangetroffen langs de noord- en oostzijde van het gebouw, waarbij een gewone dwergvleermuis foeragerend rond de bosjes en het gebouw is waargenomen (figuur 2). Tevens zijn enkele laatvliegers waargenomen die het plangebied passeerden, maar geen binding met het plangebied hebben.

Figuur 2. Foerageergebied binnen het plangebied, Pp = gewone dwergvleermuis

4

Zomerverblijfplaats Tijdens het onderzoek zijn geen zomerverblijfplaatsen aangetroffen binnen of in de omgeving van het plangebied. Kraamverblijfplaats Tijdens het onderzoek zijn in het plangebied geen kraamverblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Wel is een vermoedelijke kraamverblijfplaats of grote zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen aan de Osseweg 41, ten zuiden van het plangebied. De verblijfplaats heeft echter geen binding met het plangebied. Paarverblijfplaatsen Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en zwermgedrag zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Ten oosten van het plangebied zijn baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen, het gaat vermoedelijk om twee territoria van de gewone dwergvleermuis. De territoria van de vleermuizen overlapt niet met het plangebied. Het is daarom uitgesloten dat binnen het plangebied een paarverblijfplaats aanwezig is. Winterverblijfplaats Tijdens het onderzoek is geen gedrag waargenomen dat een winterverblijfplaats kan indiceren.

5

Effectenbeoordeling Foerageergebied Gedurende het onderzoek is een foerageergebied van gewone dwergvleermuizen vastgesteld. De groenstructuren grenzend aan het gebouw gaan mogelijk verloren bij het slopen van het sportcentrum, waardoor het niet meer zal functioneren als foerageergebied voor vleermuizen. Echter, in de directe omgeving is voldoende alternatief foerageergebied in de vorm van groenstroken en bomenrijen. Voorgenomen plannen hebben daarom geen invloed op het foerageergebied van de vleermuizen. Wel is het belangrijk om werkzaamheden in de daglichtperiode uit te voeren, zodat geen verstoring op foeragerende en langsvliegende vleermuizen door kunstlicht plaats kan vinden. Indien verlichting gedurende de avond noodzakelijk is, wordt geadviseerd om verlichting met afschermde armatuur te gebruiken, de ledlampen naar beneden te richten en/of amber/rode verlichting te gebruiken. Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. De werkzaamheden hebben geen invloed op verblijfplaatsen van vleermuizen.

Conclusie De werkzaamheden hebben geen negatief effect op vleermuizen zolang de werkzaamheden overdag worden uitgevoerd. Het uitvoeren van de werkzaamheden gedurende de avonduren met bouwlampen kan foeragerende vleermuizen verstoren.

6

Literatuur + BIJ12, 2024. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 2.0, april + +

2024. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. Eurobats, Guidelines for consideration of bats in lighting projects’, Publication Series No. 8, 2018.

7

Bijlage 1. Waarnemingen vleermuisonderzoek per ronde

Resultaten ronde 1. Pp = gewone dwergvleermuis, Es = laatvlieger, getal = aantal waargenomen dieren

Resultaten ronde 2. Pp = gewone dwergvleermuis, getal = aantal waargenomen dieren

8

Resultaten ronde 3. Pp = gewone dwergvleermuis, getal = aantal waargenomen dieren

Resultaten ronde 4. Pp = gewone dwergvleermuis, Es = laatvlieger, getal = aantal waargenomen dieren

9

Resultaten ronde 5. Pp = gewone dwergvleermuis, Es = laatvlieger, getal = aantal waargenomen dieren

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=347df136-1b3e-4180-b7d1-0858b184a02a