CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 B Toelichting - Polderstraat 12 in Macharen.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Gebundelde procedure vaststelling bestemmingsplannen 'Berghemseweg 7 Herpen 2022 Binnenstraat ong Herpen-2022, Polderstraat 12 Macharen, en Wilgenstraat 8 Geffen-202219.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Polderstraat 12 Macharen - 2022 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 1 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Bestemmingsplan Polderstraat 12 Macharen – 2022 Vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, 17 januari 2022

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 2 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding en korte planbeschrijving ............................................................................................... 5 1.2 Begrenzing plangebied .................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ...................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en beoogde situatie ............................................................................ 7 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................... 7 2.2 Bestaande situatie ........................................................................................................................... 8 2.3 Beoogde situatie ............................................................................................................................ 10 2.4 Stedenbouwkundige karakteristiek ................................................................................................

10 2.5 Functionele karakteristiek .............................................................................................................. 10 2.6 Groen en water .............................................................................................................................. 10 2.7 Beeldkwaliteit ................................................................................................................................. 11 Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader ................................................................................................... 12 3.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 12 3.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................... 14 3.3 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 14 3.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten ........................................................................................................

22 4.1 Natuur ............................................................................................................................................ 22 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie ...................................................................................................... 25 4.3 Mobiliteit en parkeren .................................................................................................................... 30 4.4 Water ............................................................................................................................................. 31 4.5 Defensie ........................................................................................................................................ 34 4.6 Milieuaspecten ............................................................................................................................... 35 4.7 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ...................................................................................................... 51 Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels .................................................................................................. 52 5.1 Algemeen ......................................................................................................................................

52 5.2 Regels............................................................................................................................................ 52 Hoofdstuk 6 Handhaving ..................................................................................................................... 54 6.1 Beleidskader .................................................................................................................................. 54 6.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ................................................................ 54 6.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht............................................................. 55 Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 56 Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................ 57 8.1 Omgevingsdialoog ......................................................................................................................... 57 8.2 Vooroverleg ................................................................................................................................... 57 8.3 Inspraak .........................................................................................................................................

57 8.4 Zienswijzen .................................................................................................................................... 58

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek voor de navolgende bijlagen: Bijlage 1 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2 – Geuronderzoek Bijlage 3 – Resultaten www.dewatertoets.nl Bijlage 4 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5 – Archeologisch bureauonderzoek

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 3 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Bijlage 6 – Quickscan flora en fauna Bijlage 7 – Aerius-berekeningen Bijlage 8 – Advies Veiligheidsregio

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 4 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

TOELICHTING Bestemmingsplan Polderstraat 12 Macharen – 2022

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 5 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en korte planbeschrijving

Aan Polderstraat 12 in Macharen is een woning met grote tuin gelegen. De eigenaar heeft het plan opgevat om zijn perceel te splitsen in twee percelen. Een voor zijn huidige woning met tuin en één voor de realisatie van een nieuwe woning. Het af te splitsen perceel voor de nieuwe woning bevindt zich ten westen van de bestaande woning. De initiatiefnemer heeft de gemeente gevraagd om haar principemedewerking aan zijn plan te verlenen. De gemeente heeft onder voorwaarden met het plan ingestemd. Het is juridisch planologisch nog niet toegestaan om op dit af te splitsen perceel een woning te realiseren. Hiervoor is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan is daarvoor opgesteld. 1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit het perceel kadastraal bekend gemeente Megen, sectie H, nummer 937 gedeeltelijk met een grootte van circa 831 vierkante meter. De begrenzing van het plangebied is op onderstaande afbeelding (luchtfoto met kadastrale kaart) globaal weergegeven met een groene arcering.

Het plangebied wordt begrensd door het gedeelte van het perceel behorende bij de woning Polderstraat 12 aan de oostkant, de tuinen van Dorpsstraat 23 en 25 aan de noordkant, Polderstraat 14 aan de westkant en de Polderstraat aan de zuidkant. 1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan Polderstraat 12 Macharen geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan Negen Kernen – 2012 dat door de gemeenteraad van Oss op 13 september 2012 is vastgesteld. Ook zijn enkele partiele herzieningen van dit bestemmingsplan en een

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 6 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

parapluplan (Geitenhouderijen – 2019) van kracht. Deze zijn echter inhoudelijk gezien niet van toepassing op onderhavige locatie waar de bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie historische kern’ van kracht zijn. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 7 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie en beoogde situatie

Ontstaansgeschiedenis

De ontwikkeling van het gebied waarin Macharen is gelegen is in sterke mate bepaald door de rivier de Maas en rivieren die hier voorheen stroomden. De rivier is de vormende kracht in dit gebied. Deze rivieren hebben de laatste 10.000 jaar veel materiaal afgezet. Doordat bij overstromingen de stroomsnelheid dicht bij de rivier hoger was dan verder bij de rivier vandaan bezonken de grotere deeltjes (zand en lichte klei) dicht bij de rivier en de kleinere deeltjes (zware klei) op grotere afstand van de rivier. Hierdoor ontstonden parallel aan de rivier hoger gelegen rivierklei-/zandgronden, ook bekend als stroomruggen of oeverwallen. Verder van de rivier af ontstonden lager gelegen, zwaardere komgronden. Door de ligging aan de rivier en het ontbreken van bedijking was er in het gebied jaarlijks terugkerende wateroverlast. De hoge gronden van de oeverwallen en de rivierduinen overstroomden zelden en boden een relatief veilige woonplaats. Bewoning heeft zich in deze gebieden dan ook lange tijd beperkt tot deze hoger gelegen gebieden. De waterstanden waren destijds overigens niet zo hoog als tegenwoordig, door het ontbreken van dijken. De oeverwallen hadden als voordeel dat ze zeer geschikt waren als akkerbouwgrond, vanwege de natuurlijke vruchtbaarheid en de goede bewerkbaarheid. Macharen is op zo’n oeverwal ontstaan.

Ook nu zijn de oeverwallen op plekken mede nog te herkennen aan de boomgaarden en kleinschalige akkers. In contrast hiermee staat het grootschalige, open komgebied dat rondom Macharen alom aanwezig is. Dit werd vroeger vooral gebruikt als weiland en hooiland. In de loop van de twintigste eeuw is de omgeving waarin Macharen is gelegen sterk veranderd. Door de normalisatie (het ‘rechttrekken’) van de Maas en het sluiten van de Beerse Overlaat is het overstromingsprobleem opgelost. Daaropvolgend hebben grootschalige cultuurtechnische werken plaats gevonden in verband met de ruilverkaveling. Ook de aanleg van de Dorpenweg – als nieuwe ontsluitingsweg en ter ontlasting van de Maasdijk – is van grote invloed geweest. De ingrepen die in de loop der tijd in het landschap hebben plaatsgevonden hebben Macharen als dorp gevormd tot wat het nu is.

Afbeelding van Topotijdreis.nl (Macharen (en het plangebied) omstreeks 1875)

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 8 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

2.2

Bestaande situatie

Het gebied waarover dit bestemmingsplan gaat bestaat uit het perceel kadastraal bekend gemeente Megen, sectie H, nummer 937. Plaatselijk bekend als Polderstraat 12 in Macharen. De Polderstraat ligt parallel aan de Dorpenweg. Het is een ‘ventweg’ van de Dorpenweg. Het plangebied is op dit moment ingericht met een woning inclusief bijbehorende tuin. Op de luchtfoto hieronder is de huidige situatie in en om het plangebied zichtbaar.

Op de foto’s hieronder is het zicht vanaf de straat op het plangebied zichtbaar.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 9 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Hieronder is de huidige planologische situatie verbeeldingstechnisch weergegeven.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 10 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

2.3

Beoogde situatie

De huidige eigenaar wil in de zijtuin van zijn woning aan Polderstraat 12 een extra woning mogelijk maken. Het gaat om het gedeelte van de tuin dat ten westen van de woning aan Polderstraat 12 is gelegen. Er is nog geen ontwerp voor de nieuwe woning bedacht. Hetgeen op dit moment bekend is zijn alleen de situering van de kavel, positionering van het bouwvlak voor de ligging van de nieuwe woning op de kavel en de goot- en bouwhoogte zijn de op dit moment bekende gegevens. Hieronder is dit verbeeldingstechnisch weergegeven.

2.4

Stedenbouwkundige karakteristiek

De stedenbouwkundige karakteristiek bestaat uit vrijstaande woningen op grote percelen. Sprake is van grote voor- en achtertuinen. Het huidig aanwezige straatbeeld wordt gekenmerkt door verschillende typen bebouwing welke overwegend stamt uit de jaren ’70 en ’80. De typologie is eigentijds, het kleurgebruik en de materialisering divers. De bebouwing bestaat uit één, anderhalve of twee bouwlagen met zadeldak. Soms worden wolfseinden toegepast. De woningen rondom het plangebied hebben een gemiddeld vloeroppervlak op de begane grond van circa 120 m2. De nieuw te realiseren woning moet zich voegen in het huidige straatbeeld. 2.5

Functionele karakteristiek

Het initiatief bestaat uit de functie ‘Wonen’. Dit past in de omgeving waar ook overwegend sprake is van deze functie. Het gebied rondom het plangebied kan het beste getypeerd worden als een gemengd gebied, dat komt door de ligging aan de Dorpenweg en de nabijgelegen sportvelden, maatschappelijke functies, enkele bedrijfs- en horecafuncties. Deze functies zijn gelegen op 60 meter of meer van het plangebied. De Dorpenweg ligt op 10 meter van het plangebied. 2.6

Groen en water

Openbaar groen of water maken geen onderdeel uit van het initiatief. Wel is de nieuw te realiseren woning voorzien van een tuin. Het gaat om een grote voor- en achtertuin, wat typerend is voor de woningen in dit gedeelte van Macharen.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 11 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

2.7

Beeldkwaliteit

Voor het kleurgebruik van de nieuwe woning geldt voor de bakstenen bruin, roodbruin of grijs en voor de daken bruin of antraciet. De materialisering voor de daken kan bestaan uit pannen of shingles.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 12 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 13 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening en “Ladder voor duurzame verstedelijking” Vanaf 1 oktober 2012 is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). Gemeenten moeten plannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Per 1 juli 2017 is de Ladder vereenvoudigd, en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het plan Polderstraat 12 Macharen maakt de realisering van één woning mogelijk. Het voorliggende plan is daarmee, op basis van jurisprudentie hierover, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en hoeft dus niet verantwoord te worden vanuit de huidige behoefte. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: - Rijksvaarwegen - Grote rivieren - Defensie - Hoofdwegen en landelijke spoorwegen - Elektriciteitsvoorziening - Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen - Natuurnetwerk Nederland - Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 14 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavige ontwikkeling is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 15 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Onderhavig initiatief is gelegen in de kern van Macharen en bestaat uit het toevoegen van één nieuwe woning (inbreiding) op een perceel dat reeds voor de functie ‘Wonen’ in gebruik is. Het gaat om de ontwikkeling van een nieuwe woning in een grote zijtuin van een bestaande woning. Het initiatief is op deze locatie een voor de hand liggende keuze. Het initiatief vindt aansluiting bij ‘Werken aan een concurrerende, duurzame economie’. Door herontwikkeling op deze plek is uitbreiding op een andere plek niet nodig. Onderhavige ontwikkeling is passend in de Brabantse Omgevingsvisie.

3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor:

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 16 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie ook de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder. Het plangebied ligt in het ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’.

Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat:

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 17 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6.

tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking.

Onderhavige ontwikkeling, die voorziet in de functie ‘Wonen’, is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, namelijk de kern van Macharen welke als zodanig is aangeduid. De stedelijke ontwikkeling is duurzaam, omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Er wordt namelijk op een inbreidingsplek in stedelijk gebied ontwikkeld, waardoor uitbreiding elders niet noodzakelijk is. De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 3.4.3 en 3.4.4 Verantwoording wonen.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 18 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. 3.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen.

Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. 3.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019).

Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 19 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

•

•

•

•

•

woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss.

Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone OssBerghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken . De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied -landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit.

Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.

Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan Polderstraat 12 in Macharen vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 20 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

3.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.

3.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels.

Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m 2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 21 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 22 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Natuur

4.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 4.1.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft ernaar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.

Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 23 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Onderhavig plan is niet gelegen in een al dan niet te ontwikkelen natuurnetwerk. In het plangebied is geen sprake van bomen die als waardevol zijn aangemerkt. De in het plangebied aanwezige bomen (privé groen) zullen als onderdeel van de nieuwe ontwikkeling (tuin) zoveel mogelijk behouden blijven. Privé groen in de vorm van tuin vormt dus onderdeel van het plan. Openbaar groen is geen onderdeel van de inrichting van het plangebied. 4.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt.

De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. Soortbescherming Voor de ontwikkeling is door Buro Maerlant een quickscan in het kader van het aspect soorten zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming uitgevoerd.

De rapportage van de quickscan is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 6). De conclusies en het advies van dit onderzoek zijn als volgt. “Conclusie In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd); » Kleine kans dat amfibieën de te overkluizen sloot gebruiken als voortplantingswater. Effecten Door rekening te houden met het broedseizoen, worden effecten op vogels algemeen eenvoudig voorkomen. Bij eventuele ingrepen aan de sloot is het voldoende rekening te houden met de voortplantingperiode en winterrust van amfibieën en waterfauna algemeen om schade aan individuen te voorkomen. Advies Vogels algemeen

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 24 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

De aanwezige bomen/ beplantingen in het plangebied zijn geschikt voor diverse algemene vogels om te broeden. Geadviseerd wordt deze ruim buiten het broedseizoen te verwijderen: ná 15 augustus en vóór 1 maart. Indien men voornemens is beplantingen/ bomen op een ander moment te verwijderen, is het wenselijk deze voorafgaand aan de ingrepen te controleren op in gebruik zijnde nesten. Als nesten ontbreken of zijn verlaten is verwijdering zonder meer mogelijk. Het verstoren van broedende vogels is krachtens de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Amfibieën/ zorgplichtmaatregelen waterfauna algemeen Bij ingrepen aan de sloot zoals dempen wordt geadviseerd deze werkzaamheden uit te voeren buiten de voorplantingsperiode en winterrust. De periode september tot medio november is optimaal. Bagger en/of maaisel laat men minimaal 48 uur op de kant liggen om individuen de kans te geven deze zelfstandig te verlaten.” Gebiedsbescherming In verband met het mogelijke effect dat ontwikkelingen kunnen hebben op beschermde gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de gebruiks- als aanlegfase van de ontwikkeling. De AERIUSberekening is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 7).

De conclusies van deze berekening zijn dat de ontwikkeling in zowel de gebruiks- als in de aanlegfase geen stikstofdepositie tot gevolg heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, betreffende Rijntakken op 9 km van Natura 2000-gebied. Volgens de AERIUS-berekening hoeft er dus ook geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor het initiatief.

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 25 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

4.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

4.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 26 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied de verwachtingswaarde ‘Historische stads-/ dorpskern’. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 50 m². 4.2.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied de verwachtingswaarde ‘Historische stads-/ dorpskern’ van toepassing. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 50 m². Toetsing van de plannen Het initiatief overschrijdt de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek. Er zal namelijk meer dan 50 m2 worden geroerd. De verwachting is dat het in totaal om ongeveer 300 m2 nieuwe verharding gaat waarvan 220 m2 nieuwe bebouwing. Archeologisch onderzoek is dus aan de orde. Door KSP Archeologie is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 5) en kent de navolgende samenvatting/ selectieadvies. Samenvatting/ selectieadvies onderzoek KSP Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

Op basis van de landschappelijke ligging is het plangebied gelegen op oeverafzettingen van de Macharen en Maas stroomgordels. Om die reden heeft het plangebied een hoge verwachting vanaf het Laat-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen. Ook voor de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd heeft het plangebied een hoge verwachting, omdat er tot het eind van de 19e eeuw bebouwing in het plangebied heeft gestaan. De kans lijkt klein dat deze resten aangetast zijn door de bouw van de huidige woning en in gebruik name van de tuin in 1965 of akkerbouw in de periode daarvoor. Bovendien is er door de diverse rivierfases sprake van meerdere gestapelde archeologische niveaus, archeologische resten kunnen voorkomen tot ca. 2,6 m-mv. Het advies is om de huidige archeologische dubbelbestemming te behouden. Bij ingrepen dieper dan 30 cm over een oppervlak groter dan 50 m2 zal een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Er wordt dan een gravend archeologisch onderzoek geadviseerd, omdat een booronderzoek waarschijnlijk geen uitsluitsel kan geven over de aan- of afwezigheid of de (niet-)intactheid van een huisplaats uit de Nieuwe tijd Midden. Voor dit onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) nodig waarin de randvoorwaarden en vorm van gravend onderzoek worden vastgesteld. Het bevoegd gezag moet dit PvE goedkeuren. Door de gemeente is het door KSP uitgevoerde bureauonderzoek beoordeeld.

Het rapport is akkoord bevonden en de gemeente heeft een selectiebesluit/ besluit ten aanzien van het vervolgtraject genomen. Het selectiebesluit is als volgt. Selectiebesluit / Besluit ten aanzien van vervolgtraject De gemeente Oss neemt het advies van KSP grotendeels over: • Het plangebied (beide percelen) dienen in het nieuwe bestemmingsplan te worden voorzien van een archeologische dubbelbestemming (met vrijstellingsgrenzen van 50 m2 en 30 cm –Mv). Dit betekent

Polderstraat 12 Macharen – 2022, pag. 27 van 58 Vastgesteld 17 januari 2022

•

•

dat archeologisch vervolgonderzoek nodig is als over een oppervlakte die groter is dan 50 m 2 de bodem tot meer dan 30 cm beneden het huidige maaiveld wordt verstoord. Bij de beoogde plannen (bouw van de woning) wordt - in tegenstelling tot het advies van KSP proefsleuvenonderzoek minder geschikt geacht (dit lichten we eventueel graag toe). Het is in dat geval wenselijk om een opgraving van de bouw-/ en aanlegputten uit te laten voeren (eventueel in de variant van een archeologische begeleiding). Bij voldoende dekkingsgraad kan dit onderzoek dan gelden als proefsleuvenonderzoek voor het gehele perceel van 831 m2. Indien bij de beoogde ontwikkeling het verstoringsoppervlakte aantoonbaar onder de 50 m 2 blijft, dan

is archeologisch vervolgonderzoek niet nodig. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er wordt gefundeerd op palen en er geen bouwput wordt uitgegraven. N.B. De werkzaamheden ten behoeve van de terreininrichting (aanleg verhardingen e.d.) tellen ook mee indien zij dieper gaan dan 30 cm. Voor de verdere (plan)procedure betekent dit het volgende: • Gravend onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) dat dient te zijn goedgekeurd door de gemeentelijk archeoloog (mw. M. Peeters, gemeente Oss). • De aanvang van het archeologisch onderzoek dient twee weken voor de start aan de gemeentelijk archeoloog te worden gemeld per email (m.peeters@oss.nl). • Er geldt ten alle tijden een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f72a2d40-ee1c-4c1e-88a9-63452b8bcc1f