Bijlage 2D Bijlagen bij toelichting Molenstraat 30 Geffen
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Molenstraat 30 Geffen - 2023 Bijlagen bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Molenstraat 30 Geffen - 2023 Bijlage 1
- Bodemonderzoek
Bijlage 2
- Quickscan flora en fauna
Bijlage 3
- Stikstof onderzoek
Bijlage 4
- Watertoets
Bijlage 5
- Omgevingsdialoog
Bijlage 1
- Bodemonderzoek
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen
PROJECTNUMMER: B23.8797 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen
PROJECTNUMMER: B23.8797 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: De heer M. van Lent
DATUM: 21 maart 2023
Auteur:
Autorisatie:
R.W.A. van der Sangen Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B23.8797/R8797-01/RS De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING De heer M. van Lent heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse (bodem)onderzoeken voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Molenstraat 30 te Geffen. De diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en gebaseerd op de NEN 5897:2015/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek (NEN 5725) en vervolgtraject Op basis van het historisch onderzoek is de bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de kas en de voormalige watergang aandachtspunten.
Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897 ter plaatse van de afwatering van asbesthoudende dakbedekking op het onbedekte maaiveld (druppelzones) en ter plaatse van het puinpad. Daarnaast vormt het mogelijk voorkomen van PCB ter plaatse van de druppelzones een aandachtspunt. Conclusies en aanbevelingen Conclusie verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormden het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de kas, de voormalige watergang en het mogelijk voorkomen van PCB ter plaatse van de druppelzones aandachtspunten. Op basis van de resultaten kan ons inziens de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de bovengrond als in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en/of OCB) zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Tevens zijn er geen verhoogde gehalten aangetoond voor PCB ter plaatse van de contactlaag van de druppelzones. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden.
Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de interventiewaarden alsmede de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
3 Conclusie verkennende onderzoeken naar asbest Voor wat betreft asbest is plaatselijk de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging ter plaatse van het puinpad en de druppelzones. Er is zintuiglijk (fractie > 20 mm) zowel op het maaiveld als in het opgeboorde en opgegraven materiaal geen asbest aangetroffen. Ter plaatse van het puinpad is analytisch 9,29 mg/kg d.s. aan niet-hechtgebonden en hechtgebonden asbest en blijft daarmee ruim onder de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) alsmede onder de maximale samenstellingswaarde van (100 mg/kg d.s.). Ter plaatse van de druppelzones is geen asbest aangetoond. Derhalve kan de verdachte hypothese, ons inziens, worden verworpen, aangezien geen ernstige bodemverontreiniging met asbest is aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, inclusief deels asbest, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Molenstraat 30 te Geffen in voldoende mate onderzocht.
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn conform de CROW400 op basis van de onderzoeksresultaten geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft slechts een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een beslissing te nemen over de te nemen vervolgstappen. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-, OCB-parameters als het onderzoek naar asbest. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK CONFORM NEN 5725........................................................................................ 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 13
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 17
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 18 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 18 9.2. VERKENNENDE ONDERZOEKEN NAAR ASBEST ......................................................................................... 18 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 19
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 20
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering in de regio Situatieschets met boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest inclusief foto’s Omgevingsrapportage en historische vragenlijst Productcertificaat puin
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
5 1.
INLEIDING De heer M. van Lent heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse (bodem)onderzoeken voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Molenstraat 30 te Geffen. De diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en gebaseerd op de NEN 5897:2015/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en R.W.A. van der Sangen.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Molenstraat 30 te Geffen en betreft de kadastrale gemeente Geffen, sectie C, nummer 6399 ged. Op de onderzoekslocatie is een woonhuis, een kas en diverse bijgebouwen aanwezig. Daarnaast zijn er op het erf (element)verhardingen aanwezig, de rest van het erf is in gebruik als tuin. De onderzoekslocatie betreft enkel het erf, het weiland valt er buiten. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek conform NEN 5725
Algemeen Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de relevante gegevens van de website www.topotijdreis.nl bestudeerd. Tevens is een omgevingsrapportage gedownload van samenwerkende omgevingsdiensten van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast zijn door de opdrachtgever gegevens aangeleverd. Aanvullend is er informatie opgevraagd bij de gemeente Oss. De relevante historische gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 7.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
6 Bodemkwaliteitsgegevens Van de onderzoekslocatie zelf zijn volgens de omgevingsrapportage van de provincie NoordBrabant geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit. Wel zijn er van de omgeving diverse onderzoeken bekend met betrekking tot de bodemkwaliteit blijkt uit de omgevingsrapportage. Het betreft een grootschalig historisch onderzoek en een grootschalig indicatief onderzoek ter plaatse van de Dorpsweg e.o. Uit het historisch onderzoek met kenmerk (Tauw, kenmerk 1262636, d.d. 13 september 2018) zijn een aantal verdachte activiteiten naar voren gekomen, namelijk: - Een chemicalienopslagplaats en dieselpompinstallatie ter plaatse van de Bredeweg 10; - Een benzine-service-station ter plaatse van Kerkstraat 11, Dorpstraat 9 en 23; - Een brandstoffengroothandel ter plaatse van Dorpstraat 25; - En een autoreparatiebedrijf ter plaatse van de Papendijk. Uit het indicatieve bodemonderzoek (Tauw, kenmerk -, d.d. 7 december 2018) blijken er licht verhoogde gehalten voor kobalt, kwik en lood in de boven- en ondergrond aanwezig te zijn. Het grondwater is toentertijd niet onderzocht. Asbest is tijdens het onderzoek visueel niet aangetroffen. Derhalve was nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Gezien de ligging ten opzichte van de onderhavige onderzoekslocatie (ruim 25 meter verwijderd van elkaar) worden de resultaten van het grootschalige historisch onderzoek en indicatieve bodemonderzoek als niet relevant beschouwd. Bij de gemeente Oss waren er geen relevante stukken beschikbaar. Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal is er op de onderzoekslocatie naar verwachting één voormalige watergang aanwezig. Ter plaatse van en nabij de onderzoekslocatie zijn geen boomgaarden aanwezig (geweest). Op de onderzoekslocatie is echter wel een kas aanwezig waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Asbest Het woonhuis op de onderzoekslocatie is in 1947 gerealiseerd evenals enkele bijgebouwen. De kas is in 1959 gerealiseerd. Op één van de bijgebouwen is asbestverdachte dakbedekking aanwezig met afwatering op het onbedekte maaiveld. Uitpandig bestaat de onderzoekslocatie uit diverse (element)verhardingen. Daarnaast is op de locatie een puinpad aanwezig. De opdrachtgever heeft een productcertificaat aangeleverd met betrekking tot de kwaliteit van het toepaste puingranulaat. Het certificaat is toegevoegd als bijlage 8. Overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten Voor zover bekend zijn er geen overige bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig (geweest).
PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend. Aangezien voornemens is om onderzoekslocatie in de toekomst te herontwikkeling, wordt er mogelijk grond/slib van de locatie afgevoerd. Indien voornemens is dat het grondverzet binnen de gemeente Oss plaatsvindt, kan gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart PFAS van de Brabantse omgevingsdiensten. Indien voornemens is om de grond elders af te voeren of indien de grond naar een erkend verwerker dient te worden afgevoerd, dient er aanvullend een onderzoek naar PFAS plaats te vinden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
7 Locatiebezoek en historische vragenlijst Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek is de (element)verharding, de kas en het puinpad bevestigd. Ook is het bijgebouw gezien met asbestverdachte dakbedekking met afwatering op het onbedekte maaiveld. Verder zijn geen (asbest)verdachte materialen of overige bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit. Vanuit de vragenlijst komen na de reeds bekende informatie geen verdere bijzonderheden naar voren. Conclusies historisch onderzoek Op basis van het historisch onderzoek is de bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de kas en de voormalige watergang aandachtspunten. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897 ter plaatse van de afwatering van asbesthoudende dakbedekking op het onbedekte maaiveld (druppelzones) en ter plaatse van het puinpad. Daarnaast vormt het mogelijk voorkomen van PCB ter plaatse van de druppelzones een aandachtspunt.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
8 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag aanwezig van de Formatie van Boxtel, welke bestaat uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. Het onderliggende eerste watervoerende pakket is circa 60 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand en/of grind van de Formaties van Kreftenheye, Beegden en Sterksel. Hieronder bevindt zich een circa 1,5 meter dikke scheidende laag van de Formatie van Stramproy die hoofdzakelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen. Hieronder bevindt zich een tweede watervoerende pakket van circa 16 meter. 4.2.
Geohydrologie
De grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerende pakket alsmede in het freatisch vlak is globaal noordwestelijk gericht, in de richting van de Maas. De stromingsrichting van het freatisch grondwater kan verder worden beïnvloed door overige lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De onderzoekslocatie bevindt zich voor zover als bekend niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene NEN-kwaliteit uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormen het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de kas, de voormalige watergang en het mogelijk voorkomen van PCB ter plaatse van de druppelzones aandachtspunten. Voor wat betreft asbest wordt vooralsnog enkel voor de druppelzones en het puinpad uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Voor het overige deel van de locatie wordt uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van zintuiglijke waarnemingen dient de gestelde hypothese voor het overige terrein te worden bijgesteld indien hier aanleiding voor is.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
9 6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergang Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 3.000 m2). In verband met de (element)verhardingen worden diverse boringen doorgezet tot 1,0 m-mv. Aanvullend wordt er één dwarsraai van 3 boringen tot 2,0 m-mv per raai verricht ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergang. De bodem wordt in eerste instantie enkel zintuiglijk beoordeeld. Teeltlaagonderzoek ter plaatse van de kas Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek ter plaatse van de kas uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740 voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 500 m2, waarbij de (oorspronkelijke) teeltlaag afzonderlijk wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB.
Verkennend onderzoek naar asbest in het puinpad en druppelzones inclusief PCB Ter plaatse van het puinpad is stabilisatie aanwezig van volledig puin tot 0,20 m-mv, waardoor hiervoor een verkennend onderzoek gebaseerd op de NEN 5897 van toepassing is. De druppelzones van de asbestverdachte dakbedekking, waar de dakgoot ontbreekt en de onbedekte maaiveld door ‘asbestregen’ mogelijk verontreinigd is geraakt met asbestvezels en PCB, worden onderzocht conform de NEN 5707 en de NEN 5740, beiden met een strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting (10 m2). Per zijde dient een proefgat te worden gegraven in de contactlaag (bovenste 10 cm) met een omvang van 1,0m x 1,0m en vervolgens doorgegraven van 0,3m x 0,3m tot 0,5 m-mv. Tevens worden in combinatie met de proefgaten boringen geplaatst voor het onderzoek naar PCB in de grond. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd.
In alle grondlagen ter plaatse van zowel de (element)verharding als het onverharde gedeelte van de onderzoekslocatie zijn geen (asbest)verdachte bijmengingen aangetroffen, waardoor een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 ter plaatse van het overige terrein definitief niet noodzakelijk is. De werkzaamheden voor de verkennende onderzoeken naar asbest bestaan uit: - In het puinpad worden 2 proefgaten van 0,3 x 0,3 meter tot 0,5 m-mv gegraven; - Ter plaatse van de verdachte druppelzones worden circa 2 proefgaten met een omvang van 1,0 x 1,0 meter in de contactlaag (bovenste 10 cm) gegraven. Vervolgens worden de proefgaten doorgezet tot 0,5 m-mv (0,3 x 0,3 meter); - 3 kwantitatieve/kwalitatieve analyse op asbest < 20 mm (1 analyse t.b.v. het puinpad en 2 analyses t.b.v. de druppelzones); - 2 grondmonsters van de druppelzones analyseren op PCB (contactlaag); Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
10 Voor het aantonen van respirabele vezels in de fijne fractie (< 0,5 mm) dienen mogelijk nog aanvullende SEM (stereo elektronen microscoop) analyse te worden uitgevoerd. De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek. Met het verrichten van de boringen, plaatsen van de peilbuis en graven van de proefgaten wordt rekening gehouden met de reeds bekende gegevens. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde en opgegraven grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker(s)
Protocol BRL SIKB 7 maart 2023 VMT De heer M.A.H. van Baal 2001 (v. 6) 2018 (v. 6)* 14 maart 2023 VMT De heer J.B. Koppelman 2002 (v. 6) * De volledige bodemvreemde lagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2018 onderzocht.
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Ten behoeve van de diverse bodemonderzoeken zijn in totaal 20 boringen (B01 t/m B18) geplaatst. De raaiboring B13A-C is gesitueerd ter plaatse van de vermoedelijke slootdemping. De boringen B01 en B06 zijn geplaatst in het puinpad. Daarnaast zijn de boringen B09 en B10 ter plaatse van de asbestverdachte dakbedekking met afwatering op het onbedekte maaiveld gesitueerd voor het aanvullend onderzoek naar PCB. De overige boringen zijn verspreid over het erf. Boring PB10 is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuizen Circa 0,5 m-mv Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv B02, B03, B07, B11, B12, B14 B01, B05, B06, B09, B10 B04, B13A-C, t/m B18
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB08 (1,60-2,60)
Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB08 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 14 maart 2023 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
11 Asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie deels (60%) bedekt is met verhardingen en vegetatie. Er heeft derhalve een efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 2 proefgaten (B01 en B06) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven ter plaatse van het puinpad. Daarnaast zijn er 2 proefgaten (B09 en B10) bij de druppelzones van de asbestverdachte dakbedekking met afwatering op het onbedekte maaiveld. Hier hebben de proefgaten een afmeting van 1,0 m x 1,0 m tot 0,1 m-mv in de contactlaag en zijn vervolgens doorgegraven tot 0,5 m-mv (0,3 m x 0,3 m). Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond doorgeboord. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
In het veld is voor het verkennend onderzoek naar asbest in het puinpad 1 puinmengmonster samengesteld en ter plaatse van de druppelzones zijn 4 grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grond- en puinmengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.3 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest inclusief foto’s zijn opgenomen in als bijlage 6. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
12 7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE
7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: • Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. • Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het (tijdelijke) handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
13 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
14 8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van circa 2,6 m-mv uit matig fijn zwak siltig zand. De grond is maximaal tot 0,8 m-mv zwak tot matig humeus. Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijk ter plaatse van het puinpad in de boringen B01 en B06 volledig puin aangetroffen tot 0,2 m-mv. Verder zijn er geen bodemvreemde bijmengingen en/of puinbijmengingen aangetroffen, waardoor een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie definitief niet noodzakelijk is. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond en de maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn de onderstaande (meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.1 weergegeven. Tabel 8.1: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergang MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM02 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
B01 (0,20 - 0,40) B06 (0,20 - 0,40) B02 (0,00 - 0,50) B04 (0,05 - 0,50) B05 (0,05 - 0,50) PB08 (0,05 - 0,40) MM03 Bovengrond, zand B11 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: B13B (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) MM04 Ondergrond, zand B01 (0,40 - 0,70) Zintuiglijk: B04 (0,50 - 1,00) B04 (1,50 - 2,00) B06 (0,70 - 1,00) B13B (0,50 - 0,80) B13B (1,50 - 2,00) PB08 (0,40 - 0,70) PB08 (1,00 - 1,50) Asbestverdachte dakbedekking met afwatering op het onbedekte maaiveld M05 Bovengrond, zand B09 (0,00 - 0,10) Zintuiglijk: M06 Bovengrond, zand B10 (0,00 - 0,10) Zintuiglijk: -
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
Analysepakket > AW < I
Resultaten >I
NEN
Pb
-
NEN
-
-
NEN
-
-
NEN
-
-
PCB
-
-
PCB
-
-
15 Vervolg tabel 8.1: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Teeltlaagonderzoek ter plaatse van de kas MMOCB01 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: MMOCB02
Teeltlaag, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
B11 (0,00 - 0,30) B12 (0,00 - 0,30) B13B (0,00 - 0,30) B14 (0,00 - 0,30) B15 (0,00 - 0,30) B16 (0,00 - 0,30) B17 (0,00 - 0,30) B18 (0,00 - 0,30)
OCB
Drins
-
OCB
Drins
-
> AW < I
Resultaten >I
Toelichting bij tabel 8.1: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); PCB Polychloorbifenylen, inclusief organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); Drins Aldrin, Dieldrin en Endrin; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.
Grondwater Conform de onderzoeksopzet is er een grondwatermonster ingezet. Het grondwatermonster met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten is in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
GWS (m -mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
Resultaten >S<I >I Ba, naftaleen -
PB08 1,60 - 2,60 1,00 7,8 288 53 NEN Toelichting bij tabel 8.2: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB08 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (<10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is er een maaiveldinspectie uitgevoerd en is per boring en proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn 4 grondmonsters (druppelzones) en 1 puinmonster (puinpad) samengesteld. Hiervan zijn 2 grondmonsters en het puinmonster aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm).
De samenstelling van de grond-/puinmonster(s) met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.3 op de volgende pagina weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
16 Tabel 8.3: Samenstelling grond- en puinmonster(s) asbest Monstercode
Proefgat(en)
Zintuiglijke waarnemingen
MMASB01
B09
MMASB02 MMASB03
B09 B10
MMASB04 MMASB05
B10 B01, B06
(contactlaag druppelzone) (contactlaag druppelzone) Volledig puin (puinpad)
Traject (m -mv) 0,00 - 0,10
Soort
Analysepakket
0,10 - 0,50 0,00 - 0,10
Grond Niet geanalyseerd Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1
0,10 - 0,50 0,00 - 0,20
Grond Niet geanalyseerd Puin Asbest in puin (> 25 kg)1
Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1
Toelichting tabel 8.3: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm; Niets waargenomen.
De resultaten van de geanalyseerde grond- en puinmonster(s) en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.4. Tabel 8.4: Overzicht onderzochte grond- en puinmonster(s) en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode MMASB01 MMASB03 MMASB05
Soort
Diverse Golfplaat Plaat Toelichting tabel 8.4: Niets aangetoond.
Hechtgebonden
Type
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.)
Nee Ja Ja
Chrysotiel Chrysotiel, Crocidoliet Chrysotiel
<2 <2 1,05 2,75 0,09
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 9,29
17 8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergang In mengmonster MM01 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,2-0,4 m-mv, zand) is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. In de mengmonsters MM02 en MM03 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) en in mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Asbestverdachte dakbedekking met afwatering op het onbedekte maaiveld In de monsters M05 en M06 van de zintuiglijk schone contactlaag (0,0-0,1 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Teeltlaagonderzoek ter plaatse van de kas In de mengmonsters MMOCB01 en MMOCB02 van de zintuiglijk schone teeltlaag (0,0-0,3 mmv, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor Drins aangetoond. De aangetoonde gehalten voor Drins overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek.
Voor de overige onderzochte OCB-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB08 zijn licht verhoogde gehalten aangetoond voor barium en naftaleen ten opzichte van de betreffende streefwaarden. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. Verkennend onderzoek naar asbest Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het opgeboorde/opgegraven materiaal zintuiglijk (> 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de geanalyseerde grondmonsters MMASB01 uit proefgat B09 en MMASB03 uit proefgat B10 van de contactlagen van de druppelzones (0,0-0,1 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). In het volledig puinmonster MMASB05 van het puinpad uit de proefgaten B01 en B06 (0,2-0,4 m-mv) is analytisch 9,29 mg/kg d.s. aan niet-hechtgebonden en hechtgebonden chrysotiel en crocidoliet asbest aangetoond. Het gehalte blijft ruim onder de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek, alsmede onder de maximale samenstellingswaarde (< 100 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
18 9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING 9.1.
Verkennend bodemonderzoek
Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormden het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de kas, de voormalige watergang en het mogelijk voorkomen van PCB ter plaatse van de druppelzones aandachtspunten. Op basis van de resultaten kan ons inziens de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de bovengrond als in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en/of OCB) zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Tevens zijn er geen verhoogde gehalten aangetoond voor PCB ter plaatse van de contactlaag van de druppelzones. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de interventiewaarden alsmede de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. 9.2.
Verkennende onderzoeken naar asbest
Voor wat betreft asbest is plaatselijk de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging ter plaatse van het puinpad en de druppelzones. Er is zintuiglijk (fractie > 20 mm) zowel op het maaiveld als in het opgeboorde en opgegraven materiaal geen asbest aangetroffen. Ter plaatse van het puinpad is analytisch 9,29 mg/kg d.s. aan niet-hechtgebonden en hechtgebonden asbest en blijft daarmee ruim onder de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) alsmede onder de maximale samenstellingswaarde van (100 mg/kg d.s.). Ter plaatse van de druppelzones is geen asbest aangetoond. Derhalve kan de verdachte hypothese, ons inziens, worden verworpen, aangezien geen ernstige bodemverontreiniging met asbest is aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
19 9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, inclusief deels asbest, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Molenstraat 30 te Geffen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn conform de CROW400 op basis van de onderzoeksresultaten geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft slechts een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een beslissing te nemen over de te nemen vervolgstappen. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-, OCB-parameters als het onderzoek naar asbest. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
20 10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725, norm Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5897/C2:2017, norm - Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Molenstraat 30 te Geffen Rapportnr.: B23.8797 versie: 01 datum: 21 maart 2023
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B23.8797
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
88
M
ns ole
at tra
6254
6398
974 30
6399
4608
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
0
0
20
1 50
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
70
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
100
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
3
0
0
Volledig puin
40
2
100
puin
50
50
B03
Boring:
B04
Datum:
7-3-2023
Datum: GWS:
7-3-2023 100
0
gras
50
50
0 5
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Boring:
0
50
50
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor 100
100
Zand matig fijn zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
0 5
1 50
50
tegel
20
1 50
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
2
0
0
Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Projectcode: B23.8797 getekend volgens NEN 5104
100
100
puin Volledig puin
40
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
70
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
100
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
2 3
100
tegel Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
2
0
gras
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
PB08
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
GWS:
100
0
0
gras
1
0 5
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
tegel Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
1 40
50
50
50
2 70
3 100
100
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
4 150
150
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegrijs, Zuigerboor handmatig
5 200
250
260
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
0
0
Pcb 1
braak
50
50
100
100
B11
Boring:
B12
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
1 2 50
Projectcode: B23.8797 getekend volgens NEN 5104
0
gras
30
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
50
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
0
0
gras Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O 1 50
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
2
Boring:
0
braak
50
50
100
100
Pcb 1
Zand matig fijn zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
2
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
Bijlage 3
Boring:
B13A
Boring:
B13B
Datum: GWS:
7-3-2023 100
Datum: GWS:
7-3-2023 100
0
0
gras
50
50
80 100
100
1 50
50
Zand zeer fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
gras Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
150
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 80
3
100
100 4
Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand zeer fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
150 5
200
200
200
200
Boring:
B13C
Boring:
B14
Datum: GWS:
7-3-2023 100
Datum:
7-3-2023
0
0
gras
50
50
80 100
100
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand zeer fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
150
200
200
Boring:
B15
Boring:
B16
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
0
0 1 50
Projectcode: B23.8797
braak
50
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
getekend volgens NEN 5104
braak Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1 50
braak Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
50
Bijlage 3
Boring:
B17
Boring:
B18
Datum:
7-3-2023
Datum:
7-3-2023
0
0 1 50
Projectcode: B23.8797 getekend volgens NEN 5104
braak
50
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1 50
braak Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
50
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen De Tweede Geerden 21 5334 LH VELDDRIEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 8
: MVLG : B23.8797 : 13830690, versienummer: 1.
Rotterdam, 09-03-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B23.8797. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 8 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 8
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen Projectnaam MVLG B23.8797 Projectnummer 13830690 - 1 Rapportnummer
07-03-2023 Orderdatum 07-03-2023 Startdatum Rapportagedatum 09-03-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 MM02 MM03 MM04 M05
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 91.2 <1 geen
Ja 92.2 <1 geen
Ja 87.7 <1 geen
Ja 86.7 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
2.2
1.6
2.4
1.0
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
<2
<2
4.5
<2
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
25 <0.2 <1.5 10 0.06 33 <0.5 <3 <20
22 0.22 <1.5 5.8 0.05 18 <0.5 3.0 30
27 <0.2 <1.5 10 0.05 24 0.51 <3 31
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
0.01 <0.01 <0.01 0.02 <0.01 <0.01 <0.01 0.01 0.01 <0.01 1) 0.092
<0.01 0.02 <0.01 0.04 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 1) 0.194
0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.073
<1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
S S S S S
003
004
005
Ja 81.5 <1 geen
3.0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.02 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.04 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.02 chryseen mg/kgds S 0.02 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.02 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.02 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.02 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.02 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.194 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds
002
<1 <1 <1 <1 <1
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
<1 <1 <1 <1 <1
Blad 3 van 8
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen Projectnaam MVLG B23.8797 Projectnummer 13830690 - 1 Rapportnummer