Bijlage 2D Bijlagen bij toelichting - Dorpenweg 39 Deursen-Dennenburg - 2022
Tekst van het document
3.2
Eerder vastgesteld gemeentelijk beleid Op 8 april 2010 is het 'Milieubeleidsplan Oss, 2010-2014' vastgesteld. Dit plan geeft aan hoe het milieu een positieve bijdrage kan leveren aan de blad 9 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
thema's gezondheid, leefomgeving, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Het Milieubeleidsplan vormt de verbinding tussen een groot aantal sectorale milieuplannen en notities. In de beleidsvisie wordt onder meer nadruk gelegd op de goede interactie tussen ruimtelijke ordening en de diverse milieucompartimenten. Ook wordt gewezen op het belang van samenwerking met de hulpdiensten. Met deze beleidsvisie Externe Veiligheid is het milieucompartiment externe veiligheid uitgewerkt.
3.3
Plaats van deze beleidsvisie in het gemeentelijk beleid Het milieubeleidsplan legt een relatie tussen de diverse milieuaspecten en het overige gemeentelijke beleid. De beleidsvisie externe veiligheid is een segment van dit integrale beleid. Het volgende schema geeft de samenhang van externe veiligheid met de andere beleidsvelden. De beleidsvisie van de gemeente Oss beoogt hierbij een totale integratie van het externe veiligheidsbeleid. integraal
Beleidsvisie externe veiligheid
strategisch beleidsniveau
Sectorplan-
Milieu
R.O.
niveau
operationeel planniveau
Milieuuitvoerings-
operationele besluitvorming
Bestemmingsplan
Brandweer Ramp (bestr.) plan
Verkeer
E.Z.
•
Gebiedskwaliteiten
•
Strategisch integraal kader
•
Inhoudelijke afweging
•
Sectorkwaliteitskaarten
•
Sectorale doelstellingen
•
Interne samenhang (inhoudelijk)
•
beleid
Verkeers CirculatiePlan
Projecten, beschikkingen, milieuvergunning, gebruiksvergunning etc.; integraal karakter
Samenhang met ander
•
Concrete besluiten
•
Procedurele integratie /
•
samenhang Toetsing aan integraal
Figuur 3.3, Positionering van het externe veiligheidsbeleid op gemeentelijk niveau
blad 10 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Uitgangssituatie externe veiligheid Oss Voor deze Beleidsvisie is de uitgangssituatie op het gebied van risicobronnen en hun risicocontouren geïnventariseerd. Een lijst met risicobronnen is opgenomen in bijlage 3. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke weerslag van deze risicobronnen.
4.1
Risicobronnen Binnen de gemeente Oss zijn diverse risicobronnen aanwezig. Het betreft: • Transport van gevaarlijke stoffen:
•
o o o o
Over het spoor Over de weg (rijkswegen- provinciale en gemeentelijke wegen) Door buisleidingen Over het water
o o o o o
LPG-tankstations Opslagen van gevaarlijke stoffen BRZO bedrijven2 Ammoniak koelinstallaties Compressorstations voor het gastransport
Stationaire activiteiten, zoals
De aanwezigheid van deze bronnen heeft consequenties die in de volgende paragrafen beschreven zijn. De signaleringskaart (figuur 4.1) geeft de ruimtelijke impact weer. Beïnvloedbaarheid vanuit het gemeentelijk beleid De gemeente Oss kan vanuit haar EV-beleid, bij de stationaire activiteiten, 'sturen' via de vergunningverlening. Bij transport over rijks- en spoorwegen alsmede buisleidingen 'wordt de gemeente gestuurd' door het rijksbeleid. De gemeente kan geen bronmaatregelen afdwingen. Bij de (ontwikkeling van de) omgeving van de risicobronnen is de gemeente verantwoordelijk binnen de grenswaarden van de landelijke wetgeving.
4.1.1
Spoor In het nog vast te stellen Basisnet3 is voorzien dat door de gemeente Oss vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zal plaatsvinden. Dit betekent dat langs het spoor: • Een plaatsgebonden risico-contour van 10-6/jaar van toepassing is, waarbinnen geen kwetsbare objecten gebouwd mogen worden. • Een invloedsgebied van tenminste 3.000 meter van toepassing is, waarbinnen verantwoording van het groepsrisico moet plaatsvinden.
2
Besluit risico’s zware ongevallen. BRZO-bedrijven zijn de zwaardere Bevi-bedrijven.
3
Vast te stellen in het kader van het Besluit transportroutes externe veiligheid. Vooralsnog geldt hier, op aangeven van het ministerie van V&W de ProRail-prognose 2007 als uitgangspunt.
blad 11 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
•
Het industriespoor wordt opgenomen in het Basisnet. De ruimtelijke consequenties hiervan zullen naar verwachting beperkt zijn4.
4
Thans worden geen gevaarlijke stoffen over het industriespoor vervoerd. De vergunning van het spooremplacementen voorziet niet in het rangeren met deze stoffen.
blad 12 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
*Een actuele versie van deze kaart vindt u hier. Figuur 4.1, De signaleringskaart met invloedsgebieden in de gemeente Oss (kaart opgesteld door de RMB, Cuijck).
blad 13 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
4.1.2
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Vervoer over de weg Landelijke hoofdwegen Uit onderzoek, ondermeer in het kader van het Basisnet, blijkt voor de gemeente Oss dat: • Er geen knelpunten zijn vanuit het plaatsgebonden risico. • De oriëntatiewaarde van het groepsrisico nergens overschreden wordt. • Er een invloedsgebied is van 950 meter. Provinciale en gemeentelijk hoofdwegen Op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) heeft een gemeente de bevoegdheid om een route vast te stellen voor de transporten met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijke routering betekent dat lokale wegen worden aangewezen waarover bepaalde gevaarlijke stoffen uitsluitend vervoerd mogen worden. Andere wegen worden daardoor ontzien. Voor het transport buiten die aangewezen route moet de vervoerder een ontheffing aanvragen. De route voor vervoer van gevaarlijke stoffen in Oss is beperkt tot de N329 en alle wegen op de industrieterreinen Elzenburg, de Geer, Moleneind, Landweer en Danenhoef. Zie figuur 4.1.2. De rode punten op deze kaart geven de bedrijven weer, waarvoor routeplichtige gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De bediening van bedrijven met routeplichtige gevaarlijke stoffen die niet langs een aangewezen route liggen, krijgen via een ontheffing hiervoor toestemming. Bij behandeling van een ontheffingsverzoek vraagt de gemeente advies aan de regionale brandweer.
In bijlage 4 is informatie opgenomen van de wijziging van de oorspronkelijke route. De nieuwe route gevaarlijke stoffen gaat in op 16 juni 2011. De in het kader van de oude route verleende ontheffingen blijven geldig gedurende de in de ontheffing vermelde periode.
blad 14 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Figuur 4.1.2, Routering gevaarlijke stoffen, zoals vigerend vanaf 2010, Bron RMB. Alternatieve route in door de gemeente aangewezen situaties De N329 vormt de hoofdas van de nieuwe route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij afsluiting van (delen van) deze weg gedurende de opwaardering van deze weg en verder in de toekomst gedurende onderhoud zal het vervoer van gevaarlijke stoffen zodoende van de route moeten afwijken. Het deel van de N329 tussen de kruising met de Singel 1940-1945 en de kruising met Julianasingel zal in de nabije toekomst worden afgesloten voor opwaardering. Werkzaamheden aan andere delen van de N329 kunnen worden uitgevoerd zonder dat deze in zijn geheel moet worden afgesloten. Routeplichtige vervoerstromen kunnen via een andere dan de aangewezen route worden omgeleid door een ontheffing te verlenen voor een alternatief traject. Op basis van het aantal aanwezige personen dat moet worden gepasseerd door het vervoer zijn twee voor de N329 alternatieve trajecten verkozen om nader te onderzoeken. Dit zijn: (1) de route Singel 1940-1945 – Kapelsingel – Vijversingel – Kantsingel – Julianasingel, met een aansluiting op de Rijksweg ten zuiden van Oss (2) de route via de N626 met een aansluiting op de Rijksweg via Ravenstein. De hoogte van het risico van de twee omleidingsscenario’s verschilt niet veel van elkaar.
De route Singel 1940-1945 – Kapelsingel – Vijversingel – Kantsingel – Julianasingel is door de gemeente aangewezen als alternatief traject vanwege de betere bereikbaarheid en herkenbaarheid.
4.1.3
Vervoer per buisleiding De gemeente Oss wordt doorkruist door meerdere leidingen die vitaal zijn voor het (inter)nationaal transport van aardgas. Uitgaande van het nieuwe beleid5 moet geconstateerd worden dat: • Nabij bebouwingsconcentraties geen sprake is van relevante plaatsgebonden risicocontouren. • In het buitengebied plaatselijk omvangrijke plaatsgebonden risicocontouren aanwezig zijn. • Invloedsgebieden tot circa 600 meter van de transportleidingen gelden. In het concept van de Stuctuurvisie Buisleidingen van VROM is vermeld dat nabij de bestaande leidingen ruimte moet worden vrijgehouden voor tenminste 6 nieuwe leidingen6. In hoofdstuk 6 van deze beleidsvisie wordt beschreven wat de visie van de gemeente Oss hierop is.
5
Zoals vastgelegd in het Staatsblad 2010 686, van 17 september 2010
6
Deze 6 leidingen hebben steeds een onderlinge afstand van 5 meter. Aan de buitenkant van de leidingenstrook komt een zone van 5 meter. De strook is daarmee 35 meter breed. Inclusief risicocontouren verwacht VROM een breedte van 70 meter.
blad 15 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
4.1.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Vervoer over het water Uit de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, zoals deze van kracht is vanaf 1 januari 2010, blijkt dat de rivier de Maas7 is gecategoriseerd als zwarte vaarroute (belangrijke binnenvaartroute). Dit betekent: • Er is geen sprake van plaatsgebonden risico-contouren op de oever. • Het invloedsgebied is 1070 meter8, gebaseerd op het vervoer van toxische stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het Burgemeester Delen kanaal is relatief beperkt en kent geen zonering.
4.1.5
LPG-tankstations Er zijn binnen de gemeente Oss meerdere LPG tankstations. Het invloedsgebied is hier wettelijk vastgesteld op 150m vanaf het LPG-vulpunt en de ondergrondse tanks. Op de kaart in figuur 4.1 zijn de PR = 10-6 contouren rond de LPG tankstations gegeven. Geen van de huidige LPG-tankstations hoeft zijn bedrijfsvoering aan te passen als gevolg van de landelijke wetgeving. De PR = 10-6 contour overlapt nergens kwetsbare objecten. Het gebruik van alternatieve brandstoffen is in opkomst. De externe veiligheidsaspecten hiervan, en de relatie met het ruimtelijk beleid in Oss, zal als apart actiepunt worden uitgewerkt (zie hoofdstuk 7).
4.1.6
Overige bedrijven In het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' zijn bedrijven aangewezen welke vanuit oogpunt van externe veiligheid als ‘meer risicovol’ worden beschouwd. Het betreft hier naast LPG-tankstations ook chemische bedrijven, opslagen van gevaarlijke stoffen enz. In bijlage 3 is een opsomming gegeven van deze Bevi-bedrijven binnen de gemeente. Ook zijn hier de bedrijven opgenomen, waar wel gevaarlijke stoffen worden opgeslagen/behandeld, maar de hoeveelheden van de aanwezige stoffen niet als voldoende worden beschouwd om in de landelijke wetgeving op te nemen. Vanuit beleidsoogpunt is het niet alleen relevant welke bedrijven aanwezig zijn, maar ook waar deze bedrijven zich kunnen vestigen en wat de ruimtelijke9 voorwaarden hierbij zijn.
7
Rivier de Maas, traject kanaal van st. Andries / lateraalkanaal Linne - Buggenum
8
Programma van eisen voor een nieuwe externe veiligheid risicoanalyse op binnenvaarwegen, RWS-DVS, 10 juli 2009.
9
De technische voorwaarden worden vooral via de milieubeheervergunning geregeld. De gemeente Oss sluit hierbij aan op het BBT -principe (Best Beschikbare Technieken). Dit houdt in dat de risico’s zover zijn (of worden) teruggebracht als met de best beschikbare technieken te realiseren is.
blad 16 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
4.2
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Conclusie uitgangssituatie Er is sprake van een relevant aantal risicobronnen binnen de gemeente Oss. Met name het transport van gevaarlijke stoffen (spoor, buis en weg) heeft een grote ruimtelijke impact. Het invloedsgebied van deze bronnen gezamenlijk10 overlapt nagenoeg het gehele oppervlak van de gemeente Oss. Dit betekent dat een 'verantwoorde omgang' met externe veiligheid noodzakelijk is. Voor nieuwe ruimtelijke plannen betekent dit concreet dat er 'verantwoording' moet worden gegeven van de omgang met het groepsrisico. De Beleidsvisie geeft hierbij een kader. Er zijn op basis van de thans geldende wetgeving geen saneringssituaties. Dit zijn situaties waarin de PR = 10-6 contour kwetsbare objecten overlapt. Ten aanzien van de vestiging van Bevi-bedrijven is het uitgangspunt dat de 10-6-contour binnen de perceelsgrens blijft. Hiervoor gelden per industrieterrein nuanceringen. Bestemmingsplannen die de mogelijkheid bieden om nieuwe kwetsbare objecten toe te staan binnen de 10-6-contouren (zogenaamde latente saneringssituaties) zijn in procedure om dit onmogelijk te maken. Hierdoor worden nieuwe saneringssituaties voorkomen.
10
Invloedsgebied begrenst door de 1% letaliteit, gebaseerd op transport toxische stoffen.
blad 17 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
5
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Visie externe veiligheid Oss In dit hoofdstuk is vastgelegd wat de gemeente Oss verstaat onder het verantwoord omgaan met externe veiligheid. Er wordt op hoofdlijnen aangegeven wat gemeente Oss wil bereiken en hoe zij haar eigen organisatie daarop afstemt.
5.1
Bieden van basisveiligheid Op grond van de landelijke wetgeving moet basisveiligheid gegarandeerd worden. Basisveiligheid voor de gemeente Oss betekent: • Voldoen aan de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico, • Invulling geven aan groepsrisicobeleid met een Beleidsvisie externe veiligheid als startpunt, • Participeren bij landelijke beleidsontwikkeling Basisnet en aardgas transport. De gemeente Oss is zich hierbij bewust van het feit dat participatie bij een landelijke beleidsontwikkeling nog geen duidelijkheid geeft over het te bereiken beschermingsniveau dan wel de te accepteren onveiligheid. De impact van deze vormen van vervoer op de veiligheid en ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gemeente Oss is echter zodanig, dat dit als specifiek onderdeel van het bieden van basisveiligheid wordt gezien.
5.2
Ambitie Gemeente Oss heeft de ambitie om haar inwoners een veilige omgeving te bieden. In strategische beleidsstukken zoals het milieubeleidsplan en de toekomstvisie Oss 2005-2020 is deze ambitie verwoord. Deze ambitie wordt, voor wat betreft externe veiligheid, in deze Beleidsvisie ingevuld en uitgewerkt. Dit betekent dat er concrete doelen worden geformuleerd en maatregelen worden uitgewerkt die een bijdrage leveren aan het beperken van de risico’s.
5.3
Uitgangspunten bij invulling ambitie Om het gemeentelijke risicobeleid vorm te kunnen geven, is het relevant vooraf uitgangspunten te formuleren. Keuzes die bij de ontwikkeling zijn gemaakt, moeten mede worden gezien in het licht van de volgende uitgangspunten: 1. Balans tussen wonen, werken, milieu enz. 2. Veiligheidsgericht in beheer en ontwerp 3. Het actueel houden van Omgevingsvergunningen (voorheen milieubeheervergunningen) blad 18 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
4. Handhaving rechtszekerheid van inwoners en bedrijven 5. Communicatie naar inwoners en bedrijven 6. Evaluatie van het risicobeleid
5.3.1
Balans tussen wonen, werken, milieu enz. Er is een veelheid aan factoren dat de leefbaarheid van een gebied bepaalt. Externe veiligheid is hier één van. Het eerste uitgangspunt is dat er een balans wordt bereikt tussen veiligheid, andere maatschappelijke belangen, financiële haalbaarheid en een duurzame (economische) ontwikkeling. De gemeente Oss kent van oudsher een sterk industriële component en wordt doorsneden door belangrijke vervoersaders. Dit is een belangrijk gegeven voor de ontwikkeling van de economie van Oss en de regio. Een ontwikkeling die blijvend gestimuleerd moet worden. Inherent hieraan is dat activiteiten plaatsvinden die een zeker risico meebrengen. Een risico dat met de ontwikkeling van het landelijke risicobeleid meer manifest is geworden en nadrukkelijk plaats verdient binnen de totale afweging. Uit de beoordeling van de signaleringskaart en toetsing aan de wetgeving die thans vigerend is, volgt dat er geen urgente saneringssituaties in Oss zijn. Vanuit deze optiek is er geen sprake van onbalans. Een plaatselijke onbalans kan geïntroduceerd worden door vanuit veiligheidsoogpunt ongewenste nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, welke op grond van de huidige bestemmingsplannen niet worden uitgesloten. De gemeente Oss is bezig om de bestemmingsplannen op de, vanuit dit oogpunt meest risicovolle bedrijventerreinen, aan te passen.
Het uitgangspunt hierbij is dat de bedrijfsterreinen optimaal benut kunnen worden, risicovolle activiteiten zijn toegestaan en zoveel mogelijk gebundeld moeten worden. Deze ontwikkelingen mogen niet ten koste van de veiligheid gaan. Er ligt hier een duidelijke relatie met het Milieubeleidsplan.
5.3.2
Veiligheidsgericht in beheer en ontwerp Werkgelegenheid is een belangrijk aspect voor Oss. Daar valt ook de werkgelegenheid bij risicovolle inrichtingen onder. Deze inrichtingen voldoen aan de milieuwetgeving waardoor de best beschikbare technieken worden toegepast. Desondanks blijven er risico’s waar de gemeente rekening mee moet houden. Oss doet dat ook. Voor de bestaande stad worden de kansen benut om veiligheidsgericht te ontwerpen. Bij herstructurering van de bestaande stad wordt, via de verantwoording van het groepsrisico, externe veiligheid onderdeel van de planvorming. Bij nieuwe plannen gaat Oss een stap verder (zie ook hoofdstuk 6). Bijzondere objecten, zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven blijven op grote afstand van externe veiligheidsrisico’s. Voor deze bijzondere objecten, en alle overige kwetsbare objecten geldt dat de verantwoording zwaar blad 19 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
wordt ingezet en dat overlegd wordt met de veiligheidspartners over benodigde voorzieningen naast een goede ruimtelijke ordening.
5.3.3
Bij de tijd houden van Omgevingsvergunningen Bij deze Beleidsvisie geldt als uitgangspunt dat Omgevingsvergunningen voldoen aan de actuele inzichten en dat deze vergunningen door bedrijven worden nageleefd. Indien er bij bedrijven sprake is van achterstallig onderhoud ten aanzien van het landelijk gangbare niveau van risico/emissiebeperking, dient een inhaalslag te worden gemaakt. Ook ten aanzien van het risico van vervoer van gevaarlijke stoffen (bijv. gas) zal de gemeente Oss, voor zover de gemeente Oss hier invloed op heeft, als uitgangspunt hanteren dat conform de meest veilige methode wordt vervoerd.
5.3.4
Handhaving rechtszekerheid van inwoners en bedrijven De rechtszekerheid voor omwonenden en bedrijven/risicodragers dient behouden te blijven. Als het beleid van kracht is, dient voor elke situatie een onderbouwing te zijn vastgelegd conform de in het beleid omschreven wijze. Het risicobeleid mag geen aanleiding vormen voor het aanscherpen van Omgevingsvergunningen wanneer deze noodzaak uitsluitend ontstaat ten gevolge van de komst van nieuwe risicogevoelige objecten11.
5.3.5
Informatie naar inwoners en bedrijven Gemeente Oss vindt het belangrijk om burgers en bedrijven open en transparant over haar inspanningen voor externe veiligheid te informeren. Waar nodig zal ook een actieve communicatie worden gevoerd. Dit zal in het gemeentelijk plan voor risicocommunicatie nader worden uitgewerkt. Vooruitlopend op dit plan is ten behoeve van het opstellen van de Beleidsvisie overleg gevoerd met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en woningbouwverenigingen. Het is belangrijk dat de informatie naar de bewoners en de bedrijven helder is. Helderheid over het beleid, de milieubelasting in een gebied, de wijze van toepassing van het beleid en de eventuele maatregelen.
11
Voorkomen moet worden dat bedrijven die de BBT (Best beschikbare technieken) hebben toegepast en geen achterstallig onderhoud hebben, tot aanvullende maatregelen worden gedwongen door ruimtelijke ontwikkelingen die een vermindering van de afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten betekenen.
blad 20 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448
Beleidsvisie externe veiligheid Oss
Maart 2011, revisie 6.4
Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
5.3.6
Evaluatie van het risicobeleid Uitgangspunt is dat het beleid circa 5 jaar na het van kracht worden, wordt geëvalueerd en waar nodig aangepast. Door een Externe Veiligheid coördinator die bij de gemeente op het niveau van beleidsontwikkeling werkt, wordt de uitvoering van het beleid gecoördineerd en gemonitord.
5.4
Beïnvloedings- en beoordelingsparameters Wat is veilig? De woorden 'veilig' en 'veiligheid' zijn te dimensieloos om een beleid op te baseren. Invulling geven aan het externe veiligheidsbeleid dient dus te geschieden via afzonderlijk te benoemen beïnvloedings- en beoordelingsparameters, waardoor keuzes kunnen worden gemaakt over het beschermingsniveau. Het betreft hier: • De omgang met de oriëntatiewaarde van het groepsrisico • Capaciteit hulpverlening • Mogelijkheden zelfredzaamheid • Toezicht De mate waarin gewicht moet worden toegekend aan deze parameters, is ook afhankelijk van het veiligheidsgebied waarbinnen deze parameters spelen.
5.4.1
Omgang met de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico Bij de beoordeling van veiligheid binnen een invloedsgebied kan niet volstaan worden met de vraag of de oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt overschreden. Het landelijke externe veiligheidsbeleid legt het accent op de totale verantwoordingsplicht. De Beleidsvisie van Oss sluit hierbij aan. Binnen het risicobeleid van de gemeente Oss is de oriëntatiewaarde een ijkpunt en onderdeel van het totale beoordelingskader. De omvang van het groepsrisico12 dient hierbij in context van alle veiligheidsmaatregelen en de urgentie van andere belangen bezien te worden. Het belang van een veilige leefomgeving is daarbij geconcretiseerd via deze beleidsvisie. Als 'externe' factoren, zoals de komst van nieuwe gasleidingen of een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen, een verhoging van het groepsrisico veroorzaken, waarbij geen sprake is van positieve besluitvorming van de gemeente Oss, is de gemeente Oss van mening dat dit geen nadelige gevolgen mag hebben voor de ruimtelijke ontwikkelingen.
5.4.2
Hulpverlening Onder het thema hulpverlening vallen alle maatregelen die invloed hebben op de bestrijdbaarheid van een calamiteit ten gevolge van een risicovolle activiteit. Dit varieert van de capaciteit van de brandweer, de capaciteit om
12
Bedoeld wordt de rekenkundige omvang van het groepsrisico in relatie tot de oriëntatiewaarde.
blad 21 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
slachtoffers te behandelen, tot ingrepen in de ruimtelijke structuur voor het verbeteren van aanrijdroutes. Hoe sterker de hulpverleningsketen is, hoe lager het restrisico, hoe minder omvangrijk de bestuurlijk te accepteren onveiligheid. Het is hierbij een gegeven dat 100% veiligheid nooit geboden zal kunnen worden. Ondanks alle veiligheidsvoorzieningen blijft er altijd een kans, dat een ongewenst voorval met gevaarlijke stoffen zich voordoet.
Afwegingsmodel veiligheidszorg
Onveiligheid
Hulpvraag
Bestuurlijk te accepteren onveiligheid
Repressie Preparatie Preventie Pro-actie
Figuur 5.4.2, Afwegingsmodel veiligheidszorg.
blad 22 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Wat is een sterke hulpverleningsketen? De gemeente Oss staat niet alleen in de hulpverleningsketen. De gemeente maakt onderdeel uit van de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Bij een incident dat de capaciteit van de regio overstijgt, kan vervolgens weer een beroep worden gedaan op capaciteit in de rest van Nederland of het buitenland13. Als hulpmiddel bij het bepalen van de benodigde capaciteit van de hulpverleningsketen, worden in Nederland thans per Veiligheidsregio Risicoprofielen uitgewerkt. Volgens de systematiek van deze leidraad kan de hulpverleningsregio Brabant Noord eenzelfde niveau faciliteren als voor de meeste regio's in Nederland van toepassing is14. De in regioverband gemaakte afspraken over het 'adequaat niveau', worden binnen deze beleidsvisie als basisgegeven beschouwd.
5.4.3
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Dit kan door schuilen en indien nog mogelijk, vluchten uit het bedreigde gebied. Onder het thema zelfredzaamheid zijn alle maatregelen gerangschikt die doorwerken op de zelfredzaamheid van de bevolking van Oss. Variërend van gedragsbeïnvloeding via communicatie tot het ingrijpen in de ruimtelijke structuur om bijvoorbeeld een veilige vluchtweg te garanderen. Vanuit het plan voor risicommunicatie zal ingezet gaan worden op het bevorderen van effectieve zelfredzaamheid bij een (dreigende) calamiteit. Uitwerking van maatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid vindt plaats bij de invulling van de verantwoording, binnen de kaders zoals omschreven in hoofdstuk 6.
5.4.4
Coördinatie EV-beleid in de gemeente Oss De wetgever verwacht, middels de Algmene wet bestuursrecht (Awb), dat het bevoegd gezag alle relevante informatie meeneemt in haar besluitvorming. Voor het verzamelen van die informatie, en het afwegen van belangen is het aan te raden dat het bevoegd gezag tijdig met alle belanghebbenden en deskundigen om tafel zit. Voor externe veiligheid komt dat 13
Bij de cafébrand in Volendam was onder meer de Nederlandse capaciteit in brandwondencentra onvoldoende, zodat slachtoffers in het buitenland behandeld moesten worden. Een belangrijk beoordelingscriterium bij opschaling is tijd. Binnen hoeveel tijd is (boven)regionale capaciteit beschikbaar.
14
Bijvoorbeeld de regio Rijnmond kan een hoger niveau faciliteren. Hoe beter de hulpdiensten gefaciliteerd zijn, hoe lager het restrisico wordt. Het opschalen van de inzetbaarheid van hulpdiensten kent echter veel praktische en financiële aspecten. Ook moet de omvang van het restrisico worden bezien ten opzichte van de kans dat dit restrisico optreedt (= bestuurlijk te accepteren onveiligheid: zie afbeelding 5.4.2).
blad 23 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
er vaak op neer dat een Ruimtelijk Ordenaar een Externe Veiligheidsspecialist, een Brandweerspecialist (namens de hulpverleningsdiensten) en een Vergunningverlener vroegtijdig mee moeten denken, zodat zij hun latere formele adviseursrol goed kunnen invullen. Een doelstelling van de beleidsvisie is om tot een eenduidige, doeltreffende en integrale aanpak van externe veiligheidsrisico’s te komen, waardoor veiligheidsknelpunten worden weggenomen dan wel voorkomen of geconsolideerd kunnen worden. De sterkte van een integrale aanpak ligt hem in het feit dat alle veiligheidsrisico’s bij transportaders en bedrijven tegelijkertijd op meerdere aspecten (bouw, milieu, brandweer, ruimtelijke ordening) inzichtelijk zijn en dat er toezicht en coördinatie is omtrent de omgang met de diverse veiligheidsaspecten. Een centraal aanspreekpunt Om de integrale aanpak ook stevig in de praktische uitvoering te verankeren is binnen de gemeente Oss een centraal aanspreekpunt ingesteld voor vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer en een centraal aanspreekpunt voor de ruimtelijke besluiten. Deze aanspreekpunten hebben een actieve rol in de projectteams. Een projectleider informeert bij het aanspreekpunt of er mogelijke knelpunten zijn met verschillende milieudisciplines, waarop deze de vraag uitzet bij alle (relevante) inhoudelijke interne en externe deskundigen.
Het aanspreekpunt is daarmee verantwoordelijk voor: • het bij een op handen zijnde besluit vroegtijdig op de hoogte brengen van de vaste gesprekspartners, binnen (andere afdelingen) en buiten de gemeente (b.v. brandweer) • de afstemming met de inhoudelijk deskundigen over hoe zij hun adviesrol verder inhoudelijk invullen • de voortgang van het proces • de uiteindelijke kwaliteit van het advies vanuit de verschillende milieudisciplines Een EV-coördinator Het centrale aanspreekpunt krijgt inhoudelijke ondersteuning van de Coördinator Externe Veiligheid (EV-coördinator). Deze persoon opereert op het niveau van beleidsontwikkeling en heeft als taak om contact te houden met belanghebbenden in het vakgebied. Verder kent en bewaakt deze persoon alle gemeentelijke processen rondom externe veiligheid. Daarnaast is de EV-coördinator up-to-date met ontwikkelingen in regionaal-, provinciaal- en landelijk beleid. Hij/zij is daarmee een goed beginpunt en een blijvend aanspreekpunt voor en gedurende nieuwe ontwikkelingen. De EV-coördinator brengt standaardisatie aan in de afstemming tussen de verschillende disciplines rond externe veiligheid. Dit biedt het centrale aanspreekpunt handvaten om zich in ieder afzonderlijk project te positioneren ten opzichte van de inhoudelijk deskundigen. De stappen
blad 24 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Bij een concreet ruimtelijk plan, of een concrete vergunningaanvraag, worden een aantal vaste stappen doorlopen. Het centrale aanspreekpunt maakt samen met de inhoudelijke experts maatwerk van elk afzonderlijk geval. De vaste stappen zijn: • Controle of er sprake zal zijn van een toename in het aanwezige risico • Inzichtelijk maken van de toename van het risico • Beschouwen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid • Selecteren van risicoreducerende maatregelen • Advies aan het Bevoegd Gezag
blad 25 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
6
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Planologische kaders In hoofdstuk vijf is de ambitie verwoord dat de gemeente Oss naast het voldoen aan de normen voor het plaatsgebonden risico met behulp van de beleidsvisie invulling wil geven aan het groepsrisicobeleid. Bij ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een risicobron dient invulling te worden gegeven aan de verantwoordingsplicht. Dit betekent dat de gemeente Oss bij de meeste ruimtelijke besluiten de verantwoordingsplicht zal moeten invullen. In dit hoofdstuk worden hierbij planologische kaders gegeven, waarmee de scheiding tussen risicobronnen en risico-ontvangers en de voorwaarden waaronder deze wel kunnen worden gemengd worden uitgewerkt. Het betreft planologische kaders voor: • Spoor- en rijkswegen • LPG-tankstations • Overige Bevi-bedrijven In deze beleidsvisie is gekozen om de planologische kaders af te stemmen op de kans dat een groep mensen in een gebied betrokken wordt bij een incident met gevaarlijke stoffen15. Hoe groter de kans, des te nadrukkelijker ruimtelijke keuzes gemaakt en verantwoord moeten worden. De kaders zijn gericht op nieuwe planologische situaties. Steeds zal de locatiespecifieke afweging bepalend zijn. Afwijkingen van het kader worden beschouwd bij het invullen van de verantwoording. De kaders kunnen ook worden gebruikt voor het beoordelen van de veiligheidssituatie in bestaande situaties.
Na deze beoordeling kan vervolgens overwogen worden of en hoe de veiligheid in de bestaande situaties verbeterd kan worden. Deze beoordeling zal als actiepunt na de vaststelling van het beleidsplan worden opgepakt. Langs waterwegen16 en provinciale en gemeentelijke wegen is, vanwege de beperkte vervoersomvang van gevaarlijke stoffen, geen kader opgenomen. Het risico op een ongeval met gevaarlijke stoffen is hier dusdanig klein dat er voor is gekozen om niet van tevoren ruimtelijke keuzes te maken. Opgemerkt wordt dat de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen geen ondergrens kent voor de vervoersomvang, en de circulaire dus wel van toepassing is17. Om die reden zal, als actiepunt bij deze Beleidsvisie nog een locatiespecifiek verantwoordingskader worden ontwikkeld.
15
Hiervoor zijn de risicoanalyses gebruikt die de afgelopen jaren voor de gemeente Oss zijn gemaakt.
16
Langs waterwegen is de standaard verantwoording zoals opgenomen in bijlage 2 van toepassing.
17
Als het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) wordt vastgesteld, vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Nog onduidelijk is welke regelgeving dan zal gaan gelden langs de niet aangewezen wegen.
blad 26 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Opbouw van de kaders • De kaders zijn gebaseerd op een zone-indeling, gebaseerd op de reikwijdte van effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen, gemeten vanaf de risicobron. • Per afstand wordt aangegeven welke scenario's bepalend zijn. • Binnen de kaders is een onderscheid aangebracht in kwetsbaarheid van de activiteit die bij een risico-ontvanger mogelijk is: o ZKO = Zeer kwetsbaar object (zorgcomplexen, ziekenhuizen enz.) o KO = Kwetsbaar object o BKO = Beperkt kwetsbaar object Voor een nadere omschrijving van deze begrippen ZKO, KO en BKO wordt verwezen naar bijlage 118.
•
6.1
Type object
Normering plaatsgebonden risico
ZKO KO BKO
Zie KO Binnen 10-6-contour niet toegestaan. Binnen 10-6-contour, toegestaan mits noodzaak met goede motivatie is aangetoond.
Bij de kaders is tevens aangegeven of een object toelaatbaar is, en zo ja, met welke 'zwaarte' de noodzaak van realisatie op de betreffende locatie onderbouwd moet worden en hoe uitgebreid de rest van 'de verantwoording' moet worden ingezet. Bij 'Zwaarte 1' dient de noodzaak nadrukkelijk te worden aangetoond, bij 'Zwaarte 2' hoeft de noodzaak niet nadrukkelijk te worden aangetoond. Wél dienen bij beide methodes alle elementen van de verantwoordingsplicht te worden ingevuld. Het verschil tussen zwaarte 1 en zwaarte 2 wordt verder toegelicht in bijlage 2.
Spoor- en rijkswegen In tabel 1 is voor de spoor- en rijkswegen een zone-indeling weergegeven waarin eisen zijn gesteld aan de omgeving. De weergegeven zone-indeling sluit aan bij het concept Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) (en ook bij de voorloper hiervan, de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen). Ten aanzien van het vervoer per spoor is deze indeling uitsluitend van toepassing langs de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Nijmegen. tabel 1 Zone-indeling spoor- en rijkswegen
18
Zone
Grootte (vanaf rand van de bron)
I
0 - 30 meter
Opgemerkt wordt dat er in de praktijk veel nuanceringen bij deze indeling gemaakt kunnen worden. Deze nuanceringen zullen van situatie tot situatie bezien moeten worden.
blad 27 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
II III IV
30 - 200 meter 200 - 300 meter > 300 meter
Door het volgen van de zonering uit tabel 1 wordt door middel van ruimtelijke scheiding tussen risicobron en ontvangers en het optimaliseren van de beheersbaarheid in het ruimtelijke plan bewerkstelligd, dat in het voorliggende ruimtelijke plan externe veiligheid op een juiste wijze is geborgd.
6.1.1
Zone I Plasbrandaandachtsgebied: 0 - 30 meter Zone I hangt samen met het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen en wordt in het Basisnet ook wel aangeduid als plasbrandaandachtsgebied. Zone I is voornamelijk een restrictieve zone vanuit externe veiligheid, hierbinnen zijn de effecten het heftigst. In Tabel 2 is het planologisch kader voor zone I weergegeven.
Tabel 2 Planologisch kader zone I: 0 - 30 meter, spoor en rijksweg.
Maatgevend scenario
• •
ZKO
• •
Zone I: 0-30 meter Plasbrand BLEVE (100% letaal) (BLEVE = explosie van een gaswolk) Toxische gaswolk Niet toegestaan
KO
• •
Binnen de pr-10-6-contour uitgesloten. Verantwoorden buiten pr-10-6-contour: zwaarte 1
BKO
•
Verantwoorden: zwaarte 1
Langs rijkswegen is in Oss geen 10-6-contour aanwezig. De 10-6-contour langs het spoor is afhankelijk van de keuzes binnen het basisnet. De mogelijke contour zal zeker kleiner dan 30 meter zijn. Bij de zone II en hoger is het plaatsgebonden risico geen criterium.
6.1.2
Zone II BLEVE aandachtsgebied (100% letaal): 0 - 200 meter Deze zone omvat het BLEVE aandachtsgebied (het gebied waar de effecten van een BLEVE het hevigst zijn). In deze zone zijn personen (ook personen in gebouwen) onvoldoende beschermd tegen een BLEVE. Vluchten is de enige optie om een calamiteit te overleven. Vanaf 200 meter zijn mensen binnenshuis in principe voldoende veilig. Tabel 3 Planologisch kader zone 2: 30 - 200 meter, spoor en rijksweg
Maatgevend
•
blad 28 van 29
Zone II: 30-200 meter BLEVE (100% letaal) Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
6.1.3
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
scenario ZKO
• •
Toxische gaswolk Verantwoorden: zwaarte 1.
KO
•
Verantwoorden: zwaarte 2.
BKO
•
Verantwoorden: zwaarte 2.
Zone III BLEVE aandachtsgebied (1% letaal): 200 - 300 meter De zone tussen 200 en 300 meter vanaf het tracé omvat het 1% letaliteitsgebied van een BLEVE en het gebied waar de effecten van een toxische gaswolk nog significant aanwezig kunnen zijn. Tabel 4 Planologisch kader zone 3: 200 - 300 meter, spoor en rijksweg
Zone III BLEVE aandachtsgebied (1% letaal): 200-300 meter Maatgevend • BLEVE (1% letaal) scenario • Toxische gaswolk ZKO • Geen functiebeperkingen • Verantwoorden: zwaarte 2. KO • Verantwoorden: zwaarte 2. BKO • Verantwoorden: zwaarte 2.
6.1.4
Zone IV: > 300 meter: standaard verantwoordingsplicht Bij zone IV, vanaf 300 meter wordt alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied zijn geen functies uitgesloten, bescherming wordt geboden door ‘ramen en deuren te sluiten’. In bijlage 2 is een standaardtekst opgenomen, welke samen met deze beleidsvisie kan worden gebruikt bij ruimtelijke plannen die op meer dan 300 meter van een transportas liggen.
6.2
Hoge druk aardgastransportleidingen Voor de hoge druk aardgasleidingen wordt een andere aanpak gebruikt dan voor de (spoor)wegen, aangezien het maatgevend scenario, een fakkelbrand, en bijbehorend invloedsgebied verschilt van getransporteerde stoffen over de weg en het spoor. Dit heeft een andere zone-indeling tot gevolg. Voor de hoge druk aardgastransportleiding is het maatscenario een (externe) beschadiging waardoor gas vrijkomt dat vervolgens ontsteekt en een fakkelbrand vormt. Bij een fakkelbrand is de warmtestraling maatgevend voor de afstandsbepaling. In het nieuwe beleid wordt langs een hoge druk aardgastransportleiding een 100% en 1 % letaliteitscontour vastgesteld. Het in tabel 5 gepresenteerde planologische kader geldt binnen de 100% letaliteitscontour. Tabel 5 Planologisch kader hoge druk aardgastransportleidingen. blad 29 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Planologisch kader hoge druk aardgasleidingen binnen de 100% letaliteitscontour Maatgevend • Fakkelbrand scenario ZKO • Niet toegestaan KO
• •
Binnen de pr-10-6-contour uitgesloten. Verantwoorden buiten pr-10-6-contour: zwaarte 1.
BKO
• •
Binnen de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 1. Verantwoorden buiten pr-10-6-contour: zwaarte 2.
Planologisch kader hoge druk aardgasleidingen tussen 100% en 1% letaliteitscontour Maatgevend • Fakkelbrand scenario ZKO • Verantwoorden: zwaarte 2. KO • Verantwoorden: zwaarte 2. BKO • Verantwoorden: zwaarte 2. Voor wat betreft de extra ruimte die volgens de Structuurvisie Buisleidingen van VROM moet worden gereserveerd voor de plaatsing van extra leidingen bij de reeds bestaande leidingen heeft de gemeente Oss als standpunt dat er geen sprake mag zijn van een toename van het gebruik van milieuruimte door deze leidingen en dat het milieuruimtegebruik19 van de bestaande leidingen geminimaliseerd moet worden20.
6.3
Planologisch kader bedrijven De voorgaande kaders betreffen nieuwe ruimtelijke keuzes voor objecten nabij risicobronnen. Nieuwe ruimtelijke keuzes op bedrijventerreinen kunnen betrekking hebben op zowel de vestiging van risicobronnen als (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de beoordeling moet daarnaast nog onderscheid worden gemaakt tussen de gevolgen op het bedrijventerrein én buiten het terrein. Om (ruimtelijke) ordening te brengen in de milieubelasting (dus ook geluid, stof enz.) bij bedrijfsvestiging, hanteert de gemeente de VNG-Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Via deze brochure wordt onder meer beoogd om de lichte bedrijven dicht bij verblijfsgebieden te situeren en zwaardere bedrijven op een grotere afstand. Omdat deze richtlijn onvoldoende aansluit op de externe veiligheidsproblematiek, wordt in de laatste versie van de brochure gewezen op de noodzaak van maatwerk. Dit maatwerk wordt in deze beleidsvisie onder meer geboden via de in de paragraaf 6.3.1 19
Het betreft hier de beperkingen ten gevolge van de belemmeringenstrook, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
20
De gemeente Oss heeft hiervoor een alternatief tracé voorgesteld, dat wordt meegenomen in de planMER van VROM. Deze is eind 2010 gereed.
blad 30 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
genoemde criteria. De omgang met het groepsrisico zal verder geregeld worden bij behandeling van de aanvraag om de Omgevingsvergunning en via het eventueel te doorlopen ruimtelijk besluit21.
6.3.1
Bevi-inrichtingen op daarvoor aangewezen terreinen Nieuwe Bevi-bedrijven mogen zich uitsluitend vestigen op daarvoor aangewezen bedrijventerreinen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is hierbij de volgende beleidslijn gehanteerd: • Bedrijventerreinen moeten zoveel mogelijk optimaal benut kunnen worden. • Nieuwe Bevi-bedrijven zijn alleen toegestaan op bedrijventerreinen22. • De 10-6-contour van Bevi-bedrijven moet binnen de perceelsgrens vallen23. Uitzonderingen die hierbij zijn gemaakt: • Bestaande 10-6-contouren die over de inrichtingsgrens vallen, worden gerespecteerd24. • Voor het industrieterrein Elzenburg/De Geer wordt een overschrijding van de 10-6-contour van de inrichtingsgrens toegestaan25. • Voor het industrieterrein aan de Euterpelaan wordt specifiek bepaald dat geen risicovolle bedrijven zijn toegestaan.
De beoordeling van het groepsrisico vindt plaats via de aanvraag om de omgevingsvergunning. Voor zover bij de vestiging van het nieuwe bedrijf een nieuw ruimtelijk besluit nodig is, zal ook verantwoording van het groepsrisico plaatsvinden. Uitgangspunt is hierbij 'een goede ruimtelijke ordening'. Dit betekent dat ook verantwoording zal plaatsvinden bij een ruimtelijk besluit dat niet specifiek in de EV-wetgeving is aangewezen.
21
Waarbij verantwoording noodzakelijk is binnen de 1% letaliteitcontour.
22
Nieuwe Bevi-bedrijven zijn in de nieuwe bestemmingsplannen voor de industrieterreinen Moleneind,
23
Binnen deze contour gelden vanuit de wetgeving nadrukkelijke ruimtelijke beperkingen voor
Landweer, Danenhoef en Vorstengrafdonk uitgesloten, maar kunnen via wijziging worden toegelaten. activiteiten die niet tot de risicobron behoren. Oss wil deze beperkingen niet ten laste brengen van de overige bedrijven en stimuleren dat risicocontouren niet groter zijn dan strikt noodzakelijk. 24
Bij het industrieterrein Elzenburg wordt vanwege de aanwezige bedrijfscategorieën de overschrijding van de perceelsgrens door de 10-6-contour toegestaan.
25
Op een gedeelte van het industrieterrein Elzenburg/De Geer wordt een overschrijding van de perceelsgrens door de 10-6 contour zowel voor bestaande als nieuwe Bevi-inrichtingen toegestaan. Kwetsbare objecten zijn in de directe omgeving (buitengebied en licht bedrijventerrein) niet toegestaan.
blad 31 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Tabel 6 Planologisch kader bedrijventerreinen.
Planologisch kader 'kwetsbaarheid' op bedrijventerreinen Maatgevend Divers. Het invloedsgebied kan per soort bedrijf scenario verschillen. Verantwoording is nodig binnen de 1% letaliteitcontour. ZKO • Binnen de pr-10-6-contour uitgesloten (uitgezonderd ZKO gerelateerd aan het Bevi-bedrijf zelf of bij Bevi-bedrijven onderling). • Buiten de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 1. KO
BKO
•
Binnen de pr-10-6-contour uitgesloten (uitgezonderd KO gerelateerd aan het Bevi-bedrijf zelf of bij Bevi-bedrijven onderling). Buiten de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 1.
• •
Binnen de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 1. Buiten de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 2.
•
Bij de vestiging van Bevi bedrijven op industrieterreinen, dient het invloedsgebied zoveel mogelijk binnen de begrenzing van het bedrijventerrein te blijven. Wanneer bij overschrijding van deze grens, objecten (ZKO, KO of BKO) worden overlapt, dient dit verantwoord te worden conform zwaarte 1. Voor toxische scenario's is bij afstanden vanaf de bron van meer dan 200 meter, de 'standaard verantwoording' zoals opgenomen in bijlage 2, van toepassing.
LPG-tankstions op de juiste plek De gemeente zal geen nieuwe LPG-tankstations in woongebieden toestaan. In overige gebieden dient zorgvuldig om te worden gegaan met de risico's waarbij voldaan dient te worden aan de wettelijke normen. Daarnaast dient de afweging van het risico zorgvuldig te worden behandeld. Om kader te geven aan mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen binnen invloedsgebied van LPG-tankstations is in Tabel 7 het planologisch kader voor LPG-tankstations weergegeven. Omdat de LPG-branche in 2010 alle met VROM overeengekomen veiligheidsmaatregelen heeft doorgevoerd, is tabel 7 afgestemd op deze veiligheidssituatie.
blad 32 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Tabel 7 Planologisch kader LPG-tankstations Planologisch kader LPG-tankstations (tot 150 meter26) Maatgevend • Druk- en hittebelasting als gevolg van een BLEVE. scenario ZKO • Binnen de pr-10-6-contour uitgesloten. • Noodzaak nadrukkelijk aantonen, verantwoorden zwaarte 1. KO
• •
Binnen de pr-10-6-contour uitgesloten. Verantwoorden: zwaarte 2.
BKO
• •
Binnen de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 1. Buiten de pr-10-6-contour, verantwoorden: zwaarte 2.
26
Conform het gestelde in de 'Regeling externe veiligheid inrichtingen' is hier een invloedsgebied van 150 meter aangehouden.
blad 33 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
7
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Ten slotte Eén van de landelijke doelstellingen van het veiligheidsbeleid is om de vakgebieden ruimtelijke ordening, milieu en brandweer/ brandveiligheid meer integraal en intensiever te laten samenwerken. Deze Beleidsvisie is het tastbare resultaat van de niet tastbare vorderingen die in deze samenwerking in de gemeente Oss is gemaakt. Samenwerking die onmisbaar blijft bij het uitwerken van toekomstige ruimtelijke besluiten en besluitvorming over milieuvergunningen. De onderstaande actiepunten zullen de komende jaren door de gemeente Oss worden opgepakt.
1. Implementeren van de nieuwe route voor gevaarlijke stoffen. Planning: Direct na goedkeuring Raad. 2. Stroomlijnen van de uitvoering van de verantwoordingsplicht in samenwerking met de regionale brandweer, bestaande uit: a. Maken van een locatiespecifiek verantwoordingskader in relatie tot vervoer van gevaarlijke stoffen over de Maas, de stamlijn naar het industrieterrein, en over provinciale en gemeentelijke wegen b. Standaardiseren van de afstemming met de Veiligheidsregio bij het invullen van de Verantwoordingsplicht c. Borgen van de uitvoering van eventueel in de verantwoording van het groepsrisico gekozen risicoreducerende maatregelen. Planning: Hier is al mee gestart en dit is een continu proces. Het bestaande gemeentelijke beleid wordt aangevuld, zodra uit de praktijk blijkt hoe het efficiënter en effectiever kan. 3. Vergelijken van de bestaande ruimtelijke situatie met de nieuwe kaders uit de beleidsvisie en vervolgens besluiten over knelpunten. De bestaande situatie zal worden beoordeeld op: a. Eventueel voorkomende combinaties van de 100% letaliteitsgrens van aardgastransportleidingen en Zeer Kwetsbare Objecten. b. Wenselijkheid tot optimalisatie van de bestrijdbaarheid en hulpverleningscapaciteit. Planning: 3de kwartaal 2011. 4. Standaardiseren van de actualisatie van de beschikbare risicoinformatie.
blad 34 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Planning: 4de kwartaal 2011 5. Maken van gemeentelijk beleid voor LNG, Biogas en eventueel andere brandstoffen, nadat het landelijke kader hiervoor meer uitgekristalliseerd is. Planning: 2012 6. Actualiseren van het plan risicocommunicatie Planning: 2012 7. Verbeteren van de toegankelijkheid van de beschikbare risicoinformatie voor alle stakeholders van Externe Veiligheid. In eerste instantie betreft dit alleen het beschikbaar maken van de informatie voor de brandweer bij uitrukken. Dit is ook een speerpunt binnen het Milieubeleidsplan van de gemeente. Planning: Plan van aanpak 3de kwartaal 2011. Afronding in 2013.
blad 35 van 29
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Bijlagen
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst In deze bijlage worden de veel gebruikte begrippen en definities verklaard. Bevoegd gezag
Het bevoegd gezag is de overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor de naleving van bepaalde wetgeving. In de regel is de gemeente of de provincie het bevoegd gezag, maar een waterschap, of een ministerie kunnen ook bevoegd gezag zijn. Deze verantwoordelijkheid kan bestaan uit het afgeven van vergunningen, maar ook uit handhaving en het vaststellen van een bestemmingsplan. Dat is zorgen dat de regels worden nageleefd. Beheerders van (water)wegen, concessiehouders van buisleidingen en bedrijven zijn echter op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en het naleven van de regels.
BLEVE
Boiling liquid expanding vapour explosion. Bijvoorbeeld de ontploffing van een tot vloeistof verdicht gas, zoals een LPG-tank.
Beperkt kwetsbaar object.
Zie definitie Bevi. Algemeen: Objecten waar gedurende langere aangesloten tijd minder dan 50 personen aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld in kantoren met een bruto vloeroppervlak kleiner dan 1500 m².
Blootgestelde
Met blootgestelde worden de personen bedoeld, die zich op een plaats bevinden waar ze in aanraking (kunnen) komen met effecten van een ramp bij een risicobron.
Brand
Brand brengt verschillende gevaren met zich mee. Door vonken en warmtestraling kan een brand zich snel verspreiden. In de open lucht is de warmtestraling een direct gevaar en kunnen er brandwonden ontstaan als men te dicht in de buurt is. Verder is de rook gevaarlijk.
Buisleiding
Transport van gevaarlijke stoffen kan ook plaatsvinden door buisleidingen (pijpleidingen). Voorbeelden zijn: hoge- en middendruk aardgasleidingen (regionale en (inter)nationale aardgasleidingen) en leidingen voor transport van chemische – soms ook giftige – vloeistoffen of gassen. Meestal gaat het om ondergrondse leidingen, maar bovengrondse komen ook voor.
Effect
De effecten ten gevolge van: • explosie: het ontstaan van een drukgolf en/of warmtestraling. • brand. • toxisch: gevaar van vergiftiging door giftige gassen of dampen. Het effectgebied van een risicobron geeft aan tot op welke afstand er directe gezondheidseffecten kunnen zijn als er een ernstig ongeval bij de risicobron plaatsvindt.
Effectgebied
De kans dat een ongeluk gebeurt, is in het effectgebied niet verrekend. Dat is het belangrijkste verschil met risicocontouren. Explosie
Een explosie of ontploffing geeft een korte maar krachtige drukgolf en een kortdurende, hevige warmtestraling. Dit zijn de
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
belangrijkste veroorzakers van letsel bij mensen in de buurt van een explosie. Ook brokstukken bijvoorbeeld glasscherven, die door de drukgolf rondvliegen, kunnen levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. Explosies kunnen optreden bij: • brandbaar gas: bijvoorbeeld aardgas, propaan, butaan of LPG; • sommige vluchtige vloeistoffen, • patronen en andere munitie; • professioneel en consumentenvuurwerk; • sommige producten, zoals geconcentreerde kunstmest; • stof van bijvoorbeeld voedingsmiddelen, graan of houtstof. Fysieke veiligheid
De kans op lichamelijk letsel ten gevolge van invloeden van buitenaf door ongevallen (anders dan fysiek geweld). In deze handreiking betreft het lichamelijk letsel ten gevolge van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen.
fN-curve
Het groepsrisico wordt weergegeven als een curve in een grafiek met twee logaritmisch geschaalde assen, de zogenaamde fNcurve. Op de y-as wordt de cumulatieve frequentie f (per jaar) uitgezet en op de x-as het aantal te verwachten slachtoffers N. De curve geeft het verband tussen de omvang van de getroffen groep (N) en de kans (f) dat in één keer een groep van ten minste die omvang komt te overlijden.
Geprojecteerd object
Nog niet aanwezig object dat op grond van het vigerende bestemmingsplan toelaatbaar is.
Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag, risico’s met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit. De gevaren zijn vaak de keerzijde van nuttige eigenschappen van die stoffen. Het zijn vaak brandstoffen, of grondstoffen voor nuttige producten zoals medicijnen, kunststoffen en kunstmest of hulpstoffen die voor allerlei doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld voor koelen, reinigen of conserveren.
Grenswaarde
Grenswaarde als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer. Van een grenswaarde mag niet worden afgeweken.
Groepsrisico (GR)
Het groepsrisico geeft de kans aan dat een hele groep personen overlijdt door een ongeval met een risicovolle activiteit. In het groepsrisico wordt rekening gehouden met het aantal mensen dat in de buurt van een ongeval aanwezig kan zijn.
Inrichting
Het woord inrichting komt onder andere uit de Wet milieubeheer. Het betreft bedrijven waarvan die vallen onder een AMvB ex. 8.40 van de Wet milieubeheer of inrichtingen waarvoor een milieubeheervergunning noodzakelijk is.
Invloedsgebied
Gebied waarin volgens bij regeling van de minister vast te stellen regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Het grens van het invloedsgebied is gelijk aan de 1% letaliteitsgrens, bepaald bij Pasquillklasse F 1.5, tenzij in de bij het Besluit behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof een ander invloedsgebied is gedefinieerd. Er bestaan verschillende definities voor interventiewaarden. Veel
Interventie-
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
waarde
gebruikt zijn de volgende: Voorlichtingsgrenswaarde (VRW) De concentratie van een stof die grote waarschijnlijkheid door het merendeel van de blootgestelde bevolking hinderlijk wordt waargenomen of waarboven lichte, snel omkeerbare gezondheidseffecten mogelijk zijn bij blootstelling van één uur. Vaak is dit de concentratie waarbij blootgestelden beginnen te klagen over het waarnemen van de blootstelling. Alarmeringsgrenswaarde (AGW) De concentratie van een stof waarboven onomkeerbare of andere ernstige gezondheidsschade kan optreden door directe toxische effecten bij blootstelling van één uur.
Kans
Kwetsbaar object (conform definitie Bevi). Kwetsbare objecten voor personen met een lage zelfredzaamheid worden beschouwd als zeer kwetsbare objecten.
Levensbedreigende waarde (LBW) De concentratie van een stof waarboven mogelijk sterfte of een levensbedreigende aandoening door toxische effecten kan optreden binnen enkele dagen na een blootstelling van één uur. De kans dat iemand overlijdt door een ongeval met die stoffen (als deze persoon tenminste een jaar lang permanent op die plaats zou verblijft). Zie verder bij plaatsgebonden risico en bij risicocontour. • •
•
•
woningen (meer dan 2 per hectare) gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object; 2. complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar;
Letaal
Dodelijk
Milieubeheervergunning
De milieubeheervergunning is: • informatiebron voor een ieder omtrent de milieuaspecten van een bedrijf, • het middel om de mogelijke milieubelasting ten gevolge van een bedrijf af te stemmen op de omgeving, te beïnvloeden, • de wettelijke vastlegging van toegestane activiteiten en de hiermee samenhangende uitstoot, risico, enz., • de basis voor handhaving van milieunormen, • de basis van de rechtszekerheid voor bedrijven.
Nieuwe benaming = Omgevingsvergunning
(Openbare)
De fysieke veiligheid van de openbare ruimte. Het complement
Milieumanagement en Omgevingsbeleid
projectnr.143448 Maart 2011, revisie 6.4
Beleidsvisie externe veiligheid Oss Ambities en aanpak externe veiligheid in gemeente Oss
fysieke veiligheid
van de fysieke veiligheid van bouwwerken.
Oriëntatiewaarde
Eén van de criteria die betrokken moet worden bij het invulling geven aan de verantwoordingsplicht.
Personendichtheid
De dichtheid van het aantal personen in een gebied. De wijze van bepaling van deze dichtheid is vastgelegd bij ministeriële regeling. Bij brandbaar gas wordt doorgaans geïnventariseerd met een raster van 25 bij 25 meter. Bij toxische stoffen met een raster van 100 bij 100 m. Bij een juridisch correcte bepaling van de personendichtheid geldt het bestemmingsplan als uitgangspunt. Zie buisleiding
Pijpleiding Plaatsgebonden Risico (PR)